Zoekresultaat: 70 artikelen

x
Jaar 2016 x
Praktijk

Corporate Governance in Nederland: lange termijn waardecreatie

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Corporate Governance Code, cultuur, Lange termijn waardecreatie
Auteurs Prof.mr. W.J. Oostwouder
SamenvattingAuteursinformatie

    In het Voorstel voor herziening van de Nederlandse Corporate Governance Code d.d. 11 februari 2016 wordt de nadruk gelegd op de focus op lange termijn waardecreatie van de vennootschap en de aan haar verbonden onderneming. Het huidige richtsnoer: “het creëren van aandeelhouderswaarde op lange termijn” zou dan uit de Code verdwijnen. Het is kennelijk de bedoeling dat de lange termijn waardecreatie ten bate van alle stakeholders geschiedt. Onder het door de Commissie gehanteerde begrip “stakeholders” vallen ook maatschappelijke groeperingen. De auteur beantwoordt de vraag wat het richtsnoer en de reikwijdte van het begrip stakeholders in de nieuwe Code zouden moeten zijn.


Prof.mr. W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. Oostwouder is hoogleraar Bedrijfsfinancieel Recht aan de Universiteit Utrecht, advocaat bij Loyens & Loeff en directeur/eigenaar van Meer Kennis, Juridische en Governance Opleidingen (www.meerkennis.nl) te Hoofddorp.

Mr. J. de Boer
Mr. J. de Boer is lid van het Gemeenschappelijk Hof.

Mr. T.A.M. Tijhuis
Mr. T.A.M. Tijhuis is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel

De correctie-Langemeijer in het bestuursrecht

Tijdschrift StAB, Aflevering 3 2016
Auteurs Lisanne van Boven

Lisanne van Boven
Artikel

40 jaar Europa en mediation

Beschouwing naar aanleiding van het eindverslag van de Europese Commissie inzake toepassing van de Mediationrichtlijn in de lidstaten

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Mediation Directive, Geschiedenis ADR, Verslag Europese Commissie, Mediationrichtlijn
Auteurs Annie de Roo en Rob Jagtenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    Taking the recent European Commission’s Report on the application of Mediation Directive 2008/52/EC as a starting point, the authors set out to reconstruct the pattern of ADR/mediation activities undertaken by the EU and the Council of Europe over the past 40 years. The authors conclude that the European initiatives have been conducive to a broadening and deepening of the ADR debate. Remarkable shifts can be observed in the emphasis placed by the European agencies during this period, notably a shift from emancipatory to efficiency-based arguments. The inherent coupling of private mediation and public adjudication entails risks however for each of these distinct conflict resolution strategies. The authors call for advanced research designs to generate the data needed for a genuine evidence-based policy in this domain.


Annie de Roo
Annie de Roo is hoofdredacteur van TMD, hoofddocent aan de Erasmus Universiteit en vicevoorzitter van de examencommissie Stichting Kwaliteit Mediators. Zij heeft diverse malen als key expert voor de Europese Commissie meegewerkt aan projecten,met name op het gebied van arbeidsrechtelijke mediation.

Rob Jagtenberg
Rob Jagtenberg is onder andere verbonden aan de Erasmus Universiteit en is TMD redactielid. Hij trad enkele malen op als rapporteur-generaal voor de Raad van Europa op het gebied van ADR/mediation.
Praktijk

Aansprakelijkheidsverzekeringen: preventie door de verzekeraar en het effect op de bescherming van de verzekerde

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Liability insurance, Prevention, Protection of the insured, Knowledge
Auteurs Charlotte Henskens
SamenvattingAuteursinformatie

    Liability insurances shift the financial risk of the loss of a damage from the person who is liable for the damage to the liability insurer. To avoid negligent behavior of the insured, the insurer provides different prevention tools in the insurance policy. The insurer will attach certain sanctions or rewards to certain behavior and certain circumstances in the general conditions of the insurance contract. This research raises the question of the effectiveness of these instruments. The hypothesis is that without knowledge of the insured of these sanctions or rewards, these sanctions and rewards will not form an additional incentive for careful behavior and they will have no preventive effect. Additionally, these prevention tools may undermine the protection of the insured. For this reason the legislature has limited the freedom of contract. This study examines the extent to which the legislature has limited the possibilities of the insurer to provide in prevention tools in de insurance policy. It assesses the extent to which the legislature may or may not succeed in its purpose to protect the insured, and on the other hand, where there are still possibilities for the insurer to fulfill its prevention task.


