Zoekresultaat: 96 artikelen

x
Artikel

Rechtsbescherming tegen de cumulatie van privaatrechtelijke en strafrechtelijke gebiedsverboden

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2018
Trefwoorden soccer banning order, pub banning order, criminal charge, accumulation, legal protection
Auteurs Mr. dr. drs. Benny van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    There are different types of banning orders (criminal, administrative and private banning orders) and also various procedures for imposing these orders. According to the case law of the European Court of Human Rights (EctHR) it is unlikely that the private banning orders can be labelled as a criminal charge. The nature of the private banning orders is not punitive. These orders are to be regarded as recovery sanctions. However, applying the ‘Engel criteria’ will lead to the conclusion that some criminal banning orders are to be considered as a criminal charge. Accumulation between criminal and private law banning orders might be troublesome, but it is possible. It is recommended that the Public Prosecution Service is cautious when it comes to demanding a criminal banning order, when a private banning order has already been imposed.


Mr. dr. drs. Benny van der Vorm
Mr. dr. drs. B. van der Vorm is universitair docent straf(proces)recht en verbonden aan het Willem Pompe Instituut en het Montaigne Centrum voor Conflictoplossing en Geschillenbeslechting van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Empathie in het sociaal domein

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2018
Trefwoorden mensbeeld, beleidstheorie, implementatie, sociale zekerheid
Auteurs Mr. dr. A. Tollenaar
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan wetgeving ligt altijd een mensbeeld ten grondslag. Het mensbeeld bestaat uit het geheel aan eigenschappen (voorkeuren, vaardigheden, motieven) van degene die door de wet wordt geraakt of beschermd. De mensbeelden kunnen worden onderscheiden in een drietal dimensies: zelfredzaam, bureaucratische vaardigheden en calculerend gedrag. De analyse van de totstandkoming van de wetgeving in de sociale zekerheid leert dat de mensbeelden van verschillende recente wetten verschillend scoren op deze dimensies. Onduidelijk is waar de wetgever zijn mensbeeld op baseert. Bij wetgeving lijken mensbeelden vooral te worden gebruikt om wettelijke voorschriften te legitimeren. Bij de uitvoering van de wetten blijken weer andere mensbeelden te domineren. Dit is ingegeven door enerzijds meer specifieke kennis van de normadressaat (voorschriften worden niet zo streng gehandhaafd als de wetgever zou willen, omdat de handhaving ongewenste effecten heeft) en anderzijds bezuinigingsdrift (waardoor procedurele barrières worden opgeworpen die de wetgever niet voor ogen stonden). Dit geconstateerde verschil tussen uitvoering en wetgeving leidt tot de aanbeveling om bij wetgeving meer kennis over de mensbeelden in de uitvoeringspraktijk te betrekken.


Mr. dr. A. Tollenaar
Mr. dr. A. (Albertjan) Tollenaar is universitair hoofddocent aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Rijksuniversiteit Groningen.
Mededinging

Het ICAP-arrest: With a little help from my friends…

Over kartelfacilitatie en het vermoeden van onschuld in settlement procedures

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3-4 2018
Trefwoorden artikel 101 lid 1 VWEU, hybride schikkingsprocedure, Facilitatie
Auteurs Mr. Y. de Vries en Mr. J. de Kok
SamenvattingAuteursinformatie

    Het ICAP-arrest is om meerdere redenen interessant. In de eerste plaats verduidelijkt het de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om een onderneming als ‘facilitator’ van een inbreuk op artikel 101 lid 1 VWEU aan te merken en geeft het inzicht in de manier waarop en de intensiteit waarmee het Gerecht toetst of aan deze kwalificatie is voldaan. In de tweede plaats gaat het in op de vraag wanneer een zogenoemde hybride schikkingsprocedure ten aanzien van niet-schikkende partijen inbreuk kan maken op het vermoeden van onschuld en welke gevolgen verbonden moeten worden aan een dergelijke inbreuk. Tot slot bevat het interessante overwegingen over het concept van de voortgezette inbreuk en de motiveringsvereisten voor boetes.
    Gerecht 10 november 2017, zaak T-180/15, ICAP/Commissie, ECLI:EU:T:2017:795 (hogere voorziening verzocht: C-39/18 P), HvJ 22 oktober 2015, zaak C-194/14 P, AC-Treuhand, ECLI:EU:C:2015:717.


