Zoekresultaat: 138 artikelen

x
Artikel

Turboliquidatie: wat is een bate van de rechtspersoon in de zin van artikel 2:19 lid 4 BW?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7 2016
Trefwoorden turboliquidatie, artikel 2:19 lid 4 BW, turbogeliquideerde rechtspersoon
Auteurs Mr. H.J. de Kloe
SamenvattingAuteursinformatie

    Als het faillissement van een turbogeliquideerde rechtspersoon wordt aangevraagd, is het regelmatig van belang of de artikel 2:248 BW-vordering, de paulianavordering en de Peeters/Gatzen-vordering baten zijn van de rechtspersoon in de zin van artikel 2:19 lid 4 BW. Deze vraag wordt behandeld en er worden alternatieven aangereikt voor schuldeisers van een turbogeliquideerde rechtspersoon.


Mr. H.J. de Kloe
Mr. H.J. de Kloe is wetenschappelijk docent ondernemingsrecht en faillissementsrecht bij de sectie Handels- en Ondernemingsrecht & Financieel Recht van de Erasmus School of Law te Rotterdam.

Mr. J. de Boer
Mr. J. de Boer is lid van het Gemeenschappelijk Hof.
Artikel

Dansk Industri: nadere afbakening grenzen aan richtlijnconforme interpretatie en horizontale werking algemeen Unierechtelijk beginsel?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 7 2016
Trefwoorden verbod van discriminatie op grond van leeftijd, richtlijnconforme interpretatie, verplichting onverenigbare nationale bepaling buiten toepassing te laten, rechtszekerheidsbeginsel, beginsel van bescherming van het gewettigd vertrouwen
Auteurs Mr. S.W. Haket
SamenvattingAuteursinformatie

    In het arrest Dansk Industri oordeelt het Hof van Justitie dat het de nationale rechter niet is toegestaan enkel op basis van vaste rechtspraak de mogelijkheid van een richtlijnconforme interpretatie van een nationale bepaling af te wijzen. Indien de nationale bepaling desondanks niet richtlijnconform kan worden geïnterpreteerd, dient zij buiten toepassing te worden gelaten voor zover zij onverenigbaar is met het algemene verbod van discriminatie op grond van leeftijd. Het rechtszekerheidsbeginsel doet hier niet aan af.
    HvJ 19 april 2016, zaak C-441/14, Dansk Industri (DI)/Nalatenschap van Karsten Eigil Rasmussen, ECLI:EU:C:2016:278


Mr. S.W. Haket
Mr. S.W. (Sim) Haket LLM is als promovendus verbonden aan het Montaigne Centrum voor Rechtspleging en Conflictoplossing van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Kroniek Insolventierecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 7 2016
Auteurs Jaap van der Meer, Floris Dix, Suzan Winkels-Koerselman e.a.

Jaap van der Meer

Floris Dix

Suzan Winkels-Koerselman

Aubrey Klerks-Valks

Muriëlle van der Plas

Inge Beulen

Jacklien Quirijnen

Arjen van Haandel
Discussie

Naschrift

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2016
Auteurs Mr. M.R.C. van Zoest
Auteursinformatie

Mr. M.R.C. van Zoest
Mr. M.R.C. van Zoest is advocaat bij CORP. advocaten te Amsterdam

Mr. M.C. Schepel
Mr. M.C. Schepel is advocaat bij Steins Bisschop & Schepel te Den Haag.
Artikel

Kroniek Vennootschapsrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 4 2016
Auteurs Bas Visée en Rik Analbers

Bas Visée

Rik Analbers
Praktijk

(Beëindiging van) 403-aansprakelijkheid

De stand van zaken anno 2016

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2016
Trefwoorden 403-aansprakelijkheid, 403-verklaring, hoofdelijke aansprakelijkheid
Auteurs Mr. M.R.C. van Zoest
SamenvattingAuteursinformatie

    In de afgelopen jaren en maanden is over 403-aansprakelijkheid veel discussie geweest. Deze bijdrage beoogt aan de hand van min of meer recente rechtspraak een overzicht te geven van de stand van zaken anno 2016 ten aanzien van een aanzienlijk aantal deelonderwerpen inzake 403-aansprakelijkheid. Enkele deelonderwerpen zijn inmiddels dankzij rechtspraak duidelijk geworden, maar zeker niet alle. Ten aanzien van de nog steeds onduidelijke deelonderwerpen is inmiddels ingrijpen van de wetgever geboden.


