Zoekresultaat: 91 artikelen


Tussen Heumensoord en Winschoten

Over de tegenstrijdige betekenis van burgerparticipatie in de veiligheidszorg

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2016
Trefwoorden community crime prevention, public security, instrumental perspective, social polarization, social diversity
Auteurs Prof. dr. ir. J. Terpstra

    In the concluding article of this special issue on civilian participation in public security it is argued that this term covers many different phenomena, from neighborhood watchers cooperating with the police to extremist militia. Much of the literature on civilian participation implicitly and wrongfully has an instrumental perspective. The participation of civilians in public security however, is much more than just an instrument of public administration or the police. Not all activities of citizens in the field of public security are decent or according to the perspective of the administration and the police. Moreover, there is no consensus on what public security exactly means, while the motives of people to get involved in public security activities differ greatly. Mobilizing citizens on the basis of fighting crime bears the risk of producing differences and conflicts in society instead of creating open, tolerant and inclusive communities.

Prof. dr. ir. J. Terpstra
Prof. dr. ir. Jan Terpstra is als hoogleraar criminologie verbonden aan de faculteit der rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit te Nijmegen.

Publieke belangen in de zorg:

Wie borgt ze, wie vult ze in?

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2016
Trefwoorden zorg, publiek belang, semipublieke instelling, intern toezicht, experimentalist governance
Auteurs Mr. drs. Leonie Schakel, dr. Annemiek Stoopendaal en Prof. dr. Roland Bal

    Na verschillende incidenten in de semipublieke sector is de overheid actief op zoek naar betere borging van publieke belangen door semipublieke instellingen. Dit artikel brengt focus aan in de discussie over het dienen van publieke belangen door in te zoomen op het borgen van publieke belangen door zorgaanbieders. In aanvulling op de zoektocht van de overheid naar heldere definities en verantwoordelijkheidsverdeling van publieke belangen en versterking van de governance van semipublieke instellingen, biedt dit artikel een aanzet voor het verkennen van het nastreven van publieke belangen door overheid en zorgaanbieders gezamenlijk.

Mr. drs. Leonie Schakel
Mr. drs. L.A. Schakel is promovenda bij het instituut Beleid en Management Gezondheidszorg, Erasmus Universiteit Rotterdam en senior beleidsmedewerker bij de Nederlandse Zorgautoriteit.

dr. Annemiek Stoopendaal
Dr. A.M.V. Stoopendaal is universitair docent bij het instituut Beleid en Management Gezondheidszorg, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. dr. Roland Bal
Prof. dr. R.A. Bal is hoogleraar Bestuur en beleid van de gezondheidszorg, Erasmus Universiteit Rotterdam.

    Dit artikel is voor een groot deel gelijk aan de tekst van de inaugurele rede die de auteur uitsprak op 4 april 2016 bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Mededingingsrecht.

Anna Gerbrandy
Prof. mr. A. Gerbrandy is hoogleraar Mededingingsrecht aan de Universiteit Utrecht. Dit artikel is voor een groot deel gelijk aan de tekst van de inaugurele rede die zij uitsprak op 4 april 2016 bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Mededingingsrecht. Laurens van Kreij wordt hartelijk bedankt voor zijn hulp bij het omwerken van de oratietekst naar deze publicatie.

Private toezichthouders als radertjes in wiens machine: die van de overheid of van bedrijven?

De casus van zelfregulering in de uitzendbranche

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2016
Trefwoorden vervangende zelfregulering, private toezichthouders, toezicht, uitzendbureaus
Auteurs Dr. H.G. van der Voort

