Zoekresultaat: 153 artikelen

x
Column

Asociale bewaring

Tijdschrift PROCES, Aflevering 3 2017
Auteurs Mr. Ad de Beer
Auteursinformatie

Mr. Ad de Beer
Mr. Ad de Beer is jeugdofficier van justitie te Rotterdam en redacteur van PROCES.
Artikel

Hulp bij zelfdoding bij voltooid leven: naar een nieuwe wet?

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2017
Trefwoorden euthanasie, voltooid leven, commissie-Schnabel
Auteurs Prof. mr. J.K.M. Gevers
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel beschrijft de visie van het kabinet ten aanzien van het begin 2016 verschenen rapport Voltooid leven van de in 2014 door de ministers van VWS en Veiligheid en Justitie ingestelde commissie-Schnabel en voorziet die van de nodige kanttekeningen. Vervolgens komt in het kort het initiatiefwetsvoorstel van D66 aan de orde, en de vraag of dat tegemoetkomt aan de bij de visie van het kabinet gemaakte kanttekeningen. In de slotbeschouwing bespreekt auteur de vraag of een nieuwe wet alles bijeengenomen wel gewenst is.


Prof. mr. J.K.M. Gevers
Sjef Gevers is emeritus hoogleraar gezondheidsrecht AMC/UvA.
Artikel

De functie van de kwaliteitsborging in het zorgstelsel

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2016
Trefwoorden kwaliteit van zorg, professionele standaard, private regulering
Auteurs Prof. mr. J.G. Sijmons
SamenvattingAuteursinformatie

    In het gezondheidsrecht is de ontwikkeling van private normen van groot belang. Tussen normen van de wetgever en toetsing door de rechter ontwikkelt zich steeds meer een laag van standaarden, richtlijnen en protocollen. Deze geven invulling aan de meer globale normen en plichten die in formele wetgeving zijn neergelegd. Het Zorginstituut Nederland speelt hierin een belangrijke rol door registratie van richtlijnen en protocollen. De auteur gaat onder meer in op de ontwikkeling en vormgeving van de kwaliteitsnormering en plaatst enkele kanttekeningen daarbij. Zo zal de verwachting dat met deze ontwikkeling ook transparantie bij kwaliteit van zorg kan worden bevorderd, voorlopig niet zijn gerealiseerd. Integendeel, het heeft eerder de ondoorzichtigheid van het kwaliteitsvraagstuk in beeld gebracht. Het is zelfs de vraag of met een tendens naar standaarden als algemene, minimale kwaliteitsnormen met optimale doelmatigheid met de registratie wel de goede sleutel tot het goed functioneren van het stelsel is gevonden.


Prof. mr. J.G. Sijmons
Prof. mr. J.G. (Jaap) Sijmons is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit Utrecht en advocaat bij Nysingh te Zwolle.
Artikel

De uitbreidende betekenis van het collectief ontslag

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden collectief ontslag, eenzijdige wijziging, opzegging door werknemer
Auteurs Dr. J. Doomen
SamenvattingAuteursinformatie

    De bescherming van werknemers bij collectief ontslag is sterk toegenomen. Richtlijn 98/59/EG is de opvolger van Richtlijnen 75/129/EEG en 92/56/EEG. De groep werknemers die wordt meegeteld om te kunnen spreken van een collectief ontslag is uitgebreid (door voor de berekening van het aantal ontslagen niet alleen de ontslagen in strikte zin mee te tellen) en de verplichtingen met betrekking tot de informatieverstrekking naar werknemersvertegenwoordigingen zijn toegenomen. In de onderhavige zaak (HvJ 11 november 2015, zaak C-422/14) wordt de kwestie welke werknemers in de procedure moeten worden meegeteld nader gespecificeerd. Het Hof van Justitie draagt met deze uitspraak bij aan de ontwikkeling dat de regeling van het collectief ontslag op een steeds groter aantal werknemers betrekking heeft.
    HvJ 11 november 2015, zaak C-422/14, Pujante Rivera, ECLI:EU:C:2015:743


