Zoekresultaat: 67 artikelen

x
Jaar 2014 x
Artikel

De Richtlijn betreffende schadevergoedingsacties wegens inbreuken op de mededingingsregels

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2014
Trefwoorden wetgeving, Richtlijn, civiele handhaving, mededingingsrecht
Auteurs Mr. Edmon Oude Elferink en Mr. Bram Braat
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 17 april 2014 heeft het Europees Parlement de Richtlijn betreffende bepaalde regels voor schadevorderingen volgens nationaal recht wegens inbreuken op de bepalingen van het mededingingsrecht van de lidstaten en van de Europese Unie aangenomen (Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 17 april 2014 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde regels voor schadevorderingen volgens nationaal recht wegens inbreuken op de bepalingen van het mededingingsrecht van de lidstaten en van de Europese Unie, A7-0089/2014). Deze richtlijn brengt met zich dat de lidstaten dienen te waarborgen dat het verhaal van schade in verband met schending van het kartelverbod en het verbod van misbruik van economische machtspositie wordt gefaciliteerd. In dit artikel wordt enerzijds een toelichting gegeven op de totstandkoming van de richtlijn en anderzijds besproken welke wetswijzigingen, if any, de Nederlandse wetgever dient door te voeren teneinde aan de verplichtingen uit hoofde van de richtlijn te voldoen.
    Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 17 april 2014 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde regels voor schadevorderingen volgens nationaal recht wegens inbreuken op de bepalingen van het mededingingsrecht van de lidstaten en van de Europese Unie, A7-0089/2014.


Mr. Edmon Oude Elferink
Mr. E. (Edmon) Oude Elferink is advocaat bij CMS.

Mr. Bram Braat
Mr. B. (Bram) Braat is advocaat bij CMS en tevens promovendus aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

    In his article, Jurgen Kuiper describes what rules will be included in the law governing mediation in disputes between the tax authorities and a taxpayer (and his or her tax adviser/lawyer) in the Netherlands, based on the draft law proposal initiated by Ard van der Steur, a member of the Dutch Parliament. Jurgen Kuiper describes when and how mediation is achieved, what else is regulated in relation to mediation, and who the mediator will be. He also describes what is new in the draft law proposal in comparison with the content of the mediation agreement which currently in practice is concluded between the tax authorities, the taxpayer (and his or her (tax) adviser/lawyer) and the mediator at the beginning of the mediation. Although the draft law proposal contains some new items, he expects that, in practice, the draft law will hardly make any difference when it comes to mediation in tax disputes. He also expects that regulation of mediation in tax disputes in the law might contribute to mediation in tax matters being taken more seriously.


Jurgen Kuiper
Jurgen Kuiper is als praktijkgroepmanager werkzaam in de algemene fiscale praktijk bij Loyens & Loeff N.V. Daarnaast is hij MfN-registermediator in mediations in conflicten tussen een belastingplichtige en de Belastingdienst en in zakelijke conflicten. Hij is voorzitter van de Vereniging voor Fiscale Mediation (VFM) en een van de auteurs van het boek Mediation in belastingzaken, Anders en effectief (Den Haag: Sdu Uitgevers 2013).
Praktijk

Voor niets gaat de zon op!

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Koop op afbetaling, Consumentenkrediet, Wet op het financieel toezicht, Consumentenrecht
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn arrest van 13 juni 2014 betreffende de prejudiciële vraag over de aanschaf van een mobiele telefoon heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de ‘gratis’ verstrekking van een mobiele telefoon bij een telefoonabonnement kwalificeert als koop op afbetaling en consumentenkrediet. Dit kan ook toepasselijkheid van de wetgeving over consumentenkrediet en financieel toezicht met zich meebrengen. In deze bijdrage wordt het arrest besproken en worden de gevolgen van het arrest belicht.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Artikel

De relatieve zwaarte van wederzijdse verantwoordelijkheid voor teleurstellende effectenleaseresultaten

