Zoekresultaat: 104 artikelen

x
Jaar 2016 x

    Op grond van het (internationaal) maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO) stimuleert de overheid ondernemingen in dertien Nederlandse sectoren om in sectorverband samen met de overheid en partijen uit het maatschappelijk middenveld afspraken te maken om complexe IMVO-risico’s in de keten aan te pakken. Dit is opmerkelijk, want op grond van het mededingingsrecht kan het maken van dergelijke afspraken – indien zij in strijd zijn met het kartelverbod – ondernemingen duur komen te staan. Om deze gecompliceerde situatie te verbeteren heeft de minister van Economische Zaken op 30 september 2016 de herziening van de Beleidsregel mededinging en duurzaamheid gepubliceerd. In dit artikel analyseert de auteur de effecten van de herziening en beoordeelt zij of het mededingingsrecht op deze manier meer ruimte geeft aan duurzaamheidsinitiatieven.


Jeanine Wubbels
Mr. J.J. Wubbels is onderzoeker aan de Leerstoel International Business and Human Rights aan de Erasmus Universiteit.
Artikel

Schets van het internationaal gezondheidsrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2016
Trefwoorden internationaal gezondheidsrecht, WHO-standaarden, gezondheid en mensenrechten
Auteurs Prof. mr. B.C.A. Toebes
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bespreekt de aard en reikwijdte van het internationaal gezondheidsrecht, een tak van het internationaal publiekrecht die nauw verweven is met het nationale gezondheidsrecht. De standaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie komen aan bod, evenals de relevante mensenrechtenbepalingen. De conclusie luidt dat het internationaal gezondheidsrecht een dynamisch veld is dat voor grote uitdagingen staat, waaronder het ontwikkelen van nieuwe standaarden in antwoord op de mondiale stijging van chronische ziektes en het ter verantwoording roepen van invloedrijke niet-statelijke actoren zoals de farmaceutische industrie en de tabaksindustrie.


Prof. mr. B.C.A. Toebes
Brigit Toebes is adjunct hoogleraar en Rosalind Franklin Fellow, Afdeling Internationaal Recht, Faculteit Rechtsgeleerdheid, Rijksuniversiteit Groningen. Email b.c.a.toebes@rug.nl.
Artikel

Naar een Europees wetboek voor elektronische communicatie

Kroniek Telecommunicatie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2016
Trefwoorden elektronische communicatie, telecommunicatie, internet, breedbandtoegang, radiospectrum
Auteurs Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek wordt ingegaan op de ontwikkelingen in het Europese telecommunicatiekader in de afgelopen drie jaren. Het bevorderen van connectiviteit was een thema uit de voorstellen voor een ‘Connected Continent’ van Commissaris Kroes in 2013. Opnieuw is toegang tot snelle internetconnectiviteit een belangrijke doelstelling van regulering in het voorstel voor een geheel nieuw Europees wetboek voor elektronische communicatie dat de Europese Commissie in september 2016 publiceerde. Het voorstel betekent een algehele herziening van het Europees telecommunicatiekader dat gevolgen zal hebben voor de Nederlandse Telecommunicatiewet.


Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
Prof. mr. G.P. (Gera) van Duijvenvoorde is bijzonder hoogleraar telecommunicatierecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid (afdeling eLaw) van de Universiteit Leiden en advocaat-in-dienstbetrekking bij KPN.
Artikel

De leer van de Hoge Raad over onrechtmatig bewijs (‘zozeer indruist’-criterium) door het EU Handvest op de schop?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2016
Trefwoorden strafrechtelijk, onrechtmatig verkregen bewijs, belastingprocedures, ‘zozeer indruist’-criterium, Unierecht
Auteurs Mr. R. van der Hulle en Mr. R. de Bree
SamenvattingAuteursinformatie

    In een arrest van 20 maart 2015 heeft de belastingkamer van de Hoge Raad het toetsingskader voor het gebruik van strafrechtelijk onrechtmatig verkregen bewijs in belastingprocedures uiteengezet. De houdbaarheid van dit toetsingskader is echter in de literatuur ter discussie gesteld naar aanleiding van het WebMindLicenses-arrest van het Hof van Justitie van 17 december 2015. In deze bijdrage wordt beoordeeld of het toetsingskader van de belastingkamer van de Hoge Raad daadwerkelijk aanpassing behoeft.
    HR 20 maart 2015, nr. 13/03959, ECLI:NL:HR:2015:643.
    HvJ EU 17 december 2015, zaak C-419/14, ECLI:EU:C:2015:832.


