Zoekresultaat: 409 artikelen

x
Kroniek

Kroniek civiele rechtspraak 2019

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2020
Trefwoorden civiel, rechtspraak, 2019, mededingingsrecht, Skanska
Auteurs Stefan Tuinenga en Marianne Meijssen
Auteursinformatie

Stefan Tuinenga
Mr. S. Tuinenga is advocaat bij Scott+Scott.

Marianne Meijssen
Mr. M.A. Meijssen is advocaat bij Scott+Scott.
Kroniek

Kroniek economie in het mededingingsrecht 2019

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2020
Auteurs Nicole Rosenboom, Anna den Boer, Lola Damstra e.a.
Auteursinformatie

Nicole Rosenboom
N. Rosenboom, MSc, is werkzaam als senior consultant bij Oxera Amsterdam.

Anna den Boer
A. den Boer, MSc, is werkzaam als consultant bij Oxera Amsterdam.

Lola Damstra
L. Damstra, MSc, is werkzaam als analist bij Oxera Londen.

Maurice de Valois Turk
M. de Valois Turk, MSc, is werkzaam als partner bij Oxera LLP Amsterdam.
Artikel

Access_open De vrijheden van vestiging en ondernemerschap en de preventieve toetsing van de a-grond door het UWV: is de toetsing in overeenstemming met AGET Iraklis?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 1 2020
Trefwoorden Preventieve toetsing van ontslagen op de a-grond door het UWV, Vrijheid van vestiging, Vrijheid van ondernemerschap
Auteurs Prof. mr. L.G. Verburg
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage onderzoekt de vraag of ons Nederlandse systeem van de preventieve toetsing door het UWV van ontslagen die het gevolg zijn van bedrijfseconomische omstandigheden als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 sub a BW (de a-grond) in overeenstemming is met het Unierecht. Een nauwgezette analyse van de rechtspraak van het HvJ EU, waaronder in het bijzonder het AGET Iraklis-arrest uit 2016, wijst uit dat de aanwijzingen die het HvJ geeft omtrent de uitlegging van het Unierecht, in het bijzonder ten aanzien van de toepassing van de vrijheid van vestiging in samenhang met de vrijheid van ondernemerschap, repercussies hebben voor het Nederlandse systeem van de preventieve toetsing van ontslagen op de a-grond. De conclusie luidt dat de toetsing door het UWV van het besluit van de ondernemer dat de arbeidsplaats van een werknemer is vervallen door beëindiging van de werkzaamheden van de onderneming of structureel vervalt door maatregelen die om bedrijfseconomische redenen noodzakelijk zijn voor een doelmatige bedrijfsvoering, strijdig is met het Unierecht en daarom achterwege moet blijven. De oorzaak ligt bij het ontbreken van concrete, objectieve en controleerbare uitvoeringsbepalingen. De toetsing van de vervolgvraag betreffende de ontslagvolgorde lijkt wel te voldoen aan de eisen die voortvloeien uit de rechtspraak van het HvJ EU.


Prof. mr. L.G. Verburg
Prof. mr. L.G. Verburg is hoogleraar Arbeidsrecht aan de Radboud Universiteit.


Edith Loozen
Mr. dr. E.M.H. Loozen is Research Associate bij het Amsterdam Center for Law & Economics van de Universiteit van Amsterdam en Visiting Fellow bij de vakgroep Health Economics van de Vrije Universiteit.

Pauline Kuipers
Mr. drs. D.P. Kuipers is advocaat bij Bird & Bird.