Over schadedeling wegens eigen schuld in effectenleasezaken

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Effectenlease, eigen schuld, artikel 6:101 BW, Verdelingsmaatstaf, Veroorzakingswaarschijnlijkheid, (pre)contractuele zorgplicht, Onderzoeksplicht
Auteurs Prof. mr. A.L.M. Keirse en Mr. A. Van Onna
SamenvattingAuteursinformatie

    Avonturen in de effectenlease liepen slecht af als gevolg van een samenloop van omstandigheden, waaronder een te gretig winstoogmerk aan de zijde van de financiële aanbieder en een te grote lichtvaardigheid aan de zijde van de afnemende consument. In deze bijdrage wordt de (inmiddels gestandaardiseerde) schadedeling onder de loep genomen die in de rechtspraak is gevolgd op de erkenning van de wederzijdse verantwoordelijkheid in dezen.


Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. Keirse is hoogleraar privaatrecht bij het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en in dit verband verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law, alsook aan het Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe. Zij is tevens parttime raadsheer bij het Gerechtshof te Amsterdam. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.

Mr. A. Van Onna
Mr. A. van Onna is advocaat bij Holland van Gijzen Advocaten en Notarissen te Utrecht. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht: recente ontwikkelingen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2014
Trefwoorden kartelschade, umbrella pricing, privaatrechtelijke handhaving, Courage/Crehan, mededingingsrecht
Auteurs Mr. E.D. Glerum-van Aalst en Mr. S.R. Brand
SamenvattingAuteursinformatie

    De afgelopen jaren lijkt sprake van een gestage opmars van privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht. Dit houdt onder andere in dat het steeds vaker voorkomt dat private partijen een kartelschadevordering indienen jegens karteldeelnemers. In deze bijdrage zal de huidige stand van zaken worden besproken wat betreft de mogelijkheden voor private partijen om kartelschadevorderingen in te stellen in Nederland.


Mr. E.D. Glerum-van Aalst
Mr. E.D. Glerum-van Aalst is werkzaam als advocaat bij Kneppelhout & Korthals Advocaten.

Mr. S.R. Brand
Mr. S.R. Brand is werkzaam als advocaat bij Kneppelhout & Korthals Advocaten.
Artikel

De gevolgtrekking die hij geraden acht

Sancties op schending van de waarheidsplicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2014
Trefwoorden art. 21 Rv, art. 22 Rv, waarheidsplicht, gevolgtrekking, Sanctie
Auteurs Mr. C.J-A. Seinen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden uitspraken van na 1 januari 2012 besproken waarin schending van de waarheidsplicht aan de orde is. Na een korte schets van de visies van wetgever, Hoge Raad en literatuur op de sanctionering van de waarheidsplicht worden de in de feitenrechtspraak opgelegde sancties op een rij gezet. Duidelijk wordt dat rechters de waarheidsplicht zeer actief gebruiken en dat flinke verschillen bestaan in de op schending gestelde sancties. Hoewel de wetgever geen voorstander was van het uitdelen van sancties door de civiele rechter, bepleit de auteur dat sancties onder omstandigheden (vooral ten aanzien van repeat players) verdedigbaar zijn.


Mr. C.J-A. Seinen
Gerechtsauditeur bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad
Artikel

De aanvulling en verbetering van uitspraken – een onderzoek naar het toepassingsbereik van art. 31 en 32 Rv

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Procesrecht, Aanvulling, Verbetering, Apparaatsfout, Deformalisering
Auteurs mr. drs. P.A. Fruytier en mr. L.V. van Gardingen
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel zoeken de auteurs aan de hand van de systematiek van art. 31 en 32 Rv en de daaraan ten grondslag liggende beginselen naar de grenzen van deze bepalingen. Zij gaan vervolgens in op een aantal grensgevallen: (a) reparatie van apparaatsfouten, (b) verbetering van eigen rechtsoverwegingen door de Hoge Raad en (c) aanvulling door de rechter van gemiste gronden en weren. Voor fatale apparaatsfouten pleiten de auteurs voor aanvaarding van een termijn van veertien dagen na de uitspraak waarbinnen partijen de rechter op de fout kunnen wijzen. De andere grensgevallen kunnen volgens hen deels onder de werking van art. 31 Rv en/of art. 32 Rv gebracht worden.


