Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 4321 artikelen

x
Impressies

Nederlandse Wet op de reisovereenkomst: (on)werkbaarheid in de praktijk

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Reisovereenkomst, Gekoppeld reisarrangement, Richtlijn pakketreizen, Reiziger, Handelaar
Auteurs Mr. N.A. de Leeuw en Mr. drs. J.A. Tersteeg
SamenvattingAuteursinformatie

    De nieuwe wet op de reisovereenkomst (titel 7A van Boek 7 BW) welke wet op 1 juli 2018 in werking is getreden, is eigenlijk een vrijwel letterlijke vertaling van de Richtlijn Pakketreizen en Gekoppelde Reisarrangementen van 25 november 2015. Hoewel de doelstelling van de Richtlijn, te weten meer bescherming voor de reiziger en maximum harmonisatie tussen de lidstaten een mooi streven was, blinkt de Richtlijn niet uit in duidelijkheid en zijn er voorafgaand aan de totstandkoming ervan vele ontwerpen de revue gepasseerd die de eindstreep van het wetgevingsproces niet hebben gehaald. Desondanks heeft de Nederlandse wetgever deze moeilijke wetgeving uit Brussel redelijk leesbaar geïmplementeerd in de Nederlandse wet. Onzes inziens is de Richtlijn, en daarmee dus ook de Nederlandse wet, op een aantal vlakken niet duidelijk en lastig uit te leggen aan zowel de ondernemers in de reisbranche als aan de reiziger. Ook zijn er enkele onvolkomenheden in de wet geslopen, mede veroorzaakt door een slordige vertaling van de Richtlijn in het Nederlands, waar de Nederlandse wetgever overigens geen invloed op had. In dit artikel willen we met name stilstaan bij een aantal van deze onduidelijkheden en moeilijkheden. Zo zijn de definitiebepalingen bijvoorbeeld vrij ingewikkeld en roept de afbakening tussen een pakketreis en het nieuwe fenomeen van het gekoppeld reisarrangement vragen op. Ook zetten wij vraagtekens bij de vergaande informatieverplichtingen, de positie van de zakenreiziger en de wijze waarop de garantieverplichtingen in Nederland zijn geïmplementeerd. Hoe werkzaam de wet zal zijn in de praktijk van alle dag, zal de komende jaren dus nog moeten blijken.


Mr. N.A. de Leeuw
Mr. N.A. de Leeuw is advocaat bij La Gro Geelkerken Advocaten.

Mr. drs. J.A. Tersteeg
Mr. drs. J.A. Tersteeg is avocaat bij EMR Advocaten.
Artikel

De informatieplicht voor de franchisegever naar Nederlands recht

Beschouwingen naar aanleiding van het Albert Heijn-arrest

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2019
Trefwoorden franchising, informatieplicht, omzetprognose, franchise overeenkomst en Wer (Wetboek van economisch recht).
Auteurs Mr. dr. S.A. Kruisinga en Mr. M.I. Nijenhof-Wolters
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Albert Heijn-arrest heeft de Hoge Raad opnieuw bevestigd dat naar huidig Nederlands recht geen algemene regel geldt dat een franchisegever een (toekomstige) franchisenemer moet inlichten omtrent de te verwachten omzet of omtrent de winstverwachting. De bijzondere omstandigheden van het geval kunnen echter wel een zodanige verplichting meebrengen. De vraag rijst of in het voorontwerp van de Wet Franchise dat op 12 december 2018 werd gepubliceerd een andere benadering is gekozen. In dit voorontwerp wordt voorgesteld een – vrij ruim geformuleerde – informatieplicht voor de franchisegever te introduceren. In deze bijdrage wordt ingegaan op het Albert Heijn–arrest en wordt de uitkomst van deze procedure afgezet tegen het Nederlandse conceptwetsvoorstel en de Belgische regelgeving voor franchiseovereenkomsten.


Mr. dr. S.A. Kruisinga
Mr. dr. S.A. Kruisinga is universitair hoofddocent bij het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en professional support lawyer bij Van Benthem & Keulen.

