Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 263 artikelen

x
Artikel

Met schenken bespaar je geld (?)

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2019
Trefwoorden rechtsgronden schenkbelasting en erfbelasting, vrijstellingen schenkbelasting, tarieven schenkbelasting, eigen woning, eigenwoningschenking
Auteurs Mr. dr. K.M.L.L. van de Ven
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage besteedt de auteur aandacht aan de relatie tussen de schenk- en erfbelasting.


Mr. dr. K.M.L.L. van de Ven
Mw. Mr. dr. K.M.L.L. van de Ven is docent belastingrecht aan de Universiteit Maastricht en tevens werkzaam bij Athena Advies en Praktijk.
Annotatie

Marktafbakening, toch (g)een doel op zich?

CBb 23 april 2019, ECLI:NL:CBB:2019:150 en ECLI:NL:CBB:2019:151 (contractueel taxivervoer)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2019
Auteurs Rob Gehring
Auteursinformatie

Rob Gehring
Mr. drs. R.G.J. Gehring is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.
Jurisprudentie en wetgeving

Molla Sali vs Griekenland: het Europees Hof voor de Rechten van de Mens inzake sharia in Europa

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Sharia in Europa, religieus familierecht, legal pluralism, interpersoonlijk recht, interreligieus recht
Auteurs Prof. dr. mr. Maurits Berger
SamenvattingAuteursinformatie

    The decision of the Court that Muslims from the Greek province of West Thrace can choose in matters of family law between civil or Islamic law, is not surprising. However, much can be said about the way in which the Court came to that conclusion. Because in doing so it uses principles and considerations that show a lack of insight in the status and functioning of a unique legal system, namely that of interpersonal law, or the coexistence on equal basis of several family laws. Similarly, the Court seems biased towards Islamic family law, which it consistently refers to as ‘sharia’. A critical discussion of this judgment is therefore appropriate.


Prof. dr. mr. Maurits Berger
Prof. dr. mr. M.S. Berger is hoogleraar Islam en het Westen aan de Universiteit Leiden en directeur van de Leiden Islam Academie. Tevens is hij senior research associate aan Instituut Clingendael, lid van de Adviesraad Internationale Vraagstukken van het ministerie van Buitenlandse Zaken, en hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.
Artikel

Access_open Broken rules, ruined lives

Een verkenning van de normativiteit van de onrechtservaring

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2019
Trefwoorden onrecht, Slachtofferrechten, Benjamin, Shklar
Auteurs Nanda Oudejans en Antony Pemberton
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoewel de rechtspositie van slachtoffers de afgelopen decennia verstevigd lijkt, blijft de relatie tussen slachtoffer en strafrecht ongemakkelijk. Rechtswetenschappers tonen zich bezorgd dat de toenemende aandacht voor de belangen van slachtoffers uitmondt in ‘geïnstitutionaliseerde wreedheid.’ Deze zorg wordt echter gevoed door een verkeerd begrip van slachtofferschap en heeft slecht begrepen wat het slachtoffer nu eigenlijk van het recht verlangt. Deze bijdrage probeert de vraag van het slachtoffer aan het recht tot begrip te brengen. Wij zullen de onrechtservaring van het slachtoffer conceptualiseren als een ontologisch alleen en verlaten zijn van het slachtoffer. Het aanknopingspunt om de relatie tussen slachtoffer en recht opnieuw te denken zoeken wij in deze verlatenheid. De kern van het betoog is dat het slachtoffer (mede) in het recht beschutting zoekt tegen deze verlatenheid, maar ook altijd onvermijdelijk tegen de grenzen van het recht aanloopt. Van een rechtssysteem dat zich volledig uitlevert aan de noden van slachtoffers kan dan ook geen sprake zijn. Integendeel, het recht moet zijn belang voor slachtoffers deels zien in de onderkenning van zijn eigen beperkingen om onrecht te keren, in plaats van de onrechtservaring van het slachtoffer weg te moffelen, te koloniseren of ridiculiseren.


Nanda Oudejans
Nanda Oudejans is universitair docent rechtsfilosofie aan de Universiteit Utrecht.

