Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 936 artikelen

x

    In dit artikel wordt ingegaan op het voorstel van de Europese Commissie voor een betere handhaving van de Europese regels voor consumentenbescherming en de modernisering van deze regels en de samenhang met de Mededeling van de Commissie ‘Een “new deal” voor consumenten’. In het tweede deel van deze bijdrage, dat in het volgende nummer van dit blad verschijnt, zal worden nagegaan of met de gedane voorstellen recht wordt gedaan aan de resultaten van de in 2017 uitgevoerde fitness check, welke bedoeld was om te onderzoeken in hoeverre het consumenten-acquis nog voldoende is toegerust voor de bescherming van consumenten en handelaren in staat stelt om gebruik te maken van de interne markt.

    • Voorstel van 11 april 2018 voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993, Richtlijn 98/6/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad wat betreft betere handhaving en modernisering van de regels voor consumentenbescherming in de EU, COM(2018)185 final

    • Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité: ‘Een “new deal” voor consumenten’, Mededeling van 11 april 2018, COM(2018)183 final


Prof. dr. M.B.M. Loos
Prof. dr. M.B.M. (Marco) Loos is als hoogleraar verbonden aan het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam.
Over de grens

Het nieuwe Belgisch Burgerlijk Wetboek; een slag bij Waterloo? Over het nieuwe contractenrecht van onze zuiderburen

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Verbintenissenrecht in België, Code Napoléon, Hervorming Belgisch Burgerlijk Wetboek, Codificatie, Code Civil
Auteurs Prof. mr. A.L.M. Keirse en J.C. Duyster
SamenvattingAuteursinformatie

    Er komt een Nieuw Belgisch Burgerlijk Wetboek aan. Tot op heden hanteert België nog een minimaal aangepaste versie van de Code Civil Napoléon uit 1804. De bejaarde leeftijd van het wetboek laat zich echter op meerdere fronten gevoelen, waardoor de wetgever de tijd nu rijp acht om het Burgerlijk Wetboek te hervormen. Het Voorontwerp Boek 5 «Verbintenissen» komt in de hervorming van het Belgische burgerlijk recht een centrale plaats toe. Het zal mogelijk worden ingevoerd zonder dat wordt gewacht op de voltooiing van de andere onderdelen van het wetboek. Voor het contractenrecht betekent dit dat een nieuw evenwicht wordt gezocht tussen de autonomie van partijen en de mogelijkheden voor de rechter om op te treden in het algemeen belang of in het belang van de zwakkere partij. Deze bijdrage belicht de achtergrond van het Voorontwerp, alsook de redenen en doelstellingen van de hercodificatie. Daarbij wordt ook ingezoomd op de inhoud van het nieuwe Belgische contractenrecht en worden enkele belangrijke wijzigingen besproken.


Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. Keirse is als hoogleraar Privaatrecht verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) en het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht. Daarnaast is zij (parttime) raadsheer bij het Gerechtshof Amsterdam.

J.C. Duyster
J.C. Duyster is masterstudent Privaatrecht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Machtsmisbruik op basis van big data

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2018
Auteurs Eric van Damme, Inge Graef en Wolf Sauter
Auteursinformatie

Eric van Damme
Prof. dr. E. van Damme is verbonden aan Tilburg University en aan het onderzoeksinstituut TILEC aldaar.

Inge Graef
Dr. mr. I. Graef is verbonden aan Tilburg University en aan de onderzoeksinstituten TILEC en TILT aldaar.

Wolf Sauter
Prof. mr. dr. drs. W. Sauter is verbonden aan Tilburg University en aan het onderzoeksinstituut TILEC aldaar en daarnaast in dienst bij de ACM. Zijn bijdrage is op persoonlijke titel.
Artikel

Andere kijk door de zaak

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 6 2018
Auteurs Daphne van Dijk

Daphne van Dijk

Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is coördinerend raadadviseur Staats- en bestuursrecht bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie in Nederland.
Artikel

Voldoet de kwaliteitsregulering van de medische zorg op Aruba?

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Aruba, gezondheidsrecht, gezondheidszorg, kwaliteit, kwaliteitsregulering
Auteurs J.J. Dijkhoff LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    In de rechtsleer is nauwelijks onderzoek gedaan naar de vraag of na de invoering van de Landsverordening beroepen in de gezondheidszorg en de Landsverordening kwaliteit in de gezondheidszorg een verbetering is te zien ten opzichte van het oude recht. Met dit doel is in deze bijdrage het nieuwe recht met het oude recht vergeleken. De studie bleef beperkt tot de toelating, de beroepsuitoefening en het toezicht en concludeerde in een ontkennend antwoord. De invoering is juridisch een feit, maar in de praktijk kan dit niet staande worden gehouden. Het is duidelijk dat meer onderzoek nodig is voor de verbetering van de kwaliteitsregulering op Aruba.


