Zoekresultaat: 126 artikelen

x
Artikel

Wetgeving: uitdagingen, dilemma’s en vernieuwing

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Legislation, quality of legislation, Policy, Offences
Auteurs Piet Hein Donner
SamenvattingAuteursinformatie

    Legislation as we know it is a recent phenomenon, and its quality has been under debate for 40 years. It is not surprising or problematic that the place and function of legislation evolve under the influence of societal changes. It is, however, important to change the mechanistic view of legislation. Instead of viewing it as an instrument of policy, we must search for structures and institutions that create room for diversity without breaking the unity of law. In our dealings with inevitable risks and damage to society, rules too often take the place of ethics or professional judgment. Rules are essential, but they should leave room to dissent from them if justified: rules as a point of departure, not rules that must be respected on pain of sanctions.


Piet Hein Donner
Piet Hein Donner is vicepresident van de Raad van State.
Artikel

De zaken S. en G. & O. en B.: Grenzeloze gezinnen en afgeleide verblijfsrechten

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2014
Trefwoorden Europees burgerschap, vrij verkeer van werknemers, de volledig interne situatie, familieleden EU-burgers, derdelanders
Auteurs Mr. dr. Hanneke van Eijken
SamenvattingAuteursinformatie

    In de twee arresten, de zaak S. en G. en de zaak O. en B., die het Hof van Justitie dit voorjaar wees, worden het vrije verkeer van personen en afgeleide verblijfsrechten uitgebreid. Het Hof van Justitie oordeelt in deze zaken dat een weigering van een verblijfsrecht aan een familielid in de lidstaat van nationaliteit in strijd met het vrije verkeer van werknemers en Unieburgers kan zijn. Dat betekent dat een Unieburger, onder omstandigheden, een recht heeft op gezinshereniging in de lidstaat van zijn nationaliteit.
    HvJ EU 12 maart 2014, zaak C-457/12, S. en G./Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel, ECLI:EU:C:2014:136
    HvJ EU 12 maart 2014, zaak C-456/12, O. en B./Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel, ECLI:EU:C:2014:135


Mr. dr. Hanneke van Eijken
Mr. dr. H. (Hanneke) van Eijken is docent Europees recht aan de Universiteit Utrecht en postdoc onderzoeker bij BEUcitizen en het Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe.
Artikel

Is er behoefte aan bestendige wetgeving?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2014
Trefwoorden wetgevingsbeleid, bestendigheid, rechtszekerheid, normenhiërarchie, flexibele regelgeving
Auteurs Mr. G.J.M. Evers
SamenvattingAuteursinformatie

    Klachten over het gebrek aan bestendigheid van wetgeving zijn niet nieuw. De overheid wil steeds opnieuw door wetgeving uitvoering geven aan nieuw beleid. Hierbij wordt de noodzaak van verandering niet altijd onderbouwd en worden de effecten van nieuwe wetgeving niet altijd goed onderzocht. Bestendigheid van wetgeving is belangrijk. Het draagt bij aan de uitvoerbaarheid, de handhaafbaarheid, de eenvoud, duidelijkheid en toegankelijkheid en de effectiviteit en efficiëntie van wetgeving. Tegelijkertijd is ook van belang dat de wetgeving een bestendig kader kan bieden zonder te veel aan flexibiliteit in de weg te staan. Het is de uitdaging om een balans te vinden tussen daadkracht en continuïteit, flexibiliteit en rechtszekerheid en snelheid en zorgvuldigheid.


Mr. G.J.M. Evers
Mr. G.J.M. Evers is wetgevingsjurist bij de Afdeling advisering van de Raad van State en redacteur van RegelMaat.
Artikel

