Zoekresultaat: 113 artikelen

x
Jaar 2017 x
Praktijk

De implementatie van de vierde en vijfde anti-witwasrichtlijn

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Wwft, witwassen, uiteindelijk belanghebbende, politiek prominente personen, vierde anti-witwasrichtlijn
Auteurs Mr. J.M. van Poelgeest
SamenvattingAuteursinformatie

    De vierde anti-witwasrichtlijn is in werking getreden en diende uiterlijk 26 juni 2017 te zijn geïmplementeerd. In verband met de implementatie van de richtlijn wijzigt onder meer de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). In dit artikel worden de belangrijkste wijzigingen besproken als gevolg van de Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden en de Implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn. De implementatie heeft een aanzienlijke impact op het beleid van alle instellingen die onder de Wwft vallen. Zo zullen de instellingen hun beleid moeten aanpassen en gebruik moeten gaan maken van het register met uiteindelijk belanghebbenden. De risicogebaseerde benadering komt nog meer naar voren in het cliëntenonderzoek dat door de instellingen moet worden verricht.


Mr. J.M. van Poelgeest
Mr. J.M. van Poelgeest is advocaat bij Trivvy advocatuur.
Praktijk

Regulering van betaaldienstverlening onder PSD II – is tech eating everything?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2017
Trefwoorden PSD II, stand van zaken, betaalinitiatiedienst, rekeninginformatiedienst, open banking
Auteurs Mr. J. den Hamer en Mr. R. Middelburg
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 12 januari 2016 is de herziene richtlijn betaaldiensten (PSD II) in werking getreden. Deze richtlijn vervangt de richtlijn betaaldiensten van 2007 (PSD). Met PSD is destijds een vergunningplicht geïntroduceerd voor een nieuw type financiële onderneming: de betaaldienstverlener. PSD II beoogt twee nieuwe, innovatieve betaaldiensten, namelijk betaalinitiatie- en rekeninginformatiediensten, te reguleren om zodoende de interne markt voor betalingsverkeer te versterken. PSD II zal ‘open banking’ stimuleren.


Mr. J. den Hamer
Mr. J. den Hamer is advocaat op de sectie Banking & Finance van Dentons Boekel.

Mr. R. Middelburg
Mr. R. Middelburg is advocaat op de sectie Banking & Finance van Dentons Boekel.
ECtHR Court Watch

ECtHR 5 September 2017 (Barbulescu), Application no. 61496/08, Privacy

Barbulescu – v – Romania, Romanian case

Tijdschrift European Employment Law Cases, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Fundamental rights, Privacy
Samenvatting

    In Barbulescu, the Court examined for the first time a case concerning the monitoring of an employee’s electronic communications by a private employer. The Grand Chamber decided differently from the Chamber, when it concluded that the Romanian courts, in reviewing the decision of a private employer to dismiss an employee after having monitored his electronic communications, failed to strike a fair balance between the interests at stake: namely the employee’s right to respect for his private life and correspondence, on the one hand, and his employer’s right to take measures to ensure the smooth running of the company, on the other.

    Voordeelverrekening. Geen gerechtvaardigde verwachting dat strijdige situatie met bestemmingsplan wordt opgeheven.


Ben Heymans
Ben Heymans is werkzaam bij Elegast VZW te Antwerpen.
Artikel

Access_open Positieve uitlokking van ethisch hacken

Een onderzoek naar responsible-disclosurebeleid

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2017
Trefwoorden ethical hacking, responsible disclosure, positive incitement, negative incitement, intrinsic desirability
Auteurs Karel Harms
SamenvattingAuteursinformatie

    In this contribution, the Dutch government’s acceptance of ethical hacking, by implementing a policy of responsible disclosure, is considered to be a beneficent development. Ethical hacking contributes to cybersecurity and is intrinsically desirable. The term positive incitement is proposed to describe the relatively new phenomenon of encouraging ethical hacking. Positive incitement will be analysed by making a comparison to the Dutch toleration policy regarding soft drugs, and to incitement by law enforcement. Positive incitement should not change into negative incitement, which would result in a serious breach of the rights of ethical hackers. Furthermore, it is argued that the intrinsic value of ethical hacking can justify searching for vulnerabilities in systems of organisations who do not approve of this in advance.


Karel Harms
Karel Harms studeert aan de Rijksuniversiteit Groningen en volgt de master Rechtswetenschappelijk onderzoek.
Artikel

Particuliere ‘binnenkamer’ en openbaar klaslokaal

Nederlandse liberalen over religie in de politiek en het bijzonder onderwijs

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Liberalen, privésfeer, Beginselen, Pacificatie, openbare school
Auteurs Dr. Patrick van Schie
SamenvattingAuteursinformatie

    For liberals religion is a private matter. This does not mean that a citizen should leave his or her religion at home. It does mean that laws and public services should not be determined by religious beliefs. The article describes how liberals have looked upon religion in their programs of principles since mid 19th century. The educational arrangement in the Netherlands of 1917, favouring religious schools, did not satisfy them. What were the liberal proposals in order to safeguard the religiously neutral, publicly-maintained schools?