Dr. J. Doomen
Dr. J. (Jasper) Doomen is als universitair docent Arbeidsrecht en Sociaal Beleid verbonden aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Rechtsbescherming onder de Omgevingswet: op een gelijkwaardig niveau?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 1-2 2016
Trefwoorden Omgevingswet, rechtsbescherming, omgevingsplan, omgevingsvergunning, projectbesluit
Auteurs Mr. drs. H. (Daniëlla) Nijman
SamenvattingAuteursinformatie

    Een van de ontwerpprincipes van de Omgevingswet is dat de rechtsbescherming op een gelijkwaardig niveau blijft. In dit artikel wordt toegelicht hoe de rechtsbescherming voor de verschillende instrumenten is geregeld in de Omgevingswet en wat er verandert ten opzichte van de huidige situatie. De vraag is daarbij niet alleen of de mogelijkheden tot rechtsbescherming gelijkwaardig zijn, maar ook of die mogelijkheden gelijkwaardig zijn voor de diverse spelers binnen het omgevingsrecht. Daarbij zijn in ieder geval het bestuursorgaan, de initiatiefnemer (aanvrager) en de derde-belanghebbende te onderscheiden.


Mr. drs. H. (Daniëlla) Nijman
Mr. drs. H. (Daniëlla) Nijman is advocaat bij Holla Advocaten te Den Bosch.
Artikel

De Wkkgz over kwaliteit van zorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Wkkgz, kwaliteit van zorg, Kwaliteitswet zorginstellingen, Veilig melden, Omgaan met incidenten
Auteurs Prof. mr. J. Legemaate
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bespreekt de regeling van de kwaliteit van zorg in de Wkkgz.De kwaliteitswetgeving is up-to-date gebracht. Veel onderdelen van de Kwaliteitswet zorginstellingen zijn behouden gebleven, maar er zijn ook enkele elementen toegevoegd, zoals de regeling van het veilig melden en het omgaan met incidenten.


Prof. mr. J. Legemaate
Johan Legemaate is hoogleraar gezondheidsrecht, AMC/Universiteit van Amsterdam en lid van de redactie van dit tijdschrift.
Artikel

Opvolgend werkgeverschap en anciënniteit

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Opvolgend werkgeverschap, Anciënniteit, Ratio, Draaideurconstructie
Auteurs Mr. S. Palm
Auteursinformatie

Mr. S. Palm
Mr. S. Palm is advocaat bij Ploum Lodder Princen.
Artikel

Ontbinding of opzegging van de huurovereenkomst wegens wanbetaling

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Huurovereenkomst, Huur woonruimte, Beëindiging wegens huurachterstand, Drie maanden
Auteurs Mr. W.J. Noordhuizen
SamenvattingAuteursinformatie

    In deel 12 van de Studiereeks Nederlands-Antilliaans en Arubaans Recht (SNAAR), over het Nederlands-Caribisch huurrecht, werd opgemerkt dat een huurachterstand van ten minste drie maanden, waarbij op korte termijn geen concreet zicht bestaat op volledige afbetaling van het openstaande bedrag, doorgaans voldoende is om de huur te beëindigen. Een dergelijke vooropstelling komt men in de rechtspraak wel tegen. In de praktijk kan het door de verschillende procedures die aan ontruiming voorafgaan (doorgaans) meer dan drie maanden duren voordat de verhuurder weer over de woonruimte kan beschikken. Tijdens het wetgevingsproces zijn daarover in Sint Maarten vragen gesteld. Waar komt die driemaandentermijn vandaan? En is die (nog) wel gerechtvaardigd?


Mr. W.J. Noordhuizen
Mr. W.J. Noordhuizen is lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie en als zodanig werkzaam bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba. Het artikel is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Van hoofdbehandelaar naar regiebehandelaar en kwaliteitsstatuut in de GGZ

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 7 2015
Trefwoorden hoofdbehandelaar, regiebehandelaar, kwaliteitsstatuut
Auteurs Mr. dr. E. Plomp
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 18 mei 2015 presenteerde de Commissie Hoofdbehandelaarschap GGZ, bestaande uit prof. dr. P.L. Meurs (voorzitter), prof. dr. J. Legemaate en prof. dr. W.A.B. Stalman, haar advies ‘Hoofdbehandelaarschap GGZ als Noodgreep’. Dit artikel bespreekt de belangrijkste onderdelen van het advies en auteur plaatst er enkele kritische kanttekeningen bij.