Herziening Tabaksrichtlijn

Over de nieuwe Tabaksrichtlijn en de implicaties voor de Nederlandse rechtsorde

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 6 2014
Trefwoorden interne markt, volksgezondheid, harmonisatie, Richtlijn 2014/40/EU, intellectueel eigendom
Auteurs Mr. R.A. Fröger en Mr. K. de Weers
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 14 maart 2014 is de nieuwe Tabaksrichtlijn 2014/40/EU (hierna: de Richtlijn) vastgesteld. De nieuwe Tabaksrichtlijn brengt een ingrijpende wijziging op het gebied van de productie en distributie van tabaksproducten met zich mee. Op 20 mei 2016 moet de Richtlijn in de Nederlandse wetgeving zijn geïmplementeerd. In deze bijdrage worden de belangrijkste kenmerken van de Richtlijn besproken en wordt kort ingegaan op de gevolgen voor de Nederlandse rechtsorde.
    Richtlijn 2014/40/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaks- en aanverwante producten en tot intrekking van Richtlijn 2001/37/EG, Pb. EU 2014, L 127/1.


Mr. R.A. Fröger
Mr. R.A. (Robert) Fröger is verbonden aan het Europa Instituut, Universiteit Utrecht.

Mr. K. de Weers
Mr. K. (Koen) de Weers is verbonden aan het Europa Instituut, Universiteit Utrecht.
Artikel

De nieuwe aanbestedingsrichtlijnen: werk aan de winkel of kan de wetgever op zijn lauweren rusten?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden nieuwe aanbestedingsrichtlijnen, concessierichtlijn, inbesteding, B-diensten, Wezenlijke wijziging
Auteurs Mr. M.J.J.M. Essers, Mr. R.S. Damsma en Mr. C.G. van Blaaderen
SamenvattingAuteursinformatie

    Minder dan een jaar na de inwerkingtreding van de Aanbestedingswet 2012 wordt de nationale wetgever – niet geheel onverwacht – geconfronteerd met drie nieuwe aanbestedingsrichtlijnen. Op 21 december 2011 had de Europese Commissie al een eerste aanzet gedaan door een drietal voorstellen te publiceren. Het wetgevingstraject is na de gebruikelijke rondjes langs de diverse Europese (advies) instellingen op 26 februari 2014 uitgemond in de ondertekening van een drietal definitieve teksten. Deze teksten zijn op 28 maart 2014 in het Publicatieblad van de Europese Unie bekend gemaakt. Nationale wetgevers hebben tot en met 18 april 2016 de tijd om de richtlijnen in de Aanbestedingswet te implementeren. Vanzelfsprekend zullen de ‘huidige’ aanbestedingsrichtlijnen met de komst van de nieuwe richtlijnen worden ingetrokken. In dit artikel zullen wij alleen de ‘highlights’ bespreken van de nieuwe Richtlijn Overheden (hierna: de nieuwe Richtlijn) en de Concessierichtlijn.Richtlijn 2014/23/EU van het Europees Parlement en de raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van concessieovereenkomsten, Pb. EU 2014, L 91/1;Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG, Pb. EU 2014, L 94/65;Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van Richtlijn 2004/17/EG, Pb. EU 2014, L 94/243.


Mr. M.J.J.M. Essers
Mr. M.J.J.M. (Maurice) Essers is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. R.S. Damsma
Mr. R.S. (Redmar) Damsma is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

Mr. C.G. van Blaaderen
Mr. C.G. (Cor) van Blaaderen is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Vliegen onder Verdrag of Verordening? Samenloopleerstuk biedt sleutel tot evenwichtige oplossing

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2014
Trefwoorden Samenloop, Montreal, 261/2004, Passagiersrechten, Vertraging
Auteurs Mr. R. de Graaff
SamenvattingAuteursinformatie

    De samenloop tussen Verordening 261/2004 inzake passagiersrechten en het Verdrag van Montreal zorgt al jaren voor controverse. Een meer genuanceerde benadering is noodzakelijk. Daarvoor kan inspiratie worden geput uit de wijze waarop samenloopproblemen binnen het privaatrecht worden opgelost. De auteur bespreekt kritisch de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie en de voorstellen tot herziening van de verordening, waarover de onderhandelingen in volle gang zijn.


