Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 579 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift RegelMaat x
Artikel

Klopt de beleidstheorie achter de integrale wetsvoorbereiding?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2009
Trefwoorden beleidstheorie, wetsevaluatie, clearing house, evidence-based beleid, realistische benadering
Auteurs Dr. M. Herweijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgens Michiel Herweijer zijn er in de notitie Vertrouwen in wetgeving vijf hoofdlijnen terug te vinden:

    1. terughoudend zijn met nieuwe wetten;

    2. meer ruimte geven aan burgers, bedrijven en uitvoerders;

    3. meer aandacht voor uitvoering en toepassing van wetten;

    4. vaker gebruikmaken van ICT-toepassingen bij ontwerp en redactie van wetteksten;

    5. meer aandacht voor Europese rechtsvorming.

    In de bijdrage wordt vanuit een beleidswetenschappelijk perspectief bekeken of de beleidstheorie achter het integrale wetgevingsbeleid gebaseerd is op houdbare veronderstellingen. Vorenstaande hoofdlijnen worden een voor een kritisch bekeken.


Dr. M. Herweijer
Dr. M. Herweijer is sinds 1 januari 2008 universitair docent bestuursrecht en bestuurskunde te Groningen. m.herweijer@rug.nl
Artikel

Over uitvoerbaarheid en spontane naleving van het IAK

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2009
Trefwoorden Vertrouwen in wetgeving, integraal afwegingskader, Tafel van Elf, U&H-toets, uitvoeringstoets
Auteurs Mr. drs. P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    In de nota Vertrouwen in wetgeving kondigt de minister van Justitie de komst aan van het integrale afwegingskader (IAK). Een onderdeel van het IAK is de uitvoeringstoets. In deze bijdrage wordt het IAK zelf onderworpen aan de uitvoeringstoets. Uit deze uitvoeringstoets blijkt dat de kans op spontane naleving van het IAK nogal gering is. Maar wellicht is er te weinig rekening gehouden met de nieuwe werkelijkheid die met de invoering van het IAK mogelijk zal gaan bestaan. Die nieuwe werkelijkheid zou, bijvoorbeeld, kunnen ontstaan wanneer het IAK de beleids- en wetgevingsnormering niet alleen meer toegankelijk en hanteerbaar maakt, maar ook meer verplichtend.


Mr. drs. P.J.P.M. van Lochem
Mr. drs. P.J.P.M. van Lochem is rector van de Academie voor Wetgeving. p.vanlochem@acwet.nl
Discussie

Simmel en de wederkerigheid van het vertrouwen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2009
Trefwoorden vertrouwen, wetgevingsbeleid, interactionisme, responsief recht, algemeenheid van de wet
Auteurs Prof. dr. W.J. Witteveen
SamenvattingAuteursinformatie

    De financiële crisis van 2009 is in de eerste plaats een crisis van het vertrouwen. Ook in de politiek is sprake van een vertrouwenscrisis. Kan de nota Vertrouwen in wetgeving, die de grondslag voor maatschappelijk vertrouwen zoekt in betere wet- en regelgeving, een alternatieve bron van vertrouwen bieden? Bij deze vraag is de interactionistische sociologie van Georg Simmel verrassend actueel. Hij laat zien dat geld de hoogste uitdrukkingsvorm is van sociaal vertrouwen, maar ook dat geld en wet hierbij vergelijkbare functies vervullen. Een integraal wetgevingsbeleid kan, in het licht van Simmels analyse, pas van de grond komen als de wetgever zelf niet in het algemeen op wetten en regels vertrouwt, maar per wet en regeling nagaat hoe de interacties met de burgers vertrouwenwekkend recht op kunnen leveren. Simmels inzichten zijn dan ook lang voor die van Selznick te lezen als een pleidooi voor responsief recht.


Prof. dr. W.J. Witteveen
Prof. dr. W.J. Witteveen is hoogleraar rechtstheorie en retorica aan de Universiteit van Tilburg. w.j.witteveen@uvt.nl
Artikel

Nota Vertrouwen in wetgeving: vertrouwen in wie?

