Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 333 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht x
Mededinging

Access_open Landbouwkartels en het mededingingsrecht: een nadere verduidelijking door het Hof van Justitie

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden gemeenschappelijke marktordening, producentenorganisaties, mededingingsbeperkingen, mededingingsvrije ruimte, prijskartels
Auteurs Mr. T.P.J.N. van Rijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Overeenkomsten tussen landbouwproducenten en besluiten van landbouwverenigingen en -organisaties hebben een bijzonder statuut onder het EU-mededingingsrecht. In de gemeenschappelijke marktordening wordt bepaald dat het mededingingsrecht op bepaalde soorten overeenkomsten en besluiten in de landbouw niet van toepassing is. De betreffende artikelen zijn echter niet duidelijk. Het Hof van Justitie heeft in een arrest van 14 november 2017 duidelijkheid geschapen. Besluiten van producentenorganisaties die noodzakelijk zijn ter uitvoering van hun bij wettelijke bepaling opgedragen taken zijn van het kartelverbod uitgesloten.
    HvJ 14 november 2017, zaak C-671/15, Association des producteurs vendeurs d’endives (APVE), ECLI:EU:C:2017:860.


Mr. T.P.J.N. van Rijn
Mr. T.P.J.N. (Thomas) van Rijn is gewezen juridisch hoofdadviseur bij de Juridische Dienst van de Europese Commissie. De auteur dankt Maria Litjens, Johan van Haersolte en Marc Fierstra voor hun nuttige opmerkingen bij een eerdere versie van dit artikel.
Mededinging

Gasorba: ‘stating the obvious’ over parallelle handhaving

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden mededinging, Verordening (EG) nr. 1/2003, toezeggingsbesluit, kartelschadeclaims
Auteurs Mr. B. Nijhof
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie oordeelt dat een toezeggingsbesluit ex artikel 9 lid 1 van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Europese Commissie in beginsel niet in de weg staat aan handhaving van Europees mededingingsrecht door nationale rechters en mededingingsautoriteiten ten aanzien van dezelfde feiten waar een toezegginsbesluit op ziet.
    HvJ 23 november 2017, zaak C-547/16, Gasorba SL e.a./Repsol Comercial de Productos Petrolíferos SA, ECLI:EU:C:2017:891


Mr. B. Nijhof
Mr. B. (Bram) Nijhof is advocaat bij Taylor Wessing te Eindhoven.
Vrij verkeer

Herziening van de Detacheringsrichtlijn: over (on)gelijke beloning en de ‘harde kern-plus’ bij langdurige detacheringen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden Detacheringsrichtlijn, herziening, gelijke beloning, langdurige detachering, harde kern-plus
Auteurs Mr. dr. M. Kullmann
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat na hoe door de voorgestelde herziening van de Detacheringsrichtlijn het evenwicht tussen het bevorderen van het vrije dienstenverkeer en het beschermen van gedetacheerde werknemers eruit zal zien. Ingegaan wordt op een tweetal wijzingen: langdurige detacheringen en de toepassing van een ‘harde kern-plus’ alsmede duidelijkheid en toepassing van beloning en andere arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden.
    Europese Commissie, Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten, 8 maart 2016, COM(2016)128 def.


Mr. dr. M. Kullmann
Mr. dr. M. (Miriam) Kullmann is Assistant Professor aan de WU Vienna University of Economics and Business.
Mededinging

Het ICAP-arrest: With a little help from my friends…

Over kartelfacilitatie en het vermoeden van onschuld in settlement procedures

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2018
Trefwoorden artikel 101 lid 1 VWEU, hybride schikkingsprocedure, Facilitatie
Auteurs Mr. Y. de Vries en Mr. J. de Kok
SamenvattingAuteursinformatie

    Het ICAP-arrest is om meerdere redenen interessant. In de eerste plaats verduidelijkt het de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om een onderneming als ‘facilitator’ van een inbreuk op artikel 101 lid 1 VWEU aan te merken en geeft het inzicht in de manier waarop en de intensiteit waarmee het Gerecht toetst of aan deze kwalificatie is voldaan. In de tweede plaats gaat het in op de vraag wanneer een zogenoemde hybride schikkingsprocedure ten aanzien van niet-schikkende partijen inbreuk kan maken op het vermoeden van onschuld en welke gevolgen verbonden moeten worden aan een dergelijke inbreuk. Tot slot bevat het interessante overwegingen over het concept van de voortgezette inbreuk en de motiveringsvereisten voor boetes.
    Gerecht 10 november 2017, zaak T-180/15, ICAP/Commissie, ECLI:EU:T:2017:795 (hogere voorziening verzocht: C-39/18 P), HvJ 22 oktober 2015, zaak C-194/14 P, AC-Treuhand, ECLI:EU:C:2015:717.


