Zoekresultaat: 88 artikelen

x
Artikel

De kosten van de deelgeschilprocedure: enkele suggesties tot normering

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2017
Trefwoorden deelgeschilprocedure, normering, kosten, kostenbegroting, letsel- en overlijdensschade
Auteurs Mr. L. Boersma
SamenvattingAuteursinformatie

    De praktijk worstelt met de begroting van de omvang van de kosten van deelgeschilprocedures. Dit wordt veroorzaakt door het telkens invulling moeten geven aan de open norm van artikel 1019aa Rv jo. artikel 6:96 lid 2 BW: alleen kosten die ‘redelijk’ zijn, komen voor vergoeding in aanmerking. Een oplossing zou gelegen kunnen zijn in het normeren van deze kosten. In deze bijdrage wordt daartoe een drietal suggesties gedaan. Deze zijn ingegeven door een analyse van alle op www.rechtspraak.nl gepubliceerde uitspraken in deelgeschil sinds de invoering van de Wet deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade in 2010 tot 1 januari 2017.


Mr. L. Boersma
Mr. L. Boersma is werkzaam als wetenschappelijk medewerker bij PUNT Letselschade Advocaten. Per 1 april 2017 is zij als advocaat-stagiaire verbonden aan De Haan Advocaten & Notarissen.
Artikel

Materiële normering van personenschade

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2017
Trefwoorden normering, schadevergoeding, personenschade, letselschade, richtlijnen
Auteurs Mr. dr. J.E. van de Bunt
SamenvattingAuteursinformatie

    Materiële normering van personenschade is een belangrijk thema in het schadevergoedingsrecht. Normering van personenschade is te vinden in de wet, rechtspraak en in de richtlijnen van De Letselschade Raad. In deze bijdrage wordt zowel de theorie als de praktijk van deze vormen van normering onderzocht. Ook wordt een scenario voor de toekomst onderzocht.


Mr. dr. J.E. van de Bunt
Mr. dr. J.E. van de Bunt is zelfstandig onderzoeker te Den Haag en docent Moot Court aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Product recall: hoe te wapenen tegen schadelijke gevolgen van een terugroepactie?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2017
Trefwoorden product recall, verzekering, bereddingsplicht, bereddingskosten, NVWA
Auteurs Mr. L.F. Dröge en Mr. Y.A. Rampersad
SamenvattingAuteursinformatie

    Door strengere veiligheidsnormen en regelgeving neemt het aantal product recalls de laatste jaren toe. In deze bijdrage bespreken de auteurs de regelgeving rondom het terugroepen van onveilige levensmiddelen en de rol die de NVWA hierbij heeft. Tevens bespreken zij diverse praktische maatregelen ter voorkoming of beperking van schadelijke gevolgen van een product recall, waaronder de mogelijkheid tot het verzekeren hiervan.


Mr. L.F. Dröge
Mr. L.F. Dröge is advocaat bij Houthoff Buruma.

Mr. Y.A. Rampersad
Mr. Y.A. Rampersad is Professional Support Lawyer bij Houthoff Buruma.
Artikel

Kaderstellend programma van eisen Wkkgz-geschilleninstanties

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2016
Trefwoorden geschilleninstanties, Wet kwaliteit, klachten en geschillen in de zorg, uniformiteit en kwaliteit van geschilbeslechting, verbintenissenrecht
Auteurs Prof. mr. G. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Organisaties van en voor zorgaanbieders, aansprakelijkheidsverzekeraars en consumenten-, cliënten- en patiëntenorganisaties hebben in overleg een breed gedragen kaderstellend programma van eisen ontwikkeld voor de inrichting van geschilleninstanties op basis van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen in de zorg (Wkkgz). Deze bijdrage bevat de informatie uit het nieuwsbericht dat zij daarover op internet hebben gepubliceerd en het programma van eisen met de bijbehorende toelichting.


