Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 159 artikelen

x
Artikel

‘I know certainty freaks you out’

Het nut en de noodzaak van decision analysis in de procespraktijk

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2018
Trefwoorden decision analysis, kwantitatieve analyse, procesrisico, schikkingsonderhandelingen, Daniel Kahneman
Auteurs Mr. L.A. van Amsterdam en Mr. Y. Steeg-Tijms
SamenvattingAuteursinformatie

    Juridische procedures zijn naar hun aard complex en onzeker. De auteurs bespreken een manier van werken, decision analysis, die advocaten daarop laat anticiperen door met meer structuur en minder ruimte voor misverstanden over procesrisico’s en schikkingsonderhandelingen te adviseren. Zij gaan daarbij onder meer in op de wetenschappelijke achtergrond van decision analysis en de vijf stappen die samen in een deugdelijke analyse resulteren.


Mr. L.A. van Amsterdam
Mr. L.A. van Amsterdam is als advocaat werkzaam op een procespraktijk van NautaDutilh.

Mr. Y. Steeg-Tijms
Mr. Y. Steeg-Tijms is als advocaat werkzaam op een procespraktijk van NautaDutilh.
Artikel

Over de zoektocht naar en de grenzen van secundaire aansprakelijkheid na het schietincident in Alphen aan den Rijn

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2017
Trefwoorden secundaire aansprakelijkheid, zorgplicht, ouders, schietincident, Alphen aan den Rijn
Auteurs Mr. K.L. Maes
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 4 juni 2017 heeft de Rechtbank Den Haag zich uitgelaten over de vraag of de ouders van Tristan van der V. aansprakelijk zijn voor de gevolgen van het schietincident in Alphen aan den Rijn. Meer in het bijzonder gaat het daarbij om de vraag of de ouders de relevante autoriteiten hadden behoren te informeren over de geestestoestand van hun zoon, in plaats van een gevaarlijke situatie te laten voortduren. In deze bijdrage wordt de uitspraak van de rechtbank – mede in het licht van haar eerdere uitspraak over de aansprakelijkheid van de politie naar aanleiding van hetzelfde schietincident – geanalyseerd, waarbij aandacht wordt besteed aan de civielrechtelijke, secundaire zorgplicht van de ouders.


Mr. K.L. Maes
Mr. K.L. Maes is advocaat bij Van Benthem & Keulen te Utrecht en als buitenpromovenda verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) van de Universiteit Utrecht. Zij werkt aan een proefschrift over de thematiek van deze bijdrage.
Artikel

In pari delicto; als de pot de ketel verwijt

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2017
Trefwoorden in pari delicto, nemo auditur, unclean hands, eigen schuld, relativiteit
Auteurs Prof. mr. A.L.M. Keirse en Mr. dr. B.M. Paijmans
SamenvattingAuteursinformatie

    Het aloude adagium in pari delicto wordt in de jurisprudentie maar zelden in expliciete bewoordingen gebruikt. Het heeft in Nederland echter wel degelijk betekenis. Onbetamelijk gedrag van de benadeelde zou zelfs vaker reeds bij de vestiging van aansprakelijkheid in beeld moeten komen, en niet pas bij de omvang van aansprakelijkheid.


Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. Keirse is hoogleraar burgerlijk recht aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law (UCALL) van de Universiteit Utrecht en parttime raadsheer bij het Gerechtshof Amsterdam.

Mr. dr. B.M. Paijmans
Mr. dr. B.M. Paijmans is advocaat bij Doelen Advocatuur en onbezoldigd universitair docent aan de Universiteit Utrecht.
Praktijk

Onttrekkingen door aandeelhouders en de (niet benijdenswaardige) rol van het bestuur

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2017
Trefwoorden uitkeringen, bestuur, vennootschappelijk belang, bestuurdersaansprakelijkheid, art. 2:216 lid 2 BW
Auteurs Mr. R. Fluit
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage geeft de auteur een overzicht van de grenzen die de wet en jurisprudentie thans stellen aan uitkeringen bij een bv. De nadruk ligt op de rol van het bestuur en meer in het bijzonder op de reikwijdte van zijn bevoegdheid om goedkeuring aan uitkeringen te weigeren. Indien het bestuur geen ruimte ziet om op basis van art. 2:216 lid 2 BW zijn goedkeuring te weigeren, maar het bestuur overigens wel van mening is dat door de uitkering het vennootschappelijk belang onevenredig wordt geschaad, welke middelen staan het dan ten dienste om de vennootschap te beschermen tegen deze uitkering.