Mr. dr. E. Plomp
Emke Plomp is werkzaam als psychiater en als zelfstandig adviseur en onderzoeker op het gebied van gezondheidsrecht. Reacties zijn welkom via.
Praktijk

Kroniek rechtspraak civiel recht

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2015
Trefwoorden aansprakelijkheid, schending zorgplicht, schending toezichthoudende taken, integriteitsschade, smartengeld
Auteurs Mr. drs. M.J.J. de Ridder
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek worden in het kort de belangrijkste ontwikkelingen in de jurisprudentie besproken in de periode van 1 juni 2013 tot en met 1 juni 2015. Daarbij wordt eerst ingegaan op de diverse gronden waarop de aansprakelijkheid kan worden gebaseerd: schenden van de zorgplicht, ontoelaatbare gevaarzetting, onbevoegde uitoefening, schenden toezichthoudende taak/bijzondere zorgplicht, gebruik maken van een gebrekkige hulpzaak, niet nakomen protocol, het ontbreken van informed consent en bijzondere vormen van aansprakelijkheid. Voorts wordt ingegaan op het causaal verband en toerekening, in welk kader ook de ontwikkelingen op het gebied van de kansschade aan bod komen. Andere onderwerpen die in de kroniek worden besproken zijn: de omvang van de schadevergoedingen, onrechtmatige uitlatingen over de hulpverlener en het beroepsgeheim.


Mr. drs. M.J.J. de Ridder
Michel de Ridder is werkzaam als advocaat bij KBS Advocaten te Utrecht.
Artikel

De Verdonk-factor?

Steeds minder Turkse en Marokkaanse Nederlanders kiezen partner uit het land van herkomst

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2015
Trefwoorden income requirement, pre-entry test, marriage migration, Turkish partner preferences, Moroccan partner preferences
Auteurs Dr. L. Sterckx
SamenvattingAuteursinformatie

    Between 2001 and 2012 there has been a sharp drop in marriage migration from Turkey and Morocco. The number of migration marriages fell particularly sharply in the years after 2004, after changes were made in the legislation concerning marriage migration: the income and age requirements were raised and passing a pre-entry test became conditional to obtaining a visum. This article aspires to explain this decline of migration marriages among co-ethnics of Turkish and Moroccan origin in the Netherlands. As the strongest decline in the number of migration marriages coincides with the introduction of stricter conditions for marriage migration, the author states that these changes in the law acted as a catalyst for a change in mentality among migrant families of Turkish and Moroccan origin.


Dr. L. Sterckx
Dr. Leen Sterckx is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Sociaal en Cultureel Planbureau. Zij promoveerde in 2014 aan de Universiteit van Amsterdam op een proefschrift over gemengde huwelijken van Turkse en Marokkaanse Nederlanders.

