Zoekresultaat: 92 artikelen

x
Artikel

Bewijs voor mededingingsbeperkende overeenkomsten. Vooral verticale

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 5 2011
Trefwoorden mededingingsrecht, horizontale en verticale overeenkomsten, Nintendo-zaak, Distributeur
Auteurs Mr. H.H.P. Lugard
SamenvattingAuteursinformatie

    De brede blik van het mededingingsrecht op het begrip ‘overeenkomst’ is het onderwerp van Paul Lugard, die daarmee de bijzondere belangstelling van Grosheide voor het brede in het recht belichaamt. Moeten horizontale overeenkomsten en verticale overeenkomsten in dit kader verschillend worden bezien? Lugard voert ons langs de klassieke benaderingen van Bayer en Volkswagen II en stelt zich vervolgens de vraag of de recente Nintendo-zaak ons tot andere gedachten zou moeten brengen. Welke rol speelt de werkelijke wil van de distributeur? Voor gewone civilisten, dolend in het onherbergzame mededingingsrecht, welhaast duizelingwekkende vragen. Gelukkig is Grosheide bepaald geen gewone civilist.


Mr. H.H.P. Lugard
Paul Lugard is werkzaam aan de Universiteit van Tilburg (TILEC) als assistent-professor. Hij maakte in de periode 2004-2007 deel uit van de redactie van dit tijdschrift.
Artikel

De onvermoede reikwijdte van de mededingingsrechtelijke nietigheid

HR 16 september 2011, LJN BQ2213, RvdW 2011, 1104 (Batavus/Vriend’s Tweewielercentrum)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2011
Trefwoorden mededingingsrecht, distributierelaties, opzegging, nietigheidssanctie, merkbare beperking van de mededinging
Auteurs Mr. P.J. Kreijger
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze zaak staat de nietigheidssanctie van art. 6 lid 2 Mw centraal. Op grond daarvan zijn overeenkomsten die in strijd zijn met het kartelverbod nietig. De Hoge Raad heeft deze nietigheid op een afzonderlijke en eenzijdige rechtshandeling toegepast, in dit geval de opzegging door Batavus van een prijsvechtende distributeur. Die opzegging volgde op de druk die op Batavus werd uitgeoefend door haar andere distributeurs, nadat zij over hun prijsvechtende collega hadden geklaagd, en was daarmee volgens alle rechterlijke instanties in deze zaak het ‘sluitstuk’ van concurrentiebeperkend feitelijk onderling afgestemd gedrag van Batavus en haar distributeurs. Hoewel feitelijk gedrag niet voor nietigheid vatbaar lijkt, zag de Hoge Raad kennelijk geen probleem in toepassing van de nietigheidssanctie op een eenzijdige rechtshandeling die volgt uit feitelijk gedrag. De zaak illustreert nog eens het (mededingingsrechtelijk) lastige parket waarin leveranciers door hun distributeurs kunnen worden gebracht.


Mr. P.J. Kreijger
Mr. P.J. Kreijger is advocaat bij Linklaters LLP te Amsterdam.
Casus

Franchise en mededingingsrecht: een bijzondere verhouding

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2011
Trefwoorden franchise, mededingingsrecht, concurrentiebeding, distributie, Groepsvrijstelling
Auteurs Mr. M.J. van Joolingen en mr. D.T.A. Noordeloos
SamenvattingAuteursinformatie

    In civiele procedures komt de verenigbaarheid van een franchiseovereenkomst met het mededingingsrecht regelmatig aan de orde. Uit de rechtspraak blijkt dat de mededingingsrechtelijke beoordeling soms te wensen overlaat of dat partijen argumenten laten liggen. In dit artikel komt eerst de mededingingsrechtelijke context van franchise aan de orde. Vervolgens worden de vanuit het mededingingsrechtelijk perspectief meest essentiële onderdelen van een franchiseovereenkomst toegelicht aan de hand van de Europese wetgeving en rechtspraak. Enerzijds wordt hierin de noodzaak tot bescherming van de franchisegever of het franchisenetwerk erkend. Anderzijds wordt gesteld dat de aard van franchise niet zo bijzonder is dat zij zich volledig kan ontrekken aan het mededingingsrecht.