J.J. Dijkhoff LL.M.
J.J. Dijkhoff LL.M. is alumnus van de Universiteit van Aruba en werkzaam als jurist bij de Directie Volksgezondheid van Aruba. Dit artikel is door de auteur in de hoedanigheid van buitenpromovendus en op persoonlijke titel gemaakt in het kader van een onderzoek naar de kwaliteitsregulering in de gezondheidszorg op Aruba.
Artikel

Access_open De retoriek van gun-jumping

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2018
Trefwoorden gun-jumping, artikel 4 en 7 Concentratieverordening, meldingsplicht, standstillverplichting, artikel 34 Mw
Auteurs Stijn de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel beschrijft de auteur het fenomeen ‘gun-jumping’ (het zonder goedkeuring van de mededingingsautoriteit implementeren van meldingsplichtige concentraties) aan de hand van recente Nederlandse en Europese zaken.


Stijn de Jong
Mr. S. de Jong is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Over schurftige schapen, natte geiten, dorstige honden en dikke eekhoorns

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Wet dieren, Nietigheid, Onthouden nodige zorg, Dierenwelzijn, tenlastelegging
Auteurs Mr. J.L. Baar
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel geeft een update van twee eerdere artikelen die in dit tijdschrift verschenen. In de eerste plaats wordt jurisprudentie ten aanzien van de geldigheid van de dagvaarding besproken in Wet dieren-zaken. Daarnaast wordt de ondergrens van het onthouden van de nodige zorg, artikel 2.2 lid 8 Wet dieren, besproken.


Mr. J.L. Baar
Mr. J.L. Baar is advocaat in straf- en bestuursrechtzaken bij Kuyp Baar advocaten.
Artikel

Ne bis in idem revisited. Over de lotgevallen van een beginsel

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Verbod van dubbele bestraffing, Ne bis in idem, Samenloop, Sanctiecumulatie, Alcoholslotprogramma
Auteurs Prof. mr. J.H. Crijns en Mr. dr. M.L. van Emmerik
SamenvattingAuteursinformatie

    Gegeven de toenemende mogelijkheden tot samenloop van punitieve procedures rijst de vraag of en in hoeverre een dergelijke samenloop opportuun of doelmatig kan worden geacht. Of anders en huiselijker geformuleerd: is dergelijke cumulatie van sancties niet wat te veel van het goede? In deze bijdrage wordt ingegaan op de recente ontwikkelingen in de nationale en de Europese jurisprudentie ten aanzien van het ne bis in idem-beginsel. Als startpunt van de beschrijving wordt gekozen voor het Alcoholslotprogramma-arrest waarin het verbod van dubbele bestraffing door de Hoge Raad tot een van de beginselen van een goede procesorde wordt gerekend.


Prof. mr. J.H. Crijns
Prof. mr. J.H. Crijns is hoogleraar straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit Leiden en raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof Den Haag.

Mr. dr. M.L. van Emmerik
Mr. dr. M.L. van Emmerik is universitair hoofddocent staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden en rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Midden-Nederland.
Peer-reviewed artikel

Nieuwe bevoegdheden van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd in oprichting

Adequate rechtsbescherming voor zorgaanbieders gewaarborgd?

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd i.o., toezicht, actieve openbaarmaking van inspectiegegevens, aanwijzingsbevoegdheid, rechtsbescherming
Auteurs Ton Duijkersloot, Alina Koelewijn en Karen Top
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de nieuwe aanwijzingsbevoegdheid van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd i.o. ten aanzien van de organisatiestructuur van zorgaanbieders op grond van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen in de zorg en op de wettelijke grondslag die is gecreëerd in de Gezondheidswet voor het actief openbaar maken van bepaalde toezichtgegevens door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd i.o. Is bij deze nieuwe bevoegdheden de rechtsbescherming van zorgaanbieders door de bestuursrechter op adequate wijze gewaarborgd? Zijn in het bijzonder de waarborgen van de artikelen 6 en 8 EVRM gerespecteerd? Naar het oordeel van de auteurs kan dit worden betwijfeld en ligt hier een taak voor de wetgever.


Ton Duijkersloot
Mr. dr. A.P.W. Duijkersloot is universitair docent staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht en daar als onderzoeker verbonden aan The Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe (Renforce).

Alina Koelewijn
Mr. A. Koelewijn is werkzaam als jurist bij de Raad van State.

Karen Top
Mr. C.G. Top is afgestudeerd voor de master Staats- en Bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht en volgt thans de master Strafrecht aan de VU.

