Zoekresultaat: 140 artikelen

x
Artikel

HvJ 13 mei 2015, zaak C-536/13, Gazprom/Litouwen

Over de moeizame relatie tussen het Unierecht en arbitrage

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2015
Trefwoorden Arbitrage, EEX-Verordening, EEX-herschikking, anti-suit injunction
Auteurs Mr. dr. B. van Zelst
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie oordeelt dat de EEX-Verordening niet van toepassing is op de erkenning en tenuitvoerlegging van arbitrale anti-suit injunctions. Die vraag wordt beheerst door het nationale en het internationale recht dat van toepassing is in de lidstaat waar de erkenning en tenuitvoerlegging van de anti-suit injunction wordt gezocht.
    HvJ 13 mei 2015, zaak C-536/13, Gazprom/Litouwen, ECLI:EU:C:2015:316


Mr. dr. B. van Zelst
Mr. dr. B. (Bas) van Zelst is advocaat bij Van Doorne te Amsterdam en verbonden aan het Onderzoekscentrum Onderneming en Recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Vorderingen in b2c-verstekken: toetsen of toewijzen?

Ambtshalve toetsen op grond van Heesakkers/Voets, de waarheidsplicht en art. 139 Rv

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2015
Trefwoorden ambtshalve toetsing, Verstek, Consumentenrecht, oneerlijke bedingen, Waarheidsplicht
Auteurs Mr. C.J-A. Seinen en mr. A.G.F. Ancery
SamenvattingAuteursinformatie

    Ook in verstekzaken tussen een professionele eiser en een gedaagde consument zal de civiele rechter ambtshalve moeten toetsen of de vordering (deels) berust op een beding dat dwingendrechtelijke consumentenbeschermende bepalingen schendt. De auteurs schetsen het toetsingskader in het licht van art. 139 Rv. Nu verstekzaken het leeuwendeel van de civiele zaken vormen, kan de plicht tot ambtshalve toetsing tot veel extra werk, kosten en vertraging leiden. De auteurs stellen voor om in verstekzaken een op de waarheidsplicht geënt standaardformulier te gebruiken dat recht doet aan zowel de openbare belangen van consumentenbescherming, waarheidsvinding en efficiënte inzet van overheidsmiddelen als het particuliere belang van efficiënte incasso.


Mr. C.J-A. Seinen
Mr. C.J-A. Seinen is gerechtsauditeur bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad en gastonderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam

mr. A.G.F. Ancery
Mr. A.G.F. Ancery is gerechtsauditeur bij het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad en universitair docent burgerlijk procesrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen
Artikel

Lang verwacht, stil gezwegen, nooit gedacht, toch gekregen: de definitieve richtlijn betreffende schadevorderingen wegens mededingingsinbreuken

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden kartelschade, inbreuk op mededingingsrecht, aansprakelijkheid, richtlijn betreffende schadevorderingen, schadevergoeding
Auteurs Mr. dr. E.-J. Zippro en Mr. dr. R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 26 november 2014 is de Europese richtlijn betreffende schadevorderingen wegens mededingingsinbreuken aangenomen. In deze bijdrage geven de auteurs een overzicht van de richtlijn en wordt de richtlijn vergeleken met het huidige Nederlandse recht, waarbij de auteurs aangeven of het Nederlandse recht naar hun mening dient te worden aangepast om de richtlijn te implementeren.


Mr. dr. E.-J. Zippro
Mr. dr. E.-J. Zippro is advocaat bij ZIPPRO & MEIJER Advocaten te Amsterdam en tevens als universitair docent verbonden aan het Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Leiden.

Mr. dr. R. Meijer
Mr. dr. R. Meijer is advocaat bij ZIPPRO & MEIJER Advocaten te Amsterdam en tevens als universitair docent verbonden aan het Molengraaff Instituut van de Universiteit Utrecht.

Bas Braeken
Mr. Bas Braeken is advocaat bij Maverick Advocaten NV.