Mr. Y. de Vries
Mr. Y (Yvo) de Vries is advocaat bij Allen & Overy.

Mr. J. de Kok
Mr. J. (Jochem) de Kok is advocaat bij Allen & Overy.
Rechtsbescherming

De Achmea-zaak voor het Europees Hof van Justitie. Het einde van intra-EU-investeringsverdragen?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2018
Trefwoorden investeringsverdrag, autonomie van de EU-rechtsorde, arbitrage
Auteurs Prof. dr. E. De Brabandere LL.M., PhD.
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 6 maart 2018 heeft het Hof van Justitie zijn oordeel geveld in de Achmea-zaak. Deze langverwachte uitspraak maakt een (voorlopig) einde aan een heet hangijzer, namelijk de discussie over de rechtsgeldigheid – in het EU-recht – van arbitrageclausules in investeringsverdragen gesloten tussen twee lidstaten van de Europese Unie (EU), de zogenoemde intra-EU-BIT’s. Het Hof van Justitie verklaart arbitrageclausules in intra-EU-investeringsverdragen in strijd met de artikelen 267 en 344 VWEU. De uitspraak van het Hof van Justitie is voor de Commissie, die sinds enkele jaren een actief beleid voert om een einde te maken aan investeringsverdragen tussen EU-lidstaten, zonder meer welkom. De lidstaten van de EU zullen thans weinig ruimte hebben om die intra-EU-BIT’s te behouden, maar de vraag blijft evenwel wat het effect van de uitspraak zal zijn op aanhangige en toekomstige arbitrages op basis van dergelijke verdragen.
    HvJ 6 maart 2018, zaak C-284/16, Slowakische Republiek/Achmea B.V., ECLI:EU:C:2018:158.


Prof. dr. E. De Brabandere LL.M., PhD.
Prof. dr. E. (Eric) De Brabandere is hoogleraar internationale geschillenbeslechting en Voorzitter van het Grotius Centre for International Legal Studies aan de Universiteit Leiden. Ook is hij advocaat aan de Balie te Gent, België.
Telecommunicatie

Een nieuw kader voor netwerk- en informatiebeveiliging: een cultuuromslag?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2018
Trefwoorden Netwerk- en informatiebeveiliging, Gegevensbescherming, Cybersecurity, Telecommunicatierecht, vitale infrastructuur
Auteurs J.P. Kalis LL.M. en Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
SamenvattingAuteursinformatie

    Veiligheid, bescherming en beveiliging van ICT-netwerken en digitale diensten, alsook van telecommunicatienetwerken en -diensten zijn van groot belang in de huidige informatiemaatschappij. In dit artikel worden de voornaamste ontwikkelingen besproken in zowel de Nederlandse wetgeving als Europese regelgeving om in dit kader een beveiligingscultuur te bewerkstelligen. Met name de stand van zaken rond de Wet gegevensbescherming en cybersecurity, de Europese Netwerk- en informatiebeveiligingsrichtlijn en diens implementatie krachtens de Cybersecuritywet, en de laatste ontwikkelingen in de telecommunicatieregulering worden behandeld.
    Richtlijn (EU) 2016/1148 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 houdende maatregelen voor een hoog gemeenschappelijk niveau van beveiliging van netwerk- en informatiesystemen in de Unie (NIB-richtlijn), PbEU 2016, L 194/1.
    De Wet gegevensverwerking en meldplicht cybersecurity;
    Wet van 25 juli 2017, houdende regels over het verwerken van gegevens ter bevordering van de veiligheid en de integriteit van elektronische informatiesystemen die van vitaal belang zijn voor de Nederlandse samenleving en regels over het melden van ernstige inbreuken (Wet gegevensverwerking en meldplicht cybersecurity, Wgmc), Stb. 2017, 316.
    Voorstel Cybersecuritywet (zoals die nu ligt bij de Tweede Kamer);
    Voorstel van wet, Regels ter implementatie van richtlijn (EU) 2016/1148 (Cybersecuritywet), Kamerstukken II 2017/18, 34883, 2.


