Zoekresultaat: 38 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2009 x Rubriek Artikel x
Artikel

Kredietcrisis en insolventierecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2009
Trefwoorden noodregeling, faillissement, EG-insolventieverordening, illegale kredietinstelling, bank
Auteurs Mr. R. Westrik
SamenvattingAuteursinformatie

    De kredietcrisis lijkt voor het insolventierecht te leiden tot trendbreuken die tot voor kort niet voor mogelijk werden gehouden. Diverse axioma’s lijken op de helling te gaan. Nader onderzoek moet echter wachten tot de ware effecten duidelijk zijn geworden.


Mr. R. Westrik
Mr. R. Westrik is universitair hoofddocent privaatrecht Erasmus Universiteit Rotterdam; hoofd wetenschappelijk bureau te Den Bosch.
Artikel

De Regeling Tijdelijke Garantie Ondernemingsfinanciering

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 7-8 2009
Trefwoorden RTGO, Regeling Groeifaciliteit, Regeling Tijdelijke Garantie Ondernemingsfinanciering
Auteurs Mr. D.S. Mansur
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat in op de bepalingen van de RTGO en de voorwaarden die worden gesteld voor het gebruik van de garantstelling die eronder valt.


Mr. D.S. Mansur
Mr. D.S. Mansur is werkzaam als advocaat bij Stibbe.
Artikel

Morele praktijken

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2009
Trefwoorden morele professionaliteit, reclassering, prosociaal rolmodel, eigen verantwoordelijkheid, conventionele waarden
Auteurs Drs. Lous Krechtig
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt vastgesteld dat er weinig aandacht is voor de morele dimensie van het werken in gedwongen kader. Van de werker wordt gevraagd om een goed ‘prosociaal rolmodel’ te zijn. Vóór de methodische vraag hoe dit te doen met behulp van bestaande aanpakken, ligt de inhoudelijke vraag: welke ‘conventionele waarden’ draagt de werker uit?Het artikel kijkt kritisch naar de veelgekozen theoretische invalshoek van Kohlberg, waarbij het niveau van het morele redeneren aangrijpingspunt voor methodisch handelen is en stelt vragen bij het veelgehanteerde begrip ‘eigen verantwoordelijkheid’. Conclusie is dat de inhoud van de uit te dragen moraal te weinig aan de orde is. Aanbeveling is om onderzoek naar best practices op dit gebied te doen en beleidsmatig aandacht te schenken aan het morele klimaat van de organisatie en de manier waarop dit in het contact tussen werkers en cliënten tot uitdrukking dient te komen.


Drs. Lous Krechtig
Lous Krechtig is sociaal psycholoog, is als methodiekontwikkelaar werkzaam bij de Transfergroep Rotterdam en is lid van de kenniskring ‘Werken in Justitieel Kader’.
Artikel

Naar herstel van vertrouwen?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2009
Trefwoorden Adviescommissie Toekomst Banken, governance en risk management, maatschappelijke rol banken, toezicht en regulering, toekomst banken Nederland
Auteurs Prof. mr. W.J. Oostwouder
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 7 april 2009 verscheen het rapport ‘Naar herstel van vertrouwen’ van de Adviescommissie Toekomst Banken. Deze commissie is in november 2008 ingesteld door het bestuur van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB). Het was de belangrijkste taak van de commissie aanbevelingen te doen ter verbetering van het functioneren van de Nederlandse bancaire sector en zo handvatten te bieden voor het herstel van vertrouwen in de banken. Een belangrijk begin van herstel van vertrouwen in de bancaire sector is dat in dit rapport de maatschappelijke rol van banken wordt onderschreven. Positief is ook dat in het rapport het accent wordt gelegd op de eigen verantwoordelijkheid van de banken en wordt onderkend dat de kredietcrisis is veroorzaakt door het structureel onderschatten van risico’s, vooral door banken. Ook de aanbeveling dat banken bij de afweging van belangen het primaat weer bij de klant moeten leggen, wordt besproken. In zijn bijdrage gaat Oostwouder na of aanbevelingen uit dit rapport door de commissie door middel van het comply or explain-beginsel dwingend kunnen worden opgelegd. Vervolgens bespreekt hij diverse aanbevelingen uit dit rapport kritisch en beantwoord onder meer de vraag of (de gedachte achter) het primaat van de klant hierin consequent wordt doorgevoerd.