mr. drs. P.A. Fruytier
Philip Fruytier is advocaat bij Houthoff Buruma en maakt deel uit van het cassatieteam.

mr. L.V. van Gardingen
Laura van Gardingen is advocaat bij Houthoff Buruma en maakt deel uit van het cassatieteam.
Jurisprudentie

Jurisprudentieoverzicht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2014
Auteurs Mr. E.M.A. van Amersfoort

Mr. E.M.A. van Amersfoort
Artikel

De Richtlijn woningkredietovereenkomsten: een Europese oplossing voor de crisis op de woningmarkt?

Oriënteren moet je leren

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden hypotheken, woningkredietovereenkomsten, ESIS, consumentenrecht
Auteurs Mr. drs. N.M. Giphart
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 4 februari 2014 is de Richtlijn woningkredietovereenkomsten vastgesteld. Deze richtlijn geeft een nieuw kader voor verschillende aspecten rondom het adviseren en het verstrekken van hypotheken en andere woningkredietovereenkomsten. Hoewel de hypotheekmarkt in Nederland al vrij gereguleerd is, zal de richtlijn op bepaalde onderdelen tot wijziging van de regels leiden. Een en ander hangt ook af van de keuzes die de wetgever op tal van onderwerpen zal moeten maken.In deze bijdrage zullen eerst enkele algemene onderwerpen uit de richtlijn aan de orde komen, zoals achtergrond, doelstelling en reikwijdte. Daarna komen inhoudelijke onderwerpen aan bod, waarbij wat langer zal worden stilgestaan bij onderwerpen die voor de praktijk de meeste gevolgen zullen hebben. Hierna volgt een korte conclusie waarbij gekeken wordt in hoeverre deze richtlijn bijdraagt aan het oplossen van de crisis op de woningmarkt in Nederland.Richtlijn 2014/17/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 februari 2014 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten met betrekking tot voor bewoning bestemde onroerende goederen en tot wijziging van de Richtlijnen 2008/48/EG en 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010, Pb. EU 2014, L 60.


Mr. drs. N.M. Giphart
Mr. drs. N.M. (Ninette) Giphart is bedrijfsjurist bij ABN AMRO Bank N.V. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Kanttekeningen bij het voorstel voor de Richtlijn bescherming bedrijfsgeheimen: wat brengt het ons (en wat niet)?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden bedrijfsgeheimen, knowhow, ongeoorloofde mededinging, TRIPS, handhavingsrichtlijn
Auteurs Mr. J.J. Allen en Mr. E.A. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan. Een kritische beschouwing vanuit de Nederlandse praktijk.Richtlijn 2004/48EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de handhaving van intellectuele eigendomsrechten, Pb. EG 2004, L 195/16.


Mr. J.J. Allen
Mr. J.J. (John) Allen is advocaat te Amsterdam (NautaDutilh N.V.).

Mr. E.A. de Groot
Mr. E.A. (Emma) de Groot is advocaat te Amsterdam (NautaDutilh N.V.).

    Annotatie bij de uitspraken van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 januari 2014 ( ECLI:NL:GHARL:2014:181, 183 en 185) over de einddatum van toekomstige schade en verhoging van het smartengeld vanwege in de literatuur bestaande discussie.


