Zoekresultaat: 50 artikelen

x
Jaar 2015 x

    Aansprakelijkheid wegens gemist caudasyndroom?; tekortkoming; overlegging geluidsopnamen van gesprekken met artsen; causaal verband, verlies van een kans

Artikel

Zekere zekerheid

Het belang van zekere zekerheid voor de financiering van het bedrijfsleven

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2015
Trefwoorden goederenrechtelijke zekerheidsrechten, kapitaal, banken, leningen, proefprocedures
Auteurs Prof. mr. drs. F.E.J. Beekhoven van den Boezem en Mr. R. van den Bosch
SamenvattingAuteursinformatie

    Goederenrechtelijke zekerheidsrechten bepalen (mede) het kapitaal dat banken moeten aanhouden ten opzichte van de leningen die zij verstrekken. Onzekerheid over de hardheid, houdbaarheid, en uitwinbaarheid van die rechten is kostbaar. Een bank is er dus veel aan gelegen daarover duidelijkheid te krijgen, via proefprocedures die in deze bijdrage worden beschreven.


Prof. mr. drs. F.E.J. Beekhoven van den Boezem
Prof. mr. drs. F.E.J. Beekhoven van den Boezem is juridisch adviseur ING, hoogleraar onderneming en financiering aan de Radboud Universiteit Nijmegen, raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch en rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Noord-Nederland.

Mr. R. van den Bosch
Mr. R. van den Bosch is bedrijfsjurist bij ING.
Artikel

MvV: Mededelingsplicht, verzwijging en Vergoeding

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2015
Trefwoorden dwaling, mededelingsplicht, schadevergoeding, verkeersopvattingen, vernietiging
Auteurs Prof. mr. A.G. Castermans
SamenvattingAuteursinformatie

    Verkeersopvattingen bepalen het bestaan van precontractuele mededelingsplichten. De kennis van de betrokken partijen alsook wettelijke mededelingsplichten zijn daarbinnen van grote betekenis. Wat betreft de gevolgen van verzwijging zouden contractueel bedongen garanties ook bij vernietiging van de overeenkomst van betekenis kunnen blijven, mits de overeenkomst zonder terugwerkende kracht wordt vernietigd.


Prof. mr. A.G. Castermans
Prof. mr. A.G. Castermans is hoogleraar burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

De vaststelling van een redelijk dividend(beleid)

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 6 2015
Trefwoorden vaststelling dividendbeleid, dividend, minderheidscertificaathouders, kort geding
Auteurs Mr. B. Stevens
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het vonnis dat op 17 maart 2015 door de voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Holland is gewezen, waarin wordt geoordeeld over de vraag of de onderneming (in kort geding) verplicht kan worden een redelijk dividendbeleid vast te stellen.


Mr. B. Stevens
Mr. B. Stevens is werkzaam als advocaat bij Stibbe.
Artikel

De beleggingsmaatschappij met veranderlijk kapitaal

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 7/8 2015
Trefwoorden bmvk, open-end beleggingsmaatschappij, closed-end beleggingsmaatschappij, icbe, abi
Auteurs Mr. M.R.H.M. Plasmans
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de beleggingsmaatschappij met veranderlijk kapitaal, waarbij zij voorbeelden uit de praktijk behandelt en enkele kanttekeningen plaatst in het licht van de huidige wet- en regelgeving.


Mr. M.R.H.M. Plasmans
Mr. M.R.H.M. Plasmans is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Casus

De inclusieve wetgever als groeiend ideaal

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2015
Trefwoorden inclusieve wetgeving, inclusiviteit, modificatie, codificatie, instrumentele wetgeving, wetgevingsbeleid
Auteurs Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    De ontwikkeling van ons wetgevingsbeleid, in het bijzonder het Integrale afwegingskader en de internetconsultatie, bevordert in toenemende mate het ideaal van de inclusieve wetgever. Dit ideaal is leidend in de fase van de ambtelijke voorbereiding, niet in de politieke fase van wetgeving. De Kamer sluit wel aan bij de resultaten van de inclusieve voorbereiding, is soms zelfs bereid daarvoor plaats te maken. Dat is in strijd met het (formele) systeem van onze democratie, maar juist door de inclusieve benadering in de ambtelijke voorbereiding lijken we ons geen grote democratische zorgen te hoeven maken. Toenemende inclusiviteit van wetgeving, waarbij de normadressaten (onder ambtelijke regie) soms grote invloed op de uiteindelijke normering wordt gelaten, roept wel de vraag op of de begrippen modificatie en instrumentele wetgeving nog wel van toepassing zijn op de huidige wetgeving.


Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem is werkzaam bij het Fellow Meijers Instituut (Universiteit Leiden) en is voormalig rector van de Academie voor Wetgeving en de Academie voor Overheidsjuristen.
Artikel

De aandeelhoudersovereenkomst en dwingend recht

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 5 2015
Trefwoorden aandeelhoudersovereenkomst, statuten, Kekk/Delfino, vennootschapsrechtelijke doorwerking, artikel 2:244 lid 2 BW
Auteurs Mr. L. Bosman
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de uitspraak van het Hof Amsterdam van 13 januari 2015. Meer in het bijzonder zal zij stilstaan bij de contractuele toelaatbaarheid en afdwingbaarheid van een aandeelhoudersovereenkomst in strijd met dwingend recht.


Mr. L. Bosman
Mr. L. Bosman is kandidaat-notaris bij Allen & Overy te Amsterdam.
Artikel

Toerekening van kennis van een gevolmachtigde - een verkenning van artikel 3:66 lid 2 BW

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Toerekening, Kennis, Volmacht, actio pauliana
Auteurs Mr. B.M. Katan
SamenvattingAuteursinformatie

    Over de toepassing van de leer van het grootste aandeel, zoals vervat in artikel 3:66 lid 2 BW, bestaat veel onduidelijkheid. De auteur geeft antwoord op zes vragen over de werking van artikel 3:66 lid 2 BW en signaleert onjuiste toepassingen van deze bepaling in de rechtspraak.


Mr. B.M. Katan
Mr. B.M. Katan is advocaat bij Stibbe en schrijft aan de Radboud Universiteit een proefschrift over de toerekening van kennis aan rechtspersonen. Reacties zijn welkom op.
Artikel

Kwalificatie en rechtspluralisme in ‘de deeleconomie’

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden deeleconomie, sharing economy, bruikleen, rechtspluralisme
Auteurs Mr. dr. R. Koolhoven
SamenvattingAuteursinformatie

    In de deeleconomie worden goederen ‘samen gebruikt’ en diensten tussen consumenten uitgewisseld. Gebruikers – eigenaren, huurders, bruikleners – vinden elkaar via internetplatforms of apps. Het samen gebruiken of uitwisselen wordt ‘delen’ genoemd, maar wat is de juridische kwalificatie ervan? De problematiek wordt uitgediept aan de hand van voorbeelden van bruikleen-, huur- en transportplatforms.


Mr. dr. R. Koolhoven
Mr. dr. R. Koolhoven is universitair docent aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Sweder van Wijnbergen
Prof. dr. S.J.G. van Wijnbergen is hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam.
Casus

Gerechtelijke toetsing bij herroeping van een ontbindingsbesluit van een rechtspersoon

Hoe de Hoge Raad zijn doel voorbijstreeft met onnodig complicerende voorwaarden

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2015
Trefwoorden herroeping ontbindingsbesluit rechtspersoon, gerechtelijke toetsing, Rifgat
Auteurs I. Groenland
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Rifgat-beschikking van 19 december 2014 (ECLI:NL:HR:2014:3677) heeft de Hoge Raad niet alleen bevestigd dat herroeping van een ontbindingsbesluit mogelijk is, maar ook de daarvoor geldende voorwaarden bepaald. De Hoge Raad geeft daarbij aan dat hij daarmee een leemte vult in de wetgeving en dat het eigenlijk aan de wetgever is om te voorzien in een afgewogen regeling. De door de Hoge Raad geformuleerde voorwaarden lijken echter niet aan te sluiten bij het beoogde doel. Daarnaast blijken deze bij toetsing aan het feitencomplex in de Rifgat-casus niet te leiden tot een redelijke uitkomst. Het verbinden van bijzondere voorwaarden aan herroeping van een ontbindingsbesluit is, gezien de ontwikkelingen in wetgeving, rechtspraak en literatuur, ook niet langer nodig. Een eenvoudige wettelijke regeling voor herroeping van besluiten is daarom, juist na deze Hoge Raad-beschikking, dringend gewenst.