Mr. M.I. Nijenhof-Wolters
Mr. M.I. Nijenhof-Wolters is advocaat bij Van Benthem & Keulen.
Actualia contractspraktijk

Vertrouwen is goed, controle is beter

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2019
Trefwoorden wil, Gerechtvaardigd vertrouwen, Kribbebijter, Totstandkomingsvertrouwen
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    De wilsvertrouwensleer zorgt in de praktijk voor hoofdbrekens. Het is een leer die breed in het contractenrecht wordt toegepast. In deze bijdrage wordt het onderwerp toegelicht vanuit enkele thema’s, zoals de demotie van een werknemer, de vraag wie als contractspartij optreedt, de deelname aan een spelprogramma en consumenten die op een te lage prijs willen vertrouwen. Oplettendheid blijkt geboden, aldus de moraal van het verhaal.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Geelkerken Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Over de grens

Uitleg van overeenkomsten naar Engels recht

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Engels recht, Uitleg van overeenkomsten, Contractsuitleg, Haviltex
Auteurs Prof. mr. F.W. Grosheide
SamenvattingAuteursinformatie


Prof. mr. F.W. Grosheide
Prof. mr. F.W. Grosheide is emeritus hoogleraar Burgerlijk recht en intellectueel eigendomsrecht aan de Universiteit Utrecht en juridisch adviseur te Amsterdam.
Artikel

Vormvoorschriften bij afwijken van de Wvps

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 23 2019
Trefwoorden Levensverzekering, pensioen en sociale zekerheid
Auteurs Mr. F.M.H. Hoens

Mr. F.M.H. Hoens
Artikel

Opnieuw contact zoeken met de patiënt: een artsenplicht?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2019
Trefwoorden recontacting, arts-patiëntrelatie, goed hulpverlenerschap, inspanningsverplichting, whole genome screening
Auteurs Prof. mr. J.K.M. Gevers, mr. dr. M.C. Ploem en prof. dr. W.H. van Harten
SamenvattingAuteursinformatie


Prof. mr. J.K.M. Gevers
Sjef Gevers is emeritus-hoogleraar gezondheidsrecht, Universiteit van Amsterdam.

mr. dr. M.C. Ploem
Corrette Ploem is universitair docent gezondheidsrecht bij de afdeling Sociale geneeskunde van het Amsterdam UMC en redacteur van dit blad.

prof. dr. W.H. van Harten
Wim van Harten is wetenschappelijk groepsleider in het NKI, hoogleraar aan de Universiteit Twente en voorzitter van de raad van bestuur van Rijnstate.

Kroniek rechtspraak

Kroniek rechtspraak zorgverzekeringsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2019
Trefwoorden langdurige zorg, Zvw, AWBZ, Wlz, zorgverzekeringrecht
Auteurs Mr. C. van Balen en mr. C.M.E. Michels
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel bespreken de auteurs een selectie van gepubliceerde rechtspraak die betrekking heeft op de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en de Wet langdurige zorg (Wlz) uit de periode 1 april 2017 tot 1 januari 2019.


Mr. C. van Balen
Chris van Balen is senior inspecteur bij de afdeling systeemtoezicht van de Autoriteit Persoonsgegevens, waar hij coördinator van het cluster gezondheidszorg is.

mr. C.M.E. Michels
Elize Michels is senior beleidsmedewerker bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Kroniek rechtspraak

Kroniek rechtspraak Wet Bopz

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 3 2019
Trefwoorden psychiatrie, verstandelijkgehandicaptenzorg, psychogeriatrie, dwangbehandeling, gedwongen zorg
Auteurs Mr. dr. V.E.T. Dörenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze kroniek bevat een selectie van rechtspraak uit de periode van 1 september 2016 tot en met 31 december 2018. Er is aandacht voor uitspraken met betrekking tot de criteria voor opneming, procedurele vereisten, eisen rondom ‘bijzondere’ machtigingen en aspecten van onvrijwillig verblijf. Speciale aandacht is er voor de forensische setting.


Mr. dr. V.E.T. Dörenberg
Vivianne Dörenberg is universitair docent gezondheidsrecht bij het Amsterdam UMC, locatie VUmc, en redacteur van dit tijdschrift.

    This report about mediation in Germany in order of the German government reports about the effects of the German Mediation Law on the development of mediation and about the education of mediators.


Luc Demeyere
Luc Demeyere is advocaat aan de Balie te Antwerpen, werkzaam bij Contrast, erkend bemiddelaar en redacteur van TMD.

    This research aims to contribute to the development of an adequate handling of the complex, conflictual family situation that occurs during a parental abduction. The following research question is answered: to what extent can the methods of conflict resolution – in the Belgian context – be optimized so that the interests of the child are guaranteed, in the light of the theoretical insights provided by Glasl’s conflict theory? Attention is paid to the limited effectiveness of legal procedures on the one hand and the mediation on the other. The method of de-escalation, developed by Glasl, offers a useful diagnostic tool for the conflict counsellor. In addition, the metaphor of the ladder he uses is extremely valuable as a tool for gaining insight into the mechanisms of conflict-escalation. A clear theoretical framework for the judiciary in the interpretation of an escalated conflict can lead to a better understanding of the possibilities and limits of cooperation between ex-partners, which benefits the best interests of the child.


