Zoekresultaat: 110 artikelen

x
Artikel

Access_open De bedenktermijn doorgedacht

Tijdschrift Tijdschrift voor Ontslagrecht, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Schriftelijkheidsvereiste, bedenktermijn, beëindigingsovereenkomst
Auteurs mr. dr. Hanneke Bennaars en mr. Anita van Empel
SamenvattingAuteursinformatie

    De bedenktermijn in de beëindigingsovereenkomst en het vormvereiste van schriftelijkheid is een nieuw fenomeen. In dit artikel wordt het schriftelijkheidsvereiste onderzocht in het licht van het algemeen vermogensrecht en wordt de arbeidsrechtelijke bedenktermijn vergeleken met andere bedenktermijnen uit het civiele recht. Ten slotte wordt een aantal casusposities behandeld.


mr. dr. Hanneke Bennaars
Onderzoeker

mr. Anita van Empel
Legal manager arbeidszaken ABN AMRO Bank NV
Casus

Macht aus dem Rechtsstaat keinen Gurkensalat

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2016
Trefwoorden rechtsstaat, rechtsstatelijkheid, empirische data, bronnenonderzoek, rechtswetenschappelijk onderzoek
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel en Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage is een reactie op het artikel ‘De rechtsstaat: van sluitpost naar “Leitmotiv”’ van Zouridis, Wierenga en Niemeijer in het Nederlands Juristenblad, waarin kritiek wordt geleverd op het eerste hoofdstuk van het jaarverslag van de Raad van State. De Raad waarschuwt daarin voor het zien van rechtsstatelijke overwegingen in de politiek als een soort van sluitpost. Zouridis, Wierenga en Niemeijer vragen zich af op basis van welke empirische feiten de conclusies van de Raad van State zijn gebaseerd en of deze wel de juiste oorzaken voor het afkalven van de rechtsstaat in het vizier heeft. De auteurs van deze reactie vragen zich op hun beurt echter af of het betoog in dat artikel op zijn beurt wel op voldoende empirische onderbouwing steunt. Het gaat de auteurs daarbij met name om de onderbouwing van de stelling dat bestuur en wetgever ‘regelverslaafd’ zijn, de vraag wat het aantal wettelijke regels zegt over het rechtsstatelijke gehalte van de samenleving en welke rol overheidsjuristen vervullen bij het bewaken van rechtsstatelijke normen. Aan het slot van de bijdrage gaan de auteurs in op de vraag of er niet sprake is van een bredere trend, die twijfels oproept over de wijze waarop binnen het rechtswetenschappelijk onderzoek met empirische data en bronnenonderzoek wordt omgegaan.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School.

Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. (Peter) van Lochem is Fellow van het Meijers Instituut (Universiteit Leiden) en voormalig rector van de Academie voor Wetgeving en de Academie voor Overheidsjuristen.
Artikel

Relativiteit, eigen schuld en de collectieve actie

Enkele opmerkingen naar aanleiding van HR 27 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3399, NJ 2016/245 m.nt. T.F.E. Tjong Tjin Tai (Stichting Gedupeerde Beleggers/ABN Amro)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2016
Trefwoorden collectieve actie, relativiteit, eigen schuld, bancaire zorgplicht, beleggingsschade
Auteurs Mr. drs. D.F.H. Stein
SamenvattingAuteursinformatie

    In hoeverre staat onvoorzichtigheid van de belegger in de weg aan diens bescherming door de bancaire zorgplicht? De auteur bespreekt deze vraag in het kader van een collectieve actie en gaat tevens in op de mogelijkheid om daarin een oordeel te krijgen omtrent het beschermingsbereik van een geschonden norm (relativiteit ‘in strikte zin’).


Mr. drs. D.F.H. Stein
Mr. drs. D.F.H. Stein is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

De bijzondere zorgplicht van de bank jegens de particuliere aspirant-borg: waar ligt de grens?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2016
Trefwoorden zorgplicht, borg, draagkracht, art. 4:34 Wft, art. 4:23 Wft
Auteurs Mr. B.M.H. Fleuren
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat in op de vraag hoe ver de bijzondere zorgplicht van de bank strekt bij het aangaan van een particuliere borgtocht. Moet de bank de draagkracht van de borg onderzoeken? En moet de bank de borg informeren over de financiële toestand van de hoofdschuldenaar?


Mr. B.M.H. Fleuren
Mr. B.M.H. Fleuren is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.