Prof. mr. G. de Groot
Prof. mr. G. (Dineke) de Groot is bijzonder hoogleraar Rechtspraak en conflictoplossing aan de Vrije Universiteit Amsterdam en tevens raadsheer in de Hoge Raad.
Artikel

Het wetsvoorstel affectieschade

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2016
Trefwoorden affectieschade, immateriële schade, claimcultuur, letselschade
Auteurs Mr. drs. M.J.J. de Ridder
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 20 juli 2015 heeft de Minister Van der Steur (Veiligheid en Justitie) een nieuw wetsvoorstel voor vergoeding van affectieschade bij de Tweede Kamer ingediend Het artikel bespreekt dit wetsvoorstel en de consequenties die dit wetsvoorstel voor het medische aansprakelijkheidsrecht heeft. Het huidige wettelijke kader wordt geschetst en vervolgens worden de bepalingen van het wetsvoorstel besproken en de consequenties daarvan voor het medische aansprakelijkheidsrecht.


Mr. drs. M.J.J. de Ridder
Michel de Ridder is advocaat/partner bij KBS Advocaten N.V. en lid van de redactie van dit tijdschrift.
Artikel

Vijf jaar deelgeschilprocedure – een evaluatie

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2015
Trefwoorden deelgeschilprocedure, onderzoeksrapport, deeltjesversneller in het recht, Wesselink, uniformiteit
Auteurs Mr. S.J. de Groot en Mr. J.E. van Oers
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs bespreken de belangrijkste bevindingen uit het onderzoeksrapport ‘Deeltjesversneller in het recht’ over de deelgeschilprocedure. Bekeken is of de bevindingen uit het rapport overeenkomen met de literatuur en verschenen rechtspraak in deelgeschilprocedures. In aanvulling daarop analyseerden zij de 65 gepubliceerde deelgeschiluitspraken over de periode na het door Wesselink uitgevoerde onderzoek. Besproken wordt of de door Wesselink geconstateerde ontwikkelingen zich ook in de rechtspraak na de onderzoeksperiode blijven doorzetten.


Mr. S.J. de Groot
Mr. S.J. de Groot is advocaat bij SAP Letselschade Advocaten te Amersfoort.

Mr. J.E. van Oers
Mr. J.E. van Oers is advocaat bij SAP Letselschade Advocaten te Amersfoort.
Praktijk

Kroniek rechtspraak civiel recht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden aansprakelijkheid, schending zorgplicht, schending toezichthoudende taken, integriteitsschade, smartengeld
Auteurs Mr. drs. M.J.J. de Ridder
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek worden in het kort de belangrijkste ontwikkelingen in de jurisprudentie besproken in de periode van 1 juni 2013 tot en met 1 juni 2015. Daarbij wordt eerst ingegaan op de diverse gronden waarop de aansprakelijkheid kan worden gebaseerd: schenden van de zorgplicht, ontoelaatbare gevaarzetting, onbevoegde uitoefening, schenden toezichthoudende taak/bijzondere zorgplicht, gebruik maken van een gebrekkige hulpzaak, niet nakomen protocol, het ontbreken van informed consent en bijzondere vormen van aansprakelijkheid. Voorts wordt ingegaan op het causaal verband en toerekening, in welk kader ook de ontwikkelingen op het gebied van de kansschade aan bod komen. Andere onderwerpen die in de kroniek worden besproken zijn: de omvang van de schadevergoedingen, onrechtmatige uitlatingen over de hulpverlener en het beroepsgeheim.


Mr. drs. M.J.J. de Ridder
Michel de Ridder is werkzaam als advocaat bij KBS Advocaten te Utrecht.
Artikel

Een nieuwe methode voor het berekenen van schade bij overlijden

Totstandkoming van de nieuwe rekenmethodiek in de Richtlijn Rekenmodel Overlijdensschade

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2015
Trefwoorden derving levensonderhoud, Notitie Denktank Overlijdensschade, Richtlijn Rekenmodel Overlijdensschade, De Letselschade Raad
Auteurs Mr. H.M. Storm
SamenvattingAuteursinformatie

