Zoekresultaat: 79 artikelen

x
Diversen

Wetgeving in een veranderende wereld: uitdagingen en dilemma’s

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Legislation, Internet, Internationalisation, Policy, Instrument
Auteurs Joris Groen, Bert Niemeijer en Monika Smit
SamenvattingAuteursinformatie

    This editorial offers an introduction to the current issue.


Joris Groen
Joris Groen is werkzaam als wetgevingsjurist bij het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Bert Niemeijer
Bert Niemeijer is rector van de Academie voor Wetgeving en Overheidsjuristen en (bijz.) hoogleraar Rechtssociologie bij de juridische faculteit van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Monika Smit
Monika Smit is hoofd van de interne onderzoeksafdeling Rechtsbestel, Wetgeving en Internationale en vreemdelingenaangelegenheden (RWI) van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Wetgeving: uitdagingen, dilemma’s en vernieuwing

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Legislation, quality of legislation, Policy, Offences
Auteurs Piet Hein Donner
SamenvattingAuteursinformatie

    Legislation as we know it is a recent phenomenon, and its quality has been under debate for 40 years. It is not surprising or problematic that the place and function of legislation evolve under the influence of societal changes. It is, however, important to change the mechanistic view of legislation. Instead of viewing it as an instrument of policy, we must search for structures and institutions that create room for diversity without breaking the unity of law. In our dealings with inevitable risks and damage to society, rules too often take the place of ethics or professional judgment. Rules are essential, but they should leave room to dissent from them if justified: rules as a point of departure, not rules that must be respected on pain of sanctions.


Piet Hein Donner
Piet Hein Donner is vicepresident van de Raad van State.
Artikel

Klokkenluiden en het belang van een open organisatiecultuur

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2015
Trefwoorden klokkenluiden, ambtelijke professionaliteit
Auteurs Prof. mr. L.F.M. Verhey
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de problematiek van klokkenluiden in publieke organisaties besproken geplaatst tegen het bredere perspectief van politiek-ambtelijke verhoudingen. Het verschijnsel hangt nauw samen met enerzijds de politieke loyaliteit en anderzijds de professionaliteit van de ambtenaar. Klokkenluiden krijgt steeds meer een positief onthaal door de toegenomen betekenis van de vrijheid van meningsuiting, de toenemende wens tot openbaarheid, veranderde opvattingen over politiek en ministeriële verantwoordelijkheid en een toenemend wantrouwen in de overheid en instituties. Tegelijkertijd signaleert de auteur ook enkele risico’s aan klokkenluiden, zoals de schade voor de betreffende organisatie bij onzorgvuldig gebruik, de onmogelijkheid om het begrip ‘misstand’ helder te definiëren en, in relatie daarmee, het risico op onzuivere motieven bij klokkenluiden. Verder zijn er de gevolgen voor de verhoudingen binnen de organisatie en het miskennen van het gevaar van het naar buiten brengen van schadelijke informatie, voor het openbaar belang, maar ook voor de privacy van burgers. Deze risico’s moeten terdege onder ogen worden gezien. De auteur ziet wetgeving niet als belangrijkste antwoord op dit vraagstuk, maar ziet de oplossing veelal in aanhoudende aandacht voor de cultuur en omgangsvormen binnen een ambtelijke organisatie. Een open organisatiecultuur is de beste garantie dat klokkenluiden een incidenteel verschijnsel blijft.