Antony Pemberton
Antony Pemberton is hoogleraar victimologie aan Tilburg University.
Artikel

Access_open De tijd van gewortelde vreemdelingen

Een filosofische analyse van tijd en worteling als grond voor verblijfsaanspraken van vreemdelingen

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2019
Trefwoorden migratierecht, vreemdelingen, tijd, identiteit, vanzelfsprekend worden
Auteurs Martijn Stronks
Samenvatting

    In dit artikel wordt langs wijsgerige weg de verhouding tussen tijd, identiteit en het verlenen van (sterkere) verblijfsaanspraken aan migranten onderzocht en verhelderd door een nieuwe betekenis van de term worteling voor te stellen. Want wat is worteling nu eigenlijk? Het is de relatie tussen menselijke tijd, worteling en het migratierecht die in dit artikel filosofisch wordt uitgediept. Dit om te verklaren waarom we in het migratierecht vreemdelingen in het algemeen na verloop van tijd sterkere aanspraken verlenen. In dit artikel wordt betoogd dat het verblijf van vreemdelingen op het grondgebied ervoor zorgt dat hun leven aldaar na verloop van tijd een vanzelfsprekend onderdeel uitmaakt van hun identiteit, en van het leven van anderen. Het is dit vanzelfsprekend worden van mensen door de tijd dat de grond is voor het bestaan van formele tijdscriteria voor insluiting in het migratierecht.


Martijn Stronks
Artikel

De moeder als facilitator van intergenerationele overdracht binnen de georganiseerde misdaad

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2019
Trefwoorden organized crime, intergenerational continuity, discontinuity, mother, parenting
Auteurs Meintje van Dijk Msc, Prof. dr. Edward Kleemans en Dr. Veroni Eichelsheim
SamenvattingAuteursinformatie

    Previous research on intergenerational continuity of crime is primarily focused on transmission from fathers to children. In this article, we aim to give insight in the role of mothers in (the prevention of) continuity of organized crime. The results of our explorative study on 25 organized crime offenders based in Amsterdam and their partners and children, show that parenting skills and norms and values of mother seem to have an important role in both the intergenerational continuity of organized crime and the prevention of the transmission.


Meintje van Dijk Msc
A.M.M. van Dijk MSc is promovenda bij de Vrije Universiteit Amsterdam en het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Prof. dr. Edward Kleemans
Prof. dr. E.R. Kleemans is hoogleraar zware criminaliteit en rechtshandhaving aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Dr. Veroni Eichelsheim
Dr. V.I. Eichelsheim is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).
Vrij verkeer

Een overwinning voor vrijverkeersrechten van regenboogfamilies in Europa: het langverwachte Coman-arrest

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2019
Trefwoorden vrij verkeer van Unieburgers, artikel 21 VWEU, koppels van hetzelfde geslacht, Burgerschapsrichtlijn 2004/38/EG, recht op familieleven (art. 7 Handvest)
Auteurs H.H.C. Kroeze LL.M. en B. Safradin LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    In Coman heeft het Hof van Justitie voor het eerst uitspraak gedaan over het recht op gezinshereniging van een EU-burger met zijn partner van hetzelfde geslacht op basis van de Burgerschapsrichtlijn (Richtlijn 2004/38/EG). De vraag van de verwijzende Roemeense rechter heeft betrekking op de kwestie of een derdelander die gehuwd is met een EU-burger van hetzelfde geslacht als ‘echtgenoot’ van een Unieburger in de zin van het EU-recht aangemerkt kan en moet worden. Het Hof van Justitie beantwoordt die vraag bevestigend. Het arrest Coman is een overwinning voor de LHBTI-gemeenschap, omdat het Hof van Justitie met dit arrest lidstaten verplicht de burgerlijke staat van getrouwde homoseksuele koppels te erkennen voor wat betreft de uitoefening van de vrijverkeersrechten. Deze annotatie bespreekt zowel de implicaties als de beperkingen van het arrest. Het is bijvoorbeeld nog onduidelijk hoe ver de gelijke behandeling van koppels van hetzelfde geslacht strekt en of zij via het EU-recht ook toegang kunnen krijgen tot andere rechten die aan het huwelijk gekoppeld zijn, zoals socialezekerheidsrechten. Daarnaast legt het arrest de kwestie van omgekeerde discriminatie opnieuw bloot.
    HvJ 5 juni 2018, zaak C-676/16, Relu Adrian Coman e.a./Inspectoratul General pentru Imigrari, Ministerul Afacerilor Interne, ECLI:EU:C:2018:385.