    De grote toestroom van migranten en asielzoekers in de EU houdt vandaag nog steeds verschillende regelgevers wakker. Niet alleen de nationale overheden, maar ook de EU-regelgevers zoeken naarstig naar oplossingen voor de problematiek. Daartoe trachten de EU-regelgevers het Gemeenschappelijk Europees Asielstelsel (GEAS) bij te werken.
    Binnen de groep migranten en asielzoekers bestaat een specifiek kwetsbaar individu: de niet-begeleide minderjarige vreemdeling (NBMV). Hij is zowel vreemdeling als kind en kreeg reeds ruime aandacht binnen de rechtsleer. Nochtans werd deze aandacht niet altijd weerspiegeld in de EU-wetgeving. Het lijkt alsof hij door de regelgevers af en toe uit het oog verloren werd.
    Uit het onderzoek blijkt dat de EU-regelgevers nog een zekere weg te gaan hebben. In de eerste plaats bestaat er wat betreft het geheel aan regels met betrekking tot de NBMV weinig coherentie. De EU-regelgevers zouden bijvoorbeeld meer duidelijkheid kunnen scheppen door een uniforme methode vast te leggen voor de bepaling van de leeftijd van de NBMV. Hetzelfde geldt voor een verduidelijking van de notie ‘het belang van het kind’ binnen asiel en migratie. Verder blijken de Dublinoverdrachten en de vrijheidsontneming van de NBMV nog steeds gevoelige pijnpunten. Hier en daar moet aan de hervorming van het asielstelsel nog wat gesleuteld worden, zodat de rechten van de NBMV optimaal beschermd kunnen worden.
    ---
    Today, the large influx of migrants and asylum seekers into the European Union (EU) keeps several regulators awake. Not only national authorities, but EU regulators too are diligently searching for solutions to the problems. To this end, EU regulators are seeking to update the Common European Asylum System (CEAS).
    There is however a particularly vulnerable individual within the group of migrants and asylum seekers: the unaccompanied alien minor (UAM). These minors already received a great deal of attention within legal doctrine. However, this attention was not always reflected in EU legislation. It seems as if UAM are occasionally lost from sight by the regulators.
    This article shows that the EU regulators still have a certain way to go. First, there is little coherence in the set of rules relating to the UAM. The EU regulators could, for example, create more clarity by laying down a uniform method for determining the age of the UAM. The same applies to a clarification of the notion of 'best interests of the child' within the context of asylum and migration. Second, the proposal for a new Dublin Regulation and the proposal for a new Reception Conditions Directive still appear to be sensitive. Here and there, the reform of the asylum system still needs adjustments, so that the rights of UAM can be optimally protected."


Caranina Colpaert LLM
Caranina Colpaert is PhD researcher
Artikel

Kroniek Burgerlijk Procesrecht 2019

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 2 2020
Auteurs Robert Hendrikse, Justin Interfurth, Floris-Jan Werners e.a.

Robert Hendrikse

Justin Interfurth

Floris-Jan Werners

Bas van Zelst
Artikel

Het toepasselijk recht op gebundelde kartelschadeclaims

Van mozaïek tot Rubik’s Cube

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 1-2 2020
Trefwoorden kartelschade, Rome II, WCOD, marktregel, lex fori
Auteurs Mr. dr. L.M. van Bochove
SamenvattingAuteursinformatie

    Een internationale kartelschadevordering wordt beheerst door het recht van het land waar de markt is beïnvloed. In de praktijk blijkt deze marktregel echter moeilijk toepasbaar, vooral wanneer vorderingen gebundeld worden ingediend. Dit artikel bespreekt de knelpunten van de marktregel en onderzoekt de praktische en juridische haalbaarheid van alternatieve aanknopingspunten.


Mr. dr. L.M. van Bochove
Mr. dr. L.M. van Bochove is universitair docent Internationaal Privaatrecht aan de Universiteit Leiden.

Georges Dictus
Mr. G.A. Dictus is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.

Sebastiaan Cnossen
Mr. S.H.G. Cnossen is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn te Den Haag.
Artikel

Informatie-uitwisseling en concentraties: standstill-verplichting en/of het kartelverbod?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2019
Trefwoorden informatie-uitwisseling, standstill-verplichting, concentraties, kartelverbod, artikel 101 VWEU
Auteurs Mattijs Bosch
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage behandelt het onderwerp informatie-uitwisseling in het kader van concentraties. Dergelijke informatie-uitwisseling kan zowel in de due diligence fase, voorafgaande aan de totstandkoming van een overnameovereenkomst, als in de fase tussen signing en closing van de transactie plaatsvinden.