    Samen met Jessica Laumen, initiatiefneemster en voorzitter van de Denktank Overlijdensschade, staat de auteur stil bij de totstandkoming van de Notitie Overlijdensschade van de Denktank en de inhoud daarvan. De Notitie bevat een nieuwe rekenmethodiek voor het vaststellen van overlijdensschade (derving levensonderhoud) en kwam na veel discussie en overleg met alle marktpartijen in de letselschadewereld en met behulp van onderzoek van het Nibud tot stand. Op deze nieuwe rekenmethodiek in de Notitie van de Denktank en het onderzoeksrapport van het Nibud is de nieuwe Richtlijn Rekenmodel Overlijdensschade van De Letselschade Raad gebaseerd. De inhoud van de richtlijn wordt besproken.


Mr. H.M. Storm
Mr. H.M. Storm was tot voor kort werkzaam als advocaat en belangenbehartiger in letsel- en overlijdensschade bij de ANWB Afdeling Rechtshulp; zij is lid van de werkgroep Normering van De Letselschade Raad.
Artikel

Internationale verkeersongevallen. Waarom niet alle wegen leiden naar Rome

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2014
Trefwoorden internationale verkeersongevallen, Haags Verkeersongevallenverdrag, Rome II-verordening, grensoverschrijdende verkeersongevallen, internationaal privaatrecht
Auteurs Mr. A.F. Collignon-Smit Sibinga
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij internationale verkeersongevallen in Europa wordt het toepasselijk recht bepaald aan de hand van ofwel het Haags Verkeersongevallenverdrag ofwel Rome II, afhankelijk in welk land een procedure wordt gestart. In deze bijdrage worden de verschillen tussen Rome II en het Haags Verkeersongevallenverdrag in kaart gebracht. De conclusie is dat toepassing van beide verdragen naast elkaar kan leiden tot toepassing van het recht van verschillende landen. Zolang beide verdragen naast elkaar van toepassing zijn, is sprake van een systeem dat complex en verwarrend is. Dit is in strijd met het doel van Rome II om binnen Europa eenheid en duidelijkheid te creëren.


Mr. A.F. Collignon-Smit Sibinga
Mw. mr. A.F. Collignon-Smit Sibinga is partner bij Legaltree en specialiseert zich in grensoverschrijdende aansprakelijkheid en letselschadezaken.
Artikel

Affectieschade en zorgschade; een (on)mogelijk duo?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Consultatievoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade, immateriële schade, vorderingsrecht van naasten en nabestaanden, vergoeding, zorgschade, affectieschade
Auteurs Mr. F.Th. Kremer
SamenvattingAuteursinformatie

    De wetgever is voornemens om vier veranderingen aan te brengen in het schadevergoedingsrecht, zo blijkt uit het Consultatievoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade. Eén daarvan heeft betrekking op de overgang van het recht op vergoeding voor immateriële schade (art. 6:106 BW), de andere drie veranderingen raken direct het vorderingsrecht van naasten en nabestaanden. In deze bijdrage geeft de auteur een reactie op het conceptwetsvoorstel vanuit de kant van verzekeraars.


Mr. F.Th. Kremer
Mr. F.Th. Kremer is directeur van de Stichting Personenschade Instituut van Verzekeraars (PIV).
Jurisprudentie

Hoger beroep van deelgeschillen beperkt mogelijk via doorbrekingsjurisprudentie

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2014
Trefwoorden hoger beroep deelgeschillen, doorbreking appèlverbod, toepasselijkheid doorbraakjurisprudentie, werkgeversaansprakelijkheid.
Auteurs mr. E. Pans
SamenvattingAuteursinformatie

