Zoekresultaat: 232 artikelen

x
Artikel

Overnamegevechten, ongewenste investeerders en vitale vennootschappen

Is een investeringstoets ter waarborging van ‘het algemeen belang’ wenselijk?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 7 2016
Trefwoorden overname, algemeen belang, ongewenste investeerder, investeringstoets, KPN
Auteurs Mr. P.W.M. van Slobbe
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de waarborging van het algemeen belang binnen overnames centraal. Besproken wordt of het wenselijk is dat (in het licht van een mogelijk wetsvoorstel) het verkrijgen van zeggenschap in bepaalde voor Nederland vitale vennootschappen, zoals KPN, wordt getoetst op mogelijke bedreigingen voor het algemeen belang.


Mr. P.W.M. van Slobbe
Mr. P.W.M. van Slobbe is onlangs afgestudeerd aan de Radboud Universiteit Nijmegen, Duale Master Onderneming en Recht.
Artikel

Doorwerking van aandeelhoudersovereenkomsten na invoering van de flex-BV: wat is het alternatief?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 5-6 2016
Trefwoorden aandeelhoudersovereenkomsten, vennootschapsrechtelijke doorwerking, flex-BV
Auteurs Mr. T.L.M. van der Weijden
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit recente jurisprudentie blijkt dat de praktijk nog steeds worstelt met de vraag in hoeverre contractuele verplichtingen uit hoofde van een aandeelhoudersovereenkomst doorwerken binnen de vennootschapsrechtelijke verhoudingen. De invoering van de flex-BV heeft hier kennelijk onvoldoende verduidelijking gebracht. Aan de hand van enkele alternatieven voor aandeelhoudersovereenkomsten worden aanbevelingen gedaan voor de wetgever.


Mr. T.L.M. van der Weijden
Mr. T.L.M. van der Weijden is onlangs afgestudeerd aan de Radboud Universiteit Nijmegen in de masters Ondernemingsrecht en Burgerlijk recht.
Artikel

Rocket Lawyer klaar om Nederland te veroveren

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 7 2016
Auteurs Nathalie Gloudemans-Voogd

Nathalie Gloudemans-Voogd
Artikel

Statuten, een kwestie van uitleg op maat?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 6 2016
Trefwoorden uitleg, statuten, reglement, objectief, subjectief
Auteurs Mr. J.R. Hurenkamp
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit de rechtspraak anno 2016 volgt dat statuten objectief moeten worden uitgelegd, maar dat in uitzonderingsgevallen een meer subjectieve uitleg gerechtvaardigd kan zijn, indien partijen betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van de statuten, in een contractuele verhouding staan of de redelijkheid en billijkheid in art. 2:8 BW dat eist.


Mr. J.R. Hurenkamp
Mr. J.R. Hurenkamp is advocaat bij Wijn & Stael Advocaten te Utrecht.
Artikel

Hoe denken Zuidas-advocaten over mediation?

Advocaten van de grote zakelijke kantoren (NL) geïnterviewd over mediation

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Business-mediation, zakelijke mediation, interviews, advocaten
Auteurs Lodewijk Smeehuijzen
SamenvattingAuteursinformatie

    It is often assumed business mediation in The Netherlands is not used to its full potential. This article reports on 17 interviews with lawyers from leading Dutch business law firms about their considerations regarding mediation. Most reasons mentioned to turn to mediation are in line with the advantages of mediation described in the literature. Unique positive considerations are: (i) mediation may serve as a substitute for confidential discussions between lawyers and (ii) a mediator may help to sidetrack the sub-standard lawyer on the other side. Reasons mentioned to refrain from mediation are: (i) attempts to resolve the conflict have already been made at various hierarchical levels of the companies involved; (ii) for lawyers with adequate negotiation skills a mediator has little added value; (iii) parties require a formal judgement; (iv) mediation implies some sort of compromise; (v) lack of trust between parties; (vi) not knowing any sufficiently skilled business mediators.


