Zoekresultaat: 38 artikelen

x
Artikel

De Nederlandse privaatrechtswetenschap en de wetgever (1992-2012)

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2012
Trefwoorden Burgerlijk Wetboek, horizontale codificatie, sectorale wetgeving, privaatrecht, burgerlijk procesrecht
Auteurs Prof. dr. W.H. van Boom
SamenvattingAuteursinformatie

    In 1992 werd het nieuwe vermogensrecht gecodificeerd in het nieuwe BW. Dat was een hoogtijdag in de verhouding tussen wetgever en privaatrechtswetenschappers. Maar hoe is het daarna gegaan? Hebben academici een rol van betekenis behouden in het wetgevingsproces? Het beeld is gemengd, zo is de indruk van de auteur. Het privaatrecht is om verschillende redenen een minder belangrijk object van wetgeving geworden. Zo is een aantal rechtsgebieden functioneel afgescheiden geraakt en veelal gereguleerd in sectorale regelingen. Bovendien is de rol van academici in het wetgevingsproces wisselend gebleken – dat heeft te maken met de dynamiek van wetgeving, maar ook met de ambivalenties van het wetenschapsbedrijf. De invloed van de privaatrechtswetenschap op het huidige wetgevingsgebeuren is veelal zeer indirect, zeker waar het grootse academische vergezichten en voorstellen voor radicale veranderingen betreft.


Prof. dr. W.H. van Boom
Prof. dr. W.H. van Boom is hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en hoogleraar recht aan de Durham Law School in Engeland.
Artikel

Humor en mediation

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 3 2012
Trefwoorden humour, humour skills, humour style, effects of humour
Auteurs Cees Dietvorst
SamenvattingAuteursinformatie

    Humour adds to a successful mediation process. Humour creates energy. Intuitively it feels as the right thing to do because it tones down the positions in the conflict. Applying humour as a communication skill can smooth out the rough edges in the difficult phases of the dialogue.
    The paper starts out with a brief description of the communicative skills that can be used in the domain of humour. In the main body of the paper the author explains his view on the productive relationship between humour and mediation. The effectiveness of humour as communication skill depends on the degree to which the mediator is aware of her or his mediation style.
    The process and the result of the mediation as a whole depend upon a number of conditions: the quality of the communication, the symmetry in the context, a flexible goal orientation and putting issues into perspective. As a mediator one needs to be sure about one’s humour skills before applying them in a real life mediation.


Cees Dietvorst
Drs. Cees Dietvorst is adviseur/coach voor directeur-bestuurders en (leden van) raden van toezicht, voornamelijk in het onderwijsdomein. Hij heeft diverse publicaties op zijn naam staan op het gebied van organisatiecultuur, besturen van onderwijsorganisaties en humor(gebruik). E-mail: dietvorst@xs4all.nl
Artikel

Pionieren en formaliseren

De internationale vervlechting van het politiewerk

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2012
Trefwoorden European police cooperation, formalisation, institutionalisation, security entrepeneurs, international policework
Auteurs J. van Buuren
SamenvattingAuteursinformatie

    International police cooperation is characterised by sometimes conflicting dynamics between informal security entrepreneurship and formal institutionalisation and centralisation. In spite of claims in governance literature that states are losing their commanding heights due to internationalisation, experience shows that states are in fact able and willing to control and steer international police networks. Whether matching processes of politicisation and bureaucratisation conflict with operational effectiveness remains to be seen. Both in politics and science the institutional approach is dominant in describing, explaining and evaluating international police cooperation. This runs the risk of losing sight of the ‘logic of practicality’ that in reality is very important for innovations and developments regarding cross-border cooperation. In the logical of practicality, dimensions like intuition, creativity, trust and perseverance are more important than rules, policy preferences or organisational charts.


J. van Buuren
Drs. Jelle van Buuren is als promovendus en universitair docent verbonden aan het Instituut Bestuurskunde, Faculteit Campus Den Haag van de Universiteit Leiden.
Artikel

Tussen hoop en vrees

Toepassing van herstelrecht in het buitengerechtelijk spoor

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 1 2012
Trefwoorden restorative justice, criminal proceedings, diversion, subsidiarity, sanctions
Auteurs Renée Kool
SamenvattingAuteursinformatie

    Topical developments regarding the use of restorative justice in the Netherlands are discussed. Several initiatives have been taken, showing a genuine interest in the benefits of the use of restorative justice. However, there are underlying risks for a managerial use of restorative justice. Momentarily Dutch criminal justice policy features a shift towards settlement by the Public Prosecution, implying a use of restorative justice in the context of consensual settlement. However, there are no signs directing towards an intrinsic interest for the concept of restorative justice by the criminal justice authorities. Notwithstanding the legislator having started a fundamental revision of the Dutch Code of Penal Procedure, there are no intentions known to acknowledge restorative justice arrangements to be part of the regular penal procedures and sanctions. Nevertheless, incorporating the use of restorative justice arrangements requires a systematic implementation of restorative justice arrangements.


