Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 370 artikelen

x
Artikel

De Hoge Raad over Wwz-aangelegenheden tot dusver

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Wwz, Hoge Raad, Overzicht, Ontslag, Advocaat-Generaal
Auteurs De redactie
Samenvatting


De redactie
Artikel

Het verlofstelsel in hoger beroep is dood, leve het verlofstelsel

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden verlofstelsel, hoger beroep, grievenstelsel, artikel 410a Sv artikel 14 lid 5 IVBPR, artikel 2 Zevende Protocol EVRM, artikel 6 EVRM
Auteurs Mr. dr. G. Pesselse
SamenvattingAuteursinformatie

    Dat het verlofstelsel van artikel 410a Sv wordt afgeschaft, is zo goed als zeker. Vrijwel niemand zal er rouwig om zijn. Met de afschaffing van het verlofstelsel in hoger beroep verdwijnt het fenomeen verlofstelsels in het algemeen echter niet van het toneel. Sterker nog, het in de modernisering voorgestelde gematigde grievenstelsel in hoger beroep draagt de kiemen voor een nieuw verlofstelsel in zich. De vraag is: moet het conceptwetsvoorstel voor Boek 5 van het Wetboek van Strafvordering over rechtsmiddelen worden aangevuld met een nieuw verlofstelsel, nu wél behoorlijk vormgegeven?


Mr. dr. G. Pesselse
Mr. dr. G. (Geert) Pesselse is wetenschappelijk medewerker bij de afdeling strafrecht van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch en research fellow bij het Onderzoekscentrum voor Staat en Recht (SteR), Radboud Universiteit Nijmegen. De auteur promoveerde op 16 februari 2018 in Nijmegen op een proefschrift getiteld ‘Verlofstelsels in strafzaken’, waarnaar in dit artikel veelvuldig wordt verwezen.
Artikel

Het toezicht op de strafvorderlijke overheid: een modern artikel 359a Sv?

Tijdschrift Tijdschrift Modernisering Strafvordering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden strafprocesrecht, modernisering Wetboek van Strafvordering, vormverzuimen, onrechtmatig handelen politie, artikel 359a Sv
Auteurs Mr. M. Samadi
SamenvattingAuteursinformatie

    In het kader van de modernisering van het Wetboek van Strafvordering heeft de wetgever zich ook gewaagd aan het veelbesproken thema van vormverzuimen en de strafprocessuele gevolgen van onrechtmatig strafvorderlijk overheidsoptreden. Deze bijdrage geeft een globale uiteenzetting van de voorgestelde wijzigingen van artikel 359a Sv en bespreekt deze wijzigingen in het licht van de in de literatuur geconstateerde problemen inzake de rechterlijke controle op vormverzuimen.


Mr. M. Samadi
Mr. M. Samadi is als promovendus werkzaam bij het Instituut voor Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Leiden. Zij doet onderzoek naar de normering van het strafvorderlijk handelen van de overheid en de wijze waarop wordt toegezien op de naleving van die normen.
Artikel

Kroniek Aansprakelijkheidsrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 6 2018
Auteurs Caspar Janssens, Petra Chao en Vincent Hofman

Caspar Janssens

Petra Chao

Vincent Hofman

Mr. J. de Boer
Mr. J. de Boer is lid van het Gemeenschappelijk Hof.
Artikel

Zorgbehoefte als schade

Civiele aansprakelijkheid voor zorgschade in relatie tot het publieke zorgaanbod

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2018
Auteurs Mr. M. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie


Mr. M. de Groot
Mr. M. (Melissa) de Groot is als wetenschappelijk docent verbonden aan de sectie Burgerlijk recht (Erasmus School of Law). Zij dankt prof. mr. S.D. Lindenbergh voor waardevolle suggesties bij eerdere versies.
Peer-reviewed artikel

Nieuwe bevoegdheden van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd in oprichting

Adequate rechtsbescherming voor zorgaanbieders gewaarborgd?

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd i.o., toezicht, actieve openbaarmaking van inspectiegegevens, aanwijzingsbevoegdheid, rechtsbescherming
Auteurs Ton Duijkersloot, Alina Koelewijn en Karen Top
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de nieuwe aanwijzingsbevoegdheid van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd i.o. ten aanzien van de organisatiestructuur van zorgaanbieders op grond van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen in de zorg en op de wettelijke grondslag die is gecreëerd in de Gezondheidswet voor het actief openbaar maken van bepaalde toezichtgegevens door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd i.o. Is bij deze nieuwe bevoegdheden de rechtsbescherming van zorgaanbieders door de bestuursrechter op adequate wijze gewaarborgd? Zijn in het bijzonder de waarborgen van de artikelen 6 en 8 EVRM gerespecteerd? Naar het oordeel van de auteurs kan dit worden betwijfeld en ligt hier een taak voor de wetgever.