Mr. L.L. Veendrick
Mr. L.L. Veendrick is advocaat bij Kennedy Van der Laan te Amsterdam.
Artikel

Naar standaardisering van de kosten van de deelgeschilprocedure?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2014
Trefwoorden deelgeschilprocedure, buitengerechtelijke kosten, begroting, proceskosten, redelijkheidstoets, redelijke kosten, BGK, uurtarief, standaardisering, indicatietarieven
Auteurs I.D. Kerekes
SamenvattingAuteursinformatie

    De rechter dient per deelgeschil te beoordelen of en in hoeverre de kosten die een partij stelt te hebben gemaakt in het kader van de procedure als redelijk kunnen worden aangemerkt. In de praktijk blijkt het lastig te ontdekken wat onder ‘redelijke kosten’ dient te worden verstaan. Belangenbehartigers, verzekeraars en rechters hebben de behoefte geuit aan een handvat om de redelijkheid van de kosten te kunnen beoordelen en/of een betere inschatting te kunnen maken van het mogelijke kostenrisico. In de literatuur is betoogd dat standaardisering van de kosten in de deelgeschilprocedure tot meer transparantie en rechtszekerheid zal leiden. Met de evaluatie van de Wet deelgeschillen op komst lijkt dit een geschikt moment om het kostenprobleem en een aantal oplossingen die zijn aangedragen op een rij te zetten.


I.D. Kerekes
I.D. Kerekes is student-onderzoeker aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. De auteur dankt mr. A.J. Van en prof. mr. A.J. Akkermans voor de commentaren op eerdere versies. Voor het onderzoek is tevens dankbaar gebruik gemaakt van een door L.C. Hogeling samengesteld overzicht van uitspraken in deelgeschilprocedures.
Wetenschap

Het enquêterecht en het toetsen van besluiten in arbitrage

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Arbitrage, vernietigen, besluiten, enquêtegeschillen, beroepsrecht, art 2:16 BW, art 26 WOR, geschillenregeling, Groenselect, Erasmus/Harbour
Auteurs Mr. H.R. Pleiter
SamenvattingAuteursinformatie

    Het vernietigen van besluiten is evenals het enquêterecht vanwege de openbare orde non-arbitrabel. De erga omnes-werking van de uitspraak/voorzieningen staat aan de arbitrabiliteit in de weg. De auteur betoogt dat de praktijk baat kan hebben bij een geval-tot-gevalbenadering ten aanzien van arbitrabiliteit van enquêtegeschillen. Met het vernieuwde bv-recht is beoogd de betrokkenen ruimte te geven bij het regelen van de rechtsgevolgen binnen de vennootschap; de rechter moet dit respecteren. De auteur stelt dat met implementatie van het beroepsrecht van art. 26 WOR in Boek 2 BW de erga omnes-werking niet langer aan arbitrabiliteit van besluiten in de weg zal staan.


Mr. H.R. Pleiter
Mr. H.R. Pleiter heeft dit artikel geschreven volgend op zijn afstudeerscriptie. Het artikel is inhoudelijk afgerond in mei 2014.
Artikel

Interview met Kamerlid Ard van der Steur: de wetsvoorstellen bevordering mediation

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 2 2014
Trefwoorden wetsvoorstellen, registermediator, kwaliteitseisen, rechtsbijstand
Auteurs Rob Jagtenberg en Herman Verbist
SamenvattingAuteursinformatie

    Mr Ard van der Steur MP for the Dutch Liberals (VVD), has introduced three interconnected private member bills to anchor mediation more firmly into the Dutch legal system. This initiative grew out from dissatisfaction over the truly minimal implementation of EU Directive 2008/52 in the Netherlands. For one thing, the bill envisages stricter quality standards and registration requirements. Professional privilege, for instance, will only accrue to those who meet all requirements as Registermediators. Another interesting aspect of the bills concerns the duty for parties to indicate to court in the writ of summons whether mediation has been attempted, and if not, why not. If a legal question arises while a mediation is pending before a Registermediator, the latter may refer that question on behalf of the parties to a cantonal judge electronically, whereas proviso is made for the judge handing down judgment at short notice, in order not to interrupt the flow of mediation more than necessary. These are just some of the innovative aspects of the bills that are being discussed during this interview at the premises of the Dutch parliament.