Prof. mr. L.F.M. Verhey
Prof. mr. L.F.M. Verhey is hoogleraar Kirchheiner leerstoel aan de Universiteit Leiden en Staatsraad bij de Afdeling advisering van de Raad van State.
Redactioneel

Wetgevingsjurist en politiek

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2015
Auteurs Prof. mr. L.F.M. Verhey
Auteursinformatie

Prof. mr. L.F.M. Verhey
Prof. mr. L.F.M. Verhey is hoogleraar Kirchheiner leerstoel aan de Universiteit Leiden en Staatsraad bij de Afdeling advisering van de Raad van State.
Nieuws

Obamacare na Obama

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2015
Auteurs Dr. S.H. Ranchordás
Auteursinformatie

Dr. S.H. Ranchordás
Dr. S.H. Ranchordás is universitair docent aan de Tilburg Law School van Tilburg University, Resident Fellow bij het Information Society Project van de Yale Law School en Niels Stensen Fellow.
Praktijk

Kroniek rechtspraak Wet Bopz 2013-2014

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Wet Bopz, kroniek rechtspraak, gedwongen zorg, procedurele vereisten
Auteurs Mr. dr. V.E.T. Dörenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze kroniek bevat een selectie van rechtspraak die is gewezen in de periode van 1 januari 2013 tot en met 31 januari 2015. Er is aandacht voor uitspraken met betrekking tot de inhoudelijke vereisten voor gedwongen opneming, de procedurele vereisten, vereisten rondom bijzondere machtigingen en vereisten rondom gedwongen verblijf. Hierin is dit keer ook een aantal tuchtrechtelijke uitspraken betrokken.


Mr. dr. V.E.T. Dörenberg
Vivianne Dörenberg is wetenschappelijk docent gezondheidsrecht en onderzoeker bij het VU medisch centrum en de Vrije Universiteit te Amsterdam en verbonden aan het interfacultair onderzoeksinstituut EMGO+.
Artikel

Kinderpornorechercheurs en hun mentale weerbaarheid

Hoe rechercheurs de impact van kinderpornografiezaken ervaren en daarmee omgaan

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2014
Auteurs Drs. Henk Sollie, Dr. Nicolien Kop en Prof. dr. Martin Euwema
SamenvattingAuteursinformatie

    Eleven Teams against Child Abuse Images and Transnational Child Sex Offences (TBKKs) are operating within the Dutch National Police Force. This study provides an in-depth analysis of the resilience of criminal investigators working in these teams and how they perceive and cope with daily work stressors. Observational studies within five TBKKs and 35 semi-structured interviews with child pornography investigators revealed that managing their heavy caseloads, classifying abusive images, dealing with suspects and conducting home searches can sometimes be (very) challenging. Despite these demanding work aspects, investigators experience low levels of stress. By employing emotional detachment, self-reflection, workload regulation, social support and meaningfulness, they overcome the stress of investigating internet child exploitation. However, successful implementation of these resilience-enhancing strategies depends on the availability of several individual and organizational resources. To reduce the risk of health problems and to stimulate positive functioning, these resources require permanent investment from police management and investigators themselves.


Drs. Henk Sollie
Drs. H. Sollie is promovendus ‘Mentale Weerbaarheid binnen de Opsporing’ bij de Nederlandse Politieacademie.

Dr. Nicolien Kop
Dr. N. Kop is lector Criminaliteitsbeheersing & Recherchekunde bij de Nederlandse Politieacademie.

Prof. dr. Martin Euwema
Prof. dr. M.C. Euwema is hoogleraar Organisatiepsychologie, KU Leuven.
Artikel

De brug tussen wetenschap en opsporingspraktijk

Onderzoek naar de toepassing van sociale netwerkanalyse in de opsporing

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2014
Trefwoorden social network analysis (SNA), big data, criminal investigation, intelligence
Auteurs Drs. Paul Duijn en Dr. Peter Klerks
SamenvattingAuteursinformatie

    Social network analysis (SNA) has taken its place in the field of criminology, although among Dutch criminologists the emphasis remains on conceptual contributions. Meanwhile, the world of criminal investigation and intelligence has witnessed the development of a blossoming SNA-practice. The emergence of big data makes SNA an indispensable tool to exploit the oceans of data in a meaningful way. Unfortunately, when it comes to employing SNA, academia and the investigations and intelligence domains remain separated. While Dutch analysts adopt scientific ideas and concepts, they rarely contribute to the body of literature; confidential SNA reports remain inaccessible. Shedding light on over forty SNA related internal police studies, this article bridges the gap between Dutch academic criminologists and ‘pracademics’ in law enforcement.