I. Groenland
Mr. I. Groenland is kandidaat-notaris bij Loyens & Loeff.
Casus

De economische werkelijkheid en enquêtebevoegdheid

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2015
Trefwoorden economische werkelijkheid, enquêtebevoegdheid, achterliggende werkelijkheid, enquêtegerechtigdheid, gelijkstelling
Auteurs S.F. van Dalen
SamenvattingAuteursinformatie

    De afgelopen jaren is bij het toekennen van enquêtebevoegdheid een aantal keren anders geoordeeld dan de tekst van de wet doet verwachten. Volgens de rechter speelt daarbij de economische werkelijkheid een belangrijke rol. Dit is een onduidelijk en voor meerdere interpretaties vatbaar begrip. Volgens de auteur vormt dit begrip een beoordelingskader waarbinnen de rechter feiten en omstandigheden afweegt. Dit beoordelingskader is nuttig, het biedt de ruimte om aan te sluiten bij de doeleinden van het enquêterecht. Spreken van de ‘achterliggende werkelijkheid’ in plaats van ‘economische werkelijkheid’ zou de onduidelijkheid kunnen wegnemen. De rechter kan dan via enerzijds de afgeleideleer en anderzijds de gelijkstellingsregel afwijken van een al te strikte toepassing van de wettelijke bepaling, indien de achterliggende werkelijkheid dit rechtvaardigt.


S.F. van Dalen
S.F. van Dalen, LLB, BSc is student aan het Utrecht Law College.
Artikel

Daling in geregistreerde jeugdcriminaliteit

Enkele mogelijke verklaringen

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2015
Trefwoorden crime drop, juvenile suspects, trends, macro explanations, time series analysis
Auteurs Dr. André van der Laan en Dr. Gijs Weijters
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands, from 2007 police census data show a sharp decrease in the number of suspects of crime among juveniles aged 12 to 25 years old. How to explain this decrease remains unclear. Constructionist theories suggest that changes in police census data are fully explained by changes in the law enforcement system. Normative theories argue that changes in police data can be explained by demographic, social or economic trends. In this paper, we systematically explored the (inter)national literature for macro factors that could explain changes in juvenile crime. Next, in an empirical case study of the city of Amsterdam, we explored which of these macro factors relate to changes over time in the number of juvenile suspects of crime and the types of crime they were suspected of. Due to multicollinearity of the macro factors multivariate analyses were not possible. Our results indicate that the decrease in police registered juvenile crime in Amsterdam should be explained by multiple factors. Some of these factors concern policy investments (such as focus on school drop-out and targeted law enforcement), other factors relate to socialdemographic developments which appeared coincidentally.


Dr. André van der Laan
Dr. A.M. van der Laan is senioronderzoeker bij de afdeling Criminaliteit Rechtshandhaving en Sancties (CRS) van het WODC. Zijn onderzoeksinteresse betreft ontwikkelingen in en achtergronden van jeugdcriminaliteit en veelplegers en effecten van justitiële sancties.