Mr. Y. de Vries
Mr. Y (Yvo) de Vries is advocaat bij Allen & Overy.

Mr. J. de Kok
Mr. J. (Jochem) de Kok is advocaat bij Allen & Overy.
Jurisprudentie

Access_open Kroniek ondernemingsstrafrecht

Tweede helft 2017

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2018
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. A.A. Feenstra, prof. dr. R.C.P. Haentjens e.a.

Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. A.A. Feenstra

prof. dr. R.C.P. Haentjens

mr. dr. I. Koopmans

mr. J. Boonstra-Verhaert

mr. dr. E. Sikkema

mr. A. Verbruggen

mr. dr. drs. B. van de Vorm

mr. dr. J.S. Nan
Praktijk

De implementatie van de vierde en vijfde anti-witwasrichtlijn

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Wwft, witwassen, uiteindelijk belanghebbende, politiek prominente personen, vierde anti-witwasrichtlijn
Auteurs Mr. J.M. van Poelgeest
SamenvattingAuteursinformatie

    De vierde anti-witwasrichtlijn is in werking getreden en diende uiterlijk 26 juni 2017 te zijn geïmplementeerd. In verband met de implementatie van de richtlijn wijzigt onder meer de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). In dit artikel worden de belangrijkste wijzigingen besproken als gevolg van de Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden en de Implementatiewet vierde anti-witwasrichtlijn. De implementatie heeft een aanzienlijke impact op het beleid van alle instellingen die onder de Wwft vallen. Zo zullen de instellingen hun beleid moeten aanpassen en gebruik moeten gaan maken van het register met uiteindelijk belanghebbenden. De risicogebaseerde benadering komt nog meer naar voren in het cliëntenonderzoek dat door de instellingen moet worden verricht.


Mr. J.M. van Poelgeest
Mr. J.M. van Poelgeest is advocaat bij Trivvy advocatuur.

Marten Voulon
Marten Voulon is bedrijfsjurist bij ABN AMRO Bank N.V., Fellow aan de Universiteit Leiden en lid van de klachten- en geschillencommissie eHerkenning.

Rut Wingens
Artikel

Verhandelbare rechten, tussen markt en overheid

Over het dierrechtenstelsel in de Meststoffenwet

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2017
Trefwoorden verhandelbare rechten, vergunningstelsel, algemene wettelijke regels, mestregelgeving
Auteurs Mr. D.R.P. de Kok
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Too much love will kill you’, zong Brian May van Queen ooit. Van iets moois kun je ook te veel hebben, waardoor het in het tegenovergestelde verandert. Zo is het ook met mest: een waardevol product waarvan we in Nederland veel te veel hebben en dat dus tot problemen kan leiden. ‘Tot de schijt ons doodt.’ Dat betekent dat er maatregelen nodig zijn om de boel in goede banen te leiden. Dat gebeurt door regels te stellen over het aanwenden van mest, maar ook over de productie ervan. Dat laatste is gebeurd in de vorm van een dierrechtenstelsel. Dierrechten zijn de rechten voor veehouders om dieren (varkens en pluimvee) te houden. Die rechten zijn gelimiteerd (schaars) en vrij verhandelbaar gemaakt. In dit artikel wordt dit dierrechtenstelsel aan een nadere beschouwing onderworpen en afgezet tegen drie alternatieven, te weten een ‘traditioneel’ vergunningstelsel zonder verhandelbaarheid, een verplichting om via privaatrechtelijke overeenkomsten het publiek belang te borgen, en het stellen van algemene regels. De twee laatstgenoemde alternatieven zijn daadwerkelijk uitgewerkt in wetsvoorstellen, die in het artikel ook worden beschreven. Geconstateerd wordt dat uiteraard alle stelsels hun voor- en nadelen hebben, maar dat een stelsel van verhandelbare rechten als het dierrechtenstelsel als aanvullend sturingsinstrument waarschijnlijk de beste optie is en blijft. Dat komt met name door de eenvoud, de harde bovengrens en de goede uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid.


