Zoekresultaat: 67 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2009 x Rubriek Jurisprudentie x

    Dpo en duurzame ontwrichting. Artikel 3.1.2. Bro en branchering. Financiële haalbaarheid en staatssteun. Geen gebruikgemaakt van een taxateur als bedoeld in de Mededeling van Europese Commissie.


Tycho Lam
Jurisprudentie

Het arrest VTB-VAB NV tegen Total Belgium NV & Galatea BVBA tegen Sanoma Magazines Belgium NV

Het Belgische verbod op ‘koppelverkoop’ definitief van de baan

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2009
Trefwoorden handelspraktijk, gezamenlijk aanbod, volledige harmonisatie, Zwarte Lijst, Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken
Auteurs Mr. drs. S. Parlak
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest VTB-VAB tegen Total en BVBA tegen Sanoma heeft het Hof van Justitie geoordeeld dat Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken aldus dient te worden uitgelegd dat deze zich verzet tegen een nationale regeling zoals die aan de orde is in de hoofdgedingen die, behoudens bepaalde uitzonderingen, elk ‘gezamenlijk aanbod’ van een verkoper aan een consument verbiedt, ongeacht de specifieke omstandigheden van het concrete geval.


Mr. drs. S. Parlak
Mr. drs. S. Parlak (Suleyman) is doctoraatsbursaal (fulltime promovendus) aan de Katholieke Universiteit Leuven.
Jurisprudentie

T-Mobile Netherlands: het Hof schenkt klare wijn over de uitleg van een doelbeperking bij een economische benadering

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2009
Trefwoorden doelbeperking, economische benadering, ervaringsregel, onderling afgestemde feitelijke gedraging, causaliteitsvermoeden
Auteurs Mr. drs. E.M.H. Loozen
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof heeft in zijn uitspraak in T-Mobile Netherlands uiteengezet aan welke voorwaarden moet worden voldaan opdat in het geval van een onderling afgestemde feitelijke gedraging een doelbeperking is aangetoond zoals bedoeld in artikel 81, eerste lid, EG-Verdrag. Hierna volgt eerst een korte weergave van de standpunten die de betrokken instanties hadden ingenomen in de aanloop naar de prejudiciële procedure. Daarna worden de antwoorden van het Hof behandeld. Die antwoorden worden vervolgens langs de economische meetlat gelegd.


Mr. drs. E.M.H. Loozen
Mr. drs. E.M.H. Loozen is docent bij het International and European Law Masters Programme van de Universiteit van Amsterdam.

    Externe veiligheid. Wijziging bij vaststelling niet van dien aard dat er een wezenlijk ander plan is vastgesteld. Vrijstellingsbevoegdheid ten behoeve van risicovolle inrichtingen in strijd met Bevi en uit ruimtelijk oogpunt niet aanvaardbaar.

Jurisprudentie

Vakantie aan het stuwmeer: over het recht van de zieke werknemer op jaarlijkse betaalde vakantie

Hof van Justitie EG 20 januari 2009, C-350/06 en C-520/06, JAR 2009/58

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2009
Trefwoorden vakantie, ziekte, verlof, opbouw vakantiedagen, opname vakantiedagen
Auteurs Mr. P.H. Burger
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie van de EG heeft in een recente uitspraak een oordeel gegeven over het recht van zieke werknemers op een jaarlijks betaalde vakantie, zoals dat in artikel 7 van de EG Richtlijn betreffende de organisatie van de arbeidsduur is vastgelegd. De strekking van de uitspraak is dat ook zieke werknemers recht hebben op vakantie, maar dat de mogelijkheid tot het opnemen van vakantie tijdens ziekte wel kan worden beperkt. De werknemer heeft voorts recht op een financiële vergoeding indien de werknemer ook na de ziekteperiode niet van het recht op vakantie gebruik heeft kunnen maken.
    In de annotatie worden de gevolgen van deze uitspraak voor de Nederlandse vakantieregelgeving besproken, en wordt tevens naar aanleiding van gegeven kritiek besproken of het Hof van Justitie hiermee een onnavolgbare benadering heeft gekozen. In ieder geval is de door het Hof gekozen uitleg in overeenstemming met internationale normering, zoals totstandgekomen in het kader van de Internationale Arbeidsorganisatie. De beperkte opbouw van vakantierechten tijdens ziekte in de Nederlandse regelgeving past niet binnen de benadering die het Hof van Justitie heeft gekozen wat betreft de gelijke rechten van zieke werknemers op vakantie. Indien zieke werknemers evenwel feitelijk op gelijke wijze als niet zieke werknemers in de gelegenheid worden gesteld om op vakantie te gaan, kan niet worden gesteld dat aan de waarborg uit de richtlijn niet wordt voldaan. Aanbevolen wordt deze mogelijkheid in de praktijk ook zeker te creëren en zo nodig het nationale recht richtlijnconform uit te leggen. Voorts wordt betoogd dat het verstandig zou zijn om de beperkte opbouw van vakantierechten voor langdurig zieke werknemers en de beperkte mogelijkheden om ziektedagen als vakantiedagen aan te merken, te laten vervallen.