Renée Kool
Renée Kool is hoofddocent straf(proces)recht, verbonden aan het Willem Pompe Instituut van de juridische faculteit, Universiteit Utrecht.
Discussie

Bacon en de idolen van de wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2011
Trefwoorden instrumentalisme, persoon van de wetgever, juridische fictie, autopoiese
Auteurs Prof. dr. W.J. Witteveen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze vijftigste bijdrage van de auteur aan de Nomoi-rubriek keert hij terug tot de staatsman, wetenschapper en schrijver Francis Bacon. In zijn eerste bijdrage aan Nomoi had deze auteur centraal gestaan, vanwege zijn verhandeling over de kunst van het wetgeven. Nu komt een ander werk van Bacon aan de orde, zijn wetenschapstheoretische geschrift The new organon uit 1620. Daarin schetst Bacon vier soorten idolen of illusies die kennisvorming belemmeren. Naar analogie van deze vier idolen onderscheidt Witteveen vier idolen van de wetgever: eenzijdig instrumentalisme, overschatting van de eigen rol als deelnemer aan het wetgevingsproces, problemen met het ontwerpen van juridische terminologie en verzelfstandigen van het rechtssysteem ten opzichte van de maatschappelijke werkelijkheid. Als deze vier idolen gezamenlijk aanwezig zijn, zoals bij de controverse over het onverdoofd ritueel slachten, is het voor een wetgever zaak de idolen te herformuleren als open vragen die hem voor een verkeerde oordeelsvorming kunnen behoeden.


Prof. dr. W.J. Witteveen
Prof. dr. W.J. Witteveen is hoogleraar rechtstheorie en retorica aan de Universiteit van Tilburg. w.j.witteveen@uvt.nl

Meike Bokhorst
Meike Bokhorst is onderzoeker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, waar ze werkt aan een adviesrapport over toezicht. Daarnaast is ze als onderzoeker verbonden aan de Universiteit van Tilburg, waar ze werkt aan een bestuurskundig proefschrift over legitimiteit van regelgeving. Hiervoor heeft zij gewerkt als onderzoeker bij de Algemene Rekenkamer en als programmasecretaris Bruikbare rechtsorde op de Directie Wetgeving van het ministerie van Justitie. Meike Bokhorst studeerde filosofie en journalistiek in Groningen en politicologie aan de Campus Den Haag van de Universiteit Leiden.
Artikel

Politieke rationaliteit in het wetgevingsproces

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2011
Trefwoorden politieke rationaliteit, wetgevingsproces, juridische rationaliteit, economische doelmatigheid, wetenschappelijke effectiviteit
Auteurs D.P. van den Bosch
SamenvattingAuteursinformatie

    Een nieuw kabinet vraagt om nieuwe wetten. Het regeerakkoord zal zeker, zoals regeerakkoorden nu eenmaal plegen te doen, leiden tot nieuwe wetgevende arbeid. Maar niet alleen de kabinetsvoornemens doen dat. Beleidsterreinen hebben ook een eigen dynamiek die om actie vraagt. Het recht ordent de samenleving, maar het verkeer in de samenleving kan ook tot nieuwe rechtsverhoudingen leiden. Beleid komt tot stand aan de hand van ideeën en impulsen die afkomstig zijn uit de samenleving, of uit de behoefte van beleidsmakers en politici om zaken bij te sturen. Snellen heeft ons geleerd dat dat beleid tot stand komt aan de hand van verschillende rationaliteiten, de politieke opportuniteit, de economische doelmatigheid, de wetenschappelijke effectiviteit en de juridische rationaliteit. De vraag is, in hoeverre de politieke en de juridische rationaliteit randvoorwaarden voor elkaar zijn en of de rivaliteit tussen deze rationaliteiten, ook als er geen sprake is van ‘systematische overschrijding’ en ‘rampen of wantoestanden’, maatschappelijk gezien niet leidt tot suboptimale uitkomsten. Aan de hand van enkele recente voorbeelden wordt getracht te beredeneren hoe de juridische en de politieke rationaliteit in het wetgevingsproces zich tot elkaar verhouden en wat dat betekent voor de totstandkoming van de wetgeving.