Mr. D.R.P. de Kok
Mr. D.R.P. (Dennis) de Kok is plaatsvervangend afdelingshoofd bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Economische Zaken en redacteur van RegelMaat.
Artikel

Access_open De nominalistische theorie van de rechtssubjecten

Tijdschrift Netherlands Journal of Legal Philosophy, Aflevering 1 2017
Trefwoorden rechtssubject, natuurlijk persoon, rechtspersoon, staat, orgaan
Auteurs Robert Jan Witpaard
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel presenteer ik een nieuwe ‘nominalistische’ theorie van de rechtssubjecten en laat ik zien waarom geen van de tot nu gepresenteerde theorieën de toets der kritiek kan doorstaan. Het artikel valt uiteen in een constructief en een kritisch deel. In het constructieve deel presenteer ik eerst de nominalistische theorie van de rechtssubjecten. Deze theorie richt zich op de persoonlijke elementen van het rechtssysteem en begrijpt rechtspersonen en organen als namen die uitsluitend bestaan binnen het rechtssysteem. In het kritische deel presenteer ik vervolgens een overzicht van de tot nu toe verdedigde theorieën van de rechtspersoon. Het gaat daarbij respectievelijk om de sociaal-biologische of organische leer, de sociologische leer, de sociologisch-juridische leer, de fictieleer en de leer van het (gepersonifieerde) normencomplex. Aan de hand van enkele algemeen geaccepteerde kenmerken van de rechtspersoon laat ik ten slotte zien waarom geen van deze alternatieve theorieën de toets der kritiek kan doorstaan.


Robert Jan Witpaard
Mr. dr. Robert Jan Witpaard is jurist bij de Afdeling Verdragen van het ministerie van Buitenlandse Zaken.
Artikel

Het Besluit activiteiten leefomgeving

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 6 2016
Trefwoorden Omgevingswet, stelselherziening, Bal, Activiteitenbesluit, activiteiten
Auteurs Mr. G.C.W. (Godert) van der Feltz
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage gaat de auteur in op de systematiek van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en de rol van het Bal in het omgevingsrecht.


Mr. G.C.W. (Godert) van der Feltz
Mr. G.C.W. van der Feltz is advocaat bij Van der Feltz Advocaten.
Artikel

Wwft en het strafrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Wwft, Strafrecht, Cliëntenonderzoek, Meldplicht, Ongebruikelijke transactie
Auteurs Mr. J.P. Rozemeijer en mr. C. van der Meulen
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wwft-meldplichtigen zijn de poortwachters van het economische stelsel in de strijd tegen witwassen en terrorismefinanciering. Indien die poortwachters zich niet houden aan hun meldplicht van ongebruikelijke transacties of de plicht tot cliëntenonderzoek kunnen zij naast bestuurs- of tuchtrechtelijk ook strafrechtelijk worden vervolgd. In dit artikel een analyse van de toenemende hoeveelheid strafrechtelijke jurisprudentie met betrekking tot Wwft/WED-zaken. In het bijzonder aandacht voor enkele Wwft/WED-specifieke leerstukken, te weten kleurloos opzet, het instellingsbegrip, de ‘ongebruikelijke transactie’, de vervolgingsuitsluitingsgrond, het transactiebegrip en de samengestelde transactie. Dit artikel behandelt tevens de vraag waarom Wwft-feiten strafrechtelijk worden aangepakt.


