Zoekresultaat: 65 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht x Rubriek Artikel x
Artikel

Vermindering van (quasi-)legaten; een terrein vol voetangels en klemmen

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2012
Trefwoorden legaat, quasi-legaat, sommenverzekering, vermindering
Auteurs Mr. P.C. van Es
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt in zijn algemeenheid aandacht besteed aan doel en werking van de regeling van vermindering van legaten van artikel 4:120 BW en wordt bezien in hoeverre de regeling ook daadwerkelijk aan haar doel beantwoordt. Vervolgens wordt – mede aan de hand van Hof Amsterdam 27 september 2011, LJN BT8650 – gekeken naar de uitwerking van de regeling van artikel 4:127 BW, inzake de vermindering van een begunstiging bij sommenverzekering.


Mr. P.C. van Es
Mr. P.C. van Es is universitair hoofddocent notarieel recht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Een kijkje bij de zuiderburen

De testamentaire bindende derdenbeslissing

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2012
Auteurs Mr. N.V.C.E. Bauduin
Auteursinformatie

Mr. N.V.C.E. Bauduin
Mr. N.V.C.E. Bauduin is werkzaam aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Ouderlijk vruchtgenot en testamentair bewind

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 3 2012
Trefwoorden ouderlijk vruchtgenot, vruchtgenot, testamentair bewind, minderjarigenbewind
Auteurs Mr. J.H.M. ter Haar
SamenvattingAuteursinformatie

    Aanleiding voor deze bijdrage is een beschikking van het Hof Den Haag van 11 april 2012 (zaaknummer 200.095.837/01). Een erfdeel van een minderjarige is door de testateur onder bewind is gesteld. Een ander dan de gezaghebbende ouder is testamentair bewindvoerder, het bewind duurt voort tot het kind tweeëntwintig is. De testateur heeft het ouderlijk vruchtgenot niet uitgesloten, maar heeft de bewindvoerder in algemene bewoordingen de bevoegdheid gegeven de uitkering van rente aan de rechthebbende uit te stellen tot het einde van het bewind. De vraag is hoe zich deze bevoegdheid verhoudt tot het recht van de ouder op ouderlijk vruchtgenot. Het Hof gaat volgens de schrijver uit van de verkeerde redenering dat de rente niet opeisbaar is zolang deze niet door de bewindvoerder aan de minderjarige wordt uitgekeerd. Hierdoor maakt de vader ten onrechte geen aanspraak op de vruchten. In de bijdrage wordt een antwoord gezocht op de vraag hoe het ouderlijk vruchtgenot zich verhoudt tot het testamentair bewind. Tevens wordt onderzocht in hoeverre een testateur ten aanzien van het ouderlijk vruchtgenot nadere bepalingen in zijn uiterste wil kan opnemen. Geconstateerd wordt dat dat het ouderlijk vruchtgenot een persoonlijk recht is dat voortvloeit uit het familierecht. Van een zakelijk recht op vruchten is volgens schrijver geen sprake. Voert een ander dan de ouder het bewind over het erfdeel van een minderjarig kind dan dient de ouder die aanspraak maakt op het ouderlijk vruchtgenot bij de bewindvoerder afgifte van de vruchten te vorderen. De ouder heeft dus niet het recht de vruchten van het onder bewind gestelde vermogen zelf rechtstreeks te innen. De testateur kan volgens schrijver - in tegenstelling tot hetgeen het Hof Den Haag oordeelt - de bewindvoerder niet de bevoegdheid geven de betaling van de vruchten aan de ouder op te schorten. De testateur kan het recht op ouderlijk vruchtgenot op grond van artikel 1:253m BW uitsluiten of in omvang beperken. Deze uitsluiting of beperking dient ondubbelzinnig (impliciet dan wel expliciet) uit de uiterste wil te blijken. De testateur kan aan de uitkering van de vruchten in het kader van het ouderlijk vruchtgenot geen nadere lasten of voorwaarden verbinden. Er zijn wel constructies denkbaar waarmee een vergelijkbaar effect bereikt kan worden.


