Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 474 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Contracteren x
Praktijk

Update jurisprudentie agentuurovereenkomsten 2015-2017

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Agentuur, Klantenvergoeding, beëindiging agentuurrelatie, artikel 7:428 BW, Provisie
Auteurs Mr. drs. H.S. Kleinjan
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt de in de periode 1 januari 2015 tot en met 22 mei 2017 gewezen jurisprudentie over agentuurovereenkomsten besproken. Een breed scala aan onderwerpen met betrekking tot agentuurovereenkomsten passeerde de revue de afgelopen twee jaar bij de rechtbanken, de gerechtshoven en het HvJ EU. Gemeenschappelijke noemer was dat vrijwel alle besproken uitspraken verband hielden met de beëindiging van de agentuurovereenkomsten. Een algemeen beeld dat naar voren komt, is dat de agent nog altijd veel bescherming wordt geboden.


Mr. drs. H.S. Kleinjan
Mr. drs. H.S. Kleinjan is advocaat bij Lexence N.V.
Praktijk

Houd de vertegenwoordiger kort aangelijnd

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Vertegenwoordiging, schijn van volmachtverlening, Toedoen, Toerekening, Bode, Onderhandelen met een voorbehoud
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 3 februari 2017 wees de Hoge Raad twee arresten over de schijn van volmachtverlening. In deze arresten stond de vraag centraal wanneer van toerekening sprake kan zijn. Het antwoord: als feiten en omstandigheden aanwezig zijn die aan de achterman kunnen worden toegerekend. Deze arresten worden besproken tegen hun dogmatische achtergrond en in vergelijking met de aansprakelijkheid voor bodes en met het geval waarin is onderhandeld met een voorbehoud.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Artikel

Opteren voor de Netherlands Commercial Court

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2017
Trefwoorden NCC (Netherlands Commercial Court), Forumkeuze, internationale handelsgeschillen, Naamsbekendheid, Hof Amsterdam
Auteurs J. Hoeben LLM, Prof. mr. A.L.M. Keirse en M.D. Reijneveld LLB
SamenvattingAuteursinformatie

    Internationale contracten leiden tot internationale handelsgeschillen. Deze kunnen onder meer worden beslecht bij een commercial court. In Nederland wordt momenteel een Netherlands Commercial Court (NCC) opgericht. Dit introduceert een keuze voor (contracts)partijen voor een nieuw forum voor beslechting van internationale handelsgeschillen in de Engelse taal, waarbij de belangen van snelheid, efficiëntie en goede financierbaarheid centraal staan. Dit artikel verkent de positieve aspecten van de NCC en houdt de contractspraktijk de mogelijkheid voor om te opteren voor dit nieuwe forum.


J. Hoeben LLM
J. Hoeben LLM is student aan de Universiteit Utrecht, Legal Research Master.

Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. Keirse is als hoogleraar Privaatrecht verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) en het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht. Zij is daarnaast (parttime) raadsheer bij het Gerechtshof Amsterdam.

M.D. Reijneveld LLB
M.D. Reijneveld LLB is student aan de Universiteit Utrecht, Legal Research Master.
Diversen

Yes or no to no oral modification clauses?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Boilerplate, NOM-clausule, No oral modification, Gerechtvaardigd vertrouwen bij totstandkoming, Wil/vertrouwensleer
Auteurs Prof. mr. T.H.M. Van Wechem en Prof. mr. H.N. Schelhaas
SamenvattingAuteursinformatie

    Clausules waarin vooraf afspraken worden gemaakt over vormvereisten waaraan toekomstige wijzingen van de gemaakte afspraken moeten voldoen, zogenoemde NOM-clausules, laten zich lastig juridische plaatsen. Wat gaat vóór: de oude afspraak die aangeeft dat een nieuwe afspraak slechts schriftelijk kan worden gemaakt, of de nieuwe mondelinge afspraak waarbij klaarblijkelijk van de oude is afgeweken? In het artikel wordt min of meer aangegeven dat het hiervoor bedoelde ‘klaarblijkelijk’ het scharnierelement is. Om vast te stellen of partijen een nieuwe afspraak hebben willen maken, dient met precisie naar artikel 3:35 BW te worden gekeken. Volgens de auteurs zal het antwoord op voornoemde vraag afhangen van het ‘gerechtvaardigd’ vertrouwen dat in de nieuwe situatie al dan niet is opgewekt.