Mr. J.P. Rozemeijer
Mr. J.P. Rozemeijer is werkzaam als beleidsmedewerker bij het bureau van de Landelijk Officier van Justitie (LOvJ) Witwassen en Terrorismefinanciering van het Functioneel Parket.

mr. C. van der Meulen
C. van der Meulen is stagiair bij het bureau van de Landelijk Officier van Justitie (LOvJ) Witwassen en Terrorismefinanciering van het Functioneel Parket, studerend aan de UU opleiding Utrecht Law College.
Artikel

Aanbestedingsrechtelijke uitsluitingsgronden en het mededingingsrecht: wat moet een mededingingsjurist weten van de mogelijkheden tot uitsluiting in het aanbestedingsrecht?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 6 2016
Trefwoorden aanbesteding, uitsluitingsgronden, ernstige fout, valse verklaring, proportionaliteit
Auteurs Maurice Esssers en Robert Fröger
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de per 1 juli 2016 geïntroduceerde wijzigingen van de Aanbestedingswet 2012 is het kader voor aanbestedingsrechtelijke uitsluitingsgronden gewijzigd. In dit artikel staan de uitsluitingsgronden centraal die voor beoefenaars van het mededingingsrecht relevant zijn. Met name wanneer ACM boetes oplegt wegens overtreding van (sectorspecifieke) regelgeving, gaan deze uitsluitingsgronden in latere aanbestedingen een rol spelen. Aspecten van een besluit die een impact hebben op de aanbestedingsrechtelijke kansen van ondernemingen zijn onder meer: de duur van de overtreding, de aard van de overtreding, de wijze van afdoening, de rechtspersonen waaraan de overtreding wordt toegerekend, de publicatiedatum en de mate van verwijtbaarheid.


Maurice Esssers
Mr. M.J.J.M. Essers is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff N.V.

Robert Fröger
Mr. R.A. Fröger is werkzaam als advocaat bij Loyens & Loeff N.V.

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de mogelijkheden om bekostigde hoger onderwijsinstellingen onder de reikwijdte van de Wet Markt en Overheid te brengen.


Ali Mohammad
Mr. A.H.A. Mohammad is promovendus staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden. Zijn promotieonderzoek naar de juridische mogelijkheden en grenzen van het academisch ondernemerschap wordt door NWO gefinancierd.
Artikel

Het gebruik van patiëntgegevens in de nieuwe klachtenprocedure

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2016
Trefwoorden Klachtrecht, Wkkgz, patiëntgegevens, verdediging, art. 6 EVRM
Auteurs Mr. C.E. Philips-Santman
SamenvattingAuteursinformatie

    De heersende opvatting dat voor het gebruik van patiëntgegevens in een klachtenprocedure uitdrukkelijke toestemming van een patiënt nodig is, moet in het kader van de inwerkingtreding van de Wkkgz worden heroverwogen. Twee belangrijke wijzigingen in het klachtrecht geven daarvoor aanleiding: (1) een zorgaanbieder is voor de interne behandeling van een klacht niet langer verplicht gebruik te maken van een onafhankelijke klachtencommissie en (2) een zorgaanbieder is verplicht zich aan te sluiten bij een geschilleninstantie die (in tweede instantie) bij wege van bindend advies over een klacht oordeelt. Als een zorgaanbieder zelf een oordeel velt over de gegrondheid van een klacht moet het gebruik van patiëntgegevens in dat kader ook zonder toestemming van de patiënt mogelijk zijn. De procedure bij een geschilleninstantie valt onder de reikwijdte van artikel 6 lid 1 EVRM. De daarmee samenhangende waarborgen zouden ook van toepassing moeten zijn op de afhandeling van een klacht in ‘eerste aanleg’.


Mr. C.E. Philips-Santman
Cezanne Philips-Santman (34 jaar) is docent/onderzoeker in de sectie ethiek en recht van de gezondheidszorg in het LUMC. De auteur dankt Dick Engberts voor zijn commentaar op een eerdere versie van dit artikel.
Artikel

Meer zeggenschap van burgers en organisaties over regulering

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2016
Trefwoorden zeggenschap, burgers, reguleringsstijlen, internetconsultatie
Auteurs Dr. A.M. Bokhorst
SamenvattingAuteursinformatie