Enkele inzichten uit de empirie ten behoeve van een effectiever wetgevingskwaliteitsbeleid

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2009
Trefwoorden communicatie, consensusbeginsel, rationaliteiten, rationele-actorinstitutionalisme, sociologisch institutionalisme
Auteurs Mevrouw mr. dr. W.S.R. Stoter
SamenvattingAuteursinformatie

    Suzan Stoter claimt in haar bijdrage dat de makers van Vertrouwen in wetgeving van een achterhaald beeld van de wetgever uitgaan en te veel blijven hangen op het veilige institutionele niveau, zoals de rol van de minister van Justitie, de betekenis van wetgevingstoetsen, systematische wetsevaluaties enzovoort. Te weinig zou rekening worden gehouden met de verschillende rationaliteiten die het wetgevingsproces beheersen. Maatregelen gericht op de verbetering van de kwaliteit van wetgeving zouden meer rekening moeten houden met de maatschappelijke context en beter moeten worden afgestemd met degenen die ze moeten uitvoeren, opdat ze ook op operationeel niveau effect sorteren.


Mevrouw mr. dr. W.S.R. Stoter
Mevrouw mr. dr. W.S.R. Stoter is als universitair hoofddocent staats- en bestuursrecht verbonden aan de Erasmus Universiteit en aan de TU Delft. Ze is tevens directeur van het Centre for Law and Innovation (een samenwerkingsverband van de EUR en de TU Delft). stoter@frg.eur.nl
Artikel

De veiligheid van privacy

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2009
Trefwoorden informatisering, privacy, Commissie-Brouwer, identiteitsdiefstal, biometrie
Auteurs Prof. mr. J.E.J. Prins
SamenvattingAuteursinformatie

    Wie kijkt naar de opmars van technologie, ziet dat onze samenleving onder invloed daarvan drastisch is veranderd. De vraag die daarmee naar voren treedt, is of de uitgangspunten die ten grondslag liggen aan de huidige wet- en regelgeving voor de bescherming van persoonsgegevens wel voldoende hebben kunnen meebewegen in deze verandering. Vanuit deze vraag schetst deze bijdrage de belangrijkste technologische en maatschappelijke tendensen die de privacy raken, om daarnaast bij ieder van deze tendensen kort aan te geven wat de implicaties voor de Wet bescherming persoonsgegevens zijn. De conclusie is dat een aantal ontwikkelingen zich moeizaam verhoudt tot het huidige wettelijk regime.


Prof. mr. J.E.J. Prins
Prof. mr. J.E.J. Prins is raadslid bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en hoogleraar aan het Tilburg Institute for Law, Technology, and Society (TILT), Universiteit van Tilburg.
Artikel

De werking van de WBP in kaart gebracht: onbekend maakt onbemind

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2009
Trefwoorden privacybescherming, evaluatieonderzoek, toezicht, handhaving, open normen
Auteurs Dr. H.B. Winter
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2008 is empirisch onderzoek uitgevoerd naar de werking van de Wet bescherming persoonsgegevens die op 1 september 2001 in werking trad. Het onderzoek naar de effecten van de wet volgt op een eerdere juridische analyse van de knelpunten (hierna: het knelpuntenonderzoek), waartoe de wet aanleiding geeft en die zich overwegend baseerde op de literatuur over de wet. Bij de uitvoering van het empirisch onderzoek zijn verschillende methoden van gegevensverzameling gehanteerd: schriftelijke en telefonische enquêtes, interviews, casestudies en expertmeetings. Het beeld dat het onderzoek verschaft van de toepassing van de wet, stemt niet erg tevreden. De wet leeft niet erg in de rechtspraktijk, rechtssubjecten achten de wet moeilijk hanteerbaar, en een privacygemeenschap en -cultuur van geïnteresseerde beroepsbeoefenaars en betrokkenen komt maar moeizaam van de grond. In deze beschouwing ga ik nader in op de achtergronden van die vaststelling en probeer ik die conclusie te duiden.


Dr. H.B. Winter
Dr. H.B. Winter is universitair hoofddocent bij de vakgroep Bestuursrecht en Bestuurskunde, Rijksuniversiteit Groningen. Daarnaast is hij directeur van bestuurskundig en bestuursjuridisch onderzoeks- en adviesbureau Pro Facto BV. Hij was projectleider van het onderzoeksteam van Pro Facto en RuG dat de werking van de WBP onderzocht.
Redactioneel

Privacy

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2009
Auteurs Mr. M.M. den Boer
SamenvattingAuteursinformatie

    In een redactioneel artikel geeft de redactie een toelichting op het tijdschriftnummer in kwestie.