Lodewijk Smeehuijzen
Lodewijk Smeehuijzen is hoogleraar privaatrecht aan de VU en raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Artikel

Generatieconflicten bij vermogende families

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Generatieconflict, Familievermogen, Familiedynamiek, Empathie
Auteurs Alain Laurent Verbeke en Tijs Besieux
SamenvattingAuteursinformatie

    Governance of family wealth is multifaceted in nature. In order to deepen our understanding of this topical issue, the current article offers a framework to grasp the complexity of family wealth governance. In doing so, the authors make a distinction between family wealth, socioemotional wealth, and family dynamics. The authors bridge the three distinct – yet interrelated – aspects both from a legal and psychological perspective. The framework can expand insight towards conflicts existing within families, across generations. Each component then provides challenges as well as opportunities to manage family conflict in an integrative and sustainable manner, a process which is facilitated by empathy.


Alain Laurent Verbeke
Alain Laurent Verbeke is gewoon hoogleraar privaatrecht & ADR aan de KU Leuven. Aan de faculteit psychologie is hij co-founder van het Leuven Center for Collaborative Management en het Leuven Mediation Platform. Alain Laurent is Visiting Professor of Law aan Harvard Law School en tenured Professor of Law aan Tilburg Universiteit en UCP Lisbon Global School of law. Hij is advocaat, partner bij Greenille by Laga, gespecialiseerd in de begeleiding van private clients. Hij is ook onderhandelaar en bemiddelaar in conflicten rond erfenis en family business.

Tijs Besieux
Tijs Besieux doet onderzoek naar leiderschap, teamdynamiek en conflict aan de KU Leuven. Hij is gastprofessor aan de IÉSEG School of Management (Parijs) en docent bij Schouten en Nelissen University (Nederland). Tijs is managing director van het Leuven Center for Collaborative Management, KU Leuven.
Artikel

Extra bescherming voor de OK-functionaris: de escrowvoorziening

Hof Amsterdam (OK) 27 oktober 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:4379 (Cunico)

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Ondernemingskamer, Cunico, OK-functionaris, aansprakelijkheid, escrowvoorziening
Auteurs Mr. D.M.H. de Leeuw
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Cunico-beschikking staat de OK een ruime escrowvoorziening toe, die mede strekt tot zekerheid van de kosten van advies en verweer in rechte tegen aansprakelijkstellingen van de door de OK benoemde functionarissen persoonlijk. De escrowvoorziening lijkt een welkome aanvulling op de middelen om de OK-functionaris te beschermen tegen (ongefundeerde) druk van de bij de rechtspersonen betrokken partijen, zolang de omvang van de escrowvoorziening niet tot onnodige extra liquiditeitskrapte bij de rechtspersoon leidt.


Mr. D.M.H. de Leeuw
Mr. D.M.H. de Leeuw is advocaat bij DLA Piper in Amsterdam.
Artikel

De verantwoordelijkheden en interne aansprakelijkheidsrisico’s van bestuurders in het kader van een due diligence-onderzoek

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden bestuurder, overname, due diligence, artikel 2:9/2:138 BW, interne aansprakelijkheid
Auteurs Mr. T. Bird
SamenvattingAuteursinformatie

    De verantwoordelijkheden van bestuurders in het kader van een due diligence-onderzoek naar een doelvennootschap worden op basis van jurisprudentie in kaart gebracht. Meestal zal van bestuurders worden verwacht een met voldoende waarborgen omgeven due diligence-onderzoek te laten uitvoeren, zodat zeker wordt gesteld dat een deugdelijke zaak wordt gekocht.


