Zoekresultaat: 49 artikelen

x
Jaar 2010 x

    F.R. Vermeer, Gedogen door bestuursorganen, Kluwer 2010


Mr. G.A. van der Veen
Mr. G.A. (Gerrit) van der Veen is advocaat omgevingsrecht en bestuursrecht bij AKD te Rotterdam en is tevens redactielid van TO.
Artikel

Access_open Algemene bankvoorwaarden: modernisering, maar geen vernieuwing

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 2 2010
Trefwoorden Algemene Bankvoorwaarden, informatieplicht, titel 7.7B BW, zekerheidsrechten, beëindiging kredietrelatie
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Per 1 november 2009 gelden de Algemene Bankvoorwaarden 2009, die de Algemene Bankvoorwaarden 1995 vervangen. De Algemene Bankvoorwaarden 2009 bevatten een modernisering ten opzichte van de voorwaarden uit 1995. Er is rekening gehouden met de bepalingen van titel 7.7B BW. Opmerkelijk is voorts de schrapping van de aansprakelijkheidsbeperking. De belangrijkste onderdelen uit de Algemene Bankvoorwaarden 1995 zijn niet gewijzigd, zodat de onder die voorwaarden gewezen rechtspraak haar gelding blijft behouden. De reikwijdte van de voorwaarden is evenwel beperkt, omdat de specifieke bankproducten hun eigen voorwaarden kennen die boven de algemene bankvoorwaarden prevaleren.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten te Alphen aan den Rijn.
Discussie

Risicogestuurd toezicht en systeemtoezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2010
Auteurs Prof. mr. drs. F.C.M.A. Michiels en Dr. ir. H. Paul
Auteursinformatie

Prof. mr. drs. F.C.M.A. Michiels
Prof. mr. drs. F.C.M.A. Michiels is hoogleraar bestuursrecht, in het bijzonder handhavingsrecht, aan de Universiteit van Tilburg.

Dr. ir. H. Paul
Dr. ir. H. Paul is inspecteur-generaal VROM en voorzitter Inspectieraad.
Jurisprudentie

Kennelijk onredelijk ontslag vanuit historisch perspectief verklaard

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2010
Trefwoorden kennelijk onredelijk ontslag, schadevergoeding, vergoeding naar billijkheid, begroten, ex tunc, ontbinding, kantonrechtersformule, leeftijdsdiscriminatie
Auteurs Mr. D.J. Buijs
SamenvattingAuteursinformatie

    De arresten Van de Grijp/Stam en Rutten/Breed met betrekking tot kennelijk onredelijk ontslag hebben geleid tot commotie. Dat is begrijpelijk in het kader van de rechtsontwikkeling van het afgelopen decennium, maar wanneer de problematiek wordt geplaatst in het kader van de rechtsontwikkeling van de afgelopen eeuw, wordt het nieuwe onder de zon gevormd door de invoering van het nieuwe BW en de onbedoelde gevolgen daarvan voor de als bijzondere overeenkomst aangemerkte arbeidsovereenkomst. De arbeidsovereenkomst is minder bijzonder dan sommigen menen en de leer van de Hoge Raad met betrekking tot kennelijk onredelijk ontslag vergt weliswaar vaardigheden, maar de praktijk leert dat de rechter door de Hoge Raad niet voor een onmogelijke opgave wordt gesteld.


Mr. D.J. Buijs
Mr. D.J. Buijs is kantonrechter.
Artikel

Mark of Cain op het voorhoofd van de jeugdige verdachte?

Over stigmatisering en privacy in het jeugdstrafrecht

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2010
Trefwoorden privacy jeugdigen, stigmatisering, labeling, proportionaliteit, bescherming, overlast
Auteurs MSc LLM BA Maria de Jong-de Kruijf en Prof. mr. drs. Mariëlle Bruning
SamenvattingAuteursinformatie