    Op 11 februari 2015 heeft het Comité van Ministers van de Raad van Europa de Recommendation on preventing and resolving disputes on child relocation aangenomen. Dit is het eerste Europese instrument over het verhuizen met kinderen na scheiding. De Recommendation heeft een duidelijk tweeledig doel: het voorkomen van conflicten over verhuizingen met kinderen en, indien een conflict is gerezen, het bieden van richtsnoeren voor het oplossen daarvan. In deze bijdrage staan in de eerste plaats de inhoud van de Recommendation en de daarbij gemaakte keuzes centraal. Daarnaast wordt ingegaan op de vraag wat deze Recommendation kan betekenen voor het Nederlandse recht en de toepassing daarvan in verhuiszaken. In de Recommendation worden enige, naar het oordeel van de auteur verstandige keuzes gemaakt. Zo verdient het stevig inzetten op alternatieve geschiloplossing steun. Daarnaast is de aanbevolen afzonderlijke beoordeling van het belang van het kind, zonder dat dit belang echter de doorslag hoeft te geven, in overeenstemming met vaste rechtspraak van de Hoge Raad in verhuiszaken. Ook het pleidooi voor een neutrale, kind-gecentreerde, casuïstische benadering door de rechter strookt met de wijze waarop Nederlandse rechters tot hun beslissingen in verhuiszaken komen. Specifieke verhuiswetgeving op deze punten, zoals de Recommendation voorstelt, acht de auteur dan ook niet nodig. Wel zou de wettelijke verankering van de in de Recommendation voorgestelde formele notificatieplicht kunnen bijdragen aan het voorkomen van verhuisconflicten. Krachtens deze plicht dient de ouder met een verhuiswens de andere ouder – schriftelijk en binnen een redelijke termijn – te informeren over de voorgenomen verhuizing. Hoewel de verwachtingen van het daadwerkelijke effect van de Recommendation als niet-bindend instrument niet al te hoog gespannen moeten zijn, draagt deze bij aan de erkenning van verhuizing met kinderen als een (hoog)potentieel conflictueuze aangelegenheid.
    On the 11th February 2015 the Committee of Ministers of the Council of Europe adopted the Recommendation on preventing and resolving disputes on child relocation. This is the first European instrument on child relocation. The aim of the Recommendation is twofold: preventing relocation disputes, and in case of a dispute, providing guidelines for solving them. This contribution firstly intends to examine the principles of the Recommendation and the choices that has been made during the drafting process. Secondly, it will look at the question of to what extent the Recommendation could lead to any adjustments of Dutch law and its application in relocation cases. In the opinion of the author, a number of prudent choices have been made in the Recommendation. In the first place, the encouragement of alternative dispute resolution ought to be supported. Secondly, the recommended individual and separate assessment of the best interests of the child (whose interests are, however, not decisive) is in accordance with the case law of the Supreme Court of the Netherlands in relocation cases. The plea for a neutral, child centered, case-by-case approach by the court is also consistent with the way in which Dutch courts make their decisions in relocation cases. Specific relocation legislation in this regard is not necessary in the opinion of the author. However, a legislative provision requiring the relocating parent to inform the other parent prior to the intended relocation might contribute to the prevention of disputes on child relocation. Although expectations concerning the actual effect of the Recommendation as a non-binding instrument should not be too high, it nevertheless contributes to the recognition of child relocation as an issue with a high potential for conflict.


Prof. mr. Lieke Coenraad
Prof. mr. Lieke Coenraad is Professor of Private Law and Dispute Resolution at the law faculty of VU University Amsterdam. She is also deputy judge at the Court of Appeal of Amsterdam.
Artikel

Concentratietoezicht ACM in de ziekenhuissector

Inzicht in en reflectie op de praktijk

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2015
Trefwoorden ACM, concentratiecontrole, marktafbakening, Mededingingswet, ziekenhuisfusies
Auteurs Ron Kemp, Marie-Louise Leijh-Smit en Krijn Schep
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaan wij in op het beoordelingskader van ACM bij fusies tussen ziekenhuizen. Wij bespreken de marktafbakening, de disciplineringsmogelijkheden van zorgverzekeraars en de rol van patiënten. Wij reflecteren hierop aan de hand van onze persoonlijke ervaringen. Het doel hiervan is om een beter beeld te geven van het toezicht van ACM en de afwegingen die daarin een rol spelen. Wij concluderen dat het toezicht op ziekenhuisfusies baat kan hebben bij: (1) meer inzicht in de effecten van fusies, (2) een betere onderbouwing van de inbreng van vooral zorgverzekeraars en (3) betere beschikbaarheid van kwaliteitsinformatie over ziekenhuizen.


Ron Kemp
R.G.M. Kemp is senior onderzoeker bij het Economisch Bureau van ACM.

Marie-Louise Leijh-Smit
M.H. Leijh-Smit is senior adviseur strategie bij de Directie Bestuur, Beleid en Communicatie van ACM.