Prof. mr. W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. Oostwouder is hoogleraar bedrijfsfinancieel recht aan de Universiteit Utrecht en redacteur van O&F. Hij coördineert samen met prof. dr. E.J.J. Schenk, hoogleraar economische organisatie aan de Universiteit Utrecht, het multidisciplinair onderzoeksprogramma Corporate Governance, Corporate Control and Performance.
Artikel

Principes voor beheerst beloningsbeleid: mooi in theorie én in de praktijk?

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 6 2009
Trefwoorden principes, AFM, DNB, beloningsbeleid, financiële instellingen
Auteurs Mr. N. Veldhoven en Mr. M.F. Landkroon
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 6 mei 2009 publiceerden financieel toezichthouders DNB en AFM hun ‘Principes voor beheerst beloningsbeleid’ gericht op financiële ondernemingen en bepaalde pensioenfondsen. In deze bijdrage worden de verschillende principes - en de juridische status ervan, besproken, mede in het licht van het op 7 april 2009 verschenen rapport van de Adviescommissie Toekomst banken.


Mr. N. Veldhoven
Mr. N. Veldhoven is werkzaam als advocaat bij Stibbe.

Mr. M.F. Landkroon
Mr. M.F. Landkroon is werkzaam als advocaat bij Stibbe.
Artikel

De stand van de professionalisering van de milieuhandhaving

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1 2009
Trefwoorden kwaliteitseisen handhaving, Wet handhavingsstructuur, interbestuurlijk toezicht, regionale omgevingsdienst
Auteurs Dr. A.R. Neerhof, Dr. K.F. van der Woerd en Mr. dr. N.M. van der Grijp
SamenvattingAuteursinformatie

    Ter verbetering van de kwaliteit van de milieuhandhaving zijn in 2005 in de Wet milieubeheer toezichtsinstrumenten ingevoerd en is een amvb met kwaliteitseisen voor handhaving vastgesteld (het BKHM). Planmatigheid, transparantie en voortvarendheid van de milieuhandhaving zijn toegenomen. Toch zijn problemen van versnippering en gebrekkige kwaliteit niet opgelost. Het is nodig geavanceerde risicoanalyses te ontwikkelen, de monitoring te verbeteren en audits in te voeren. De toezichtinstrumenten zijn nuttige stokken achter de deur. Het kabinet wil ze echter afschaffen en de klassieke toezichtsinstrumenten - schorsing, vernietiging en de taakverwaarlozingsregeling – revitaliseren. De ingrepen zijn eerst verantwoord als het informatiemanagement wordt verbeterd, (nog) meer geïnvesteerd wordt in horizontale controle en een kwaliteitsslag wordt gemaakt. Het belang van kwaliteitseisen voor handhaving op grond van de Wabo is relatief. De schaal van de organisaties is vaak niet toereikend. De vraag is of een verplichte regionale omgevingdienst de aangewezen oplossing is.


Dr. A.R. Neerhof
Dr. A.R. Neerhof is als universitair hoofddocent verbonden aan de Afdeling staats- en bestuursrecht, Vrije Universiteit Amsterdam (a.r.neerhof@rechten.vu.nl).

Dr. K.F. van der Woerd
Dr. K.F. van der Woerd is als senior-onderzoeker verbonden aan het Instituut voor Milieuvraagstukken (IVM), Vrije Univeristeit, Amsterdam (frans.van.der.woerd@ivm.falw.vu.nl).