Ton Duijkersloot
Mr. dr. A.P.W. Duijkersloot is universitair docent staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht en daar als onderzoeker verbonden aan The Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe (Renforce).

Alina Koelewijn
Mr. A. Koelewijn is werkzaam als jurist bij de Raad van State.

Karen Top
Mr. C.G. Top is afgestudeerd voor de master Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht en volgt thans de master Strafrecht aan de VU.
Staatssteun

Market economy operator: de economische ratio van een crediteurenakkoord is bepalend

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden staatssteun, criterium van de marktdeelnemer in een markteconomie, insolventie, crediteurenakkoord, onderzoekverplichtingen van de Europese Commissie
Auteurs Mr. D. Ninck Blok en Mr. G. Van der Wal
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie en het Gerecht hebben in hun arresten in de langlopende zaak Frucona Košice voor de toepasselijkheid en toepassing door de Commissie van het beginsel van de marktdeelnemer in een markteconomie (‘market economy operator’ (MEOP)) duidelijke regels vastgesteld. Het arrest Frucona Košice zet de lijn van eerdere jurisprudentie verder door een objectieve economische toets van de transactie bij de beoordeling van het voordeelcriterium centraal te stellen. De subjectieve gedragingen of bewustheid van de overheidsinstanties zijn daarbij ondergeschikt.
    HvJ 20 september 2017, zaak C-300/16 P, Europese Commissie/Frucona Košice, ECLI:EU:C:2017:706.


Mr. D. Ninck Blok
Mr. D. (Doortje) Ninck Blok is werkzaam als advocaat Europees en mededingingsrecht bij Windt Le Grand Leeuwenburgh te Rotterdam.

Mr. G. Van der Wal
Mr. G. (Gerard) van der Wal is werkzaam als advocaat Europees en mededingingsrecht bij Windt Le Grand Leeuwenburgh te Rotterdam.
Artikel

De gevolgen van het arrest ‘Visser Vastgoed’ op de ruimtelijke regulering van kleinhandelsactiviteiten in het Vlaamse Gewest

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Dienstenrichtlijn, Europees recht, Vlaams recht, Handelsvestigingsbeleid, bestemmingsplanM
Auteurs Mr. I. (Isabelle) Larmuseau en Mr. M. (Matthias) Strubbe
SamenvattingAuteursinformatie

    Auteurs geven aan dat de ruimtelijke regulering van kleinhandelsactiviteiten in het Vlaamse Gewest twee niveaus kent: (1) het vergunningenniveau, hetgeen betekent dat voor het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten, boven bepaalde drempels, een omgevingsvergunning is vereist; (2) het ruimtelijk planniveau, hetgeen betekent dat ruimtelijke ordeningsplannen beperkingen op kleinhandel kunnen bevatten om ruimtelijke redenen of met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van het integraal handelsvestigingsbeleid. Zij gaan in op het Decreet van 15 juli 2016 betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid en op de mogelijke gevolgen van het Hofarrest voor Vlaamse besluitvorming ten aanzien van plannen en vergunningen.


Mr. I. (Isabelle) Larmuseau
Mr. I. Larmuseau is verbonden aan LDR-Advocaten in Omgevingsrecht in Gent/Brugge. Zij is tevens docent omgevingsrecht aan de KU Leuven en voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Omgevingsrecht.

Mr. M. (Matthias) Strubbe
Mr. M. Strubbe is verbonden aan LDR-Advocaten in Omgevingsrecht in Gent/Brugge.
Artikel

Het gebiedsverbod als wapen tegen verspreiding van jihadistisch gedachtegoed

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2018
Trefwoorden freedom of movement, religion and expression, counterterrorist measure, system of restrictions on fundamental rights, constitutional censorship prohibition
Auteurs Prof. mr. dr. Jan Brouwer en Prof. mr. Jon Schilder
SamenvattingAuteursinformatie

    In mid-August 2017, the Minister of Justice and Security prohibited the controversial preacher Jneid from exhibiting in the vicinity of ‘his’ bookshop, annex mosque in the Schilderswijk in The Hague. By means of this ban, the minister wanted to prevent Jneid from carrying out his ‘intolerant’ message any longer in an environment where many young people are susceptible to radicalization. The Temporary Act on Counterterrorism was supposed to provide an adequate basis for such a ban. This article argues that a measure restricting the freedom of movement with the aim of preventing someone from conveying his message is against the constitutional prohibition of censorship and may therefore not be imposed.


