Zoekresultaat: 101 artikelen

x
Artikel

Procederen of schikken?

The war puzzle

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2017
Trefwoorden procederen, biases, mediation, decision analysis, kosten-batenanalyse
Auteurs Mr. R.J. Philips
SamenvattingAuteursinformatie

    Er wordt wereldwijd jaarlijks USD 150 miljard uitgegeven aan juridische procedures. In dit artikel onderzoekt de auteur waarom partijen er ondanks de hoge kosten voor kiezen zakelijke conflicten te beslechten door te procederen. Op basis van de uitkomsten bepleit hij aan de hand van een casus dat een meer kwantitatief financiële beoordeling van het nut van procederen veel procedures kan voorkomen.


Mr. R.J. Philips
Mr. R.J. Philips is medeoprichter en bestuurder van Redbreast, een procesfinancier in Amsterdam.
Artikel

Naar een duurzame cultuurverandering in de financiële sector?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2017
Trefwoorden eed, financiële sector, cultuur
Auteurs Mr. drs. C.C. Merkens RA en Mr. M.F.M. van den Berg
SamenvattingAuteursinformatie

    In de financiële sector is de eed of belofte, met daaraan gekoppeld tuchtrecht, ingevoerd om een cultuurverandering te bewerkstelligen. Zonder follow-up is de eed of belofte echter geen adequaat instrument, omdat het afleggen van de eed of belofte een eenmalig ‘impulsmoment’ is. Voor het realiseren van een cultuurverandering is meer nodig. De auteurs presenteren een model waarmee de eed of belofte binnen de financiële sector duurzaam effectief kan zijn.


Mr. drs. C.C. Merkens RA
Mr. drs. C.C. Merkens RA is managing consultant risk en compliance. Daarnaast is zij medevoorzitter van de kennistafel Cultuur & Gedrag bij de Vereniging voor Compliance Officers (VCO).

Mr. M.F.M. van den Berg
Mr. M.F.M. van den Berg is manager en trainer legal en compliance. Daarnaast is zij verbonden aan het Amsterdam Centre for Insurance Studies (ACIS) en redacteur van MvV.

    Ongeveer 20% van de echtscheidingen loopt uit op een zogenaamde conflict- of vechtscheiding. Om deze complexe echtscheidingszaken effectief aan te pakken, dienen professionals in het veld te beschikken over wetenschappelijk onderbouwde kennis over werkzame interventies. Mediation wordt vaak beschouwd als dé oplossing voor conflictscheidingen. Wetenschappelijk onderzoek laat echter een beperkte effectiviteit zien van mediation bij conflictscheidingen. Dit heeft onder andere te maken met de hoge prevalentie (rond 40%) van huiselijk geweld in conflictscheidingsgezinnen.
    In dit onderzoek is de visie van Nederlandse professionals over conflictscheidingen onderzocht en vergeleken met de kennis uit de wetenschappelijke literatuur. Met behulp van een online vragenlijst testten we het kennisniveau van 863 professionals die werken met conflictscheidingsgezinnen. Dit waren advocaten, professionals uit de jeugdzorg/-bescherming, mediators en professionals uit de GGZ.
    Professionals behaalden een gemiddelde score van 6,5 correcte antwoorden op een totaal van 11, waarbij juridische professionals significant beter scoorden dan sociale professionals. Slechts 17% van de professionals wist dat in bijna de helft van de conflictscheidingen huiselijk geweld een rol speelt. 55% van de professionals adviseerde in een geval van een al 7 jaar durende conflictscheiding mediation als effectieve interventie. 46% van de respondenten overschatte de prevalentie van valse beschuldigingen van huiselijk geweld en kindermishandeling bij conflictscheidingen.
    In opleidingen voor Nederlandse juridische en sociale professionals die werken met conflictscheidingsgezinnen dient meer aandacht besteed te worden aan wetenschappelijke kennis, zodat professionals handelen op basis van kennis in plaats van persoonlijke opvattingen en mythen.
    ---
    High conflict divorces are among the 20% of divorce cases that continue to escalate over time. In order to help solve these complex divorce cases, it is important that professionals in the field possess evidence-based knowledge to provide effective interventions. One of these possible interventions is mediation, which is often seen as a panacea for high-conflict divorce (HCD) cases. However, scientific research has shown limited effectiveness of mediation in HCD cases. This is partially associated with the high prevalence (around 40%) of domestic violence in HCD.
    The present study examined professionals’ perspectives on high conflict-divorce cases and compared their views with the available scientific evidence. By means of a web-survey, we tested the knowledge of different professional groups (N = 863) who work with HCD families. The sample consisted of lawyers, child welfare/child protection professionals, mediators and mental health professionals.
    The results showed that professionals on average gave 6.5 correct responses out of 11 questions in total and that legal professionals scored significantly better than social professionals. Only 17% of the professionals were aware that in almost half of all high-conflict divorce cases domestic violence is a problem. For a high-conflict divorce case spanning 7 years, mediation was advised as an effective intervention by 55% of professionals. 46% of respondents overestimated the prevalence of false allegations of child abuse in HCD cases.
    More attention to scientific knowledge on HCD in the educational curricula for Dutch legal and social professionals is needed, in order to assure that their professional activities and decision making are based on scientific evidence instead of personal biases and myths.