Mr. J.H.M. ter Haar
Mr. J.H.M. ter Haar is docent notarieel recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Het vergeten testament

Rb. Roermond 9 november 2011, LJN BU3506, Notamail 2011, 279

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 3 2012
Trefwoorden internationaal erfrecht, rechtskeuze, geldigheid testament, vergeten testament, Wet conflictenrecht erfopvolging, Haags Erfrechtverdrag 1989, Europese Erfrechtverordening
Auteurs Mr. J.G. Knot
SamenvattingAuteursinformatie

    Aanleiding voor dit artikel vormt een vonnis van de Rechtbank Roermond over een vergeten testament en de dwaling in het objectieve recht die daarvan het gevolg zou zijn. Aan de hand van de overwegingen van de rechtbank wordt nader ingegaan op de vraag hoe volgens Nederlands internationaal erfrecht in internationale situaties moet worden geoordeeld over het bestaan en de geldigheid van een testament, waarin de erflater een rechtskeuze heeft uitgebracht. Aan de orde komt onder meer de geldigheid wat betreft vorm en inhoud van zowel de rechtskeuze als het testament. Bovendien wordt besproken hoe het toepasselijke erfrecht moet worden bepaald indien het testament met de daarin opgenomen rechtskeuze ongeldig wordt geacht. Ten slotte is ook de stand van zaken rondom de totstandkoming van een Europese Erfrechtverordening kort onderwerp van bespreking.


Mr. J.G. Knot
Mr. J.G. Knot is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en wetenschappelijk adviseur bij PlasBossinade te Groningen.
Artikel

Nietigheid van uiterste wilsbeschikkingen wegens strijd met goede zeden of openbare orde

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden uiterste wilsbeschikkingen, nietigheid, goede zeden en openbare orde, artikel 4:44 BW, artikel 4:45 BW
Auteurs Mr. J.L.D.J. Maasland
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage verkent de auteur de grenzen die de wet in het belang van de goede zeden en de openbare orde stelt aan de testeervrijheid. Hij bespreekt allereerst het wettelijke kader, met name artikel 4:44 en 4:45 lid 1 BW, en de jurisprudentie over dit onderwerp. Vervolgens behandelt de auteur, onder meer aan de hand van een tweetal uitspraken van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, de vraag in hoeverre een testament met een discriminerende inhoud of strekking nietig is.


Mr. J.L.D.J. Maasland
Mr. J.L.D.J. Maasland is kandidaat-notaris bij Greenille te Rotterdam.
Artikel

Een nieuwe regeling voor schenking en vererving van familieondernemingen in het Vlaams Gewest

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden familiale ondernemingen, familiale vennootschappen, schenking van ondernemingsvermogen, vererving van ondernemingsvermogen, Vlaams Gewest, bedrijfsopvolgingsregeling, buitenlandse notaris
Auteurs Mr. K.M.L.L. van de Ven
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur gaat in deze bijdrage in op de gewijzigde regeling voor schenking en vererving van familieondernemingen in het Vlaams Gewest. Daarbij wordt ter vergelijking een overzicht op hoofdlijnen geschetst van de Nederlandse bedrijfsopvolgingsregeling in de Successiewet 1956.


Mr. K.M.L.L. van de Ven
Mw. mr. K.M.L.L. van de Ven is docent belastingrecht aan de Universiteit Maastricht en tevens werkzaam als kandidaat-notaris bij Metis Notarissen Maastricht Airport.
Artikel

Mijn en dijn in het huwelijk

Een Europese oplossing ook voor Nederland?

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2012
Trefwoorden Europees eenvormig huwelijksvermogensrecht, internationaal huwelijksvermogens- en erfrecht, rechtsvergelijkend huwelijksvermogens- en erfrecht
Auteurs Prof. mr. A.L.G.A. Stille
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 4 februari 2010 is tussen de Bondsrepubliek Duitsland en de Franse Republiek een overeenkomst gesloten, waarin aan (aanstaande) gehuwden de mogelijkheid wordt geboden om het keuzestelsel van de Wahl-Zugewinngemeinschaft of de régime matrimonial optionnel de la participation aux acquêts als huwelijksvermogensstelsel te kiezen. In dit opstel wordt dit nieuwe stelsel inhoudelijk besproken. Ook de ermee verbonden erfrechtelijke regelingen naar Duits, Frans en Nederlands recht komen kort aan de orde. De auteur stelt dat dit stelsel mogelijk in de plaats van het huidige Nederlandse stelsel van de wettelijke gemeenschap van goederen kan komen en doet suggesties voor nader onderzoek.