Mr. T. Bird
Mr. T. Bird is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Jurisprudentie

Uitspraak rechtbank inzake Brink’s Nederland BV – Geldservice Nederland BV

Uitspraak Rechtbank Rotterdam 13 augustus 2015: Brink’s Nederland BV vs. ACM

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2016
Trefwoorden geldtransport, productieovereenkomst, gezamenlijke inkoop, machtspositie, richtsnoeren horizontale samenwerkingsovereenkomsten
Auteurs Marco Slotboom
SamenvattingAuteursinformatie

    De Rechtbank Rotterdam verwerpt het beroep van Brink’s Nederland BV tegen het besluit op bezwaar van ACM waarin haar klacht tegen de oprichting door ABN AMRO, ING en Rabobank van Geldservice Nederland BV wordt afgewezen. Naar de mening van de rechtbank heeft ACM terecht geoordeeld dat de gezamenlijke geldverwerking en de gezamenlijke inkoop van geldtransportdiensten in het kader van Geldservice Nederland BV niet in strijd zijn met de artikelen 6 lid 1 Mw en 101 lid 1 VWEU respectievelijk artikelen 24 Mw en 102 VWEU.


Marco Slotboom
Mr. dr. M.M. Slotboom is advocaat bij VVGB te Brussel.
Redactioneel

Innovatie

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 1 2016
Auteurs Tom Ottervanger
Auteursinformatie

Tom Ottervanger
Prof. mr. T.R. Ottervanger is advocaat bij Allen & Overy LLP te Amsterdam en hoogleraar Europees recht, in het bijzonder mededingingsrecht, aan de Universiteit Leiden.

Stefan Mees
Stefan Mees is bezig met zijn Master in Rechten aan de Universiteit Antwerpen.

Michiel Stuyts
Michiel Stuyts is bezig met zijn Master in Rechten aan de Universiteit Antwerpen.

Jan Van Beers
Jan Van Beers is bezig met zijn Master in Rechten aan de Universiteit Antwerpen.

Lander Van Gucht
Lander Van Gucht is bezig met zijn Master in Rechten aan de Universiteit Antwerpen.
Artikel

‘Alle grote kantoren worstelen met diversiteit’

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 3 2016
Auteurs Erik Jan Bolsius en Jean-Pierre Jans
Auteursinformatie

Erik Jan Bolsius

Jean-Pierre Jans
Beeld
Artikel

Wanbeleid bij Meavita?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 2 2016
Trefwoorden bestuurlijke fusie, governance, enquêterecht, wanbeleid, Meavita-zaak
Auteurs Mr. C. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 2 november 2015 oordeelde de Ondernemingskamer dat sprake was van wanbeleid bij Meavita. Deze beslissing is gebaseerd op overwegingen over zowel de (operationele) bedrijfsvoering als de governance van het Meavita-concern. De beschikking roept de vraag op of het oordeel dat sprake was van wanbeleid in alle opzichten terecht is.


Mr. C. de Groot
Mr. C. de Groot is universitair hoofddocent aan de afdeling Ondernemingsrecht van de Universiteit Leiden.

    Deze bijdrage gaat over de verschillen tussen de enquêteprocedure als verzoekschriftprocedure en het kort geding als dagvaardingsprocedure. In beide procedures kunnen voorlopige ordemaatregelen worden verkregen, maar er bestaan belangrijke verschillen. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld het belang dat in de procedure centraal staat alsmede de rol die belanghebbenden spelen.


Mr. B. Kemp
Mr. B. Kemp is advocaat bij DVDW Advocaten te Den Haag, als universitair docent verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, research fellow bij het Institute for Corporate Law, Governance and Innovation Policies (ICGI) van de Universiteit Maastricht.
Article

Access_open Austerity in Civil Procedure

A Critical Assessment of the Impact of Global Economic Downturn on Civil Justice in Ghana

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 4 2015
Trefwoorden austerity, small claims, civil justice, civil procedure, Ghana civil procedure
Auteurs Ernest Owusu-Dapaa en Ebenezer Adjei Bediako
SamenvattingAuteursinformatie

    The demand for and availability of civil justice procedures for small claims can neither be disentangled nor extricated from the health of the economic climate of the relevant country concerned. In this article, it is argued that despite not being a developed country, Ghana was not completely insulated from the hardships or implementation of austerity measures that were triggered by the global economic meltdown. The inevitability of behavioural changes on the part of the Government of Ghana as lawmaker and provider of the machinery for civil justice on the one hand and small claims litigants as users of the civil procedure on the other hand are also explored in the article. After properly situating the exploration in the relevant economic context, the article makes recommendations regarding how to minimise the impact of the austerity measures on small claims litigants.