Mr. R. de Graaff
Mr. R. de Graaff is als promovendus verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Leiden. Deze bijdrage is een bewerking van zijn afstudeerscriptie, die vanwege de Jongbloed scriptieprijs 2013 is uitgegeven: R. de Graaff, Something old, something new, something borrowed, something blue?, Den Haag/Leiden: Jongbloed 2014 (zie http://ssrn.com/abstract=2440726).
Artikel

Overvragende wetgever zet gezagsuitoefening van rechter onder druk

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2014
Trefwoorden judiciary, legislature, legitimacy, overburdening
Auteurs Meike Bokhorst
SamenvattingAuteursinformatie

    During the recent Senate debate about the constitutional state some senators expressed a concern about the tensions between the legislature and judiciary. The problems of overburdening, underfunding and instrumentalisation of the judiciary have a long history. The legislature has a tendency to overburden himself and the other powers of state, like the judiciary, notwithstanding the official policy to be reserved with regard to the responsibilities of government. The judiciary must adapt itself to an ever more prominent role in the constitutional state. The judiciary also has to generate its own legitimacy and cannot consider this to be a function of the legitimacy basis of the democratic legislator. The legislator for his part has all kinds of democratic wishes and expectations on how the judiciary can increase its own legitimacy basis by dealing quicker with more cases. In this context, the minister strongly adheres to the maxim that justice delayed is justice denied. The working methods of the judiciary have shown small and gradual steps in the direction of a more responsive and communicative procedure. However, the judiciary is not able to transform all its ideas into concrete initiatives and to transform successful initiatives into settled practices.


Meike Bokhorst
Meike Bokhorst is wetenschappelijk medewerker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in Den Haag. Onlangs promoveerde zij in Tilburg op het proefschrift ‘Bronnen van legitimiteit. Over de zoektocht van de wetgever naar zeggenschap en gezag.’ Hiervoor werkte ze als onderzoeker bij de Algemene Rekenkamer en als beleidsmedewerker bij het Ministerie van Justitie. Ze studeerde filosofie met journalistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen en politicologie aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Het Europees Openbaar Ministerie tussen soevereiniteit en effectiviteit

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2/3 2014
Trefwoorden Europees Openbaar Ministerie, fraudebestrijding, strafrecht
Auteurs Mr. dr. W. Geelhoed
SamenvattingAuteursinformatie

    Het voorstel van de Europese Commissie voor oprichting van een Europees Openbaar Ministerie hinkt op twee gedachten. Het streven is de fraudebestrijding voortvarender te maken, maar tegelijk niet ten koste van nationale strafvorderlijke autonomie te laten gaan. Wanneer nationale strafrechtelijke gevoeligheden koste wat kost worden gespaard, kan slechts een papieren tijger worden opgericht. Dan is het beter om ofwel niets te doen, ofwel een krachtige instelling op te richten die daadwerkelijk strafrechtelijke bescherming biedt voor de financiële belangen van de EU.Voorstel voor een verordening van de Raad tot instelling van het Europees Openbaar Ministerie, COM(2013)534


Mr. dr. W. Geelhoed
Mr. dr. W. (Pim) Geelhoed is als universitair docent straf- en strafprocesrecht verbonden aan de Universiteit Leiden.
Jurisprudentie

Verplichte vervroegde pensionering van piloten: leeftijdsdiscriminatie?

HR 13 juli 2012, JAR 2012/209, NJ 2012, 396 (werknemers/KLM en VNV)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2013
Trefwoorden vervroegd pensioenontslag, leeftijdsdiscriminatie, objectieve rechtvaardigingsgronden, legitiem doel, proportionaliteit, motivering
Auteurs T. Jaspers
SamenvattingAuteursinformatie