J.P. Kalis LL.M.
J.P. (Pieter) Kalis is werkzaam als promovendus Telecommunicatierecht bij het Centrum voor Recht en Digitale Technologie (eLaw) aan de Universiteit Leiden.

Prof. mr. G.P. van Duijvenvoorde
Prof. mr. G.P. (Gera) van Duijvenvoorde is als bijzonder hoogleraar Telecommunicatierecht verbonden aan eLaw van de Universiteit Leiden. Zij werkt daarnaast als advocaat-in-dienstbetrekking bij KPN.
Artikel

Een Europese pijler van sociale rechten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9-10 2017
Trefwoorden Europese pijler van sociale rechten, gelijke kansen en toegang tot de arbeidsmarkt, billijke arbeidsomstandigheden, sociale bescherming en inclusie, Handvest van de grondrechten van de Europese Unie
Auteurs Prof. mr. F.J.L. Pennings
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 26 april 2017 heeft de Europese Commissie de aanbeveling voor een Europese pijler van sociale rechten gepubliceerd. Dit is een aanbeveling die ook voorgelegd wordt aan het Europees Parlement en de Europese Raad om deze te onderschrijven. De aanbeveling kent een twintigtal onderwerpen, waarbij de lat veelal hoger wordt gelegd dan in het Handvest van de Grondrechten. Het bijbehorende werkprogramma straalt veel ambitie uit om de sociale dimensie van de Unie daadwerkelijk te versterken. Het belang van de pijler lijkt te liggen in daadwerkelijke uitvoering van dit programma.
    Aanbeveling van 26 april 2017 voor een Europese pijler van sociale rechten COM(2017)251


Prof. mr. F.J.L. Pennings
Prof. mr. F.J.L. (Frans) Pennings is hoogleraar sociaal recht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

FNV/Smallsteps; door overgang van onderneming, naar ondergang van ondernemingen?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8 2017
Trefwoorden Richtlijn 2001/23/EG, overgang van onderneming, behoud van de rechten van de werknemers, insolventie/faillissement, prepack
Auteurs Mr. drs. M. Hoogendoorn en Mr. D. Ninck Blok
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn – door de FNV als historisch bestempelde – arrest van 22 juni 2017 heeft het Hof van Justitie geoordeeld dat werknemers in beginsel ook bij een door een pre-pack voorafgegaan faillissement een beroep kunnen doen op de beschermingsbepalingen ter zake van de overgang van onderneming. Hoewel de Nederlandse rechter de casus nog in concreto dient te beoordelen bestaat voor partijen die een doorstart realiseren in een faillissement dat is voorafgegaan door een prepack het risico/de kans dat zij alle werknemers van de gefailleerde werkgever tegen ongewijzigde voorwaarden in dienst krijgen. De auteurs bespreken waarom het arrest naar hun mening niet past in de eerdere jurisprudentie van het Hof van Justitie en gaan in op mogelijke gevolgen.
    HvJ 22 juni 2017, zaak C-126/16, FNV c.s./Smallsteps BV, ECLI:EU:C:2017:489


Mr. drs. M. Hoogendoorn
Mr. drs. M. (Rien) Hoogendoorn is als advocaat ondernemings- en insolventierecht werkzaam bij Windt Le Grand Leeuwenburgh te Rotterdam.

Mr. D. Ninck Blok
Mr. D. (Doortje) Ninck Blok is als advocaat Europees en mededingingsrecht werkzaam bij Windt Le Grand Leeuwenburgh te Rotterdam.
Artikel

Over openbare veiligheid in het migratierecht; het prijskaartje voor onze vrijheid?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2017
Trefwoorden openbare orde, openbare veiligheid, Studentenrichtlijn, visumaanvraag, beoordelingsmarge lidstaten
Auteurs Mr. H. Oosterom-Staples
SamenvattingAuteursinformatie