Mr. M.J. van Joolingen
Mr. M.J. van Joolingen is advocaat bij Banning te Den Bosch.

mr. D.T.A. Noordeloos
Mr. D.T.A. Noordeloos is advocaat bij Banning te Den Bosch.
Jurisprudentie

Van Europese en Nederlandse prioriteiten

(GvEA 15 december 2010, zaak T-427/08, Confédération europeénne des associations d’horlogers-réparateurs, n.n.g.; CBb 20 augustus 2010, Vereniging van Reizigers/NMa II, LJN BN4700)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2011
Trefwoorden beleidsruimte bij afdoen van klachten zonder onderzoek, primaire en secundaire productmarkten, beginselplicht tot handhaving in het mededingingsrecht
Auteurs Mr. P.J. Kreijger
SamenvattingAuteursinformatie

    In kort bestek heeft zowel het Gerecht van Eerste Aanleg van de Europese Unie als het College van Beroep voor het bedrijfsleven zich kritisch uitgelaten over besluiten van respectievelijk de Commissie en de NMa om een klacht niet (verder) in behandeling te nemen wegens gebrek aan prioriteit. Het CBb trekt de teugels aan met de introductie in het mededingingsrecht van de beginselplicht tot handhaving, terwijl het Gerecht, kritisch en tamelijk diep toetsend, de eigen rechtspraak op het punt van het (gebrek aan) ‘communautair belang’ als prioriteringscriterium aanscherpt.


Mr. P.J. Kreijger
Mr. P.J. Kreijger is advocaat bij Linklaters LLP te Amsterdam.
Praktijk

Kroniek Civiele rechtspraak mededingingsrecht 2010

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2011
Trefwoorden schadevergoedingsacties, verticale overeenkomsten, bewijslastverdeling (ihkv misbruik van economische machtspositie), selectieve distributie, aftrekbaarheid boete
Auteurs Mr. M.G. Bredenoord-Spoek en Prof. dr. J.S. Kortmann
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze kroniek Civiele Rechtspraak 2010 bespreekt evenals vorig jaar de door Nederlandse civiele rechters gewezen uitspraken waarin het Nederlandse en/of Europese mededingingsrecht aan de orde kwam. De fiscale aftrekbaarheid van mededingingsrechtelijke boetes wordt ook kort behandeld. In aanvulling daarop bevat deze kroniek tevens een kort overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van schadevergoedingsacties op basis van mededingingsrechtelijke overtredingen in Nederland en in enkele ons omringende landen.


Mr. M.G. Bredenoord-Spoek
Mr. M.G. Bredenoord-Spoek is werkzaam als advocaat bij Stibbe.

Prof. dr. J.S. Kortmann
Prof. dr. J.S. Kortmann is werkzaam als advocaat bij Stibbe.
Casus

De nieuwe groepsvrijstelling verticale overeenkomsten: de contractspraktijk op de schop?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2010
Trefwoorden mededinging, distributie, groepsvrijstelling, overeenkomst
Auteurs Mr. M.J. van Joolingen en Mr. D.T.A. Noordeloos
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 juni jongstleden heeft de Europese Commissie de regelgeving voor verticale overeenkomsten, zoals distributie, franchise en agentuur gewijzigd. In dit artikel zal een toelichting worden gegeven op de voor de praktijk meest belangrijke veranderingen die de komst van de deze nieuwe groepsvrijstelling met zich meebrengt. De nieuwe groepsvrijstelling neemt de contractspraktijk niet op de schop. Er zijn wel een aantal voor de contractspraktijk belangrijke praktische veranderingen doorgevoerd. Ook bestaande overeenkomsten dienen in lijn te worden gebracht met deze nieuwe regelgeving.


Mr. M.J. van Joolingen
Mr. M.J. van Joolingen is advocaat bij Banning te Den Bosch.

Mr. D.T.A. Noordeloos
Mr. D.T.A. Noordeloos is advocaat bij Banning te Den Bosch.

Prof. mr. M.R. Mok
Artikel

De herziene Groepsvrijstelling en richtsnoeren verticale beperkingen: never change a winning team?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2010
Trefwoorden herziene Groepsvrijstelling, richtsnoeren verticale beperkingen, onlineverkooprestricties, Hardcore restricties
Auteurs Mr. S.J.H. Evans
SamenvattingAuteursinformatie

    Ondernemingen die momenteel onderhandelen over het aangaan van een verticale overeenkomst zijn gewaarschuwd: op 1 juni a.s. treedt Verordening (EG) nr. 330/2010 betreffende de toepassing van artikel 101 lid 3 VWEU op groepen verticale overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen (de ‘nieuwe Groepsvrijstelling’) in werking. Bestaande verticale overeenkomsten dienen binnen één jaar aan de nieuwe regels te worden aangepast. Ook dit keer gaat de Groepsvrijstelling gepaard met richtsnoeren die ondernemingen dienen te helpen bij de mededingingsrechtelijke beoordeling van door hen aangegane verticale overeenkomsten. Op basis van haar ervaring en de opmerkingen van belanghebbenden achtte de Commissie een fundamentele wijziging van de bestaande Groepsvrijstelling niet noodzakelijk: never change a winning team. Of deze veronderstelling terecht is, zal hierna worden nagegaan.


