Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 475 artikelen

x
Jaar 2016 x
Artikel

Aardbevingsschade en het aansprakelijkheidsrecht: over vergoeding van waardevermindering en omkering van de bewijslast

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2016
Trefwoorden gaswinning, aardbevingen, schade, aansprakelijkheid, waardevermindering
Auteurs Mr. R.D. Lubach
SamenvattingAuteursinformatie

    Het aardbevingsdossier laat ook het aansprakelijkheidsrecht niet onberoerd. Zowel de civiele rechter als de wetgever schiet benadeelden met aardbevingsschade als gevolg van gaswinning in Groningen te hulp. Waar liggen de betekenis en meerwaarde van het aansprakelijkheidsrecht?


Mr. R.D. Lubach
Mr. R.D. Lubach is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam en redacteur van Maandblad voor Vermogensrecht.
Artikel

Schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid bij een statutaire bevoegdheidsbeperking

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2016
Trefwoorden tweehandtekeningenclausule, statuten, art. 2:130 en 2:240 BW, schijn van volmacht, beperkende werking redelijkheid en billijkheid
Auteurs Mr. A.G.F. Ancery
SamenvattingAuteursinformatie

    In het handelsverkeer is het gebruikelijk dat een vennootschap werkt met een tweehandtekeningenclausule. Het is eveneens gebruikelijk dat volmachten worden verleend aan individuele bestuurders. Wat is de status van die volmacht en in hoeverre komt een derde een beroep toe op de schijn van volmachtverlening bij een statutaire bevoegdheidsbeperking?


Mr. A.G.F. Ancery
Mr. A.G.F. Ancery is als gerechtsauditeur verbonden aan het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad der Nederlanden en als universitair docent aan de vakgroep Privaatrecht en Notarieel Recht van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Van meezeggen en tegenspreken – van democratisering naar een lastig gesprek

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Medezeggenschap, Onderwijs, Commissie Behoorlijk Bestuur
Auteurs drs. D.P. van den Bosch
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt beschreven hoe de opvattingen inzake medezeggenschap in het overheidsbeleid zich hebben ontwikkeld sinds de opkomst van de gedachten daarover in de jaren zeventig. Nadat de studentenprotesten van 1968 ook in Nederland tot democratisering van de universiteiten hadden geleid met de Wet Universitaire Bestuurshervorming (1970), werd de aanzet voor medezeggenschap in de hele semipublieke sector vooral gegeven door de commissie-Van der Burg, die in 1977 rapport uitbracht. In alle sectoren werd nadien de medezeggenschap wettelijk geregeld, soms na zeer lange discussies. En nog altijd is de discussie niet uitgewoed. De commissie-Halsema besprak in haar rapport van 2013 voor een deel dezelfde thema’s als de commissie-Van der Burg, in het licht van beoogde verbeteringen in het besturen van de inmiddels sterk veranderde instellingen. En de WRR liet in 2014 zijn licht over deze materie schijnen. Welke beleidsagenda levert dit nu op?


drs. D.P. van den Bosch
Drs. D.P. (Dick) van den Bosch is hoofd van de afdeling Wonen en Rijksdienst bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Artikel

Wettelijk geconditioneerde zelfregulering: het dilemma van het omarmen van zelfregulering door de wetgever

Casestudy: de Gedragscode internationale student in het Nederlandse hoger onderwijs

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Gedragscode, hoger onderwijs, wettelijk geconditioneerde zelfregulering
Auteurs Mr. dr. A.G.D. Overmars
SamenvattingAuteursinformatie

    De overheid stimuleert zelfregulering door het veld, zodat zij zelf minder regels hoeft te ontwikkelen. Zij doet daarbij een beroep op het verantwoordelijkheidsgevoel van het veld. Tegelijkertijd omarmt de wetgever de zelfregulering door inbedding ervan in wet- en regelgeving. Daarmee verandert het karakter van de regulering. In hoeverre is er nog sprake van zelfregulering? Is de zelfregulering door de inbedding in wet- en regelgeving feitelijk geen overheidsregulering geworden? Als casestudy wordt in deze bijdrage de toelating van internationale studenten in het Nederlandse hoger onderwijs beschreven. De uitvoeringspraktijk in deze sector maakt duidelijk dat de vervlechting van beide vormen van regulering, indien niet goed doordacht en op elkaar afgestemd, tot een juridisch kwetsbare constructie leidt.