Mr. dr. Rolf Ortlep
Mr. dr. R. Ortlep is als universitair hoofddocent verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtspleging en Conflictoplossing van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Wat niet weet, wat wel deert. Over de mededelingsplicht ten aanzien van onbekende omstandigheden

Annotatie bij HR 27 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3424 (Inbev/Van der Valk)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2016
Trefwoorden dwaling, mededelingsplicht, onderzoeksplicht, behoren te weten, art. 3:228 BW
Auteurs Mr. S.L. Boersen
SamenvattingAuteursinformatie

    Een partij kan haar wederpartij in beginsel niet informeren over voor haar onbekende omstandigheden. In deze bijdrage wordt aan de hand van een HR-arrest besproken of desondanks onder omstandigheden een onderzoeks- en mededelingsplicht kan bestaan ter voorkoming van dwaling van de wederpartij.


Mr. S.L. Boersen
Mr. S.L. Boersen is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

De zorgplicht van de franchisegever: bijzonder of niet?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2016
Trefwoorden franchise, zorgplicht, Nederlandse en Franchise Code, exploitatieprognose, precontractuele fase
Auteurs Mr. A.M.A. Schwegler
Samenvatting

    Op 17 februari jl. werd na een moeizame periode van consultatie de Nederlandse Franchise Code geïntroduceerd. In ‘De zorgplicht van de franchisegever: bijzonder of niet?’ bespreekt Angela Schwegler de precontractuele zorgplicht van de franchisegever die een exploitatieprognose aan een potentiële franchisenemer verstrekt. De positie van de franchisenemer en met name zijn eigen verantwoordelijkheid, dient bij een eventuele wettelijke verankering van de Nederlandse Franchise Code en de rol die deze code zal gaan spelen in de rechtspraak, aldus de auteur, niet uit het oog verloren te worden. Want, zo concludeert zij, “de zorgplicht van de franchisegever, die is zo bijzonder niet”.


Mr. A.M.A. Schwegler
Artikel

Het verbod op het in rekening brengen van bemiddelingskosten bij tweezijdige bemiddeling verduidelijkt

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden bemiddelingskosten, tweezijdige bemiddeling, onverschuldigde betaling, dienen van twee heren, courtage
Auteurs Mr. K. Azghay en Mr. Y.A. Rampersad
SamenvattingAuteursinformatie

    Met zijn prejudiciële beslissing verduidelijkt de Hoge Raad het verbod op het in rekening brengen van bemiddelingskosten bij de huurder van woonruimte in geval van tweezijdige bemiddeling. De prejudiciële beslissing van de Hoge Raad is maatschappelijk relevant vanwege de onduidelijkheid en rechtsonzekerheid in en de gevolgen voor de bemiddelingspraktijk.


Mr. K. Azghay
Mr. K. Azghay was ten tijde van het schrijven van dit artikel werkzaam als advocaat bij de sectie Dispute Resolution van Houthoff Buruma te Rotterdam.

Mr. Y.A. Rampersad
Mr. Y.A. Rampersad is als Professional Support Lawyer werkzaam bij de sectie Dispute Resolution van Houthoff Buruma te Rotterdam.
Artikel

Een doelmatigheidsonderzoek naar de maatstaf van de gemiddelde consument

Proefschrift van mr. B.B. Duivenvoorde

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 1 2016
Trefwoorden maatman, gemiddelde consument, Richtlijn oneerlijke handelspraktijken, misleidende handelspraktijk, consumentenrecht
Auteurs Mr. dr. drs. C.M.D.S. Pavillon
SamenvattingAuteursinformatie

    De Europese ‘gemiddelde consument’-maatstaf bemoeilijkt de realisering van de door de Richtlijn oneerlijke handelspraktijken nagestreefde doelstellingen van consumentenbescherming, interne markt en eerlijke concurrentie. Onderhavige bijdrage bespreekt hoe Duivenvoorde in zijn proefschrift tot deze conclusie komt en spiegelt de wijze waarop de Nederlandse rechter omgaat met de consumentmaatstaf aan zijn bevindingen.


