Zoekresultaat: 73 artikelen

x
Artikel

Digitale seksuele delicten in het straf- en strafprocesrecht

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2017
Trefwoorden Seksuele delicten, Internet, Strafbaarstelling, Opsporing
Auteurs Prof. dr. mr. Jeroen ten Voorde
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch Minister for Security and Justice recently announced a revision of the sexual offences in the Dutch Penal Code. Part of this revision could be the introduction of several sexual offences that are committed on the internet. The Minister mentioned sexchatting, sextortion and revenge porn. This article describes the present-day possibilities the Penal Code offers in tackling these crimes, and gives insight in the bottlenecks in current penal law. This article also provides a description of several relevant criminal investigative powers in existing and future Dutch procedural law.


Prof. dr. mr. Jeroen ten Voorde
Prof. dr. mr. Jeroen ten Voorde is universitair hoofddocent Straf(proces)recht. Hij is tevens als bijzonder hoogleraar Strafrechtsfilosofie, leerstoel Leo Polak, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen en redacteur van PROCES.
Boekbespreking

De deelgeschilprocedure

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2017
Auteurs Mr. dr. Rogier Hartendorp
Auteursinformatie

Mr. dr. Rogier Hartendorp
Rogier Hartendorp is rechter in de Rechtbank Den Haag, team Handel. Hij publiceert en doceert over rechterlijke oordeelsvorming en rechtspleging.
Artikel

Geweld tegen politieambtenaren

Beweegredenen en rationalisering door verdachten

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Politie, Geweld tegen politie, Daderperspectief
Auteurs Danaé Stad en Jaap Timmer
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper tries to answer the question why defendants use violence against police officers and whether, and if so how, they construct justifications for their own behavior. The study consists of an analysis of the situational aspects of violence against police officers and the characteristics of suspects. In addition, some suspects were interviewed about the incident in which they were involved. They were asked what their perception of the situation was, and what the background of the violence was. They were also asked for their opinion on the image of the police in general, and for their knowledge and perception of the relevant laws and regulations. The conclusion is that the motives for violence against a police officer lie in their belief that all men, police officer or not, are equal and should be treated with respect. Suspects feel treated unfairly and disrespectfully by police officers. Suspects feel that in such cases they are entitled to use force. Suspects are not aware of the differences between their own rights and responsibilities in such a situation and the authority that police officers legally have to use of force in order to perform their legal tasks.


Danaé Stad
Danaé Stad is criminoloog en onderzoeker bij het lectoraat Residentiële Jeugdzorg aan de Hogeschool Leiden.

Jaap Timmer
Jaap Timmer is politiesocioloog en universitair hoofddocent Maatschappelijke Veiligheid aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Jurisprudentie

Eenvoudig witwassen

Noot bij HR 13 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2842

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Witwassen, Eenvoudig witwassen, Kwalificatie-uitsluitingsgrond, Dubbele bestraffing, Ten laste leggen
Auteurs Mr. dr. J.S. Nan
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad geeft aan hoe eenvoudig witwassen zal worden uitgelegd na de inwerkingtreding daarvan op 1 januari 2017.


Mr. dr. J.S. Nan
Mr. dr. J.S. Nan is universitair docent straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en (cassatie)advocaat bij Wladimiroff Advocaten te Den Haag. Hij is tevens lid van de redactie van dit tijdschrift.
Artikel

Voorzorgverplichtingen. Over aansprakelijkheidsrechtelijke normstelling voor onzekere risico’s

Bespreking van het proefschrift van mr. E.R. de Jong

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2017
Trefwoorden gevaarzetting, aansprakelijkheidsrecht, onzekere risico’s, risico, zorgvuldigheid
Auteurs Mr. drs. B.T.M. van der Wiel
SamenvattingAuteursinformatie

    De aansprakelijkheid voor onzekere risico’s is een van de belangrijkste problemen waar ons vak zich voor gesteld ziet. Elbert de Jong heeft hier een inspirerend proefschrift over geschreven. Dit boek brengt ons verder, maar laat ook vragen open. Daarmee is dit proefschrift ook een uitnodiging tot verder denken over de inbedding van de aansprakelijkheid voor onzekere risico’s in het ontgonnen gedeelte van het aansprakelijkheidsrecht.


Mr. drs. B.T.M. van der Wiel
Mr. drs. B.T.M. van der Wiel is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.