Prof. mr. T.H.M. Van Wechem
Prof. mr. T.H M. van Wechem is hoogleraar Professional Leagal Councelling aan de Open Universiteit.

Prof. mr. H.N. Schelhaas
Prof. mr. H.N. Schelhaas is hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus Universiteit.
Discussie

De uitleg van een olympische Topsportersovereenkomst: Van Gelder/NOC*NSF onder de loep

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Topsportovereenkomst, Uitleg, Haviltex, Bindende partijbeslissing, Van Gelder/NOC*NSF
Auteurs Mr. M.A. de Vlieger
SamenvattingAuteursinformatie

    In Van Gelder/NOC*NSF heeft de rechter marginaal getoetst of NOC*NSF in redelijkheid tot zijn besluit had kunnen komen om Van Gelder uit te sluiten van verdere deelname aan de Olympische Spelen. De auteur analyseert de juistheid van die normtoepassing. Hij concludeert dat een onjuiste maatstaf is toegepast; tussen partijen gold een Topsportersovereenkomst, en uitleg van die overeenkomst met toepassing van de Haviltex-norm was geboden. Het artikel is relevant voor NOC*NSF en atleten: dient NOC*NSF zijn contracten met olympische atleten te herzien en waar moeten atleten zich van vergewissen?


Mr. M.A. de Vlieger
Mr. M.A. de Vlieger is advocaat bij BASE Advocaten in Rotterdam.

    Voor een rechtsgeding tussen contractspartijen afkomstig uit twee of meer EU-lidstaten is in de Brussel I Verordening herschikking bepaald welke rechter in de zaak bevoegd is, en ook dat de erkenning en tenuitvoerlegging van de door het gerecht van herkomst gegeven ‘beslissing’ automatisch dient te geschieden. Die automatische erkenning en tenuitvoerlegging is gebaseerd op het Unierechtelijke beginsel van ‘wederzijds vertrouwen in de rechtsbedeling in de Unie’. Het is de balans tussen deze eenvoudige erkenning en tenuitvoerlegging enerzijds en de weigering om dat te doen vanwege dringende redenen anderzijds die in dit artikel naar aanleiding van de recente zaak Avotiņš/Letland centraal staat.


Mr. dr. J.M. Emaus
Mr. dr. J.M. Emaus is universitair docent aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en als onderzoeker verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability (Ucall) en het Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe (Renforce).
Diversen: Boilerplates etc.

Is de nietigheidsecarterende (en/)of conversieclausule (severability clause) eigenlijk wel toegestaan?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2017
Trefwoorden boilerplate, nietigheid, bepaalbaarheid, afdwingbaarheid, severability
Auteurs Prof. mr. T.H.M. van Wechem
SamenvattingAuteursinformatie

    In het artikel wordt de vraag behandeld of een “severabilty clause” – een clausule die vaak standaard als boilerplate in een contract wordt opgenomen en waarin partijen nietigheden en vernietigbaarheden op voorhand willen reguleren – wettelijk is toegestaan en/of opname van een dergelijke clausule zinvol is.
    De auteur komt tot de conclusie dat dergelijke clausules – binnen een bepaalde bandbreedte – zijn toegestaan, maar hij bepleit dat opname van een dergelijk clausule tot een dermate grote onduidelijkheid kan leiden, dat opname daarom niet zinvol is. Dit geldt temeer omdat er een uitgebalanceerde wettelijke regeling bestaat voor de gevallen dat partijen geen afspraken hierover hebben gemaakt.


Prof. mr. T.H.M. van Wechem
Prof. mr. E. van Wechem is verbonden aan Baker & McKenzie advocaten, notarissen en belastingadviseurs en (parttime) hoogleraar Professional Legal Counselling OU

    In deze bijdrage wordt beschreven hoe de bewijsovereenkomst kan worden gebruikt om boilerplate-clausules zodanig te verstevigen dat ze ook in de Nederlandse contractspraktijk het beoogde effect hebben. Na een korte inleiding over de toelaatbaarheid van bewijsovereenkomsten in het Nederlandse recht wordt specifiek ingegaan op het nut van bewijsafspraken voor een no oral modification clause, een non-waiver clause en een entire agreement clause. Daarbij wordt voor elk van deze drie veelgebruikte clausules een tekstsuggestie aangereikt. Verder wordt aan de hand van de jurisprudentie van de laatste tien jaar uitgelegd in welke situaties het waarschijnlijk geen zin heeft om zulke clausules uit te breiden met een bewijsregeling.