Mattijs Bosch
Mr. M.K.M. Bosch is Senior Legal Counsel – Competition Law & Policy bij A.P. Møller-Mærsk. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

De investeringstoets in vitale infrastructuren: laatste redmiddel of reden tot zorg?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2019
Trefwoorden vitale sectoren, investeringstoets, Europees recht, telecommunicatiesector, openbare veiligheid
Auteurs Tessa van Breugel, Saskia Lavrijssen en Leigh Hancher
SamenvattingAuteursinformatie

    In maart 2019 is het wetsvoorstel ongewenste zeggenschap telecommunicatie ingediend bij de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel introduceert een investeringstoets in de telecommunicatiesector. Het is een aanvulling op het bestaande wet- en regelgevend kader dat veelal is ingevoerd ten tijde van de privatisering en liberalisering van vitale infrastructuursectoren. Dit kader biedt volgens de regering niet langer afdoende bescherming tegen nationale veiligheidsrisico’s die in de huidige tijd door buitenlandse overnames en investeringen in de vitale infrastructuur kunnen ontstaan. De investeringstoets behoort tot een nieuw soort instrumentarium (de zogenoemde ‘tweedegeneratie-instrumenten’) met een grotere reikwijdte en breder toepassingsbereik dat in steeds meer EU-lidstaten zijn intrede doet. Hoewel het recent vastgestelde EU-screeningskader aanzienlijke ruimte laat aan EU-lidstaten om screening van investeringen vorm te geven, moet de wijze waarop deze ruimte wordt ingevuld in overeenstemming zijn met de fundamentele Europese vrijverkeerbepalingen. Dit artikel concludeert dat het wetsvoorstel in de huidige vorm een ongerechtvaardigde belemmering van het vrij verkeer vormt en herbezinning behoeft.


Tessa van Breugel
Mr. drs. T.A.B. van Breugel is afgestudeerd masterstudent ondernemingsrecht aan Tilburg University.

Saskia Lavrijssen
Prof. dr. S.A.C.M. Lavrijssen is hoogleraar regulering en toezicht aan Tilburg University.

Leigh Hancher
Prof. dr. L. Hancher is hoogleraar Europees recht aan Tilburg University en Florence School of Regulation.
Praktijkberichten

Het Europese mededingingsrechtelijke marktonderzoek gesyndiceerde leningen: oude wijn in nieuwe zakken?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2019
Trefwoorden mededingingsrecht, kartelverbod, gesyndiceerde leningen, financiering, compliance
Auteurs Mr. drs. M.C. Brabers en Mr. R.A. Struijlaart
SamenvattingAuteursinformatie

    Onlangs publiceerde de Europese Commissie de resultaten van het mededingingsrechtelijke marktonderzoek gesyndiceerde leningen. Het rapport onderstreept eens te meer dat er mededingingsrisico’s bestaan wanneer banken samenwerken om een gesyndiceerde lening te verstrekken aan een geldlener. Met het rapport heeft de Commissie een gedetailleerde beschrijving van de markt vanuit mededingingsrechtelijk perspectief in handen, waardoor deze mededingingsrisico’s nu duidelijk op haar radar staan. Banken moeten dus oppassen en hebben daarom baat bij een steekhoudende mededingingsrechtelijke paragraaf in het complianceprogramma. Dit artikel gaat in op het rapport en (compliance)maatregelen die banken en geldleners kunnen nemen om mededingingsrisico’s te ondervangen.


Mr. drs. M.C. Brabers
Mr. drs. M.C. (Mark) Brabers is advocaat mededingingsrecht bij Loyens & Loeff (praktijkgroep Mededinging & Overheid) te Amsterdam, tevens is hij soms werkzaam in de financieringspraktijk van zijn kantoor.