    Overheden accepteren vaak private, helpende handen voor toezichtstaken, zoals normstelling, informatieverzameling en handhaving. Publieke toezichthouders ontmoeten in een dergelijk geval hun private collega’s. Voorbeelden van deze collega’s zijn zelfregulerende brancheorganisaties, die op hun beurt toezichtstaken hebben. Zij zijn te zien als de facto private toezichthouders tussen publieke toezichthouders en bedrijven. Hoe is de rol van private toezichthouders te typeren? In een uitgebreide casusbeschrijving over vervangende zelfregulering in de uitzendbranche exploreert de auteur de rol van private toezichthouders tussen overheid en de bedrijven waarop zij toezicht houden in. Zijn zij heel afhankelijk van de overheid, een radertje in haar machine? Of juist een radertje in de machine van de bedrijven die de schone schijn willen ophouden voor de overheid? De casus laat zien dat private toezichthouders niemands radertje zijn, maar beter te zien zijn als zelfstandige module die een ingewikkeld systeem van publieke en private regels gaande houdt. De casus is inspirerend voor de wetgever, want deze heeft de branche zelf de prikkels gegeven om zich op de huidige wijze te reguleren en daarmee de private toezichthouders de huidige rol gegeven. De bijdrage sluit af met een uiteenzetting van deze prikkels en de verklaring van hun werking.

Dr. H.G. van der Voort
Dr. H.G. (Haiko) van der Voort is universitair docent aan de TU Delft, faculteit Techniek, Bestuur en Management.

Reflecties op het verantwoord gebruik van kunstmatige intelligentie

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Artificial Intelligence, Ethical dilemma’s, Designing process, Restrictions and controls, Human rights
Auteurs Dr. M.V. Dignum en Prof.dr. J. van den Hoven

    The potential perils of robots and other forms of artificial intelligence (AI) have been a subject for discussion since the 1950s. Nevertheless it seems that society is still not prepared for the great impact of the rapid advancement of AI in the last decennium and the many ethical dilemmas involved. How can moral, social and legal values be integrated in the designing process of AI technologies? Is it imaginable that these AI systems would ever be considered as ethical entities? How to control these systems? The authors argue that we should not only analyze these problems, but also reflect on ethics itself. AI has the potential to change the way we live and work. But it is important to introduce restrictions and controls to guarantee our freedom, autonomy and fundamental human rights.

Dr. M.V. Dignum
Dr. Virginia Dignum is als Associate Professor verbonden aan de Faculteit voor Techniek, Bestuur en Management van de Technische Universiteit Delft.

Prof.dr. J. van den Hoven
Prof. dr. Jeroen van den Hoven is als hoogleraar Ethiek verbonden aan de Faculteit voor Techniek, Bestuur en Management van de Technische Universiteit Delft.

Ondermijnende aspecten van georganiseerde criminaliteit en de rol van de bovenwereld

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2016
Trefwoorden undermining, organized crime, corruption, white-collar crime, integrity
Auteurs Prof. dr. Emile Kolthoff en Dr. Sjaak Khonraad

    The concept of undermining or subversive crime seems to be linked undistinguishably to organized crime and both terms are sometimes used synonymously. Definitions of the phenomenon are sometimes based on its effects, while others have their focus on its manifestations. Discussion on the underlying causes is lacking. Regularly, activities that actually do not relate to undermining are labeled as such.
    This reflection critically examines and evaluates the concept of undermining. The central question is what has to be understood under the concept of undermining and, above all: what not? The phenomenon is further explored, with the aim of stimulating scientific debate and empirical research. The role of the government and other institutions in facilitating undermining is explicitly discussed as well as the possibilities to strengthen their resilience.

Prof. dr. Emile Kolthoff
Prof. dr. E.W. Kolthoff is hoogleraar criminologie aan de Open Universiteit en lector Veiligheid, Openbare Orde en Recht bij Avans Hogeschool in Den Bosch.

Dr. Sjaak Khonraad
Dr. J.L.H.T.M. Khonraad is lector Integrale Veiligheid bij Avans Hogeschool in Den Bosch.

    GHB is an anaesthetic that in Netherlands since the 1990s is used as a drug by various groups. Although GHB is often defined as a ‘party drug’, particularly in rural areas it is also used in street cultures. GHB is mainly used recreationally, but a minority uses the drug frequently and/or becomes addicted. GHB use and associated problems are disproportionately spread across the Netherlands and are concentrated in certain rural areas (‘trouble spots’), especially in low SES villages or neighbourhoods. Predominantly based on qualitative research, this article describes supply and use of GHB in rural ‘trouble spots’. The profile of experienced current GHB users in rural areas is characterized by a wide age range, a low level of education, often multiple psychosocial problems and poly drug use. They are almost exclusively ‘white’, in majority male users, of whom a large part has been arrested on several occasions. From a supply perspective, GHB could spread quickly because of the short distribution chain, the limited social distance between dealers and users, as well as the closeness an reticence of user groups. Even though as a drug GHB is very different from methamphetamine, there are striking similarities in set and setting characteristics between rural GHB use in the Netherlands and rural methamphetamine use in the US.