Charlotte Eijberts
Mr. Charlotte Eijberts is advocaat bij Maverick Advocaten NV.
Artikel

Staatsimmuniteit van executie

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 2 2015
Trefwoorden staatsimmuniteit, immuniteit van jurisdictie, immuniteit van executie, art. 3a Gerechtsdeurwaarderswet, art. 436 Rv
Auteurs Mr. A.G.F. Ancery en Mr. M.A.M. Essed
SamenvattingAuteursinformatie

    Op het moment dat een (vreemde) staat zijn verplichtingen uit een overeenkomst niet nakomt, bestaat het risico dat de staat zich verzet tegen verhaal met een beroep op immuniteit van executie. In dit artikel wordt besproken wat dit gevaar inhoudt en hoe men zich hiertegen kan wapenen.


Mr. A.G.F. Ancery
Mr. A.G.F. Ancery en Mr. M.A.M. Essed zijn beiden verbonden aan het Wetenschappelijk Bureau van de Hoge Raad der Nederlanden.

Mr. M.A.M. Essed
Praktijk

Voor niets gaat de zon op!

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Koop op afbetaling, Consumentenkrediet, Wet op het financieel toezicht, Consumentenrecht
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn arrest van 13 juni 2014 betreffende de prejudiciële vraag over de aanschaf van een mobiele telefoon heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de ‘gratis’ verstrekking van een mobiele telefoon bij een telefoonabonnement kwalificeert als koop op afbetaling en consumentenkrediet. Dit kan ook toepasselijkheid van de wetgeving over consumentenkrediet en financieel toezicht met zich meebrengen. In deze bijdrage wordt het arrest besproken en worden de gevolgen van het arrest belicht.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Artikel

Privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht: recente ontwikkelingen

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2014
Trefwoorden kartelschade, umbrella pricing, privaatrechtelijke handhaving, Courage/Crehan, mededingingsrecht
Auteurs Mr. E.D. Glerum-van Aalst en Mr. S.R. Brand
SamenvattingAuteursinformatie

    De afgelopen jaren lijkt sprake van een gestage opmars van privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht. Dit houdt onder andere in dat het steeds vaker voorkomt dat private partijen een kartelschadevordering indienen jegens karteldeelnemers. In deze bijdrage zal de huidige stand van zaken worden besproken wat betreft de mogelijkheden voor private partijen om kartelschadevorderingen in te stellen in Nederland.


Mr. E.D. Glerum-van Aalst
Mr. E.D. Glerum-van Aalst is werkzaam als advocaat bij Kneppelhout & Korthals Advocaten.

Mr. S.R. Brand
Mr. S.R. Brand is werkzaam als advocaat bij Kneppelhout & Korthals Advocaten.

Dr. G.C.C. Lewin
Artikel

Kroniek civiele rechtspraak mededingingsrecht 2013

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 2 2014
Trefwoorden kroniek, civiele rechtspraak, mededinging
Auteurs Mr. Bas Braeken
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze kroniek behandelt de belangrijkste uitspraken van Nederlandse civiele rechters in 2013 waarin het Nederlands en/of Europees mededingingsrecht aan de orde kwam. Deze kroniek beperkt zich tot een bespreking van de meest spraakmakende zaken van het afgelopen jaar, waarbij zowel standalone mededingingsrechtelijke procedures als follow-on procedures zullen worden behandeld. Bij de opzet van deze kroniek is gekozen om de uitspraken op basis van thematische gelijkenissen (in plaats van chronologische volgorde) zo veel mogelijk gezamenlijk te bespreken.


Mr. Bas Braeken
Mr. B.J.H. Braeken is advocaat bij Maverick Advocaten N.V.
Artikel

Het semi-dwingendrechtelijke karakter van de klantenvergoeding bij het einde van de agentuurovereenkomst nader belicht

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden handelsagent, agentuurovereenkomst, klantenvergoeding, goodwillvergoeding, dwingendrechtelijk
Auteurs Mr. ir. M.J. Sturm
SamenvattingAuteursinformatie

    De regeling van de klantenvergoeding ex art. 7:442 BW is semidwingendrechtelijk van karakter. De mogelijkheden om via het internationaal privaatrecht de regeling te omzeilen zijn beperkt, terwijl ook anderszins die mogelijkheden lijken te ontbreken.