Prof. dr. Corine de Ruiter
Prof. dr. Corine de Ruiter is a licensed clinical psychologist (BIG) in The Netherlands. She serves as professor of Forensic Psychology at Maastricht University. She also has a private practice. Her research focuses on the interface between psychopathology and crime. She has a special interest in the prevention of child abuse and intimate partner violence because they are both very common and often overlooked in practice.

Brigitte van Pol Msc
Brigitte van Pol studied Psychology and Law at Maastricht University. Her involvement in this research dates from her Master’s thesis on the role of mediation in high conflict divorce. The authors would like to thank the participants for their time and effort in completing our websurvey.
Artikel

De invloed van snelle analyseresultaten op de interpretatie van een plaats delict

Een experimentele studie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1-2 2017
Trefwoorden forensic science, crime scene investigation, mobile identification techniques, hypothesis formation, database matches
Auteurs Jaimy Meeuwissen MSc, MCI, Madeleine de Gruijter MSc en Prof. dr. Christianne de Poot
SamenvattingAuteursinformatie

    Mobile identification techniques will, in the near future, make it possible to rapidly analyze DNA and fingerprint traces during a crime scene investigation, compare them with reference samples, and use the results in the investigation. In this experimental study the influence of these rapid analysis results on the formation of hypotheses, and of database matches in these results on the interpretation of traces by Crime Scene Investigators (CSIs) in the Netherlands was studied. A group of CSIs (N=65) conducted a simulated crime scene investigation. The analysis results as well as the moment these were provided were manipulated. The results show that the analysis results influence the formation of hypotheses by CSIs, and that this influence is time-dependent. Judgments by CSIs regarding the importance of traces were shown not to be influenced by database matches.


Jaimy Meeuwissen MSc, MCI
J.A.C. Meeuwissen MSc, MCI is recherchekundige bij de Nationale Politie, eenheid Oost-Brabant, Forensische Opsporing.

Madeleine de Gruijter MSc
M. de Gruijter MSc is promovendus bij het Lectoraat Forensisch Onderzoek aan de Hogeschool van Amsterdam.

Prof. dr. Christianne de Poot
Prof. dr. C.J. de Poot is hoogleraar criminalistiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam, lector Forensisch Onderzoek aan de Hogeschool van Amsterdam en de Politieacademie en senior onderzoeker bij het WODC.
Artikel

Versteviging van risicomanagement in het perspectief van de herziening van de Nederlandse Corporate Governance Code

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2016
Trefwoorden risicomanagement, compliance, interne audit, corporate governance, herziening Code
Auteurs Mr. H. Koster
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaat de auteur in op de voorgestelde wijzigingen van de Nederlandse Corporate Governance Code op het terrein van risicomanagement. De auteur is positief over de voorgestelde wijzigingen. Wel zijn nog enkele verbeteringen mogelijk.