Dr. Ton Nabben
Dr. Ton Nabben is onderzoeker en docent op het Bonger Instituut voor Criminologie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is medeauteur van het jaarlijks verschijnende Antenneonderzoek naar trends in alcohol, tabak en drugs bij jonge Amsterdammers. In 2010 kwam zijn proefschrift uit over het gebruik van uitgaansdrugs in Amsterdam.

prof. dr. Dirk J. Korf
Prof. dr. Dirk J. Korf is bijzonder hoogleraar criminologie en directeur van het Bonger Instituut, Universiteit van Amsterdam.

Wat wordt er nu eigenlijk gezegd? Een verkennend onderzoek naar communicatiepatronen op het Darkweb

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Darkweb, zwarte markten / dark markets, online communicatie / online communication, contentanalyse / content analysis
Auteurs Tommy Van Remunt MSc en Dr. Johan Van Wilsem

    The continuous integration of the Internet in societal daily life leads to an array of new communication methods, including the Darkweb. This hidden form of the Internet (which enables much more anonymity due to several encryption techniques) seems to be used for a lot of criminal enterprise. Also in the planning phase of crimes, the Darkweb seems to play an important role. Nevertheless, research on this phenomenon is quite scarce. In the present study, a sample of 198 threads (i.e. discussion topics) was analyzed via a quantitative content analysis, after which an exploratory study was conducted to highlight patterns and structures of communications on the Darkweb. The results show that different types of Darkweb users (e.g. sellers, rookie users, etc.) vary clearly in their communication activities and the crimes that they communicate about (e.g. malware, drugs).

Tommy Van Remunt MSc
Tommy van Remunt MSc is werkzaam als onderzoeker aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Dr. Johan Van Wilsem
Dr. Johan van Wilsem is universitair hoofddocent Criminologie aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

You can talk the talk but can you walk the walk?

Niet-mededingingsrechtelijke nationale belemmerende maatregelen met betrekking tot fusies en buitenlandse investeringen en het recht van de Europese Unie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2015
Trefwoorden Fusies en buitenlandse investeringen, publieke belangen, bevoegdheidsverdeling nationaal-supranationaal
Auteurs Mr. P. Jansen

    Een nieuwe golf van economisch patriottisme doet de vraag rijzen in hoeverre het Unierecht een keurslijf vormt voor publieke belangen die, in het kader van fusies en buitenlandse investeringen, kunnen worden ingeroepen ter onttrekking van nationale regelingen aan de vrije mededinging. In dit artikel zal deze kwestie benaderd worden vanuit het perspectief van het internemarktrecht. Daarbij zal worden ingegaan op de vraag of – en zo ja, wanneer – lidstaten op grond van het Unierecht nationale mechanismen mogen instellen en/of toepassen.

Mr. P. Jansen
Mr. P. (Pim) Jansen is als wetenschappelijk onderzoeker verbonden aan het instituut Consument, Concurrentie en Markt van de Faculteit Rechtsgeleerdheid aan de KU Leuven, België.

Annie de Roo
Annie de Roo is hoofdredacteur van TMD, verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en mediator.

Eric Lancksweerdt
Eric Lancksweerdt is hoofddocent aan de universiteit Hasselt, praktijkassistent aan de universiteit Antwerpen en lid van de redactie van TMD.

MVO-gedragscodes, contracten en aansprakelijkheid: van goede bedoelingen naar het beperken van aansprakelijkheidsrisico’s

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Maatschappelijk verantwoord ondernemen, Gedragscodes, Aansprakelijkheid, Handelsketens, Multinationals
Auteurs Dr. A.L. Vytopil

Dr. A.L. Vytopil
Dr. A.L. Vytopil is als universitair docent werkzaam bij het Molengraaff Instituut van de Universiteit Utrecht en is redactiesecretaris van Contracteren. Zij promoveerde in 2015 op een proefschrift over dit onderwerp.