    Inzet van het geschil in de zaak Sahar Fahimian is de afwijzing van haar visumaanvraag om aan de Technische Universität Darmstadt promotieonderzoek te kunnen verrichten. Volgens de Duitse autoriteiten vormt haar aanwezigheid in Duitsland een potentiële dreiging van de openbare veiligheid in de zin van artikel 6 lid 1 sub d gelezen in samenhang met considerans 14 van de Studentenrichtlijn. Het Hof van Justitie preciseert de beoordelingsmarge die lidstaten genieten in hun afweging of in het individuele geval de nationale veiligheid in het geding is dat van hen vraagt om een prognose te maken van het dreigende gevaar op basis van het voorzienbare gedrag en de situatie in het land van herkomst van de betrokkene.
    HvJ (Grote kamer) 4 april 2017, zaak C-544/15, Sahar Fahimian/Bundesrepublik Deutschland, in tegenwoordigheid van: Stadt Darmstadt, ECLI:EU:C:2017:255


Mr. H. Oosterom-Staples
Mr. H. (Helen) Oosterom-Staples is verbonden aan het Departement Europees en Internationaal Publiekrecht van Tilburg Law School.
Artikel

Staatssteun en economische activiteiten van de kerk

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2017
Trefwoorden staatssteun, onderneming, status kerk, economische activiteit, loyaliteitsverplichting
Auteurs Mr. drs. M.A. Fierstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In een arrest gewezen naar aanleiding van een Spaanse vrijstelling van de Katholieke Kerk van belastingen heeft de Grote kamer van het Hof van Justitie een interessant oordeel gegeven over de toepasselijkheid van het recht van de Unie op activiteiten van kerken. Het arrest bevat fundamentele overwegingen over de kwalificatie van een entiteit als onderneming en gaat in op de vraag wanneer activiteiten economische activiteiten zijn. Voorts komt het onderscheid tussen bestaande en nieuwe steunmaatregelen aan de orde. Bijkomend gaat het Hof van Justitie in op de betekenis voor de nationale rechter van het beginsel van loyale samenwerking.
    HvJ (Grote kamer) 27 juni 2017, zaak C-74/16, Congregación de Escuelas Pías Provincia Betania/Ayuntamiento de Getafe, ECLI:EU:C:2017:496


Mr. drs. M.A. Fierstra
Mr. drs. M.A. (Marc) Fierstra is raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden en redactielid van NtEr.
Artikel

De jurisdictie van het Hof van Justitie op het terrein van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2017
Trefwoorden Hof van Justitie, Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid, Politieke en niet-Politieke Besluiten, Beperkende Maatregelen, Prejudiciële Procedure
Auteurs Mr. A.P. van der Mei
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zaken H en Rosneft werd het Hof van Justitie in de gelegenheid gesteld de eigen rechtsmacht op het terrein van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) te verduidelijken. Meer specifiek, het Hof van Justitie werd gevraagd vast te stellen (1) of het bepaalde ‘niet-politieke’ GBVB-besluiten ongeldig kan verklaren (art. 263 VWEU) en (2) of het zich ook in prejudiciële procedures (art. 267 VWEU) kan uitspreken over de geldigheid van GBVB-besluiten die strekken tot het opleggen van sancties aan natuurlijke of rechtspersonen. De arresten maken duidelijk dat de rechtsmacht van het Hof van Justitie ruimer is dan de tekst van de relevante Verdragsbepalingen suggereert.
    HvJ 19 juli 2016, zaak C-455/14 P, H/Raad van de Europese Unie, Europese Commissie en Politiemissie van de Europese Unie (EUPM) in Bosnië-Herzegovina, ECLI:EU:C:2016:569 en HvJ 28 maart 2017, zaak C-72/15, PJSC Rosneft Oil Company, voorheen Rosneft Oil Company OJSC/Her Majesty’s Treasury, Secretary of State for Business, Innovation and Skills, The Financial Conduct Authority, ECLI:EU:C:2017:236


Mr. A.P. van der Mei
Mr. A.P. (Anne Pieter) van der Mei is als universitair hoofddocent verbonden aan het Maastricht Center for European law (MCEL), Universiteit Maastricht.
Artikel

De bevoegdheid van de Europese Unie tot het sluiten van ‘nieuwe generatie’ vrijhandelsverdragen: Mixed feelings over Advies 2/15

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2017
Trefwoorden Gemeenschappelijke handelspolitiek, externe bevoegdheden van de EU, gemengde akkoorden, bevoegdheidsverdeling, vrijhandelsverdragen
Auteurs Prof. dr. R.A. Wessel
SamenvattingAuteursinformatie