Mr. dr. N.M. van der Grijp
Mr. dr. N.M. van der Grijp is als senior-onderzoeker verbonden aan het Instituut voor Milieuvraagstukken (IVM), Vrije Univeristeit, Amsterdam (nicolien.van.der.grijp@ivm.falw.vu.nl).
Artikel

De veiligheid van privacy

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2009
Trefwoorden informatisering, privacy, Commissie-Brouwer, identiteitsdiefstal, biometrie
Auteurs Prof. mr. J.E.J. Prins
SamenvattingAuteursinformatie

    Wie kijkt naar de opmars van technologie, ziet dat onze samenleving onder invloed daarvan drastisch is veranderd. De vraag die daarmee naar voren treedt, is of de uitgangspunten die ten grondslag liggen aan de huidige wet- en regelgeving voor de bescherming van persoonsgegevens wel voldoende hebben kunnen meebewegen in deze verandering. Vanuit deze vraag schetst deze bijdrage de belangrijkste technologische en maatschappelijke tendensen die de privacy raken, om daarnaast bij ieder van deze tendensen kort aan te geven wat de implicaties voor de Wet bescherming persoonsgegevens zijn. De conclusie is dat een aantal ontwikkelingen zich moeizaam verhoudt tot het huidige wettelijk regime.


Prof. mr. J.E.J. Prins
Prof. mr. J.E.J. Prins is raadslid bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en hoogleraar aan het Tilburg Institute for Law, Technology, and Society (TILT), Universiteit van Tilburg.
Artikel

De werking van de WBP in kaart gebracht: onbekend maakt onbemind

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2009
Trefwoorden privacybescherming, evaluatieonderzoek, toezicht, handhaving, open normen
Auteurs Dr. H.B. Winter
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2008 is empirisch onderzoek uitgevoerd naar de werking van de Wet bescherming persoonsgegevens die op 1 september 2001 in werking trad. Het onderzoek naar de effecten van de wet volgt op een eerdere juridische analyse van de knelpunten (hierna: het knelpuntenonderzoek), waartoe de wet aanleiding geeft en die zich overwegend baseerde op de literatuur over de wet. Bij de uitvoering van het empirisch onderzoek zijn verschillende methoden van gegevensverzameling gehanteerd: schriftelijke en telefonische enquêtes, interviews, casestudies en expertmeetings. Het beeld dat het onderzoek verschaft van de toepassing van de wet, stemt niet erg tevreden. De wet leeft niet erg in de rechtspraktijk, rechtssubjecten achten de wet moeilijk hanteerbaar, en een privacygemeenschap en -cultuur van geïnteresseerde beroepsbeoefenaars en betrokkenen komt maar moeizaam van de grond. In deze beschouwing ga ik nader in op de achtergronden van die vaststelling en probeer ik die conclusie te duiden.


Dr. H.B. Winter
Dr. H.B. Winter is universitair hoofddocent bij de vakgroep Bestuursrecht en Bestuurskunde, Rijksuniversiteit Groningen. Daarnaast is hij directeur van bestuurskundig en bestuursjuridisch onderzoeks- en adviesbureau Pro Facto BV. Hij was projectleider van het onderzoeksteam van Pro Facto en RuG dat de werking van de WBP onderzocht.
Artikel

Access_open Autonomie als voorwaarde tot legaliteit

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2009
Trefwoorden autonomie, legaliteit, Brouwer, Fuller, certificering
Auteurs Pauline Westerman
SamenvattingAuteursinformatie

    Brouwer defended the view that the autonomy of the individual citizen is furthered by articulated, precise and clear legislation. The question arises whether all kinds of rules can be said to enhance such autonomy. It is argued that a distinction should be drawn between rules that dictate desirable outcomes, on the one hand, and rules that determine the way the game is played, on the other. Rules of the game often reflect the way they were drafted and can be seen as the embodiment of power relations between rule-makers. Rules that dictate outcomes, on the other hand, are often drafted by experts who analyse the goals to be reached. The view is defended that only rules of the game – potentially – enhance the autonomy of the citizen, whereas outcome-rules are potentially manipulative, tending to exclude those who are ill-equipped to realize the prescribed outcomes. The virtues of rules therefore do not merely reside in their clear and precise nature, but are largely derived from their capacity to regulate the relations amongst citizens who were included in the process of rulemaking.