Nadia Fadil
Nadia Fadil is verbonden aan het Centrum Interculturalisme, Migratie en Minderheden van de KU Leuven.

Wetgevingsjuristen ten prooi aan New Political Governance?

Een inventarisatie (2002-2015)

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2015
Trefwoorden politisering, gedelegeerde regelgeving, rechtsstatelijkheid
Auteurs Dr. C.F. van den Berg en Mr. dr. G.S.A. Dijkstra

    De bijdrage richt zich op de vraag in hoeverre de rol en positie van de wetgevingsjuridische functie in het laatste decennium zijn veranderd, in het bijzonder of het werk van wetgevingsjuristen is gepolitiseerd. Politisering komt voor in drie vormen, namelijk in patronagebenoemingen, het versterken van de partijpolitieke grip op beleid en uitvoering en in New Political Governance. De auteurs concluderen voorlopig dat het werk van wetgevingsjuristen inderdaad is gepolitiseerd, waarbij een transitie heeft plaatsgevonden van de tweede vorm van politisering naar New Political Governance. Dit is met name zichtbaar doordat steeds meer gebruik wordt gemaakt van gedelegeerde wetgeving, waar wetgevingsjuristen van oudsher minder bemoeienis mee hebben. De politisering van hun werk leidt ertoe dat wetgevingsjuristen steeds minder in staat zijn om rechtsstatelijke waarden te waarborgen. De auteurs onderscheiden, in navolging van Van Lochem, vijf verschillende strategieën om hiermee om te gaan, maar er lijkt onder wetgevingsjuristen zelf geen consensus te zijn over wat nu de beste strategie is. De auteurs zijn van mening dat de democratische rechtsstaat moet worden versterkt om de toegenomen politieke spanning in het werk van wetgevingsjuristen te verlichten.

Dr. C.F. van den Berg
Dr. C.F. van den Berg is als universitair hoofddocent verbonden aan het Instituut Bestuurskunde van de Universiteit Leiden.

Mr. dr. G.S.A. Dijkstra
Mr. dr. G.S.A. Dijkstra is als universitair docent verbonden aan het Instituut Bestuurskunde van de Universiteit Leiden.

Onafhankelijkheid en regulerende bevoegdheden van markttoezichthouders in EU-perspectief

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2015
Trefwoorden legaliteitsbeginsel, onafhankelijk markttoezicht, zelfstandig bestuursorgaan
Auteurs Prof. dr. S. Lavrijssen

    In deze bijdrage staat de vraag centraal of en hoe Europese onafhankelijkheidsvereisten in overeenstemming zijn met het legaliteitsbeginsel en het democratiebeginsel, en of deze beginselen ook op een andere wijze kunnen of moeten worden ingevuld, gelet op de Europese ontwikkelingen inzake markttoezicht. De Europese eisen inzake de onafhankelijkheid van markttoezicht houden enerzijds in dat de toezichthouder onafhankelijk moet zijn en anderzijds dat de toezichthouder ook tot op zekere hoogte onafhankelijk moet zijn van de nationale politiek. Dit laatste element roept de vraag op of zich dat verdraagt met de Nederlandse invulling van het legaliteitsbeginsel, namelijk het primaat van de wetgever. Deze vraag wordt bevestigend beantwoord, omdat zowel het democratiebeginsel als het legaliteitsbeginsel ruimte laat voor een andere invulling dan de traditionele, mits wordt gewaarborgd dat burgers inspraak hebben en dat de autoriteit verantwoording schuldig is aan de rechter. Daarnaast nopen Europese ontwikkelingen bij markttoezicht ook tot een andere invulling.

Prof. dr. S. Lavrijssen
Prof. dr. S. Lavrijssen is hoogleraar consument en energierecht aan de Universiteit van Amsterdam en verbonden aan het Tilburg Law and Economics Center van Tilburg University.