Elise Blondeel
Elise Blondeel is doctoraatsstudent aan de Universiteit Gent in het domein van Strafrecht en Kinderrechten. Master in de Criminologie en gestart aan een doctoraat in de Rechten op 1 oktober 2018. Het doctoraat handelt over de wisselwerking tussen burgerlijk recht en strafrecht in zaken van internationale parentale ontvoering. Het doctoraat vindt plaats onder de supervisie van Prof. Dr. Wendy De Bondt.
Artikel

De implementatie van de herziene Aandeelhoudersrichtlijn – de eindsprint is ingezet

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2019
Trefwoorden aandeelhoudersrechten, beloningsbeleid, transparantie, langetermijnbetrokkenheid, corporate governance
Auteurs Mr. T.C.A. Dijkhuizen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat het door de wetgever gepubliceerde wetsvoorstel ter implementatie van de herziene Aandeelhoudersrichtlijn centraal. De auteur behandelt in zijn bijdrage het wetsvoorstel, plaatst enkele kanttekeningen hierbij en besteedt ook aandacht aan enige amendementen die zijn aangenomen door de Tweede Kamer en het wetsvoorstel hebben gewijzigd.


Mr. T.C.A. Dijkhuizen
Mr. T.C.A. Dijkhuizen is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam en als promovendus verbonden aan de afdeling Ondernemingsrecht en het Hazelhoff Centre for Financial Law van de Universiteit Leiden.
Artikel

Derde wetsvoorstel voor personenvennootschappen: modernisering nu echt in zicht?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2019
Trefwoorden personenvennootschappen, wetsvoorstel, ondernemingsrecht, modernisering, rechtspersoonlijkheid
Auteurs Mr. M.F.E. de Waard-Preller en Mr. S.S.M. Rutten
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 21 februari 2019 is het wetsvoorstel ter modernisering van de personenvennootschappen met een nieuwe titel 13 voor Boek 7 BW ter consultatie voorgelegd. In deze bijdrage bespreken de auteurs de hoofdlijnen van het consultatievoorstel en een aantal voor hen opvallende thema’s. Waar relevant maken zij hierbij een vergelijking met het huidige recht en het voorstel van de Werkgroep Personenvennootschappen.


Mr. M.F.E. de Waard-Preller
Mr. M.F.E. de Waard-Preller is notaris en Partner Corporate M&A bij NautaDutilh, Rotterdam.

Mr. S.S.M. Rutten
Mr. S.S.M. Rutten is Professional Support Lawyer Corporate M&A bij NautaDutilh, Amsterdam.
Artikel

Wijziging van de onderlinge rangorde van pandrechten

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2019
Trefwoorden prioriteitsbeginsel, rangorde, pandrecht, rangwijziging, rangwisseling
Auteurs Mr. C.F.B. Groot Rouwen
SamenvattingAuteursinformatie

    In de praktijk blijkt dikwijls dat pandhouders hun onderlinge rangorde wensen te wijzigen. De wettelijke regeling van het pandrecht voorziet evenwel niet in een mogelijkheid daartoe. Deze bijdrage behandelt de mogelijkheid tot rangwijziging van pandrechten door analoge toepassing van art. 3:262 lid 1 BW, wijziging van de inhoud van het pandrecht, eigenlijke achterstelling en herverpanding.


Mr. C.F.B. Groot Rouwen
Mr. C.F.B. Groot Rouwen is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Externe betrekkingen

Amerikaanse sancties op Iran en de Europese blokkeringsverordening: Europese ondernemingen in een lastige spagaat

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden blokkeringsverordening, internationale sancties, Iran, Verenigde Staten, Blocking Statute
Auteurs Mr. N.M.D. van der Aa en Mr. S.H. Stax
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs de reactie van de Europese Unie op de hernieuwde economische sancties vanuit de Verenigde Staten (VS) op Iran. Deze sancties zijn in 2018 weer van kracht geworden nadat de VS zich terugtrok uit het Joint Comprehensive Plan of Action, ook wel bekend als het Iraanse atoomakkoord. In het bijzonder gaan de auteurs in op de werking van de Europese blokkeringsverordening. Dit wetgevingsinstrument beoogt Europese bedrijven die handel drijven met Iran te beschermen tegen de dreiging van Amerikaanse sancties, maar zorgt eerder voor meer moeilijkheden.
    Verordening (EG) 2271/96 van de Raad van 22 november 1996 tot bescherming tegen de gevolgen van de extraterritoriale toepassing van rechtsregels uitgevaardigd door een derde land daarop gebaseerde of daaruit voortvloeiende handelingen, PbEG 1996, L 309/1.