Ernest Owusu-Dapaa
Ernest Owusu-Dapaa is Lecturer in Law at the Kwame Nkrumah University of Science and Technology, Kumasi, Ghana. Email: eodapaa@yahoo.com.

Ebenezer Adjei Bediako
Ebenezer Adjei Bediako is Principal Research Assistant at the Kwame Nkrumah University of Science and Technology, Kumasi, Ghana.
Artikel

De rechtspraak van het Hof van Justitie op het gebied van het mededingingsrecht: ontwikkelingen in de jaren 2013 en 2014

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2015
Trefwoorden Mededingingsbeperkende afspraken, Misbruik van een economische machtspositie, Ondernemingsbegrip, Procedureel, Fundamentele rechtsbeginselen
Auteurs Mr. E. Oude Elferink en Mr. E.L.G. Mattioli
SamenvattingAuteursinformatie

    In het onderhavige artikel staan centraal de belangrijkste ontwikkelingen in de rechtspraak van het Hof van Justitie die zich in de jaren 2013 en 2014 hebben voorgedaan op het gebied van het mededingingsrecht. In verband met de enorme productie van arresten en beschikkingen door het Hof van Justitie op dit terrein komen uitsluitend de meest in het oog springende zaken aan bod


Mr. E. Oude Elferink
Mr. E. (Edmon) Oude Elferink is werkzaam als advocaat bij CMS in Brussel.

Mr. E.L.G. Mattioli
Mr. E.L.G. (Evi) Mattioli is werkzaam als advocaat bij CMS in Brussel en is tevens verbonden als vrijwillig medewerkster aan de KU Leuven.
Jurisprudentie

Collectieve acties uit solidariteit, als correlarium van de vrijheid van collectief overleg (artikel 6 ESH) en van de vrijheid van vakvereniging (artikel 11 EVRM)

HR 31 oktober 2014, JAR 2014/298 (Enerco)

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Staking, Enerco, Solidariteit, Euopees Sociaal Handvest, EVRM
Auteurs F. Dorssemont
SamenvattingAuteursinformatie

    HR 31 oktober 2014, JAR 2014/298 (Enerco)
    In 2014 dienden twee hoge rechtscolleges een uitspraak te doen over de rechtmatigheid van collectieve acties die in het teken stonden van solidariteit. Het meest recente arrest is van Hollandse bodem. Op 31 oktober 2014 sprak de Hoge Raad zich uit over de voorziening in cassatie die FNV Bondgenoten en de vakvereniging Het Zwarte Korps inleidden tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Nagenoeg acht maanden eerder diende het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zich uit te spreken over de vraag of de Britse wettelijke bepalingen die solidariteitsstakingen (secondary actions) verboden een aantasting inhielden van de door artikel 11 EVRM gewaarborgde vrijheid van vakvereniging. In deze bijdrage wordt het arrest van de Hoge Raad geanalyseerd en geduid. Het Enerco-arrest wordt in drievoud gecontextualiseerd. De eerste contextualisering is van rechtsvergelijkende aard. In een tweede beweging wordt onderzocht hoe de door de Hoge Raad gegeven interpretatie van artikel 6 ESH zich verhoudt tot de ‘jurisprudentie’ (lees: de conclusies van het Europees Comité voor Sociale Rechten) en met enkele spraakmakende commentaren van het Europees Sociaal Handvest in verband met de rechtspositie van de uit solidariteit gevoerde collectieve actie. Tot slot wordt het Enerco-arrest geconfronteerd met het arrest RMT/VK


F. Dorssemont
F. Dorssemont is hoogleraar aan de UCLouvain (België).
Jurisprudentie

Meelzaak – beperking aansprakelijkheid investeringsmaatschappijen door ACM?