Krijn Schep
K. Schep is specialistisch medewerker toezicht bij de Directie Mededinging van ACM.
Hoofdartikel

De systematiek van bewuste roekeloosheid als schuldcriterium bij arbeidsrechtelijke aansprakelijkheidskwesties

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Bewuste roekeloosheid, Werkgeversaansprakelijkheid, Werknemersaansprakelijkheid, Goed werkgeverschap, Verzekeringsplicht
Auteurs Mr. Bjorn Schouten
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel stelt de vraag centraal of aan het gebruik van bewuste roekeloosheid als criterium voor eigen schuld van de werknemer een ‘arbeidsrechtelijke’ benadering ten grondslag ligt. In de verschillende contexten waarin het begrip ‘bewuste roekeloosheid’ in het civiele arbeidsrecht wordt gebruikt, heeft de Hoge Raad aan bewuste roekeloosheid dezelfde beperkte uitleg gegeven. Voor deze uitleg heeft de Hoge Raad leentjebuur gespeeld bij het vervoerrecht en het verzekeringsrecht. Gezien de verschillende grondslagen van deze rechtsgebieden, is de vraag of dit terecht is gerechtvaardigd. Binnen het arbeidsrecht zelf kan worden betwijfeld of de verschillende ratio’s die aan de regelingen voor werkgevers- en werknemersaansprakelijkheid ten grondslag liggen een gelijke benadering van eigen schuld van de werknemer rechtvaardigen. Daarnaast leidt het bestaan van ‘directe’ en (middels een verzekeringsplicht) ‘indirecte’ aansprakelijkheid van de werkgever tot vragen over de juiste benadering van de eigen schuld van de werknemer.


Mr. Bjorn Schouten
Mr. B. Schouten is advocaat bij Boontje Advocaten in Amsterdam.
Artikel

Bemiddeling in de rechtbank van koophandel Gent

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Commercial court of Ghent, 5th chamber, case practice, active role of the judge
Auteurs Maria Bruggeman
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Commercial Court of Ghent a 5th chamber has been created in each division, with the view to proposing an alternative dispute resolution method, such as a conciliation in front of and with the assistance of the judge or a referral to an external meditation.
    The author points out that files can be directed to this chamber not only at the time of introduction of the court case but also at the time the procedural calendar is set after the respondent has filed the first written submission. Even after the pleadings and after an interlocutory judgment has been rendered, the 5th chamber of the Commercial Court can still refer the matter to an external mediation.
    All cases in the field of construction, internal companies disputes and commercial agency can also be automatically referred to this chamber.
    The author believes that is it not the task of a judge to act as a mediator because judges are trained to decide themselves about disputes and because they do not have enough time for a mediation. However, the creation of the 5th chamber could give a boost to external mediation knowing that 75% of the attempted mediations end successfully with a settlement.


Maria Bruggeman
Maria Bruggeman (1964) was 17 jaar lang advocaat, gespecialiseerd in administratief recht, met name in milieu- en stedenbouwwetgeving. Zo’n tien jaar geleden werd zij rechter, eerst in de rechtbanken van koophandel van Ieper en Veurne, daarna in de rechtbank van koophandel Oudenaarde, waar ze ook voorzitter werd. Onder haar impuls verbroederde de rechtbank van koophandel Oudenaarde met de rechtbanken van Rotterdam en Reims. Een soortgelijk project met Dublin wordt voorbereid. In het kader van de gerechtelijke hervorming schreef zij een vooruitstrevend beleidsplan, waarbij onder meer werd voorzien in gespecialiseerde kamers, rondreizende rechters en bemiddeling specifiek in kortgedingprocedures en ambtshalve opgelegd in het conclusieagenda. Ze gaf ook voordrachten over de responsabilisering van de cijferberoepers in het kader van de nieuwe WCO-wetgeving. Ze schreef artikels o.a. over het ‘New public management: meer dan de macht der statistieken’ (In Foro, 03, 2013). Sinds augustus 2014 is ze voorzitter van het project bemiddeling en geeft voordrachten over haar eigen praktijkervaringen met bemiddeling, o.a. op de studiedag balies Gent-Rijsel, samenwerking van bemiddelaars Caren genaamd en het Event Bemiddeling, organisatie van de Federale Bemiddelingscommissie, in samenwerking met o.a. het VOBA en het VOKA. Mevrouw Bruggeman is lid van Gemme International en publiceert er regelmatig haar bevindingen.