Mr. H. Koster
Mr. H. Koster is verbonden aan het Departement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht.
Redactioneel

De discussie rondom discriminatie weggeveegd?

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2016
Auteurs Maartje van der Woude
Auteursinformatie

Maartje van der Woude
Maartje van der Woude is hoogleraar Rechtssociologie aan het Van Vollenhoven Instituut. Tevens is zij als universitair hoofddocent Straf- en Strafprocesrecht verbonden aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie en is zij redactielid van PROCES.
Artikel

Rechercheren een vorm van street-level bureaucracy?

Een verkenning van de opsporingspraktijk naar georganiseerde misdaad

Tijdschrift PROCES, Aflevering 6 2016
Trefwoorden Street-level bureaucracy, Recherche, Georganiseerde misdaad
Auteurs Dr. Melvin Soudijn
SamenvattingAuteursinformatie

    Academic researchers in the Netherlands working on organized crime often make use of police files. This produces a lot of knowledge and helps building and testing theories about organized crime. However, it is also known that police files have their limitations. This article uses the concept of ‘street-level bureaucracy’ to explain some of these limitations. For instance, routines and biases can influence the way an investigation is conducted, i.e. avoiding or not following up certain lines of enquiry. Researchers who make use of case file analysis should therefore keep in mind the extent to which an investigation team functioned as a street-level bureaucracy.


Dr. Melvin Soudijn
Dr. Melvin R.J. Soudijn is senior onderzoeker bij de Landelijke Eenheid, Dienst Landelijke Informatievoorziening.
Artikel

Amerikaans rechtsrealisme en empirisch-juridisch onderzoek

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2016
Trefwoorden American Legal Realism, Empirical Legal Studies, New Deal Policy, Research program, Lakatos
Auteurs Prof. dr. F.L. Leeuw
SamenvattingAuteursinformatie

    The American Legal Realism movement, which originated in the beginning of the twentieth century and was active until the Fifties, can be seen as one of the founders of current Empirical Legal Studies because of the importance it attached to social scientific knowledge on behavior of – for instance – judges and others involved in the judiciary. The author sketches several characteristics of Legal Realism at that time. Exploring their range of thought he also examines whether Legal Realism’s studies can be seen as a research program. The recent emergence of New Legal Realism in the US and elsewhere leads to the question what characterizes this (re)new(al) movement. Finally it is argued that American Legal Realism especially contributed to scientific progress by posing new questions, changing focus and by stressing the importance of empirical evidence.


Prof. dr. F.L. Leeuw
Prof. dr. Frans Leeuw is directeur van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het ministerie van Veiligheid en Justitie en daarnaast hoogleraar Recht, openbaar bestuur en sociaal-wetenschappelijk onderzoek aan de Universiteit Maastricht.

    This article examines the main assumptions and theoretical underpinnings of case study method in legal studies. It considers the importance of research design, including the crucial roles of the academic literature review, the research question and the use of rival theories to develop hypotheses and the practice of identifying the observable implications of those hypotheses. It considers the selection of data sources and modes of analysis to allow for valid analytical inferences to be drawn in respect of them. In doing so it considers, in brief, the importance of case study selection and variations such as single or multi case approaches. Finally it provides thoughts about the strengths and weaknesses associated with undertaking socio-legal and comparative legal research via a case study method, addressing frequent stumbling blocks encountered by legal researchers, as well as ways to militate them. It is written with those new to the method in mind.