Mr. R. Fluit
Mr. R. Fluit is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.

    In deze bijdrage wordt uiteengezet wat ‘openheid van zaken geven’ concreet inhoudt. Na een begrippenkader worden het doel en de achtergrond gegeven van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) als juridisch kader. Uit actuele inzichten uit wetenschap en (tucht)rechtspraak zijn vijf elementen van openheid af te leiden waaraan een open en eerlijke reactie moet voldoen, deze worden toegelicht.


Mr. B.S. Laarman
Berber Laarman is docent-onderzoeker aan het Amsterdam Centre for Comprehensive Law (ACCL), verbonden aan de afdeling privaatrecht van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Rechtstreekse vergoeding van afgeleide schade van een vennoot in een personenvennootschap

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3-4 2017
Trefwoorden afgeleide schade, afgescheiden vermogen, Poot/ABP-arrest, personenvennootschap, rechtspersoonlijkheid
Auteurs Mr. T.D.J. Oosterink
SamenvattingAuteursinformatie

    Schade aan het vermogen van een personenvennootschap heeft voor de individuele vennoten zowel rechtstreekse als afgeleide schade tot gevolg. De auteur onderzoekt hoe dit zit en of individuele vennoten die beide schadesoorten buiten de personenvennootschap om op de schadetoebrenger kunnen verhalen. Hij doet dit naar aanleiding van lagere rechtspraak en in het licht van het Poot/ABP-arrest.


Mr. T.D.J. Oosterink
Mr. T.D.J. Oosterink is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.
Artikel

Actuele opvattingen inzake civiel schadeverhaal via het strafproces

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2017
Trefwoorden schadevergoeding, voeging benadeelde partij, onevenredige belasting, convergentie strafrecht/civielrecht
Auteurs Dr. Renée Kool en Mr. dr. Jessy Emaus
SamenvattingAuteursinformatie

    Crime victims’ compensation is a focal point of interest within the present Dutch penal policy. Coming forward as an injured party, crime victims may claim compensation for pecuniary and non-pecuniary damages from the prepetrator. Since the claim is of a subsidiary, civil nature, the decision making may not represent an undue burden to the criminal procedure. To further compensation, the legal criterion for accessibility was extended (2010) and policy measures were taken. The article provides an overview of the most important findings of an evaluation into to date’s practice, paying special attention to the opinion of legal professionals. Focussing on both the preparatory and the trial phase, a multidisciplinary research was executed, combining quantitative and qualitative research methods. The results show an increase of the amount of claims awarded since 2007. To date, victims’ compensation is commonly accepted within the Dutch criminal procedure. Nevertheless, the legal professionals point at the potential draw backs that sprout from the acknowledgment of the victim as a participant within the Dutch criminal proceedings.


Dr. Renée Kool
Dr. Renée Kool is universitair hoofddocent Strafrecht aan de Universiteit Utrecht en als onderzoeker verbonden aan het Utrechtse onderzoekscentrum Ucall.

Mr. dr. Jessy Emaus
Mr. dr. Jessy Emaus is universitair docent Privaatrecht aan de Universiteit Utrecht en als onderzoeker verbonden aan de Utrechtse onderzoekscentra Ucall en Renforce, en is SIM-fellow.
Redactioneel

Een ‘punitive turn’ bij de aanpak van financieel-economische criminaliteit?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Financieel-economische criminaliteit, Criminaliteitsbestrijding, Witteboordencriminaliteit
Auteurs Prof. dr. mr. W. Huisman
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit redactioneel wordt betoogd dat er de laatste jaren sprake is van een meer punitieve reactie op financieel-economische criminaliteit. Ingegaan wordt op de achtergronden en gevolgen van deze ontwikkeling.