Dr. Patrick van Schie
Dr. P.G.C. van Schie is historicus, directeur van de liberale denktank TeldersStichting en tweewekelijks columnist voor Trouw.nl. Zijn meest recente boek (als coauteur) is Tussen geschiktheid en grondrecht. De ontwikkeling van het Nederlandse kiesrecht vanaf 1795 (AUP Amsterdam 2018). Met Fleur de Beaufort werkt hij momenteel aan een boek over liberalen en het vrouwenkiesrecht (dat in het najaar van 2018 zal verschijnen bij Uitgeverij Boom te Amsterdam). vanschie@teldersstichting.nl
Jurisprudentie

Zorgen over de rechtspositie van de topsporter

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2017
Trefwoorden doping, WADA, IOC, risicoaansprakelijkheid, whereabouts
Auteurs Vincent Geeraets
Auteursinformatie

Vincent Geeraets
Dr. mr. V.C. Geeraets werkt als universitair docent bij de afdeling rechtstheorie en rechtsgeschiedenis van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Herman Ram
Mr. H. Ram is Directeur Dopingautoriteit.

Bart van der Sloot
Dr. B. van der Sloot is Senior Onderzoeker aan de Universiteit van Tilburg.

Rein Halbersma
Dr. R.S. Halbersma is onderzoekscoördinator bij de Kansspelautoriteit.
Artikel

Access_open Op de toekomst voorbereid

Digitale toegankelijkheid onder de loep

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 2 2017
Trefwoorden toegankelijkheid, Europese Unie, VN-verdrag Handicap, Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte, websites
Auteurs Mr. D.C. Houtzager
SamenvattingAuteursinformatie

    Een afspraak voor het ziekenhuis maken, online een maaltijd bestellen, een filmpje op YouTube bekijken? Het kan in toenemende mate alleen nog als je een website of een app kunt gebruiken. Als dat niet lukt, in verband met een visuele of andere beperking, kun je uitgesloten worden van die dienstverlening. Dat is ongewenst en daarom zijn er internationale standaarden voor de toegankelijkheid van websites en apps ontwikkeld. Dienstverleners die deze zogenoemde WCAG-standaarden toepassen, zijn er zeker van dat hun website of app toegankelijk is. De Europese Unie gebruikt de WCAG-normen voor een richtlijn over overheidswebsites. Die moet in 2018 zijn omgezet. Europa werkt aan een andere omvangrijke wet: de Toegankelijkheidsakte. Die bepaalt dat alleen nog apparaten zoals computers, kaartautomaten en telefoons in de EU op de markt mogen worden gebracht die aan toegankelijkheidseisen voldoen. Dat geldt ook voor bankdiensten, de luchtvaart, het spoor en internetdiensten.
    In Nederland zorgt een nieuwe wet ervoor dat overheidsdiensten vanaf 2019 via het web toegankelijk moeten zijn. De Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte bepaalt dat diensten door private aanbieders geleidelijk toegankelijk moeten worden gemaakt. De regelgeving lijkt in ieder geval op de toekomst te zijn voorbereid.


Mr. D.C. Houtzager
Mr. D.C. (Dick) Houtzager is collegelid bij het College voor de Rechten van de Mens en hoofdredacteur van Handicap & Recht.
Artikel

Toetsing wetgeving Caribisch Nederland aan de verplichtingen van het VN-Verdrag voor personen met een handicap

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 2 2017
Trefwoorden VN-verdrag Handicap, Caribisch Nederland, handicap, beperking, toegankelijkheid, non-discriminatie
Auteurs Dr. E.G. van de Mortel en Dr. O. Nauta
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap is voor de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba nog niet in werking getreden. De reden die de regering geeft, is dat op de eilanden niet wordt voldaan aan de verplichtingen die voortvloeien uit het Verdrag.
    In dit artikel beschrijven we de belangrijkste inhoudelijke vraagstukken voor het in werking laten treden van het Verdrag voor de eilanden. Dit bezien van uit de invalshoek van wetgeving; we gaan in op de hiaten die er in de wetgeving zijn. Dit doen we aan de hand van de belangrijkste beginselen en rechten die in het Verdrag zijn opgenomen. De beginselen die we bespreken zijn non-discriminatie en toegankelijkheid. Bij de rechten maken we een onderscheid tussen de burgerlijke en politieke rechten – waarvan de Nederlandse regering aanneemt dat aan deze rechten moet zijn voldaan op het moment van ratificatie. En de economische, sociale en culturele rechten die geleidelijk aan kunnen worden verwezenlijkt.
    We eindigen met een korte discussie waarbij we pleiten voor maatwerk voor de eilanden, gezien het inwoneraantal en andere kenmerken.