Mr. N.M.D. van der Aa
Mr. N.M.D. (Neyah) van der Aa is advocaat bij Allen & Overy LLP te Amsterdam.

Mr. S.H. Stax
Mr. S.H. (Seppe) Stax is advocaat bij Allen & Overy LLP te Amsterdam.
Asiel en migratie

Integratie in het EU-migratierecht; uniformiteit of maatwerk?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden inburgering, verblijfsrechten, objectieve rechtvaardigingsgrond, evenredigheidsbeginsel
Auteurs Mr. H. Oosterom-Staples
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest C en A is het derde arrest waarin het Hof van Justitie oordeelt over de bevoegdheid van lidstaten om integratievoorwaarden te stellen. Het uitgangspunt, dat kennis van de taal en de samenleving bijdraagt aan de integratie van vreemdelingen in hun gastlidstaat, wordt bevestigd. Dit is ook het geval voor de invulling van de beoordelingsruimte die lidstaten genieten in de uitvoering van deze bevoegdheid; integratievoorwaarden mogen geen selectiemiddel zijn. Integratie komen we ook tegen in de rechtspraak van het Hof van Justitie als doel van een wetgevingsmaatregel dat bepalend is voor de uitleg van rechten in die wetgevingsmaatregel en als objectieve rechtvaardigingsgrond in de context van de stand still-bepalingen in het Associatierecht EEG-Turkije. Zijn de rechtsregels in deze ‘integratierechtspraak’ onderling inwisselbaar, of is de invulling van het begrip integratie afhankelijk van de juridische context waarin het wordt gebruikt? De aanleiding voor deze bijdrage zijn de recente uitspraken van het Hof van Justitie in de zaken C en A en Yön. Om deze onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden worden deze arresten ingebed in de eerdere arresten van het Hof van Justitie over integratie.
    HvJ 7 augustus 2018, zaak C-123/17, Nefiye Yön/Landeshauptstadt Stuttgart, ECLI:EU:C:2018:632 en HvJ 7 november 2018, zaak C-257/17, C en A/Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, ECLI:EU:C:2018:876


Mr. H. Oosterom-Staples
Mr. H. (Helen) Oosterom-Staples is verbonden aan Tilburg University en is vaste medewerker van dit tijdschrift.
Vrij verkeer

Inbesteding bij schaarse vergunningen?

Institutionele excepties op de transparantieverplichting

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden vrij verkeer, schaarse vergunningen, gelijkheidsbeginsel, transparantieverplichting, (quasi-)inbesteding
Auteurs Mr. drs. R.G.J. Wildemors en Prof. mr. dr. C.J. Wolswinkel
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de verdeling van schaarse vergunningen moet de overheid in beginsel mededingingsruimte voor potentiële gegadigden creëren. Op deze mededingingsplicht zijn echter uitzonderingen denkbaar die onderhandse vergunningverlening rechtvaardigen. Een van die uitzonderingen is van institutionele aard en richt zich op de bijzondere relatie tussen de vergunningverlener en de vergunninghouder. Deze uitzonderingscategorie is aanvankelijk in het aanbestedingsrecht onder de noemer van (quasi-)inbesteding ontwikkeld. Centraal in deze bijdrage staan de vragen in hoeverre vergelijkbare institutionele excepties ook van toepassing zijn bij de verdeling van schaarse vergunningen en hoe die excepties kunnen worden ingepast in het Unierecht en in het nationale verdelingsrecht.


Mr. drs. R.G.J. Wildemors
Mr. drs. R.G.J. (Roy) Wildemors is als senior jurist werkzaam bij de Kansspelautoriteit en heeft deze bijdrage op persoonlijke titel geschreven.

