Zoekresultaat: 36 artikelen

x
Artikel

Billijke vergoeding: over karakter, begroting en artikel 6 EVRM

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Billijke vergoeding, Begroting, Artikel 6 EVRM, Punitief
Auteurs mr. dr. Vivian Bij de Vaate en mr. dr. Pascal Kruit
SamenvattingAuteursinformatie

    De billijke vergoeding heeft sinds de invoering van de Wet werk en zekerheid een prominente plaats gekregen in het ontslagrecht. In deze bijdrage voorzien de auteurs de billijke vergoeding van een nadere analyse. Aan bod komen onder andere het karakter van de billijke vergoeding, denkbare begrotingsmethodieken, jurisprudentieanalyse en een kanttekening vanuit het oogpunt van artikel 6 EVRM bij de (mede) punitieve billijke vergoeding.


mr. dr. Vivian Bij de Vaate
Mr. dr. D.M.A. Bij de Vaate is universitair docent Arbeidsrecht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en daarnaast professional support lawyer bij BakerMcKenzie te Amsterdam. Tevens is zij redacteur en redactiesecretaris van Arbeidsrechtelijke Annotaties.

mr. dr. Pascal Kruit
Mr. dr. P. Kruit is advocaat bij Ten Holter Noordam advocaten te Rotterdam en daarnaast universitair docent Arbeidsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

De h-grond voor managers en directeuren: for better or for worse?

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 2 2017
Trefwoorden h-grond, managers, directeuren, ontslag, ‘verschil van inzicht’ / inzicht
Auteurs mr. Chiraz Muradin
SamenvattingAuteursinformatie

    Ontslag van managers en directeuren wordt veelal gebaseerd op de h-grond, het in de wetsgeschiedenis genoemde ‘verschil van inzicht’ en andere relatief vage omstandigheden als een ‘vertrouwensbreuk’; ‘tegenvallende resultaten’ of ‘gebrek aan draagvlak’. Dat heeft inmiddels tot de nodige jurisprudentie geleid.
    De vraag rijst of de h-grond en het genoemde ‘verschil van inzicht’ geschikt zijn voor een dergelijk ontslag. Ik beantwoord die vraag op basis van uitgebreid onderzoek van de wetsgeschiedenis, literatuur en jurisprudentie alsmede mijn ervaringen in de praktijk genuanceerd positief en meen dat de h-grond voor deze doelgroep eerder tot een voldragen en geaccepteerde ontslaggrond kan leiden.


mr. Chiraz Muradin
Advocaat bij de Brauw Blackstone Westbroek

    De ontbindende voorwaarde lijkt niet meer te passen binnen het Wwz stelsel


mr. Marian van Eck
Advocaat Partner Liber Dock
Artikel

Collectief bedongen werkgelegenheidsgaranties

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Werkgelegenheidsgarantie, Cao, Uitleg, Ontslagrecht, Wwz
Auteurs Mr. dr. Nuna Zekic
SamenvattingAuteursinformatie

    In het kader van collectief overleg spreken werknemersorganisaties vaak met de werkgever af dat hij gedurende een bepaalde periode geen (collectief) ontslag zal initiëren. Deze afspraken worden meestal aangeduid als werkgelegenheidsgaranties. Dit zijn dikwijls belangrijke onderwerpen bij collectieve onderhandelingen, en onenigheid hierover vormt vaak de kern van een collectief conflict. Toch is er weinig bekend over dergelijke afspraken. Het eerste deel van dit artikel heeft als doel meer inzicht te verschaffen in de inhoud en de formulering van dit soort cao-bepalingen. Het tweede deel gaat in op de vraag hoe we moeten omgaan met een werkgelegenheidsgarantie in een ontslagprocedure.