Mr. R. van der Hulle
Mr. R. (Rick) van der Hulle en mr. R. (Robbert) de Bree zijn beiden advocaat bij Wladimiroff Advocaten te Den Haag.

Mr. R. de Bree

Jeroen ten Voorde
Prof. mr. J.M. ten Voorde is universitair hoofddocent straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit Leiden en als bijzonder hoogleraar strafrechtsfilosofie (leerstoel Leo Polak) verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Detailhandel – een dienst die geen dienst mag heten?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Dienstenrichtlijn, ruimtelijke ordening, detailhandel, Verordening ruimte
Auteurs Mr. J.J. (Jaap) van der Gouw en Mr. M.J.W. (Matthijs) Timmer
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van wijzigingen van ruimtelijkeordeningswetgeving, de schorsing van enkele bepalingen van de Verordening ruimte 2014 van de provincie Zuid-Holland vanwege (vermeende) strijd met de Dienstenrichtlijn en prejudiciële vragen van de Afdeling bestuursrechtspraak aan het Hof van Justitie wordt in dit artikel de relatie tussen de Dienstenrichtlijn en de ruimtelijke ordening besproken.


Mr. J.J. (Jaap) van der Gouw
Mr. J.J. van der Gouw is advocaat bij Van der Feltz advocaten te Den Haag.

Mr. M.J.W. (Matthijs) Timmer
Mr. M.J.W. Timmer is advocaat bij Van der Feltz advocaten te Den Haag.
Artikel

Detailhandel en de provinciale verordening: grenzen overschreden?!

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 5 2016
Trefwoorden omgevingsrecht, ruimtelijke ordening, Dienstenrichtlijn
Auteurs Mr. H. (Hans) Koolen
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat in op één specifieke instructieregel in de Verordening ruimte 2014 van de provincie Zuid-Holland, te weten art. 2.1.4 VR. Deze regel ziet op de vestigingsmogelijkheden van detailhandel in Zuid-Holland. Art. 2.1.4 VR staat al enige tijd in de belangstelling. Het is onderwerp van een aantal procedures bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over reactieve aanwijzingen ex art. 3.8 lid 6 Wro en de weigering van een ontheffing ex art. 4.1a Wro. De regeling staat ook in de belangstelling in verband met de vraag hoe dit artikel zich verhoudt tot de eisen van het Unierecht, de vraag of het voortvloeit uit dwingende redenen van algemeen belang, de vraag of het geschikt, evenredig en noodzakelijk is om ruimtelijke doelstellingen te bereiken, en tot slot de vraag of het kan worden geacht ruimtelijke en provinciaal noodzakelijke belangen te dienen.


Mr. H. (Hans) Koolen
Mr. H. Koolen is advocaat bij de maatschap Gijs Heutink Advocaten te Amsterdam.
Jurisprudentie

Eturas: ontvangst ongevraagde online informatie kan leiden tot onderling afgestemd feitelijk gedrag

HvJ EU 21 januari 2016, zaak C-74/14, Eturas UAB e.a./Lietuvos Respublikos konkurencijos taryba, ECLI:EU:C:2016:42

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2016
Trefwoorden onderling afgestemd gedrag, bewijslast, bewijsstandaard, Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie, onschuldpresumptie
Auteurs Winfred Knibbeler
SamenvattingAuteursinformatie