Lisa Webley
Artikel

Het meten van effecten van de handhaving door de Belastingdienst

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden effectmeting, handhaving, toezicht, Belastingdienst, compliance
Auteurs Dr. Sjoerd Goslinga, Drs. Maarten Siglé en Prof. dr. mr. Lisette van der Hel
SamenvattingAuteursinformatie

    De maatschappij verwacht in toenemende mate dat toezichthouders de effecten van hun toezicht inzichtelijk maken. Dat geldt ook voor de Belastingdienst. Dit artikel bespreekt de theorie en de praktijk van effectmeting in het fiscale domein en levert zo een bijdrage aan de ontwikkeling van effectmeting van het (overheids)toezicht. Vastgesteld wordt dat in de praktijk een aantal uitdagingen het hoofd moet worden geboden wil de Belastingdienst daadwerkelijk tot een integrale effectmeting van het toezicht komen. Dit zijn: het expliciteren van de beleidstheorie, het vinden van de juiste determinanten van compliance, het meten van effecten van preventieve activiteiten, het opzetten van methodologisch verantwoord onderzoek en de organisatorische inbedding van effectmeting.


Dr. Sjoerd Goslinga
S. Goslinga is werkzaam bij de Belastingdienst en daarnaast als onderzoeker verbonden aan de Universiteit Leiden.

Drs. Maarten Siglé
M.A. Siglé is werkzaam bij de Belastingdienst en is daarnaast als PhD-student en docent verbonden aan de Nyenrode Business Universiteit.

Prof. dr. mr. Lisette van der Hel
E.C.J.M. van der Hel is werkzaam bij de Belastingdienst en daarnaast als hoogleraar effectiviteit van overheidstoezicht verbonden aan de Nyenrode Business Universiteit.
Discussie

Het episodisch geheugen en getuigenverhoor: wat moeten politieverhoorders hiervan weten?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Episodic memory, Interviewing witnesses, Quality interviews, Police practice
Auteurs Drs. Imke Rispens en Adri van Amelsvoort
SamenvattingAuteursinformatie

    Last year the article ‘Episodic memory and interviewing witnesses. What do police interviewers know about this topic?’ (Odinot, Boon & Wolters, 2015, TvC, 57(3), 279-299) was published in this journal. The article describes a study that explored the knowledge of police interviewers about episodic memory. The researchers concluded that police interviewers had insufficient knowledge of episodic memory and that this was related to the lack of psychological terms in the manual of the curriculum of police training. In this article we describe the lack of scientific consensus about episodic memory and the consequences of this for doing research with lists with theses about this subject. Differences between interviewing witnesses and suspects will be discussed. We also question whether it is necessary that police interviewers have thorough knowledge of episodic memory. More important is what knowledge does police need when doing interviews and how are these conducted? Some factors have a negative impact on the quality of those interviews, so we end up with some recommendations for improving the quality of interviews in police practice.


Drs. Imke Rispens
Drs. I.W. Rispens is recherchepsycholoog en als docent en gedragswetenschapper werkzaam bij de Politieacademie.

Adri van Amelsvoort
A.G. van Amelsvoort is freelance senior adviseur en docent. Hij was daarvoor hoofdinspecteur van politie in de functie van teamleider en kennismakelaar bij de Politieacademie. Hij is redacteur van de recherche-onderwerpen in de digitale kennisbank van Stapel & De Koning.
Artikel

Nudgen tegen versterking van het broeikaseffect

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2016
Trefwoorden nudging, broeikaseffect, onrechtmatige daad, generieke zorgplicht, oneerlijke handelspraktijken
Auteurs Mr. Dr. M.F.M. van den Berg
SamenvattingAuteursinformatie

    Een nudge laat zich vertalen als een duwtje in de gewenste richting. Goed gebruik van nudging kan bijdragen aan vermindering van de versterking van het broeikaseffect. Naast enthousiasme over de potentie van nudging, bestaat echter ook debat over de juridische en ethische aspecten van dit fenomeen onder meer in relatie tot manipulatie en onrechtmatige daad. In dit artikel worden de mogelijkheden en grenzen van nudging met betrekking tot het broeikaseffect uiteengezet.