    Labeling van jongeren in het jeugdstrafrecht kan leiden tot stigmatisering. Stigmatisering van jongeren moet voor zover mogelijk worden voorkomen, ook in het jeugdstrafrecht. Verschillende recente ontwikkelingen in het jeugdstrafrecht, zoals de toenemende neiging om jongeren met probleemgedrag te registreren in databases en om naar aanleiding van dit gedrag in casusoverleggen met deelnemers afkomstig uit jeugdstrafrecht en (jeugd)zorg in brede zin gegevens uit te wisselen, leiden mogelijk tot meer stigmatisering van de jeugdige (verdachte). De ontwikkelingen die wij in deze bijdrage beschrijven zijn registratiesystemen, met name ProKid en JCO Support, justitiële documentatie en Halt-afdoeningen, casusoverleggen in de Veiligheidshuizen en groepsgerichte aanpakken. Deze probleemgebieden tasten de privacy van de minderjarige (verdachte) aan en leiden in mindere of meerdere mate tot stigmatisering. Wij zullen voor elke ontwikkeling bespreken in hoeverre sprake is van (te veel) stigmatisering en zo ja of en hoe dit zo veel mogelijk kan worden beperkt.


MSc LLM BA Maria de Jong-de Kruijf
Maria de Jong-de Kruijf MSc LLM BA is onderzoeker aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.

Prof. mr. drs. Mariëlle Bruning
Prof. mr. drs. Mariëlle Bruning is hoogleraar jeugdrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Artikel

Algemeen en niet bijzonder: Titel 1 van Boek 10 BW

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2010
Trefwoorden internationaal privaatrecht, vermogensrecht
Auteurs Prof. mr. M.V. Polak en Mr. R.W. Polak
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden de algemene bepalingen van Titel 1 van Boek 10 BW besproken, voor zover deze van belang zijn voor het vermogensrecht. Van de zeventien algemene bepalingen waaruit Titel 1 bestaat, komen er twaalf aan bod.


Prof. mr. M.V. Polak
Prof. mr. M.V. Polak is hoogleraar internationaal privaatrecht en privaatrechtelijke rechtsvergelijking aan de Universiteit Leiden en advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.

Mr. R.W. Polak
Mr. R.W. Polak is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Artikel

Het Spector-arrest: het weerlegbare vermoeden in een strafrechtelijke en mensenrechtelijke context

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2010
Trefwoorden Europees strafrecht, EVRM, harmonisatie, richtlijnconforme interpretatie, marktmisbruik
Auteurs Mr. J.M.W. Lindeman
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Spector-arrest, waarin prejudiciële vragen van de Belgische rechter worden beantwoord, heeft al heel wat Nederlandse pennen in beweging gebracht. Daar is alle reden toe, want de uitspraak bevat op meerdere fronten interessante materie. Centraal in de uitspraak staat de duiding van het in de richtlijn marktmisbruik opgenomen verbod op handel met voorwetenschap, dat in Nederland is geïmplementeerd in artikel 5:56 van de Wet op het financieel toezicht (Wft). De door het Hof van Justitie van de Europese gemeenschappen (hierna: Hof van Justitie) gekozen invulling van deze verbodsbepaling roept enkele vragen op over de inpassing in het Nederlandse (bestuurs)strafrecht. Daarnaast spelen vraagstukken over al dan niet beoogde volledige harmonisatie van de richtlijn, de doorwerking van het EVRM en richtlijnconforme interpretatie.


Mr. J.M.W. Lindeman
Mr. J.M.W. Lindeman is als universitair docent straf(proces)recht verbonden aan het Willem Pompe Instituut voor strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht.
Redactioneel

Voorwoord

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2010
Auteurs M.P.C. Scheepmaker

M.P.C. Scheepmaker
Discussie

Michael Oakeshott en de droom van een rechtsstaat zonder regelgevers, managers en toezichthouders

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2010
Trefwoorden rule of law, rechtsstatelijke kwaliteitsmaatstaven, governance, interne moraal van de wetgeving
Auteurs prof. dr. W.J. Witteveen
SamenvattingAuteursinformatie

    Het klassieke liberalisme zag de rechtsstaat als een politieke gemeenschapdie bestuurd wordt op basis van het legaliteitsbeginsel. Van dat ideaalbeeld is in een tijd van governance en new public management niet veel over. Voor wetgever, bestuur en rechter kwamen regelgever, manager en toezichthouder in de plaats; een nieuwe onheilige trias politica. De politieke filosofie van Michael Oakeshott laat zien waarom het oude ideaal waardevol blijft, omdat het ook bij een andere institutionele inrichting van het openbaar bestuur oproept tot het erkennen van rechtsstatelijke kwaliteitsmaatstaven die de kwaliteit van een praktijk van regelgeleid gedrag bepalen.


prof. dr. W.J. Witteveen
Prof. dr. W.J. Witteveen is hoogleraar rechtstheorie en retorica aan de Universiteit van Tilburg. w.j.witteveen@uvt.nl
Jurisprudentie

