Zoekresultaat: 75 artikelen

x
Artikel

De hoge en bijzondere transactie: een pleidooi voor rechterlijke controle op de afdoening buiten geding

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2016
Trefwoorden buitengerechtelijke afdoening, hoge transactie, bijzondere transactie, EHRM, internationale straftribunalen
Auteurs Mr. dr. K.C.J. Vriend
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel zijn de mogelijkheden van rechterlijke controle op de afdoening buiten geding in strafzaken onderzocht. Gepleit wordt voor een aparte raadkamerprocedure voor hoge en bijzondere transacties, waarbij toetsingscriteria werden ontleend aan de jurisprudentie van het EHRM en de internationale straftribunalen. De raadkamer toetst de overeengekomen transactie aan drie criteria. Ten eerste of de verdachte de transactie vrijwillig heeft geaccepteerd. Ten tweede of de verdachte voldoende geïnformeerd is over de procedurele gevolgen en over het bewijs dat tegen hem vergaard is. Ten derde toetst de raadkamer of er prima facie voldoende bewijsmateriaal in het dossier voorhanden is. Een door de raadkamer in het openbaar uitgesproken gemotiveerde beschikking maakt controle mogelijk op het overeenkomen van hoge en bijzondere transacties.


Mr. dr. K.C.J. Vriend
Mr. dr. K.C.J. Vriend is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Feitelijk leidinggeven

Hoe een weinig vernieuwend arrest toch veel nieuws kan brengen; een kritische beschouwing

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2016
Trefwoorden feitelijk leidinggeven, deelneming, aansprakelijkstelling, (voorwaardelijk) opzet, zorgplicht
Auteurs Mr. dr. M.J. Hornman
SamenvattingAuteursinformatie

    In diens recente overzichtsarrest blijft de Hoge Raad in weerwil van tegengeluiden vanuit de lagere rechtspraak en de literatuur vasthouden aan het opzetvereiste voor feitelijk leidinggeven. Daarmee wordt het deelnemingskarakter van deze aansprakelijkheidsfiguur nogmaals bevestigd. Die bevestiging is geheel terecht, maar het (waarschijnlijk onbedoelde neven)gevolg van de huidige benadering van dat opzetvereiste is wel dat de ondermaats presterende leidinggevende beter af is dan zijn normconform of bovenmaats presterende collega. Dit specifieke punt vergt nog redressering door de Hoge Raad en zou verholpen kunnen worden door een meer zorgplichtgerichte benadering van voorwaardelijk opzet.


Mr. dr. M.J. Hornman
Mr. dr. M.J. Hornman is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. De auteur is in juni 2016 gepromoveerd aan de Universiteit Utrecht op een proefschrift naar de strafrechtelijke aansprakelijkheid van leidinggevenden van ondernemingen.
Artikel

Kroniek Formeel strafrecht 2016

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 8 2016
Auteurs Maike Bouwman, Chana Grijsen, Rick van Leusden e.a.

Maike Bouwman

Chana Grijsen

Rick van Leusden

Robert Malewicz

Patrick van der Meij

Sabine Pijl

Ben Polman

Paul van Putten

Melissa Slaghekke

Aram Sprey

Paul Verweijen
Artikel

Van feitgecodeerde naar beleidsgebaseerde bestuurlijke strafbeschikkingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2016
Trefwoorden bestuurlijke strafbeschikking, strafrecht, bestuurlijke boete, Omgevingswet, Openbaar Ministerie
Auteurs Mr. drs. P.W.S. Boer
SamenvattingAuteursinformatie

    De huidige toepassing van de bestuurlijke strafbeschikking kent knelpunten: te weinig feiten, met rigide feitomschrijvingen en vaste tarieven, zodat onvoldoende rekening kan worden gehouden met specifieke omstandigheden. Voor meer passende bestraffing wordt in het onderzoeksrapport Punitieve handhaving van de Omgevingswet een meer open bestuurlijke strafbeschikkingsbevoegdheid voorgesteld. In dit artikel wordt dit voorstel gesteund. Door niet meer te werken met de systematiek van feitcodes maar met meer algemene omschrijvingen en bandbreedtes voor boetes, en dus met meer beleidsvrijheid kan het instrument van de bestuurlijke strafbeschikking leiden tot een bredere inzet van de kennis en capaciteit van het bestuur binnen de strafvordering.