Mr. M.R.C. van Zoest
Mr. M.R.C. van Zoest is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Praktijk

De internationale koop van een hijskraan: over rente en voordeelstoerekening

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Weens Koopverdrag, voordeelstoerekening, Koop, Ontbinding, Rente
Auteurs Mr. Drs. J.H.M. Spanjaard
Auteursinformatie

Mr. Drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Artikel

De jaarrekeningplicht van een ontbonden rechtspersoon – een nadere duiding (gevraagd)

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1 2016
Trefwoorden jaarrekeningplicht, liquidatieproces, vereffening, omstandigheden voor afwijking jaarrekeningplicht
Auteurs Mr. E.H. de Wit
SamenvattingAuteursinformatie

    In de literatuur is discussie over de vraag of de jaarrekeningverplichtingen van toepassing zijn voor rechtspersonen in liquidatie. In deze bijdrage bespreekt de auteur wat deze discussie feitelijk betekent voor de praktijk, en doet voorstellen tot een nadere invulling van en aanvulling op de geldende wettelijke regelingen.


Mr. E.H. de Wit
Mr. E.H. de Wit is werkzaam als Manager Corporate Legal bij PostNL te Den Haag.
Artikel

De toetsing van de hardheid van een vordering in een verzetprocedure op basis van artikel 2:404 lid 5 BW

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1 2016
Trefwoorden 403-verklaring, beëindiging overblijvende aansprakelijkheid, verzet
Auteurs Mr. J. van der Kraan
SamenvattingAuteursinformatie

    Na de intrekking van een 403-verklaring kan de overblijvende aansprakelijkheid worden beëindigd. Schuldeisers kunnen daartegen in verzet komen. Zij dienen te stellen dat zij een vordering hebben waarvan de nakoming onzeker is en om een zekerheid te verzoeken. In deze bijdrage wordt ingegaan op de onderbouwing van de gepretendeerde vorderingen.


Mr. J. van der Kraan
Mr. J. van der Kraan is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff en als promovendus verbonden aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Het informeren van crediteuren als verweer tegen Beklamel-aansprakelijkheid

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, Beklamel-norm, onbehoorlijk bestuur, onrechtmatige daad, eigen schuld
Auteurs Mr. M. Mussche
SamenvattingAuteursinformatie

    De crediteur die ten tijde van het aangaan van een verbintenis met een vennootschap de financiële situatie van zijn contractuele wederpartij kende, kan de bestuurder van de vennootschap later niet succesvol aansprakelijk stellen wegens schending van de Beklamel-norm.


Mr. M. Mussche
Mr. M. Mussche is advocaat bij Höcker Advocaten te Amsterdam.
Artikel

Vorderingen in b2c-verstekken: toetsen of toewijzen?

Ambtshalve toetsen op grond van Heesakkers/Voets, de waarheidsplicht en art. 139 Rv

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2015
Trefwoorden ambtshalve toetsing, Verstek, Consumentenrecht, oneerlijke bedingen, Waarheidsplicht
Auteurs Mr. C.J-A. Seinen en mr. A.G.F. Ancery
SamenvattingAuteursinformatie

    Ook in verstekzaken tussen een professionele eiser en een gedaagde consument zal de civiele rechter ambtshalve moeten toetsen of de vordering (deels) berust op een beding dat dwingendrechtelijke consumentenbeschermende bepalingen schendt. De auteurs schetsen het toetsingskader in het licht van art. 139 Rv. Nu verstekzaken het leeuwendeel van de civiele zaken vormen, kan de plicht tot ambtshalve toetsing tot veel extra werk, kosten en vertraging leiden. De auteurs stellen voor om in verstekzaken een op de waarheidsplicht geënt standaardformulier te gebruiken dat recht doet aan zowel de openbare belangen van consumentenbescherming, waarheidsvinding en efficiënte inzet van overheidsmiddelen als het particuliere belang van efficiënte incasso.