    Verplicht vervroegd pensioen is een fenomeen dat weliswaar steeds minder voorkomt, maar voor sommige beroepen nog vrij normaal is. Bij luchtvaartmaatschappijen zoals de KLM, maar daar niet alleen, geldt nog steeds een regeling dat piloten ruim voor de AOW-leeftijd, variërend van 56 tot 60 jaar, met pensioen (moeten) gaan. Er geldt een automatisch pensioenontslag. In 2012 heeft de Hoge Raad zich opnieuw moeten buigen over wat door piloten als leeftijdsdiscriminatie wordt aangemerkt. In 2006 had de Hoge Raad dat ook al eens gedaan in soortgelijke zaken. In de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie vindt men inmiddels een uitgebreide jurisprudentie op verplicht pensioenontslag. In zijn recente arrest van 2012 volgt de Hoge Raad de lijn van de rechtspraak van het Europese Hof en komt tot de conclusie dat er weliswaar sprake is van ‘onderscheid naar leeftijd’, maar dat daarvoor een objectieve rechtvaardiging bestaat zoals door KLM en de vakbond van piloten was aangegeven. Deze uitspraak is niet alleen van belang voor deze KLM-piloten, maar gaat verder, omdat het verplichte of automatische pensioenontslag, niet alleen ‘vervroegd’ maar ook op latere leeftijd, zoals dat tegenwoordig vaker voorkomt, hier aan de orde is. In deze annotatie wordt de motivering van de Hoge Raad – en van het hof van Amsterdam in appèl – tegen het licht gehouden en geconfronteerd met de wijze waarop het Europese Hof en de hoogste gerechten in Duitsland en Frankrijk te werk gaan. Er kan gerede twijfel rijzen of de redeneringen in de Nederlandse rechtspraak wel even sound en houdbaar zijn als we in de rechtspraak van het Europese Hof en het Duitse Bundesarbeitsgericht aantreffen. De materie is weerbarstig, dat is wel duidelijk. Zij heeft vele facetten, niet in het minst uit een oogpunt van werkgelegenheidsbeleid, landelijk én lokaal of zelfs op het niveau van de onderneming. In deze annotatie worden de verschillende invalshoeken belicht om tot een oordeel te komen óf en zo ja onder welke voorwaarden een dergelijk onderscheid naar leeftijd gerechtvaardigd zou kunnen zijn en welke eisen gesteld zouden moeten worden aan de motivering ervan.


T. Jaspers
Prof. mr. A.P.C.M. Jaspers is emeritus hoogleraar Sociaal Recht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Evenredigheid in het EU-recht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2013
Trefwoorden evenredigheidsbeginsel, rechtsgrondslag, subsidiariteitsbeginsel, besluitvorming EU, rol nationale parlementen, toetsing HvJ EU
Auteurs Mr. dr. R.H. van Ooik
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage behandelt de functie die het evenredigheidsbeginsel speelt als toetsingsmaatstaf voor de instellingen van de Europese Unie wanneer zij bindende regelgeving uitvaardigen. Daartoe wordt eerst de omschrijving van dit beginsel in het Europese recht onderzocht, alsmede de verhouding van het evenredigheidsbeginsel tot de nauw verwante beginselen van toedeling van bevoegdheden en subsidiariteit. Daarna gaat het om de vraag wie, tijdens het totstandkomingproces van EU-regelgeving, invloed hebben op de beslissing of EU-regelgeving ‘evenredig’ is. Vervolgens wordt uitvoerig gekeken naar de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU over toetsing van Europese regelgeving aan het evenredigheidsbeginsel. Daarna kunnen conclusies worden getrokken over de van die rechtspraak uitgaande normerende werking op de besluitvormende EU-instellingen.


Mr. dr. R.H. van Ooik
Mr. dr. R.H. van Ooik is universitair hoofddocent Europees recht aan de Universiteit van Amsterdam. r.h.vanooik@uva.nl
Artikel

Illegaal verblijvende moslimmigranten in jihadistische samenwerkingsverbanden

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2013
Trefwoorden jihadi Salafism, terrorism, radicalization, irregular immigrants, survival crime
Auteurs Drs. Jasper de Bie, Dr. Christianne de Poot en Prof. dr. Joanne van der Leun
SamenvattingAuteursinformatie

    Irregular immigrants were disproportionally present in jihadi movements in the Netherlands between 2001 and 2005. By analyzing closed police files and interviewing imams and personnel from Asylum Seeker Centers and Detention Centers, this paper claims that the attractiveness of jihadi movements can be explained by a combination of pragmatic and ideological factors. Jihadi movements are able to fulfil the needs of the irregular immigrants in a pragmatic way, in which crime is an important feature. In addition, the results show that irregular immigrants are searching for meaning, which the jihadi movements can offer. Nonetheless, the salafi-jihadi ideology does not seem to be the core factor to most of the illegally residing immigrants that expresses the attractiveness of the jihadi movements.