    De uitspraak van het Hof van Justitie in de zaak Eturas vormt een belangrijke bouwsteen in de rechtspraak over onderling afgestemd feitelijk gedrag. Het Hof van Justitie bevestigt dat een online mededeling in een verticale context kan leiden tot een inbreuk op artikel 101 VWEU. Daarvoor is wel nodig dat een mededingingsautoriteit volgens nationale bewijsregels aannemelijk maakt dat de ontvanger van een online bericht op de hoogte was van de inhoud van het bericht. Nationale bewijsregels worden begrensd door het vermoeden van onschuld, dat vervat is in artikel 48 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie en het is ook mogelijk zich van de inbreuk te distantiëren door te bewijzen dat de ongevraagde online informatie commercieel is genegeerd.


Winfred Knibbeler
Mr. W. Knibbeler is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP te Amsterdam.
Jurisprudentie

Het DHL-arrest: ‘Foutje, bedankt!’ in een systeem van parallelle clementieregelingen

HvJ EU 20 januari 2016, zaak C-428/14, DHL Express (Italy) Srl en DHL Global Forwarding (Italy) SpA/Autorità Garante della Concorrenza e del Mercato, ECLI:EU:C:2016:27

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2016
Trefwoorden opsporing, clementie, kartel, Verordening (EG) nr. 1/2003, ECN-model
Auteurs Ruben Elkerbout
SamenvattingAuteursinformatie

    Tot voor kort was de hamvraag voor clementieverzoekers wat de precieze juridische status was van het ECN-clementieregelingsmodel van 2006 en welke precieze relatie een hoofdclementieverzoek bij de Commissie en een beknopt verzoek bij een nationale mededingingsautoriteit hebben. Op deze vragen en meer geeft het Hof van Justitie antwoord in het DHL-arrest. In deze bijdrage worden het DHL-arrest en de implicaties daarvan voor de clementiepraktijk besproken. Tevens komen het relevante juridische kader en het feitencomplex aan bod. Auteur pleit in zijn conclusie voor een in meer of mindere mate gecentraliseerd Europees clementieprogramma.


Ruben Elkerbout
Mr. R. Elkerbout is advocaat bij Stek te Amsterdam.
Artikel

Civiele aansprakelijkheid voor het gebruik van medische applicaties

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2016
Trefwoorden medische applicaties, software, medische hulpmiddelen, civiele aansprakelijkheid
Auteurs Mr. A.J. Zijlstra
SamenvattingAuteursinformatie

    Het toenemende gebruik van smartphones en de technologische ontwikkelingen op het gebied van medische applicaties hebben voor grote veranderingen gezorgd binnen de gezondheidszorg. Ook de juridische wereld wordt geconfronteerd met dit fenomeen, aangezien de schade die voortvloeit uit het gebruik van medische applicaties zou kunnen leiden tot claims. In dit artikel wordt onderzocht in hoeverre medische applicaties passen binnen het wettelijk kader van een gebrekkig product en een ongeschikte hulpzaak. Daarnaast worden verschillende verhaalsmogelijkheden voor de patiënt behandeld, wanneer een dergelijke applicatie wordt ingezet bij een geneeskundige behandelingsovereenkomst.


Mr. A.J. Zijlstra
Anna Zijlstra (27 jaar) is advocaat bij Lauxtermann Advocaten te Amsterdam. Dit artikel is geschreven naar aanleiding van de scriptie ter afronding van de master Gezondheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam, met de titel: ‘Civiele aansprakelijkheden bij medische applicaties’ en te raadplegen via www.gzr-updates.nl. De auteur dankt mr. dr. R.P. Wijne voor het commentaar op eerdere versies van dit artikel.
Artikel

TenneT/ABB: een mijlpaal voor kartelschade én het algemene schadevergoedingsrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2016
Trefwoorden kartelschade, voordeelstoerekening, bewijslast(verdeling), passing-on verweer, doorberekeningsverweer
Auteurs Mr. J.A. Möhlmann en Mr. M.R. Fidder
SamenvattingAuteursinformatie

    Het TenneT/ABB-arrest van de Hoge Raad vormt een mijlpaal voor kartelschade en het algemene schadevergoedingsrecht. Het biedt duidelijkheid over het bij kartelschade belangrijke passing-on verweer en herziet de vereisten voor voordeelstoerekening. Het arrest werpt echter ook nieuwe vragen op met betrekking tot de bewijslastverdeling bij toerekening van voordeel.