Mr. S.J.H. Evans
Mr. S.J.H. Evans is werkzaam bij het Europa Instituut (Universiteit Utrecht) en is tevens werkzaam als professional support lawyer bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V.
Artikel

De nieuwe groepsvrijstelling verticale beperkingen – een bescheiden stap vooruit

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2010
Trefwoorden groepsvrijstelling verticale beperkingen, wijzigingsvoorstel, Verordening (EU) nr. 330/2010
Auteurs Mr. H.H.P. Lugard en Dr. T. van Dijk
SamenvattingAuteursinformatie

    In het novembernummer van 2009 van dit tijdschrift bespraken wij de voorstellen tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2790/ 1999 en de daarbij behorende richtsnoeren die de Commissie in juli 2009 bekend maakte. Inmiddels heeft de Commissie op 20 april van dit jaar de definitieve tekst van de nieuwe verordening, Verordening (EU) nr. 330/2010, alsmede de aangepaste richtsnoeren, vastgesteld. De nieuwe regeling treedt op 1 juni 2010 in werking en zal tot 31 mei 2022 van kracht blijven. Voor overeenkomsten die ingevolge Verordening (EG) nr. 2790/1999 op 31 mei 2010 vrijgesteld zijn van het verbod van artikel 101, eerste lid, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, maar niet in overeenstemming zijn met de voorwaarden van de nieuwe verordening, geldt een overgangstermijn van een jaar.In deze bijdrage staan wij summier stil bij de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de Commissievoorstellen van juli 2009. Voor een uitgebreidere bespreking van de aanpassingen van de verordening en richtsnoeren verwijzen wij de lezer graag naar onze eerdere bijdrage.


Mr. H.H.P. Lugard
Mr. H.H.P. Lugard is werkzaam als advocaat en bedrijfsjurist bij Royal Philips Electronics.

Dr. T. van Dijk
Dr. T. van Dijk is werkzaam bij Lexonomics.
Artikel

Europese Commissie doet recht aan discussie omtrent verticale prijsbinding

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2010
Trefwoorden verticale prijsbinding, hardekernbeperking, economisering mededgingingsrecht, bewijsrecht art. 101 VWEU
Auteurs F.A.H. van Doorn MSc LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    Een van de meest controversiële onderwerpen in het mededingingsrecht is zonder twijfel het beleid ten aanzien van verticale prijsbinding. Hoewel economische theorieën en ontwikkelingen in de VS op het eerste gezicht aanleiding lijken te geven voor een andere conclusie, kiest de Commissie er in de nieuwe groepsvrijstelling en bijbehorende richtsnoeren opnieuw voor om deze omstreden verticale restrictie als hardekernbeperking aan te merken. Door te kiezen voor deze strikte regel, maar toch de deur open te laten voor rechtvaardigingen in individuele gevallen, doet de Commissie recht aan de juridische én de economische discussie, waarin het instrument nu eenmaal de schijn tegen heeft.


F.A.H. van Doorn MSc LL.M.
F.A.H. van Doorn Msc LL.M. is beleidsmedewerker bij de directie Mededinging en Consumenten van het ministerie van Economische Zaken (e-mail: f.doorn@minez.nl).
Redactioneel

Faalangst?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2010
Trefwoorden marktwerking, onderlinge mededinging, inperking private sectoren
Auteurs Mr. R. Wesseling
SamenvattingAuteursinformatie

    Als op één dag de heruitgave van Het Kapitaal (Karl Marx) en De utopie van de vrije markt (Hans Achterhuis) in de krant worden besproken dan kan dat toeval zijn. Als in diezelfde krant How markets fail (John Cassidy) met een serie vergelijkbare boeken centraal staat in een artikel over het einde van het economisch systeem dan hoeft dat op zichzelf ook nog niks te betekenen. Maar als tegelijkertijd op de opinie pagina’s een verhitte discussie wordt gevoerd over de voor- en nadelen van marktwerking dan begint het gevoel zich op te dringen dat er iets aan de hand is.1x Zie bijvoorbeeld Het Financieele Dagblad 20 april 2010, OptiekDebat, p. 7. Marktwerking als ordeningsprincipe van economieën – of van samenlevingen – staat onder druk. De aanval lijkt zich daarbij te richten op de ‘vrije’ marktwerking. Marktwerking en onderlinge mededinging tussen ondernemingen als economische Grundnorm blijven vooralsnog buiten beeld. Maar, zo luidt de breed gehoorde oproep nu, de markt moet worden ingetoomd. De resultaten van vrije marktwerking zijn potentieel pervers. De samenleving is gediend bij een sterke overheid die de private actoren inperkt.