ACM-besluiten inzake Bencis en CVC d.d. 30 november 2014

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Meel, Toerekening, Ne bis in idem, Investeringsmaatschappij, Boeteberekening
Auteurs Paul van den Berg en Jeannette ten Cate
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt ingegaan op de ACM-besluiten inzake Bencis en CVC van 30 november 2014. Met deze besluiten heeft ACM, in navolging van de praktijk van de Europese Commissie, voor het eerst investeringsmaatschappijen beboet voor een inbreuk begaan door een dochtervennootschap. In eerste instantie is alleen de dochtervennootschap, Meneba, aansprakelijk gehouden voor een gestelde kartelinbreuk. In twee nieuwe besluiten zijn Bencis en CVC, beide investeerders, alsnog beboet als gevolg van de inbreuk begaan door hun dochtervennootschap Meneba. De besluiten roepen een aantal interessante vragen op, waaronder met betrekking tot (1) de – in lijn met Europese jurisprudentie – lage standaard die ACM toepast voor toerekening van de inbreuk aan moedervennootschappen, in lijn met recente Europese jurisprudentie; (2) het nemen van een nieuw besluit ten aanzien van de moedervennootschappen; en (3) de wijze van omzetberekening voor de boete.


Paul van den Berg
Mr. P.D. van den Berg is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP.

Jeannette ten Cate
Mr. drs. J.J. ten Cate is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer LLP.

    Met de inwerkingtreding van de AIFMD in de Nederlandse regelgeving is het toezichtregime voor beheerders van beleggingsinstellingen ingrijpend veranderd. Nu het stof rond de eerste implementatieperikelen is neergedaald, kan een tussenbalans worden opgemaakt van de gevolgen van de AIFMD voor de Nederlandse fondsenpraktijk. Dit artikel behandelt ten eerste de vraag welke entiteiten onder de reikwijdte van de AIFMD vallen, en welke daarvan uitgezonderd zijn. Vervolgens wordt ingegaan op de regimes die voor Nederlandse beheerders gelden, met name het ‘lichte’ registratieregime van art. 2:66a Wft, het ‘volledige’ vergunningsregime van art. 2:65 Wft en het grandfathering-regime. Tot slot worden de regimes behandeld die gelden voor buitenlandse beheerders van beleggingsinstellingen die in Nederland actief (willen) zijn door Nederlandse beleggingsinstellingen te beheren of door beleggingsinstellingen aan Nederlandse beleggers aan te bieden.


R.J. Boogaard
Mr. R.J. Boogaard is advocaat bij Loyens & Loeff.

    This paper raises two methodological questions from a philosophical perspective: (i) what is involved in a functionalist approach to law and (ii) what should be the focus of such an approach? To answer these questions, I will take two steps with both. To begin with, I argue that Pettit’s view on functionalist approaches may be made relevant for law; functionalist accounts target a virtual mechanism that explains why a system will be resilient under changes in either the system or its environment. Secondly, I make a distinction between two interpretations of his key-concept ‘resilience’, one in mechanical, the other in teleological terms. With regard to the second question I will take two steps as well. I argue why it does not make sense to ascribe wide functions to law, followed by a plea for a limited view on the function of law. This limited view is based on a teleological understanding of the law’s resilience. I argue that these two modes are interrelated in ways that are relevant for the interdisciplinary study of law.


Bert van Roermund
Toont 41 - 60 van 232 gevonden teksten
1 3 5 6 7 8 9 10 11 12
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.