Mr. ir. M.J. Sturm
Mr. ir. M.J. Sturm is advocaat bij Houthoff Buruma te Rotterdam.
Artikel

Onlineverkoop in exclusieve distributiesystemen

Een verkenning van de juridische beperkingen voor het geografisch sturen van onlineverkoop

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 3 2014
Trefwoorden mededingingsrecht, kartelverbod, exclusiviteit, online, actieve verkoop
Auteurs Mr. E.D. Glerum-van Aalst, Mr. drs. J. Smeets en Mr. L.G. Gerding
SamenvattingAuteursinformatie

    Een beperking van onlineprijzen of onlineaanbod kan de concurrentie beperken. De auteurs bespreken of het aan banden leggen van onlineverkopen mededingingsrechtelijke overtredingen oplevert. Ook bespreken zij hoe juridisch moet worden gekeken naar (informatie)technologische toepassingen om sturing te geven aan onlinebezoekers.


Mr. E.D. Glerum-van Aalst
Mr. E.D. Glerum-van Aalst is werkzaam als advocaat bij Kneppelhout & Korthals Advocaten.

Mr. drs. J. Smeets
Mr. drs. J. Smeets was ten tijde van het schrijven van dit artikel werkzaam als Legal Counsel bij T-Mobile Netherlands B.V. Per 1 april 2014 is zij als rechter in opleiding werkzaam bij de Rechtbank Den Haag.

Mr. L.G. Gerding
Mr. L.G. Gerding is werkzaam als advocaat bij Kneppelhout & Korthals Advocaten.
Artikel

De rechtsmacht van de rechter en het toepasselijke recht op de EU-behandelingsovereenkomst

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2013
Trefwoorden behandelingsovereenkomst, aansprakelijkheid, toepasselijk recht, rechtsmacht rechter
Auteurs Mr. R.P. Wijne
SamenvattingAuteursinformatie

    Patiënten die in een Belgische kliniek een (cosmetische) geneeskundige behandeling ondergaan, zijn niet langer een uitzondering. Net als in Nederland kunnen in België fouten worden gemaakt, kan de patiënt schade lijden en kunnen zich geschillen voordoen. Gewoontegetrouw zal de Nederlandse patiënt zich in zo’n geval tot de Nederlandse rechter wenden. Maar is dit wel de juiste weg en is het Nederlandse recht eigenlijk wel van toepassing? In de onderhavige bijdrage wordt op deze vragen antwoord gegeven aan de hand van een analyse van de Rome I-Verordening en de EEX-Verordening. Na een tussenconclusie wordt voorts bezien of de typering van de behandelingsovereenkomst als een consumentenovereenkomst of afspraken tussen arts en patiënt kunnen leiden tot de toepassing van ander recht.


Mr. R.P. Wijne
Mr. R.P. Wijne is auteur van het proefschrift Aansprakelijkheid voor zorggerelateerde schade, dat zij op 12 september 2013 heeft verdedigd. Wijne is voorts docent gezondheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam, lid-jurist bij de medische tuchtcolleges en medewerker bij het Wetenschappelijk Bureau van Holla Advocaten te Eindhoven.
Jurisprudentie

IPR-problemen in de WOR en het enquêterecht

Ondernemingskamer 21 december 2012, JAR 2013/67 (VLM II) en HR 29 maart 2013, JOR 2013/166 (Chinese Workers)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2013
Trefwoorden WOR, enquêterecht, IPR, toepasselijk recht, bevoegde rechter, VLM, Chinese Workers
Auteurs F.G. Laagland
SamenvattingAuteursinformatie

    De Ondernemingskamer is de enige bevoegde rechter in feitelijke instantie in WOR- en enquêtezaken. In korte tijd moest de Ondernemingskamer in beide rechtsgebieden oordelen over twee zaken die zich afspeelden binnen internationaal concernverband. Bij internationale kwesties komt het internationaal privaatrecht (IPR) om de hoek kijken. Het gaat bij het IPR om twee te onderscheiden aspecten: (1) de internationale bevoegdheid van de rechter (rechtsmacht) en (2) zijn oordeel over het op het internationale rechtsgeschil toepasselijke recht. In deze bijdrage gaat de auteur aan de hand van de VLM II-beschikking en de Chinese Workers-beschikking na hoe de Ondernemingskamer in WOR- en enquêtezaken omgaat met vragen van internationaal-privaatrechtelijke aard.