Mr. P.H. Burger
Mr. P.H. Burger is verbonden aan het Advocatencollectief te Utrecht.
Jurisprudentie

Verlies van eenheid en overgang van onderneming

Hof van Justitie EG 12 februari 2009, C-466/07, JAR 2009/92 (Dietmar Klarenberg/Ferrotron Technologies GmbH)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2009
Trefwoorden overgang van onderneming: ondernemingsbegrip, identiteitsbehoud, behoud van eenheid, gelijkwaardige functie in nieuwe organisatie
Auteurs Dr. R.M. Beltzer
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie heeft in het Klarenberg-arrest overwogen dat een onderneming haar identiteit kan behouden – en alle werknemers dus met behoud van hun arbeidsovereenkomst overgaan – zolang de functionele band tussen de productiefactoren behouden blijft. Hiermee is duidelijk dat het enkele onderbrengen van de onderneming in een nieuw organisatorisch verband geen overgang voorkomt. Voorts eist het Hof in deze zaak niet dat de verkrijger aan de werknemer exact dezelfde functie aanbiedt, maar lijkt een gelijkwaardige functie te volstaan. Is ook die ‘volstrekt’ niet te bieden, dan komt een ontslag voor rekening van de werkgever.


Dr. R.M. Beltzer
Dr. R.M. Beltzer is universitair hoofddocent arbeidsrecht aan de UvA.
Jurisprudentie

Associatieve discriminatie, een nieuw begrip van Europees sociaal recht

Hof van Justitie EG 17 juli 2008, C-303/06, JAR 2008/208 NJ 2008, 501 (Coleman/Attridge Law)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2009
Trefwoorden Discriminatoir ontslag op grond van handicap;, toepassing Richtlijn 2000/78/EG niet beperkt tot personen die zelf gehandicapt zijn;, ongunstiger behandeling op grond van handicap van derde is directe discriminatie
Auteurs Mr. dr. A.G. Veldman
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Coleman-zaak beslist het HvJ EG dat een werkneemster die niet zelf gehandicapt is, beroep mag doen op gelijkebehandelingsrichtlijn 2000/78/EG wanneer zij gediscrimineerd wordt op grond van de handicap van haar zoon. De annotatie bespreekt hoe ver deze uitspraak in potentie kan strekken, of de richtlijn geacht wordt de werknemer te beschermen of de derde die over een suspect kenmerk beschikt, of het noodzakelijk is dat deze derde zelf onder de werkingssfeer van de richtlijn valt en, ten slotte, wat de aard van de ‘associatieve’ band tussen de werknemer en de derde zou moeten zijn. Naar aanleiding van de ervaringen in de Engelse rechtspraak wordt een aantal uiteenlopen vormen van discriminatie onderscheiden in het geval dat een werknemer niet zelf over het suspecte persoonkenmerk beschikt. De bijdrage concludeert dat het aanbeveling verdient het arrest zodanig te interpreteren dat associatieve discriminatie wordt onderscheiden van de situatie dat de derde zelf gediscrimineerd is, waarvan de eiser vanwege zijn band met deze derde (tevens) nadelige gevolgen ondervindt. Aangegeven wordt welke juridische verschillen hieruit voortvloeien en wat dit voor de uitleg van de Nederlandse WGBH/CZ betekent.