Mr. drs. P.W.S. Boer
Mr.drs. P.W.S. Boer is raadadviseur bij de directie wetgeving en juridische zaken van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Over crimmigratie en discretionair beslissen binnen het Mobiel Toezicht Veiligheid … of Vreemdelingen … of Veiligheid?

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Mobiel Toezicht Veiligheid, Crimmigratie, Discretionaire bevoegdheid, Koninklijke Marechaussee
Auteurs Mr. dr. Maartje van der Woude, Tim Dekkers BBA MSc en Jelmer Brouwer MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    This article aims to explore the driving factors behind the process of crimmigration, the merger of crime control and migration control. By analysing the legal and policy framework governing the so-called ‘Mobile Security Monitor’ – the discretionary immigration checks carried out by the Royal Netherlands Marechaussee in the borderlands with Belgium and Germany, the research explores the extent to which the framework might leave room for crimmigration-based decisions on the street level. As the article shows, the dual nature of the Mobile Security Monitor as both an instrument for immigration control and crime control combined with an important name-change and the ongoing securitization of migration in Europe seem to create a favourable environment for crimmigration.


Mr. dr. Maartje van der Woude
Maartje van der Woude is Universitair Hoofddocent Straf(proces)recht aan de Universiteit Leiden en verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van dezelfde universiteit.

Tim Dekkers BBA MSc
Tim Dekkers is promovendus Criminologie en verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Jelmer Brouwer MSc
Jelmer Brouwer is promovendus Criminologie en verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

Naar een vervanging van de unus-testisregel van artikel 342 lid 2 Sv

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2014
Trefwoorden unus testis, bewijsmotivering, bewijsbeslissing, bewijsminimum
Auteurs Mr. dr. Joost S. Nan
SamenvattingAuteursinformatie

    The rule that a conviction cannot be based on the statement of just one witness, is codified in article 342 of the Dutch Criminal Procedural Code. The Supreme Court has recently demanded that such a statement finds sufficient support in other evidence and that sometimes the trial judge needs to specify why that statement is corroborated enough by other evidence. However, the Supreme Court has always given a very marginal meaning to this rule, by allowing convictions which basically are substantiated by only that one statement. The evidence supporting the story of the witness does not have to prove that the crime actually took place, nor that is indeed the defendant who has committed it. In this article, I propose the replacement of the rule with a well-founded motivated ruling of the trial judge on this subject.


Mr. dr. Joost S. Nan
Mr. dr. Joost S. Nan is universitair docent Straf(proces)recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en (cassatie)advocaat.

Eric Brewaeys
Eric Brewaeys is Staatsraad, docent aan de Vrije Universiteit Brussel en lid van de Raad voor de Journalistiek.
Artikel

Het effect van de slachtofferverklaring op straftoemeting: een experimenteel onderzoek onder rechtenstudenten

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2013
Trefwoorden victim impact statement, sentence, written, videotape, injuries
Auteurs Mr. Maaike Kampen, Dr. Jan de Keijser en Mr. dr. Ard Schoep
SamenvattingAuteursinformatie

    Annually hundreds of victims make use of their right to speak in court. Victims often expect this will result in more punitive sentences. According to judges this is unlikely. This experiment among law students examines the influence of victim impact statements (VIS) on the sentencing outcome. Furthermore the effect of how the statement is delivered is examined. Is there a difference between the VIS as document in the case file and one delivered by the victim in court? Does it matter if the victim still has visible injuries? Study findings indicate that neither the presence of a VIS, nor the mode of delivery and visible injuries affect sentence length.


Mr. Maaike Kampen
Mr. P.M. Kampen is parketsecretaris bij het Openbaar Ministerie in Den Haag.

Dr. Jan de Keijser
Dr. J.W. de Keijser is universitair hoofddocent criminologie aan de Universiteit Leiden, Instituut voor Strafrecht & Criminologie.