De doorwerking van richtlijnen en algemene beginselen van EU-recht

De stand van zaken na het arrest Kücückdeveci

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2010
Trefwoorden uitsluitende directe werking, Kücükdeveci, Handvest van de Grondrechten
Auteurs Dr. H. de Waele en Mr. I. Kieft
SamenvattingAuteursinformatie

    Kücükdeveci is een mijlpaalarrest. Het verruimt de mogelijkheden voor richtlijnen om ‘horizontale effecten’ te sorteren, en voegt zo een belangrijk nieuw hoofdstuk toe aan een klassiek hoofdpijndossier. In geschillen tussen particulieren lijkt er voortaan vaker dan voorheen, over de band van de zogenoemde ‘uitsluitende directe werking’ van Europese regels, een beroep op bepalingen uit richtlijnen te kunnen worden gedaan. Daarbij wordt eerdere jurisprudentie over de doorwerking van algemene beginselen van EU-recht uitgebreid. Het arrest leidt echter tevens tot vervagende grenzen tussen de Europeesrechtelijke kernleerstukken. Verder dreigt het gevaarlijke spanningen op te roepen, zowel tussen rechters als tussen lidstaten, onder meer door een (potentieel) brisante passage over het Handvest van de Grondrechten. Al met al vormt het oordeel een ware Fundgrube voor verdere wetenschappelijke theorievorming; daarnaast reikt het advocaten en magistraten een aantal praktische handvatten voor de toekomst aan.


Dr. H. de Waele
Dr. H. de Waele is universitair docent Europees recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mr. I. Kieft
Mr. I. Kieft is advocaat te Amsterdam bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V.
Artikel

De deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade: nieuwe verantwoordelijkheden voor de rechter én voor partijen

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2010
Trefwoorden Wet deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade, deelgeschil, proportionaliteitstoets, forumshopping
Auteurs Prof. mr. A.J. Akkermans en Mevrouw mr. drs. G. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wet deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade is een feit. De deelgeschilregeling wordt ingevoegd in het Boek 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering als een nieuwe titel 17, die de artikelen 1019w-1019cc Rv bevat. De inwerkingtreding ervan is voorzien voor 1 juli 2010. Zoals de lezers van TVP bekend zal zijn, beoogt de Wet deelgeschilprocedure het buitengerechtelijke traject bij de afhandeling van letsel- en overlijdensschade te verbeteren. De kerngedachte achter de regeling is dat partijen beter in staat zullen zijn om de buitengerechtelijke afwikkeling van de zaak tot een goed einde te brengen, wanneer zij op eenvoudige en snelle wijze de rechter kunnen vragen de knoop door te hakken over een vraag waar zij zelf maar niet uit kunnen komen. ‘From here to there and back again’ is dus het motto: van de onderhandelingstafel naar de rechter en dan weer terug, en dan hopelijk met een vlot bereikte vaststellingsovereenkomst als eindresultaat.


Prof. mr. A.J. Akkermans
Prof. mr. A.J. Akkermans is hoogleraar privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en is verbonden aan het Interfacultair samenwerkingsverband Gezondheid en Recht (IGER) van VU en VU medisch centrum en lid van de Projectgroep medische deskundigen in de rechtspleging.

Mevrouw mr. drs. G. de Groot
Mevrouw mr. drs. G. de Groot is vicepresident van de Rechtbank Amsterdam en senioronderzoeker aan de VU en is verbonden aan het Interfacultair samenwerkingsverband Gezondheid en Recht (IGER) van VU en VU medisch centrum en lid van de Projectgroep medische deskundigen in de rechtspleging.
Artikel

Personenschade en toepassing van de Wbp: kans of bedreiging?