Drs. Paul Duijn
Drs. P.A.C. Duijn is als strategisch analist werkzaam binnen de eenheid Den Haag van de Nationale Politie en is als docent verbonden aan de Politieacademie.

Dr. Peter Klerks
Dr. P.P.H.M. Klerks werkt als raadadviseur bij het Parket-Generaal van het Openbaar Ministerie en is als docent verbonden aan de Politieacademie.
Redactioneel

Bestendigheid van wetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2014
Auteurs Mr. M.M. den Boer en Prof. mr. F.J. van Ommeren
Auteursinformatie

Mr. M.M. den Boer
Mr. M.M. den Boer is directeur van de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en redacteur van RegelMaat.

Prof. mr. F.J. van Ommeren
Prof. mr. F.J. van Ommeren is hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam en redacteur van RegelMaat.
Artikel

Is er behoefte aan bestendige wetgeving?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2014
Trefwoorden wetgevingsbeleid, bestendigheid, rechtszekerheid, normenhiërarchie, flexibele regelgeving
Auteurs Mr. G.J.M. Evers
SamenvattingAuteursinformatie

    Klachten over het gebrek aan bestendigheid van wetgeving zijn niet nieuw. De overheid wil steeds opnieuw door wetgeving uitvoering geven aan nieuw beleid. Hierbij wordt de noodzaak van verandering niet altijd onderbouwd en worden de effecten van nieuwe wetgeving niet altijd goed onderzocht. Bestendigheid van wetgeving is belangrijk. Het draagt bij aan de uitvoerbaarheid, de handhaafbaarheid, de eenvoud, duidelijkheid en toegankelijkheid en de effectiviteit en efficiëntie van wetgeving. Tegelijkertijd is ook van belang dat de wetgeving een bestendig kader kan bieden zonder te veel aan flexibiliteit in de weg te staan. Het is de uitdaging om een balans te vinden tussen daadkracht en continuïteit, flexibiliteit en rechtszekerheid en snelheid en zorgvuldigheid.


Mr. G.J.M. Evers
Mr. G.J.M. Evers is wetgevingsjurist bij de Afdeling advisering van de Raad van State en redacteur van RegelMaat.
Artikel

Alles woelt hier om verandering … Bestendige omgevingswetgeving?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2014
Trefwoorden bestendigheid van wetgeving, omgevingswetgeving, instrumentele wetgeving, milieubeleid, Europese omgevingsregelgeving
Auteurs Mr. Th.G. Drupsteen
SamenvattingAuteursinformatie

    Bestendigheid van wetgeving speelt geen rol van betekenis in de omgevingswetgeving. Deze wetgeving draagt in belangrijke mate een instrumenteel karakter. Zij is erop gericht om te komen tot een samenhangend en effectief milieubeleid. Veranderingen in de omgevingswetgeving zijn het gevolg van verschillende invloeden, waaronder de Europese omgevingsregelgeving. Deze veranderingen beogen steeds de omgevingswetgeving beter te laten beantwoorden aan haar doel.


Mr. Th.G. Drupsteen
Mr. Th.G. Drupsteen is staatsraad in buitengewone dienst. Hij is werkzaam in de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Boekbespreking

De waarden van het (arbeids)recht: liber amicorum voor prof. mr. Paul F. van der Heijden

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2013
Trefwoorden basiswaarden en functies sociaal recht, grondslagendebat, kritische reflectie
Auteurs A. Van Bever
SamenvattingAuteursinformatie