Dennis Hesemans
Dennis Hesemans is coördinerend raadadviseur bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Meer zeggenschap van burgers en organisaties over regulering

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2016
Trefwoorden zeggenschap, burgers, reguleringsstijlen, internetconsultatie
Auteurs Dr. A.M. Bokhorst
SamenvattingAuteursinformatie

    De centrale vraag in dit artikel is hoe de wetgever de zeggenschap van burgers, organisaties en belanghebbenden kan versterken en onbedoelde gevolgen van technocratie daarbij kan tegengaan. De inzet van alternatieve reguleringsstijlen, zoals beter reguleren, verbetert de kwaliteit van regelgeving. Zo maakt internetconsultatie het wetgevingsproces transparanter en responsiever, maar door het beperkte bereik neemt de collectieve zeggenschap van burgers er niet substantieel door toe. Dereguleren lijkt zoals beoogd de individuele zeggenschap van belanghebbenden te versterken. Maar niet iedereen waardeert die individuele zeggenschap evenzeer of kan er even goed mee omgaan. Om sociale zeggenschap van organisaties te versterken zet de overheid in op meer ruimte voor co- en zelfregulering. Het verschilt sterk per dossier in hoeverre de sociale zeggenschap is toegenomen. Als onbedoeld gevolg blijkt bij alternatieve reguleringsstijlen dat technocraten zoals toezichthouders in het gat springen dat de wetgever achterlaat. Vervolgens kan het parlement als medewetgever met een initiatiefwet proberen om de autonomie van burgers, organisaties en belanghebbenden te bewaken, zoals geïllustreerd wordt met de casus van de initiatiefwet Bisschop. Deze casus roept wel de vraag op of de regering en het parlement niet systematischer kunnen reflecteren op de (dis)balans tussen participatieve, technocratische en representatieve democratie.


Dr. A.M. Bokhorst
Dr. A.M. (Meike) Bokhorst is senior wetenschappelijk medewerker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en associate researcher bij Institutions for Open Societies van de Universiteit Utrecht. Ze werkte eerder als programmasecretaris Bruikbare rechtsorde bij de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie.
Diversen: Wetsvoorstel

Op weg naar een Wetboek van herstel- en strafprocesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 3 2016
Auteurs John Blad, Jacques Claessen, Anneke van Hoek e.a.
Auteursinformatie

John Blad
John Blad was universitair hoofddocent Strafrechtswetenschappen aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, de Erasmus Law School, en is redacteur van dit tijdschrift.

Jacques Claessen
Jacques Claessen is als universitair docent straf(proces)recht verbonden aan de vakgroep Strafrecht & Criminologie, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Maastricht. In 2010 verscheen zijn dissertatie Misdaad en straf. Een herbezinning op het strafrecht vanuit mystiek perspectief. Zijn interessegebieden zijn sanctierecht, herstelrecht en de strafrechtelijke positie van het slachtoffer. Claessen is redacteur van de Nieuwsbrief Strafrecht en het Tijdschrift voor Herstelrecht. Voorts is hij rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Limburg. Hij is winnaar van de Bianchi Herstelrechtprijs 2012.

Anneke van Hoek
Anneke van Hoek is criminoloog en medeoprichter van de Stichting Restorative Justice Nederland.

Theo De Roos
Theo de Roos is emeritus hoogleraar strafrecht aan de Universiteit van Tilburg.

Gert Jan Slump
Gert Jan Slump is criminoloog, sociaal-maatschappelijk ondernemer en consultant, adviseur en trainer. In 2010 was hij medeoprichter van de Stichting Restorative Justice Nederland en sindsdien ontwikkelt hij samen met organisaties en professionals binnen het netwerk rond herstelrecht en herstelgericht werken in Nederland allerlei projecten op dit terrein. Hij is ook actief op het terrein van professionaliseringsvraagstukken, onder meer binnen de jeugdzorg.
Casus

Eerste Kamer en wetgeving

Een boodschap aan de staatscommissie

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2016
Trefwoorden wetgevingsprocedure, wetgevingskwaliteit, novelle, amendement
Auteurs Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    De positie van de Eerste Kamer heeft al vaak onder druk gestaan. Gelet daarop is het een wonder te noemen dat wij nog altijd een senaat hebben. Dit is te danken aan een voortdurende aanpassing van zijn functie, een strategie van terughoudendheid en een zware procedure van grondwetwijziging. In meer positieve zin is de huidige acceptatie ook te danken aan het meer en meer optreden als toetsende instantie van het wetgevingsproces en de wetgevingskwaliteit. Aan de hand van twee recente voorbeelden, het wetsvoorstel Elektriciteits- en gaswet en een wijziging van de Mediawet, beziet de auteur of deze positionering terecht is. Vanuit de Kamer zelf is kritiek geuit op het staatsrechtelijke gehalte van het optreden van de Kamer bij de behandeling van die voorstellen. De auteur is van mening dat het veel meer perspectief biedt als de aangekondigde staatscommissie aandacht besteedt aan de feitelijk bijdrage die de Senaat kan leveren aan de kwaliteit van onze wetgeving, zijnde dé functie van de Senaat, dan herhaalde aandacht voor zijn staatsrechtelijke positie, waarvoor de argumenten al vele malen gewisseld zijn.


Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden) en voormalig rector van de Academie voor Wetgeving en de Academie voor Overheidsjuristen.

Wouter de Been
Wouter de Been is in 2005 cum laude gepromoveerd bij Willem Witteveen aan de Tilburg Law School met een proefschrift over het Amerikaanse rechtsrealisme. Zijn proefschrift is in 2008 gepubliceerd bij de Stanford University Press onder de titel Legal Realism Regained. Hij was co-redacteur en co-auteur van de bundel Crossroads in New Media, Identity and Law, die in 2015 werd uitgebracht door Palgrave, en co-redacteur van de bundel Facts and Norms in Law, die in 2016 zal uitkomen bij Edward Elgar.
Artikel

Toekomstbestendige wetgeving: duurzaam? wendbaar? duurzaam wendbaar?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2016
Trefwoorden toekomstbestendige wetgeving, Right to Challenge, experimenteerbepaling, doelregulering
Auteurs Gert Jan Veerman
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Toekomstbestendigheid’ is in de mode, dat geldt ook voor het idee van de toekomstbestendige wetgeving. Van oorsprong betekent toekomstbestendig: duurzaam. Dat wordt geïllustreerd aan de hand van het materiaal waarop teksten vroeger werden vastgelegd en van ideeën over de aard en oorsprong van regels: een godheid, de natuur, het wezen van de mens. Empirisch gesproken, is wetgeving niet zo duurzaam, maar wordt zij aangepast aan de maatschappelijke omstandigheden. Dat is in het algemeen zo, maar is ook vast te stellen voor de recente tijd. Een onderzoek naar wetten die de laatste tien jaar niet zijn gewijzigd, laat zien dat dergelijke wetgeving nauwelijks voorkomt en dat die zeer specifieke situaties betreft.
    In een recente brief van de Minister van Economische Zaken over ‘Toekomstbestendige wetgeving’ lijkt toekomstbestendigheid een andere inhoud te hebben gekregen. Wetgeving moet wendbaar zijn om innovatie te faciliteren. Om niettemin tegemoet te komen aan de bescherming van publieke belangen wordt van de wetgever gevraagd ‘duurzaam wendbare’ wetgeving te ontwerpen. Drie operationaliseringen worden gegeven van dergelijke structureel wendbare wetgeving: doelregulering, ‘Right to Challenge’ en experimenteerbepalingen. Nadere analyse leert dat sprake is van een conceptuele vergissing, dat een politieke belangenafweging wordt vermomd als een technisch-legislatieve, dat de drie operationaliseringen zo structureel niet zijn en de nodige nadelen hebben. Wetgeving is al wendbaar, wordt aangepast aan de maatschappelijke omstandigheden en het daarvoor gewenste beleid. Zo worden (de) drie betekenissen van het concept van ‘toekomstbestendige wetgeving’ in het artikel ten grave gedragen.


Gert Jan Veerman
Mr. dr. Gert Jan Veerman was werkzaam bij het Kenniscentrum Wetgeving en is emeritus-hoogleraar Wetgeving en Wetgevingskwaliteit bij Maastricht University.

    It proves that in succession planning relational aspects are at least as important as juridical and fiscal aspects. Every family has his own context and for that also his own wishes and solicitudes.


Liliane Gepts
Liliane Gepts is fiscaal-jurist en bemiddelaar.
Artikel

Wettelijk geconditioneerde zelfregulering: het dilemma van het omarmen van zelfregulering door de wetgever

Casestudy: de Gedragscode internationale student in het Nederlandse hoger onderwijs

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Gedragscode, hoger onderwijs, wettelijk geconditioneerde zelfregulering
Auteurs Mr. dr. A.G.D. Overmars
SamenvattingAuteursinformatie

    De overheid stimuleert zelfregulering door het veld, zodat zij zelf minder regels hoeft te ontwikkelen. Zij doet daarbij een beroep op het verantwoordelijkheidsgevoel van het veld. Tegelijkertijd omarmt de wetgever de zelfregulering door inbedding ervan in wet- en regelgeving. Daarmee verandert het karakter van de regulering. In hoeverre is er nog sprake van zelfregulering? Is de zelfregulering door de inbedding in wet- en regelgeving feitelijk geen overheidsregulering geworden? Als casestudy wordt in deze bijdrage de toelating van internationale studenten in het Nederlandse hoger onderwijs beschreven. De uitvoeringspraktijk in deze sector maakt duidelijk dat de vervlechting van beide vormen van regulering, indien niet goed doordacht en op elkaar afgestemd, tot een juridisch kwetsbare constructie leidt.