Mr. J.A. Möhlmann
Mr. J.A. Möhlmann is advocaat bij Van Benthem & Keulen te Utrecht.

Mr. M.R. Fidder
Mr. M.R. Fidder is advocaat bij Van Benthem & Keulen te Utrecht.

Dr. mr. C. Blankman
Dr. mr. C. (Kees) Blankman is als universitair docent verbonden aan de Juridische Faculteit van de VU te Amsterdam.

mr. K. Vermariën
Mr. Karen Vermariën is werkzaam als wetenschappelijk docent aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

De studenten-OV is niet in strijd met het EU recht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2016
Trefwoorden Burgerschap van de Unie, discriminatie op grond van nationaliteit, steun voor levensonderhoud, Richtlijn 2004/38/EG, artikel 18 VWEU
Auteurs Mr. dr. M. de Mol
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit arrest geeft het Hof van Justitie uitleg over artikel 24 lid 2 van Richtlijn 2004/38/EG. Deze bepaling is een uitzondering op het verbod van discriminatie op grond van nationaliteit voor studiebeurzen en studieleningen voor levensonderhoud. Uit het eerdere arrest Commissie/Oostenrijk blijkt dat niet alle steun aan studenten kan worden gekwalificeerd als een studiebeurs of een studielening in de zin van deze bepaling. In het onderhavige arrest oordeelt het Hof van Justitie dat de Nederlandse studenten-OV er wel onder valt, omdat die de kenmerken vertoont van en verwant is aan ofwel een studiebeurs ofwel een studielening.
    HvJ 2 juni 2016, zaak C-233/14, Commissie/Nederland (studenten OV), ECLI:EU:C:2016:396.


Mr. dr. M. de Mol
Mr. dr. M. (Mirjam) de Mol is onderzoeker aan het Maastricht Centre of European Law (MCEL), Universiteit Maastricht.
Artikel

Wederzijds vertrouwen in EAB-zaken op de helling?

Law in action vs. law in the books

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2016
Trefwoorden Kaderbesluit Europees aanhoudingsbevel, overleveringswet, wederzijds vertrouwen en erkenning, grondrechtenbescherming, artikel 4 Handvest
Auteurs Mr. M.I. Veldt-Foglia
SamenvattingAuteursinformatie

    Het beginsel van wederzijds vertrouwen en de erkenning van rechterlijke uitspraken in de EU is vanaf de invoering van het Europees aanhoudingsbevel in 2004 het uitgangspunt geweest. Het Hof van Justitie heeft daaraan ook strak de hand gehouden. Met het arrest in de zaken Pál Aranyosi en Robert Căldăraru erkent het Hof van Justitie dat een uitzondering mogelijk is in het geval van een dreigende schending van het in artikel 4 Handvest neergelegde verbod van een onmenselijke of vernederende behandeling op grond van de detentieomstandigheden in de aangezochte staat. In deze bijdrage wordt de betekenis van dit arrest bezien voor de Europese strafrechtelijke samenwerking.
    HvJ 5 april 2016, gevoegde zaken C-404/15 en C-659/15 PPU, Pál Aranyosi en Robert Căldăraru, ECLI:EU:C:2016:198


Mr. M.I. Veldt-Foglia
Mr. M.I. (Mappie) Veldt-Foglia is raadsheer in het Gerechtshof Den Haag.
Artikel

Viermaal auteursrecht in de digitale eengemaakte markt

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2016
Trefwoorden Digitale eengemaakte markt, Auteursrecht, Digitaal en grensoverschrijdend gebruik, Online-uitzendingen van omroeporganisaties, Visueel gehandicapten
Auteurs Prof. mr. D.J.G. Visser
SamenvattingAuteursinformatie

    Als onderdeel van haar strategie voor een ‘digitale eengemaakte markt’ (Digital Single Market, afgekort DSM) heeft de Europese Commissie op 14 september 2016 voorstellen gedaan voor maar liefst vier verschillende instrumenten op het gebied van het auteursrecht: een richtlijn en een verordening over digitaal en grensoverschrijdend gebruik én een richtlijn en een verordening over gebruik voor visueel gehandicapten. Deze voorstellen worden in deze bijdrage besproken.

    • Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake auteursrechten in de digitale eengemaakte markt- COM(2016)593. (‘DSM-richtlijn’)

    • Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van voorschriften inzake de uitoefening van auteursrechten en naburige rechten die van toepassing zijn op bepaalde online-uitzendingen van omroeporganisaties en doorgifte van televisie- en radioprogramma’s - COM(2016)594. (‘Online Omroep verordening’, (OOV))

    • Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de grensoverschrijdende uitwisseling tussen de Unie en derde landen van exemplaren in toegankelijke vorm van bepaalde door het auteursrecht en naburige rechten beschermde werken en ander materiaal ten behoeve van personen die blind zijn, visueel gehandicapt of anderszins een leeshandicap hebben - COM(2016)595 (‘Marrakesh’-verordening).

    • Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake bepaalde toegestane vormen van gebruik van door auteursrechten en naburige rechten beschermde werken en ander materiaal ten behoeve van personen die blind zijn, visueel gehandicapt of anderszins een leeshandicap hebben, en tot wijziging van Richtlijn 2001/29/EG betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij - COM(2016)596. (‘Marrakesh’-richtlijn)


Prof. mr. D.J.G. Visser
Prof. mr. D.J.G. (Dirk) Visser is hoogleraar Intellectuele Eigendom in Leiden en advocaat in Amsterdam.
Artikel

Afstemming in de eenentwintigste eeuw: de rol van bewijsvermoedens voor onderling afgestemde feitelijke gedraging door deelname aan online platforms

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2016
Trefwoorden mededingingsrecht, bewijsvermoeden, procedurele autonomie, onderling afgestemde feitelijke gedraging
Auteurs Prof. mr. A. Gerbrandy en T. Binder
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaak Eturas werd het Hof van Justitie gevraagd om een nadere uitleg te geven aan het begrip ‘afstemming tussen ondernemingen’ in de zin van een onderling afgestemde feitelijke gedraging (art. 101 lid 1 VWEU). Het belang van dit arrest ligt ten eerste in de constatering dat afstemming plaats kan vinden door middel van deelname van ondernemingen aan een online platform beheerd door een derde (niet-concurrerende) partij, en ten tweede in de verdere verfijning van de toelaatbaarheid van bewijsvermoedens; meer specifiek van de grenzen die het onschuldbeginsel daaraan stelt.
    HvJ 21 januari 2016, zaak C-74/14, Eturas UAB e.a./Lietuvos Respublikos konkurencijos taryba, ECLI:EU:C:2016:42.


Prof. mr. A. Gerbrandy
Prof. mr. A. (Anna) Gerbrandy is hoogleraar mededingingsrecht aan de Universiteit Utrecht.

T. Binder
T. (Tom) Binder is student in de master European Law aan de Universiteit Utrecht en als student-assistent verbonden aan het Europa Instituut van die universiteit.
Artikel

De voorrang van het Unierecht anno 2016: van een absolute regel naar een zwaarwegend principe?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2016
Trefwoorden Voorrang van het Unierecht, Handhaving gevolgen van een met het Unierecht strijdige nationale regeling, Winner Wetten, Inter-Environnement Wallonie, Verplichting nationale rechter tot het stellen van prejudiciële vragen
Auteurs Mr. drs. R. van der Hulle
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage staat in het teken van het arrest Association France Nature Environnement. In dit arrest staat de bevoegdheid van de nationale rechter om de gevolgen van een met het Unierecht strijdige nationale regeling te handhaven centraal. Deze bevoegdheid raakt aan de voorrang van het Unierecht en de daaraan gekoppelde verplichting voor iedere nationale rechter om met het Unierecht strijdig nationaal recht buiten toepassing te laten. Het arrest maakt duidelijk dat het Hof van Justitie in zeer uitzonderlijke gevallen bereid zou kunnen zijn om de voorrang van het Unierecht niet langer als een absolute regel te hanteren.
    HvJ 28 juli 2016, zaak C-379/15, Association France Nature Environnement/Premier Ministre en Ministre de l’Écologie, du Développement durable et de l’Énergie, ECLI:EU:C:2016:603