Mr. Dr. M.F.M. van den Berg
Mr. dr. M.F.M. van den Berg is zelfstandig trainer en adviseur op juridisch en compliance-gebied. Daarnaast is zij als research fellow verbonden aan het Tilburg Institute for Private Law (TIP) van Tilburg University en redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Understanding judges’ choices of sentence types as interpretative work: An explorative study in a Dutch police court

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Judicial decision-making, sentencing type, (ir)redeemability, whole case approach
Auteurs Peter Mascini, Irene van Oorschot PhD, Assistant professor Don Weenink e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    This article critically evaluates the prevailing factor-oriented (e.g. a priori defined legal and extralegal characteristics of defendants) approach in analyses of judicial decision-making. Rather than assuming such factors, we aim to demonstrate how Dutch judges engage in interpretative work to arrive at various sentence types. In their interpretative work, judges attempt to weigh and compare various legal and extralegal features of defendants. Importantly, they do so in the context of the case as a whole, which means that these features do not have independent or fixed meanings. Judges select and weigh information to create an image of defendants’ redeemability. However, extralegal concerns other than redeemability also inform judges’ decisions. We argue that studying the naturally occurring interpretative work of judges results in a better understanding of judicial decision-making than outcome-oriented studies, which view criminal cases as collections of independent legal and extralegal factors.


Peter Mascini
Peter Mascini holds a chair in Empirical Legal Studies at the Erasmus School of Law of the Erasmus University Rotterdam, where he is also associate professor of sociology at the Faculty of Social and Behavioural Sciences. His research focuses on the legitimization, implementation, and enforcement of laws and policies.

Irene van Oorschot PhD
Irene van Oorschot is a PhD candidate at the Faculty of the Social Sciences at the Erasmus University Rotterdam and will soon start as a postdoctoral researcher at the Anthropology Department of the University of Amsterdam. Drawing on actor network theory and feminist studies of knowledge, her research focuses on legal and scientific modes of truth-production.

Assistant professor Don Weenink
Don Weenink is assistant professor of Sociology at the Department of Sociology at the University of Amsterdam. He has published work on, among other subjects, ethnic inequalities in judicial sentencing.

Gratiëlla Schippers
Gratiëlla Schippers has studied Sociology at the Erasmus University Rotterdam. For her master thesis she has done research about the understanding of judges’ choices of sentence types.
Artikel

CRIME Lab: pleidooi voor een nieuwe en vernieuwende criminologie

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 1 2016
Trefwoorden virtual reality, decision making, crime, technology, 360° video
Auteurs Mr. dr. J.L. van Gelder
SamenvattingAuteursinformatie

    New technologies such as social media, smartphones, GPS, the internet, sensors, and virtual environments are quickly becoming an increasingly influential part of our daily lives. While very relevant, and often highly accessible and user-friendly, criminologists have been slow to capitalize on the research potential of these technologies. CRIME Lab is a research initiative that promotes the use of new technologies and innovative methods to do cutting-edge crime research. In this article, the author discusses three different CRIME Lab research projects that all make use of virtual reality (VR), which, it is argued, can become a highly useful research method for criminologists in the coming years. The author demonstrates how the use of VR in these projects allows for answering research questions that are hard to address using conventional methods.


Mr. dr. J.L. van Gelder
Mr. dr. Jean-Louis van Gelder is als onderzoeker verbonden aan het NSCR. Hij is initiator en coördinator van NSCR’s CRIMElab.

    In this paper, an attempt is made to work out a methodology for comparative legal research, which goes beyond the ‘functional method’ or methodological scepticism.
    The starting point is the idea that we need a ‘toolbox’, not a fixed methodological road map, and that a lot of published, but largely unnoticed, research outside rule and case oriented comparative law offers varying approaches, which could usefully be applied in comparative research. Six methods have been identified: the functional method, the structural one, the analytical one, the law-in-context method, the historical method, and the common core method. Basically, it is the aim of the research and the research question that will determine which methods could be useful. Moreover, different methods may be combined, as they are complementary and not mutually exclusive.This paper focuses on scholarly comparative legal research, not on the use of foreign law by legislators or courts, but, of course, the methodological questions and answers will largely overlap.