Mr. dr. A.G.D. Overmars
Mr. dr. A.G.D. Overmars is werkzaam als senior beleidsadviseur bij de Dienst Uitvoering Onderwijs. Daarnaast is hij rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Noord-Nederland. Overmars was in de periode 2006-2015 secretaris van de Landelijke Commissie. In 2014 promoveerde hij aan de Radboud Universiteit Nijmegen op een rechtsvergelijkend onderzoek naar de werking van (zelf)regulering op het gebied van de toelating van studenten van buiten de EU tot het hoger onderwijs.
Casus

Politiek primaat achter een juridisch schild

Een kanttekening bij de verantwoordelijkheidsverdeling tussen Kamerleden en wetgevingsjuristen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Rechtsstaat, Rol van de wetgevingsjurist, Terrorismebestrijding
Auteurs Mr. dr. P.J.P.M. Van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt een door het Kamerlid Zijlstra ingediende motie, waarin hij oproept om juristen de opdracht te geven positief te adviseren over veiligheidsmaatregelen vanwege (dreigend) terrorisme. De wetgevingsjurist dient zich niet af te vragen of iets mogelijk is, maar te zorgen dat het mogelijk is. De auteur bespreekt welke juridische argumentaties er zijn om veiligheidsoverwegingen boven juridische overwegingen te laten gaan. Wel is het de vraag of het van een wetgevingsjurist kan worden verwacht dat hij zelf een afweging tussen veiligheidsoverwegingen en juridische overwegingen maakt. In feite maakt hij dan niet alleen een juridische afweging, maar ook een beleidsmatige afweging. De vraag is waarom wetgevingsjuristen zich kennelijk gedwongen voelen zich in dergelijke bochten te wringen. Het feit dat de Tweede Kamer zich weinig actief bemoeit met het waarborgen van rechtsstatelijke normen kan daar mede aan ten grondslag liggen. In die zin verbergen Kamerleden zich achter het schild van het juridisch advies.


Mr. dr. P.J.P.M. Van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden) en is voormalig rector van de Academie voor Wetgeving en de Academie voor Overheidsjuristen.
Artikel

De rol van de strafrechter: van waarheidsvinder naar regisseur van de proceslogistiek

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2016
Trefwoorden moderniseringstraject / modernisation project, strafvordering / Code of Criminal Procedure, strafrechter / criminal judge, waarheidsvinding / truth finding, rechtsbescherming / legal protection
Auteurs mr. drs. Egge Luining
SamenvattingAuteursinformatie

    The current legislative project aiming to modernise the Dutch Code of Criminal Procedure will have far reaching consequences for how criminal law is organised and therefore has implications for the criminal law practice. A large implication is the changing role of the criminal judge. As the judge traditionally has an important role to play with regard to truth finding and legal protection, this raises the question what the legislative project means for this role and whether complete and balanced truth finding and legal protection are sufficiently guaranteed. This article provides answer to this question and offers some recommendations.


mr. drs. Egge Luining
Mr. drs. Egge Luining is wetenschappelijk docent Strafrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Dr. Jaap A. van Vliet
Dr. Jaap A. van Vliet is zelfstandig gevestigd adviseur en onderzoeker. Hij is tevens redactielid van PROCES.
Artikel

Opmerkingen bij de voorgenomen herziening van het stelsel geweldsaanwending politieambtenaren

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2016
Trefwoorden geweld door politieambtenaren, Strafbaarstelling, strafuitsluitingsgrond, Rechtspositie
Auteurs Prof. mr. dr. Jeroen Ten Voorde
SamenvattingAuteursinformatie

    In a recent letter to parliament, the Dutch minister of Security and Justice announced a revision of the regulations concerning the use of force by members of the Dutch police. The police had requested such a revision, because they believe that the current regulations are not up-to-date and lead to an unacceptable criminalization of officers who have used force while on duty. The changes announced in the letter are the introduction of a new criminal offence, the introduction of a new defense type (specifically for police officers) and various changes in procedural law. This article critically examines several of these changes.