Mr. drs. R. van der Hulle
Mr. drs. R. (Rob) van der Hulle is advocaat bij Allen & Overy LLP in Amsterdam. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Vragen over de vennootschappelijke medezeggenschapsregeling in artikel 2:333k BW bij grensoverschrijdende fusies

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7 2016
Trefwoorden artikel 2:333k BW, vennootschappelijke medezeggenschap, grensoverschrijdende fusie, referentievoorschriften, toepasselijk recht
Auteurs Mr. P.H. Tieskens
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel bespreekt de auteur enkele vragen over de vennootschappelijke medezeggenschapsregeling in artikel 2:333k BW bij grensoverschrijdende fusies. De auteur gaat onder meer in op het toepasselijke recht, de interpretatie van artikel 2:333k lid 3 onderdeel c BW, de toepassing van de referentievoorschriften en de procedure tot statutenwijziging.


Mr. P.H. Tieskens
Mr. P.H. Tieskens is kandidaat-notaris bij Allen & Overy te Amsterdam.
Jurisprudentie

Noot bij Rb. Amsterdam 9 maart 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:1199

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Lex certa-beginsel, legaliteitsbeginsel, Wet wapens en munitie, Regeling wapens en munitie, Motivering vrijspraak
Auteurs Mr. dr. J.S. Nan
SamenvattingAuteursinformatie

    De rechtbank acht artikel 3 sub a Regeling wapens en munitie te vaag, onder meer omdat voor de burger niet duidelijk is wanneer een (luchtdruk)wapen een sprekende gelijkenis vertoont met een echt wapen. De annotator meent dat dat oordeel rechtens onjuist is en dat de motivering van de gegeven vrijspraak de eerste drie vragen van artikel 350 Sv door elkaar haalt.


Mr. dr. J.S. Nan
Mr. dr. J.S. Nan is universitair docent straf(proces)recht aan de Erasmus School of Law en (cassatie)advocaat bij Wladimiroff Advocaten.
Artikel

Access_open Artikel 50 VEU en Brexit: de juridische contouren voor een politiek drama

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2016
Trefwoorden Brexit, Artikel 50 VEU, Uittreding EU, Verenigd Koninkrijk
Auteurs Dr. A. Cuyvers
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage geeft een initiële analyse van de juridische kaders die artikel 50 VEU neerlegt voor de terugtrekking van het VK. Welke regels gelden er en welke beperkingen leggen deze regels, in principe, op aan dit proces? Hiertoe focust de analyse op enkele essentiële elementen van artikel 50 VEU: het indienen en eventueel intrekken van een kennisgeving, de termijn voor het bereiken van een akkoord, de positie van het VK in de EU tijdens het onderhandelingsproces, het aantal en soort akkoorden dat gesloten dient te worden, en de eventuele noodzaak van een wijziging van de EU-verdragen. De bijdrage sluit af met enkele meer algemene observaties over Brexit en enkele suggesties voor de eventuele aanpassing van artikel 50 VEU zelf.
    Artikel 50 Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), Maastricht, 7 februari 1992, PbEG 1992, C 191


Dr. A. Cuyvers
Dr. A. (Armin) Cuyvers is Universitair docent Europees Recht aan het Europa Instituut in Leiden. Bijzondere dank is verschuldigd aan Vestert Borger, Christophe Hillion en Stefaan Van den Bogaert.
Toont 21 - 40 van 104 gevonden teksten
« 1 2 4 5 6
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.