    Met Advies 2/15 van 16 mei 2017 heeft het Hof van Justitie meer duidelijkheid gegeven over de aard van de bevoegdheden van de Unie met betrekking tot het sluiten van de zogenoemde ‘nieuwe generatie’ handelsverdragen. De gemeenschappelijke handelspolitiek blijkt meer te omvatten dan in de ogen van de Raad en de lidstaten het geval leek. De onderhavige handelsovereenkomst tussen de EU en Singapore bevat echter ook onderdelen ten aanzien van welke de Unie niet exclusief bevoegd is, zodat de overeenkomst in haar huidige vorm als een gemengd akkoord gesloten zou moeten worden. De verduidelijking van de (exclusieve) bevoegdheden van de Unie is van belang voor nieuwe op stapel staande vrijhandelsovereenkomsten en voor de rol van de lidstaten (en hun parlementen en bevolkingen) ten aanzien van dergelijke verdragen.
    Advies 2/15 van het Hof van Justitie (Voltallige zitting), 16 mei 2017, ECLI:EU:C:2017:376


Prof. dr. R.A. Wessel
Prof. dr. R.A. (Ramses) Wessel is hoogleraar internationaal en Europees recht en bestuur aan de Universiteit Twente en bestuurslid van het Centre for the Law of EU External Relations (CLEER). Met dank aan Guillaume Van der Loo voor het lezen van een eerste versie.
Artikel

De strekkingsbeperking binnen het Europese mededingingsrecht: het EVA-Hof puzzelt mee

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2017
Trefwoorden mededingingsrecht, doelbeperking, Hof van de Europese Vrijhandelsassociatie, strekkingsbeperking, rechtspraak
Auteurs Mr. J. Mulder
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze uitspraak van het Hof van de Europese Vrijhandelsassociatie gaat in op een langslepende discussie omtrent de invulling van het onderzoek dat vereist is om te kunnen concluderen dat sprake is van een mededingingsrechtelijke strekkingsbeperking. Lange tijd was sprake van onduidelijkheid omtrent de exacte rol van de mededingingsbeperkende gevolgen binnen dit onderzoek. In de Cartes Bancaires-uitspraak heeft het Hof van Justitie besloten dat voor strekkingsbeperkingen geen enkel onderzoek is vereist naar de concrete gevolgen mits de overeenkomst behoort tot een categorie gedragingen waarvan de ervaring leert dat zij in voldoende mate de mededinging nadelig kunnen beïnvloeden. Daarnaast moet worden vastgesteld dat een overeenkomst in het licht van de economische en juridische context in staat is de mededinging te beperken. Het Hof van de Europese Vrijhandelsassociatie volgt deze benadering op een zeer heldere en systematische wijze. Na lezing van de uitspraak rijst echter de vraag: ontaardt een beoordeling van de economische en juridische context in bepaalde marktsituaties niet toch in een beoordeling van de gevolgen van een overeenkomst?
    EVA-Hof 22 december 2016, zaak E-03/16, Ski Taxi, Follo Taxi/Noorwegen


Mr. J. Mulder
Mr. J. (Jotte) Mulder is universitair docent aan de Universiteit Utrecht binnen de afdeling economisch publiekrecht van het Europa Instituut.
Artikel

Eindrapport E-Commerce Sector Inquiry: extra aandacht voor geoblocking en verticale prijsbinding

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2017
Trefwoorden E-commerce, Sector inquiry, Verticale prijsbinding, Geoblocking, Mededinging
Auteurs Mr. drs. D.P. Kuipers en Mr. G.P. Sholeh
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 10 mei 2017 heeft de Europese Commissie als onderdeel van haar Digital Single Market-strategie een eindrapport gepubliceerd waarin de conclusies van haar e-commerce sector inquiry zijn opgenomen. Dit eindrapport brengt handelspraktijken aan het licht die tot een beperking van de concurrentie zouden kunnen leiden op (digitale) e-commerce markten. In dit artikel bespreken wij onder andere de belangrijkste en interessantste bevindingen uit het eindrapport. Daarnaast bespreken we de beleidsconclusies van de Europese Commissie, en recente en nieuwe (inbreuk)zaken op het gebied van e-commerce. Wij sluiten af met enkele opmerkingen over de (mogelijke) betekenis van het eindrapport voor de (Nederlandse) rechtspraktijk.
    European Commission, Final Report on the E-Commerce Sector Inquiry, Commission staff working document, 10 mei 2017, SWD(2017) 154 final


Mr. drs. D.P. Kuipers
Mr. drs. D.P. (Pauline) Kuipers en mr. G.P. (Peyma) Sholeh zijn beiden advocaat bij Bird & Bird LLP te Den Haag.