D.P. van den Bosch
D.P. van den Bosch is raadsadviseur bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninksrijksrelaties. Dick.Bosch@minbzk.nl
Artikel

Efficiëntie in het kwadraat

Over de lotgevallen van de kleine strafzaak na invoering van de strafbeschikking en het verlofstelsel

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2010
Trefwoorden strafbeschikking, verlofstelsel, decriminalisering, efficiëntie in het strafproces
Auteurs Mr. dr. Jan Crijns
SamenvattingAuteursinformatie

    Recently, the punishment order by the prosecutor (article 257a Code of Criminal Procedure) and the leave to appeal system (article 410a Code of Criminal Procedure) have been adopted in Dutch criminal procedural law. Both legal measures have major consequences for the way in which minor criminal offences are dealt with. Viewing both these efficiency-promoting measures from their mutual interconnection, the question rises whether, in the settlement of these minor offences, a full process that actually does justice to all interests involved, may still be spoken of. It is suggested in this contribution that this question requires a more subtanstial revision and reassessment of the enforcement system with regards to minor offences, whereby decriminalisation may also play a pertinent role.


Mr. dr. Jan Crijns
Jan Crijns is universitair docent bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden en tevens rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Haarlem.
Casus

De kracht van ‘juridische impact assessments’

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Verenigd Koninkrijk, IAK, impact assessment
Auteurs Mr. dr. A.C.M. Meuwese
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage past de bevindingen van de Britse bestuurskundige Page over de rol van de Office of the Parliamentary Counsel (OPC) in het Verenigd Koninkrijk in het wetgevingskwaliteitsbeleid aldaar toe op de Nederlandse proef met een integraal afwegingskaderbeleid en regelgeving (IAK). Hoe kunnen economische rationaliteit en juridisch inzicht het beste gecombineerd worden om tot betere wetgeving te komen? Misschien is een rol weggelegd voor ‘juridische impact assessments’, die bestaan uit het inschatten van juridische obstakels, maar wel op een creatievere manier dan alleen een legalistische beoordeling, en die juist door hun juridische aard behoorlijk invloedrijk kunnen zijn en ook aan inhoudelijke kernpunten van het beleid kunnen raken.


Mr. dr. A.C.M. Meuwese
Mr. dr. A.C.M. Meuwese is universitair hoofddocent Staats- en bestuursrecht aan de Universiteit van Tilburg. Anne.Meuwese@uvt.nl
Artikel

Een blik op herstelbemiddeling vanuit een sociaal werk-perspectief

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 1 2010
Trefwoorden sociaal werk, herstelbemiddeling, emancipatie, responsabilisering
Auteurs Lieve Bradt
SamenvattingAuteursinformatie

    The author reports on the doctorate research that she presented in 2009. Restorative practices have not often been researched as a praxis of social work, on the interface between giving help and administering justice. The author situates restorative mediation as a form of social work on the threshold between the private and the public, a threshold that she considers to be of a social nature.Restorative mediation as social work should contribute to values such as human dignity and social justice. The author observed and studied restorative mediation in adult on the one hand and juvenile criminal cases on the other (in Flanders, Belgium) and found that these practices differ widely.Although in both kind of practices responsibility and restoration are central concepts, their meanings differ fundamentally: in youth cases the offer of restorative mediation departs from a critical pedagogy oriented at emancipation, holding on to protective arrangements at the same time. Societal developments changed the image of youngsters from victims of society into risks for society and this may have implied that social problems around criminality are now also by mediation transformed into individual problems for which juveniles should be held accountable.In adult criminal cases the approach was initially much more on civic responsibility for the harm done to victims and since mediation was only offered in serious cases the courts always had their say too.Reflecting upon her research the author questions whether dominant social norms can be and still are challenged in the praxis of mediation. Restorative mediation has become incorporated into the existing institutional arrangements relevant to juveniles and adults: with juvenile cases the logic of prevention seems to become dominant. The practices seem to become exercises in taking responsibility within the traditional normative framework. On the threshold between the private and the public restorative practices, with their self-image of being a more humane form of law enforcement, run the risk of becoming blind for the potential effect of criminalization of their clients.


Lieve Bradt
Lieve Bradt is als sociaal-agoog verbonden aan de Universiteit van Gent. Zij is in 2009 gepromoveerd op haar proefschrift met de titel Victim-offender mediation as social work practice. A comparison between mediation for Young and adult offenders in Flanders.
Titel

Naar een criminologie van het lichaam? Over angst, het nemen van risico's, belevingen en identiteit

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 05 2006
Trefwoorden Georganiseerde misdaad, Criminele organisatie, Geweld, Identiteit, Risico, Drug, Illegaal, Legaliteit, Verbod, Computerprogramma
Auteurs Van Calster, P.

Van Calster, P.
Boekbespreking

Over wetgeving: principes, paradoxen en praktische beschouwingen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 05 2008
Trefwoorden Wetgeving, Auteur, Algemeen verbindend voorschrift, Beleidsregel, Opzet, Bestuurder, Democratie, Navolging, Raad van state, Aanwijzing
Auteurs Eijlander, Ph.