    De bijdragenbundel De waarden van het (arbeids)recht bevat enkele reflecties over de grondslagen of basiswaarden en over de functies en grenzen van het (arbeids)recht. De bundel blikt terug op het preadvies dat Van der Heijden en Noordam in 2001 rond hetzelfde thema uitwerkten vanuit de vraag waartoe het grondslagendebat tot dusver heeft geleid. Wat is de staat van de in het preadvies geïdentificeerde basiswaarden en welke invulling krijgen ze in de huidige sociaal-rechtelijke context? Acht auteurs nemen het woord over een selectie van vijf van de genoemde basiswaarden, over de ‘sociaal-rechtelijke variabele’ van de wederkerigheid en over de functies van het arbeidsrecht. Heerma van Voss en Verhulp besluiten het geheel ten slotte met enkele kritische slotbeschouwingen.


A. Van Bever
Mw. dra. A. Van Bever is doctoraatstudent en Assistent aan het Instituut voor Arbeidsrecht van de KULeuven.
Artikel

Verschillen tussen burgers in vertrouwen in de rechtspraak

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Confidence in the judiciary, framing, windtunneling
Auteurs Bert Niemeijer en Peter van Wijck
SamenvattingAuteursinformatie

    The degree to which individuals have confidence in the judiciary varies substantially. In this paper, we take the heterogeneity of the population as a starting-point. Our basic idea is that signals about the judiciary acquire significance through frames, schemes of interpretation. Using focus groups we portrayed contrasting frames of citizens. These frames enable us to test the consequences of measures to promote confidence. Measures that tend to increase confidence according to one frame may decrease confidence according to another. This yields dilemmas for those looking for possibilities to promote confidence. One possibility to deal with these dilemmas is to differentiate between different audiences.


Bert Niemeijer
Bert Niemeijer is (bijzonder) hoogleraar rechtssociologie aan de Vrije Universiteit en coördinator strategieontwikkeling bij het ministerie van Veiligheid en Justitie. Recente publicaties: ‘Wat leren wetsevaluaties ons over de effectiviteit van wetgeving?’, in: M. Hertogh & H. Weyers (red.), Recht van onderop. Antwoorden uit de rechtssociologie, Nijmegen: Ars Aequi Libri 2011, p. 41-61; ‘De verklaring van geschilgedrag – Gedragseconomische bijdragen en hun beperkingen’, in: W.H. van Boom, I. Giesen & A.J. Verheij (red.), Capita civilologie. Handboek empirie en privaatrecht, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2013, p. 109-145 (met C. Klein Haarhuis).

Peter van Wijck
Peter van Wijck is universitair hoofddocent rechtseconomie aan de Universiteit Leiden en coördinator strategieontwikkeling bij het ministerie van Veiligheid en Justitie. Recente publicaties: ‘The economics of pre-crime interventions’, European Journal of Law and Economics 2013-35, p. 441-458 en (met Ben van Velthoven), Recht en efficiëntie: een inleiding in de economische analyse van het recht, Deventer: Kluwer, vijfde druk, 2013.
Diversen

Het publieke belang van professionele toezichthouders

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden WRR-rapport, toezichthouder, inspecteur, personeel, opleiding
Auteurs Ko de Ridder
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel bespreekt de auteur het WRR-rapport vanuit het perspectief van de toezichthouder. Hiermee doelt hij op de ‘toezichthoudende instantie’ maar meer nog op de ‘persoon van de inspecteur’


Ko de Ridder
Dr. J. de Ridder is hoogleraar bestuurskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen.