    Al tijdens de parlementaire behandeling van de Wet deelgeschilprocedure werd duidelijk dat elke vraag die zich in een bodemprocedure kan voordoen in beginsel aan de deelgeschilrechter kan worden voorgelegd (mits de beslissing een vaststellingsovereenkomst over de gehele vordering naderbij kan brengen). Het is een gegeven dat ook complexe zaken of vorderingen met een groot belang aan de deelgeschilrechter kunnen worden voorgelegd en dat de deelgeschilrechter hierover ingrijpende uitspraken kan doen, zoals over de vestiging van aansprakelijkheid. Dit is in de rechtspraktijk ook al wel gebleken. Welke appèlmogelijkheden staan de in het ongelijk gestelde partij in dat geval tot haar beschikking, en zijn de in de rechtspraak ontwikkelde ‘doorbrekingsgronden’ van een wettelijk appèlverbod ook van toepassing op de deelgeschilprocedure? De Hoge Raad spreekt zich hierover uit in het hier besproken arrest van 18 april 2014 (ECLI:NL:HR:2014:943).


mr. E. Pans
Mr. E. Pans is advocaat bij Kennedy Van der Laan.

    Volgens het voorstel voor de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg zullen zorgaanbieders worden verplicht zich aan te sluiten bij een geschilleninstantie. Een voorbeeld van zo’n geschilleninstantie is de Geschillencommissie Zorginstellingen (GCZ). In dit artikel wordt een overzicht en analyse gegeven van de gepubliceerde jurisprudentie van de GCZ en haar voorgangster over de periode 1996–2013. De belangrijkste bevindingen worden tegen het licht gehouden en er wordt verkend wat een en ander betekent voor de komende klachtwet.


Mr. L.H.M.J. van de Laar
Lana van de Laar is jurist en thans bezig met de afronding van de opleiding Business Administration aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

prof. mr. J.C.J. Dute
Jos Dute is als hoogleraar gezondheidsrecht verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De schadeclaim van het slachtoffer van strafbare feiten; bruggenbouwer tussen twee rechtsgebieden?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Slachtoffer, voeging in het strafproces, civiele vordering, financiële afwikkeling, immateriële genoegdoening
Auteurs Mr. F.M. Ruitenbeek-Bart en Mr. A.J.J.G. Schijns
SamenvattingAuteursinformatie

    Zowel in het strafrecht als in het civiele letselschaderecht is (toenemende) aandacht voor de behoeften van slachtoffers. Bij beide categorieën slachtoffers leven zowel materiële als immateriële behoeften. Toch geven de beide disciplines op eigen wijze invulling aan deze behoeften. In deze bijdrage signaleren de auteurs overeenkomsten en verschillen in de benadering van het slachtoffer in het strafrecht en het civiele letselschaderecht en verkennen zij de mogelijkheden voor kruisbestuiving tussen de beide disciplines. Zij gaan onder andere in op de mogelijkheid om de civiele vordering van de benadeelde partij in het strafproces onder te brengen in een parallel civiel traject.


Mr. F.M. Ruitenbeek-Bart
Mr. F.M. Ruitenbeek-Bart is advocaat bij de sectie Cassatie van Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn en medewerker van dit tijdschrift.

Mr. A.J.J.G. Schijns
Mr. A.J.J.G. Schijns is advocaat bij de sectie Verzekeringen en Aansprakelijkheid van Kennedy Van der Laan en onderzoeker bij het Amsterdam Centre for Comprehensive Law van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Naar standaardisering van de kosten van de deelgeschilprocedure?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2014
Trefwoorden deelgeschilprocedure, buitengerechtelijke kosten, begroting, proceskosten, redelijkheidstoets, redelijke kosten, BGK, uurtarief, standaardisering, indicatietarieven
Auteurs I.D. Kerekes
SamenvattingAuteursinformatie

    De rechter dient per deelgeschil te beoordelen of en in hoeverre de kosten die een partij stelt te hebben gemaakt in het kader van de procedure als redelijk kunnen worden aangemerkt. In de praktijk blijkt het lastig te ontdekken wat onder ‘redelijke kosten’ dient te worden verstaan. Belangenbehartigers, verzekeraars en rechters hebben de behoefte geuit aan een handvat om de redelijkheid van de kosten te kunnen beoordelen en/of een betere inschatting te kunnen maken van het mogelijke kostenrisico. In de literatuur is betoogd dat standaardisering van de kosten in de deelgeschilprocedure tot meer transparantie en rechtszekerheid zal leiden. Met de evaluatie van de Wet deelgeschillen op komst lijkt dit een geschikt moment om het kostenprobleem en een aantal oplossingen die zijn aangedragen op een rij te zetten.