H.H.C. Kroeze LL.M.
H.H.C. (Hester) Kroeze LL.M. is promovenda in het Europees recht aan de Universiteit van Gent.

B. Safradin LL.M.
B. (Barbara) Safradin LL.M. is junior onderzoeker verbonden aan het ETHOS-project en docente Europees recht aan de Universiteit van Utrecht.

Tom Ottervanger
Prof. mr. T.R. Ottervanger is hoogleraar mededingingsrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Patronen in regelovertreding in de chemische industrie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2018
Trefwoorden corporate crime, compliance, longitudinal, life course, criminal career
Auteurs Dr. Marieke Kluin MSc., Prof. dr. mr. Arjan Blokland, Prof. mr. Wim Huisman e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Unlike criminal career research into the criminal behavior of natural persons, longitudinal research into rule violations by corporations is still scant. The few available studies are mostly limited to US corporations, and suffer from either a small sample size or a short follow-up period, limiting the generalizability of their findings. The present study uses longitudinal data on rule violating behavior of 494 Dutch chemical corporations derived from yearly inspections (N=4.367) of the relevant safety and environmental agencies between 2006 and 2017. The study aims to gain insight in the patterning of rule violations by Dutch chemical corporations, and the extent to which these patterns are associated with sector and corporate characteristics. The results show that rule violation is common among Dutch chemical corporations. A small minority of chronically violating corporations however, is responsible for a disproportional share of all observed rule violations. Using group-based trajectory modelling (GBTM) we distinguish several longitudinal patterns of rule violations in our data. Available sector and corporation characteristics are only weakly associated with the patterns of rule violations identified.


Dr. Marieke Kluin MSc.
Dr. M.H.A. Kluin is als universitair docent Criminologie verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Prof. dr. mr. Arjan Blokland
Prof. dr. mr. A.A.J. Blokland is als bijzonder hoogleraar Criminology & Criminal Justice verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden en als senior onderzoeker verbonden aan het NSCR.

Prof. mr. Wim Huisman
Prof. mr. W. Huisman is als hoogleraar criminologie verbonden aan de afdeling Strafrecht & Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Dr. Marlijn Peeters
Dr. M.P. Peeters is als universitair docent Criminologie verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Ellen Wiering MSc
E. Wiering, MSc is als junior onderzoeker verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Steven Jaspers MSc
S.J. Jaspers, MSc studeerde criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

De enige shariarechtbank in Europa

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2018
Trefwoorden sharia in Europe, sharia courts in Greece
Auteurs Prof. dr. mr. Maurits S. Berger
SamenvattingAuteursinformatie

    When we consider a ‘court’ a judicial institution recognized by the state that renders judgment based on law recognized by the state, then the only ‘sharia courts’ to be found in Europe are located in the eastern province of Greece. Their jurisdiction is limited to Islamic family law, but a recent case before the European Court of Human Rights has rekindled the discussion on the scope of this jurisdiction, and opened the discussion on the desirability of such courts in a European country. This article presents an analysis of this discussion, based on literature study and fieldwork in the region.


Prof. dr. mr. Maurits S. Berger
Prof. dr. mr. M.S. Berger is hoogleraar Islam en het Westen aan de Universiteit Leiden en directeur van de Leiden Islam Academie. Tevens is hij senior research associate aan Instituut Clingendael, lid van de Adviesraad Internationale Vraagstukken van het ministerie van Buitenlandse Zaken, en hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid.
In Memoriam

In memoriam John Griffiths (1940-2017)

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2018
Auteurs Keebet von Benda-Beckmann en Heleen Weyers
Auteursinformatie