    Met de financiële steun van het FWO Vlaanderen werd een doctoraat geschreven over grensoverschrijdend familierecht in de praktijk. Opzet van het onderzoek was om de concrete toepassing van het Belgisch Wetboek IPR grondig door te lichten. De auteur onderzocht of de doelstellingen van de wetgever werden bereikt in de praktijk. Hiertoe steunde zij op drie bronnen: 1) een databank met meer dan 3000 adviesvragen aan het Steunpunt IPR; 2) diepte-interviews met magistraten gespecialiseerd in familiezaken met een internationaal aspect; 3) 659 rechterlijke uitspraken. Dit empirisch bronnenmateriaal gaf de auteur een goed zicht op de wijze waarop rechtbanken en administraties de IPR-regels toepassen. Het artikel gaat uitvoerig in op de empirische onderzoeksmethode en bespreekt enkele onderzoeksbevindingen en beleidsaanbevelingen.
    ---
    Through funding from the Research Foundation Flanders, a doctoral thesis on the actual practices of cross-border family law has been written. The main research question concerned whether or not the Belgian Code of Private International Law adequately deals with 'real-life' international family law matters. It was examined whether the objectives set out by the legislator have been met in practice. Three empirical sources were relied upon: 1) The database of the Centre for Private International Law, which contained more than 3.000 files, ranging from simple questions posed to the helpdesk to more elaborate advice given by the Centre's lawyers; 2) In-depth interviews with judges specialized in cross-border family cases; 3) 656 court decisions. This material allowed the author to obtain a very good understanding of how courts and (local) authorities apply the PIL rules. This paper elaborates on the empirical methodology, several research findings and policy recommendations.


Dr. Jinske Verhellen
Jinske Verhellen is currently a postdoctoral researcher at the Private International Law Institute of Ghent University. Alongside this, she lectures in private international law, nationality law and immigration law at the Oost-Vlaamse Bestuursacademie (East Flanders Management Academy).
Jurisprudentie

Verhaalsimmuniteit artikel 7:962 lid 3 BW strekt zich ook uit tot uitzendkracht

Rb. Amsterdam 28 november 2012, LJN BY7234

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2013
Trefwoorden subrogatie, verhaalsuitsluiting, collega-verweer, uitzendkracht
Auteurs Mr. F.M. Ruitenbeek-Bart
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 5 juni 2009 vond in Emmen een eenzijdig ongeval plaats. Een auto, bestuurd door A, botste tegen de betonnen pilaar van een brug. Inzittende B (tevens eigenaar van de auto) heeft bij het ongeval ernstig letsel opgelopen. B was ten tijde van het ongeval in dienst bij een bestratingsbedrijf. A was op dat moment als uitzendkracht werkzaam bij ditzelfde bestratingsbedrijf. Anderzorg heeft, als ziektekostenverzekeraar van B, uitkeringen aan B gedaan. In deze procedure tracht zij deze uitkeringen te verhalen op WAM-verzekeraar London. London heeft zich beroepen op het collega-verweer als opgenomen in artikel 7:962 lid 3 BW.


Mr. F.M. Ruitenbeek-Bart
Mevrouw mr. F.M. Ruitenbeek-Bart is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn.
Diversen

Het normatieve voor het oprapen

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2013
Trefwoorden Philip Selznick, latent values, values in the world, Hugo Sinzheimer
Auteurs Robert Knegt
Auteursinformatie

Robert Knegt
Robert Knegt is als directeur onderzoek verbonden aan het Hugo Sinzheimer Instituut, centrum voor onderzoek van ‘arbeid en recht’ aan de Universiteit van Amsterdam. Hij doet daar onderzoek naar de praktijk van arbeidsrechtelijke regelingen (ontslagrecht, flexwerk, arbeidstijden) en werkt aan een bij uitstek interdisciplinair project over ‘langetermijnontwikkelingen in de regulering van arbeid’. In 2008 verscheen The employment contract as an exclusionary device (Antwerp/Oxford/Portland: Intersentia).
Artikel

Stilstaan of meebewegen?