Prof. mr. A.L.G.A. Stille
A.L.G.A. Stille was verbonden aan de Universiteit van Amsterdam (zie noot 1), alwaar hij bij de Faculteit der Rechtsgeleerdheid nog steeds gastvrijheid geniet; hij was voorts directeur van de Stichting Internationaal Juridisch Instituut te ’s-Gravenhage en vicepresident van het gerechtshof te ’s-Gravenhage; thans is hij in dat hof raadsheer.
Artikel

Huwelijkse voorwaarden op het sterfbed

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2012
Trefwoorden huwelijkse voorwaarden staande huwelijk, artikel 1:120 BW, schulden van de nalatenschap (art. 4:7 BW), quasilegaat (art. 4:126 BW)
Auteurs Mw. mr. L.A.G.M. van der Geld
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur stelt de vraag of huwelijkse voorwaarden op het sterfbed kunnen worden gemaakt of gewijzigd nu per 1 januari 2012 de rechterlijke goedkeuring van artikel 1:119 BW is vervallen. Rekening moet worden gehouden met artikel 1:120 BW, dat bepaalt dat de huwelijkse voorwaarden beginnen te werken met ingang van de dag na het passeren van de akte. Verder is vereist, wat betreft het kunnen tegenwerpen tegen derden, dat de huwelijkse voorwaarden ten minste veertien dagen zijn gepubliceerd. De auteur schetst wat de gevolgen zijn in de nalatenschap van de overleden echtgenoot als deze vóór deze termijnen overlijdt.


Mw. mr. L.A.G.M. van der Geld
Mw. mr. L.A.G.M. van der Geld is juridisch directeur van Netwerk Notarissen en als docent verbonden aan het Centrum voor Notarieel Recht van de Radboud Universiteit te Nijmegen.
Artikel

Samenwoners en erfrecht

Een civiele en fiscale beschouwing

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2011
Trefwoorden samenwoners en erfrecht, defiscalisering, verblijvingsbeding, pseudo-o.b.v.
Auteurs Mr. P Blokland
SamenvattingAuteursinformatie

    Na een beschouwing over de fiscale positie van samenwoners in de Successiewet wordt aandacht besteed aan de situatie van samenwoners zonder kinderen (verblijvingsbeding en/of testament?). Vervolgens worden diverse mogelijkheden bezien die samenwoners met kinderen hebben om de erfrechtelijke verhoudingen tussen langstlevende en kinderen te regelen, met name tegen de achtergrond van de uitbreiding van de defiscalisering in de Wet IB 2001 per 1 januari 2012. Conclusie is dat een testament waarbij de langstlevende samenwoner tot enig erfgenaam wordt benoemd terwijl de kinderen hun ‘erfdeel’ in de vorm van een niet-opeisbaar legaat krijgen toegekend (pseudo-o.b.v.), te prefereren valt boven een tweetrapstestament, dat leidt tot een complexe boedelafwikkeling.Nog mooier zou het zijn als de wetgever de wettelijke verdeling ook als keuze voor samenwoners met kinderen zou openstellen.


Mr. P Blokland
Mr. P. Blokland is notaris en estate planner bij De Kort van der Kolk van Tuijl Notarissen te Tilburg.
Artikel

Ongehuwd samenleven en kosten van de huishouding

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2011
Trefwoorden kosten van de huishouding, draagplicht, verrekening na het einde van de relatie, notarieel samenlevingscontract
Auteurs Mw. dr. mr. W.M. Schrama
SamenvattingAuteursinformatie

