Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 486 artikelen

x

Jan-Jesse Lieftink
Jan-Jesse Lieftink (1979) is een gespecialiseerd advocaat op het gebied van strafrecht en tbs. Hij is tevens bestuurslid van de Vereniging van tbs-advocaten.
Artikel

VPH en dwangpsychiatrie: hoe verder?

Een aanzet voor een principieel debat

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden VPH, Dwangpsychiatrie, Discriminatie
Auteurs Mr. dr. S.P.K. Welie en mr. drs. T.P. Widdershoven
SamenvattingAuteursinformatie

    Vanuit VN-verband is aangegeven dat de regulering van dwangpsychiatrie zoals die in Nederland bestaat in het kader van de Wet Bopz en haar beoogde opvolgster, de Wvggz, strijdig is met het door Nederland geratificeerde VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (VPH). Deze strijdigheid is vanuit het kabinet echter ontkend. Bij beide visies worden kanttekeningen geplaatst, waarna twee varianten voor een mogelijke alternatieve dwangregeling bespreking vinden. In de bedoelde varianten bestaat minder wrijving met het VPH en de noties die aan dit verdrag ten grondslag liggen, doordat het begrip ‘geestesstoornis’ daarin geen deel uitmaakt van de juridische criteria ter rechtvaardiging van dwang, te weten 1) wilsonbekwaamheid of 2) gevaar ‘sec’.


Mr. dr. S.P.K. Welie
Sander Welie is als jurist werkzaam bij de Stichting PVP te Utrecht.

mr. drs. T.P. Widdershoven
Ton-Peter Widdershoven is als jurist werkzaam bij de Stichting PVP te Utrecht.

Dr. Josanne van Dongen
Dr. J.D.M. van Dongen is universitair docent forensische psychologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Een nietig huwelijk, maar (nog) geen nietig testament

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 1 2018
Trefwoorden bescherming ouderen/financieel misbruik ouderen, artikel 1:69 BW, artikel 4:55 lid 2 BW, vertegenwoordiging bij uiterste wilsbeschikking, nietigverklaring uiterste wil en huwelijk
Auteurs Mr. J.H.M. ter Haar
SamenvattingAuteursinformatie

    Op grond van artikel 1:69 BW kunnen bloedverwanten in rechte lijn van een der echtgenoten verzoeken een huwelijk nietig te verklaren. Sinds 1 april 2014 kunnen bloedverwanten in neerdalende lijn een dergelijk verzoek al meteen doen na het ontstaan van het huwelijk. Zij hoeven dus niet meer te wachten tot het huwelijk is geëindigd. De wetgever had hierbij oog voor de situatie waarin sprake is van een ouder die ten tijde van de huwelijksvoltrekking niet in staat was zijn wil te verklaren, terwijl dit voor de ambtenaar van de burgerlijke stand niet kenbaar was. In deze bijdrage komt naar aanleiding van een recent geval de vraag aan de orde of het gerechtvaardigd is dat een huwelijk van een persoon die niet in staat was zijn wil te bepalen tijdens zijn leven nietig verklaard kan worden, terwijl een door deze persoon gemaakte uiterste wilsbeschikking gedurende zijn leven niet aantastbaar is. Er wordt een aanbeveling gedaan voor een hanteerbare oplossing.


Mr. J.H.M. ter Haar
Mr. J.H.M. ter Haar is universitair docent notarieel recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Psychische problemen tijdens detentie: een overzicht van kernresultaten uit het Prison Project

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2018
Trefwoorden mental health, prisoners, longitudinal, Geestelijke gezondheid, Gedetineerden, Longitudinaal
Auteurs Dr. A.J.E. Dirkzwager en Prof. dr. P. Nieuwbeerta
SamenvattingAuteursinformatie

    This contribution summarizes findings from the Prison Project on the longitudinal course of mental health problems during imprisonment. The findings illustrate that prisoners experience high levels of mental health problems. Shortly after their arrival in detention, a quarter of them experienced a high level of mental health problems, which is five times as high as men in the general population. Prisoners’ mental health problems decreased during imprisonment. Both characteristics of the correctional environment (e.g. a fair and respectful treatment by prison staff) and pre-existing characteristics of the prisoners (e.g. personality traits) are related to the course of mental health problems in detention.


