Zoekresultaat: 135 artikelen

x
Jaar 2009 x

    Using the concept of chronocentrism, the doctrine that what is current must somehow be superior to what went on before, that ideas, scholars and scholarship inevitably become stale and discredited over time, the author argues the rise and attraction of nodal governance and nodal security fits the definition of chronocentrism. The recent ‘discovery’ of a multitude of (semi-)public agencies and private sector actors performing police functions neglect the fact that many of these agencies and actors have a long standing history (sometimes more than a century) and have been subject of many academic studies. Moreover, these studies are richer in their theoretical foundations because of the explanations they give for different functions, goals, interests, cultures and operational styles of public policing, administrative policing and private policing than much of the current language. In many ways nodal governance and nodal security are new labels for ongoing processes of gradual interweaving of different forms of policing. For this reason the use of these concepts is useful in two ways. First, for policy makers and practitioners. For them the new concepts seem to have a function as a motivational strategy. For instance, what was called increasing cooperation in the justice system (ketensamenwerking) and public-private cooperation in the eighties and nineties are revitalized using new labels. Second, nodal governance and nodal security, in the academic community ‘forces’ us to rethink the very notion of policing. Policing increasingly takes place in hybrid organizations and processes in which boundaries between public administration, public policing, regulatory agencies and private security are blurring.


A.B. Hoogenboom
Prof. dr. Bob Hoogenboom is hoogleraar Politiestudies en Veiligheidsvraagstukken aan de Vrije Universiteit Amsterdam en hoogleraar Forensic Business Studies aan Nyenrode.
Artikel

Een gevaarlijke driehoeksverhouding?

Falende staten, georganiseerde misdaad en transnationaal terrorisme

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2009
Auteurs Tanja E. Aalberts
SamenvattingAuteursinformatie

    In recent years it has become popular in political discourse and academic literature to talk about the blurring boundaries between transnational terrorism and organized crime. In addition, the terrorist attacks of 11 September 2001 have instigated a debate on the link between transnational terrorism and state failure. This article scrutinizes this so-called ‘black hole’ thesis and its relationship to the crime-terror nexus by addressing the political significance of such conceptual blurring within an international context that is increasingly characterized by uncertainty and uncontrollable risks.


Tanja E. Aalberts
Dr. Tanja E. Aalberts is universitair docent aan de Universiteit Leiden (taalberts@fsw.leidenuniv.nl).
Artikel

De ‘politiek-criminele nexus’ in Italië

150 jaar betrekkingen tussen maffia en politiek

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2009
Auteurs L. Paoli
SamenvattingAuteursinformatie

    This article analyzes the so-called political-criminal nexus in Italy, that is, the relationships of exchange and collusion between politicians and civil servants, on the one hand, and members of organised crime - and specifically Southern Italian mafia - groups on the other. Its main thesis is that the political-criminal nexus in Italy finds nowadays no parallel in any other Western, developed nation, with the possible exception of Japan. The extraordinary intensity of Italy's political-criminal nexus is related to the specificity of Italy's organised crime. This is discussed in the first section of the article. The following ones briefly sketch the evolution of the political-criminal nexus since Italy's Unification in 1861 and then focus on the last thirty years. The recognition of the recent law enforcement successes is complemented by a discussion of the factors that favour the perpetuation of mafia organisations and the political-criminal nexus in the future.


L. Paoli
Prof. dr. Letizia Paoli is als gewoon hoogleraar verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Katholieke Universiteit Leuven.
Artikel

André Cools en Agusta

Een Belgische affaire

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2009
Auteurs M. Cools
SamenvattingAuteursinformatie

    This article describes the relation between the murder on the Walloon social-democratic politician André Cools on 18th July 1991 at Liege and the corruption case Agusta - dealing with the purchase of army helicopters - in order to reflect on typical Belgian criminological issues in this political organized crime topic. The murder committed by Tunisian hit-men was ordered through the influence of the personal cabinet of Van der Biest, a former minister. During the murder investigation a link with the Agusta corruption case was discovered and would tear down several ministers as well as the former NATO Secretary-General Willy Claes. Due to the existence of especially journalistic sources and a lack of scientific criminological material, the conclusions of this article are strictly personal. The murder and the corruption prove the fact that political organized crime was a reality in Belgium. This case can stand as a scholarly example in the study of political organized crime in Belgium.


M. Cools
Dr. Marc Cools is hoofddocent aan de vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Gent en docent aan de vakgroep Criminologie van de Vrije Universiteit Brussel.