Prof. mr. J.C.J. Dute
Jos Dute is hoogleraar gezondheidsrecht aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit.
Hoofdartikel

Schikken in het nieuwe ontslagrecht: bedenk eer ge begint

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Opzegging met instemming, beëindigingsovereenkomst, bedenktermijn, antistapelingsbepaling, pro forma ontbinding
Auteurs Prof. L.G. Verburg
SamenvattingAuteursinformatie

    De in de Wwz neergelegde regeling van de bedenktermijn heeft grote invloed op het schikken van ontslagzaken. De Wwz maakt een niet uitlegbaar onderscheid tussen de beëindigingsovereenkomst en de opzegging met instemming. Het verschil ziet op de betaling van een transitievergoeding. Dit verschil kan makkelijk tot ongelukken aanleiding geven. Mogelijk zien we bovendien de terugkeer van de pro-forma-ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Niet meer voor WW-doeleinden, maar met het oog op het bekorten van de periode van de bedenktermijn. Deze bijdrage behandelt de in dat kader te bewandelen weg en noemt ook een alternatief voor de formele ontbinding. Dit alternatief maakt gebruik van de antistapelingsbepaling in de regeling van de bedenktermijn en voorziet in een soort ‘tweetrapsraket’. Voor een succesvolle aanpak zal tussen beide trappen wel denkruimte voor de werknemer moeten zitten. Het bij ontslagzaken aansturen op een vertrekregeling wordt eens te meer een zaak voor juristen.


Prof. L.G. Verburg
Prof. L.G. Verburg is hoogleraar Arbeidsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen (Onderzoekcentrum Onderneming & Recht).
Jurisprudentie

Deutsche Bahn

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Deutsche Bahn, misbruik, artikel 102 VWEU, inspectiebesluit, misbruik
Auteurs Mr. drs. Hein Hobbelen
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Gerecht van de Europese Unie wees op 6 september 2013 arrest in de zaak Deutsche Bahn. In deze zaak had de Europese Commissie het vermoeden dat de Duitse vervoersgigant Deutsche Bahn handelde in strijd met artikel 102 VWEU door misbruik te maken van een volgens de Commissie dominante positie op de markt voor het leveren van tractiestroom voor vervoer per spoor. Zij voerde daarom van 29 tot 31 maart 2011 op basis van Verordening 2003/1/EG een eerste inspectie uit bij verschillende filialen van Deutsche Bahn. Daarna volgden nog twee inspectiebesluiten. Deutsche Bahn stelde beroep in tegen de drie inspectiebesluiten en voerde daarbij vijf middelen aan. Deze werden alle door het Gerecht verworpen zoals in deze annotatie nader wordt besproken.


Mr. drs. Hein Hobbelen
Mr. drs. H.C.L. Hobbelen is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer.
Artikel

De gewijzigde Leidraad: leasebranche weer veilig, maar tegen hoge prijs

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 4 2014
Trefwoorden bodemrecht, bodemverhuurconstructie, Invorderingswet 1990, Leidraad Invordering 2008, (operational en financial) lease
Auteurs Mr. C.P.M. Braeken
SamenvattingAuteursinformatie

    In een poging leasemaatschappijen buiten de reikwijdte van art. 22bis IW 1990 te laten vallen is de Leidraad Invordering 2008 gewijzigd. In deze bijdrage wordt onderzocht of de gewijzigde Leidraad zijn doel verwezenlijkt en inderdaad voldoende ruimte biedt voor leasemaatschappijen om buiten de reikwijdte van art. 22bis IW 1990 te vallen.


Mr. C.P.M. Braeken
Mr. C.P.M. Braeken is per 1 juni 2014 werkzaam als advocaat-stagiaire bij Stibbe.

    Cardioloog; succesvol beroep tegen waarschuwing in eerste aanleg; informed consent; art. 7:450 en 7:452 BW

Toont 41 - 60 van 153 gevonden teksten
1 3 5 6 7 8
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.