Mr. dr. drs. C.M.D.S. Pavillon
Mr. dr. drs. C.M.D.S. Pavillon is universitair docent burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.
Praktijk

De bemiddelaar onbemiddeld?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Bemiddeling, Loon, Consumentenbescherming, Vernietiging
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Auteursinformatie

Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Casus

Remedies bij inbreuken op garanties in overnamecontracten

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Garantie, Non-conformiteit, Remedies, Schadevergoeding, SPA
Auteurs Prof. mr. R.J. Tjittes
Auteursinformatie

Prof. mr. R.J. Tjittes
Prof. mr. Rieme-Jan Tjittes is advocaat en partner bij BarentsKrans, hoogleraar Privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en redacteur van dit blad.
Artikel

MVO-gedragscodes, contracten en aansprakelijkheid: van goede bedoelingen naar het beperken van aansprakelijkheidsrisico’s

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Maatschappelijk verantwoord ondernemen, Gedragscodes, Aansprakelijkheid, Handelsketens, Multinationals
Auteurs Dr. A.L. Vytopil
Auteursinformatie

Dr. A.L. Vytopil
Dr. A.L. Vytopil is als universitair docent werkzaam bij het Molengraaff Instituut van de Universiteit Utrecht en is redactiesecretaris van Contracteren. Zij promoveerde in 2015 op een proefschrift over dit onderwerp.
Artikel

MvV: Mededelingsplicht, verzwijging en Vergoeding

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2015
Trefwoorden dwaling, mededelingsplicht, schadevergoeding, verkeersopvattingen, vernietiging
Auteurs Prof. mr. A.G. Castermans
SamenvattingAuteursinformatie

    Verkeersopvattingen bepalen het bestaan van precontractuele mededelingsplichten. De kennis van de betrokken partijen alsook wettelijke mededelingsplichten zijn daarbinnen van grote betekenis. Wat betreft de gevolgen van verzwijging zouden contractueel bedongen garanties ook bij vernietiging van de overeenkomst van betekenis kunnen blijven, mits de overeenkomst zonder terugwerkende kracht wordt vernietigd.


Prof. mr. A.G. Castermans
Prof. mr. A.G. Castermans is hoogleraar burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.
Column

Klachtgerechtigdheid van een nabestaande in het BIG-tuchtrecht ten onrechte beperkt

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 5 2015
Trefwoorden tuchtrecht, nabestaande, rechtstreeks belanghebbende, ontvankelijkheid
Auteurs Mr. L.E. Kalkman-Bogerd
SamenvattingAuteursinformatie

    De afgelopen jaren heeft het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (CTG) een aantal uitspraken gedaan over de klachtgerechtigdheid van een naaste betrekking die na het overlijden van de patiënt als nabestaande een tuchtklacht indient over aan de patiënt verleende zorg. Het CTG zoekt bij het antwoord op de vraag of de nabestaande rechtstreeks belanghebbend is ten onrechte aansluiting bij de vertegenwoordigingsregeling van de geneeskundige behandelingsovereenkomst (art. 7:465 BW). Deze vertegenwoordiging eindigt met het overlijden van de patiënt en heeft geen betrekking op het indienen van een tuchtklacht. De benadering van het CTG doet ook geen recht aan het primaire doel van het tuchtrecht: handhaving en waar nodig verbetering van de kwaliteit van de zorgverlening. Het tuchtrecht is niet primair bedoeld voor genoegdoening van de patiënt. De klachtgerechtigdheid van een nabestaande vloeit voort uit zijn verwantschap aan de patiënt. Die verwantschap maakt hem, behoudens bijzondere omstandigheden, rechtstreeks belanghebbend, niet het antwoord op de vraag of de nabestaande geacht wordt de patiënt te vertegenwoordigen.


Mr. L.E. Kalkman-Bogerd
Laura Kalkman-Bogerd is juridisch adviseur gezondheidsrecht te Leiden.
Artikel

Toerekening van kennis van een gevolmachtigde - een verkenning van artikel 3:66 lid 2 BW

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Toerekening, Kennis, Volmacht, actio pauliana
Auteurs Mr. B.M. Katan
SamenvattingAuteursinformatie

    Over de toepassing van de leer van het grootste aandeel, zoals vervat in artikel 3:66 lid 2 BW, bestaat veel onduidelijkheid. De auteur geeft antwoord op zes vragen over de werking van artikel 3:66 lid 2 BW en signaleert onjuiste toepassingen van deze bepaling in de rechtspraak.


Mr. B.M. Katan
Mr. B.M. Katan is advocaat bij Stibbe en schrijft aan de Radboud Universiteit een proefschrift over de toerekening van kennis aan rechtspersonen. Reacties zijn welkom op.
Artikel

Uitleg van een derdenbeding in een verzekeringspolis

Enkele beschouwingen naar aanleiding van HR 19 april 2013, NJ 2013/239 (Alheembouw/HDI-Gerling)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2015
Trefwoorden uitleg, contract, derdenbeding, verzekering, polisvoorwaarden
Auteurs Mr. dr. P.S. Bakker
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt aan de hand van het arrest HR 19 april 2013, NJ 2013/239 (Alheembouw/HDI-Gerling) de vraag behandeld hoe ten opzichte van de in de jurisprudentie ontwikkelde gevalstypen van contractsuitleg de uitleg van een derdenbeding in een verzekeringsovereenkomst te plaatsen is. Wanneer is van zo’n beding sprake en welke uitlegmaatstaf moet hierbij worden gehanteerd?