Dr. A.J.E. Dirkzwager
Dr. Anja Dirkzwager is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Prof. dr. P. Nieuwbeerta
Prof. dr. Paul Nieuwbeerta is hoogleraar Criminologie aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.
Artikel

ERM-Vroegsignalering opent de deur naar risicomanagementobservaties en dialoog met gedetineerden

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Risicomanagement, Vroegsignalering, Agressiehantering, Incidentpreventie
Auteurs Dr. Frans Fluttert en Gunnar Eidhammer MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Prison staff is exposed to aggression of prisoners which evokes work stress. In forensic psychiatry risk management principles, such as the Risk-Needs-Responsivity-model (RNR), assist staff to manage aggression by means applying risk management strategies. The Early Recognition Method (ERM) is such an evidence based strategy, developed and tested in forensic psychiatry. In ERM, staff gradually try to attune to aggressive behavior by means of the identification of early warning signs of aggression and systematically evaluated these in predetermined intervals. In this article it is explained and discussed how ERM could be applied meaningfully in prison services.


Dr. Frans Fluttert
Dr. Frans Fluttert is senior onderzoeker bij FPC Dr. S. van Mesdag, Associate Professor aan zowel de Molde University College in Noorwegen als de University of Southern Denmark, en Research Supervisor bij het Centre for Research and Education in Forensic Psychiatry, Oslo University Hospital, Noorwegen.

Gunnar Eidhammer MSc
Gunnar Eidhammer MSc is onderzoeker bij het Centre for Research and Education in Forensic Psychiatry, Oslo University Hospital in Noorwegen, en verpleegkundige en onderzoeker bij de Division of Mental Health and Addiction, Trust Vestre Viken Hospital, Drammen, Noorwegen.

Prof. Joke Harte
Prof. Joke Harte is hoogleraar bij de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit en lid van de redactie van PROCES.

Dorina Denzel
Dorina Denzel is buitenpromovendus bij de afdeling Klinische Neuro- en Ontwikkelingspsychologie van de Vrije Universiteit en psycholoog in opleiding tot GZ-psycholoog in Justitieel Complex Zaanstad.
Artikel

Spraakmakende Zaken

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 10 2017
Auteurs Nathalie de Graaf en Roger Cremers
Auteursinformatie

Nathalie de Graaf

Roger Cremers
Beeld

Kees Pijnappels

drs. Désirée Versteijnen
Drs. D.M.L. Versteijnen is klinisch psycholoog-psychotherapeut en seksuoloog. Haar huidige functies zijn: behandelcoördinator bij de Pompekliniek te Nijmegen, raad bij het hof in Arnhem en Pro Justitia-rapporteur.
Artikel

Veilige resocialisatie van zedendaders met inzet van vrijwilligers

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2017
Trefwoorden COSA, Zedendelinquenten, Resocialisatie, Vrijwilligers
Auteurs Dr. Mechtild Höing en Audrey Alards
SamenvattingAuteursinformatie

    Circles of Support and Accountability (COSA) is a method in which volunteers support and monitor a convicted sex offender during his or her re-entry into society in order to prevent new sex offences. COSA was developed in Canada in 1994 as a grass roots approach to an acute crisis in a small town near Toronto, and since then has spread throughout Canada. In 2002, the COSA model was introduced and further developed in England, and from there the approach found its way to the Netherlands, where circle projects are provided by the Dutch Probation Organization since 2010. Until now, more than one hundred sex offenders (‘core members’ in a circle) have participated in a circle in the Netherlands. Although the COSA model predates the Good Lives Model, it’s basic principles align very well to the Good Lives Model. In COSA, a group of three to five volunteers form a surrogate social network, that offers social inclusion, practical and moral support in all kinds of daily challenges the core member faces, and that monitors risk and risk behavior. The volunteers are supervised by a professional circle-coordinator and supported by professionals who are involved in the core members’ after care arrangements. The COSA intervention model describes a number of conditions and strategies that support its effectiveness. Canadian, American and English case-control studies into the effectiveness of COSA shows a substantial reduction of offending behavior in core members compared to controls. Since the international proliferation of the COSA model is ever increasing, protecting the program integrity is a growing concern, and stresses the need for international cooperation between COSA providers.


Dr. Mechtild Höing
Dr. Mechtild Höing is socioloog aan het Expertisecentrum Veiligheid van de Avans Hogeschool en projectleider en lid van de kenniskring lectoraat Veiligheid in afhankelijkheidsrelaties.