Prof. mr. dr. Jeroen Ten Voorde
Prof. mr. dr. Jeroen ten Voorde is universitair hoofddocent Straf(proces)recht aan de Universiteit Leiden en bijzonder hoogleraar Strafrechtsfilosofie (leerstoel Leo Polak) aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij is tevens redactielid van PROCES.
Artikel

Hokjesdenken

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 2 2016
Auteurs Ilona Willemars
Auteursinformatie

Ilona Willemars
Ilona Willemars is advocaat bij Holland Van Gijzen in Rotterdam.
Artikel

Procesfinanciering door de menigte

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 2 2016
Auteurs Emiel van Dongen en Bram Belloni
Auteursinformatie

Emiel van Dongen

Bram Belloni
Beeld, Hollandse Hoogte
Column

Adieu artikel 15 VEU

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 2 2016
Auteurs Harry Veenendaal

Harry Veenendaal
Recent

Verhoormisstand

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 2 2016
Auteurs Francisca Mebius

Francisca Mebius

    Dit artikel ontleedt het vaderschap, zowel op Belgisch als Europees niveau. Wie juridisch als vader wordt aangeduid, is niet altijd biologisch of sociaal vader voor een kind. Hoe dient de afweging van rechten en plichten voor deze verschillende vaders dan te gebeuren?
    Deel één bespreekt de vaderlijke afstamming naar Belgisch recht aan de hand van recente rechtspraak van het Grondwettelijk Hof. In vier centrale thema’s wordt het standpunt van het Hof geplaatst tegenover dat van de wetgever en het EHRM. Aan bod komen: bezit van staat, vervaltermijnen, het belang van het kind en verboden afstamming. De doelstelling lijkt het bewerkstelligen van een grotere individualisering van het afstammingsrecht. Dit leidt tot een patstelling voor de wetgever, die zal moeten bepalen hoe het afstammingsrecht naar de toekomst toe wordt geconstrueerd. Verdedigd wordt dat een belangenafweging zich voornamelijk dient te situeren bij de betwistingsprocedure, daar waar bij gebrek aan een reeds gevestigd juridisch vaderschap de biologische band mag primeren.
    Vervolgens wordt het vaderschap naast het moederschap geplaatst. Waar voor moeders een zekere vanzelfsprekendheid geldt, is dit allesbehalve zo voor vaders. Bovendien heeft de moeder een bepaalde zeggenschap over wie de vader van het kind wordt.
    Na een toelichting van het begrip ouderlijk gezag wordt de kneedbaarheid ervan aangegrepen om nieuwe voorstellen te formuleren. Ingrepen op het ouderlijk gezag, waaronder de ontzetting, kunnen ervoor zorgen dat een sociaal onwenselijke biologische afstammingsband alsnog kan worden gevestigd. Wanneer meerdere vaderfiguren zich aandienen, kan een uitbreiding van (bepaalde) gezagsrechten naar andere personen soelaas bieden.
    Tot slot verkennen we de verdeling van verschillende vaderfuncties over meerdere personen, zoals die reeds bestaat voor het omgangsrecht en de alimentatieverplichting. De lege ferenda wordt gepleit voor een “attest van verwekkerschap”, een verklaring naar recht van het biologisch verwekkerschap, waaraan bepaalde rechtsgevolgen worden gekoppeld.
    This article analyses fatherhood from a Belgian and European context. The legal father is not necessarily the biological or social father. How should we balance the rights and obligations of these different kinds of fatherhood?
    Part one reviews paternity in Belgian law through recent jurisprudence of the Supreme Court. In four central themes the Supreme Court’s position is weighed against that of the legislator and the ECHR. The four central themes are discussed in the following order: “possession of state”, statutes of limitations, the best interests of the child, and illegal filiation. The aim of the Supreme Court seems to be a case by case appreciation of filiation. It is then up to the legislator to decide how legal parentage is to be construed in the future. A balancing of interests should be the primary - and maybe even exclusive - consideration when the paternity is disputed. Where legal paternity has yet to be established, biological ties should be decisive.
    Next, legal paternity will be compared to legal maternity. Whereas establishing legal parentage seems to be quite evident in the case of mothers, this is not so straightforward for fathers. Moreover the mother has a say in who is to be the legal father.
    After a clarification ofthe concept ‘parental authority’, its flexible nature is taken as a starting point to suggest new solutions. Intervening in parental authority allows us to establish the socially undesirable biological paternity.In the case of multiple father figures, an expansion of specific authority rights to others may offer an alternative solution.
    Lastly, we explore the possibility of sharing paternal rights and obligations among multiple candidates, as is the case for visitation rights and child support obligations. We argue in favour of a “certificate of procreation” - a declaration of biological relationship that generates specific legal consequences.