Mr. M.M. den Boer
Mr. M.M. den Boer is directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Nieuws

Obama’s ‘regelgevingstsaar’ wil burgers een duwtje in de goede richting geven

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2009
Trefwoorden Amerikaans wetgevingsbeleid, Obama, kosten-batenanalyse, toetsing van regelgeving
Auteurs Mr. dr. A.C.M. Meuwese
SamenvattingAuteursinformatie

    Het plan van president Obama om rechtenprofessor Cass Sunstein te benoemen tot directeur van het Office of Information and Regulatory Affairs (OIRA), de dienst die namens de president de kwaliteit van gedelegeerde regelgeving controleert, heeft in Washington nogal wat beroering gewekt. Zijn academische publicaties werden meteen door allerlei belangengroeperingen onder de loep genomen, om te bekijken wat zijn positie is ten aanzien van de functie van regelgeving en in het bijzonder het gebruik van kosten-batenanalyse bij het toetsen ervan. Deze bijdrage stelt dat Sunsteins meest recente boek Nudge, waarvan het een korte recensie biedt, alle aanleiding geeft om te geloven dat Sunstein een innovatieve, op ‘law and behavioral economics’ geïnspireerde, wind door OIRA zal doen waaien.


Mr. dr. A.C.M. Meuwese
Mr. dr. A.C.M. Meuwese is Marie Curie fellow aan de Universiteit Antwerpen.
Praktijk

‘Het Rijk’ in de wetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2009
Trefwoorden wetgeving, wetgevingstechniek, terminologie, centrale overheid, rijksoverheid, rijk, staat, Aanwijzingen voor de regelgeving
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    In het gebruik van de termen ‘Rijk’, ‘rijksoverheid’, ‘centrale overheid’ en – in mindere mate – ‘Staat’ in wetgeving kan wel wat meer consistentie worden betracht. Op dit moment is sprake van een situatie die in de Aanwijzingen voor de regelgeving juist als onwenselijk wordt gezien: dat hetzelfde begrip met verschillende termen wordt aangeduid en dat dezelfde term voor verschillende begrippen wordt gebruikt.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie en is redacteur van RegelMaat.
Artikel

Toestemming onder druk

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2009
Trefwoorden Wet bescherming persoonsgegevens, toestemming, elektronisch patiëntendossier, passagiersgegevens
Auteurs Mr. J.P. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Aanleiding voor het schrijven van de bijdrage is de ervaring dat het begrippenapparaat van de Wet bescherming persoonsgegevens (WBP) beperkingen heeft. Het begrippenapparaat heeft betekenis voor de WBP zelf, en voor van de WBP afwijkende en de WBP aanvullende wetgeving.De toegenomen mogelijkheden voor grootschalige gegevensverzameling en de wetgeving die nodig is om de daaruit voortvloeiende gevolgen voor het recht op bescherming van persoonsgegevens te regelen, bevestigen de hiervoor bedoelde beperkingen.Aan de hand van twee thans bij het parlement aanhangige wetsvoorstellen (elektronisch patiëntendossier en implementatie van een verdrag tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten over de overdracht van passagiersgegevens) wordt geïllustreerd hoe de wetgever met de ondervonden beperkingen van het begrip ‘toestemming’ uit de WBP omgaat.


Mr. J.P. de Jong
Mr. J.P. de Jong is werkzaam bij de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie.
Discussie

Foucault en de beheersbaarheidsmentaliteit

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2009
Trefwoorden transparantie, beheersbaarheid, privacy, instrumentalisme, macht, regeerkunst (oud en nieuw)
Auteurs Prof. dr. W.J. Witteveen
SamenvattingAuteursinformatie

    De ontwikkelingen die de burger transparant maken en diens privacy beperken, zijn niet alleen te wijten aan de opkomst van nieuwe technologie en een versterkt beheersingsstreven bij de overheid dat zich onder invloed van de terroristische dreiging manifesteert. Transparantie berust op een algemene mentaliteit die gericht is op beheersbaarheid van risico’s. De Franse filosoof Foucault analyseerde dertig jaar geleden al de historische ontwikkelingen die de opkomst van een beheersbaarheidsmentaliteit onafwendbaar maakten. Zijn analyse van macht en kennis is nog steeds verhelderend, net als zijn vergelijking van de oude regeerkunst die van het recht gebruikmaakte, en de nieuwe regeerkunst die naar voren komt in disciplinerende kennispraktijken.