Mr. dr. Ard Schoep
Mr. dr. G.K. Schoep is universitair hoofddocent straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit Leiden, Instituut voor Strafrecht & Criminologie.
Artikel

Surveilleren en opsporen in een internetomgeving

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 5 2012
Trefwoorden Policing, Internet, open-source intelligence, iColumbo, police power
Auteurs J.J. Oerlemans en B.J. Koops
SamenvattingAuteursinformatie

    Publicly available information on the Internet about people or criminal acts can be relevant to criminal investigations. This article analyses to what extent Dutch criminal procedure law allows open source intelligence for law-enforcement purposes. When more than ‘minor’ privacy interferences arise, an explicit investigatory power in the criminal procedure code is required. Minor infringements are allowed under the general task description in the Police Act 1993. It is unclear however when ‘substantial’ privacy infringements arise. On the basis of ECHR jurisprudence on foreseeability and the Dutch criteria for ‘systematic observation’, the authors conclude that Internet data-gathering will often require an explicit investigatory power and can only be used for criminal investigation with an order from the public prosecutor, but not, except for small-scale and ad hoc searches, for general police practice purposes. Because the Internet is much different in its nature from a decade ago and the investigatory powers are not in all respects easily applicable to Internet surveillance, the authors argue that the Dutch legislator must take action and make clear under which conditions information on the Internet can be gathered by law enforcement.


J.J. Oerlemans
Mr. Jan-Jaap Oerlemans is promovendus bij eLaw@Leiden, Centrum voor Recht in de Informatiemaatschappij van de Universiteit Leiden. Daarnaast is hij juridisch adviseur bij Fox-IT.

B.J. Koops
Prof. dr. Bert-Jaap Koops is hoogleraar regulering van technologie bij TILT – Tilburg Institute for Law, Technology and Society van de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Strafrecht voor civilisten deel II: over de gewijzigde Wet schadefonds geweldsmisdrijven en nog enkele opmerkingen over schadeverhaal via het strafproces

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2012
Trefwoorden Schadefonds geweldsmisdrijven, affectieschade, voeging in het strafproces, shockschade, voorschotregeling
Auteurs Mr. A.H. Sas
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 januari 2012 is de gewijzigde Wet schadefonds geweldsmisdrijven in werking getreden. Hierdoor is met name de mogelijkheid voor nabestaanden om een uitkering te krijgen uitgebreid. Meest in het oog springend is dat zij een uitkering voor affectieschade van het fonds kunnen krijgen. Daarnaast bespreekt de auteur enkele ontwikkelingen omtrent de vordering benadeelde partij in het strafproces (de zogenoemde voeging). Dit mede in het licht van de Wet ter versterking van de positie van het slachtoffer in het strafproces, die per 1 januari 2011 in werking is getreden. In dit verband wordt behandeld: het verruimde ontvankelijkheidscriterium, strafrechtelijke jurisprudentie omtrent shockschade en samenloop van de voeging met een civiele procedure.


Mr. A.H. Sas
Mr. A.H. Sas is beleidsmedewerker juridische zaken bij Slachtofferhulp Nederland.
Artikel

Opsporingsbevoegdheden en privacy

Een internationale vergelijking

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2012
Auteurs J.B.J. van der Leij
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch regulation of phone tapping has a great deal of safeguards built in to ensure that this investigation method isn't used flippantly. Despite this, it appears that phone tapping is far more commonly used in The Netherlands than in any other western nation, including England, Sweden and Germany. This study shows that, due to differences in registration of phone tapping statistics, it is difficult to compare various countries' practices. However, it does appear that the Dutch authorities don't perceive to have viable alternatives to phone tapping. The limited alternatives that they do (perceive themselves to) have, such as infiltration, pose even greater ethical considerations, making them less attractive. Authorities in England, Sweden and Germany appear to use alternative investigation methods much more frequently than those in The Netherlands. Some examples of the types of alternatives more often resorted to in other countries are the use of traffic data, (intrusive) surveillance and various forms of infiltration. A comparison of the regulations in all four countries showed differences in the degree to which phone tapping is perceived to pose ethical considerations (posing a threat to the privacy of citizens) as an investigatory method.