Mr. C.J-A. Seinen
Mr. C.J-A. Seinen is gerechtsauditeur bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad en gastonderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam

mr. A.G.F. Ancery
Mr. A.G.F. Ancery is gerechtsauditeur bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad en universitair docent burgerlijk procesrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen

    In deze kroniek worden de belangrijkste uitspraken behandeld die met betrekking tot de Zorgverzekeringswet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten zijn gedaan in de periode van 1 april 2013 t/m 1 januari 2015. Met betrekking tot de Zorgverzekeringswet worden in hoofdzaak de inhoud van de zorgverzekering en de zorgverzekeraars besproken. Wat betreft de AWBZ komen de kring der verzekerden en de aanspraken aan bod. Daarnaast wordt aandacht besteed aan uitspraken over de zorginkoop en over de afbakening tussen de Zorgverzekeringwet en de AWBZ.


Mr. H.M. den Herder
Hedwig den Herder is als advocaat werkzaam bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V. te Den Haag.

mr. C. van Balen
Chris van Balen is als advocaat werkzaam bij LEXSIGMA Healthcare te Amsterdam.
Casus

De verjaring van een 403-vordering

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2015
Trefwoorden 403-vordering, verjaring, moedervennootschap, dochtervennootschap
Auteurs J. van der Kraan
SamenvattingAuteursinformatie

    Een 403-vordering is een zelfstandige vordering, meestal op de moedervennootschap. Deze vordering onderscheidt zich van de hoofdvordering op de dochtervennootschap. Deze te onderscheiden vorderingen verjaren onafhankelijk van elkaar. Naast de vraag of deze vorderingen onafhankelijk van elkaar verjaren, rijst de vraag of deze vorderingen op verschillende tijdstippen kunnen verjaren. Op basis van verschillende gronden kan dit het geval zijn.
    Een hoofdvraag die beantwoord dient te worden om vast te stellen wanneer een 403-vordering verjaart, is wanneer een 403-vordering ontstaat. Er zijn gronden om aan te nemen dat een 403-vordering pas ontstaat nadat de schuldeiser de moedervennootschap tot nakoming heeft aangesproken.


J. van der Kraan
Mr. J. van der Kraan is advocaat bij Loyens & Loeff en buitenpromovendus aan de Universiteit Leiden.
Article