Over de effectiviteit van het opsporingsproces binnen de politie, belicht vanuit de bestrijding van georganiseerde hennepteelt

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Criminele netwerken, Opsporing, Politie, Georganiseerde misdaad
Auteurs Drs. Paul Duijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Various paradigms on the structures of organized crime have shaped the criminal investigational approach within the Dutch police towards criminal networks. The idea of pyramid-shaped mafia structures, as dominant in the 1970s, led to large-scale and long-term criminal investigations, trying to get to the ‘top’ of the network. In the 1990s, the image of separate criminal groups, working independently from each other, led to isolated criminal investigations on distinct criminal networks. Today, new insights that have arisen from scientific studies and police practices call again for a renewal of investigational strategies. As shown in this article, criminal networks are not limited by social, cultural or physical boundaries and show a rapid recovery after interventions by state actors. For these reasons, the efficiency of police practices depends on the extent to which the police is able to move along with these networks.


Drs. Paul Duijn
Drs. Paul Duijn is criminoloog, recherchekundige en als strategisch analist werkzaam bij de Nederlandse Politie Eenheid Den Haag.
Artikel

One size does not fit all

Maatwerk voor opsporingsonderzoeken in CSV-beschrijvingen

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2013
Trefwoorden OCG-mapping, organized crime, qualitative research, Organizational Network Analysis
Auteurs Alexandra Jones
SamenvattingAuteursinformatie

    Current mapping of organized crime groups (OCG’s) serves two opposing needs simultaneously: firstly, researching OCG’s should be done as judiciously as possible, due to the consequential nature of ensuing police investigations. Secondly, police analysts experience severe constraints on their OCG-reports, because of the demand by police management for ‘objectified’ reports, describing crime groups as briefly as possible in terms which allow for comparison of groups. This drive towards streamlining OCG-mapping comes at a cost: not all groups fit into the prescribed formats. We need to re-think the way in which we map OCG’s so as to better support police investigations.


Alexandra Jones
Alexandra Jones is taalkundige en als strategisch analist werkzaam bij de politie, Bureau Regionale Informatie van de Eenheid Den Haag. alexandra.jones@haaglanden.politie.nl.
Artikel

Kaderwetgeving en de verstrooiing van de wetgevende macht

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2012
Trefwoorden kaderwetgeving, delegatie, snelheid en slagvaardigheid, primaat van de wetgever
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    De laatste jaren heeft zowel de Raad van State als de Eerste Kamer zich herhaaldelijk met klem verzet tegen het vermeendelijk toegenomen gebruik van kaderwetgeving vanwege de inbreuk die kaderwetten al snel zouden maken op het primaat van de wetgever. Het belangrijkste bezwaar tegen kaderwetten lijkt het gevaar dat het parlement als medewetgever buiten spel wordt gezet door te kiezen voor open normen in wetgeving en veelvuldige delegatie van regelgevende bevoegdheid naar het bestuur of het overlaten van nadere normstelling aan private regelgevers. Een vaak genoemd motief voor het gebruik van kaderwetten is het streven naar meer snelheid en slagvaardigheid in het wetgevingsproces. De vraag is echter of snelheid wel het daadwerkelijke motief is achter de inzet van kaderwetgeving, aangezien de tijdwinst die ermee wordt geboekt, vaak twijfelachtig lijkt. Denkbaar is ook dat veeleer sprake is van een verstrooiing van de wetgevende macht mede als gevolg van het tanende gezag van het parlement als medewetgever. Daarnaast lijkt de invloed van Europa belangrijke gevolgen te hebben voor het gebruik van kaderwetgeving en valt op dat het fenomeen kaderwet zeker geen nieuw of louter nationaal verschijnsel is. Het gebruik van kaderwetgeving lijkt populair in tijden van crisis en komt zowel op Europees niveau (kaderrichtlijnen) als in de ons omringende landen (lois-cadres, Rahmengesetze, skeleton bills, enzovoort) regelmatig voor.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. van Gestel is hoogleraar Theorie en Methode aan de Universiteit van Tilburg en redacteur van RegelMaat. r.a.j.vangestel@uvt.nl
Toont 41 - 60 van 79 gevonden teksten
1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.