Mr. dr. Nuna Zekic
Mr. dr. N. Zekic is universitair docent Arbeidsrecht aan de Tilburg University.
Casus

De statutair bestuurder in de Wet werk en zekerheid

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2016
Trefwoorden statutair bestuurder, ontslagrecht, arbeidsovereenkomst, Wet werk en zekerheid
Auteurs Prof. mr. R.M. Beltzer en Mr. R.D. Rietveld
SamenvattingAuteursinformatie

    De op 1 juli 2015 ingevoerde Wet werk en zekerheid is de grootste operatie op het terrein van het ontslagrecht in jaren. De wijzigingen die deze wet meebrengt, hebben ook gevolgen voor de juridische positie van de statutair bestuurder, die immers veelal (tevens) in een arbeidsrechtelijke betrekking tot de vennootschap staat. Hoewel van een revolutie niet te spreken is, dient men in de praktijk rekening te houden met een gewijzigd speelveld. De auteurs gaan in hun artikel in op de belangrijkste wijzigingen, zoals het verplichte grondenstelsel voor ontslag, de opzegverboden, de herplaatsingsplicht en de ontslagvergoeding. Ook wordt bezien of de leer uit de 15 april-arresten nog (onverkort) geldt.


Prof. mr. R.M. Beltzer
Prof. mr. R.M. Beltzer is hoogleraar Arbeid en Onderneming aan de Universiteit van Amsterdam en redacteur van dit tijdschrift.

Mr. R.D. Rietveld
Mr. R.D. Rietveld is onderzoeker en ontwikkelaar bij Arbeidsmarktresearch UvA BV.
Artikel

Procedurele bescherming bij de procedure tot toestemming voor ontslag door het UWV of de cao-ontslagcommissie: is hierbij procedurele rechtvaardigheid gewaarborgd?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2016
Trefwoorden toestemming opzegging, UWV, Cao-ontslagcommissie, Procedurele beginselen, rechtsbescherming
Auteurs Mr. dr. I. Van der Helm
Auteursinformatie

Mr. dr. I. Van der Helm
Mr. dr. I. van der Helm is universitair docent Arbeidsrecht en Sociaal beleid aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Kroniek Arbeidsrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 4 2016
Auteurs Karol Hillebrandt en Christiaan Oberman

Karol Hillebrandt

Christiaan Oberman
Artikel

Access_open Voorwaardelijke procedures in het nieuwe ontslagrecht

Tijdschrift ARBAC, april 2015
Auteurs Prof. mr. dr. W.H.A.C.M. Bouwens en mr. dr. D.M.A. Bij de Vaate
Samenvatting

    In het huidige ontslagrecht kan de werkgever zich indekken tegen onzekerheid over het einde van de arbeidsovereenkomst – en het daarmee gepaard gaande risico van een oplopende loonvordering – door het doen van een voorwaardelijk ontbindingsverzoek of het vragen van toestemming ‘voor zover rechtens vereist’. Als uitvloeisel van de Wet werk en zekerheid treedt op 1 juli 2015 een nieuw ontslagrecht in werking. De auteurs bespreken in deze bijdrage wat deze wetswijziging betekent voor de hiervoor genoemde voorwaardelijke ontslagprocedures. Zijn deze nog mogelijk na inwerkingtreding van het nieuwe ontslagrecht en zo ja, wat is het nut van deze procedures onder het nieuwe recht?


Prof. mr. dr. W.H.A.C.M. Bouwens

mr. dr. D.M.A. Bij de Vaate
Artikel

De invloed van de Wet werk en zekerheid op bad leaver-bepalingen in managementparticipatieovereenkomsten

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Wet werk en zekerheid, managementparticipatie, arbeidsovereenkomst, bad leaver, aandeelhouder
Auteurs Mr. P. Beerda en Mr. L. Klapwijk
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage behandelen de auteurs de voor managementparticipatieovereenkomsten relevante wetswijzigingen als gevolg van de Wet werk en zekerheid, alsmede de gevolgen ervan. Daarnaast doen zij suggesties voor de redactie van toekomstige en de aanpassing van huidige managementparticipatieovereenkomsten.


Mr. P. Beerda
Mr. P. Beerda is advocaat bij NautaDutilh te Rotterdam.

Mr. L. Klapwijk
Mr. L. Klapwijk is advocaat bij NautaDutilh te Rotterdam.