F.G. Laagland
Mw. mr. F.G. Laagland is docent/onderzoeker sociaal recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en redactiesecretaris van ArA.
Artikel

Herschikking Brussel I

over Italiaanse torpedo’s, de afschaffing van het exequatur en andere wijzigingen in het Europese IPR-procesrecht in burgerlijke en handelszaken

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2013
Trefwoorden EEX-Verordening, herschikking Brussel I, IPR, internationaal procesrecht, erkenning en tenuitvoerlegging, burgerlijke en handelszaken
Auteurs Mr. J.G. Knot
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 12 december 2012 is de Verordening tot herschikking van de Brussel I-Verordening vastgesteld. De nieuwe verordening herziet de reeds bestaande en geharmoniseerde regels inzake de rechtsmacht en de erkenning en tenuitvoerlegging in burgerlijke en handelszaken uit de huidige EEX- of Brussel I-Verordening. Doel van de aanpassing is om, mede op grond van de in de praktijk inmiddels opgedane ervaring met de huidige regeling, de toegang tot de (lidstaat)rechter verder te verbeteren en het vrije verkeer van beslissingen binnen de Europese Unie verder te vergemakkelijken.Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking), Pb. EU 2012, L 351/1 (Verordening 2012/1215/EU).


Mr. J.G. Knot
Mr. J.G. Knot is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en adviseur bij PlasBossinade te Groningen.

    In december en februari jl. is het ‘Octrooipakket’ vastgesteld dat moet leiden tot de inwerkingtreding, op 1 januari 2014, van het Unie-octrooistelsel. In deze bijdrage zal dit stelsel in grote lijnen worden beschreven, met een nadruk op institutioneelrechtelijke vraagstukken.
    – < HvJ EU 8 maart 2011, Advies 1/09, Overeenkomst betreffende het Gerecht voor het Europees en het Gemeenschapsoctrooi, Jur. 2011, p. I-1137.
    – Besluit 2011/167/EU van de Raad van 10 maart 2011 houdende machtiging om nauwere samenwerking aan te gaan op het gebied van eenheidsoctrooibescherming, Pb. EU 2011, L 76, p. 53.
    – Conclusie advocaat-generaal Bot van 11 december 2012 in gevoegde zaken C-274/11 en C-295/11, Spanje en Italië/Raad, n.n.g.
    – Verordening (EU) nr. 1257/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2012 tot het uitvoering geven aan nauwere samenwerking op het gebied van de instelling van eenheidsoctrooibescherming, Pb. EU 2012, L 361, p. 1.
    – Verordening (EU) nr. 1260/2012 van de Raad van 17 december 2012 tot het uitvoering geven aan nauwere samenwerking op het gebied van de instelling van eenheidsoctrooibescherming met betrekking tot de toepasselijke vertaalregelingen, Pb. EU 2012, L 361, p. 89.
    – Overeenkomst betreffende het gemeenschappelijk octrooigerecht, getekend te Brussel op 19 februari 2013, Raadsstuk 16351/12, <http://register.consilium.europa.eu/pdf/en/12/st16/st16351.en12.pdf>
    – Nietigheidsberoepen C-146/13 en C-147/13, Spanje/Parlement en Raad, neergelegd op 22 maart 2013.


Mr. H.M.H. Speyart
Mr. H.M.H. Speyart is advocaat bij NautaDutilh N.V. te Amsterdam.

    Voor een partij die een schadeclaim boven het hoofd heeft hangen, kan het van strategisch belang zijn een negatieve verklaring voor recht te vorderen. De eiser van een dergelijke vordering kan in geval van een grensoverschrijdend geschil op basis van de EEX-Verordening ‘shoppen’ tussen bevoegde Europese gerechten. Nadat de vordering is ingesteld bij een bevoegde rechter, kan de eiser er in beginsel van uitgaan dat een later door de wederpartij aangezochte rechter zich onbevoegd verklaart. Indien een negatieve declaratoire vordering is toegewezen, dient deze uitspraak in beginsel in alle lidstaten te worden erkend.