Dr. E.G. van de Mortel
Dr. E.G. (Elma) van de Mortel is werkzaam bij IdeeVersa.

Dr. O. Nauta
Dr. O. (Oberon) Nauta is werkzaam bij de DSP-groep.

    This paper discusses three approaches that can be helpful in the area of comparative rights jurisprudence, oriented in reference to three different kinds of studies that are possible in that area. To a large extent the methods for a comparative legal research depend on the research question and the goal of the researcher. First, a comparative law study may focus on the sociocultural context that led to the elaboration of differences or similarities in the protection of rights. Second, a comparative law approach can be a normative enterprise. It can focus on engaging in a philosophical analysis enlightened by the differences or similarities in the regulation of rights, in order to propose concrete solutions for the regulation of a right. Third, a comparative law approach can combine both elements of the two previously mentioned approaches. The paper discusses the challenges that the researcher faces in her attempt to use these methodologies and how these challenges can be overcome. The law as a normative discipline has its own constraints of justifiability. If what motivates a comparative law study is the search for principles of justice the researcher needs to persuade that her methodological approach serves her aim.


Ioanna Tourkochoriti
School of Law, NUI Galway, Ireland.
Artikel

Het signaleren en registreren van LVB in het justitiële domein: stof tot nadenken

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2017
Trefwoorden mild intellectual disabilities, criminal justice system, Recognition, Registration, Prevalence
Auteurs Dr. H.L. Kaal en Mr. B.J. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    A recent study on the registration of mild intellectual disabilities (MID) in the judicial domain raised various questions regarding the possibilities for and desirability of recognition and registration of MID in the criminal justice system (CJS). There is general unanimity on the necessity to recognize MID. Identifying a MID, however, is not without its pitfalls. That said, not everywhere within the CJS is the same level of exactitude in recognizing MID needed. Sometimes, screening for a MID will suffice. When a (probable) MID has been identified, choices about the desirability of registration have to be made. This raises issues regarding trust, privacy, professional freedom, and the measure of control granted to the delinquent. This article discusses some of the questions raised, not with the aim of solving them, but in order to stimulate the discussion necessary to achieve an aligned criminal justice system.


Dr. H.L. Kaal
Dr. Hendrien Kaal is als lector Licht Verstandelijke Beperking en Jeugdcriminaliteit verbonden aan de Hogeschool Leiden en het Expertisecentrum William Schrikker.

Mr. B.J. de Jong
Mr. drs. Bart de Jong is adviseur en onderzoeker bij Bureau Integriteit (BING), onderzoeks- en adviesbureau op het gebied van integriteit en ongewenste omgangsvormen.

Rein Wesseling
Prof. mr. R. Wesseling is advocaat bij Stibbe en hoogleraar Competition and Regulation Law aan de Universiteit van Amsterdam.

    It is often claimed in the media and in political and academic debates that more law nurtures more research, which in turn should generate more information. However, the question researchers are left with is: What does this mean for comparative law and its methods? This paper takes the context of European consumer sales law as an example of the web of rules applicable at both European and national level. In this context, the main idea behind this article is that looking at law and research as data to be built upon and used in further analysis can revolutionise the way in which legal research is understood. This is because current research methods in European consumer sales law fall short of systematically analysing the essential weaknesses of the current regulation system. In this contribution, I argue that the volume of regulation in European consumer law is large enough for it to be considered Big Data and analysed in a way that can harness its potential in this respect. I exemplify this claim with a case-study consisting in the setting up of a Convergence Index that maps the converging effect of harmonizing policies adopted by the European legislator in the field of


Catalina Goanta
Assistant Professor of Private Law, Maastricht Law School, Maastricht University, The Netherlands.

    Comparative methodology is an important and a widely used method in the legal literature. This method is important inter alia to search for alternative national rules and acquire a deeper understanding of a country’s law. According to a survey of over 500 Dutch legal scholars, 61 per cent conducts comparative research (in some form). However, the methodological application of comparative research generally leaves much to be desired. This is particularly true when it comes to case selection. This applies in particular to conceptual and dogmatic research questions, possibly also allowing causal explanations for differences between countries. This article suggests that the use of an interdisciplinary research design could be helpful, and Hofstede’s cultural-psychological dimensions can offer a solution to improve the methodology of selection criteria.


Dave van Toor
D.A.G. van Toor, PhD LLM BSc works as a researcher and lecturer in Criminal (Procedural) Law and Criminology at the Universität Bielefeld.
Toont 21 - 40 van 113 gevonden teksten
« 1 2 4 5 6
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.