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2010
Trefwoorden Wbp, personenschade, blokkeringsrecht, uitwisseling medische informatie
Auteurs Mr. ir. J.P.M. Simons
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij de behandeling van personenschades komt met enige regelmaat de vraag aan de orde in hoeverre tussen partijen over een weer (medische) informatie dient te worden uitgewisseld. Bekend in dit kader zijn de discussies rondom het blokkeringsrecht van slachtoffers bij medische deskundigenberichten en over de vraag onder welke omstandigheden slachtoffers de patiëntenkaart van de huisarts dienen te overleggen aan de aansprakelijke verzekeraar. Tot voor kort bestond er echter niet of nauwelijks aandacht voor de rol die de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) bij het opvragen en inzien van informatie zou kunnen vervullen. Pas in een tweetal artikelen, van Roijackers en uitgebreider van Wilken, is voor het eerst gewezen op de mogelijkheden die de Wbp op dit vlak biedt. Met name springt daarbij in het oog het recht voor slachtoffers om op grond van artikel 35 Wbp inzage te krijgen in het (medisch) dossier dat de aansprakelijkheidsverzekeraar over hen heeft aangelegd. Na publicatie van deze artikelen was het wachten op het eerste letselschadeslachtoffer dat de daarin besproken rechten uit de Wbp aan zou voeren in een juridische procedure.


Mr. ir. J.P.M. Simons
Mr. ir. J.P.M. Simons is advocaat bij Kennedy Van der Laan.
Artikel

‘White trash’ versus ‘Marokkaanse straatterroristen’

Een analyse van het Nederlandse en Engelse discours rond migranten en overlast

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2010
Trefwoorden Marokkanen, Overlast, Engeland en Wales, Mediadiscours
Auteurs Drs. Monique Koemans
SamenvattingAuteursinformatie

    This article focuses on the differences in perception that appear when the English and Dutch discourses on anti-social behaviour and street terror are compared. The political and media discourses in the Netherlands focus on the migration background of the youth responsible (mainly Moroccan juveniles) whereas in England and Wales the possible influence of discrimination is stressed. The analysis of the two discourses reveals that although the problems in the two countries are in essence comparable, very different discourses have developed.


Drs. Monique Koemans
Drs. M. Koemans M. Sc. is PhD. Fellow aan de Universiteit Leiden, m.l.koemans@law.leidenuniv.nl.
Artikel

De zorgplicht van de bestuurder van een rechtspersoon

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2010
Trefwoorden zorgplicht, bestuurder, behoorlijke taakvervulling, governance-code
Auteurs Prof. mr. A.F. Verdam
SamenvattingAuteursinformatie

    In de verhouding tussen een rechtspersoon en haar bestuurder kan men spreken van een zorgplicht van de bestuurder. Die zorgplicht vloeit ook voort uit de wettelijke plicht van de bestuurder tot behoorlijke taakvervulling. De norm van behoorlijke taakvervulling is van toepassing op een scala van rechtspersonen in een breed spectrum van omstandigheden. Daarmee kan de norm niet anders zijn dan een algemene bepaling met een open karakter. In deze bijdrage wordt aan deze open norm nader invulling gegeven aan de hand van codes en guidelines, als relatief nieuwe normeringsinstrumenten, waaronder de corporate governance code voor beursvennootschappen. Ingegaan wordt o.a. op de follow-up van de code voor beursvennootschappen, de status daarvan in het gemene recht, en de doorwerking ervan op de voor de bestuurder geldende verplichtingen.


Prof. mr. A.F. Verdam
Prof. mr. A.F. Verdam is hoogleraar ondernemingsrecht aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en Legal advisor bij de Koninklijke Philips Electronics N.V.
Artikel

De Dienstenwet: dekt de vlag de lading

Pleidooi voor verdere omzetting van de Dienstenrichtlijn

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden Dienstenrichtlijn, Dienstenwet, omzetting richtlijnen
Auteurs Mr. M.R. Botman
SamenvattingAuteursinformatie

    De belangrijkste artikelen uit de Europese Dienstenrichtlijn zijn niet terug te vinden in nationale wet- of regelgeving. De vraag is hoe zich dit verhoudt met de strikte implementatie-eisen uit de rechtspraak van het Hof van Justitie. In dit artikel worden de argumenten van de wetgever om de bepalingen niet op te nemen kritisch tegen het licht gehouden. Daarbij wordt ingegaan op de juridische en praktische gevolgen die het ontbreken van nationale voorschriften met zich brengt. Moet de Dienstenwet worden uitgebreid?