Access_open John Braithwaite

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2015
Trefwoorden John Braithwaite, reintegrative shaming, responsive regulation, science of science
Auteurs Prof. dr. em. Lode Walgrave

    In this interview, Lode Walgrave talks to John Braithwaite, one of the most cited white collar crime scholars and best known for his ‘reintegrative shaming’, which added the crucial moral-emotional and ethical dimensions to the body of work on crime and crime control. John Braithwaite tells about his major publications and developments in his intellectual endeavour: the role of shaming and its importance in restorative justice, dominion, responsive regulation, and also his recent project on peacebuilding. Braithwaite’s career and political involvement are discussed throughout the interview, as well as his critical view with regards to the fragmentation of social sciences (including criminology).

Prof. dr. em. Lode Walgrave
Prof. dr. em. Lode Walgrave is emeritus professor aan de Katholieke Universiteit Leuven (België). Hij publiceerde vooral over jeugdcriminologie en herstelrecht. In 2008 ontving hij de European Criminology Award.

Regulation & governance-onderzoek in het rechtenonderwijs in Nederland

Stranger in a strange land?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2015
Trefwoorden onderwijs, wetgeving, regulering, governance, curriculum
Auteurs K. Van Aeken

    Het onderzoeksdomein regulering en governance groeit gestaag sinds 2007. Toch weerspiegelt dit succes zich niet in de curricula van de rechtenopleidingen in Nederland. De kloof tussen het onderzoek en het onderwijs inspireert tot dit artikel. Eerst wordt dit onderzoeksveld afgebakend ten opzichte van klassiek wetgevingsonderwijs en de zogenaamde leg-reg studies. Kenmerkend voor de regulering-en-governancebenadering is de erkenning van de rol van niet-statelijke actoren en niet-hiërarchische vormen van gezag, terwijl de klassieke rechtsstaat wijkt voor een administratieve, regulerende overheid. Dit perspectief is bij uitstek multidisciplinair en empirisch, en zou een verrijking betekenen voor de opleiding van de toekomstige jurist. Personele, perceptieve en institutionele factoren verklaren waarom de bevindingen uit het regulering-en-governanceonderzoeksveld maar beperkt doorsijpelen naar het rechtenonderwijs. Vooral de perceptie van het veld als niet-juridisch lijkt van groot belang te zijn. Een blijvende ondervertegenwoordiging in het onderwijs zou een gemiste kans zijn, temeer omdat de rechtswetenschappen een unieke bijdrage kunnen leveren aan de reguleringsstudies door de instrumenteel ingestelde sociale wetenschappers vertrouwd te maken met normatieve vraagstukken.

K. Van Aeken
Dr. K. Van Aeken is Assistant Professor aan de Tilburg Law School.

Tien jaar Verordening (EG) nr. 1/2003: een succesverhaal zonder meer?

Enkele bedenkingen bij de decentralisatie van de handhaving door Verordening (EG) nr. 1/2003

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2015
Trefwoorden Verordening (EG) nr. 1/2003, decentralisatie, evaluatie
Auteurs Laura Parret en Gerard van der Wal

    De auteurs bespreken enkele vernieuwingen van Verordening (EG) nr. 1/2003. In deze bijdrage concentreren zij zich op de decentralisatieaspecten: de invoering van de wettelijke uitzondering en de positie van de rechter enerzijds, en de mechanismen van samenwerking met nationale autoriteiten anderzijds. Bij de bespreking wordt geen exhaustief overzicht nagestreefd maar wordt een stand van zaken opgemaakt in het licht van de zorgen die bij de inwerkingtreding van de verordening werden geuit en de doelstellingen die destijds werden geformuleerd.

Laura Parret
Mr. L.Y.M. Parret is advocaat en partner bij Houthoff Buruma.

Gerard van der Wal
Mr. G. van der Wal is advocaat en partner bij Houthoff Buruma.

Europese bankenresolutie (SRM). Institutionele perspectieven

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden bankenunie, afwikkeling, resolutie, SRM, SSM
Auteurs G. ter Kuile LLM Dr.