Mark Van Hoecke
Professor of Comparative Law at Queen Mary University of London, and Professor of Legal Theory and Comparative Law at Ghent University
Artikel

Met de wijsheid achteraf

Hindsight en outcome bias in het toezicht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2015
Trefwoorden biases, beoordelen, vertekening, hindsight bias, outcome bias
Auteurs Jennifer Eeuwijk MSc., Dr. Judith van den Bosch, Prof. Dr. Gerrit van der Wal e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Als we weten hoe een situatie afloopt, worden we onbewust beïnvloed door die kennis in ons oordeel over de situatie. Het kan de beoordeling van de kwaliteit van de in het verleden genomen beslissingen beïnvloeden (outcome bias), maar ook de beoordeling van de geschatte waarschijnlijkheid van de afloop (hindsight bias). Deze vertekeningen zijn een methodologisch probleem bij het werk van een toezichthouder. Door middel van literatuurstudie, expertinterviews en een focusgroepdiscussie met inspecteurs, is nagegaan wat we onder hindsight en outcome bias verstaan, welke factoren deze vertekening beïnvloeden en hoe deze te verminderen. De kans op vertekening neemt toe, als het eenvoudig lukt om verklaringen te bedenken voor de afloop. Het risico op vertekening kan teruggedrongen worden door, bijvoorbeeld, alternatieve uitkomsten te bedenken. Multidisciplinaire teams en het organiseren van tegenspraak zouden de kwaliteit van het werk van toezichthouders kunnen vergroten.


Jennifer Eeuwijk MSc.
Jennifer Eeuwijk MSc. is senior onderzoeker bij het Pallas health research and consultancy in Rotterdam

Dr. Judith van den Bosch
Dr. Judith van den Bosch is directeur van het Pallas health research and consultancy in Rotterdam.

Prof. Dr. Gerrit van der Wal
Prof. dr. G. van der Wal is voormalig inspecteur-generaal IGZ, em. hoogleraar sociale geneeskunde, EMGO+, Afdeling Sociale Geneeskunde, VUmc Amsterdam.

Prof. dr. Paul Robben
Prof. dr. P.B.M. Robben is adviseur bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg, bijzonder hoogleraar toezicht op de kwaliteit van de gezondheidszorg, iBMG, Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Wetgeving, empirisch-juridisch onderzoek en Legal Big Data

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 2 2015
Trefwoorden legislation, big data, empirical legal research, nudging
Auteurs Frans L. Leeuw
SamenvattingAuteursinformatie

    A second empirical revolution in law is in full swing: legal big data have made their entrance and will play an increasingly important role in the legal field. Legal big data, for example, increase the accessibility and transparency of files. They make it easier for legislators to find out how society views proposed legislation. Using big data, all jurisprudence can be processed very easily and judicial decisions can be predicted with a high degree of certainty. The contribution concludes with a number of legal and ethical issues and methodological challenges in relation to legal big data, such as ownership, privacy and representativeness.


Frans L. Leeuw
Frans L. Leeuw is directeur van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) bij het ministerie van Veiligheid en Justitie. Tevens is hij hoogleraar Recht, openbaar bestuur en sociaalwetenschappelijk onderzoek aan de universiteit van Maastricht. Eerder was hij onder meer directeur Doelmatigheidsonderzoek bij de Algemene Rekenkamer. Hij publiceerde vele artikelen en boeken, vooral op het terrein van evaluatie.
Artikel

Het doel heiligt het middel? Over de noodzaak van uniforme criteria voor evaluatie van de effectiviteit en efficiëntie van de opsporing

Tijdschrift PROCES, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Effectiviteit, Efficiëntie, Opsporingsmethoden, Wet bewaarplicht
Auteurs Dave van Toor LLM BSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Both the Court of Justice and the regional Court of The Hague ruled the retention of telecommunications data directive and the Dutch Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens in violation of the right to respect for privacy. The police and the Dutch Prosecutors Office have attempted to clarify the importance of the retention for criminal investigation. However, without an efficiency and effectiveness assessment of the method to request and analyse telecommunication data, it is not possible to substantiate the significance of data retention. To ‘save’ the retention of telecommunication data in its current form, but also to assess the importance of the existing and new investigative methods, a thorough analysis is necessary.