J.B.J. van der Leij
Mr. dr. Bas van der Leij is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan het WODC.
Artikel

Het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie twee jaar juridisch bindend: rechtspraak in beweging?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2012
Trefwoorden EU-Handvest, grondrechten, rechtspraak, reikwijdte, EVRM
Auteurs Mr. A. Pahladsingh en Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel beoogt inzicht te bieden in de wijze waarop de rechtspraak van het Hof van Justitie en de Nederlandse colleges zich in het tweede jaar van juridische verbindendheid van het EU-Handvest heeft ontwikkeld. Daarbij komen onder meer de volgende onderwerpen ter sprake: de inroepbaarheid en de reikwijdte van het EU-Handvest, alsmede toetsing ten gronde, in het bijzonder wat betreft de rechtstreekse werking van EU-Handvestbepalingen, de uitleg van EU-Handvestbepalingen in relatie tot het EVRM, grondrechten in een Unierechtelijke context en prejudiciële verzoeken uit Nederland. De auteurs constateren een toename van zaken waarin het EU-Handvest in het tweede jaar aan de orde komt en bespeuren tekenen van beweging in de rechtspraak, hetgeen hoopvol is, nu het EU-Handvest nog steeds ‘jong’ is en veel uitleg behoeft.


Mr. A. Pahladsingh
Mr. A. Pahladsingh is als jurist werkzaam bij de Raad van State in Den Haag.

Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen
Mr. dr. H.J.Th.M. van Roosmalen is als jurist werkzaam bij de Raad van State in Den Haag.

    Blokkeringsrecht aanvullend psychologisch rapport; geen rechtstreekse benoeming door de rechtbank; blokkeringsrecht; klachten deels gegrond: waarschuwing.

Artikel

Cybercrime en politie

Een schets van de Nederlandse situatie anno 2012

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2012
Auteurs W.Ph. Stol, E.R. Leukfeldt en H. Klap
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2004 the main problem of the Dutch police concerning cybercrime was a lack of knowledge, for example about how to act in a digital world, about the character of cybercrime and about the effectiveness of measures. The main question in this article is if this situation has changed, and if so, how. Although the legislator has given the police special powers to fight crime in a digital world, the police still struggle with questions about what exactly are the powers they have. Although the police have invested in pilot projects and in the recruitment of digital experts, knowledge about ‘policing a digital society’ is not yet common in the police organisation - which is a shortcoming since ‘digital is normal’ in the lives of the common people. Although the police established digital aspects in police training, digital is not yet a common feature in police education. In sum, although the police in various ways pay attention to digital aspects of policing, digital is not yet a regular part of the police organisation, police training and/or everyday police practice.


W.Ph. Stol
Prof. dr. Wouter Stol is lector Cybersafety aan NHL Hogeschool en de Politieacademie en bijzonder hoogleraar Politiestudies aan de Open Universiteit.

E.R. Leukfeldt
E.R. Leukfeldt Msc is onderzoeker bij het lectoraat Cybersafety van NHL Hogeschool en Politieacademie.

H. Klap
Drs. Henk Klap MPM is programmamanager van het landelijke politiële Programma Aanpak Cybercrime (PAC).
Artikel

Cyberwar? What war?

Meer in het bijzonder: welk recht?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2012
Auteurs A.R. Lodder en L.J.M. Boer
SamenvattingAuteursinformatie

    This article presents an overview of cyberwar from an international law perspective, in particular from the framework of the laws of war. It discusses some of the difficulties in applying these laws to cyberattacks, further complicated by the characteristics of the Internet. A distinction is made between cyberwar, -crime, -espionage and -terrorism, and the different fields of law that apply to these distinct ‘cyberevents’. Next to discussing several historic cyberattacks, the question is raised whether cyberwar is merely a hype or whether we should be taking this threat seriously. Rather than answering this question, the authors feel that the actual threat posed by ‘cyber’ is less important than the political and military prominence gained by this phenomenon in these past few years. The authors conclude by stating that a lot of work has yet to be done to address the issues raised by the occurrence of cyberwar.


A.R. Lodder
Prof. Arno Lodder is als hoogleraar verbonden aan de afdeling Transnational Legal Studies van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit te Amsterdam.

L.J.M. Boer
Lianne Boer is als promovendus verbonden aan de afdeling Transnational Legal Studies van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Artikel

Zijn Nederlandse burgers écht enthousiast over de nieuwe antiterrorismemaatregelen?