Pauline Westerman
Pauline Westerman is hoogleraar Rechtsfilosofie aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Ziekenhuisfusies en publieke belangen

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2009
Trefwoorden ziekenhuisfusies, zorgfusies, algemeen belang in de zorg, bevoegdheden NMa, steunverlening ziekenhuizen
Auteurs Prof. dr. M.F.M. Canoy en Prof. mr. W. Sauter
SamenvattingAuteursinformatie

    Zorgfusies zijn een onderwerp van aanhoudend politiek debat. In het bijzonder ziekenhuisfusies houden de gemoederen bezig. Deze bijdrage bespreekt het bijzondere karakter van de ziekenhuismarkt. We betogen dat de liberalisering, de methodologie van marktafbakening, de beperkte schaalvoordelen en de publieke belangen in de zorg maken dat fusies moeilijk beoordeelbaar zijn. Daarbij gaan we in op het spanningsveld tussen de adviserende zorgtoezichthouders NZa en IGZ en de verantwoordelijke algemene mededingingstoezichthouder NMa. Ook analyseren we mogelijke oplossingsrichtingen, in het bijzonder de borging van publieke belangen middels de diensten van algemeen economisch belang, en een aanvullende zorgtoets gebaseerd op het “DNB model” uit de financiële sector.


Prof. dr. M.F.M. Canoy
Prof. dr. M.F.M. Canoy is als buitengewoon hoogleraar verbonden aan TILEC (Universiteit van Tilburg) en is werkzaam als chief economist bij ECORYS.

Prof. mr. W. Sauter
Prof. mr. W. Sauter buitengewoon hoogleraar verbonden aan TILEC (Universiteit van Tilburg) en is expert bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).
Artikel

Fusies van ziekenhuizen

Het beoordelingskader van de NMa

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2009
Trefwoorden fusies, ziekenhuiszorg, NMa, concentratiecontrole, marktafbakening
Auteurs Prof. dr. M.C.W. Janssen, Drs. K. Schep en Prof. dr. J. van Sinderen
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bevat een overzicht van de NMa-besluiten met betrekking tot fusies tussen ziekenhuizen. Het plaatst de besluiten en de commentaren daarop in perspectief van de ontwikkeling van het denken binnen de NMa. Het artikel besteedt aandacht aan wat wel en niet mogelijk is binnen het toetsingskader van de Mededingingswet. Alleen dan wanneer er sprake is van marktmacht op de relevante markt kan de NMa aspecten van kwaliteit van de zorg en efficiency voordelen mee laten wegen. In haar besluiten houdt de NMa sterk rekening met het feit dat marktwerking in de zorgmarkt nog in een pril stadium verkeert.


Prof. dr. M.C.W. Janssen
Prof. dr. M.C.W. Janssen is raadsadviseur van de NMa ten behoeve van de zorgsector, Competition Economists Group (CEG-Europe) en hoogleraar Ersamus Universiteit Rotterdam.

Drs. K. Schep
Drs. K. Schep is senior medewerker bij de NMa, cluster zorg.

Prof. dr. J. van Sinderen
Prof. dr. J. van Sinderen is Chief Economist, NMa en hoogleraar Economische Politiek, Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

De beoordeling van samenwerkingsvormen in de zorg onder artikel 6 Mw

Ketenzorg is geen kartel

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2009
Trefwoorden VWS, ketenzorg, samenwerkingsvormen, mededinging, zorg, art. 6 Mw
Auteurs Mr. drs. B.M.M. Reuder, Dr. G. Tezel en mr. I.W. VerLoren van Themaat
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Ministerie van VWS staat in de zorg zowel meer concurrentie, als meer samenwerking voor, waaronder samenwerking in de vorm van ketenzorg. Dat lijkt op het eerste gezicht paradoxaal. Marktwerking wordt immers vaak geassocieerd met de plicht voor partijen zelfstandig strategische keuzes te maken, terwijl ketenzorg juist vergaande afstemming verlangt. Dit artikel laat zien dat het mededingingsrecht niet in de weg staat aan realisatie van beide beleidsdoelen. Het mededingingsrecht biedt voldoende ruimte voor samenwerkingen die bijdragen aan de zorgdoelen kwaliteit, betaalbaarheid en bereikbaarheid, doch verbiedt afspraken die de marktwerking verder beperken dan noodzakelijk is voor de realisatie van deze doelstellingen.