Drs. Jasper de Bie
Drs. J.L. de Bie is werkzaam als promovendus bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het ministerie van Veiligheid en Justitie (WODC) en bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.

Dr. Christianne de Poot
Dr. C.J. de Poot is waarnemend hoofd van de sectie rechtshandhaving van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het ministerie van Veiligheid en Justitie (WODC) en tevens lector Forensisch Onderzoek aan de Hogeschool van Amsterdam en aan de Politieacademie.

Prof. dr. Joanne van der Leun
Prof. dr. J.P. van der Leun is als hoogleraar criminologie verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Artikel

‘Als Allah mij kiest’

Rechtvaardigingen voor martelaarschap en geweld op Facebook

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2013
Trefwoorden radicalisation, young Muslims, jihadists, martyrdom, internet, violence
Auteurs Dr. Marion van San
SamenvattingAuteursinformatie

    For the past few weeks, young Muslims from Belgium and the Netherlands leaving for Syria to join the armed struggle against the Assad regime have been dominating the local news. This is especially remarkable in light of the fact that it would appear that, until very recently, jihadists from Belgium and the Netherlands were far and few between. The armed struggle is a topic that is widely discussed among young Muslims on social media such as Facebook. During the research on which this article is based, we conducted an analysis of conversations between young Muslims on Facebook and held interviews with a number of them. The key question was: why is it that so many young people use social media to profess their willingness to sacrifice their lives in armed struggle while at the same time most of them are not prepared to put action to their words? Despite all the media reports, the fact remains that of the large number of young Muslims who are potentially ready to go into battle, the vast majority prefer to stay at home for the time being. When we confronted the participants in these discussions with this inconsistency, they offered a number of reasons and considerations as to why martyrdom was not yet granted to them. The way in which these considerations shape their lives and the role played by their religious convictions form the subject of this article.


Dr. Marion van San
Dr. M. van San is wetenschappelijk docent aan de faculteit der Sociale Wetenschappen van de Erasmus Universiteit Rotterdam en senior onderzoeker aan het Risbo (EUR).
Artikel

Informele huwelijken in Nederland: in het echt verbonden?

Een kritische reflectie op een vermeend veiligheidsrisico

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2013
Trefwoorden informal marriages, radicalization, religion
Auteurs Prof. dr. Joanne van der Leun en Avalon Leupen MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Dutch law solely recognizes civil marriage. According to law, religious marriages can only take place after these civil marriages. Over the last years there have been several indications of rising numbers of ‘informal marriages’ which conflict with the law. These informal marriages were presupposed to take place primarily in Muslim circles. Amongst politicians and media the worries were expressed that these marriages pointed to an aversion with regard to the state of law and to radicalization of the young people involved. They were also seen as a risk to the security of society. In this explorative study we did not find any evidence for this securitisation link.


Prof. dr. Joanne van der Leun
Prof. dr. J.P. van der Leun is als hoogleraar criminologie verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.

Avalon Leupen MSc
A.J. Leupen, MSc. is docent criminologie aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.

Prof. dr. Joanne van der Leun
Prof. dr. J.P. van der Leun is hoogleraar criminologie aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

Verbindende regels

Kansen voor meer samenhang binnen het omgevingsrecht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2012
Trefwoorden Omgevingswet, omgevingsrecht, integratie, stroomlijning, deregulering
Auteurs Mr. H.W. de Vos
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel gaat over de mogelijkheden die de nieuwe Omgevingswet biedt om uiteenlopende regels binnen het bestaande omgevingsrecht met elkaar te verbinden. Het vergroten van de inzichtelijkheid, de voorspelbaarheid en het gebruiksgemak van het omgevingsrecht is een belangrijk doel van de wetgevingsoperatie. In dit artikel staat het ontwerpproces centraal. Wat is het vertrekpunt van de nieuwe regelgeving, welke regels kunnen gestroomlijnd worden, hoe ontstaat er meer samenhang in het begrippenkader, de juridische instrumenten en de wijze van normstelling? Daarmee wordt tevens inzicht geboden in de vele keuzes die zullen moeten worden gemaakt binnen het ontwerpproces van de nieuwe regelgeving.