Prof. dr. mr. W. Huisman
Prof. dr. mr. W. Huisman is hoogleraar criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Empirisch-juridisch onderzoek – toekomstmuziek of werkelijkheid?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2016
Trefwoorden empirical legal studies, law in action, law in the real world, evidence-based law
Auteurs Dr. N.A. Elbers
SamenvattingAuteursinformatie

    Empirical Legal Studies (ELS) are studies investigating the law in the real world, using empirical methods. Internationally, ELS is on the rise. However, not much is known about what is being done around ELS in the Netherlands. This article describes the results of a systematic review, investigating how many PhD researchers who defended their thesis at a Dutch law faculty in 2015 have collected empirical data, what topic they investigated, which method they used and what background they have. The findings are that 33% of the PhD theses could be labelled as ELS. The majority of ELS were conducted by researchers who have a social science degree. Some of the (only few) lawyers collecting empirical data did not aim to conduct ELS, even though their research questions were very empirical. It is concluded that more empirical education and research funding are needed to stimulate lawyers to conduct more ELS.


Dr. N.A. Elbers
Dr. Nieke Elbers is postdoc-onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en projectleider voor de stimuleringsactie Empirical Legal Studies. Zij is als sociale wetenschapper (MSc (neuro)psychologie) gepromoveerd bij de rechtenfaculteit van de Vrije Universiteit Amsterdam (afdeling privaatrecht).
Artikel

Access_open Schadebegroting en tijdsverloop

Over schade als veranderlijk verschijnsel, en wat dit betekent voor het schadevergoedingsrecht

Tijdschrift Preadviezen Vereniging voor de vergelijkende studie van het recht, Aflevering 1 2016
Auteurs Marnix Hebly en Siewert Lindenbergh
Auteursinformatie

Marnix Hebly
Mr. M.R. (Marnix) Hebly is als promovendus verbonden aan de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Siewert Lindenbergh
Prof. mr. S.D. (Siewert) Lindenbergh is als hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Civiele aansprakelijkheid voor het gebruik van medische applicaties

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2016
Trefwoorden medische applicaties, software, medische hulpmiddelen, civiele aansprakelijkheid
Auteurs Mr. A.J. Zijlstra
SamenvattingAuteursinformatie

    Het toenemende gebruik van smartphones en de technologische ontwikkelingen op het gebied van medische applicaties hebben voor grote veranderingen gezorgd binnen de gezondheidszorg. Ook de juridische wereld wordt geconfronteerd met dit fenomeen, aangezien de schade die voortvloeit uit het gebruik van medische applicaties zou kunnen leiden tot claims. In dit artikel wordt onderzocht in hoeverre medische applicaties passen binnen het wettelijk kader van een gebrekkig product en een ongeschikte hulpzaak. Daarnaast worden verschillende verhaalsmogelijkheden voor de patiënt behandeld, wanneer een dergelijke applicatie wordt ingezet bij een geneeskundige behandelingsovereenkomst.


Mr. A.J. Zijlstra
Anna Zijlstra (27 jaar) is advocaat bij Lauxtermann Advocaten te Amsterdam. Dit artikel is geschreven naar aanleiding van de scriptie ter afronding van de master Gezondheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam, met de titel: ‘Civiele aansprakelijkheden bij medische applicaties’ en te raadplegen via www.gzr-updates.nl. De auteur dankt mr. dr. R.P. Wijne voor het commentaar op eerdere versies van dit artikel.
Artikel

Relativiteit, eigen schuld en de collectieve actie

Enkele opmerkingen naar aanleiding van HR 27 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3399, NJ 2016/245 m.nt. T.F.E. Tjong Tjin Tai (Stichting Gedupeerde Beleggers/ABN Amro)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 10 2016
Trefwoorden collectieve actie, relativiteit, eigen schuld, bancaire zorgplicht, beleggingsschade
Auteurs Mr. drs. D.F.H. Stein
SamenvattingAuteursinformatie

    In hoeverre staat onvoorzichtigheid van de belegger in de weg aan diens bescherming door de bancaire zorgplicht? De auteur bespreekt deze vraag in het kader van een collectieve actie en gaat tevens in op de mogelijkheid om daarin een oordeel te krijgen omtrent het beschermingsbereik van een geschonden norm (relativiteit ‘in strikte zin’).