Mr. drs. B.M.M. Reuder
Mr. drs. B.M.M. Reuder is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.

Dr. G. Tezel
Dr. G. Tezel is principal manager bij PricewaterhouseCoopers Advisory.

mr. I.W. VerLoren van Themaat
Mr. I.W. VerLoren van Themaat is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.
Artikel

Veilig melden van incidenten in de gezondheidszorg: voorbeelden van (buitenlandse) wetgeving

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2009
Trefwoorden patiëntenveiligheid, incidentenmelding, bescherming melder, blame free reporting
Auteurs Prof. mr. Johan Legemaate en Mr. Robinetta de Roode
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Dutch health care the importance of reporting adverse events is increasingly recognized. Reporting adverse events is seen as a valuable instrument to assess and improve the quality and safety of patient care. It is widely acknowledged that health care practitioners (physicians, nurses) should be able to report adverse events blame free, to prevent that information reported to improve the quality and safety of care is used for other purposes (e.g. to punish the reporter of other persons involved). Several parties have proposed to enact legislation to protect health care practitioners who report adverse events. In other sectors of the Dutch society, as well as in other countries, such legislation already exists. This legislation may serve as an example for legislative action in the area of Dutch health care.


Prof. mr. Johan Legemaate
Johan Legemaate is juridisch adviseur van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG) en bijzonder hoogleraar gezondheidsrecht aan de Vrije Universiteit. E-mail: j.legemaate@fed.knmg.nl

Mr. Robinetta de Roode
Robinetta de Roode is beleidsmedewerker bij de KNMG.
Artikel

De best price rule

Interpretaties van de AFM, de SEC en het Takeover Panel

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2009
Trefwoorden AFM, SEC, Security Exchange Act, City Code, Takeover Panel, ruling
Auteurs Mr. G.R.G. Driessen en J.W. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs bespreken de interpretatie van de AFM van 17 oktober 2008 over de best price rule, zoals neergelegd in de artikelen 19 Bob en 5:79 Wft. Auteurs zetten vraagtekens bij de aansluiting van die interpretatie met de economische realiteit. Daarnaast gaan zij in op het ontbreken van een formele juridische status van interpretaties van de AFM en stellen zij voor om ‘interpretaties’ te gebruiken als uitgangspunt bij de consultatieprocedure van een reguliere beleidsregel. Dit zou moeten uitmonden in kwalitatief betere en afdwingbare regelgeving.Tevens bevat het artikel een rechtsvergelijkende analyse van de toepassing van de best price rule in de VS en het Verenigd Koninkrijk. Verder wordt in de rechtsvergelijkende analyse de status en het gebruik van ‘interpretaties’ door de toezichthouders op de financiële markten in de VS en het Verenigd Koninkrijk behandeld.


Mr. G.R.G. Driessen
Mr. G.R.G. Driessen is als advocaat werkzaam bij Houthoff Buruma N.V. te Amsterdam.

J.W. de Jong
Mr. J.W. de Jong is als advocaat werkzaam bij Houthoff Buruma N.V. te Amsterdam.
Artikel

De (tijdelijke) maatregelen tegen short selling in Nederland, Engeland en de Verenigde Staten

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2009
Trefwoorden short selling, securities lending, Wet op het financieel toezicht, Pensioenwet, Securities Act 1933, Securities Exchange Act 1934, SEC, Financial Services and Markets Act 2000, AFM, FSA, Marktmanipulatie
Auteurs Mr. M. Kuilman en Mr. J.M. Poelgeest
SamenvattingAuteursinformatie