    The regulation regarding the law enforcement in the new construction of the Netherlands Antilles has to be adapted. The country of the Netherlands Antilles will be divided in three parts: two more or less autonomous countries (Curaçao and Sint Maarten) and the remaining islands (the third part) will fall directly under Dutch rule. In this article special attention is being paid to the law enforcement on the islands (and countries) Curaçao and Sint Maarten. Will it be possible (in the future) for the Dutch Minister of Justice to give guidelines or orders to the prosecution office based in Curaçao and Sint Maarten? It has been agreed that the countries of the Netherlands, Sint Maarten and Curaçao will consult regularly on prosecution policy in order to coordinate their actions. Also a new legal possibility is created for all three Ministers of Justice (including the Dutch minister) to give guidelines or orders to the prosecution, but in special cases only after approval of the Common Court of Justice.


H. de Doelder
Prof. mr. Hans de Doelder is als hoogleraar strafrecht en strafprocesrecht verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, tevens plaatsvervangend lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie voor de Nederlandse Antillen en Aruba.
Jurisprudentie

Overgang van onderneming: wat niet weet, deert toch

HR 26 juni 2009, JAR 2009/183 (Frits Bos/Pax Integrated Logistics B.V.)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2009
Trefwoorden overgang van onderneming, informatieverplichting, goed werkgeverschap
Auteurs Dr. R.M. Beltzer
SamenvattingAuteursinformatie

    De informatieverplichting bij overgang van onderneming heeft in de nationale rechtspraak nooit een grote rol gespeeld. Dat lijkt te zijn veranderd door hetgeen de Hoge Raad in het arrest Bos/Pax heeft overwogen: onvoldoende informatievoorziening kan ertoe leiden dat de werknemer geen afgewogen keuze heeft kunnen maken wel of niet mee over te gaan, hetgeen tot gevolg kan hebben dat een niet-overgegane werknemer jaren later alsnog een andere werkgever blijkt te hebben. Deze uitspraak heeft daarom belangrijke gevolgen voor de praktijk.


Dr. R.M. Beltzer
R.M. Beltzer is universitair hoofddocent arbeidsrecht en socialezekerheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Discussie

Dworkin en het schaakspel van de wetgever

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2009
Trefwoorden Europese wetgever, checkerboard statute, integriteit
Auteurs Prof. dr. W.J. Witteveen
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europese verbod op de handel in gloeilampen berust niet op een evenwichtige afweging van de relevante belangen en is in grote haast genomen zonder publiek debat. In termen van Ronald Dworkins rechtstheorie over integriteit in het recht is sprake van een `checkerboard statute’, oftewel een schaakbordwet die willekeurig gemotiveerde beslissingen oplegt. Een dergelijke wet mist legitimiteit bij de burgers en ondermijnt het draagvlak voor Europese regulering. Alleen een op de lange termijn gerichte democratische wetgevingsstrategie die bij publiek debat en evenwichtige afwegingen begint, kan hier mogelijk nog baat brengen.


Prof. dr. W.J. Witteveen
Prof. dr. W.J. Witteveen is hoogleraar rechtstheorie en retorica aan de Universiteit van Tilburg. w.j.witteveen@uvt.nl
Artikel

Wie is de waterbeheerder en wat moet hij doen?

Taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de waterbeheerder in de Waterwet

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2009
Trefwoorden waterbeheer, Waterwet, overheidszorg, functioneel decentraal beheer
Auteurs Prof. mr. H.F.M.W. van Rijswick
SamenvattingAuteursinformatie