Keebet von Benda-Beckmann
Keebet von Benda-Beckmann studeerde rechten aan de Universiteit van Amsterdam en promoveerde in 1984 in Nijmegen op een proefschrift over geschillenbeslechting in West Sumatra. Zij doceerde rechtssociologie en rechtsantropologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en was van 2000 tot 2012 samen met Franz von Benda-Beckmann hoofd van de Projectgroep Rechtspluralisme aan het Max Planck Institute for Social Anthropology in Halle, Duitsland. Zij is honorair hoogleraar aan de Martin Luther Universiteit Halle/Wittenberg. Zij deed voorts onderzoek naar sociale zekerheid op Ambon, en leidde een onderzoeksproject naar rechten op water in India en Nepal. Haar laatste empirische onderzoek betrof de gevolgen van het Indonesische decentralisatie beleid voor de verhouding tussen statelijk recht, adatrecht, en Islamitisch recht in West Sumatra.

Heleen Weyers
Heleen Weyers studeerde filosofie en geschiedenis en startte in 1995 haar promotietraject bij John Griffiths. Dat resulteerde in het boek Euthanasie: het proces van rechtsverandering (2002) en een aanstelling als universitair docent bij de Vakgroep Rechtstheorie van de Rijksuniversiteit Groningen. Samen met John (en anderen) schreef/redigeerde ze Euthanasia and Law in the Netherlands (1998) en Euthanasia and Law in Europe (2008) en verzorgde ze de vierde editie van het leerboek De sociale werking van recht. Een kennismaking met de rechtssociologie en rechtsantropologie (2005). Zij heeft zich sedert 2002 niet alleen beziggehouden met de totstandkoming van wetgeving maar ook met de relatie tussen de totstandkoming en de effectiviteit van rechtsregels.

Kees Schuyt
Kees Schuyt (1943) was van 1974 tot 1980 collega van John Griffith als hoogleraar in de rechtssociologie. Promoveerde na zijn studie sociologie en Nederlands recht op het rechtssociologische proefschrift Recht, Orde en Burgerlijke ongehoorzaamheid (1972) te Leiden. Werd vervolgens benoemd als lector (1972) en vervolgens hoogleraar (1974) rechtssociologie te Nijmegen. Bekleedde nadien de leerstoel in de empirische sociologie te Leiden (1980 – 1990). Na de opheffing van de sociologie-opleiding in Leiden werd hij in 1991 benoemd in Amsterdam voor het vak sociologie van beleid. Hij ging in 2007 met emeritaat. Was onder meer lid van de WRR en werd in 1991 benoemd tot gewoon lid van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen. Hij bekleedde de Cleveringa-wisselleerstoel aan de Universiteit Leiden (2006-2007). Hij beëindigde zijn loopbaan als lid van de Raad van State (2005- 2013). Gedurende zijn loopbaan verschenen tal van rechtssociologische publicaties; daaruit hieronder een selectie. Rechtssociologie, een tereinverkenning (1971), Rechtvaardigheid en effectiviteit in de verdeling van levenskansen (1973), De weg naar het recht (met K. Groenendijk en B. Sloot, 1976); Een beroep op de rechter (met A. Jettinghoff en F. Zwart, 1978); Ongeregeld Heden, (1982), Recht en samenleving (1983); De plaats van de Hoge Raad in de Nederlandse samenleving (1988); The Rise of Lawyers in the Dutch Welfare State (1988), Cultures of Unemployment (met G. Engbersen en J. Timmer 1993); Publiek recht in de multiculturele samenleving, pre-advies voor de Nederlandse Juristen Vereniging (2008); Daarnaast publiceerde hij op het gebied van de (geschiedenis van de) verzorgingsstaat en over de filosofie van de sociale wetenschappen. Hij schreef sociologische biografieën van de Nederlandse juristen Willem Nagel (2010) en R.P. Cleveringa (verschijnt januari 2019).
Artikel

Access_open Crimes Against Humanity and Hostes Generis Humani

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 2 2018
Trefwoorden hostis generis humani, Luban, crimes against humanity, political community, international criminal law
Auteurs Antony Duff
SamenvattingAuteursinformatie

    In ‘The Enemy of All Humanity’, David Luban provides an insightful and plausible account of the idea of the hostis generis humani (one that shows that the hostis need not be understood to be an outlaw), and of the distinctive character of the crimes against humanity that the hostis commits. However, I argue in this paper, his suggestion that the hostis is answerable to a moral community of humanity (in whose name the ICC must thus claim to speak) is not tenable. Once we recognize the intimate connection between criminal law and political community, we can see that the hostis should answer to the local, domestic political community in and against which he commits his crimes; and that the proper role of the International Criminal Court, acting in the name of the community of nations, is to provide a second-best substitute for such answering when the local polity cannot or will not hold him to account.