    De centrale vraag in dit artikel is hoe de wetgever de zeggenschap van burgers, organisaties en belanghebbenden kan versterken en onbedoelde gevolgen van technocratie daarbij kan tegengaan. De inzet van alternatieve reguleringsstijlen, zoals beter reguleren, verbetert de kwaliteit van regelgeving. Zo maakt internetconsultatie het wetgevingsproces transparanter en responsiever, maar door het beperkte bereik neemt de collectieve zeggenschap van burgers er niet substantieel door toe. Dereguleren lijkt zoals beoogd de individuele zeggenschap van belanghebbenden te versterken. Maar niet iedereen waardeert die individuele zeggenschap evenzeer of kan er even goed mee omgaan. Om sociale zeggenschap van organisaties te versterken zet de overheid in op meer ruimte voor co- en zelfregulering. Het verschilt sterk per dossier in hoeverre de sociale zeggenschap is toegenomen. Als onbedoeld gevolg blijkt bij alternatieve reguleringsstijlen dat technocraten zoals toezichthouders in het gat springen dat de wetgever achterlaat. Vervolgens kan het parlement als medewetgever met een initiatiefwet proberen om de autonomie van burgers, organisaties en belanghebbenden te bewaken, zoals geïllustreerd wordt met de casus van de initiatiefwet Bisschop. Deze casus roept wel de vraag op of de regering en het parlement niet systematischer kunnen reflecteren op de (dis)balans tussen participatieve, technocratische en representatieve democratie.


Dr. A.M. Bokhorst
Dr. A.M. (Meike) Bokhorst is senior wetenschappelijk medewerker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en associate researcher bij Institutions for Open Societies van de Universiteit Utrecht. Ze werkte eerder als programmasecretaris Bruikbare rechtsorde bij de directie Wetgeving van het ministerie van Justitie.
Artikel

Access_open Uitbreiding WGBH/CZ met goederen en diensten

Rechtsbescherming van personen met een handicap neemt toe

Tijdschrift Handicap & Recht, Aflevering 1 2016
Auteurs Mr. C.A. Goudsmit
Auteursinformatie

Mr. C.A. Goudsmit
Mr. C.A. (Stans) Goudsmit is lid van het College voor de Rechten van de Mens. Met dank aan Annejet Swarte voor haar hulp bij de totstandkoming van dit artikel.
Artikel

Nice to know or need to know

Noodzakelijke strafrechtelijke gegevens voor bestuursrechtelijke sancties

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Motiveringsbeginsel, (verstrekking) politiegegevens, (herstellende of bestraffende) sanctie, Bestuurlijke Rapportage, Bewijsleer
Auteurs Mr. P. Ronteltap
SamenvattingAuteursinformatie

    Vaak zijn strafrechtelijke gegevens nodig voor de bestuursrechtelijke aanpak van georganiseerde criminaliteit. Door de geheimhoudingsplicht mogen de politie en het Openbaar Ministerie niet meer gegevens verstrekken dan noodzakelijk. Daarom onderzoekt het artikel welke soort gegevens nodig zijn voor het onderbouwen van de meest voorkomende sancties. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen herstellende en bestraffende sancties. Het artikel sluit af met de conclusie dat de huidige wijze van informatieverstrekking niet vrij is van risico’s.


Mr. P. Ronteltap
Mr. Pieter Ronteltap is Specialist Bestuursrecht bij de Nationale Politie, eenheid Limburg.
Diversen: Notenkrakers

De Delta Lloyd uitspraken

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Delta Lloyd uitspraken, integriteitseisen, motiveringseisen, heenzending
Auteurs Mr. Samantha Daniëls en prof. mr. Adriënne de Moor-van Vugt
Auteursinformatie

Mr. Samantha Daniëls
Mr. S. Daniëls is werkzaam als promovenda Staatsnoodrecht en financieel toezicht bij het Centrum voor Financieel recht UvA.

prof. mr. Adriënne de Moor-van Vugt
Prof. mr. A.J.C. de Moor-van Vugt is werkzaam als hoogleraar Staats- en bestuursrecht bij het Centrum voor Financieel recht UvA.
Artikel

De functie van de kwaliteitsborging in het zorgstelsel

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2016
Trefwoorden kwaliteit van zorg, professionele standaard, private regulering
Auteurs Prof. mr. J.G. Sijmons
SamenvattingAuteursinformatie