Mr. J.S. Kooij
Mr. J.S. Kooij is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

Mr. M.I. Hazelhorst
Monique Hazelhorst is promovenda aan de Erasmus School of Law.

Prof. mr. X.E. Kramer
Xandra Kramer is hoogleraar aan de Erasmus School of Law.
Artikel

Ontwikkelingen in het Europees Consumentenrecht in 2012

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2013
Trefwoorden oneerlijke bedingen, op afstand gesloten overeenkomsten, internationale bevoegdheid, productaansprakelijkheid, alternatieven geschillenbeslechting
Auteurs Prof. Mr. M.B.M Loos
SamenvattingAuteursinformatie

    In een eerdere bijdrage is aandacht besteed aan de ontwikkelingen op het gebied van het luchtvervoersrecht. In dit artikel wordt stilgestaan bij de ontwikkelingen op andere terreinen van het Europese consumentenrecht, in het bijzonder ten aanzien van oneerlijke bedingen, op afstand gesloten overeenkomsten en de voorgenomen regelgeving betreffende alternatieve geschillenbeslechting.


Prof. Mr. M.B.M Loos
Prof. Mr. M.B.M. Loos is als hoogleraar verbonden aan het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

De Europese Erfrechtverordening: nieuwste loot aan de stam van het Europese IPR

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8/9 2012
Trefwoorden Europese Erfrechtverordening, IPR, erfrecht, verklaring van erfrecht, notaris
Auteurs Mr. J.G. Knot
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 4 juli 2012 is de Europese Erfrechtverordening vastgesteld. Deze verordening introduceert geharmoniseerde regels in de Europese Unie (met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Denemarken) ten aanzien van de bevoegdheid, het toepasselijke recht en de erkenning en tenuitvoerlegging op het terrein van het internationaal erfrecht. Niet het materiële erfrecht, maar het IPR-erfrecht vormt daarmee het onderwerp van de verordening. Bovendien wordt met de verordening het instrument van de Europese erfrechtverklaring ingevoerd. Daarmee is de Erfrechtverordening een volgende – en naar het zich laat aanzien zeker niet de laatste – stap in het proces van Europeanisering van het IPR.


Mr. J.G. Knot
Mr. J.G. Knot is universitair docent internationaal privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen en wetenschappelijk adviseur bij PlasBossinade te Groningen; j.g.knot@rug.nl.
Artikel

Het arrest Wintersteiger en de plaats van het schadebrengende feit: het Hof van Justitie zet de doos van Pandora verder open

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 8/9 2012
Trefwoorden internationale rechtsmacht, onrechtmatige daad, internet, nationaal merk, AdWord
Auteurs Mr. H.W. Wefers Bettink
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie heeft in het arrest Wintersteiger prejudiciële vragen beantwoord van het Oostenrijkse Oberste Gerichtshof over de uitleg van artikel 5 punt 3 Verordening 2001/44/EG in geval van inbreuk op een in Oostenrijk geregistreerd merk. De Merkenrichtlijn, die het nationale merkenrecht van de lidstaten harmoniseert, heeft geen betrekking op procesrechtelijke aspecten zoals de aanwijzing van de bevoegde rechter.1x Richtlijn 2008/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten, PbEU 2008, L 299/25-33. De nationale rechter bepaalt aan de hand van Verordening 2001/44/EG2x Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken PbEG 2001, L 12/1-23 (Verordening 2001/44/EG). en het nationale procesrecht zijn internationale bevoegdheid. In het arrest Wintersteiger geeft het Hof van Justitie aanknopingspunten voor het bepalen van de bevoegde rechter bij inbreuk op een nationaal merk.

Noten

  • * Met dank aan prof. mr. M. Koppenol-Laforce en mr. M. Zilinsky voor hun commentaar.
  • 1 Richtlijn 2008/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten, PbEU 2008, L 299/25-33.

  • 2 Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken PbEG 2001, L 12/1-23 (Verordening 2001/44/EG).


Mr. H.W. Wefers Bettink
Mr. H.W. Wefers Bettink is advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.
Toont 41 - 60 van 140 gevonden teksten
1 3 5 6 7
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.