Mr. dr. P.S. Bakker
Mr. dr. P.S. Bakker is universitair docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Article

Access_open Unexpected Circumstances arising from World War I and its Aftermath: ‘Open’ versus ‘Closed’ Legal Systems

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 2 2014
Trefwoorden First World War, law of obligations, unforeseen circumstances, force majeure, frustration of contracts
Auteurs Janwillem Oosterhuis Ph.D.
SamenvattingAuteursinformatie

    European jurisdictions can be distinguished in ‘open’ and ‘closed’ legal systems in respect of their approach to unexpected circumstances occurring in contractual relations. In this article, it will be argued that this distinction can be related to the judiciary’s reaction in certain countries to the economic consequences of World War I. The first point to be highlighted will be the rather strict approach to unexpected circumstances in contract law that many jurisdictions had before the war – including England, France, Germany, and the Netherlands. Secondly, the judicial approach in England, France, Germany, and the Netherlands to unexpected circumstances arising from the war will be briefly analysed. It will appear that all of the aforementioned jurisdictions remained ‘closed’. Subsequently, the reaction of the judiciary in these jurisdictions to the economic circumstances in the aftermath of the war, (hyper)inflation in particular, will be analysed. Germany, which experienced hyperinflation in the immediate aftermath of the war, developed an ‘open’ system, using the doctrine of the Wegfall der Geschäftsgrundlage. In the Netherlands, this experience failed to have an impact: indeed, in judicial practice the Netherlands appears to have a ‘closed’ legal system nevertheless, save for an ‘exceptional’ remedy in the new Dutch Civil Code, Article 6:258 of the Burgerlijk Wetboek (1992). In conclusion, the hypothesis is put forward that generally only in jurisdictions that have experienced exceptional economic upheaval, such as the hyperinflation in the wake of World War I, ‘exceptional’ remedies addressing unexpected circumstances can have a lasting effect on the legal system.


Janwillem Oosterhuis Ph.D.
Janwillem Oosterhuis is Assistant Professor in Methods and Foundations of Law at the Maastricht University Faculty of Law.
Artikel

Köbler in de polder

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2014
Trefwoorden lidstaataansprakelijkheid, onrechtmatige rechtspraak, Köbler, voldoende gekwalificeerde schending
Auteurs Mr. R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Het komt niet vaak voor dat de Staat wordt aangesproken op grond van onrechtmatige rechtspraak. Alleen dat al vormt aanleiding stil te staan bij de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 15 april 2014, waar juist deze kwestie onderwerp van geschil was. Bovendien betrof de onjuiste rechtstoepassing EU-recht, met als gevolg dat de aansprakelijkheidsvraag mede werd beheerst door het Unierecht. Het vonnis is daarmee ook een goede illustratie van de inbedding van de lidstaataansprakelijkheid.


Mr. R. Meijer
Mr. R. Meijer is advocaat bij ZIPPRO & MEIJER advocaten te Amsterdam, universitair docent bij het Molengraaff Instituut van de Universiteit Utrecht en redacteur van MvV.
Artikel

Vliegen onder Verdrag of Verordening? Samenloopleerstuk biedt sleutel tot evenwichtige oplossing

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2014
Trefwoorden Samenloop, Montreal, 261/2004, Passagiersrechten, Vertraging
Auteurs Mr. R. de Graaff
SamenvattingAuteursinformatie

    De samenloop tussen Verordening 261/2004 inzake passagiersrechten en het Verdrag van Montreal zorgt al jaren voor controverse. Een meer genuanceerde benadering is noodzakelijk. Daarvoor kan inspiratie worden geput uit de wijze waarop samenloopproblemen binnen het privaatrecht worden opgelost. De auteur bespreekt kritisch de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie en de voorstellen tot herziening van de verordening, waarover de onderhandelingen in volle gang zijn.


Mr. R. de Graaff
Mr. R. de Graaff is als promovendus verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Leiden. Deze bijdrage is een bewerking van zijn afstudeerscriptie, die vanwege de Jongbloed scriptieprijs 2013 is uitgegeven: R. de Graaff, Something old, something new, something borrowed, something blue?, Den Haag/Leiden: Jongbloed 2014 (zie http://ssrn.com/abstract=2440726).
Toont 41 - 60 van 110 gevonden teksten
1 3 5 6
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.