Mr. M. Uijen
Mr. M. Uijen is advocaat bij Griffiths Advocaten.
Diversen

Exoneraties voor indirecte schade

Over de uitleg van dit boilerplate-beding naar Nederlands en Anglo-Amerikaans recht

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Uitleg, indirecte schade, Gevolgschade, Anglo-Amerikaans recht, Exoneratie
Auteurs Mr. J.W.A. Dousi
SamenvattingAuteursinformatie

    Een veelgebruikte aansprakelijkheidsbeperking (exoneratie) is een uitsluiting voor zogenoemde ‘indirecte schade’. Deze term is afkomstig uit het Anglo-Amerikaanse recht. De auteur bespreekt deze Anglo-Amerikaanse achtergrond en betoogt dat deze achtergrond, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, een gezichtspunt kan zijn bij de uitleg van dit begrip naar Nederlands recht en bovendien een bron van inspiratie voor contractspartijen wanneer zij bij het opstellen van het contract een definitie opnemen van de term ‘indirecte schade’. De auteur concludeert dat de Anglo-Amerikaanse betekenis goed is in te passen in het Nederlandse recht, omdat zij aansluit bij (en kan fungeren als een verdere verfijning van) het element voorzienbaarheid in de toerekeningstoets van artikel 6:98 BW.


Mr. J.W.A. Dousi
Mr. J.W.A. Dousi is promovendus bij de Radboud Universiteit Nijmegen en legal counsel bij Koninklijke FrieslandCampina N.V.
Praktijk

Recht doen aan wat partijen bedoelen

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Uitleg, Haviltex, Cao, sociaal plan, Redelijkheid en billijkheid, Onvoorziene omstandigheden
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Het leerstuk van de uitleg van overeenkomsten blijft in beweging. Waar in 1981 en 1993 de grenspalen werden geslagen door ontwikkeling van de Haviltex-norm en de cao-norm, is sindsdien binnen die norm verfijnd. In 2004 oordeelde de Hoge Raad in DSM/Fox dat tussen beide normen een vloeiende overgang bestaat. Tussen de Haviltex- en cao-norm bleef evenwel een waterscheiding bestaan. Op 25 november 2016 sloeg de Hoge Raad in zijn arrest FNV/Condor een brug tussen cao en Haviltex. Bij uitleg gaat het om wat concreet met een bepaling is bedoeld, niet om wat partijen zouden hebben gewild als ze overal rekening mee hadden gehouden, aldus de Hoge Raad in zijn arrest Flexabram/Iprem van 9 december 2016. Beide arresten worden in deze bijdrage besproken.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Casus

Partij-invloed op het intreden of vervallen van voorwaarden

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Ontbindende voorwaarde, Opschortende voorwaarde, Potestatieve voorwaarde, Artikel 6:23 BW
Auteurs Mr. dr. H. Stolz
SamenvattingAuteursinformatie

    In de rechtspraktijk vormen ontbindende en opschortende voorwaarden een vaak gebruikte rechtsfiguur bij overeenkomsten. Veelal hebben partijen bij een overeenkomst een vorm van invloed op het toekomstige intreden of vervallen van een dergelijke voorwaarde. Deze partij-invloed wordt door het recht in beginsel aanvaard en is derhalve als breed uitgangspunt ook mogelijk. Op dit uitgangspunt bestaan echter twee beperkingen: de vaak veronderstelde onmogelijkheid van (vormen van) potestatieve voorwaarden en de redelijkheid en billijkheid die leiden tot toepassing van artikel 6:23 BW. Onderzocht wordt in welke gevallen deze beperkingen van de partij-invloed toepassing vinden en welke mogelijkheden bestaan om met deze beperkingen contractueel om te gaan.