Audrey Alards
Audrey Alards is werkzaam bij Reclassering Nederland; als cirkelcoördinator is zij sinds 2009 werkzaam voor COSA.
Column

Een blijvende voetafdruk?

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2017
Auteurs Dr. Jaap van Vliet
Auteursinformatie

Dr. Jaap van Vliet
Dr. Jaap A. van Vliet is zelfstandig gevestigd onderzoeker en adviseur en lid van de redactie van PROCES.
Artikel

Rechtspositie van mensen met een verstandelijke beperking en ouderen met dementie; vrijheid gewaarborgd?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2017
Trefwoorden artikel 11 Gw, rechtsbeginselen, Wet zorg en dwang, Wet Bopz, Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg;
Auteurs Mr. dr. B.J.M. Frederiks
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat over gedwongen zorg aan mensen met een verstandelijke beperking en mensen met een psychogeriatrische aandoening. De aanleiding hiervoor is de toekomstige Wet zorg en dwang, die de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz) moet vervangen. Het beoogde doel van de nieuwe wet is het realiseren van een uniforme regeling voor het verlenen van zorg aan alle mensen met een psychogeriatrische aandoening of verstandelijke beperking, ook als zij niet instemmen met de zorgverlening en ongeacht de plaats waar zij verblijven. De vraag die in deze bijdrage centraal staat is of de wetgever haar grondwettelijke taak serieus neemt als het gaat om rechtsbescherming van cliënten met een verstandelijke beperking of een psychogeriatrische aandoening als zij te maken krijgen met gedwongen De Wet zorg en dwang is een wet met een zeer brede reikwijdte, waardoor inbreuken op artikel 11 Grondwet in veel meer situaties en ook bij vrijwillig opgenomen zorg cliënten mogelijk zijn dan onder het regime van de Wet bopz het geval was. Daar staat tegenover dat deze toepassingen wettelijk beschermd worden (stappenplan). Tegelijkertijd is volgens de auteur de rechtsbescherming daarmee erg dun. Bovendien zijn de verschillen met de toepassing van gedwongen zorg in andere sectoren groot. In het licht van artikel 11 Grondwet zijn deze verschillen volgens de auteur zelfs te groot.


Mr. dr. B.J.M. Frederiks
Mr. dr. B.J.M. (Brenda) Frederiks is werkzaam bij het VUmc als universitair docent en onderzoeker, hoofdredacteur van Journaal GGZ en recht en vervult meerdere functies binnen de zorg. Zo is zij lid respectievelijk voorzitter in klachtencommissies voor cliënten in de langdurige zorg en lid van het Centraal Tuchtcollege Gezondheidszorg.
Artikel

Over de zoektocht naar en de grenzen van secundaire aansprakelijkheid na het schietincident in Alphen aan den Rijn

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2017
Trefwoorden secundaire aansprakelijkheid, zorgplicht, ouders, schietincident, Alphen aan den Rijn
Auteurs Mr. K.L. Maes
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 4 juni 2017 heeft de Rechtbank Den Haag zich uitgelaten over de vraag of de ouders van Tristan van der V. aansprakelijk zijn voor de gevolgen van het schietincident in Alphen aan den Rijn. Meer in het bijzonder gaat het daarbij om de vraag of de ouders de relevante autoriteiten hadden behoren te informeren over de geestestoestand van hun zoon, in plaats van een gevaarlijke situatie te laten voortduren. In deze bijdrage wordt de uitspraak van de rechtbank – mede in het licht van haar eerdere uitspraak over de aansprakelijkheid van de politie naar aanleiding van hetzelfde schietincident – geanalyseerd, waarbij aandacht wordt besteed aan de civielrechtelijke, secundaire zorgplicht van de ouders.