Prof. mr. dr. Jan Brouwer
Prof. mr. dr. J.G. Brouwer is hoogleraar-directeur van het Centrum voor Openbare Orde en Veiligheid van de Rijksuniversiteit Groningen.

Prof. mr. Jon Schilder
Prof. mr. A.E. Schilder is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Praktijk

Het conceptwetsvoorstel ‘Wet homologatie onderhands akkoord ter voorkoming van faillissement’

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2018
Trefwoorden sanering van de kosten van wederkerige overeenkomsten, WHOA, hypothetisch faillissement, liquidatiewaarde versus going concern-waarde, ongelijke behandeling van schuldeisers
Auteurs Mr. B.S.J.M. van Gangelen en Mr. G.H Gispen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage gaan de auteurs aan de hand van een concrete casus in op het conceptwetsvoorstel ‘Wet homologatie onderhands akkoord ter voorkoming van faillissement’ (hierna: de WHOA). De auteurs staan stil bij een aantal materiële criteria waaraan het akkoord volgens de regels van de WHOA dient te voldoen en plaatsen daarbij enkele kanttekeningen. De auteurs concluderen dat de WHOA de schuldenaar – en soms ook de schuldeisers – een flexibel maar potentieel vérstrekkend instrument in handen geeft om met enige mate van precisie zijn bovenmatige kosten en schulden te saneren buiten surseance en faillissement.


Mr. B.S.J.M. van Gangelen
Mr. B.S.J.M. (Barbara) van Gangelen is advocaat bij Houthoff in Amsterdam respectievelijk Rotterdam.

Mr. G.H Gispen
Mr. G.H. (Gerhard) Gispen is advocaat bij Houthoff in Amsterdam respectievelijk Rotterdam.
Artikel

Schade begroten met plussen en minnen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2018
Trefwoorden schadebeperkingsplicht, eigen schuld, voordeelstoerekening, voordeelsverrekening
Auteurs Mr. J.B.R. Regouw
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de hand van rechtspraak van de Hoge Raad wordt besproken hoe de rechtsfigurent schadebegroting, schadebeperkingsplicht (eigen schuld) en voordeelstoerekening met elkaar samenhangen. De auteur betoogt dat zowel benutte als onbenutte vrijgekomen verdiencapaciteit relevant is voor de omvang van de vergoedbare schade bij onrechtmatige daad of wanprestatie.


Mr. J.B.R. Regouw
Mr. J.B.R. Regouw is advocaat bij Clifford Chance te Amsterdam.
Artikel

De naleving van wetstechnische aanwijzingen bij ministeriële regelingen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden wetgevingstechniek, Aanwijzingen voor de regelgeving, ministeriële regelingen
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage doet de auteur verslag van zijn onderzoek naar de wetstechnische kwaliteit van 28 ministeriële regelingen die in november en december 2017 in de Staatscourant verschenen. Bekeken is in hoeverre deze regelingen afwijkingen bevatten van de wetstechnische aanwijzingen uit de Aanwijzingen voor de regelgeving zoals die vóór 1 januari 2018 golden. Over het geheel genomen lijkt de wetstechnische kwaliteit van ministeriële regelingen te zijn verbeterd ten opzichte van de bevindingen uit eerdere onderzoeken uit 2002 en 2004. Het aantal onvolkomenheden is uiteindelijk immers tamelijk gering en geringer dan bij de eerdere onderzoeken. Nog steeds zijn er echter tamelijk veel onvolkomenheden in het opschrift en het slotformulier. Ook de terminologie ‘bedoeld’ en ‘als bedoeld’ en bijlagen verdienen de aandacht. Opvallend is verder dat de verplichting om in de toelichting melding te maken van het afwijken van de vaste verandermomenten of van de minimuminvoeringstermijn vaak niet wordt nageleefd.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. (Tim) Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Boekbespreking

De deelgeschilprocedure

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2017
Auteurs Mr. dr. Rogier Hartendorp
Auteursinformatie

Mr. dr. Rogier Hartendorp
Rogier Hartendorp is rechter in de Rechtbank Den Haag, team Handel. Hij publiceert en doceert over rechterlijke oordeelsvorming en rechtspleging.
Artikel

Rechtsgeldigheid van het relocatiebesluit en de betekenis van het solidariteitsbeginsel in het EU-asielbeleid