    Na het overlijden van een van de partners die ongehuwd samengeleefd hebben, kunnen zich uiteenlopende problemen voordoen. Een van die problemen betreft de kosten van de huishouding. Als de langstlevende partner niet de enig erfgenaam is, kan een conflict ontstaan met de erfgenamen. De vraag is hoe de rechter vorderingen met betrekking tot de kosten van de huishouding beoordeelt. Deze bijdrage gaat op een aantal aspecten nader in. Een analyse van recente rechtspraak laat zien dat er in toenemende mate geschillen aan de rechter worden voorgelegd over kosten van de huishouding, maar dat daarbij verschillende oplossingsrichtingen gevolgd worden, die mede afhankelijk zijn van de wijze van procederen. Het loont de moeite om goed na te denken over de rol die een samenlevingscontract kan vervullen om het conflictpotentieel beperkt te houden en rechtszekerheid te bieden.


Mw. dr. mr. W.M. Schrama
Mw. dr. mr. W.M. Schrama is senior onderzoeker bij het WODC, Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum, dat onderdeel is van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Daarnaast is zij als honorair universitair hoofddocent familierecht verbonden aan het Utrecht Centre for European Research into Family Law (UCERF) van het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht, Universiteit Utrecht.
Artikel

Rechtskeuze voor buitenlands erfrecht en het wettelijk erfdeel

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2011
Trefwoorden internationaal erfrecht, rechtskeuze, legitieme portie/wettelijk erfdeel, Europese Erfrechtverordening, Boek 10 BW (Internationaal privaatrecht)
Auteurs Mr. J.G. Knot
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van een drietal vonnissen van de Rechtbank Haarlem wordt nader ingegaan op de vraag hoe volgens Nederlands internationaal erfrecht de aanspraak op een legitieme portie dient te worden beoordeeld, in het licht van een rechtskeuze voor buitenlands erfrecht. Aan de orde komen onder meer het verschil tussen een conflictenrechtelijke en een materieelrechtelijke rechtskeuze en de gevolgen van een dubbele nationaliteit van de testateur voor de geldigheid van diens rechtskeuze. Tevens wordt bezien of de verhouding tussen rechtskeuze en wettelijk erfdeel zal veranderen onder de toekomstige Europese Erfrechtverordening (conform het thans voorliggende voorstel) of na inwerkingtreding van Boek 10 BW (per 1 januari 2012). Ten slotte wordt kort aandacht geschonken aan de mogelijkheid uit het Oostenrijkse erfrecht een afstammeling te onterven, zonder dat daardoor enige aanspraak op een legitieme portie ontstaat.


Mr. J.G. Knot
Mr. J.G. Knot is is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en wetenschappelijk adviseur bij PlasBossinade te Groningen.
Artikel

De stichting familiebeheer

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2011
Trefwoorden stichting, bewind, executele, certificering, familiestichting
Auteurs Mr. J.L.D.J. Maasland
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage onderzoekt de auteur de rol die een stichting familiebeheer kan vervullen in het kader van de zeggenschap over familievermogen. De auteur gaat daarbij onder meer in op de verhouding van de stichting familiebeheer tot de stichting administratiekantoor en de familiestichting.


Mr. J.L.D.J. Maasland
Mr. J.L.D.J. Maasland is kandidaat-notaris bij Greenille te Rotterdam.
Artikel

Giftenaftrek in de Wet IB 2001, de Wet Vpb 1969 en de Successiewet 1956

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden schenking, gift, schenking terzake des doods, beogende instellingen, algemeen nut, giftenaftrek, sociaal belang behartigende instelling
Auteurs Mr. K.M.L.L. van de Ven
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt de giftenaftrek in de Wet IB 2001, de Wet Vpb en de Successiewet 1956. Ze gaat tevens in op de vrijstelling schenkbelasting van giften aan bepaalde instellingen.


Mr. K.M.L.L. van de Ven
Mr. K.M.L.L. van de Ven is docent belastingrecht aan de Universiteit Maastricht en is tevens werkzaam als kandidaat-notaris bij Metis Notarissen Maastricht Airport.
Artikel

De openheid van de notaris over erflaters testament

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden afschriften en uittreksels uiterste wilsbeschikking(en), testamenten, openbaarheid erflaters testament, geheimhouding notaris testamenten, artikel 49 Wna
Auteurs Mw. mr. L.A.G.M. van der Geld
SamenvattingAuteursinformatie

    Wanneer, aan wie en hoeveel mag een notaris na overlijden van de testateur over diens testament bekend maken? Wie heeft er recht op een afschrift of uittreksel van een testament? Mag de notaris ook inzage geven in herroepen testamenten? De auteur bespreekt aan de hand van recente jurisprudentie de ruimte die de notaris heeft bij het geven van openheid over de inhoud van een testament.