Mr. R.A. Struijlaart
Mr. R.A. (Robin) Struijlaart is advocaat mededingingsrecht bij Loyens & Loeff (praktijkgroep Mededinging & Overheid) te Amsterdam.
Externe betrekkingen

Een steun in de rug voor het investeringsbeleid van de Commissie: Advies 1/17 (CETA)

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9-10 2019
Trefwoorden advies 1/17, internationaal investeringsrecht, autonomie van de rechtsorde van de EU, geschillenbeslechting, advies 2/13, ISDS-systeem
Auteurs Dr. L.J. Ankersmit
SamenvattingAuteursinformatie

    In Advies 1/17 oordeelt het Hof van Justitie dat het geschillenbeslechtingsmechanisme tussen investeerders en staten (hierna: het ‘ISDS-systeem’) in de Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada en de EU (CETA) verenigbaar is met de Verdragen. Het advies was aangevraagd door de Belgische regering op verzoek van de Waalse regering. In het Advies gaat het Hof van Justitie in op drie aspecten van het adviesverzoek van de Belgische regering over de verenigbaarheid van het ISDS-systeem met de Verdragen: de autonomie van de rechtsorde van de Unie, het beginsel van gelijke behandeling en het recht op toegang tot een onafhankelijke rechter. Advies 1/17 is vooral opvallend omdat het minder strikt is dan voorgaande rechtspraak van het Hof van Justitie over externe controlemechanismen in internationale verdragen en doordat het Hof van Justitie zich mengt in de discussie over de impact van het ISDS-systeem op het democratische besluitvormingsproces binnen de EU.
    HvJ 30 april 2019, A-1/17, ECLI:EU:C:2019:341 (CETA)


Dr. L.J. Ankersmit
Dr. L.J. (Laurens) Ankersmit is universitair docent Europees recht aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Stand van zaken van het straf(proces)recht in Aruba, Curaçao, Sint Maarten en op de BES-eilanden

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Caribische strafvordering, herziening straf(proces)recht, verhoorsbijstand, modernisering
Auteurs Mr. J.H.J. Verbaan
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt de status van de invoering van het Wetboek van Strafvordering in het Caribisch deel van het Koninkrijk. Hij bespreekt tevens de ontvangst van de reeds ingevoerde Wetboeken van Strafrecht en de strafrechtelijke uitvoeringswetgeving en gaat in op het nut en de noodzaak van een nieuw strafprocesrecht. De auteur bespreekt ook enige specifieke voorstellen in het beoogde Wetboek van Strafvordering en staat tot slot stil bij de effecten die het project Modernisering Strafvordering in Europees Nederland op die regelgeving heeft.


Mr. J.H.J. Verbaan
Mr. J.H.J. Verbaan is werkzaam als wetenschappelijk onderzoeker bij de sectie Strafrecht van de Erasmus Universiteit Rotterdam. In die hoedanigheid maakt hij ook deel uit van het Antilliaanse projectteam van prof. mr. H. de Doelder. Dit projectteam heeft bijstand verleend bij de totstandkoming van het nieuwe Wetboek van Strafrecht, alsmede de herziening van het Caribisch Wetboek van Strafvordering.
Vrij verkeer

Het arrest Tjebbes: de evenredigheidstoets als complexe brug tussen nationaliteitswetgeving en Unieburgerschap

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2019
Trefwoorden Unieburgerschap, artikel 20 VWEU, intrekking van nationaliteit, bevoegdheidsverdeling, evenredigheidstoets, beroeps- en familieleven in de EU
Auteurs Prof. dr. P. Van Elsuwege en H.H.C. Kroeze LL.M.
SamenvattingAuteursinformatie