Mr. G.P. Sholeh
Artikel

De nationale rechterlijke beslissing als staatssteun

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2017
Trefwoorden staatssteun, wijziging bestaande steunmaatregel, rechterlijke uitspraak als staatssteun, opschortingsverplichting, rechtszekerheid
Auteurs Mr. drs. M. Fierstra
SamenvattingAuteursinformatie

    Het arrest DEI is belangrijk voor beantwoording van de vraag wanneer een steunmaatregel kan worden gekwalificeerd als een bestaande steunmaatregel waarop de aanmeldings- en de opschortingsverplichting van artikel 108 lid 3 VWEU van toepassing is. Het arrest DEI is daarnaast van belang omdat daaruit voortvloeit dat onder omstandigheden ook rechterlijke beslissingen als een steunmaatregel in de zin van artikel 107 lid 1 VWEU kunnen worden gekwalificeerd en dat die rechterlijke beslissingen dan op grond van artikel 108 lid 3 VWEU aan de Commissie moeten worden medegedeeld. Deze interpretatie kan grote gevolgen hebben voor de nationale rechter en stelt principiële vragen aan de orde over de positie van de nationale rechter in de rechtsorde van de Europese Unie. Deze bijdrage gaat aan de hand van het arrest DEI op beide aspecten in.
    HvJ 26 oktober 2016, zaak C-590/14P, Dimosia Epicheirisi Ilektrismou (DEI), ECLI:EU:C:2016:797


Mr. drs. M. Fierstra
Mr. drs. M.A. (Marc) Fierstra is raadsheer in de Hoge Raad der Nederlanden en redactielid van NtEr.
Artikel

Het ne bis in idem-beginsel in grensoverschrijdende zaken

Opmerkingen naar aanleiding van zaak C-486/14 (Kossowski)

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2017
Trefwoorden ne bis in idem-beginsel, jurisdisctiegeschillen, transnationale strafzaken, onherroepelijke beslissing, wederzijds vertrouwen
Auteurs Prof. mr. M. de Werd
SamenvattingAuteursinformatie

    In zaak C-486/14 (Kossowski) relativeert het Hof van Justitie het ne bis-beginsel in grensoverschrijdende zaken. Als een procedure tot strafvervolging in een lidstaat wordt beëindigd zonder dat een uitgebreid onderzoek is verricht [naar hetgeen er is gebeurd], is die beslissing mogelijk geen onherroepelijke beslissing in de zin van artikel 54 SUO en artikel 50 Handvest. Het in die bepalingen neergelegde ne bis-beginsel staat in zo’n geval niet in de weg aan een nieuwe vervolging in een andere lidstaat.
    HvJ 29 juni 2016, zaak C-486/14, Kossowski, ECLI:EU:C:2016:483


Prof. mr. M. de Werd
Prof. mr. M.F.J.M. (Marc) de Werd is raadsheer in het Gerechtshof Amsterdam en buitengewoon hoogleraar Europese rechtspleging aan de Universiteit Maastricht.
Artikel

Uitspraak Hof van Justitie van de Europese Unie, 7 maart 2017, zaak C-638/16 PPU, X. en X./België

Een gemiste kans voor een uniforme en mensenrechtelijke uitleg van de Visumcode wat betreft de afgifte van een humanitair visum

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2017
Trefwoorden humanitair visum, kortverblijfvisum, Visumcode, recht op asiel, refoulementverbod
Auteurs Dr. mr. E.R. Brouwer
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 7 maart 2017 oordeelde het Hof van Justitie in de zaak X. en X./België dat het Unierecht niet verplicht tot de afgifte van een humanitair visum om personen in staat te stellen op het grondgebied van een van de lidstaten asiel aan te vragen. Anders dan geadviseerd door advocaat-generaal Mengozzi concludeert het Hof van Justitie dat in dergelijke gevallen de Visumcode (Verordening (EU) nr. 810/2009) niet van toepassing is. Hiermee is de uitspraak een gemiste kans om duidelijkheid te bieden inzake de uitleg van artikel 25 van de Visumcode en de extraterritoriale toepassing van artikelen 4 en 18 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
    HvJ 7 maart 2017, zaak C-638/16 PPU, X. en X./België, ECLI:EU:C:2017:173