    In een themanummer over de Waterwet kan een beschrijving van de waterbeheerder en zijn taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden niet ontbreken. De Waterwet regelt het beheer en gebruik van het watersysteem in al zijn aspecten.1x Zie naast de bijdragen in dit themanummer over de Waterwet eveneens S. Handgraaf, De Waterwet, M en R? 2009, p. 489-496; zie over het wetsvoorstel T.P. de Kramer & N. Teesing (red.), De nieuwe Waterwet, Vereniging voor milieurecht 2007-2, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2007, M.N. Boeve & L. van Middelkoop (red.), Het waterrecht in perspectief. Actuele ontwikkelingen en doorwerking naar het milieurecht en het ruimtelijke-ordeningsrecht, Groningen: Europa Law Publishing 2008, p. 35-52, en over het voorontwerp H.J.M. Havekes, Het voorontwerp Waterwet, M en R 2005, p. 628-632. Zie eveneens E.C.M. Schippers & J.H. Geerdink, Alles over water in een notendop (in twee delen), Gemeentestem 2008, 7296, p. 261-272 en Gemeentestem 2008, 7297, p. 289-302. De nadruk ligt daarbij op het watersysteem: het samenhangende geheel van één of meer oppervlaktelichamen en grondwaterlichamen, met bijbehorende bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken. Deze definiëring geeft ook de ruime reikwijdte van de wet: het gaat om het gehele watersysteem, maar de Waterwet reguleert niet de waterketen.2x Zie hierover P. Jong, Watersysteem en waterketen in de water- en milieuwetgeving, in: M.V.C. Aalders & R. Uylenburg (red.), Het milieurecht als proeftuin, 20 jaar Centrum voor Milieurecht, Groningen: Europa Law Publishing 2007, p. 57-72. De drinkwatervoorziening en het verzamelen en transport van afvalwater vallen buiten de reikwijdte van de wet.

Noten

  • * De leerstoel wordt financieel ondersteund door de Stichting Schilthuisfonds. Tevens maakt Marleen van Rijswick deel uit van de door de Stichting Leven met Water ingestelde multidisciplinaire ‘leertafel’ Watergovernance, waar zij is benoemd op de leerstoel Ontwikkelingsgericht waterrecht.
  • 1 Zie naast de bijdragen in dit themanummer over de Waterwet eveneens S. Handgraaf, De Waterwet, M en R? 2009, p. 489-496; zie over het wetsvoorstel T.P. de Kramer & N. Teesing (red.), De nieuwe Waterwet, Vereniging voor milieurecht 2007-2, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2007, M.N. Boeve & L. van Middelkoop (red.), Het waterrecht in perspectief. Actuele ontwikkelingen en doorwerking naar het milieurecht en het ruimtelijke-ordeningsrecht, Groningen: Europa Law Publishing 2008, p. 35-52, en over het voorontwerp H.J.M. Havekes, Het voorontwerp Waterwet, M en R 2005, p. 628-632. Zie eveneens E.C.M. Schippers & J.H. Geerdink, Alles over water in een notendop (in twee delen), Gemeentestem 2008, 7296, p. 261-272 en Gemeentestem 2008, 7297, p. 289-302.

  • 2 Zie hierover P. Jong, Watersysteem en waterketen in de water- en milieuwetgeving, in: M.V.C. Aalders & R. Uylenburg (red.), Het milieurecht als proeftuin, 20 jaar Centrum voor Milieurecht, Groningen: Europa Law Publishing 2007, p. 57-72.


Prof. mr. H.F.M.W. van Rijswick
Prof. mr. H.F.M.W. van Rijswick is hoogleraar Europees en nationaal waterrecht aan de Universiteit Utrecht.
Jurisprudentie

Het vermogen van een toekomstige erflater

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 6 2009
Trefwoorden estate planning, Volmacht, Vermogen, toekomstige erflater
Auteurs Prof. mr. E.A.A. Luijten en mw. prof. mr. W.R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage behandelen de auteurs een uitspraak die handelt over het ‘beheer’ van het vermogen van een bejaarde, waarbij de rechter achteraf tot de conclusie is gekomen dat er onregelmatigheden gepleegd zijn. Daar betrof het een dochter die het vermogen van haar moeder waarover zij kon beschikken, successievelijk had doen verdwijnen via een en/of-bankrekening. Hier gaat het om een zoon die, waarschijnlijk uit een oogpunt van ‘estate planning’ via een door zijn moeder aan hem verleende (notariële) volmacht het vermogen van moeder aanmerkelijk had doen slinken.


Prof. mr. E.A.A. Luijten
Prof. mr. E.A.A. Luijten is emeritus hoogleraar aan de RU Nijmegen.

mw. prof. mr. W.R. Meijer
Mw. prof. mr. Meijer is hoogleraar privaatrecht aan de OU Nederland te Heerlen.
Artikel

De herontdekking van de bijzondere voorwaarde

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2009
Trefwoorden Bijzondere voorwaarde, Voorwaardelijke veroordeling, Voorwaardelijke invrijheidstelling, Toezicht
Auteurs Edwin Bleichrodt
SamenvattingAuteursinformatie