Noten

  • 1 Zie bijvoorbeeld Het Financieele Dagblad 20 april 2010, OptiekDebat, p. 7.


Mr. R. Wesseling
Mr. R. Wesseling is werkzaam als advocaat bij Stibbe en tevens redactielid van M&M.
Artikel

Mededingingsrechtelijke normen bij beëindiging van distributieovereenkomsten

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2007
Trefwoorden distributieovereenkomst, mededingingsrecht, opzegging, redelijkheid en billijkheid, duurovereenkomst, opzegtermijn, overeenkomst, mededinging, Nederlandse mededingingsautoriteit, onbepaalde tijd
Auteurs M.B. Swart

M.B. Swart
Praktijk

Kroniek civiele rechtspraak mededingingsrecht 2009

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2010
Trefwoorden kroniek civiele rechtspraak mededingingsrecht, kroniek 2009, civiele rechtspraak mededingingsrecht
Auteurs Mr. E.K.S Mollen
SamenvattingAuteursinformatie

    Anders dan in voorgaande jaren bespreekt deze kroniek uitsluitend de door Nederlandse civiele rechters gewezen uitspraken waarin het Nederlandse en/of Europese mededingingsrecht aan de orde kwam.1x Voor zover bij de auteur bekend zijn in 2009 in totaal 42 civiele/fiscale uitspraken over mededingingsrecht gepubliceerd. De rechterlijke toetsing van de besluiten van de NMa blijft hier buiten beschouwing. In 2009 deed zich een aantal interessante ontwikkelingen voor. Zo is de NMa voor het eerst als amicus curiae opgetreden in een civiele (kort geding) procedure en hakte de Hoge Raad de knoop door wat betreft het openbare orde-karakter van het Nederlandse kartelverbod.

Noten

  • * Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.
  • 1 Voor zover bij de auteur bekend zijn in 2009 in totaal 42 civiele/fiscale uitspraken over mededingingsrecht gepubliceerd.


Mr. E.K.S Mollen
Mr. E.K.S. Mollen is senior jurist bij de Juridische Dienst van de Nederlandse Mededingingsautoriteit.
Jurisprudentie

Het beoogd toekomstig mededingingsrechtelijk kader voor de motorvoertuigensector

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 10 2009
Trefwoorden Verordening 1400/2002, verticale overeenkomsten, groepsvrijstelling, motorvoertuigen
Auteurs Mr. M. Kuijper
SamenvattingAuteursinformatie

    De Europese Commissie heeft onlangs een mededeling gepubliceerd met een voorstel voor het toekomstig mededingingsrechtelijk kader voor de motorvoertuigensector. In het voorstel geeft de Commissie aan de in de sector gehanteerde verticale overeenkomsten niet meer te onderwerpen aan een sectorspecifieke groepsvrijstelling, maar de algemene groepsvrijstellingsverordening voor verticale overeenkomsten van toepassing te verklaren (aangevuld met sectorspecifieke richtsnoeren). Als het voorstel wordt doorgezet veranderen er wellicht een aantal kenmerkende factoren van het mededingingsrechtelijk kader die door de huidige sectorspecifieke Groepsvrijstellingsverordening 1400/2002 in het leven zijn geroepen. Dit wordt in dit artikel kort toegelicht.


Mr. M. Kuijper
Mr. M. Kuijper is advocaat bij Boekel De Nerée N.V.
Jurisprudentie

T-Mobile e.a./NMa

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2009
Trefwoorden onderling afgestemde feitelijke gedraging, mededingingsbeperkende strekking, informatie-uitwisseling tussen concurrenten, bewijsvermoeden causaal verband
Auteurs Mr. L.E.J. Korsten
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 4 juni 2009 beantwoordde het Hof van Justitie prejudiciële vragen in de zaak van de mobiele operators (zaak C-8/08, T-Mobile e.a./NMa). De eerste vraag van het CBb had betrekking op de uitleg van het begrip onderling afgestemde feitelijke gedraging (oafg) met mededingingsbeperkende strekking. Volgens het Hof heeft een oafg een mededingingsbeperkende strekking wanneer zij concreet de mededinging binnen de gemeenschappelijke markt concreet kan beperken. Uitwisseling van informatie tussen concurrenten heeft een mededingingsbeperkende strekking wanneer zij onzekerheden over voorgenomen gedrag kan wegnemen. De tweede en derde vraag van het CBb betroffen de toepassing van het zogenoemde Anic-bewijsvermoeden met betrekking tot het causaal verband tussen afstemming en daaropvolgend marktgedrag. Volgens het Hof is dit bewijsvermoeden een regel van materieel recht. Het bewijsvermoeden mag bij elke oafg worden toegepast.