Mr. drs. D.F.H. Stein
Mr. drs. D.F.H. Stein is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.

    De geschillenclausule wordt door transactieadvocaten regelmatig behandeld als een boilerplate-bepaling, waar de litigators zich over mogen ontfermen op het moment dat er een geschil ontstaat. De keuze voor arbitrage of overheidsrechtspraak kan echter van enorm belang zijn voor contractspartijen als er een conflict ontstaat.
    Deze bijdrage beoogt de juristen en advocaten die in de praktijk betrokken zijn bij het opstellen van overnamecontracten of handelsovereenkomsten een handvat te bieden bij het opstellen van de geschillenclausule en inzicht te geven in de overwegingen die ten grondslag (zouden moeten) liggen aan het opstellen van een arbitrageclausule.


Mr. L.J.E. Timmer
Mr. L.J.E. Timmer is advocaat bij Allen & Overy LLP te Amsterdam. Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven en vertegenwoordigt niet noodzakelijk de mening van Allen & Overy LLP.
Jurisprudentie

Risico, relativiteit, redelijkheid

HR 29 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:162 (Imagine, Hangmat II)

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2016
Trefwoorden artikel 6:179 BW, artikel 6:181 BW, Hangmat-regel, relativiteit bij risicoaansprakelijkheid, medebezitters van dieren
Auteurs Mr. J.K. Stam en mr. J.H.G. Verweij-Hoogendijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 29 januari 2016 gaf de Hoge Raad antwoord op drie prejudiciële vragen met betrekking tot de analoge toepassing van het Hangmat-arrest, waarin aansprakelijkheid jegens medebezitters op grond van artikel 6:174 BW is aangenomen, ten aanzien van artikel 6:179 en 6:181 BW. De regel uit het Hangmat-arrest blijkt niet te gelden in de onderlinge verhouding tussen medebezitters van een dier en niet in de onderlinge verhouding tussen bedrijfsmatige medegebruikers van een dier. De derde vraag ten aanzien van de verdeling van de schade behoefde volgens de Hoge Raad geen beantwoording.


Mr. J.K. Stam
Mr. J.K. Stam is als wetenschappelijk docent verbonden aan de sectie Burgerlijk Recht van de Erasmus School of Law (Erasmus Universiteit Rotterdam).

mr. J.H.G. Verweij-Hoogendijk
Mr. J.H.G. Verweij-Hoogendijk is als wetenschappelijk docent verbonden aan de sectie Burgerlijk Recht van de Erasmus School of Law (Erasmus Universiteit Rotterdam).
Artikel

Zelfrijdende auto’s, aansprakelijkheid en verzekering; over nieuwe technologie en oude discussies

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 2 2016
Trefwoorden zelfrijdende auto, verkeersaansprakelijkheid, verkeersverzekering, directe verzekering, no-fault
Auteurs Dr. mr. K.A.P.C. van Wees
SamenvattingAuteursinformatie

    De opkomst van de (deels) zelfrijdende auto dwingt om na te denken over alternatieven voor ons huidige stelsel van aansprakelijkheid. Een van die alternatieven is een directe schadeverzekering, ook wel verkeersverzekering genoemd. Het Verbond van Verzekeraars onderzoekt momenteel de mogelijkheden. Het denken over een verkeersverzekering kent een lange geschiedenis. Reeds lang geleden is uitgebreid nagedacht over de voors en tegens. Dat de ontwikkeling van de zelfrijdende auto aanleiding vormt om de discussie nieuw leven in te blazen en opnieuw de balans op te maken, is een goede zaak. Aan een stelsel van verkeersverzekering kunnen vanuit slachtofferperspectief in potentie belangrijke voordelen verbonden zijn.