I.D. Kerekes
I.D. Kerekes is student-onderzoeker aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. De auteur dankt mr. A.J. Van en prof. mr. A.J. Akkermans voor de commentaren op eerdere versies. Voor het onderzoek is tevens dankbaar gebruik gemaakt van een door L.C. Hogeling samengesteld overzicht van uitspraken in deelgeschilprocedures.
Artikel

Bewijsvoering in de deelgeschilprocedure

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2014
Trefwoorden deelgeschil, deelgeschilprocedure, bewijsvoering, deskundigenbericht
Auteurs L.C. Hogeling
SamenvattingAuteursinformatie

    De deelgeschilprocedure bestaat sinds juli 2010. De sindsdien verschenen jurisprudentie geeft een wisselend beeld van het toepassingsbereik. Regelmatig wordt een verzoek afgewezen omdat het zich volgens de rechter niet leent voor behandeling in een deelgeschilprocedure. In een deel van die gevallen ligt de oorzaak voor de afwijzing in het feit dat tijdens de behandeling van het deelgeschil is gebleken dat nadere bewijsvoering nodig is om daarover te kunnen beslissen. De deelgeschilprocedure biedt daartoe slechts beperkt ruimte. In deze bijdrage zal, op basis van de jurisprudentie, worden getracht aan te geven waar de grenzen liggen van de mogelijkheden tot bewijsvoering in een deelgeschilprocedure.


L.C. Hogeling
L.C. Hogeling is student-onderzoeker bij het Amsterdam Centre for Comprehensive Law van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Fiscale opfrisser, een opmerkelijk vonnis en de rekenrente naar minder dan 2%

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2014
Trefwoorden fiscaliteit letselschade, verlies arbeidsvermogen, rekenrente
Auteurs Mr. R.M.J.T. van Dort
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel zet de auteur de fiscale beoordeling van schadevergoedingen bij letselschade uiteen aan de hand van rechtspraak en literatuur, de hoofdregels in dat kader, maar ook de uitzonderingen daarop. Tevens geeft hij zijn visie op een vonnis waarin de rechtbank naar zijn opvatting nogal opmerkelijk oordeelt over begroting van schade van een ondernemer en daarbij vergaand abstraheert van de feitelijke omstandigheden. Ten slotte bespreekt de auteur zijn visie op de rekenrente voor berekening van toekomstschade, die naar zijn mening op minder dan 2% dient te worden gesteld.


Mr. R.M.J.T. van Dort
Mr. R.M.J.T. van Dort is directeur van Van Dort Letselschade.
Artikel

Tussentijdse evaluatie deelgeschilprocedure

Verslag van de op 1 november 2013 door het Kenniscentrum Milieu en Gezondheid in samenwerking met de Expertgroep Letselschade en Studiecentrum Rechtspleging (SSR) georganiseerde themadag

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2014
Trefwoorden deelgeschilprocedure, evaluatie, themadag
Auteurs Mr. E.C. Huijsmans en Mr. H.A.W. Vermeulen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage doen de auteurs verslag van de op 1 november 2013 door het Kenniscentrum Milieu en Gezondheid in samenwerking met de Expertgroep Letselschade en Studiecentrum Rechtspleging (SSR) georganiseerde themadag. Tijdens deze themadag is door deelgeschilrechters en juridische ondersteuning zowel in werkgroepen als plenair gesproken over hun ervaringen met de deelgeschilprocedure. Uit de discussies komt pregnant naar voren dat deelgeschilrechters duidelijk invulling geven aan de regiefunctie, maar wat ter zitting in dat verband is besproken, blijkt vaak niet uit de beschikkingen. Bij de evaluatie van de wet zal hier ook aandacht voor moeten zijn.