Dave van Toor LLM BSc
Dave van Toor LLM Bsc is onderzoeksmedewerker aan de Universität Bielefeld en buitenpromovendus aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Casus

De inclusieve wetgever als groeiend ideaal

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2015
Trefwoorden inclusieve wetgeving, inclusiviteit, modificatie, codificatie, instrumentele wetgeving, wetgevingsbeleid
Auteurs Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
SamenvattingAuteursinformatie

    De ontwikkeling van ons wetgevingsbeleid, in het bijzonder het Integrale afwegingskader en de internetconsultatie, bevordert in toenemende mate het ideaal van de inclusieve wetgever. Dit ideaal is leidend in de fase van de ambtelijke voorbereiding, niet in de politieke fase van wetgeving. De Kamer sluit wel aan bij de resultaten van de inclusieve voorbereiding, is soms zelfs bereid daarvoor plaats te maken. Dat is in strijd met het (formele) systeem van onze democratie, maar juist door de inclusieve benadering in de ambtelijke voorbereiding lijken we ons geen grote democratische zorgen te hoeven maken. Toenemende inclusiviteit van wetgeving, waarbij de normadressaten (onder ambtelijke regie) soms grote invloed op de uiteindelijke normering wordt gelaten, roept wel de vraag op of de begrippen modificatie en instrumentele wetgeving nog wel van toepassing zijn op de huidige wetgeving.


Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem
Mr. dr. P.J.P.M. van Lochem is werkzaam bij het Fellow Meijers Instituut (Universiteit Leiden) en is voormalig rector van de Academie voor Wetgeving en de Academie voor Overheidsjuristen.
Artikel

Gedragsprofiling: het bepalen van kwade bedoelingen en het meten van effectiviteit

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2 2015
Trefwoorden gedragsprofiling, afwijkend gedrag, psychologie, effectiviteitsmetingen, beveiligingspersoneel
Auteurs Helma van den Berg, Remco Wijn en Dianne van Hemert
SamenvattingAuteursinformatie

    Is behavioural profiling a viable alternative to more traditional approaches to profiling, viewed from the perspectives of underlying theoretical assumptions and measures of effectiveness? In this article we describe behaviour profiling in relation to other types of profiling, we review relevant psychological mechanisms that underpin behaviour profiling, and discuss effectiveness of this type of profiling as well as methodological aspects of measuring effectiveness. Behaviour profiling is a method largely used to select potential offenders before the offence is committed by observing and giving meaning to behaviours preceding incidents. Deviant behaviours exhibited by suspects can be either part of a modus operandi related to the offence, the consequence of increased stress, or an atypical response to prodding actions by security officers. Relevant psychological mechanisms to explain ways behaviour profiling works include direct characteristics of deception as well as indirect indicators of deception, such as a criminal being more self-focused and more cognitively engaged. Effectiveness of behaviour profiling is increased by training, including learning more about modi operandi and related behaviours, awareness of biases in general, specific relevant biases, and techniques to correct for these biases.


Helma van den Berg
Helma van den Berg is werkzaam bij TNDO Earth, Life, and Social Sciences. Helma.

Remco Wijn
Remco Wijn is research scientist bij TNO Earth, Life, and Social Sciences

Dianne van Hemert
Dianne A. van Hemert is werkzaam bij TNO Earth, Life, and Social Sciences en redacteur van dit tijdschrift.
Toont 41 - 60 van 101 gevonden teksten
1 3 5 6
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.