Prof. dr. W.J. Witteveen
Prof. dr. W.J. Witteveen is hoogleraar rechtstheorie en retorica aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Grondwetsherziening op initiatief van de Tweede Kamer

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2009
Trefwoorden Grondwet, initiatiefrecht, initiatiefwetsvoorstel, bekrachtiging, tweede lezing
Auteurs Mr. H.M.B. Breunese
SamenvattingAuteursinformatie

    Wetsvoorstellen kunnen zowel door de regering als door de Tweede Kamer worden ingediend. In het laatste geval wordt gesproken van een initiatiefwetsvoorstel. Hoewel de meeste initiatiefwetsvoorstellen beogen normale wetgeving tot stand te brengen of te wijzigen, worden ook met enige regelmaat initiatiefwetsvoorstellen in procedure gebracht die ertoe strekken de Grondwet te wijzigen. De procedure van initiatiefwetgeving verschilt in een aantal opzichten van de reguliere wetgevingsprocedure. Bij grondwetsherziening verschillen de procedures nog in enkele andere opzichten van elkaar. Het gaat daarbij om verschillen in de fase van de bekrachtiging en in de fase van de tweede lezing van wetsvoorstellen tot grondwetsherziening. De bijdrage gaat in op deze verschillen.


Mr. H.M.B. Breunese
Mr. H.M.B. Breunese is werkzaam bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Discussie

Kenneth Burke en de dramaconstitutie

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2009
Trefwoorden constitutionele toetsing, grondwetsinterpretatie, dramademocratie, Kenneth Burke
Auteurs Prof. dr. W.J. Witteveen
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de aanvaarding van het initiatief-wetsontwerp Halsema door de Eerste Kamer gaat de discussie over constitutionele toetsing een nieuwe fase in. Om oude patstellingen te doorbreken is een nieuw perspectief nodig. Uit de Amerikaanse ontwikkeling van het toetsingsrecht kunnen we leren dat de Grondwet een centralere plaats zal krijgen in het politieke debat, maar niet dat er hetzelfde type politieke strijd rond een gepolitiseerde rechtspraak door zal ontstaan. Uit de analyse die Kenneth Burke maakt van de interpretatiestrijd over de constitutie komt veeleer het beeld naar voren van een afstandelijk en rationeel type discussie dat een waardevolle aanvulling betekent op de intense, maar ook kortzichtige debatten van onze dramademocratie.


Prof. dr. W.J. Witteveen
Prof. dr. W.J. Witteveen is hoogleraar rechtstheorie en retorica aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Bestuursrecht op de BES

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2009
Trefwoorden BES, Awb, WarBES, bestuursprocesrecht
Auteurs Mr. L. Ling Ket On en Prof. mr. N. Verheij
SamenvattingAuteursinformatie

    De Algemene wet bestuursrecht (Awb) zal vooralsnog niet gelden op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba (BES). Indien op de BES een Nederlandse wet wordt uitgevoerd door Europees-Nederlandse bestuursorganen, bepaalt de desbetreffende wet zelf in hoeverre de Awb van toepassing zal zijn. Wat de rechtsbescherming betreft, zal voor de BES de Wet administratieve rechtspraak BES gelden die nagenoeg gelijkluidend is aan de Landsverordening administratieve rechtspraak. Beroep wordt ingesteld bij het Hof van Justitie. Naarmate meer en ingrijpender Nederlandse wetten op de BES gaan gelden, zal invoering van de Awb onvermijdelijk zijn. Geleidelijke invoering van de Awb verdient de voorkeur.


Mr. L. Ling Ket On
Mr. L. Ling Ket On is raadadviseur bij de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie en nauw betrokken bij de wetgeving voor de nieuwe structuur van het Koninkrijk.

Prof. mr. N. Verheij
Prof. mr. N. Verheij is coördinerend raadadviseur bestuursrecht bij de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie en hoogleraar Europees bestuursrecht aan de Universiteit Maastricht.
Redactioneel

Bonaire, Sint-Eustatius en Saba in het Nederlandse staatsbestel

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2009
Trefwoorden BES-wetgeving
Auteurs Prof. dr. L.F.M. Verhey
SamenvattingAuteursinformatie

    In een redactioneel artikel geeft de redactie een toelichting op het tijdschriftnummer in kwestie.