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9-10 2017
Trefwoorden migratiecrisis, relocatie of herplaatsing van asielzoekers, naleving non-discriminatiebeginsel, inbreukprocedure, solidariteitsbeginsel
Auteurs Dr. mr. E.R. Brouwer
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 6 september 2017 verwierp het Hof van Justitie het beroep van Hongarije en Slowakije tot nietigverklaring van het Raadsbesluit van 22 september 2015. In dit besluit werd een door de Europese Commissie voorgesteld schema vastgesteld voor de relocatie of herplaatsing van asielzoekers vanuit Griekenland en Italië naar andere lidstaten van de Unie. Het Hof van Justitie verwerpt alle argumenten van de twee lidstaten waarmee de rechtsgeldigheid van het besluit werd betwist. In de uitspraak bevestigt het Hof van Justitie niet alleen de geldigheid van het relocatiebesluit met een beroep op het solidariteitsbeginsel, maar onderstreept ook het belang van een effectief rechtsmiddel tegen een herplaatsingsbesluit en de naleving van het non-discriminatiebeginsel.
    HvJ 6 september 2017, gevoegde zaken C-643/15 en C-647/15, Slowaakse Republiek en Hongarije/Raad van de Europese Unie, ECLI:EU:C:2017:631


Dr. mr. E.R. Brouwer
Dr. mr. E.R. (Evelien) Brouwer is senior onderzoeker migratierecht, Vrije Universiteit Amsterdam.
Jurisprudentie

Is beleidskeuze in de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten een objectieve rechtvaardiging voor ongelijke behandeling?

Rechtbank Noord-Holland 14 maart 2017 (ECLI:NL:RBNHO:2017:4976)

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten, Artikel 14 EVRM, redelijke en objectieve rechtvaardigingsgrond, beleidsvrijheid wetgever, Artikel 94 Grondwet
Auteurs Mr. M. Chébti
SamenvattingAuteursinformatie

    Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat het UWV geen verboden onderscheid heeft gemaakt door een werkzoekende met een auditieve beperking een indicatie banenafspraak te weigeren. De rechtbank stelt dat er een redelijke en objectieve rechtvaardigingsgrond bestaat voor dit gemaakte onderscheid. Hij motiveert dit oordeel slechts met een verwijzing naar de door de wetgever gemaakte afweging om alleen de meest kwetsbare groep mensen met een beperking aan te merken als doelgroep van de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten.
    In dit artikel wordt de vraag aan de orde gesteld of deze motivering wel voldoet aan de procedurele verplichting die, volgens de rechtspraak van het EHRM, voortvloeit uit artikel 14 EVRM. In het concrete geval moet een rechterlijk onderzoek plaatsvinden naar het bestaan van een redelijke en objectieve rechtvaardigingsgrond voor de inbreuk op het recht op gelijke behandeling. De rechtbank neemt in deze uitspraak tot uitgangspunt dat de ruime beleidsvrijheid van de wetgever in de weg staat aan een rechterlijke belangenafweging in het concrete geval. Betoogd wordt dat vaste rechtspraak van de Hoge Raad bepaalt dat de rechter, bij wijze van uitzondering, wel mag treden in een beleidskeuze van de wetgever. Dit kan hij doen wanneer het resultaat van die beleidskeuze strijd zou opleveren met een rechtstreeks werkende verdragsbepaling zoals artikel 14 EVRM. De besproken uitspraak miskent die rechterlijke bevoegdheid.


Mr. M. Chébti
Mr. M. (Mariam) Chébti is lid van het College voor de Rechten van de Mens.
Artikel

De begroting van de billijke vergoeding in het arbeidsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Billijke vergoeding, 681, Schadebegroting, New haistyle, Ernstig verwijtbaar handelen
Auteurs mr. Niels Jansen en mr. Rachel Rietveld
SamenvattingAuteursinformatie

    Al sinds de inwerkingtreding van de Wwz bestaat de vraag hoe de hoogte van de billijke vergoeding moet worden bepaald. In het New Hairstyle-arrest beantwoordde de Hoge Raad onder andere de vraag of de gevolgen van het ontslag als gevolg van het ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever mogen worden meegenomen bij de bepaling van de hoogte van de billijke vergoeding bevestigend. De auteurs bezien hoe het arrest van invloed is op de verschillende billijke vergoedingen en maken daartoe een vergelijking met de oude 681-schadevergoeding. Uiteindelijk worden handvatten gegeven tot een juiste onderbouwing van de hoogte van de billijke vergoeding te komen.


mr. Niels Jansen
docent/onderzoeker arbeidsrecht

mr. Rachel Rietveld
Onderzoeker en ontwikkelaar
Toont 21 - 40 van 370 gevonden teksten
« 1 2 4 5 6 7 8 9 18 19
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.