Johan Conijn
Prof. dr. J.B.S. Conijn is bijzonder hoogleraar Woningmarkt aan de Universiteit van Amsterdam, verbonden aan de Amsterdam School of Real Estate en voorts directeur bij Ortec Finance.
Artikel

Onderzoek naar de mogelijke juridische integratie van de Elektriciteits-, Gas- en Warmtewet en een uniform toezicht op de energiesector

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Integrale energiewet, energietransitie, toezicht, ACM
Auteurs Saskia Lavrijssen, Frits van der Velde, Patrick Köpsel Sanz e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage geeft de belangrijkste bevindingen weer van een onderzoek naar de vraag in hoeverre integratie van de Nederlandse Gas-, Elektriciteits- en Warmtewet en de stroomlijning van het toezicht hierop mogelijk is. Op basis van de bevindingen van dit onderzoek zijn drie belangrijke conclusies te trekken. Allereerst bestaan grote mogelijkheden tot integratie van de Gaswet en Elektriciteitswet 1998 en de uniformering van het toezicht hierop. Desalniettemin bestaan ook barrières tot integratie. Zo leiden de begripsomschrijvingen van de kernbegrippen tot problemen voor integratie. Dit probleem wordt verergerd door de recente inwerkingtreding van de Europese netwerkcodes door de Europese Commissie, die buiten het bestek van dit onderzoek vallen. Daarnaast bestaan grote verschillen tussen de Warmtewet enerzijds en de Gas- en Elektriciteitswet anderzijds, omdat de bepalingen uit de Warmtewet een gebrek aan vergelijkbare artikelen vertonen. Daarom kan worden geconcludeerd dat de huidige Warmtewet nog niet te integreren is met de huidige Elektriciteitswet 1998 en Gaswet. Ten derde komen de meeste belemmeringen voort uit Nederlands beleid. Dit betekent dat de Nederlandse wetgever de ruimte heeft om de verschillende bepalingen aan te passen en te integreren. Op basis van bovenstaande conclusies en wanneer er speciale aandacht aan het begrippenkader wordt gegeven lijkt het mogelijk om een integrale energiewet met geharmoniseerd toezicht door de Autoriteit Consument en Markt in de elektriciteits- en gasmarkt te creëren, mits de grenzen van het Europees recht en technologische kenmerken van de markten worden gerespecteerd.


Saskia Lavrijssen
Prof. dr. S. Lavrijssen is hoogleraar Economic Regulation and Market Governance aan Tilburg University.

Frits van der Velde
Drs. F. van der Velde is senior beleidsadviseur bij VEMW.

Patrick Köpsel Sanz
Patrick Köpsel Sanz is master student aan Tilburg University.

Glenn Heusschen
Glenn Heusschen is master student aan Tilburg University.
Vrij verkeer

Uber: online dienst of vervoersbedrijf?

Europese grenzen aan regulering van online platforms

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden Vervoersdienst, Uber, Richtlijn Elektronische handel 2000/31/EG, Dienstenrichtlijn 2006/123/EG, regulering
Auteurs Mr. dr. M.R. Botman
SamenvattingAuteursinformatie

    In arrest Asociación Professional Elite Taxi/Uber Systems Spain geeft het Hof van Justitie antwoord op de vraag of Uber moet worden gekwalificeerd als online dienst of vervoersbedrijf. Hiermee is ook duidelijk aan welke Europese regels nationale regulering van het online Uberplatform is onderworpen. In deze bijdrage wordt het arrest geanalyseerd en wordt bezien welke gevolgen het arrest heeft voor Nederland. Welke betekenis heeft het arrest voor de regulering van andere online platforms?
    HvJ 20 december 2017, zaak C-434/15, Asociación Elite Taxi/Uber Systems Spain, ECLI:EU:C:2017:981


Mr. dr. M.R. Botman
Mr. dr. M.R. (Marleen) Botman is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag en verbonden aan het Centre for Public Contract Law & Governance (CPC) aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Praktijk

Kroniek rechtspraak bestuursrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Bestuursrecht, Wkkgz, Kwzi, WtZi, Gmw
Auteurs Mr. M.L. Batting, mr. J.A.E. van der Jagt-Jobsen en mr. M.A. de Vries
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze kroniek, die een periode van bijna twee jaar beschrijft, bespreekt een groot aantal bestuursrechtelijke uitspraken op het gebied van de gezondheidszorg. Ook de meest belangwekkende uitspraken over de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet worden besproken. Achtereenvolgens komen aan de orde: algemeen bestuurs(proces)recht, uitspraken over de Wet BIG, over de Wkkgz en de Kwzi, jurisprudentie over de WTZi, de Gmw en de Wgp, uitspraken over de Wob, een uitspraak over de Wbp, jurisprudentie over de Wmo 2015 en de Jeugdwet. Als laatste komen de rapporten van de Nationale ombudsman aan de orde.