Dr. Gijs Weijters
Dr. G.M. Weijters is onderzoeker bij de afdeling Criminaliteit Rechtshandhaving en Sancties (CRS) van het WODC.
Artikel

Access_open Terug naar het begin: Een onderzoek naar het principe van constituerende macht

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2015
Trefwoorden constituent power, legitimacy, representation, collective action, ontology
Auteurs Nora Timmermans Ph.D.
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel argumenteer ik dat er twee mogelijke invullingen zijn voor het principe van constituerende macht. De eerste mogelijkheid is deze van de klassieke basisveronderstelling van de constitutionele democratie, namelijk dat de gemeenschap zelf vorm kan en moet geven aan de fundamentele regels die die gemeenschap beheersen. Hans Lindahl maakt een interessante analyse van deze traditionele invulling, die ik kritisch zal benaderen. Lindahl heeft immers zelf scherpe kritiek op de invulling die Antonio Negri aan het concept constituerende macht geeft. Mijn interpretatie gaat er echter van uit dat Negri een fundamenteel andere inhoud geeft aan het principe van constituerende macht, waarbij constituerende macht niet alleen wordt losgemaakt van het constitutionalisme, maar meer algemeen van elk rechtssysteem en zelfs van elke vorm van finaliteit. Deze argumentatie werpt een nieuw licht op het debat rond Negri’s theorie van constituerende macht, waarin diens meest fundamentele uitgangspunt vaak over het hoofd wordt gezien.


Nora Timmermans Ph.D.
Nora Timmermans is Master in Philosophy and currently a Ph.D. Student.
Artikel

Access_open De toekomst van het begrip ‘richting’ in de onderwijswetgeving

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2015
Trefwoorden freedom of education, denominational education, Roman Catholic education
Auteurs Mr. René Guldenmund
SamenvattingAuteursinformatie

    The Netherlands has a unique educational system, based on freedom of education, that provides for public and denominational education both financed on equal terms by the state. Only schools belonging to formally recognized denominations are qualified for public finance. School education is one of the few policy fields in The Netherlands where a formal recognition of faith actually occurs.
    A denomination is qualified for recognition when four formal conditions are met: (1) it is a fundamental orientation well founded on a specific faith or philosophy of life, (2) that is apparently entrenched in Dutch society, (3) distinguishable from other recognized denominations, and (4) implemented in the bye-laws that must safeguard the religious or philosophical character of the school. In the Roman Catholic denomination only the bishop is competent to recognize a school as Roman Catholic. This system is now under discussion in the political arena, where two alternatives are presented: extension as opposed to abolition of the concept of denomination. The present article concludes that denominational school education is rooted in the concept of civil society and argues the extension of the concept of denomination to include also pedagogical visions. But also in its extended application a connection with a shared contemplation of man should be put first and foremost.


Mr. René Guldenmund
Mr. R.M.A. Guldenmund was enige jaren leerkracht en directeur van een rooms-katholieke basisschool in Voorburg. Na zijn studie Burgerlijk recht en internationaal recht was hij van 1984-1993 onderzoeker aan de Universiteit Utrecht, eerst aan het Europa Instituut, vervolgens aan het Willem Pompe Instituut voor strafrechtswetenschappen. Daarna werkte hij als senior wetgevingsjurist bij het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en het ministerie van Economische Zaken. Hij publiceerde onder andere over de rechten van de mens en de strafrechtelijke handhaving van het EU-recht. Thans is hij legal adviser on public international law van de apostolische nuntiatuur en werkt hij aan het proefschrift God in de publieke ruimte.
Artikel

Agressie in de tram

Het perspectief van trambestuurders

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Tramdrivers, strategies, aggressive passengers, masculinity
Auteurs Dr. Thaddeus Müller en Roy Zeestraten
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article we focus on how tram drivers react when confronted with a situation of aggression in the tram. Their role in these situations has hardly been explored in recent Dutch studies on this topic. In our explorative research, which consisted of observation and interviews in The Hague, our aim is to gain the perspective of tram drivers on aggressive passengers. Through their eyes we describe a range of strategies which they use to restore public order. Our research shows that in order to understand the reaction of tram drivers a) this has to be placed in the sequential development of an aggressive interaction and b) this has to be related to the ways they give meaning to the aggression of passengers and their work context. Our research shows that there are two perspectives among tram drivers: a) a ‘business’ perspective, with an emphasis of tram drivers as employees who avoid risk situations and call for support in situations they cannot control and b) a personal perspective, in which tram drivers tend to follow more personal guidelines, in which masculinity plays a central role. Those who use the later perspective become more involved in violent and physical interactions.