Antony Duff
Antony Duff is Professor Emeritus at the University of Stirling.
Artikel

Hoge Raad gooit wettelijke limiet overboord

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2018
Trefwoorden vervoerrecht, personenvervoer, aansprakelijkheidslimiet, redelijkheid en billijkheid, toetsing
Auteurs Mr. J.J. Kappert
SamenvattingAuteursinformatie

    De aansprakelijkheid van de vervoerder voor letsel van passagiers is wettelijk beperkt. Kan de redelijkheid en billijkheid in de weg staan aan een beroep op de aansprakelijkheidslimiet? Mag een rechter de limiet wel toetsen? Deze vragen staan centraal in een wonderbaarlijk arrest van 18 mei 2018.


Mr. J.J. Kappert
Mr. J.J. Kappert is werkzaam als advocaat bij Kappert Legal te Amersfoort.

Edwin Bleichrodt
Mr. F.W. (Edwin) Bleichrodt is Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden en hoogleraar straf- en strafprocesrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Access_open Wetgeving en de toets der kritiek

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2018
Trefwoorden regeldruk, tegenspraak, procedurele toets, koppeling ex-ante- en ex-postevaluatie
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    De ex-antewetgevingstoetsing heeft sinds 1990 onder invloed van met name het streven naar vermindering en vereenvoudiging van regelgeving een hoge vlucht genomen. Het lijkt er echter op dat juist op het punt van deregulering en alternatieven voor wetgeving de meerwaarde ervan de afgelopen decennia beperkt is gebleven, mede omdat het toetsingsproces te veel gericht is op het vinden van consensus in plaats van het organiseren van kritiek en tegenspraak. Deze bijdrage stelt voor om een andere weg in te slaan, waarin meer nadruk ligt op procedurevoorschriften, afstandelijker toetsing en een meer systematische koppeling van ex-ante- en ex-postevaluatie.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. (Rob) van Gestel is hoogleraar Regulering en Juridische methoden en technieken aan de Tilburg Law School.
Overheidsaanbestedingen

Tirkkonen: besluiteloosheid wordt beloond?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2018
Trefwoorden aanbesteding, raamovereenkomsten, uitzonderingen op aanbestedingsplicht
Auteurs Mr. B. Nijhof
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie oordeelt dat Aanbestedingsrichtlijn 2004/18/EG geen toepassing vindt bij een systeem waar potentiële opdrachtnemers slechts hoeven te voldoen aan toelatingseisen, zonder dat de aanbestedende dienst uiteindelijk een keuze maakt voor specifieke opdrachtnemers op basis van onderscheidende criteria. Daarbij is het irrelevant dat dat systeem niet ‘open house’ is.
    HvJ 1 maart 2018, zaak C-9/17, Maria Tirkkonen/Maaseutuvirasto, ECLI:EU:C:2018:142


Mr. B. Nijhof
Mr. B. (Bram) Nijhof is advocaat bij Taylor Wessing te Eindhoven.
Artikel

Motivering door de Nederlandse cassatierechter

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2018
Trefwoorden cassatie, motivering, Hoge Raad, rechtsontwikkeling
Auteurs Mr. drs. B.T.M. van der Wiel
SamenvattingAuteursinformatie

    Ook uitspraken van de Hoge Raad dienen zodanig te worden gemotiveerd dat de beslissing zowel voor partijen als voor derden controleerbaar en aanvaardbaar is. Bezien wordt hoe de Hoge Raad invulling geeft aan deze eisen, met name in het licht van zijn rechtsontwikkelingsfunctie.