Eijlander, Ph.
Titel

De Aanwijzingen voor decentrale regelgeving: theorie of praktijk?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 02 2006
Trefwoorden Gemeente, Wetgeving, Aanwijzing, Handhaving, Kwaliteit, Vereniging, Provincie, Aansprakelijkheid, Ministerie van binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties, Ministerie van justitie
Auteurs Loeber, L.H.M.

Loeber, L.H.M.
Boekbespreking

Afdalen in de Vlaamse bemiddelingswereld: Jaarverslag Suggnomè 2006

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 03 2007
Trefwoorden Bemiddeling, Slachtoffer, Bemiddelaar, Arrondissement, Delinquent, Minister van justitie, Ministerie van justitie, Overeenkomst, Strafvordering, Vereniging
Auteurs Aertsen, I.

Aertsen, I.
Boekbespreking

Gratierecht in de zestiende eeuw in brede context

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 01 2005
Trefwoorden Verzoening, Delinquent, Doodslag, Slachtoffer, Voorwaarde, Noodweer, Schuld, Strafbaar feit, Auteur, Gewoonterecht
Auteurs Christiaensen, S.

Christiaensen, S.
Redactioneel

Vertrouwen in wetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2009
Trefwoorden beleidsneutraliteit, lerende wetgever, padafhankelijkheid, tegendenken, vertrouwensparadox
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    Rob van Gestel leidt het themanummer ‘Vertrouwen in wetgeving’ in. In zijn bijdrage beperkt hij zich tot: (a) een bespreking van de keuze voor het centrale begrip ‘vertrouwen’ in de nota, (b) de vraag in hoeverre de nota iets nieuws bevat, en (c) wat als het richtinggevende perspectief kan worden gezien dat uit de nota voortspruit voor de toekomst van de nationale wetgever. Zijn conclusie luidt dat er met name op het punt van de vermindering van regeldruk weinig nieuws te verwachten is, omdat de voorgestelde aanpak te instrumentalistisch is en invloed van de politiek te veel buiten beschouwing wordt gelaten.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. van Gestel is hoogleraar Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit van Tilburg. r.a.j.vangestel@uvt.nl
Artikel

Over uitvoerbaarheid en spontane naleving van het IAK

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2009
Trefwoorden Vertrouwen in wetgeving, integraal afwegingskader, Tafel van Elf, U&H-toets, uitvoeringstoets
Auteurs Mr. drs. P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    In de nota Vertrouwen in wetgeving kondigt de minister van Justitie de komst aan van het integrale afwegingskader (IAK). Een onderdeel van het IAK is de uitvoeringstoets. In deze bijdrage wordt het IAK zelf onderworpen aan de uitvoeringstoets. Uit deze uitvoeringstoets blijkt dat de kans op spontane naleving van het IAK nogal gering is. Maar wellicht is er te weinig rekening gehouden met de nieuwe werkelijkheid die met de invoering van het IAK mogelijk zal gaan bestaan. Die nieuwe werkelijkheid zou, bijvoorbeeld, kunnen ontstaan wanneer het IAK de beleids- en wetgevingsnormering niet alleen meer toegankelijk en hanteerbaar maakt, maar ook meer verplichtend.


Mr. drs. P.J.P.M. van Lochem
Mr. drs. P.J.P.M. van Lochem is rector van de Academie voor Wetgeving. p.vanlochem@acwet.nl
Artikel

Nota Vertrouwen in wetgeving: vertrouwen in wie?

Enkele inzichten uit de empirie ten behoeve van een effectiever wetgevingskwaliteitsbeleid

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2009
Trefwoorden communicatie, consensusbeginsel, rationaliteiten, rationele-actorinstitutionalisme, sociologisch institutionalisme
Auteurs Mevrouw mr. dr. W.S.R. Stoter
SamenvattingAuteursinformatie

    Suzan Stoter claimt in haar bijdrage dat de makers van Vertrouwen in wetgeving van een achterhaald beeld van de wetgever uitgaan en te veel blijven hangen op het veilige institutionele niveau, zoals de rol van de minister van Justitie, de betekenis van wetgevingstoetsen, systematische wetsevaluaties enzovoort. Te weinig zou rekening worden gehouden met de verschillende rationaliteiten die het wetgevingsproces beheersen. Maatregelen gericht op de verbetering van de kwaliteit van wetgeving zouden meer rekening moeten houden met de maatschappelijke context en beter moeten worden afgestemd met degenen die ze moeten uitvoeren, opdat ze ook op operationeel niveau effect sorteren.


Mevrouw mr. dr. W.S.R. Stoter
Mevrouw mr. dr. W.S.R. Stoter is als universitair hoofddocent staats- en bestuursrecht verbonden aan de Erasmus Universiteit en aan de TU Delft. Ze is tevens directeur van het Centre for Law and Innovation (een samenwerkingsverband van de EUR en de TU Delft). stoter@frg.eur.nl
Toont 21 - 38 van 38 gevonden teksten
« 1 2 »
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.