Access_open Draagmoederschap naar Belgisch en Nederlands recht

Tijdschrift Family & Law, mei 2015
Auteurs Dr. Liesbet Pluym Ph.D.
Samenvatting

    Zowel in België als in Nederland komt draagmoederschap voor. Deze bijdrage heeft tot doel om de houding van de twee buurlanden ten aanzien van dit controversiële fenomeen te onderzoeken en te vergelijken.
    De wensouders en draagmoeders ervaren meerdere juridische obstakels. Zo blijkt in beide landen de draagmoederschapsovereenkomst niet geldig en evenmin afdwingbaar te zijn. Hoewel in Nederland de mogelijkheid bestaat om het ouderlijk gezag over te dragen van draagmoeder naar wensouders, is het ook daar, net zoals in België, allesbehalve evident om de band tussen kind en wensouders juridisch te verwezenlijken. Noch de oorspronkelijke, noch de adoptieve afstamming is aan het fenomeen aangepast. Vooral voor Nederland is dit vreemd aangezien de Nederlandse wetgeving uitdrukkelijk bepaalt onder welke voorwaarden medisch begeleid draagmoederschap toegelaten is. De wet schept met andere woorden een gezondheidsrechtelijk kader, maar regelt niet de gevolgen van het draagmoederschap. In België is er daarentegen geen enkele wetgeving betreffende draagmoederschap. Dit betekent dat de onaangepaste wetgeving betreffende medisch begeleide voortplanting van toepassing is op draagmoederschap. Over deze toepassing en de gevolgen ervan bestaat evenwel onduidelijkheid. Commercialisering van draagmoederschap leidt ook tot problemen. In Nederland is professionele bemiddeling en het openbaar maken van vraag en aanbod met betrekking tot draagmoederschap strafbaar gesteld. Daarnaast kunnen de omstandigheden van een zaak waarin het kind als het ware verkocht wordt aan de wensouders zowel in België als in Nederland leiden tot andere misdrijven. Gelet op dit alles begeven sommige wensouders zich naar het buitenland om daar beroep te doen op draagmoederschap. Wensen zij terug te keren met het kind naar het land van herkomst, dan leidt dit in beide buurlanden tot internationaalprivaatrechtelijke problemen.
    Door het gebrek aan een algemeen wettelijk kader, is het draagmoederschapsproces in beide landen vaak een calvarietocht. Dit leidt tot rechtsonzekerheid. Oproepen tot een wettelijk ingrijpen bleven tot nu toe echter onbeantwoord.
    Surrogacy is practiced in Belgium and the Netherlands. The aim of this contribution is to compare the many legal aspects of the phenomenon. In both countries legal problems surround surrogacy: the surrogacy contract is unenforceable; it is difficult for the intended parents to become the legal parents; commercial surrogacy can result in criminal sanctions and cross-border surrogacy leads to limping legal relations. The main differences between the two legal systems are that in Belgium there is no regulation at all, while in the Netherlands, professional mediation and advertising in surrogacy are explicitly forbidden and Dutch law provides a limited health law regulation. In both countries scholars have pressed the need for legal change.


Dr. Liesbet Pluym Ph.D.
Jurisprudentie

Modernisering van het namenrecht voor de openbare lichamen BES – een ondergeschoven kind?

Annotatie bij beschikking d.d. 8 oktober 2013 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, registratienrs.Ghis 62228 – EJ 2/13 – H 155/13

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2015
Auteurs Mr. G.A.H. Bakhuis en Mr. dr. J.C. de Wit
Auteursinformatie

Mr. G.A.H. Bakhuis
Mr. G.A.H. Bakhuis is als promovendus en universitair docent verbonden aan de sectie Staats- en bestuursrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam. In 2013 heeft hij als gastonderzoeker en gastdocent enige tijd gewerkt op de University of Curaçao, voorheen Universiteit van de Nederlandse Antillen.

Mr. dr. J.C. de Wit
Mr. dr. J.C. de Wit is als universitair docent verbonden aan de sectie Staats- en bestuursrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam. In 2013 heeft zij als gastonderzoeker en gastdocent enige tijd gewerkt op de University of Curaçao, voorheen Universiteit van de Nederlandse Antillen.
Artikel

De nieuwe erfrechtelijke penshonado-regeling?

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2014
Trefwoorden erfrecht, penshonado, legitieme portie, interregionaal, conflictregels
Auteurs Anita C.E. Sewberath Misser LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Een artikel dat is afgeleid van de afstudeerscriptie van de auteur met als titel De invloed van de afschaffing van de legitieme portie op het interregionaal erfrecht binnen het Koninkrijk der Nederlanden.


Anita C.E. Sewberath Misser LLM
A.C.E. Sweberath Misser LLM is lid van de Raad van Toezicht van het St. Elisabeth Hospitaal te Curaçao. Zij heeft in mei 2013 haar LLM-titel behaald aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van de Nederlandse Antillen. Dit artikel is afgeleid van haar afstudeerscriptie De invloed van de afschaffing van de legitieme portie op het interregionaal erfrecht binnen het Koninkrijk der Nederlanden.

Mr. B. Winters
Mr. B. Winters is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Toont 41 - 60 van 138 gevonden teksten
1 3 5 6 7
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.