Charlotte Henskens
Charlotte Henskens behaalde haar diploma van master in de rechten in 2013 aan de Universiteit Antwerpen. Sinds 2013 werkt ze als doctoraatsbursaal aan de Universiteit Antwerpen onder promotorschap van Prof. Britt Weyts en Prof. Bernard Hubeau. Zij bereidt een multidisciplinair proefschrift voor over de preventie door de verzekeraar en de bescherming van de verzekerde in aansprakelijkheidsverzekeringen. Daarnaast is zij auteur van verschillende publicaties zowel in het aansprakelijkheids- en verzekeringsrecht als in de rechtssociologie.
Jurisprudentie

Jurisprudentieoverzicht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 4 2016
Auteurs Mr. E.M.A. van Amersfoort

Mr. E.M.A. van Amersfoort
Artikel

Nudgen tegen versterking van het broeikaseffect

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2016
Trefwoorden nudging, broeikaseffect, onrechtmatige daad, generieke zorgplicht, oneerlijke handelspraktijken
Auteurs Mr. Dr. M.F.M. van den Berg
SamenvattingAuteursinformatie

    Een nudge laat zich vertalen als een duwtje in de gewenste richting. Goed gebruik van nudging kan bijdragen aan vermindering van de versterking van het broeikaseffect. Naast enthousiasme over de potentie van nudging, bestaat echter ook debat over de juridische en ethische aspecten van dit fenomeen onder meer in relatie tot manipulatie en onrechtmatige daad. In dit artikel worden de mogelijkheden en grenzen van nudging met betrekking tot het broeikaseffect uiteengezet.


Mr. Dr. M.F.M. van den Berg
Mr. dr. M.F.M. van den Berg is zelfstandig trainer en adviseur op juridisch en compliance-gebied. Daarnaast is zij als research fellow verbonden aan het Tilburg Institute for Private Law (TIP) van Tilburg University en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Kroniek Formeel strafrecht 2016

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 8 2016
Auteurs Maike Bouwman, Chana Grijsen, Rick van Leusden e.a.

Maike Bouwman

Chana Grijsen

Rick van Leusden

Robert Malewicz

Patrick van der Meij

Sabine Pijl

Ben Polman

Paul van Putten

Melissa Slaghekke

Aram Sprey

Paul Verweijen
Artikel

Kroniek Materieel strafrecht 2016

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 8 2016
Auteurs Maike Bouwman, Chana Grijsen, Geert-Jan Kruizinga e.a.

Maike Bouwman

Chana Grijsen

Geert-Jan Kruizinga

Robert Malewicz

Patrick van der Meij

Michiel Olthof

Sabine Pijl

Ben Polman

Inge Raterman

Melissa Slaghekke

Paul Verweijen
Diversen: Notenkrakers

Klikspaan boterspaan, zwartsparen voorgoed van de baan?

Het oordeel van de Hoge Raad in de tipgeverszaak in de context van toezicht door en op de Nederlandse belastingdienst

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2016
Trefwoorden tipgever, Belastingdienst, geheimhouding, klokkenluider, zwartsparen
Auteurs Mr. Claire Hofman
Auteursinformatie

Mr. Claire Hofman
Mr. C. Hofman is als wetenschappelijk docent verbonden aan de secties strafrecht en belastingrecht van de Erasmus Universiteit.
Praktijk

Kroniek rechtspraak Scheidsgerecht Gezondheidszorg en aanpalende geschillen

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2016
Trefwoorden Integrale tarieven, ontbinding, opzegging, Scheidsgerecht, beheersmodel
Auteurs Mr. T.A.M. van den Ende en Mr. F. Lijffijt
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek worden de belangrijkste uitspraken van het Scheidsgerecht Gezondheidszorg alsmede uitspraken van de civiele rechter in aanpalende geschillen, over de periode juni 2014 tot en met april 2016 behandeld. Het gaat dan om uitspraken in het kader van geschillen over de arbeidsovereenkomst dan wel de toelatingsovereenkomst van medisch specialisten, vernietigingsperikelen en tot slot procesrechtelijke aspecten.


Mr. T.A.M. van den Ende
Tessa van den Ende is als advocaat en partner werkzaam bij Nysingh advocaten-notarissen N.V. te Zwolle.