    In het gezondheidsrecht is de ontwikkeling van private normen van groot belang. Tussen normen van de wetgever en toetsing door de rechter ontwikkelt zich steeds meer een laag van standaarden, richtlijnen en protocollen. Deze geven invulling aan de meer globale normen en plichten die in formele wetgeving zijn neergelegd. Het Zorginstituut Nederland speelt hierin een belangrijke rol door registratie van richtlijnen en protocollen. De auteur gaat onder meer in op de ontwikkeling en vormgeving van de kwaliteitsnormering en plaatst enkele kanttekeningen daarbij. Zo zal de verwachting dat met deze ontwikkeling ook transparantie bij kwaliteit van zorg kan worden bevorderd, voorlopig niet zijn gerealiseerd. Integendeel, het heeft eerder de ondoorzichtigheid van het kwaliteitsvraagstuk in beeld gebracht. Het is zelfs de vraag of met een tendens naar standaarden als algemene, minimale kwaliteitsnormen met optimale doelmatigheid met de registratie wel de goede sleutel tot het goed functioneren van het stelsel is gevonden.


Prof. mr. J.G. Sijmons
Prof. mr. J.G. (Jaap) Sijmons is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Utrecht en advocaat bij Nysingh te Zwolle.
Jurisprudentie

Noot bij Rb Rotterdam, sector bestuur, 31 juli 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:5635

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2016
Trefwoorden integriteitsvragen financieel management, bestuurlijke afdoening, voorgenomen publicatie van uitspraak, procedurele tekortkoming, vergelijking bestuursrechtelijke en strafrechtelijke afdoening
Auteurs Prof. dr. R.C.P. Haentjens
SamenvattingAuteursinformatie

    De hierboven afgedrukte uitspraak in een van de rechterlijk procedures van DNB tegen de Delta Lloyd c.a. is uitdrukking van de lange tijd geheerst hebbende onmin tussen DNB als toezichthouder en Delta Lloyd (die overigens naar het schijnt, na de komst van een nieuw ma­nagement, enigszins lijkt te verdwijnen, al bemoeide DNB zich onlangs nog met de op stapel staande, maar lange tijd betwiste emissie door Delta Lloyd).
    Aanleiding was van een vermoeden bij de AFM van handelen met voorkennis door leden van het financiële management van Delta Lloyd, afgedekt, naar de rechtbank Rotterdam vaststelde, door de top van Delta Lloyd. Dit vermoeden van aangetaste integriteit van de bestuurders was voor de DNB aanleiding Delta Lloyd op de korrel te nemen. De bestuursrechtelijke procedure eindigde met de boven vermelde uitspraak van de rechtbank Rotterdam met een ferme negatieve uitspraak jegens door Delta Lloyd ingeroepen hulp van deskundigen. Zij verklaarde het beroep van de natuurlijke personen gegrond, stelde de bestuurlijke boete naar beneden bij wegens een, in mijn ogen, overigens niet geringe procedurele tekortkoming en vernietigde het publicatiebesluit.
    In het onderstaande commentaar wordt ingegaan op het verschil tussen een bestuursrechterlijke of een strafrechtelijke afdoening in dit soort zaken. De conclusie is dat Delta Lloyd door de ‘vlucht naar voren’ slechts als verliezer uit deze strijd komt, ook al wint zij op punten. Zij lijdt ernstig imagoverlies mede door zelf de publiciteit te kiezen. Ook DNB komt niet geheel ongeschonden uit de strijd: zij verliest op punten en of zij haar blazoen nu geheel heeft opgepoetst na het aanhoudende verwijt uit financiële kringen dat zij een ferme daad wilde stellen na haar, naar men stelt, zwakke optreden tijdens de financiële crises sedert 2008, blijft de vraag.


Prof. dr. R.C.P. Haentjens
Prof. dr. R.C.P. Haentjens is Bijzonder hoogleraar financieel strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam en raadsheer-plaatsvervanger bij het gerechtshof Amsterdam.
Toont 41 - 60 van 96 gevonden teksten
1 3 5
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.