    De zaak Tjebbes gaat over de verenigbaarheid van een Nederlandse regeling met het Unierecht op grond waarvan tien jaar verblijf in een derde land het van rechtswege verlies van het Nederlanderschap met zich meebrengt voor Nederlanders die nog een tweede nationaliteit hebben. De zaak is daarmee een vervolg op het arrest Rottmann, waarin het Hof van Justitie bepaalde dat intrekking van de nationaliteit van de lidstaten in overeenstemming moet zijn met het Europeesrechtelijke evenredigheidsbeginsel. In Tjebbes vraagt de Raad van State of die Europeesrechtelijke evenredigheidstoets met zich meebrengt dat de gevolgen in het individuele geval moeten worden getoetst, of dat het voldoende is dat er een evenredigheidstoets in abstracto in het beleid verdisconteerd is. Anders dan advocaat-generaal Mengozzi oordeelt het Hof van Justitie dat incidenteel een geconcretiseerde evenredigheidstoets plaats moet kunnen vinden, ‘vanuit het oogpunt van het Unierecht’, wat betekent dat het effect van het verlies van de nationaliteit op het beroeps- en gezinsleven van de betrokkene meegewogen moet worden. Deze bijdrage evalueert deze uitspraak vanuit het perspectief van de bevoegdheidsverdeling tussen de EU en de lidstaten. Daarnaast wordt ingegaan op de beperktheid van de Unierechtelijke evenredigheidstoets zoals die in dit arrest geformuleerd wordt en worden enkele mogelijke implicaties voor de rechtspraktijk besproken.
    HvJ 12 maart 2019, zaak C-221/17, Tjebbes e.a./Minister van Buitenlandse Zaken, ECLI:EU:C:2019:189


Prof. dr. P. Van Elsuwege
Prof. dr. P. (Peter) Van Elsuwege is hoogleraar Europees recht aan de Universiteit van Gent en verbonden aan het Ghent European Law Institute.

H.H.C. Kroeze LL.M.
H.H.C. (Hester) Kroeze LL.M. is promovenda in het Europees recht aan de Universiteit van Gent en verbonden aan het Ghent European Law Institute.
Digitale markten

Een gelijk speelveld in de online platformeconomie?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2019
Trefwoorden online platforms, digitale interne markt, schadelijke handelspraktijken
Auteurs Mr. L.E. Felderhof en Mr. M.P.C. Rozenbroek
SamenvattingAuteursinformatie

    De Verordening ter bevordering van billijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van onlinetussenhandelsdiensten heeft het doel te zorgen voor een eerlijke, transparante en voorspelbare bedrijfsomgeving voor ondernemers (met name het midden- en kleinbedrijf) die online platforms gebruiken om hun goederen en/of diensten aan te bieden aan consumenten.
    In dit artikel bespreken wij dat het wenselijk is dat door middel van deze verordening ex ante regels worden gesteld aan aanbieders van online platforms, met name omdat het huidige mededingingsinstrumentarium in de veranderende (digitale) economie niet altijd toereikend blijkt. Ook plaatsen wij enkele kanttekeningen bij de uitvoerbaarheid en het effect van de verordening in de praktijk, welke aspecten volgens ons niet voldoende geadresseerd zijn in de verordening.
    Verordening (EU) 2019/1150 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 ter bevordering van billijkheid en transparantie voor zakelijke gebruikers van onlinetussenhandelsdiensten, PbEU 2019, L 186.


Mr. L.E. Felderhof
Mr. L.E. (Laura) Felderhof is advocaat bij NautaDutilh N.V.