Mr. E.C. Huijsmans
Mr. E.C. Huijsmans is stafjurist bij het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch en verbonden aan het Kenniscentrum.

Mr. H.A.W. Vermeulen
Mr. H.A.W. Vermeulen is senior raadsheer bij het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch en coördinator van het Kenniscentrum civiel.
Jurisprudentie

Over erfgenamen, nabestaanden, naasten en derden als direct gekwetsten

Rb. Zeeland-West-Brabant 30 januari 2013, ECLI:NL:RBZWB:2013:2618

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2013
Trefwoorden overlijdensschade, nabestaanden, erfgenaam, artikel 6:108 BW
Auteurs Mr. dr. R. Rijnhout
SamenvattingAuteursinformatie

    In overlijdensschadezaken wordt veelal geprocedeerd over schadevergoeding op grond van artikel 6:108 BW. Dit artikel biedt een grondslag voor nabestaanden om een vergoeding voor de kosten veroorzaakt door het verlies van levensonderhoud en de kosten van lijkbezorging te vorderen. In deze zaak hebben de eisers geen vordering ingediend als ‘nabestaanden’, maar als ‘directe schadelijders’ jegens wie ‘direct’ of ‘autonoom’ een (‘tweede’) onrechtmatige daad zou zijn gepleegd. Er wordt dus een bijzonder pad gekozen voor schadeverhaal. In deze noot wordt aandacht besteed aan het vorderingsrecht van respectievelijk de erfgenaam en de zus van de overledene.


Mr. dr. R. Rijnhout
Mr. dr. R. Rijnhout is universitair docent aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht, verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Naasten, fundamentele rechten en het Nederlandse limitatief en exclusief werkende artikel 6:108 BW: één probleem, twee perspectieven

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2013
Trefwoorden EVRM, recht op leven, schadevergoeding, overlijdensschade, nabestaanden
Auteurs Mr. dr. J.M. Emaus en Mr. dr. R. Rijnhout
SamenvattingAuteursinformatie

    Het recht onder het EVRM, zoals zich dat vormt in de rechtspraak van het EHRM, leidt tot inconsistenties in het Nederlandse schadevergoedingsrecht: een naaste van een persoon die slachtoffer is geworden van een schending van het recht op leven kan tegenwoordig immers alleen vergoeding van eigen immateriële schade vorderen als de schending is gepleegd door een overheidsorgaan. Deze inconsistentie verdient aandacht, maar men realisere zich dat we hier raken aan bredere problematiek. Wij menen daarom dat er in de discussie over de inconsistentie eerst aandacht moet zijn voor de bredere vragen: hoe werken fundamentele rechten door en welke derde verdient waarvan vergoeding? Centraal staan daarbij steeds de overkoepelende kernvragen: wie verdient rechtens een remedie en waarom?


Mr. dr. J.M. Emaus
Mr. dr. J.M. Emaus is docent en onderzoeker aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) en het Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe (RENFORCE).

Mr. dr. R. Rijnhout
Mr. dr. R. Rijnhout is universitair docent aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht, verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) en redacteur van dit tijdschrift.
Jurisprudentie

Eerste aanleg

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2013
Trefwoorden Eerste aanleg, Procesinnovatie, Efficiënte procesgang, KEI
Auteurs Mr. J. Ekelmans
SamenvattingAuteursinformatie

    In het artikel wordt de aanstaande wetgeving over het civiele procesrecht in eerste aanleg besproken, aandacht gegeven aan innovatieve initiatieven van de rechtbanken (sector civiel en kanton) voor de civiele rechtsgang in eerste aanleg en aangeduid hoe ook recente rechtspraak van de Hoge Raad een efficiënte rechtsgang in eerste aanleg bevordert.


Mr. J. Ekelmans
Mr. J. Ekelmans is advocaat bij Ekelmans & Meijer Advocaten te Den Haag.
Toont 21 - 40 van 88 gevonden teksten
« 1 2 4 5
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.