    De bijzondere voorwaarde in het strafrecht verheugt zich in de belangstelling van de huidige beleidsmakers. Dat is wel eens anders geweest. In dit artikel wordt ingegaan op de geschiedenis van de bijzondere voorwaarde in het strafrecht, waarbij in het bijzonder wordt stilgestaan bij de voorwaardelijke veroordeling en de voorwaardelijke invrijheidstelling. De geschiedenis van de bijzondere voorwaarde noopt tot het temperen van de verwachtingen van haar gedragsbeïnvloedende werking, maar toont ook het belang van een goede uitvoeringspraktijk aan. Initiatieven om die uitvoeringspraktijk te verbeteren, verdienen ondersteuning. Enkele voorstellen worden gedaan voor het verbeteren van de effectiviteit van de bijzondere voorwaarde bij de voorwaardelijke veroordeling.


Edwin Bleichrodt
Edwin Bleichrodt is hoogleraar straf- en strafprocesrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Praktijk

Over nut en noodzaak van goede geschillenregelingen voor (familie)bedrijven

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 4 2009
Trefwoorden impasse, geschillenregeling, enquêterecht, deskundigenbericht
Auteurs dr. Bart Prinsen en Carmen Verschuur-Buijssen
SamenvattingAuteursinformatie

    In companies people work together intensively, especially in family run companies. In such a situation, the interests (income, capital and employment) can be enormous when parties fail to live up to each others expectations.How to deal with situations when parties are in a dead-lock and the continuity of the business is at stake? Depending on the legal form of the company and the type of conflict, there are different legal actions to settle a (legal) conflict. However, there are so many rules and different procedures for each type of legal form, that it may dazzle the reader. Moreover, these procedures may take a long time, while the parties in a family dead-lock desire an expert/arbiter/mediator proceeding expeditiously.In a sense a marriage is also a family run company. The following experiences from the area of family law are described: the processes of a divorce, the break-up announcement (the opposite of the marriage proposal), the experiment in court with the so-called regierechter in family cases, the prenuptial agreement and the plan for parenthood after a divorce. Our conclusion is that in case of a dead-lock, parties need to have a good set of rules on the settlement of disputes, to find a qualified expert/arbiter/mediator having knowledge and experience in financial/tax/pension/legal matters and familiar with dealing with emotions in a deadlock.


dr. Bart Prinsen
Bart Prinsen is advocaat ondernemingsrecht bij MannaertsAppels AdvocatenNotarissen te Breda, lid van Teamwork = Maetwerk, expertisegroep bij conflicten en conflictbeheersing rondom vennootschap en rechtspersoon, en docent ondernemingsrecht aan het Departement Business Law van de Universiteit van Tilburg.

Carmen Verschuur-Buijssen
Carmen Verschuur-Buijssen is advocaat personen- en familierecht bij Asselbergs & Klinkhamer advocaten te Etten-Leur (voorheen rechterlijk ambtenaar in opleiding bij de rechtbank te Breda en docente contract- en aansprakelijkheidsrecht aan het Departement Privaatrecht van de Universiteit van Tilburg).
Artikel

De empirische analyse van radicaliserende en terroristische groepen

De Global Terrorism Database

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2009
Trefwoorden Global Terrorism Database, terrorisme
Auteurs Mark Dechesne
SamenvattingAuteursinformatie

    This article describes the value of the Global Terrorism Database (GTD) for the study of terrorist groups. The GTD helps to illustrate trajectories of violence of specific terrorist groups, helps to explore differences in terrorist violence between groups and between periods of time, and allows the testing of hypotheses concerning the origins and manifestations of terrorism. This article highlights the benefits of the GTD, using examples. The strengths of the GTD, but also opportunities for improvement are discussed.


Mark Dechesne
Dr. M. Dechesne is senior onderzoeker bij het Centrum voor Terrorisme en Contraterrorisme van de Universiteit Leiden – Campus Den Haag, mdechesne@campusdenhaag.nl.
Artikel

Achtergronden en determinanten van radicalisering en terrorisme

Een overzicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2009
Trefwoorden radicalisme, terrorisme, radicaliseringsproces
Auteurs Wim Koomen en Joop van der Pligt
SamenvattingAuteursinformatie

    This article presents an overview of the main determinants of radicalization and terrorism. Experienced discrimination plays an important role, and can be seen as threatening. This could amplify the importance of ideology and religious convictions, and these both unify the group and direct the behavior of the group. Perceived threats also result in emphasizing group identity and increases the cohesiveness of the threatened group. This may lead to polarization between groups and radicalization. This radicalization is also affected by cognitions, such as perceived inequity and injustice, as well as emotions such as anger and contempt. In a later phase of radicalization group processes, such as groupthink, and support from the wider social group may further strengthen radicalization. Justification processes, like dehumanizing the opponent, are also likely to play a role. Finally, the transition from radicalization to terrorism is discussed.