Eline Smeuninx MA
Eline Smeuninx graduated from the law faculty of the University of Antwerp in 2014. She now specialises in medical law. As of September 2015 she will work as an associate in a law firm in Antwerp.
Artikel

De vermogensinkomensbijtelling en het EVRM

De nieuwe Wlz en de gewijzigde Wmo (II)

Tijdschrift EstateTip Review, Aflevering 03 2016
Trefwoorden Levensverzekering, pensioen en sociale zekerheid
Auteurs Mr. F.M.H. Hoens

Mr. F.M.H. Hoens
Artikel

Kroniek Europees burgerschap

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Europees burgerschap, EU-burgerschap, Vrij verkeer van personen, non-discriminatie, kroniek
Auteurs Mr. dr. H. van Eijken
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek worden de belangrijkste ontwikkelingen in de Europese en nationale rechtspraak van de afgelopen jaren, met een focus op de afgelopen drie jaar, met betrekking tot het Europees burgerschap besproken.


Mr. dr. H. van Eijken
Mr. dr. H. (Hanneke) van Eijken is universitair docent Europees recht en postdoc onderzoeker bij BEUcitizen, Universiteit Utrecht.

    Het Deense postmonopolie is aanleiding voor niet minder dan twee fundamentele arresten van het Hof van Justitie over de toepassing van het misbruikverbod. Na een veelbelovend schot voor de economiseringsboeg in Post Danmark I zet het Hof van Justitie met de prejudiciële beslissing van 6 oktober 2015 in de zaak Post Danmark II voorzichtige, maar niet onbelangrijke stappen op het zo controversiële terrein van de beoordeling van kortingen verleend door dominante ondernemingen.
    HvJ 6 oktober 2015, zaak C-23/14, Post Danmark A/S – Konkurrencerådet, ECLI:EU:C:2015:651


Mr. P.J. Kreijger
Mr. P.J. (Paul) Kreijger is advocaat bij Visser Schaap & Kreijger te Amsterdam
Artikel

Het TTIP-verdrag: een Odyssee door onbekende wateren

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2016
Trefwoorden TTIP, externe betrekkingen, handelsverdrag, investeringen, ISDS
Auteurs Dr. jur. N. Lavranos, LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage beoogt het juridische kader van het TTIP-verdrag te schetsen. Het artikel gaat eerst in op de rechtsbasis, de bevoegdheid, het onderhandelingsmandaat en de totstandkoming van TTIP. Vervolgens wordt op het ISDS-geschillenbeslechtingmechanisme van TTIP en de meeste recente voorstellen met betrekking tot de oprichting van een permanent investeringshof ingegaan. De stelling van de auteur is dat het TTIP-verdrag als gemengd akkoord afgesloten dient te worden en dat het voorgestelde permanente investeringshof – indien dat daadwerkelijk opgericht wordt – een significante breuk met het bestaande ISDS-systeem zou zijn.
    Voorstel Europese Commissie d.d. 12 november 2015 voor Investment Court systeem onder TTIP


Dr. jur. N. Lavranos, LLM
Dr. jur. N. (Nikos) Lavranos, LLM is hoofd juridische zaken van Global Investment Protection, AG, Zwitserland en secretaris-generaal van de European Federation for Investment Law and Arbitration (EFILA), Brussel. Tot zomer 2014 senior adviseur en hoofdonderhandelaar investeringsbeschermingsovereenkomsten, ministerie van Buitenlandse Zaken en daarvoor ministerie van Economische Zaken.
Toont 441 - 460 van 475 gevonden teksten
1 2 16 17 18 19 20 21 23
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.