Mr. drs. B.T.M. van der Wiel
Mr. drs. B.T.M. van der Wiel is advocaat bij Houthoff te Amsterdam en redacteur van TCR. De auteur dankt mr. drs. E.M. Hoogervorst (professional support lawyer bij Houthoff) en H. Kleijn (student aan de Universiteit van Amsterdam) voor hun ondersteuning.
Artikel

Access_open Experimentenwet: carte blanche verdient nadere overweging

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Experimenteren, Fundamentele beginselen van procesrecht, Innovatie, Artikel 86 Rv
Auteurs Mr. P. Ingelse
SamenvattingAuteursinformatie

    Tot 1 juni lag een wetsvoorstel Experimentenwet rechtspleging ter consultatie voor. Volgens dit voorstel krijgt de regering met het oog op innovatie van de rechtspraak voor onbepaalde tijd de bevoegdheid om bij AMvB te experimenteren met het Nederlands burgerlijk procesrecht. Concreet wordt onder meer gedacht aan experimenten met een eenvoudige procedure voor het MKB, met een deskundige lekenrechter naast de gewone rechter en met een harmonieuze alternatieve echtscheidingsprocedure. De experimenten moeten blijven binnen de grenzen van EU-recht, verdragen en de fundamentele beginselen van procesrecht, maar verder is de bevoegdheid vrijwel ongeclausuleerd.
    Het is de vraag of deze bevoegdheid strookt met (de strekking van) de Grondwet en past binnen de staatrechtelijke verhoudingen. De bevoegdheid is hoe dan ook te ruim doordat het experimenten mogelijk maakt en ook daadwerkelijk beoogt die de verwezenlijking van burgerlijke rechten en verplichtingen – tegen de wil van (een van) partijen – kan aantasten.
    De wetgever moet zich driemaal bedenken voordat hij een dergelijke twijfelachtige en grotendeels onnodige carte blanche in handen van de AMvB-regelgever speelt.
    Dat neemt niet weg dat de rechtspraak er zeker naar moet streven de civiele procedure eenvoudiger, sneller, flexibeler en effectiever te maken, waar nodig en aanvaardbaar met experimenten. Nog lang niet alle inventiviteit en creativiteit is uitgeput. Die experimenten hebben echter alleen zin, indien de financiële middelen worden verschaft om de consequenties te trekken uit een geslaagd experiment.


Mr. P. Ingelse
Mr. P. Ingelse is mediator/arbiter bij ReulingSchutte te Amsterdam. Tot begin 2015 was hij lid van het Gerechtshof Amsterdam, laatstelijk als voorzitter van de Ondernemingskamer.
Artikel

Een bijzondere groep daders: vrouwelijke langgestraften na afloop van de Tweede Wereldoorlog in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2018
Trefwoorden female, perpetrators, World War II, empirical study, criminal career
Auteurs Drs. Jantien Stuifbergen MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Early literature on female perpetrators of World War II focused on labelling the accused as deranged psychopaths, thereby distinguishing the group of perpetrators from the vast subdued and ‘normal’ population. While this perception has changed over the past decades, the perception of female perpetrators has remained limited either way, women are denied having a lot of agency when perpetrating crimes in conflict. Similar to the ‘mad Nazi’-theory these narratives imply that female perpetrators are different from ‘ordinary’ women, as their actions collide with notions of ideal femininity. This empirical research has shown that in the case of female perpetrators of World War II in the Netherlands it seems that they can be seen as ordinary women operating in extraordinary circumstances. In this study, a special group of female war criminals is described. Against the background of early post-war imaging of such women and more recent research on female perpetration during wartime, an analysis of Dutch perpetrators who received severe punishments after the War, is made. Based on unique historical data, the criminal career of these women as World War II perpetrators is analysed. The outcomes show that a notable part already had a criminal record before the war and that the perception of who they were and why they acted the way they did needs reconsideration, since they were not psychologically weak and incompetent. They were generally young, unemployed and low educated and they planned and committed their crimes of treasons in order to create better living conditions for themselves. In fact, one can claim that these women are likely to be ordinary people influenced by dispositional and situational factors.


Drs. Jantien Stuifbergen MSc
Drs. J.A.M. Stuifbergen, MSc is programmacoördinator van de Master International Crimes, Conflict and Criminology en promovenda bij de sectie Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam,
Toont 41 - 60 van 263 gevonden teksten
1 3 5 6 7 8 9 13 14
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.