Mr. dr. A.G. Veldman
Mr. dr. A.G. Veldman is universitair hoofddocent arbeidsrecht en sociaal beleid aan de Universiteit Utrecht.
Jurisprudentie

De positie van de minderjarige erfgenaam, beheer van het vermogen van een erflater

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2009
Trefwoorden minderjarige erfgenaam, beheer vermogen, Erflater
Auteurs Prof. mr. E.A.A. Luijten en Mw. prof. mr. W.R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    In de onderhavige procedure behandelen de auteurs een casus waarin een erfgenaam wilde ‘meeliften’ met de beneficiaire aanvaarding door een minderjarige erfgenaam.


Prof. mr. E.A.A. Luijten
Prof. mr. E.A.A. Luijten is emeritus hoogleraar aan de RU Nijmegen.

Mw. prof. mr. W.R. Meijer
Mw. prof. mr. Meijer is hoogleraar privaatrecht aan de OU Nederland te Heerlen.
Jurisprudentie

CD-Contact Data GmbH/Commissie

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2009
Trefwoorden ziekenhuizen, failing firm, IGZ, efficiëntieverweer, publieke belangen
Auteurs Mr. S. Verschuur en Mr. F. Bleker
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest CD-Contact Data staat de vraag centraal wanneer een distributeur mag worden geacht te hebben ingestemd met het beleid van een leverancier tot beperking van parallelhandel. Als een leverancier stelselmatig probeert parallelhandel uit te bannen, moeten distributeurs terughoudend zijn met het uitwisselen van informatie over parallelhandel in hun gebied. Als de distributeur parallelhandel aan de kaak stelt bij de leverancier, loopt hij het risico een inbreuk te plegen op het kartelverbod. Na dit arrest ligt de drempel hier dus niet hoog.


Mr. S. Verschuur
Mr. S. Verschuur is advocaat bij KienhuisHoving te Enschede.

Mr. F. Bleker
Mr. F. Bleker is advocaat bij KienhuisHoving te Enschede.

    Intrekking vergunning is niet in strijd met het in artikel 1 EVRM vastgelegde eigendomsrecht.

    Aan het bestaan van een milieuvergunning kunnen geen rechten worden ontleend waarmee bij het verlenen van een vergunning krachtens de Natuurbeschermingswet rekening zou moeten worden gehouden.

Jurisprudentie

Criminaliteitsbestrijding of interne markt?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2009
Trefwoorden rechtsgrondslag, derde pijler, eerste pijler, harmonisatie, criminaliteitsbestrijding
Auteurs Mr. F. Kreiken
SamenvattingAuteursinformatie

    De demarcatie van bevoegdheden tussen de verschillende pijlers van de Europese Unie is nog altijd een heet hangijzer. In de zaak Milieustrafrecht uit 2003, kreeg het Hof van Justitie van de EG veel kritiek over zich heen door te kiezen voor een vage scheidslijn tussen het toepassingsgebied van de eerste pijler en de derde pijler. In de zaak over de rechtsgrondslag van de Dataretentierichtlijn tracht het Hof duidelijkheid te verschaffen over het toepassingsbereik van de eerste en de derde pijler op het gebied van databescherming.


Mr. F. Kreiken
Mr. F. Kreiken is promovendus aan de TU Delft, Faculteit TBM, sectie Beleid, Organisatie, Recht en Gaming (BORG).
Jurisprudentie

Hartlauer: reguleren van zorgverlening begrensd

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2009
Trefwoorden vrij verkeer, recht van vestiging, reguleren zorgmarkt, geschikheid en proportionaliteit, diensten van algemeen economisch belang (daeb)
Auteurs Mr. Y.A. Maasdam en Mr. dr. J.J.M. Sluijs
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie EG heeft in het voorjaar een belangwekkende uitspraak gedaan, die meer inzicht geeft in de Europeesrechtelijke grenzen van het op nationaal niveau reguleren van het verlenen van zorg. Eerdere rechtspraak van het Hof had vooral betrekking op de regulering van de inkoop c.q. het verzekeren van zorg, en daarmee op de mobiliteit van patiënten en slechts indirect op het verlenen van zorg. Met deze eerste uitspraak over de aanbodzijde van de zorgmarkt is de cirkel rond. De mogelijkheden van zorgregulering zijn niet onbegrensd, maar Europa laat wel een grote mate van vrijheid aan de lidstaten om hun volksgezondheidstelsel naar eigen inzichten in te richten.


Mr. Y.A. Maasdam
Mr. Y.A. Maasdam is advocaat bij Maasdam Mededingingsadvocaten in Rijswijk.