Mr. L.E.J. Korsten
Mr. L.E.J. Korsten is advocaat bij DLA Piper Nederland N.V.
Artikel

De ontwerp groepsvrijstelling verticale beperkingen – een stap vooruit?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2009
Trefwoorden verordening inzake verticale overeenkomsten, ontwerp-verordening, verticale beperkingen, toegangsvergoedingen, categoriemanagementovereenkomsten
Auteurs Mr. H.H.P. Lugard en Dr. T. van Dijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Na tien jaar in werking te zijn geweest zal de verordening inzake verticale overeenkomsten, Verordening (EG) nr. 2790/1999, op 31 mei 2010 vervallen. De Europese Commissie is op 28 juli van dit jaar een consultatieronde gestart over aanpassingen van de huidige verordening (‘de ontwerp-verordening’) en de daarbij behorende richtsnoeren (‘de ontwerp-richtsnoeren’). In het persbericht bij de consultatieronde stelt de Commissie dat de voorgestelde aanpassingen ‘(…) zijn bedoeld om in te spelen op de recente marktontwikkelingen, met name de versterkte koopkracht van de grote detailhandelaars en de groei van de online verkoop.’ In dit artikel zetten we de belangrijkste door de Commissie voorgestelde aanpassingen op een rij en bespreken we meer in detail een aantal saillante wijzigingsvoorstellen: (1) aanpassingen van de reikwijdte van de vrijstelling, (2) twee ‘nieuwe’ verticale beperkingen, te weten toegangsvergoedingen en categoriemanagementovereenkomsten, (3) nieuwe regels met betrekking tot online distributie en (4) een aangepaste beoordeling van individuele hardekernbeperkingen, in het bijzonder van verticale prijsbinding. De nieuwe verordening zal naar verwachting in juni 2010 in werking treden en van toepassing blijven tot 31 mei 2020.


Mr. H.H.P. Lugard
Mr. H.H.P. Lugard is werkzaam als advocaat en bedrijfsjurist bij Royal Philips Electronics.

Dr. T. van Dijk
Dr. T. van Dijk is werkzaam bij Lexonomics.

Dr. B. Baarsma
Dr. Barbara Baarsma is directeur SEO Economisch Onderzoek

drs. J. Poort
Drs. Joost Poort is hoofd cluster Mededinging en Regulering, SEO Economisch Onderzoek. Graag bedanken we Weijer VerLoren van Themaat voor zijn kritische blik op een eerdere versie van dit artikel.
Artikel

Betekenis van het Europese mededingingsrecht voor het Nederlandse contractenrecht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2009
Trefwoorden Europese mededingingsrecht, contractenrecht, Kartelverbod, economische machtspositie, concentratiecontrole
Auteurs Mr. R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Een van de leidende beginselen van het contractenrecht is de partijautonomie en de daaraan gekoppelde contractsvrijheid. Zoals iedere vrijheid kent echter ook contractsvrijheid haar grenzen. Het mededingingsrecht is als begrenzing van de contractsvrijheid de laatste jaren steeds belangrijker geworden. Overeenkomsten mogen er niet toe leiden dat de mededinging wordt beperkt. In het onderhavige artikel wordt besproken op welke manier het Europese mededingingsrecht inwerkt op het Nederlandse contractenrecht. Daartoe worden de Europese mededingingsregels op hoofdlijnen weergegeven. In dit artikel wordt onder mededingingsrecht verstaan het kartelverbod, het verbod van misbruik van economische machtspositie en de concentratiecontrole.


Mr. R. Meijer
Mr. R. Meijer is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.

    In een redactioneel artikel geeft de redactie een toelichting op het tijdschriftnummer in kwestie.


Mr. Paul Lugard
Paul Lugard is werkzaam bij Philips International B.V.

Mr. H.M. Cornelissen
Mr. H.M. Cornelissen is advocaat bij de Automotive Industry Group van Houthoff Buruma N.V. te Amsterdam
Toont 41 - 60 van 92 gevonden teksten
1 3 5
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.