    Met ingang van 11 oktober 2008 is de AFM bevoegd om in geval van bijzondere omstandigheden ter bevordering van de ordelijke en transparante financiële marktprocessen algemeen verbindende voorschriften vast te stellen, zonder dat een daarvoor in aanmerking komende representatieve vertegenwoordiging van onder toezicht staande ondernemingen moet zijn geraadpleegd. De AFM maakte direct van haar uitgebreide bevoegdheid gebruik en kondigde de Tijdelijke Regeling inzake Short Selling af. In Nederland is het verbod op short selling nog steeds van kracht. De maatregelen tegen short selling in Engeland en de Verenigde Staten zijn inmiddels alweer opgeheven. Een verbod op securities lending, hetgeen short selling kan faciliteren, wordt niet wenselijk geacht.


Mr. M. Kuilman
Mr. M. Kuilman is als advocaat werkzaam bij Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.

Mr. J.M. Poelgeest
Mevrouw mr. J.M. van Poelgeest is als advocaat werkzaam bij Loyens & Loeff N.V. te Amsterdam.
Artikel

Toezicht op (frauduleuze) beleggingsfondsen: systeem van uitzonderingen en vrijstellingen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2009
Trefwoorden beleggingsfondsen, fraude, Wft, toezicht, kredietcrisis, Madoff
Auteurs Mr. H.E. Wegman
SamenvattingAuteursinformatie

    Beleggingsfondsen vormen een niet meer weg te denken onderdeel van de moderne financiële markten. De recent aan het licht gekomen fraudepraktijken met deze fondsen waarvan naast particuliere beleggers ook grote bankinstellingen slachtoffer zijn geworden, doen de vraag rijzen in hoeverre het toezicht op beleggingsfondsen tekortschiet. In haar bijdrage bespreekt Wegman hoe het toezicht op beleggingsfondsen in Nederland is geregeld en of er een noodzaak bestaat tot aanpassing van de regelgeving met betrekking tot het toezicht op beleggingsfondsen. Wegman doet tevens een aantal suggesties ter verbetering van dit toezicht.


Mr. H.E. Wegman
Mevrouw mr. H.E. Wegman is als docent/onderzoeker verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Afdeling Ondernemingsrecht, Universiteit Leiden.
Artikel

Wetsvoorstel Bestuur en Toezicht

Het verschil in vennootschapsrechtelijke aansprakelijkheid tussen de niet-uitvoerende bestuurder en de commissaris

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 2 2009
Trefwoorden aansprakelijkheid, toezicht, one tier, monistisch systeem, non-executive bestuurder
Auteurs Mr. Th.G.J.M. Melchers LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt het aansprakelijkheidsrisico van de niet-uitvoerende bestuurder onder het wetsvoorstel Bestuur en Toezicht vergeleken met het aansprakelijkheidsrisico van de commissaris.


Mr. Th.G.J.M. Melchers LL.M.
Mr. Th.G.J.M. Melchers LL.M. is advocaat bij Allen & Overy.
Artikel

De short selling-maatregelen nader belicht

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 1 2009
Trefwoorden short selling, marktmisbruik, Autoriteit Financiële Markten, marktregulering, effectenhandel
Auteurs Mr. drs. D. Dorst en Mr. G.H. van Swieten
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage behandelt de beperkende maatregelen die de AFM eind 2008 nam ten aanzien van short selling. Hiervoor wordt eerst een introductie gegeven over de werking, juridische basis en risico’s van short selling. Vervolgens worden de door de AFM genomen maatregelen en bijbehorende wetgeving chronologisch besproken. Als laatste worden ten aanzien van de juridische basis, effectiviteit en internationale werking van deze maatregelen enige kanttekeningen geplaatst.


Mr. drs. D. Dorst
Mr. drs. D. Dorst is werkzaam als advocaat bij Clifford Chance.

Mr. G.H. van Swieten
Mr. G.H. van Swieten LLM is werkzaam als advocaat bij Clifford Chance.
Toont 21 - 38 van 38 gevonden teksten
« 1 2 »
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.