Mr. dr. J.J.M. Sluijs
Mr. dr. J.J.M. Sluijs is advocaat bij GMW Advocaten in Den Haag.
Jurisprudentie

Transferclausules in bilaterale investeringsovereenkomsten met derde landen in strijd met het EG-Verdrag

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2009
Trefwoorden vrij verkeer van kapitaal met derde landen, artikel 307 EG-Verdrag, bilaterale investeringsovereenkomsten, potentialiteit van onverenigbaarheid, handelingsvrijheid lidstaten onder gedeelde bevoegdheden
Auteurs Ph.F.J.S. Strik LL.M MPhil
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 3 maart 2009 heeft het Hof van Justitie van de EG beslist dat Oostenrijk en Zweden artikel 307 lid 2 EG-Verdrag hebben geschonden doordat zij na toetreding tot de Europese Unie geen gepaste maatregelen hebben genomen om onverenigbaarheden tussen door hen gesloten bilaterale investeringsovereenkomsten met derde landen en het Verdrag op te heffen. De door het Hof geconstateerde onverenigbaarheden hebben betrekking op de bevoegdheid van de Raad om beperkende maatregelen te nemen ten aanzien van het vrij verkeer van kapitaal met derde landen, dat door de zogenoemde transferclausules in de investeringsovereenkomsten juist zonder voorbehoud wordt gewaarborgd. Het Hof heeft in de twee uitspraken de reikwijdte verduidelijkt van de verplichtingen die uit hoofde van het gemeenschapsrecht op de lidstaten rusten indien door hen gesloten bilaterale investeringsovereenkomsten aan de orde zijn, die dateren van de periode vóór het gemeenschapsrecht op deze lidstaten van toepassing werd.


Ph.F.J.S. Strik LL.M MPhil
Ph.F.J.S. Strik (LL.M (Leiden), MPhil (Oxon.)) is promovendus aan de Universiteit van Cambridge.

    Overgangsrecht regelgeving milieueffectrapportage.

Jurisprudentie

Recente ontwikkelingen in jurisprudentie en wetgeving over luchtkwaliteit

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 2 2009
Trefwoorden jurisprudentie, NSL, Wet lukchtkwaliteitseisen, Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007, overgangswet
Auteurs Mr. C.A.M. van den Brand, Mr. O. Kwast en Mr. dr. C.N. van der Sluis
Auteursinformatie

Mr. C.A.M. van den Brand
Mr. C.A.M. van den Brand is officier van justitie te Den Haag.

Mr. O. Kwast
Mr. O. Kwast is werkzaam bij de Hoofddirectie Juridische Zaken van het ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Mr. dr. C.N. van der Sluis
Mr. dr. C.N. van der Sluis is werkzaam bij de Hoofddirectie Juridische Zaken van het ministerie van Verkeer en Waterstaat en treedt per 1 augustus 2009 in dienst bij de sectie bestuurs- en omgevingsrecht van Ploum Lodder Princen te Rotterdam.
Jurisprudentie

Aansprakelijkheid voor asbestblootstelling

Hof Den Bosch 6 mei 2008, LJN BD 5666

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2009
Trefwoorden angstschade, asbest, blootstelling
Auteurs Mevrouw mr. E.P. Ceulen
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage behandelt een werknemer die ten gevolge van de blootstelling aan asbesthoudend materiaal in 2001 vanwege psychische klachten volledig arbeidsongeschikt raakte. De psychische klachten zijn volgens de werknemer het gevolg van de angst voor een asbestziekte die zich in de toekomst zou kunnen openbaren. Voor vergoeding van zijn schade sprak de werknemer zijn materiële werkgever aan.


Mevrouw mr. E.P. Ceulen
Mevrouw mr. E. P. Ceulen is advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen N.V

Mr. F.M. Fleurke
Mr. F.M. Fleurke is promovendus aan de Universiteit van Amsterdam.

Mr. F.G. Wilman
Mr. F.G. Wilman is advocaat bij Houthoff Buruma in Brussel. De auteur dankt zijn kantoorgenoten prof. mr. J.M. Hebly en mr. G. van der Wal voor hun opmerkingen bij eerdere versies van dit artikel.

Mr. J.J. van Haersolte-van Hof
Mr. J.J. van Haersolte- van Hof is advocaat bij Freshfields Bruckhauser Deringer LLP te Den Haag.
Toont 21 - 40 van 67 gevonden teksten
« 1 2 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.