Mr. dr. H. Stolz
Mr. dr. H. Stolz is docent Onroerendgoedrecht aan de Universiteit van Amsterdam en adviseur bij Houthoff Buruma.
Praktijk

Update mededingingsrechtelijke aspecten van postcontractuele concurrentieverboden in franchiseovereenkomsten

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Franchise, Postcontractuele concurrentieverboden, Verticaal mededingingsrecht, Nevenrestrictie
Auteurs Mr. H.E. Urlus
SamenvattingAuteursinformatie

    De bijdrage ziet op mededingingsrechtelijke ontwikkelingen bij postcontractuele concurrentieverboden in franchiseovereenkomsten en de implicaties van de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie in de beschikking La Retoucherie de Manuele. De auteur stelt de vraag of dergelijke bedingen in de context van franchise nog kunnen worden aangemerkt als noodzakelijke nevenrestricties. Dat is van belang, omdat dergelijke nevenrestricties zijn onttrokken aan mededingingsrechtelijke toetsing, waardoor de merkbaarheid geen rol meer speelt. De auteur wijst erop dat bij een mededingingsrechtelijke toetsing van postcontractuele concurrentieverboden meer factoren van belang zijn dan slechts een belangenafweging tussen partijen.


Mr. H.E. Urlus
Mr. H.E. Urlus is advocaat te Amsterdam, verbonden aan Greenberg Traurig, LLP, en onder meer gespecialiseerd in civielrechtelijke en mededingingsrechtelijke aspecten van agentuur, distributie en franchise. Hij heeft daarover regelmatig gepubliceerd en was ook betrokken bij de totstandkoming van de Nederlandse Franchisecode als voorzitter van de Denktank Franchisegevers. De auteur dankt zijn kantoorgenoten mr. T. Charatjan en mr. J.H. Christ voor hun waardevolle bijdragen aan de totstandkoming van dit artikel.
Column

Negatieve rente op consumentenspaarsaldo een Europese no-go?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Ambtshalve toetsing, Richtlijn 93/13, Spaarrente, Negatieve rente, Uitleg van overeenkomst
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    In veel bankvoorwaarden wordt de spaarrente als positieve spaarrente gepresenteerd: de bank betaalt een spaarrente aan de consument. In toenemende mate, daartoe gedreven door ontwikkelingen op de kapitaalmarkt, zijn banken zich aan het voorbereiden op het heffen van negatieve spaarrente. Dit wil zeggen dat de consument aan de bank rente moet betalen over zijn spaarsaldo. Aan de hand van de Richtlijn Oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten wordt onderzocht of banken überhaupt een negatieve rente mogen heffen.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Artikel

Schadebegroting bij een doorberekeningsverweer en een bijgestelde maatstaf voor voordeelstoerekening

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Kartelschade, Passing-on verweer, Schadebegroting, Voordeelstoerekening
Auteurs Prof. mr. A.L.M. Keirse en Mr. dr. M. van Kogelenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    In lijn met Europees schadevergoedingsrecht wendt de Hoge Raad overcompensatie af. In de recente follow-on kartelschadeprocedure TenneT c.s/ABB c.s. maakt de Hoge Raad namelijk de weg vrij voor een consistente toekenning van het zogenoemde passing-on verweer. Daarbij geeft hij te kennen ruimer te zijn gaan denken over het leerstuk van voordeelstoerekening. In deze bijdrage wordt het belang van deze ontwikkelingen voor zowel het mededingingsrecht als het algemene schadevergoedingsrecht geduid.


Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. Anne Keirse is als hoogleraar Privaatrecht verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht en aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (Ucall) van de Universiteit Utrecht. Zij is daarnaast (parttime) raadsheer bij het Gerechtshof Amsterdam.

Mr. dr. M. van Kogelenberg
Mr. dr. M. van Kogelenberg is als universitair docent verbonden aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht en aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (Ucall) van de Universiteit Utrecht.
Praktijk

Rechtskeuzebedingen in consumentenovereenkomsten: spitsroeden lopen

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Rechtskeuze, Ambtshalve toetsing, Richtlijn Oneerlijke bedingen, Rome I, Transparantie
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 28 juli 2016 besliste het Hof van Justitie van de Europese Unie in de zaak VKI/Amazon dat een rechtskeuzeclausule in een consumentenovereenkomst oneerlijk is indien de indruk wordt gewekt dat de consument niet terug kan vallen op dwingendrechtelijke bescherming die het recht van zijn woonplaats hem biedt. Dit arrest, de rechtskeuze in internationale overeenkomsten en de ambtshalve toetsing van bedingen in consumentenovereenkomsten worden in deze bijdrage besproken.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Toont 41 - 60 van 474 gevonden teksten
1 3 5 6 7 8 9 23 24
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.