Mw. mr. L.A.G.M. van der Geld
Mw. mr. L.A.G.M. van der Geld is juridisch directeur Netwerk Notarissen, kandidaat-notaris en docent Centrum voor notarieel recht, RU Nijmegen.
Artikel

De ouderlijke boedelverdeling en het overgangsrecht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden ouderlijke boedelverdeling, overgangsrecht, nietigheid (ouderlijke boedelverdeling), vernietigbaarheid (ouderlijke boedelverdeling), gesloten stelsel van uiterste wilsbeschikking
Auteurs Mr. P.C. van Es
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur besteedt aandacht aan het geldende overgangsrecht in het geval waarin een erflater die onder oud recht een ouderlijke boedelverdeling heeft gemaakt, onder huidig recht overlijdt. Art. 79 Overgangswet NBW voorkomt dat een dergelijke beschikking nietig is op grond van het feit dat zij naar huidig recht niet meer geldig gemaakt kan worden. De auteur betoogt dat – anders dan in de literatuur veelal wordt aangenomen – art. 127 Overgangswet NBW hierbij geen rol vervult naast art. 79 Overgangswet NBW
    .Voorts verdedigt hij – op grond van de ratio van de bepaling – dat art. 127 Overgangswet NBW in zoverre beperkt moet worden uitgelegd dat de bepaling alleen voorkomt dat een uiterste wilsbeschikking door een oude nietigheid of vernietigbaarheid wordt getroffen indien de betreffende uiterste wilsbeschikking naar huidig recht geldig kan worden gemaakt, dan wel indien het beoogde resultaat van de (onder oud recht) nietige of vernietigbare uiterste wilsbeschikking naar huidig recht langs een andere weg kan worden bereikt.


Mr. P.C. van Es
Mr. P.C. van Es is universitair hoofddocent notarieel recht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Internationale estate planning: ook regels van internationaal huwelijksvermogensrecht binnen EU geharmoniseerd

Hoofdlijnen van het voorstel voor een Europese Huwelijksvermogensrechtverordening

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 3 2011
Trefwoorden Europees internationaal privaatrecht (IPR), internationaal huwelijksvermogensrecht, Europese Huwelijksvermogensrechtverordening, Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978, estate planning
Auteurs Mr. J.G. Knot
SamenvattingAuteursinformatie

    In navolging van het internationaal erfrecht wordt nu voorgesteld ook het internationaal huwelijksvermogensrecht op Europees niveau te harmoniseren. Vragen van bevoegdheid, toepasselijk recht en erkenning en tenuitvoerlegging in kwesties van huwelijksvermogensrecht met internationale elementen worden in de toekomst aan de hand van regels uit een Europese verordening beantwoord.Voor de advisering op het terrein van de internationale civielrechtelijke estate planning is dit een belangrijke ontwikkeling. Daarom worden de hoofdlijnen van het Europese voorstel uitvoerig geanalyseerd. Daarnaast wordt onderzocht of, en zo ja, in hoeverre dit voorstel is afgestemd op en in lijn is met het eerdere erfrechtelijke voorstel.De conclusie luidt dat de voorgestelde regeling vooralsnog de nodige onduidelijkheden in zich bergt, die in het kader van de, mede voor de estate planning gewenste, rechtszekerheid en voorspelbaarheid nadere opheldering en toelichting behoeven.