Mr. M.P.C. Rozenbroek
Mr. M.P.C. (Marieke) Rozenbroek is advocaat bij NautaDutilh N.V.
Vrij verkeer

De toepassing van de aanbestedingsplicht van ambulancediensten op Samaritanen en Maltezers

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5-6 2019
Trefwoorden aanbesteding, aanbestedingsplicht, Falck, ambulancevervoer, ambulancedienst
Auteurs Mr. M.J.J.M. Essers en Mr. E.S. Haalebos
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 21 maart 2019 wees het Hof van Justitie arrest in de zaak Falck Rettungsdienste GmbH en Falck A/S/Stadt Solingen. Het Hof van Justitie stelt vast wanneer ambulancediensten door non-profitorganisaties, op grond van artikel 10 sub h Richtlijn 2014/24/EU, uitgezonderd zijn van de aanbestedingsplicht.
    HvJ 21 maart 2019, zaak C-465/17, Falck Rettungsdienste GmbH en Falck A/S/Stadt Solingen (Falck Rettungsdienste), ECLI:EU:C:2019:234.


Mr. M.J.J.M. Essers
Mr. M.J.J.M. (Maurice) Essers is advocaat bij Clairfort te Amsterdam.

Mr. E.S. Haalebos
Mr. E.S. (Eelkje) Haalebos is advocaat bij Clairfort te Amsterdam.
Annotatie

Marktafbakening, toch (g)een doel op zich?

CBb 23 april 2019, ECLI:NL:CBB:2019:150 en ECLI:NL:CBB:2019:151 (contractueel taxivervoer)

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 4 2019
Auteurs Rob Gehring
Auteursinformatie

Rob Gehring
Mr. drs. R.G.J. Gehring is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.
Artikel

De inzet van privaat gewapend maritiem beveiligingspersoneel of Privately Contracted Armed Security Personnel (PCASP) aan boord van Belgische en Nederlandse koopvaardijschepen

Een rechtsvergelijkende analyse van de wetgeving van Europese vlaggenstaten

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2019
Trefwoorden Maritime piracy, private maritime security company, PMSC, vessel protection detachment, privately contracted armed security personnel
Auteurs Ilja Van Hespen
SamenvattingAuteursinformatie

    Until recently, Dutch merchant ships could not rely on privately contracted maritime security staff to protect themselves against pirates. On the one hand, the argument prevailed that the State had to retain the monopoly on the use of force and, on the other hand, one also feared for the escalation of violence or international incidents. Nowadays, however, more and more European countries allow for the use of privately contracted armed security personnel on board merchant ships. As a result, the Dutch Parliament has adopted a bill containing rules for the use of armed private security guards on board Dutch maritime merchant ships (Law to Protect Merchant Shipping 2019 (published in the Dutch official Gazette on June 7th, 2019)).
    The author addresses the question whether because of the new law a level playing field will emerge with the Merchant Navies from the neighboring Flag States of Belgium, the United Kingdom, Spain and Denmark, presenting a comparative analysis of their domestic legislation.
    The Dutch law clearly regulates the use of force and the master has the final responsibility for everything that happens under his authority. In principle, the security guards may only apply violence as the master has determined that it is necessary. Innovative is that there is a reporting obligation whereby every incident should be reported with images and sound recordings. It seems, however, that the law is especially made to protect and secure and not necessarily to provide a solution for situations in which pirates come on board.
    It is clear that the intention of the legislator is to leave the monopoly on the use of force in the hands of the State. However, the adoption of this law to protect merchant shipping could constitute a first step in enabling the use of force by other actors than the State, which in itself is groundbreaking. Before being able to go on this road, there are still countless political (mainly related to the sovereignty of a State) and legal challenges (mainly concerning the use of force and respect for human rights) to be addressed.


Ilja Van Hespen
Ilja Van Hespen is luitenant-ter-zee eerste klasse bij de Belgische Marinecomponent, hoofd van de Sectie Governance van de Naval Policy Staff van het Operationeel Commando van de Marine, doctorandus in de Sociale en Militaire Wetenschappen aan de Koninklijke Militaire School, doctorandus in de Rechten aan de Vrije Universiteit Brussel en Universiteit Gent, master Handelsingenieur en doctoral researcher aan het Rolin-Jaequemyns International Law Institute Ghent.
Toont 41 - 60 van 409 gevonden teksten
1 3 5 6 7 8 9 20 21
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.