Dr. mr. K.A.P.C. van Wees
Dr. mr. K.A.P.C. van Wees is universitair docent privaatrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Aansprakelijkheid van medebezitters: een beschouwing van de Hangmat-jurisprudentie en een onderzoek naar haar reikwijdte

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2016
Trefwoorden Hangmat-jurisprudentie, medebezitter, aansprakelijkheid, opstal, dieren
Auteurs Mr. drs. P.A. Fruytier
SamenvattingAuteursinformatie

    Volgens de Hoge Raad zijn medebezitters van gebrekkige opstallen ook jegens elkaar aansprakelijk. Recentelijk oordeelde de Hoge Raad dat zo’n aansprakelijkheid niet geldt voor medebezitters van dieren. De auteur bespreekt en becommentarieert beide arresten. Verder onderzoekt de auteur wat de uitkomst zal zijn bij roerende zaken en bij medebedrijfsuitoefenaars.


Mr. drs. P.A. Fruytier
Mr. drs. P.A. Fruytier is (cassatie)advocaat bij Houthoff Buruma te Amsterdam.
Artikel

Finaliteit, representativiteit en kwaliteitsborging door de rechter

De sleutelbegrippen van het collectief actierecht

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 4 2016
Trefwoorden 305a-organisatie, massaschade, WCAM, gezag van gewijsde, finaliteit
Auteurs Mr. drs. T.M.C. Arons
SamenvattingAuteursinformatie

    De sleutelbegrippen bij massaschade(geschilbeslechting): representativiteit, finaliteit en kwaliteitsborging door de rechter. De schadevergoedingeisende organisatie moet representatief zijn ter waarborging van de belangen van de achterban. Finaliteit betekent binding van deze achterban. Het gezag van gewijsde en het EVRM vereisen een opt-inmodel.


Mr. drs. T.M.C. Arons
Mr. drs. T.M.C. Arons is universitair docent Financieel Recht bij het Instituut voor Financieel Recht (IFR), onderdeel van het Onderzoek­cen‍trum Onderneming & Recht (OO&R) aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De zorgplicht van de franchisegever: bijzonder of niet?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 1 2016
Trefwoorden franchise, zorgplicht, Nederlandse en Franchise Code, exploitatieprognose, precontractuele fase
Auteurs Mr. A.M.A. Schwegler
Samenvatting

    Op 17 februari jl. werd na een moeizame periode van consultatie de Nederlandse Franchise Code geïntroduceerd. In ‘De zorgplicht van de franchisegever: bijzonder of niet?’ bespreekt Angela Schwegler de precontractuele zorgplicht van de franchisegever die een exploitatieprognose aan een potentiële franchisenemer verstrekt. De positie van de franchisenemer en met name zijn eigen verantwoordelijkheid, dient bij een eventuele wettelijke verankering van de Nederlandse Franchise Code en de rol die deze code zal gaan spelen in de rechtspraak, aldus de auteur, niet uit het oog verloren te worden. Want, zo concludeert zij, “de zorgplicht van de franchisegever, die is zo bijzonder niet”.


Mr. A.M.A. Schwegler
Artikel

De verantwoordelijkheden en interne aansprakelijkheidsrisico’s van bestuurders in het kader van een due diligence-onderzoek

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden bestuurder, overname, due diligence, artikel 2:9/2:138 BW, interne aansprakelijkheid
Auteurs Mr. T. Bird
SamenvattingAuteursinformatie

    De verantwoordelijkheden van bestuurders in het kader van een due diligence-onderzoek naar een doelvennootschap worden op basis van jurisprudentie in kaart gebracht. Meestal zal van bestuurders worden verwacht een met voldoende waarborgen omgeven due diligence-onderzoek te laten uitvoeren, zodat zeker wordt gesteld dat een deugdelijke zaak wordt gekocht.


Mr. T. Bird
Mr. T. Bird is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Toont 41 - 60 van 159 gevonden teksten
1 3 5 6 7 8
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.