    ‘Too Big to Fail’ banken waren een kostbaar probleem tijdens de crisis die in 2007 uitbrak. Een speciaal soort afwikkelingsrecht voor banken – ‘resolutierecht’ – bleek nodig om belastingbetalers voortaan te sparen. Met het oprichten van een gemeenschappelijk resolutiemechanisme stonden de EU-lidstaten voor een nieuwe uitdaging. Gemeenschappelijke regels, procedures en instellingen werden bij richtlijn en verordening geïntroduceerd, terwijl het resolutiefonds met een intergouvernementele overeenkomst werd bestendigd. Dit artikel bespreekt resolutie als concept, de verdragsgrondslag van de regelingen, de Single Resolution Board als agentschap en de Meroni-discussie, gedeelde bevoegdheden en significantiecriterium, interne en externe governance, het Resolutiefonds en ‘mutualisatie’, en rechtsbescherming. De hoop is uiteraard dat met een effectief Europees bankentoezicht het daadwerkelijk overgaan tot resolutie niet nodig is. Maar de voorbereiding op eventuele resoluties blijft vereist.
    Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 (SRM-Verordening of SRMR).
    Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012, van het Europees Parlement en de Raad (BRRD-richtlijn of BRRD).
    Overeenkomst betreffende de overdracht en mutualisatie van de bijdragen aan het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds, Brussel, 21 mei 2014, (8457/14), Trb. 2014, 146

G. ter Kuile LLM Dr.
Dr. G. (Gijsbert) ter Kuile, LLM, werkt als jurist bij De Nederlandsche Bank N.V. en schrijft dit artikel op persoonlijke titel. Zijn opvattingen kunnen niet worden toegeschreven aan DNB of het Europees Stelsel van Centrale Banken.

Wetsvoorstel Afwikkeling massaschade in een collectieve actie: ontbrekende schakel of brug te ver?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2015
Trefwoorden wetsvoorstel Afwikkeling massaschade, internetconsultatie, collectieve actie, strooischade, kritiek
Auteurs Mr. J.M.L. van Duin en Mr. R.S.I. Lawant

    In deze bijdrage wordt op hoofdlijnen (de belangrijkste kritiek op) het voorontwerp van het wetsvoorstel Afwikkeling massaschade in een collectieve actie besproken, dat op 7 juli 2014 in (internet)consultatie is gegeven. De collectieve schadevergoedingsactie is bedoeld als ontbrekende schakel (‘stok achter de deur’), maar de toegevoegde waarde hiervan is vooral zichtbaar in strooischadezaken. Met de voorgestelde procedure voor alle soorten schade is het voorontwerp een brug te ver, aldus de auteurs.

Mr. J.M.L. van Duin
Mw. mr. J.M.L. van Duin en Mw. mr. R.S.I. Lawant zijn beiden advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.

Mr. R.S.I. Lawant

Belgische consumenten-class action

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2015
Trefwoorden massaschade, class action, consumenten, België
Auteurs Dr. S. Voet

    De Belgische wet van 28 maart 2014 voegde in het Wetboek van economisch recht een rechtsvordering tot collectief herstel (of class action) in. Deze bijdrage bespreekt dit nieuwe instrument, dat enkel van toepassing is op consumenten-massaschade. Vooreerst komen de drie ontvankelijkheidsvoorwaarden aan bod: de rechtsvordering moet een inbreuk betreffen op één of meerdere Belgische of Europese consumentenwetten, zij moet worden ingesteld door een geschikte groepsvertegenwoordiger (die enkel een vereniging kan zijn) en de rechtsvordering tot collectief herstel moet doelmatig zijn. Vervolgens wordt het facultatieve opt-in- of opt-out-systeem besproken. Tot slot wordt dieper ingegaan op de vier fases van de procedure: de ontvankelijkheidsfase, een verplichte onderhandelingsfase, de eventuele gegrondheidsfase en de uitvoeringsfase.

Dr. S. Voet
Dr. S. Voet is postdoctoraal onderzoeker van het FWO-Vlaanderen, Instituut voor Procesrecht, Universiteit Gent.
Toont 21 - 40 van 91 gevonden teksten
« 1 2 4 5
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.