Mr. F. Lijffijt
Fiona Lijffijt is als advocaat werkzaam bij Nysingh advocaten-notarissen N.V. te Zwolle.
Artikel

Het Commissiepakket ‘betere regelgeving voor betere resultaten’ en het nieuwe Interinstitutioneel Akkoord beter wetgeven: Too little, too late?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2016
Trefwoorden betere regelgeving, betere wetgeving, interinstitutionele verhoudingen, gedeelde verantwoordelijkheid
Auteurs Prof. mr. L.A.J. Senden
SamenvattingAuteursinformatie

    De EU krijgt nog steeds veelal gestalte via de uitoefening van de wetgevende bevoegdheden die ze in de loop der tijd heeft gekregen. De toenemende kritische houding van de burger tegenover de Unie – niet alleen in het Verenigd Koninkrijk, maar ook elders – heeft druk gezet op zowel de lidstaten als de Europese instellingen om de manier waarop die bevoegdheden worden uitgeoefend opnieuw te doordenken. Als zodanig kan de hernieuwde focus op ‘betere regelgeving’ goed worden begrepen. Het nieuwe Uniebeleid roept echter wel de vraag op, betere regelgeving voor wie? Die vraag heeft na het Britse ‘nee’ tegen het Unielidmaatschap nog meer lading gekregen.
    BR-Mededeling (COM (2015)215 final), BR-richtsnoeren (SWD (2015)111 final), REFIT (SWD (2015)110 final), Interinstitutioneel Akkoord, PbEU2016, L 123.


Prof. mr. L.A.J. Senden
Prof. mr. L.A.J. (Linda) Senden is hoogleraar Europees recht aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het RENFORCE onderzoekscentrum. Ook is zij redactielid van NtEr.
Artikel

Verplichte sportarbitrage als uitbuitingsmisbruik: de Pechstein-zaak door de lens van artikel 102 VWEU

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Claudia Pechstein, arbitrageclausule, Hof van Arbitrage voor Sport, artikel 102 VWEU, misbruik
Auteurs Ben Van Rompuy
SamenvattingAuteursinformatie

    Met zijn uitspraak in de Pechstein-zaak legde het Duitse Oberlandesgericht München (OLG) een bom onder de fundamenten van de internationale sportrechtspraak. Volgens het OLG maakte de Internationale Schaatsunie misbruik van haar machtspositie door aan de schaatser Claudia Pechstein een arbitrageclausule ten gunste van het Hof van Arbitrage voor Sport (CAS) verplicht op te leggen. Hoewel het OLG enkel nationaal mededingingsrecht toepaste, analyseren we in deze bijdrage de zaak vanuit het perspectief van het Europees mededingingsrecht. Immers, indien het eenzijdig opleggen van CAS-arbitrageclausules – een gangbare praktijk van internationale sportbonden – ook misbruik vormt in de zin van artikel 102 VWEU, zouden de praktische implicaties voor de toekomst van het CAS nog verregaander zijn.


Ben Van Rompuy
Prof. dr. B. Van Rompuy is onderzoeker bij het T.M.C. Asser Instituut en gastdocent mededingingsbeleid aan de Vrije Universiteit Brussel.
Artikel

Copy, paste

Over de uitleg van boilerplate-bedingen en wat kunnen we leren van het Amerikaanse recht

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2016
Auteurs Mr. J.W.A. Dousi
Auteursinformatie

Mr. J.W.A. Dousi
Mr. J.W.A. Dousi is promovendus bij de Radboud Universiteit Nijmegen en legal counsel bij Koninklijke FrieslandCampina N.V.

    De beroepsbeoefenaar – en dus ook de letselschadeadvocaat – die een informatieverplichting schendt, zal enigszins op zijn aansprakelijkheidsrechtelijke tellen moeten passen als het om het bewijs van die zorgplichtschending en het (bewijs van het) causaal verband gaat. Maar daar is die advocaat nog redelijk ‘beschermd’. Geraakt een cliënt voorbij die hindernissen, dan is het echter snel afgelopen: eigen schuld als verweer mag niet meer in beeld komen, althans mag slechts een marginale rol spelen, zo wordt betoogd.


Prof. mr. I. Giesen
Prof. mr. I. Giesen is hoogleraar Privaatrecht aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht en programmaleider van het Utrecht Center for Accountability and Liability Law (Ucall) van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Wet kwaliteitsborging voor het bouwen; nieuw stelsel voor het bouwtoezicht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2016
Trefwoorden bouwkwaliteit, kwaliteitsborging, nalevingstoezicht, toelatingsorganisatie, stelselwijziging
Auteurs R. Ahraoui
SamenvattingAuteursinformatie

    Het langverwachte wetsvoorstel kwaliteitsborging voor het bouwen ter introductie van een nieuw stelsel van kwaliteitsborging voor het bouwen en versterking van de privaatrechtelijke positie van de bouwconsument is ingediend bij de Tweede Kamer. Bouwpartijen moeten bij het bouwen zelf voorzien in privaatrechtelijk georganiseerd toezicht om te voldoen aan het Bouwbesluit 2012. Dit heeft gevolgen voor het nalevingstoezicht door de gemeente. Ingegaan wordt op de gemaakte keuzes. Tevens wordt ingegaan op de verschillende mogelijkheden waarop het toezicht op de naleving van de regels en afspraken vorm krijgt in het nieuwe stelsel.