Mr. dr. A.G.D. Overmars
Mr. dr. A.G.D. Overmars is werkzaam als senior beleidsadviseur bij de Dienst Uitvoering Onderwijs. Daarnaast is hij rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Noord-Nederland. Overmars was in de periode 2006-2015 secretaris van de Landelijke Commissie. In 2014 promoveerde hij aan de Radboud Universiteit Nijmegen op een rechtsvergelijkend onderzoek naar de werking van (zelf)regulering op het gebied van de toelating van studenten van buiten de EU tot het hoger onderwijs.
Artikel

De dagelijkse praktijk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2015
Trefwoorden politiek-bestuurlijke context, rationaliteiten, competenties wetgevingsjurist
Auteurs Mr. M.L. Haimé
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur schetst wat tegenwoordig van de wetgevingsjurist wordt verwacht tegen de achtergrond van de huidige politiek-bestuurlijke context, het samenspel tussen beleid, wetgeving en uitvoering en de positionering van de juridische functie in de ambtelijke organisatie. Ten aanzien van de politiek-bestuurlijke context constateert zij dat er steeds meer sprake is van een ‘gulzig bestuur’: problemen moeten terstond en krachtig worden aangepast, zo nodig met wetgeving. De wetgevingsjurist krijgt ook steeds meer te maken met andere rationaliteiten, die wellicht botsen met zijn eigen, juridische, rationaliteit. Dit maakt het samenspel tussen beleid, wetgeving en uitvoering complex. De positionering van de wetgevende functie is in elke organisatie anders. De auteur ziet ook in de huidige tijd het signaleren van rechtsstatelijke risico’s, het bieden van tegenspraak door op die risico’s te wijzen of alternatieven aan te reiken als een belangrijke taak van de wetgevingsjurist. Dit vergt dat hij goed kan samenwerken en kan netwerken.


Mr. M.L. Haimé
Mr. M.L. Haimé is directeur Constitutionele Zaken en Wetgeving bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Artikel

Waarom is er zo weinig wetgevingsonderwijs in de universitaire rechtenopleiding?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2015
Trefwoorden academische rechtenopleiding, wetgevingsonderwijs, socialiseringsproces, rechtswetenschap, judocentrisme, jurist, rechtsvorming, civiel effect
Auteurs W.J.M. Voermans
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de vraag gesteld waarom er zo weinig wetgevingsonderwijs terug te vinden is in de academische opleidingen rechtsgeleerdheid, en dat terwijl wetgeving toch de voornaamste bron van rechtsvorming is. Dat is waarschijnlijk te wijten aan een combinatie van cultuurelementen in de juridische curricula, die juristen opleiden – socialiseren – in redeneer- en argumentatievaardigheden en het rolmodel van de rechtsvindende rechter centraal stellen. Nu de aard van het juridische werk en de rechtswetenschap van karakter veranderen, is er alle aanleiding de juridische academische opleidingen nader te doordenken. Wie die wil herzien, dient zich wel goed rekenschap te geven van de culturele aspecten van de rechtenopleiding.


W.J.M. Voermans
Prof. dr. W.J.M. Voermans is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden.
Casus

De wet als kunstwerk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2015
Trefwoorden Witteveen, Fuller, instrumentalisme, participatiesamenleving, filosofie (of wetgevingsfilosofie)
Auteurs P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn De wet als kunstwerk vormt Willem Witteveen ruim twintig jaar Nomoi-bijdragen tot één samenhangend geheel. Die samenhang bestaat uit de ‘tien geboden voor de wetgever’. Deze wet voor de wetgever zijn de acht beginselen van Fullers Inner Morality of Law, waaraan Witteveen nog twee ‘eigentijdse’ beginselen toevoegde: over de voorkeur voor zelfregulering en over het vermijden van bureaucratie. Witteveen verzet zich tegen de gangbare benadering van de wet als instrument. De auteur gaat in op Witteveens kritiek op deze instrumentele benadering en op zijn idee over wetgeving in de participatiesamenleving. Hij sluit af met de vraag welke opstelling senator Witteveen zou hebben gekozen in de Zorgwet-kwestie.