Mr. H.W. de Vos
Mr. H.W. de Vos is werkzaam bij de hoofddirectie bestuurlijke en juridische zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu en is betrokken bij de totstandkoming van de Omgevingswet. wilco.de.vos@minienm.nl
Redactioneel

Boevenbiografieën

Een inleiding op dit themanummer

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 3 2012
Trefwoorden biography, convict criminology, narrative method, disqualified knowledge
Auteurs Frank van Gemert en René van Swaaningen
SamenvattingAuteursinformatie

    Biographies of ‘criminals’ are an immensely popular genre. As ‘true crime’ stories they are generally found on the shelves of fiction literature. In this article the authors examine their cultural criminological significance. First, they examine what makes a ‘good’ biography, analyse how biographical material is used in the work of people like Robert Park and his Chicago School, Michel Foucault and Pierre Bourdieu and indeed historians. Then the authors list different traditions of criminal biographies. They conclude by arguing that ‘good biographies’, i.e. biographies that are both sufficiently emic and offer enough context information, have a lot to offer, because they show ‘the other side’ of criminology, provide information that cannot be obtained through strictly scientific methods and counter the reductionist images prevailing in the discipline.


Frank van Gemert
Dr. Frank van Gemert is als universitair docent verbonden aan de sectie criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam. E-mail: f.vangemert@rechten.vu.nl.

René van Swaaningen
Prof. dr. René van Swaaningen is hoogleraar internationale en comparatieve criminologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, directeur van de Erasmus Graduate School of Law en voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Criminologie (NVK). E-mail: vanswaaningen@law.eur.nl.

Fiore Geelhoed
Dr. Fiore Geelhoed is docent bij de sectie criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam. E-mail: f.geelhoed@vu.nl.
Artikel

Oostenrijks sectoraal rijverbod: de weg door het Inntal voert langs Brussel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2012
Trefwoorden sectoraal rijverbod, vrij verkeer van goederen, rechtvaardiging, geschiktheid, bewijsvereisten
Auteurs Mr. K. Sevinga
SamenvattingAuteursinformatie

    Opnieuw kan een maatregel van Oostenrijk met het oog op de verbetering van de luchtkwaliteit in het dal van de Inn de toets aan de evenredigheid niet doorstaan. Oostenrijk mag door de Commissie aangedragen alternatieve maatregelen slechts dan afwijzen, wanneer het kan aantonen dat die maatregelen ongeschikt zijn om het nagestreefde doel op het vrij verkeer van goederen minder beperkende wijze te bereiken.


Mr. K. Sevinga
Mr. K. Sevinga is werkzaam bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.
Artikel

Waarom het IAK het keurmerk ‘IA’ (nog) niet mag voeren

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2012
Trefwoorden wetgevingsbeleid, Integraal afwegingskader voor beleid en regelgeving, impact assessment, effectbeoordeling
Auteurs Mr. dr. A.C.M. Meuwese
SamenvattingAuteursinformatie

    Het pas geïntroduceerde Integraal afwegingskader voor beleid en regelgeving (IAK) wordt wel gepresenteerd als de ‘Nederlandse impact assessment (IA)’ en deelt ook enkele ambities met IA-systemen zoals die in veel landen en ook in de Europese Unie bestaan. Het IAK blijkt echter op een aantal cruciale punten af te wijken van de normen die veelal, bijvoorbeeld binnen de Europese Commissie, gelden voor IA. Hoewel de afwijkingen deels verklaarbaar zijn vanuit het Nederlandse politieke systeem, is de bedoeling van IA-achtige instrumenten zoals IAK nu juist, zo betoogt de bijdrage, om dit systeem op een aantal punten te doorbreken.


Mr. dr. A.C.M. Meuwese
Mr. dr. A.C.M. Meuwese is universitair hoofddocent bij het departement Public Law, Jurisprudence & Legal History van Tilburg Law School. anne.meuwese@uvt.nl
Toont 41 - 60 van 126 gevonden teksten
1 3 5 6 7
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.