Rob Jagtenberg
Rob Jagtenberg is docent aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en redacteur van dit tijdschrift.

Herman Verbist
Herman Verbist is advocaat bij de balies te Gent en te Brussel, werkzaam bij Everest Advocaten, erkend bemiddelaar en redacteur van dit tijdschrift.

Prof. mr. L.J.J. Rogier

Dr. J. Sybesma
Dr. J. Sybesma is legal advisor CBCS, lid van de RvA en bijzondere rechter in ambtenaren- en sociale zaken. Dit artikel is echter geheel op eigen titel geschreven.

Dr. G.C.C. Lewin
Contracten maken

De klachtplicht vergeleken met het leerstuk estoppel

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Estoppel, klachtplicht, rechtsverwerking, clean hands
Auteurs J.H. Mr. dr. Ermers
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel omvat een rechtsvergelijkende beschouwing over de klachtplicht van de koper c.q. schuldeiser en het common law leerstuk estoppel, de leer dat men niet terug kan komen op een eerder ingenomen standpunt als de positie van de wederpartij daardoor onredelijk wordt bezwaard. Zowel bij estoppel als bij de klachtplicht ligt de ratio in het verantwoording nemen voor gedragingen van de wederpartij die de rechthebbende heeft uitgelokt. Evenals bij estoppel komt het bij de klachtplicht aan op de vraag of de positie van de schuldenaar onredelijk bezwaard wordt. Sleutelbegrippen daarbij zijn nadeel en clean hands bij de schuldenaar.


J.H. Mr. dr. Ermers
Mr. dr. J.H. (Jeroen) Ermers promoveerde 7 maart 2014 aan de Open Universiteit op het proefschrift ‘Estoppel vanuit civil law perspectief’. Hij is als docent verbonden aan de Open Universiteit en werkzaam als jurist bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Dit artikel omvat een bewerking van (met name) hoofdstuk 10 van zijn dissertatie (Zutphen: Uitgeverij Paris 2014).
Artikel

Ambtshalve toetsing in hoger beroep

Over de omvang van het hoger beroep en het door de grieven ontsloten gebied

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2014
Trefwoorden hoger beroep, grievenstelsel, openbare orde, ambtshalve toetsing
Auteurs Mr. F.J.P. Lock
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het arrest Heesakkers/Voets (HR 13 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:691) is weer eens de vraag onder de aandacht gebracht welke plaats ambtshalve toetsing inneemt in het Nederlandse appelprocesrecht en meer in het bijzonder hoe die toetsing zich verhoudt tot het grievenstelsel. In hoeverre is de rechter in hoger beroep buiten de grieven om tot ambtshalve toetsing gehouden? De auteur geeft uitleg over de begrippen ‘omvang van het hoger beroep’ en ‘het door de grieven ontsloten gebied’ en bespreekt welke ruimte het Nederlandse appelprocesrecht biedt om ambtshalve te toetsen aan bepalingen van openbare orde. De in dit verband relevante procesrechtelijke begrippen blijken in literatuur en jurisprudentie niet altijd eenduidig te worden gebruikt, waardoor verwarring op de loer ligt. De auteur concludeert dat het oordeel van de Hoge Raad in Heesakkers/Voets past binnen het bestaande kader van de ambtshalve toetsing in hoger beroep aan de regels van openbare orde.


Mr. F.J.P. Lock
Mr. F.J.P. Lock is raadsheer in het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en medewerker van TCR.
Jurisprudentie

Advocatuur

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2014
Auteurs Mr. dr. R. Verkijk
Auteursinformatie

Mr. dr. R. Verkijk
Mr. dr. R. Verkijk is advocaat bij Helgers Advocaten en universitair hoofddocent aan de Open Universiteit.
Toont 21 - 40 van 67 gevonden teksten
« 1 2 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.