Dr. Thaddeus Müller
Dr. Thaddeus Müller is werkzaam als Senior Lecturer Criminology bij de Lancaster University (UK). Hij is gespecialiseerd in kwalitatief onderzoek en doet onderzoek naar de ‘deviante’ jongeren, etniciteit en criminalisering, stedelijke (on)veiligheid, drugs en wetenschappelijke fraude.

Roy Zeestraten
Roy Zeestraten is criminoloog en werkzaam als EC coördinator bij Reclassering Nederland, regio Den Haag. Als EC coördinator heeft hij veel contact met ketenpartners zoals PI’s, OM, advocaten en zorginstellingen. Hiernaast is hij verantwoordelijk voor de begeleiding van cliënten met elektronische controle.
Artikel

Corporate opportunities nader gedefinieerd

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 4 2015
Trefwoorden corporate opportunity, bestuurdersaansprakelijkheid, vrijgeven
Auteurs Mr. F.L. van Leeuwen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur twee recente uitspraken van de Ondernemingskamer en de rechtbank, waarin enige opheldering wordt gegeven omtrent de vraag wanneer een zakelijke kans als een ‘corporate opportunity’ kwalificeert.


Mr. F.L. van Leeuwen
Mr. F.L. van Leeuwen is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

De administratieplicht ex artikel 2:10 BW nader bezien

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 3 2015
Trefwoorden administratieplicht, onbehoorlijke taakvervulling, artikel 2:10 BW, Brens q.q./Sarper, bestuurdersaansprakelijkheid
Auteurs Mr. E.M. van Hengel
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de maatstaf die dient te worden gehanteerd bij de beoordeling of is voldaan aan de administratieplicht op grond van artikel 2:10 BW. Hierbij wordt onder meer ingegaan op een onlangs door de Hoge Raad gewezen arrest waarin de maatstaf die sinds het arrest Brens q.q./Sarper veelal wordt toegepast, is verworpen.


Mr. E.M. van Hengel
Mr. E.M. van Hengel is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

De onwenselijkheid van de toepassing van de klachtplicht uit art. 6:89 BW op vorderingen ex art. 2:9 BW: een dogmatisch en praktisch perspectief

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Klachtplicht, bestuurdersaansprakelijkheidsvordering, art. 6:89 BW, art. 2:9 BW, art. 2:8 BW
Auteurs Mr. A.J. Rijsterborgh en Mr. Z.D. Veldhoen
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs betogen dat de klachtplicht van art. 6:89 BW niet dient te worden toegepast op vorderingen ex art. 2:9 BW. Zij menen dat dogmatische én praktische bezwaren hieraan in de weg staan. De rechter dient zich bij interne bestuurdersaansprakelijkheidsvorderingen te beperken tot de toepassing van art. 2:8 BW.


Mr. A.J. Rijsterborgh
Mr. A.J. Rijsterborgh is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.

Mr. Z.D. Veldhoen
Mr. Z.D. Veldhoen is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Artikel

Slachtoffer-daderoverlap bij partnergeweld in Nederland: implicaties voor de Wet tijdelijk huisverbod

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Slachtoffer-daderoverlap, Partnergeweld, Wet tijdelijk huisverbod
Auteurs Dr. Karlijn F. Kuijpers
SamenvattingAuteursinformatie

    Although there is evidence for a victim-offender overlap for various crimes, specific empirical research into a victim-offender overlap for intimate partner violence is scarce. The current study empirically examines the presence of a victim-offender overlap among 156 victims of partner violence recruited at Dutch service organizations. Results show a clear victim-offender overlap, especially for behaviors of psychological partner violence and to a lesser degree for physical partner violence. Implications of these findings for the Dutch law on temporary restraining orders are discussed.


Dr. Karlijn F. Kuijpers
Dr. Karlijn F. Kuijpers is universitair docent Criminologie bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden. Gegevens voor dit onderzoek zijn verzameld toen de auteur nog in dienst was bij het International Victimology Institute Tilburg van de Universiteit van Tilburg.
Toont 21 - 40 van 50 gevonden teksten
« 1 2
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.