    In its ruling of June 12, 2014, the European Court on Human Rights (Grand Chamber) concluded that no violation of the right to private life and family life under the European Convention of Human Rights had taken place in the case of the non-renewal of an employment contract of a Roman Catholic teacher of religion and ethics. The reason for this non-renewal was the withdrawal of the required ecclesiastical approval of the teacher. According to the European Court, church autonomy prevailed in this case over the right to private life and family life of the teacher, a married priest with five children and an active member of an organization promoting voluntary celibacy. This contribution analyses and discusses the ruling of the ECHR, also in the light of the main dissenting opinion. It supports the Court’s conclusion, but criticizes some of its reasoning. It also states that regardless of the extent of church autonomy, a clear and correct procedural approach to employment issues also does honour ecclesiastical authorities.


Prof. dr. Sophie van Bijsterveld
Prof. dr. S.C. van Bijsterveld is bijzonder hoogleraar Religie, rechtsstaat en samenleving aan de Universiteit van Tilburg. Zij is redactielid van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.
Artikel

Hoe uniform is uniform?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2014
Trefwoorden bijzondere arbeidsverhoudingen, rol wetgever, rol jurist, afwijkingen en aanvullingen, proefschriftthema’s
Auteurs R.A.A. Duk
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Nederlandse arbeidsrecht kent naast de regeling in Boek 7 Titel 10 van het Burgerlijk Wetboek tal van bepalingen voor zogenaamde bijzondere arbeidsverhoudingen. Aandacht wordt besteed aan de verschillende bijzondere bepalingen en de mate waarin en de wijze waarop daarmee van het commune recht wordt afgeweken. Bezien wordt wat in dat verband de relatieve rol van de wetgever en van de (praktijk)jurist, ook de rechter, is.


R.A.A. Duk
Prof. mr. Duk is advocaat te ’s-Gravenhage en hoogleraar bijzondere arbeidsverhoudingen aan de Erasmus School of Law.
Jurisprudentie

Curaçao

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Universiteit Nederlandse Antillen, ontslag rector magnificus, bestuursorgaan, civielrechtelijke arbeidsovereenkomst, publiekrechtelijk of civielrechtelijk geschil
Auteurs Mr. G.B. Steward en Mr. dr. Jeff Sybesma
SamenvattingAuteursinformatie

    De rector magnificus wordt door de raad van toezicht van de Universiteit van de Nederlandse Antillen (UNA) op staande voet ontslagen. Hiertegen komt hij verweer bij de civiele rechter in eerste aanleg. Deze spreekt uitgebreid en gemotiveerd recht in het voordeel van de ex-rector magnificus. de UNA gaat in hoger beroep. Het Hof oordeelt ambtshalve dat deze zaak niet thuis hoort bij de civiele rechter doch bij de LAR-rechter. Schrijvers benaderen dit nagenoeg ongemotiveerde oordeel van het Hof vanuit een civielrechtelijke danwel een bestuursrechtelijke optiek. Zij komen beiden tot de conclusie dat de gedachtengang van het Hof niet goed te volgen is.


Mr. G.B. Steward
Mr. G.B. Steward is advocate bij VanEpsKunnemanVanDoorne.

Mr. dr. Jeff Sybesma
Mr. dr. Jeff Sybesma is redactielid van Caribisch Juristenblad.
Hoofdartikel

Uniform of gedifferentieerd arbeidsrecht

Een nationaal en rechtsvergelijkend onderzoek naar de rechtvaardiging en toekomst van bijzondere arbeidsverhoudingen

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2013
Trefwoorden bijzondere arbeidsverhoudingen, uniform, differentiatie, rechtsvergelijking, gelijkheidsbeginsel, kwalificatievraag
Auteurs Prof. mr. dr. A.R. Houweling en Mr. dr. G.W. van der Voet
SamenvattingAuteursinformatie