Wim Koomen
Dr. W. Koomen is werkzaam bij de faculteit sociale psychologie van de Universiteit van Amsterdam, w.koomen@uva.nl.

Joop van der Pligt
Prof. dr. J. van der Pligt is hoogleraar sociale psychologie aan de Universiteit van Amsterdam, J.vanderPligt@uva.nl
Artikel

Moslimjongeren

De salafi-beweging en de vorming van een morele gemeenschap

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2009
Trefwoorden moslimjongeren, salafisme
Auteurs Martijn de Koning
SamenvattingAuteursinformatie

    Accounts of radicalization and of social movements are often flawed by a static understanding of participation in radical networks. By analyzing the practices of the Salafi movement and its participants in reviving, establishing and nurturing a moral community of true believers I will explore how participation in this movement is sustained. I will show that by teaching young Muslims a particular lifestyle, exemplifying what it means to be a true believer, the Salafi movement tries to establish a position as the moral guardian of the Muslim community. For Muslim youth in this movement the activities are a means to evoke and nurture the experience of belonging and an essential practice for being part of the community of true believers.


Martijn de Koning
Drs. M. de Koning is onderzoeker aan de Radboud Universiteit Nijmegen, post@martijndekoning.com.
Artikel

Hoe ondermijn je het radicale verhaal?

Overheidsbeleid en deradicalisering van Molukse en islamitische radicalen in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2009
Trefwoorden overheid, terrorisme, radicalisering
Auteurs Froukje Demant en Beatrice de Graaf
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article we deal with the role of government in encouraging the decline of radical movements. We use the survey of factors promoting decline reported by Demant et al. (2008a). This overview will be further developed regarding the factor ‘official policy strategies’ on the basis of certain concepts taken from discourse analysis, adapted to counterterrorism and deradicalization strategies by De Graaf in 2009. The question posed is: ‘Which “narrative” can the government tell to encourage the decline of radical groups?’ We will therefore not address the different practical measures in this field, but focus instead on the perception of these official measures by the radicals. We will illustrate this process by means of a case-study: the deradicalization of South Moluccan youths in the 1970s. We will furthermore draw some lines to deradicalization of Jihadist radicals after 2001, also in the Netherlands.


Froukje Demant
Drs. F. Demant is onderzoeker bij de Anne Frank Stichting in Amsterdam, f.demant@annefrank.nl.

Beatrice de Graaf
Dr. B. de Graaf is onderzoeker bij het Centrum voor Terrorisme en Contraterrorisme van de Universiteit Leiden – Campus Den Haag, bdegraaf@campusdenhaag.nl.
Artikel

Burgers over beveiligers

Een kwantitatief onderzoek naar percepties, verwachtingen en oordelen

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 4 2009
Trefwoorden beveiligers, burgers, beveiliging
Auteurs Ronald van Steden, Maddy Roelofs en Mahesh Nalla
SamenvattingAuteursinformatie

    The employment of private security guards has increased in many European countries in recent decades and the Netherlands is no exception. However, despite large increases in the growth of the private security industry, little is known about how the public perceives agents of private policing and their role in crime prevention and enhancing the public’s sense of safety. In this paper we examine public perceptions of private security personnel. More specifically, we examine citizens’ perceptions and expectations toward the nature of security guards’ work and their relationships with public police, as well as citizens’ level of satisfaction with private security services. Findings suggest that overall Dutch citizens have mixed opinions of security guards. Nonetheless, contrary to what is often assumed about the public image of private security, findings also suggest that respondents are sometimes surprisingly positive in their reactions.


Ronald van Steden
Ronald van Steden is werkzaam bij de onderzoeksgroep Veiligheid en Burgerschap aan de Faculteit der Sociale Wetenschappen van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Postadres: De Boelelaan 1081, 1081 HV Amsterdam. E-mail: r.van.steden@fsw.vu.nl.

Maddy Roelofs
Maddy Roelofs in onderzoeker bij de Dienst Onderzoek en Statistiek van de gemeente Amsterdam. Postadres: Postbus 658, 1000 AR Amsterdam. E-mail: m.roelofs@os.amsterdam.nl.