Mr. J.G. Knot
Mr. J.G. Knot is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en wetenschappelijk adviseur bij PlasBossinade te Groningen.
Artikel

De ‘voorwaardelijke’ verklaring van erfrecht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2011
Trefwoorden verklaring van erfrecht, tweetrapsmaking, dertigdagenclausule, andere voorwaarden testament
Auteurs Mw. mr. L.A.G.M. van der Geld
SamenvattingAuteursinformatie

    Als er een voorwaarde aan een erfstelling is verbonden, heeft dat dan ook gevolgen voor de verklaring van erfrecht? Ja, er moet dan een ‘voorwaardelijke verklaring’ van erfrecht worden gemaakt. De auteur geeft een voorzet hoe de verklaring van erfrecht er bij vaak voorkomende testamentaire voorwaarden uit zou kunnen zien. In dat verband komt de tweetrapsmaking aan de orde.


Mw. mr. L.A.G.M. van der Geld
Mw. mr. L.A.G.M. van der Geld is juridisch directeur van Netwerk Notarissen, kandidaat-notaris en docent bij het Centrum voor Notarieel Recht aan de RU Nijmegen.
Artikel

De fiscale aspecten van fondsvorming bij overlijden met ingang van 1 januari 2010

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 2 2011
Trefwoorden lastbepaling, fondsvorming, afgezonderd particulier vermogen, toerekening vermogen
Auteurs Mw. mr. K.M.L.L. van de Ven
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur besteedt aandacht aan de fiscale gevolgen van fondsvorming bij overlijden voor de Successiewet 1956 en de Wet inkomstenbelasting 2001 met ingang van 1 januari 2010. Daarbij wordt ingegaan op de verschillen tussen storting op een onder bewind te stellen bankrekening en inbreng in een stichting. Directe aanleiding van de bijdrage is de uitspraak van Hof Amsterdam 5 oktober 2010, LJN BO5044.


Mw. mr. K.M.L.L. van de Ven
Mr. K.M.L.L. van de Ven is docent belastingrecht aan de Universiteit Maastricht en tevens werkzaam als kandidaat-notaris bij Metis Notarissen te Maastricht Airport.
Artikel

Het partnerpensioen als verzorgingsinstrument na overlijden; een aantal pijnpunten

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden overlijden, verzorging, langstlevende, partnerpensioen, pijnpunten
Auteurs Mr. F.M.H. Hoens
SamenvattingAuteursinformatie

    Het partnerpensioen is een belangrijk instrument om na overlijden te voorzien in de verzorging van de langstlevende partner. Veel pensioendeelnemers realiseren zich niet, dan wel onvoldoende, dat het verzorgingsniveau van het partnerpensioen minder goed kan blijken te zijn dan algemeen wel wordt aangenomen. Ter onderbouwing van deze stelling worden de volgende potentiële pijnpunten besproken: wie is de pensioenpartner, de invloed van een scheiding, het ontbreken van een pensioenplicht, de hoogte van het partnerpensioen, het op risicobasis gefinancierd partnerpensioen, de door sommige pensioenfondsen gehanteerde leeftijdskorting en de duur van de pensioenuitkering.


Mr. F.M.H. Hoens
Mr. F.M.H. (Frank) Hoens is docent, auteur en estate planner te Nijmegen (hoens@hetnet.nl).
Artikel

Aanwijzing van het op de afwikkeling van een nalatenschap toepasselijke recht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2011
Trefwoorden erfrecht, internationaal privaatrecht, rechtskeuze, executele, afwikkelingsbewind
Auteurs Mr. J.L.D.J. Maasland
SamenvattingAuteursinformatie

    De verwijzingsregels van het Nederlandse internationale erfrecht maken onderscheid tussen enerzijds de erfopvolging, ofwel de vererving van de nalatenschap, en anderzijds de vereffening en verdeling van de nalatenschap. In deze bijdrage wordt onderzocht in hoeverre het mogelijk is bij testament te bepalen welk recht van toepassing zal zijn op de afwikkeling van de nalatenschap. Naast het huidige Nederlandse internationale erfrecht worden ook het wetsvoorstel van Boek 10 Burgerlijk Wetboek en het voorstel van de Europese Erfrechtverordening bij de beoordeling van deze vraag betrokken.


Mr. J.L.D.J. Maasland
Mr. J.L.D.J. (Dirk-Jan) Maasland is kandidaat-notaris bij Greenille te Rotterdam (djmaasland@greenille.nl).
Toont 21 - 40 van 65 gevonden teksten
« 1 2 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.