Een vergelijking van attitudes en willingness to pay

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2011
Trefwoorden counterterrorism policy, public opinion, willingness to pay, legitimacy
Auteurs Johan van Wilsem en Maartje van der Woude
SamenvattingAuteursinformatie

    Since 2001, the Netherlands have broadened their array of antiterrorism legislation and policies. However, there is hardly any insight into the level of public support for them. This article assesses the Dutch public opinion on four measures that were recently made effective: enhanced possibilities for stop-and-search, broadening of possibilities for special investigative resources, increased obligations for identification, and body scans in airports. Two randomly selected, comparable groups were asked different questions about these issues: attitudes or willingness to pay. The results show that respondents have positive attitudes towards newly introduced antiterrorism measures, yet simultaneously, they have low willingness to pay. Both groups were also asked how they would allocate an imaginary fixed budget to various criminal justice policies and tax rebate. These results show similar relations for both attitudes and willingness to pay, suggesting they both measure the relative importance assigned to antiterrorism policies. A right political orientation predicts both positive attitudes and high willingness to pay. Furthermore, people with high income have higher willingness to pay. The results underline the necessity to pay attention to the subtleties underlying public opinion on crime control.


Johan van Wilsem
Dr. J.A. (Johan) van Wilsem is universitair hoofddocent criminologie bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden. E-mail: J.A.van.Wilsem@law.leidenuniv.nl.

Maartje van der Woude
Mr. dr. M.A.H. (Maartje) van der Woude is universitair docent criminologie bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden. E-mail: m.a.h.vanderwoude@law.leidenuniv.nl.
Artikel

De strafrechtelijke aanpak van eergerelateerd geweld nader beschouwd

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2011
Trefwoorden eergerelateerd geweld, aanwijzing, politie
Auteurs Dr. Janine Janssen en Mr. Jeroen ten Voorde
SamenvattingAuteursinformatie

    Combatting honour related violence forms an important topic of criminal justice policy in the Netherlands. This article analyzes this policy, in particular the prosecution guideline on honour related violence, thereby focusing on victims and perpetrators, and the difficulties of dealing with the cultural background of honour related violence in criminal justice policy.


Dr. Janine Janssen
Dr. Janine Janssen is hoofd wetenschappelijk onderzoek van het Landelijk Expertise Centrum Eergerelateerd Geweld (LEC EGG), dat is ondergebracht bij de politie Haaglanden. Daarnaast is zij redactielid van PROCES.

Mr. Jeroen ten Voorde
Mr. Jeroen ten Voorde is universitair docent straf- en strafprocesrecht bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden en rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Haarlem.

    Hoewel diverse grondrechten al sinds jaar en dag worden ingeroepen in Europese mededingingsprocedures, komen op deze grondrechten gebaseerde verweren nog iets minder voor in Nederlandse mededingingszaken. In deze bijdrage, die wegens haar omvang geen uitputtend overzicht vormt, zal nader worden ingegaan op een aantal grondrechtelijke leerstukken die in dat kader met name relevant lijken.


Mr. H.M.H. Speyart
Mr. H.M.H. Speyart is advocaat bij NautaDutilh N.V. te Amsterdam.
Artikel

Strafrecht voor civilisten: de verbetering van de mogelijkheid om schade via het strafrecht te verhalen

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2010
Trefwoorden Wet ter versterking van de positie van het slachtoffer in het strafproces, schadevergoedingsmaatregel, BOS-Schade, belang voegingsprocedure
Auteurs Mr. A.H. Sas
SamenvattingAuteursinformatie

    Degene die schade heeft geleden door een strafbaar feit kan zich met zijn vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij voegen in het strafproces. De strafrechter doet dan, gelijk met de strafzaak, uitspraak over de schadevergoeding. Dit voegen als benadeelde partij zal vanaf 1 januari 2011 een aantal belangrijke wijzigingen ondergaan. Op deze datum zal de Wet ter versterking van de positie van het slachtoffer in het strafproces in werking treden.


Mr. A.H. Sas
Mr. A.H. Sas is beleidsmedewerker juridische zaken bij Slachtofferhulp Nederland.
Toont 41 - 60 van 75 gevonden teksten
1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.