P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem is werkzaam bij het Fellow Meijers Instituut (Universiteit Leiden) en is voormalig rector van de Academie voor Wetgeving en de Academie voor Overheidsjuristen.
Artikel

Voorstel IORP II-richtlijn: aanzet tot hervorming van het Nederlands pensioenstelsel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2014
Trefwoorden IORP-richtlijn, IORP II, pensioenfonds, pensioeninstelling, pensioenstelsel
Auteurs Mr. drs. Pascal Borsjé en Dr. Hans van Meerten
SamenvattingAuteursinformatie

    Het voorstel van de Europese Commissie van 27 maart 2014 tot herziening van de IORP-richtlijn (met betrekking tot instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen) heeft consequenties voor het huidige Nederlandse pensioenstelsel. De Europese Commissie streeft naar een gelijk speelveld tussen pensioenfondsen en verzekeraars en heeft daarom in het voorstel gekeken naar de uitgangspunten voor verzekeraars onder Solvency II-richtlijn. Het voorstel beoogt onder meer de bescherming van transparante individuele pensioenrechten. Dit staat op gespannen voet met het principe van ‘solidariteit’ dat in het Nederlandse pensioenstelsel traditioneel als uitgangspunt wordt gehanteerd. De hervorming van het Nederlands pensioenstelsel lijkt daarom ook vanuit EU-rechtelijk perspectief noodzakelijk.
    Europese Commissie, Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening, Brussel, 27 maart 2014 COM(2014)167 final, 2014/0091 (COD)


Mr. drs. Pascal Borsjé
Mr. drs. P. (Pascal) Borsjé is advocaat bij Clifford Chance LLP te Amsterdam.

Dr. Hans van Meerten
Dr. H. (Hans) van Meerten is advocaat bij Clifford Chance LLP te Amsterdam.

    Since 2005, Dutch victims of serious crime have the right to make an oral statement in court (‘spreekrecht’). In the past decade, the Dutch criminal justice system has accommodated this right to make an oral statement with regard to the consequences of the crime; no major problems have occurred. Indeed, only a minority of the victims consumes this right (ca. 230 cases annually), the majority prefers to lodge a written statement. Nevertheless, the Dutch legislature is of the opinion that the right to make an oral statement should be extended and has lodged a draft-proposal recently. The aim is to provide crime victims a right to put forward an advice to the judge at the trial session, such an advice relating to the full scheme of judicial decision-making (truth, legal qualification, punishment). Such a provision resembles a Victim Statement of Opinion, used in the American scheme of justice, and even exceeds this. The draft has been met with criticism, only the Dutch Victim Support is in favor. One of the objections heard is the one dimensional focus underlying the draft: by focusing on a specific group of victims – those who have suffered from serious crimes – the legislature neglects the heterogeneous nature of victims’ needs.


Renée Kool
Renée Kool is als universitair hoofddocent verbonden aan Ucall en het Montaigne-Instituut, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Utrecht en redacteur van dit blad.

Dr. Bertjan Wolthuis PhD
Artikel

Overvragende wetgever zet gezagsuitoefening van rechter onder druk

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2014
Trefwoorden judiciary, legislature, legitimacy, overburdening
Auteurs Meike Bokhorst
SamenvattingAuteursinformatie

    During the recent Senate debate about the constitutional state some senators expressed a concern about the tensions between the legislature and judiciary. The problems of overburdening, underfunding and instrumentalisation of the judiciary have a long history. The legislature has a tendency to overburden himself and the other powers of state, like the judiciary, notwithstanding the official policy to be reserved with regard to the responsibilities of government. The judiciary must adapt itself to an ever more prominent role in the constitutional state. The judiciary also has to generate its own legitimacy and cannot consider this to be a function of the legitimacy basis of the democratic legislator. The legislator for his part has all kinds of democratic wishes and expectations on how the judiciary can increase its own legitimacy basis by dealing quicker with more cases. In this context, the minister strongly adheres to the maxim that justice delayed is justice denied. The working methods of the judiciary have shown small and gradual steps in the direction of a more responsive and communicative procedure. However, the judiciary is not able to transform all its ideas into concrete initiatives and to transform successful initiatives into settled practices.


Meike Bokhorst
Meike Bokhorst is wetenschappelijk medewerker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in Den Haag. Onlangs promoveerde zij in Tilburg op het proefschrift ‘Bronnen van legitimiteit. Over de zoektocht van de wetgever naar zeggenschap en gezag.’ Hiervoor werkte ze als onderzoeker bij de Algemene Rekenkamer en als beleidsmedewerker bij het Ministerie van Justitie. Ze studeerde filosofie met journalistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen en politicologie aan de Universiteit Leiden.
Toont 21 - 40 van 73 gevonden teksten
« 1 2 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.