Mr. M.R. Botman
Mr. M.R. Botman is promovenda aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en verbonden aan het VU University Amsterdam Centre for Law and Governance. Zij doet onderzoek naar de tenuitvoerlegging van de Dienstenrichtlijn in Nederland.
Artikel

Access_open ‘Wat is waarheid?’ De rol van deskundigen bij waarheidsvinding in de strafrechtspraak

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2010
Trefwoorden Legitimation durch Verfahren, criminal law, expert-witnesses, truth, reliability of evidence
Auteurs Anne Ruth Mackor
SamenvattingAuteursinformatie

    Huls has argued that the idea that judges are truth-finders is misleading. In the first part of the paper I put his claim to the test. Against Huls I argue that the aim of procedures in criminal lawsuits is not only to guarantee binding decisions but also to help to find the truth. In the second part of the paper I investigate the role expert-witnesses play in truth-finding. Cleiren and Loth have argued that experts fail to understand the differences between legal and scientific ways of truth-finding. It turns out that Cleiren does not offer an argument for her claim and that Loth’s claim fails too, since it confuses coherence as truth and coherence as epistemic justification. I conclude that legal scholars, rather than experts, fail to understand the nature of legal and scientific truth-finding.


Anne Ruth Mackor
Anne Ruth Mackor is professor of professional ethics, in particular of the legal professions, at the Faculty of Law of Groningen, and Socrates professor of professional ethics at the Faculties of Philosophy and Theology of Groningen.
Artikel

Het beroep van een bank op de schijn van volmachtverlening

HR 19 februari 2010, LJN BK7671 (Bera Holding/ING)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2010
Trefwoorden volmachtverlening, gerechtvaardigd vertrouwen
Auteurs Mr. B.M.M. van der Goes
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage komt de vraag aan de orde of in deze zaak de maatstaf voor een bank bij de beoordeling of gerechtvaardigd vertrouwd mag worden op de schijn van volmachtverlening dient te worden aangescherpt. Daarnaast komt de waardering van de omstandigheden aan de orde, die een gerechtvaardigd vertrouwen op de schijn van volmachtverlening van de bank met zich mee kunnen brengen.


Mr. B.M.M. van der Goes
Mr. B.M.M. van der Goes is advocaat bij NautaDutilh N.V. te Amsterdam.

    Op grond van de Beleidslijn ‘Ruimte voor de rivier’ bestond voor Building Buyers Vastgoed ten tijde van de koop van het perceel aanleiding om rekening te houden met de kans dat de ingevolge het bestemmingsplan bestaande bouwmogelijkheden op het perceel zouden vervallen.

Artikel

Het uitleggen van overeenkomsten: een handleiding voor de praktijkjurist

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2010
Trefwoorden uitleg, objectieve uitleg, subjectieve uitleg
Auteurs P. Ras LL.B.
SamenvattingAuteursinformatie

    Alleen al sinds het begin van de 21e eeuw zijn er door de Hoge Raad vele uitspraken gewezen die te maken hebben met het uitleggen van allerhande contracten. Met al deze uitspraken lijkt er geleidelijk een ‘nieuwe’ uitlegmethode te zijn ontstaan. In deze bijdrage vindt u een uitwerking van vrijwel alle relevante 21e-eeuwse arresten van de Hoge Raad omtrent wat nu moet gelden bij het uitleggen van overeenkomsten.


P. Ras LL.B.
P. Ras LL.B. is medewerker bij Van Doorne te Amsterdam.
Jurisprudentie

NMa-besluit kinderopvang Amsterdam

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2010
Trefwoorden Toezeggingsbesluit, formele convergentie EU en Nederlandse mededingingsrecht, clementiebeleid, marktverdelingsafspraak
Auteurs Mr. P.V.F. Bos
SamenvattingAuteursinformatie

    De vijf betrokken ondernemingen, alle actief in de kinderopvang, vormen vanaf juli 2005 een samenwerkingsverband. Het bezwaar van de NMa tegen dit samenwerkingsverband is dat de ondernemingen hadden afgesproken geen activiteiten te ontplooien in het werkgebied van een ander zonder instemming.De ondernemingen zeggen toe dat zij zich in de toekomst zullen onthouden van het aan elkaar verschaffen van inzicht in elkaars marktgedrag. De NMa verklaart vervolgens op 30 juni 2008 de toezegging bindend. Dit is tot heden het enige toezeggingsbesluit van de NMa ex artikel 49A Mw.Het instrument van het toezeggingsbesluit lijkt een aanzet tot verdere bestuursrechtelijke convergentie tussen Nederland en de EU.


Mr. P.V.F. Bos
Mr. P.V.F. Bos is advocaat te ’s-Gravenhage, BarentsKrans N.V.
Toont 21 - 40 van 49 gevonden teksten
« 1 2
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.