Dr. mr. E.R. Brouwer
Dr. mr. E.R. (Evelien) Brouwer is senior onderzoeker migratierecht, Vrije Universiteit Amsterdam
Artikel

Gegevensbescherming in strafzaken: nieuwe rechtsinstrumenten in een nieuwe realiteit

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2017
Trefwoorden persoonsgegevens, gegevensbescherming, strafrecht, trans-Atlantische samenwerking
Auteurs Dr. E. De Busser
SamenvattingAuteursinformatie

    Het EU-wetgevend kader inzake persoonsgegevensbescherming werd grondig herzien in het licht van nieuwe ontwikkelingen. Voor de bescherming van persoonsgegevens die worden verwerkt met het oog op strafrechtelijke onderzoeken en vervolgingen, werd een richtlijn afgekondigd in het voorjaar van 2016. De Nederlandse implementatiewetgeving is nog niet bekend. Deze bijdrage onderzoekt de wijzigingen in het EU-wetgevend kader, de achtergrond en de betekenis ervan. Daarbij worden het onderscheid en de overeenkomsten tussen gegevensbescherming in handelszaken en in strafzaken benadrukt. Bovendien worden de recente aanpassingen aan de gegevensuitwisseling in strafzaken tussen de EU en de VS besproken.

    • Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG, PbEU 2016, L 119

    • Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad, PbEU 2016, L 119


Dr. E. De Busser
Dr. E. (Els) De Busser is Hogeschooldocent aan de faculteit Bestuur, Recht en Veiligheid en researcher aan het Centre of Expertise Cybersecurity, Haagse Hogeschool.
Artikel

De spannende kennismaking tussen staatssteun en voetbal onderzocht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2017
Trefwoorden staatssteun, voetbalclubs, ondernemingsbegrip, marktconformiteit, richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun
Auteurs Mr. A.A. Khatib
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2013 begon de Europese Commissie een onderzoek naar staatssteun aan verschillende voetbalclubs in Nederland en Spanje. Dit onderzoek is op 4 juli 2016 tot een einde gekomen. De Europese Commissie oordeelt dat de steunmaatregelen ten gunste van de Nederlandse voetbalclubs geen of verenigbare staatssteun behelzen. De Spaanse voetbalclubs moeten echter substantiële bedragen terugbetalen omdat de Europese Commissie concludeert dat zij onverenigbare staatssteun hebben ontvangen.

    • Europese Commissie 4 juli 2016, SA.40168 (Willem II), SA.41612 (MVV), SA.41614 (Den Bosch), SA.41617 (NEC) en SA.41613 (PSV)

    • Europese Commissie 4 juli 2016, SA.29769 (Real Madrid CF, FC Barcelona, Athletic Club Bilbao, Atlético Osasuna), SA.33754 (Real Madrid) en SA.36387 (Valencia, Hercules en Elche).


Mr. A.A. Khatib
Mr. A.A. (Ali) al Khatib is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.

    De Verordening voor een Europese grens- en kustwacht van 2016 introduceert het concept van een geïntegreerd grensbeheer. De Europese Unie heeft hierdoor mogelijkheden om te interveniëren wanneer lidstaten de buitengrenzen onvoldoende bewaken. De Europese grens- en kustwacht gaat echter nog steeds uit van uitvoering van de grensbewaking door de lidstaten zelf. De lidstaten kunnen bijstand ontvangen door grensbewakings- en terugkeeroperaties. Deze worden gecoördineerd door het Frontex-agentschap en uitgevoerd door nationale ambtenaren van de lidstaten. Deze constructie kan leiden tot complexe vragen over aansprakelijkheden en bevoegdheden, zeker op een politiek beladen terrein waar mensenrechten onder druk (kunnen) staan.
    Verordening (EU) 2016/1624 tot wijziging van Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 863/2007, Verordening (EG) nr. 2007/2004 van de Raad en Besluit 2005/267/EG van de Raad, PbEU 2016, L 251/1


Mr. S.G. Kok
Mr. S.G. (Stefan) Kok is verbonden als docent aan het Instituut voor Immigratierecht van de Universiteit Leiden.
Toont 21 - 40 van 333 gevonden teksten
« 1 2 4 5 6 7 8 9 16 17
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.