Prof. dr. L.F.M. Verhey
Prof. mr. L.F.M. Verhey is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Maastricht, raadadviseur in buitengewone dienst bij de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie en redacteur van RegelMaat.
Artikel

Wetgeving voor de BES

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2009
Trefwoorden BES-wetgeving, Invoeringsystematiek, IBES-lijst, Delegatie, Motie Jurgens
Auteurs Mr. R.A. Schilstra
SamenvattingAuteursinformatie

    In de openbare lichamen BES zal vooralsnog de Nederlands-Antilliaanse regelgeving van toepassing blijven. Deze wordt daarom in de Invoeringswet- en Aanpassingswet BES omgevormd tot Nederlandse regelgeving. Op terreinen waar geen adequate Antilliaanse regelgeving bestaat, zal wel Nederlandse regelgeving van toepassing worden. Het in elkaar vlechten van de twee rechtssystemen is een technisch ingewikkelde wetgevingsoperatie, die in relatief korte tijd moet plaatsvinden. Ten behoeve van een soepele overgang zal BES-regelgeving vaker op lager niveau worden vastgesteld dan in Nederland gebruikelijk is en worden in de Invoeringswet zelfs bepalingen opgenomen die indruisen tegen de motie Jurgens.


Mr. R.A. Schilstra
Mr. R.A. Schilstra is werkzaam als senior juridisch medewerker bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en nauw betrokken bij de totstandkoming van de Invoeringswet BES en Aanpassingswet BES.
Artikel

De BES-eilanden, de Grondwet en het Europese recht

Over constitutionele en Europeesrechtelijke consequenties van de handhaving van de LGO-status van de BES-eilanden

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2009
Trefwoorden LGO-status, openbaar lichaam, BES-eilanden, afwijking Grondwet
Auteurs Mr. H.G. Hoogers
SamenvattingAuteursinformatie

    De ontmanteling van het land Nederlandse Antillen zal erin resulteren dat de huidige drie eilandgebieden Bonaire, St. Eustatius en Saba als bijzondere openbare lichamen ex artikel 134 Grondwet deel van Nederland worden. Die invoeging in het Nederlandse staatsverband zal, zo is het voornemen van de betrokken partijen, niet leiden tot een verandering in de Europeesrechtelijke status van de drie eilanden: zij blijven behoren tot de zogeheten landen en gebieden overzee (LGO). Uit het behoud van de LGO-status vloeit echter niet per se voort dat grote delen van het Nederlandse recht van Europese oorsprong niet ingevoerd hoeven te worden: de LGO-status is namelijk een minimumstatus. Voor de vraag welke delen van het (Europese) recht in een bepaalde LGO dienen te gelden naast het recht dat uit de LGO-status zelf voortvloeit, is uiteindelijk nationaal recht doorslaggevend. De Grondwet biedt op dit moment niet de mogelijkheid om delen van het Nederlandse recht (delen van de Grondwet zelf daaronder begrepen) voor delen van Nederland generiek buiten toepassing te laten: als wij inderdaad delen van dat recht (ongeacht of het van Europeesrechtelijke oorsprong is of niet) voor Bonaire, St. Eustatius en Saba buiten toepassing willen laten (en dat is nadrukkelijk de bedoeling), dan zal daarvoor een constitutionele grondslag geschapen moeten worden.


Mr. H.G. Hoogers
Mr. H.G. Hoogers is als universitair hoofddocent verbonden aan de vakgroep staatsrecht en internationaal recht van de Rijksuniversiteit Groningen.
Praktijk

Afdelingsadviezen van de Raad van State

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2009
Trefwoorden wetgevingsprocedure, wetgevingstechniek, Raad van State, Wet op de Raad van State
Auteurs Mr. T.C. Borman
SamenvattingAuteursinformatie

    In het proces van de staatkundige herstructurering van het Koninkrijk is enkele keren gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een afdeling van de Raad van State ‘voorlichting’ te vragen (art. 18 lid 1 Wet RvS). In deze bijdrage wordt deze figuur nader bezien. Geconcludeerd wordt dat er, zeker na inwerkingtreding van het wetsvoorstel herstructurering Raad van State, niet of nauwelijks meer een zinvol onderscheid is te maken tussen ‘voorlichtingsadviezen’ van een afdeling van de Raad van State en adviezen van de ‘volle’ Raad van State.


Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie en is redacteur van RegelMaat.
Toont 561 - 579 van 579 gevonden teksten
1 2 21 22 23 24 25 26 27 29 »
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.