Mahesh Nalla
Mahesh Nalla is hoogleraar in Criminal Justice Studies aan Michigan State University, U.S.A. Postadres: School of Criminal Justice, 560 Baker Hall, East Lansing, MI 48824-1118. E-mail: nalla@msu.edu.
Artikel

Het cliëntenonderzoek in de WWFT: een terugblik op het afgelopen jaar

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2009
Trefwoorden witwassen, WWFT, cliëntenonderzoek, kredietinstellingen
Auteurs Mw. mr. M.L. van Duijvenbode
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 augustus 2008 is de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (WWFT) in werking getreden. De voornaamste vernieuwing die de WWFT heeft gebracht, is de introductie van het cliëntenonderzoek, ook wel bekend als Customer Due Diligence (CDD). Na een coulanceperiode van een halfjaar is de WWFT nu effectief slechts een halfjaar op stoom. In deze bijdrage wordt de ontwikkeling van het cliëntenonderzoek in de (inter)nationale antiwitwasregelgeving besproken. Hiernaast wordt er ingegaan op de belangrijkste veranderingen die de WWFT heeft gebracht op het gebied van cliëntenonderzoek en hoe kredietinstellingen het afgelopen jaar met deze veranderingen zijn omgegaan.


Mw. mr. M.L. van Duijvenbode
Mw. mr. M.L. van Duijvenbode is als beleidsmedewerker werkzaam bij de afdeling Integriteit, directie Financiële Markten van het ministerie van Financiën. Haar bijdrage in dit nummer heeft zij op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Enkele recente ontwikkelingen inzake overgang van een onderneming

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2009
Trefwoorden identiteitsbehoud, informatieplicht, overgang van onderneming
Auteurs Mr. K. Wiersma
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt stilgestaan bij een aantal recente uitspraken inzake de rechten van werknemers bij een overgang van een onderneming. Aan bod komt de zaak Klarenberg/Ferrotron waarin het Hof van Justitie van de EG betrokken werknemers een extra hulpmiddel geeft ter voorkoming van oneigenlijk gebruik van overgang van ondernemingen. Ook komt aan bod de Heineken-zaak en de naar aanleiding daarvan ontstane discussie over de vraag welke werknemers bescherming aan de richtlijn inzake overgang van ondernemingen kunnen ontlenen. Ten slotte wordt het arrest Pax/Bos van de Hoge Raad besproken, welk arrest laat zien dat een overdragende werkgever zich moet realiseren dat hij de plicht heeft om betrokken werknemers adequaat te informeren over hun positie.


Mr. K. Wiersma
Mr. K. Wiersma is advocaat arbeidsrecht bij Loyens & Loeff N.V.
Artikel

De ontvankelijkheid van het Nederlandse privaatrecht voor invloeden uit de Anglo-Amerikaanse financieringspraktijk

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2009
Trefwoorden Anglo-Amerikaanse invloed, financieringspraktijk, rechtskeuze, DCFR, uitleg, security trustee
Auteurs Mr. J. Meijer Timmerman Thijssen
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn bijdrage tracht Meijer Timmerman Thijssen een indruk te geven van de mate waarin het Nederlandse recht zich ontvankelijk heeft betoond voor de adoptie van concepten en modellen uit de Anglo-Amerikaanse rechtspraktijk. De uiteenzetting is in het bijzonder toegespitst op de financieringspraktijk, omdat – door zijn internationale karakter – de invloed van dergelijke modellen en concepten zich daar het sterkst doet gevoelen.


Mr. J. Meijer Timmerman Thijssen
Mr. J. Meijer Timmerman Thijssen is als adviseur verbonden aan Freshfields Bruckhaus Deringer te Amsterdam.
Artikel

Contracteren met consumenten

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2009
Trefwoorden consument, consumentenbescherming, Europa
Auteurs Prof. mr. A.G. Castermans
SamenvattingAuteursinformatie

    De ene consument is de andere niet. Castermans bepleit daarom de nationale rechter de vrijheid te gunnen naar bevind mild of kritisch te bejegenen. Het is de vraag of die vrijheid vanuit Europa is gegund, aangezien het streven daar luidt: harmonisatie. Echter, als de Europese consument niet bestaat, ligt het voor de hand de rechter die vrijheid wel te gunnen, aldus Castermans.


Prof. mr. A.G. Castermans
Prof. mr. A.G. Castermans is hoogleraar burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.
Toont 21 - 40 van 135 gevonden teksten
« 1 2 4 5 6 7
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.