Mr. K.L. Maes
Mr. K.L. Maes is advocaat bij Van Benthem & Keulen te Utrecht en als buitenpromovenda verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) van de Universiteit Utrecht. Zij werkt aan een proefschrift over de thematiek van deze bijdrage.
Artikel

Access_open Stemrecht in het echt

Onderzoek naar de toegankelijkheid van verkiezingen voor mensen met een beperking

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 2 2017
Trefwoorden toegankelijkheid, kiesrecht, College voor de Rechten van de Mens, visuele beperking, verstandelijke beperking
Auteurs J.L. Hoegen Dijkhof MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Mensen met een beperking ervaren de nodige obstakels bij het uitoefenen van hun stemrecht bij verkiezingen. Dat volgt uit onderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van het College voor de Rechten van de Mens, toezichthouder op de naleving van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap. Ruim duizend mensen met een lichamelijke, visuele of verstandelijke beperking of psychische aandoening werden ondervraagd naar hun ervaringen omtrent de toegankelijkheid van de Tweede Kamerverkiezingen van 15 maart 2017. Met name mensen met een visuele en/of een verstandelijke beperking ervaren moeilijkheden. Zo heeft twee derde van de blinden en slechtzienden moeite om het stembiljet in te vullen. Mensen met een verstandelijke beperking ervaren de nodige problemen in de voorbereiding op het stemmen en met het stembiljet. Daarnaast willen zij graag geholpen worden in het stemhokje. Het College beveelt aan om het stembiljet aan te passen en te blijven investeren in de ontwikkeling van alternatieve stemmethodes. Het College pleit er ook voor om hulp in het stemhokje toe te staan voor mensen met een verstandelijke beperking, waar dat nu alleen voor mensen met een lichamelijke beperking is toegestaan. Of het nieuwe kabinet daar iets aan doet bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2018, lijkt niet waarschijnlijk.


J.L. Hoegen Dijkhof MSc
J.L. (Justin) Hoegen Dijkhof is onderzoeker en beleidsadviseur bij het College voor de Rechten van de Mens.
Artikel

Verdachten met een LVB in het politieverhoor

De invloed van verhoormethoden op de inhoud van verklaringen

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2017
Trefwoorden interrogation methods and techniques, suspect and witness, (borderline) intellectual disability, false confessions, false statements
Auteurs P.R. Kranendonk MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    The main goal of an interrogation is to elicit truthful information about the involvement of a suspect or witness in a criminal act. Some interrogation methods and techniques are useful for extracting information from otherwise unwilling suspects, but they can also elicit false confessions or statements from innocent (and vulnerable) suspects and witnesses. Multiple studies show that a large proportion of false confessions are made by suspects with an intellectual disability. Intellectual disabilities are often difficult to recognize, because of an individual’s streetwise behavior. This vulnerable group is extremely sensitive to suggestibility, compliance and acquiescence. Some interrogation methods and techniques used by the police can have a severe influence on these features and therefore on the reliability of statements. Given the overrepresentation of people with an intellectual disability in the Dutch criminal justice system, it is of great importance to prevent unwanted risks in the interrogation.


P.R. Kranendonk MSc
Robin Kranendonk MSc doet als promovenda bij de Vrije Universiteit Amsterdam en het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) te Amsterdam onderzoek naar de knelpunten en risico’s bij het verhoren van verdachten en getuigen met een LVB.
Artikel

LVB-jongeren in de ZSM-procedure

Over kwetsbaarheid en recidiverisico

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2017
Trefwoorden intellectual disability, recognition, criminal court, ZSM method, recidivism
Auteurs Drs. M. Teeuwen
SamenvattingAuteursinformatie

    In recent years, there are signs that young people with a (mild) intellectual disability are overrepresented in the criminal justice system. It turns out that especially a large majority of the repeated offenders have an intellectual disability. Therefore it would be relevant to know whether and when an intellectual disability is recognized by professionals in the criminal procedure. What is the impact of not recognizing the specific disability on the offender in the criminal justice procedure and on recidivism? The author focuses on a rather new accelerated out-of-court settlement of criminal cases, the so-called ZSM method. She concludes that the high speed of this procedure increases the vulnerability of suspects with a (mild) intellectual disability, especially because the various professionals involved in this procedure seem to lack substantial awareness of the problem. This situation increases the risk of false confessions and witnessing and might also contribute to recidivism.


Drs. M. Teeuwen
Drs. Marigo Teeuwen is socioloog en werkzaam bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) te Amsterdam. De auteur dankt Robin Kranendonk en Marijke Malsch voor hun opbouwende feedback.
Jurisprudentie

Jurisprudentieoverzicht

Tijdschrift Tijdschrift Erfrecht, Aflevering 5 2017
Auteurs Mr. E.M.A. van Amersfoort

Mr. E.M.A. van Amersfoort
Toont 41 - 60 van 486 gevonden teksten
1 3 5 6 7 8 9 24 25
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.