R. Ahraoui
Mr. R. (Rachida) Ahraoui is senior wetgevingsjurist bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Artikel

Private kwaliteitsborging als wetgevingsvraagstuk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2016
Trefwoorden private kwaliteitsborging, regulering, toezicht
Auteurs dr. A.R. Neerhof
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij zowel de Europese als de nationale overheid is er al meer dan twee decennia lang een duidelijke belangstelling voor private kwaliteitsborging als een instrument voor regulering en toezicht naast exclusief overheidsoptreden. Dit past bij de gedachte dat in de samenleving ook veel kan worden gereguleerd zonder dat de overheid daar meteen aan te pas hoeft te komen. De auteur bespreekt dit instrument als wetgevingsvraagstuk. Daarbij komen de modaliteiten van private kwaliteitsborging aan bod en welke aandachtspunten in acht moeten worden genomen als de wetgever kiest voor private kwaliteitsborging. Deze aandachtspunten zijn te ontlenen aan beginselen van de democratische rechtsstaat en beginselen van behoorlijke wetgeving, goed bestuur en de open markt. Aan het slot trekt de auteur enkele conclusies over op welke wijze de overheid rekening moet houden met private kwaliteitsborging bij de totstandkoming van wetgeving.


dr. A.R. Neerhof
dr. A.R. (Richard) Neerhof is als universitair hoofddocent bestuursrecht verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam en verricht onderzoek in het programma ‘Public Contracts: Law & Governance’.
Artikel

Private toezichthouders als radertjes in wiens machine: die van de overheid of van bedrijven?

De casus van zelfregulering in de uitzendbranche

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2016
Trefwoorden vervangende zelfregulering, private toezichthouders, toezicht, uitzendbureaus
Auteurs Dr. H.G. van der Voort
SamenvattingAuteursinformatie

    Overheden accepteren vaak private, helpende handen voor toezichtstaken, zoals normstelling, informatieverzameling en handhaving. Publieke toezichthouders ontmoeten in een dergelijk geval hun private collega’s. Voorbeelden van deze collega’s zijn zelfregulerende brancheorganisaties, die op hun beurt toezichtstaken hebben. Zij zijn te zien als de facto private toezichthouders tussen publieke toezichthouders en bedrijven. Hoe is de rol van private toezichthouders te typeren? In een uitgebreide casusbeschrijving over vervangende zelfregulering in de uitzendbranche exploreert de auteur de rol van private toezichthouders tussen overheid en de bedrijven waarop zij toezicht houden in. Zijn zij heel afhankelijk van de overheid, een radertje in haar machine? Of juist een radertje in de machine van de bedrijven die de schone schijn willen ophouden voor de overheid? De casus laat zien dat private toezichthouders niemands radertje zijn, maar beter te zien zijn als zelfstandige module die een ingewikkeld systeem van publieke en private regels gaande houdt. De casus is inspirerend voor de wetgever, want deze heeft de branche zelf de prikkels gegeven om zich op de huidige wijze te reguleren en daarmee de private toezichthouders de huidige rol gegeven. De bijdrage sluit af met een uiteenzetting van deze prikkels en de verklaring van hun werking.


Dr. H.G. van der Voort
Dr. H.G. (Haiko) van der Voort is universitair docent aan de TU Delft, faculteit Techniek, Bestuur en Management.
Praktijk

Vennootschappelijk belang en doeloverschrijding

Art. 2:7 BW richtlijnconform uitgelegd

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2016
Trefwoorden vennootschappelijk belang, doelomschrijving, art. 2:7 BW, Eerste Richtlijn Vennootschapsrecht
Auteurs Mr. D.A. Viëtor en Mr. H.M.H. Speyart
SamenvattingAuteursinformatie

    Art. 2:7 BW heeft een Unierechtelijke achtergrond. Het is gebaseerd op de Eerste Richtlijn Vennootschapsrecht. Een richtlijnconforme uitleg van art. 2:7 BW brengt mee dat bij rechtshandelingen van een rechtspersoon art. 2:7 BW geen ruimte biedt voor enige derogerende werking van het vennootschappelijk belang en er onder normale omstandigheden evenmin sprake is van een onderzoeksplicht voor de wederpartij van de rechtspersoon naar het doel van die rechtspersoon.


Mr. D.A. Viëtor
Mr. D.A. Viëtor is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

Mr. H.M.H. Speyart
Mr. H.M.H. Speyart is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Toont 21 - 40 van 70 gevonden teksten
« 1 2 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.