Prof. mr. dr. C.J. Wolswinkel
Prof. mr. dr. C.J. (Johan) Wolswinkel is hoogleraar Bestuursrecht, Markt & Data aan Tilburg University en tevens als research partner verbonden aan de Kansspelautoriteit. Vanwege deze betrokkenheid wordt in deze bijdrage zo min mogelijk inhoudelijk ingegaan op zaken waarbij de Kansspelautoriteit partij is (geweest).
Vrij verkeer

De PEPP-verordening. Pensioenfondsen: Quo vadis?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden PEPP-verordening, pensioeninstellingen, verplichtstelling, meeneembaarheid van pensioenen, Europees pensioenrecht
Auteurs Prof. dr. H. van Meerten en A.K.R. Wouters LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Het voorstel van 29 juni 2017 betreffende een Verordening van het Europees Parlement en de Raad voor een Pan-Europees Persoonlijk Pensioenproduct (hierna: PEPP) werd in Nederland met argusogen ontvangen. Met dit voorstel wilde de Europese Commissie een impuls geven om de fragmentatie van nationale markten op het gebied van persoonlijke pensioenen aan te pakken. Via het PEPP wil de EU-wetgever een vrijwillig, aanvullend, eenvoudig en kostenbesparend pensioenproduct in het leven roepen dat grotendeels op EU-niveau wordt gereguleerd. Vanwege de meeneembaarheid voor consumenten is PEPP een welkome aanvulling voor de pensioenen van EU-burgers. Nederland echter heeft te allen tijde kritisch tegenover de komst van een PEPP gestaan vanwege onder andere een vermeende inbreuk op de ‘verplichtstelling’ en de rol voor de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (EIOPA). In dit artikel wordt het PEPP besproken: wat is de meerwaarde van het PEPP? Is de vrees van Nederland wel terecht?
    Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake een pan-Europees persoonlijk pensioenproduct (PEPP).


Prof. dr. H. van Meerten
Prof. dr. H. (Hans) van Meerten is hoogleraar Europees Pensioenrecht aan de Universiteit Utrecht.

A.K.R. Wouters LLM
A.K.R. (An) Wouters LLM is Fellow aan de Universiteit Utrecht.
Strafrecht

Access_open Het Europees Openbaar Ministerie komt eraan: waakhond of papieren tijger?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2019
Trefwoorden Europees Openbaar Ministerie, EOM, Rechtsbescherming, OLAF, Onderneming
Auteurs Mr. Y. de Vries en Mr. S.J. Lopik
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 augustus 2018 heeft de Europese Commissie (hierna: Commissie) bevestigd dat Nederland gaat deelnemen aan het Europees Openbaar Ministerie (hierna: EOM). Het EOM is een onafhankelijk vervolgingsorgaan dat, in het kort, bevoegd is om strafbare feiten die ten koste gaan van de EU-begroting te onderzoeken, vervolgen en voor de nationale strafrechter te brengen, een taak die tot dusver was voorbehouden aan de nationale vervolgingsautoriteiten (in Nederland het Openbaar Ministerie). Dit past in een trend waarbij de Unie, die historisch gezien indirect handhaaft, steeds vaker aan directe handhaving doet. Ook past het bij een Unie die steeds meer strafrechtelijke taken naar zich toetrekt: waar strafrechtelijke samenwerking tot het Verdrag van Lissabon nog behoorde tot de derde pijler, bestaan inmiddels meerdere Europeesrechtelijke strafrechtelijke agentschappen, waaronder Eurojust, Europol en OLAF. Er wordt ook wel gesproken van een europeanisering van het Nederlands strafrecht. De ambities van de Commissie voor het EOM strekken echter verder dan alleen het bestrijden van fraude. In deze bijdrage gaan wij in op de achtergrond van het EOM, de inrichting en taken van het EOM en de betekenis daarvan voor personen en ondernemingen die verdacht worden van strafbare feiten die binnen de bevoegdheid van het EOM vallen.
    Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie(‘EOM’), PbEU 2017, L 283/1-71
    Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt, PbEU 2017, L 198/29-41


Mr. Y. de Vries
Mr. Y. (Yvo) de Vries is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.

Mr. S.J. Lopik
Mr. S.J. (Sjoerd) Lopik is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Artikel

Personen- en Familierecht en Erfrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 6 2019
Auteurs Imke Gerrits, Christiane Verfuurden en Liesbeth Willemsen
Auteursinformatie

Imke Gerrits
Imke Gerrits is advocaat bij Coorts + Coppens Advocaten in Deurne.

Christiane Verfuurden
Liesbeth Willemsen is advocaat bij LNW advocaten en mediators in Gorinchem.

Liesbeth Willemsen
Christiane Verfuurden is advocaat bij Schakenraad Advocaten in Eindhoven en tevens advocaat-redactielid van dit blad.
Toont 21 - 40 van 4321 gevonden teksten
« 1 2 4 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.