Mr. M.L. Batting
Marije Batting is advocaat-partner bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn advocaten en notarissen te Den Haag.

mr. J.A.E. van der Jagt-Jobsen
Juliette van der Jagt-Jobsen werkt als juridisch adviseur staats- en bestuursrecht bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

mr. M.A. de Vries
Merle de Vries is eveneens advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn.
Artikel

Access_open De relativiteit van een energielabel: EnergyClaim/Staat

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2018
Trefwoorden relativiteitsvereiste, overheidsaansprakelijkheid, lidstaataansprakelijkheid, rechten toekennen aan particulieren, energielabel
Auteurs Mr. R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bespreekt het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 11 april 2017 waarin de vorderingen van de Stichting EnergyClaim tegen de Nederlandse Staat tot schadevergoeding wegens een onjuiste implementatie van het Unierecht op het gebied van het verplichte energieprestatiecertificaat zijn afgewezen. De afwijzing van de vorderingen door het hof is met name gebaseerd op het Europese en Nederlandse relativiteitsvereiste. De auteur plaatst enkele kanttekeningen bij dit oordeel.


Mr. R. Meijer
Mr. R. Meijer is advocaat bij ZIPPRO MEIJER CITTEUR te Amsterdam.
Consumenten

De nieuwe CPC-Verordening: gij zult consumentenbescherming handhaven!

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1-2 2018
Trefwoorden consumentenbescherming, harmonisering, procedurele autonomie, handhavingsbevoegdheden
Auteurs Mr. A.A.J. Pliego Selie
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bespreekt de nieuwe Verordening (EU) 2017/2394, die in januari 2020 in werking zal treden. Deze verordening versterkt de procedurele mogelijkheden voor de nationale autoriteiten belast met de handhaving van allerlei Unierechtelijke regels op het gebied van consumentenbescherming. De verordening doet dit met name door hun additionele (minimum)onderzoeks- en handhavingsbevoegdheden te verlenen en daarnaast door de mechanismen voor onderlinge samenwerking en coördinatie van handhaving tussen de lidstaten te versterken. Tevens eigent de Europese Commissie, die in dit rechtsdomein zelf niet kan handhaven, zichzelf een meer prominente coördinerende en faciliterende rol toe. Het is af te wachten of de nieuwe verordening inderdaad de beoogde impuls geeft aan de handhaving van (grensoverschrijdende) inbreuken op het gebied van consumentenbescherming.
    Verordening (EU) 2017/2394 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 betreffende samenwerking tussen de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2006/2004, PbEU 2017, L 345/1


Mr. A.A.J. Pliego Selie
Mr. A.A.J. Pliego Selie is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer.
Artikel

Grensoverschrijdende bewijsverkrijging door de Nederlandse rechter in strijd met buitenlandse wettelijke geheimhoudingsplichten

Lessen uit de Amerikaanse discovery-praktijk

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2018
Trefwoorden grensoverschrijdende bewijsverkrijging, geheimhouding, comitas, inzage
Auteurs Mr. R. Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage bespreekt een mogelijk internationaal gevolg van het advies Modernisering burgerlijk bewijsrecht. Uit Amerikaanse federale jurisprudentie blijkt dat partijen in een spagaat kunnen belanden, wanneer hun wederpartij hen kan verplichten om informatie te verstrekken waarop een buitenlandse wettelijke geheimhoudingsplicht rust. De auteur beschrijft de afweging die federale rechters maken bij het beoordelen van een inzageverzoek. Deze blijkt soortgelijk te zijn aan een beoordeling onder art. 843a Rv. Zijns inziens bestaat hierdoor de kans dat de Nederlandse rechter onvoldoende gewicht toekent aan een buitenlandse geheimhoudingsplicht. De comitas-leer zou de rechter ertoe kunnen bewegen om het inzageverzoek via de internationale bewijsverkrijgingsregelingen te laten verlopen.


Mr. R. Jansen
Mr. R. Jansen is als promovendus verbonden aan het departement Privaatrecht van Tilburg University, waar hij onderzoek verricht naar de rol van buitenlandse verschoningsrechten in civiele procedures en de invloed van de comitas-leer.

Cees Dekker
Mr. C.T. Dekker is advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen N.V. te Zwolle en redacteur van dit tijdschrift.

Ekram Belhadj
Mr. E. Belhadj is advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen N.V. te Zwolle.
Artikel

Dekenduo

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 4 2018
Auteurs Francisca Mebius en Jean-Pierre Jans
Auteursinformatie

Francisca Mebius

Jean-Pierre Jans
Beeld
Toont 41 - 60 van 936 gevonden teksten
1 3 5 6 7 8 9 46 47
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.