    In 1907 heeft de wetgever bewust gekozen voor een uniforme wettelijke regeling inzake de arbeidsovereenkomst. Een gedifferentieerd stelsel van afzonderlijke arbeidsrechtelijke regelingen voor bijzondere beroepsgroepen werd uitdrukkelijk van de hand gewezen. Zo’n stelsel zou namelijk slechts aanleiding geven tot afbakeningsproblemen en rechtsonzekerheid. Inmiddels heeft zich evenwel – niettegenstaande dit uitgangspunt − een ‘waaier’ aan bijzondere arbeidsverhoudingen ontwikkeld. Gezien de parlementaire geschiedenis van de huidige wettelijke regeling in titel 7.10 van het Burgerlijk Wetboek, zou men verwachten dat het creëren (of handhaven) van afwijkende regelingen voor bepaalde arbeidsverhoudingen uitdrukkelijk door de wetgever is/wordt gemotiveerd en dat aan de vormgeving van dergelijke bijzondere arbeidsverhoudingen bewuste keuzes en/of principes ten grondslag liggen. In dit artikel onderzoeken de auteurs welke bijzondere arbeidsverhoudingen er zijn en in hoeverre daarvoor een rechtvaardigingsgrond bestaat. In het tweede deel van dit onderzoek analyseren de auteurs de trends en ontwikkelingen van bijzondere arbeidsverhoudingen in de Europese Unie. De auteurs concluderen dat voor een groot aantal bijzondere arbeidsverhoudingen geen rechtvaardigingsgronden (meer) bestaan. Voorts concluderen de auteurs dat ook in het buitenland geen rechtvaardigingsgronden zijn aangetroffen voor onderscheidingen in arbeidsrechtelijke regelingen. Zij wijzen erop dat bepaalde ontwikkelingen in het buitenland – met name ingegeven vanuit het gelijkheidsbeginsel en EU-recht – laten zien dat eerder een verregaande uniformering in plaats van verdergaande differentiatie valt te verwachten. Het gebruik van open normen – zoals in Nederland het geval is – zal in deze ontwikkeling een belangrijke rol spelen.


Prof. mr. dr. A.R. Houweling
Prof. mr. dr. A.R. Houweling is hoogleraar arbeidsrecht aan de Erasmus School of Law.

Mr. dr. G.W. van der Voet
Mw. mr. dr. G.W. van der Voet is universitair docent aan de Erasmus School of Law en arbeidsrechtadvocaat bij AKD.
Jurisprudentie

Ontslag van de executeur wegens gewichtige redenen: Gerechtshof Den Bosch 21 november 2006 (rekestnummer R200600632) LJN AZ4506

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 01 2007
Trefwoorden Executeur, Ontslag, Erfgenaam, Erflater, Erfrecht, Nalatenschap, Beschikking, Uiterste wil, Overlijden, Rekening en verantwoording
Auteurs Luijten, E.A.A. en Meijer, W.R.

Luijten, E.A.A.

Meijer, W.R.
Artikel

Gezichtspunten bij ontslag: verwijtbaarheid, proportionaliteit en continuïteit

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2009
Trefwoorden ontslag, ontslagvergoeding, ontbinding, ontbindingsvergoeding, kennelijk onredelijk ontslag, ratio, grondslag, gezichtspunten, proportionaliteit
Auteurs Mw. mr. W.L. Roozendaal
SamenvattingAuteursinformatie

    In het ontslagrecht zijn vele gezichtspunten relevant. Waarom zijn zij relevant? Betoogd wordt dat de vele redenen hiervoor zijn samen te vatten als drie toetsen: de verwijtbaarheidtoets, de proportionaliteitstoets en de continuïteitstoets. Volgens de eerste toets moeten gradaties van verwijtbaarheid bij een tekortkoming relevant zijn voor de bescherming tegen ontslag. Volgens de tweede toets moet het gewicht van de ontslaggrond proportioneel zijn aan de ingrijpendheid van het ontslag.Volgens de derde toets moet ontslag (desondanks) mogelijk zijn als zinvolle voortzetting van de overeenkomst niet haalbaar is. Is dat laatste het geval, dan moet eventuele disproportionaliteit van het ontslag (dan maar) worden uitgedrukt in een vergoeding. De analyse van gezichtspunten bij ontslag geeft aanleiding tot de stelling, dat bij het vaststellen van de ontbindingsvergoeding onvoldoende getoetst wordt aan proportionaliteit, zodat de vergoedingen gemakkelijk disproportioneel zijn.


Mw. mr. W.L. Roozendaal
W.L. Roozendaal is docent aan de faculteit der rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam, afdeling staats- en bestuursrecht.
Toont 21 - 36 van 36 gevonden teksten
« 1 2 »
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.