Zoekresultaat: 111 artikelen

x
Artikel

De postinitiële masteropleiding tot wetgevingsjurist: opzet, resultaten en toekomst

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 2 2015
Trefwoorden opleiding, wetgevingskwaliteit, wetgevingsbeleid, wetgevingsjuristen
Auteurs N.A. Florijn
SamenvattingAuteursinformatie

    De opleiding tot wetgevingsjurist van de Academie voor Wetgeving was ingericht om te voldoen aan een indertijd gevoelde behoefte. De inmiddels behaalde resultaten zijn goed, maar is de opleiding nog steeds nuttig? Er kunnen namelijk vragen worden gesteld over de inhoud van het wetgevingsonderwijs, terwijl ook de rol en functie van wetgevingsjuristen veranderen. Het verdient daarom aanbeveling om opnieuw na te gaan hoe tegenwoordig wetgevingsjuristen feitelijk hun werk doen en resultaten bereiken. Daarna moet worden bepaald in welke opzichten wetgevingsjuristen opleiding behoeven om ervoor te zorgen dat zij hun werk kritisch en constructief kunnen doen. De opleiding kan zich dan tegelijk met de wetgevingsfunctie en de wetenschappelijke studie van wetgeving ontwikkelen en daarmee haar nut voor de toekomst bewijzen.


N.A. Florijn
Dr. N.A. Florijn is programmamanager bij de Academie voor Wetgeving.

Mr. T.C. Borman
Mr. T.C. Borman is werkzaam bij de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Met gemeen overleg der Staten-Generaal

Wetgeving als politiek instrument

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2014
Trefwoorden wetgevende rol, Tweede Kamer, minder delegeren, voorhangbepalingen, Eerste Kamer, politiek primaat
Auteurs Mr. C.G. van der Staaij en Mr. drs. W.M.J. de Wildt
SamenvattingAuteursinformatie

    Het ideaal van de parlementaire medebetrokkenheid bij wetgeving hangt samen met een oud calvinistisch principe: om tirannie te voorkomen moet de macht gedeeld worden tussen meer personen of instituties. Om die gezamenlijke verantwoordelijkheid te handhaven moet de regering ervoor waken te veel macht naar zich toe te halen via vergaande delegatiebepalingen. Ook is het belangrijk dat zorgvuldiger recht wordt gedaan aan adviezen van de Afdeling advisering van de Raad van State. En alertheid op vergaande Europese regelgeving is geboden. Terwijl de Eerste Kamer politieker is geworden, zou de Tweede Kamer duidelijke keuzes moeten maken over het niveau van regelgeving. Het is een teken van wetgevingsarmoede als er veelvuldig voorhangbepalingen worden geregeld. Wat meer juristen met hart voor wetgevingskwaliteit op de lijsten van politieke partijen zou per saldo wel eens meer effect kunnen hebben dan de zoveelste publicitair ingegeven mondelinge vraag of motie. In ‘gemeen overleg’ over wetgeving is politieke profilering zeker mogelijk.


Mr. C.G. van der Staaij
Mr. C.G. van der Staaij is lid van de Tweede Kamer voor de SGP.

Mr. drs. W.M.J. de Wildt
Mr. drs. W.M.J. de Wildt is medewerker van de SGP-fractie.
Discussie

De stelling

De Aanwijzingen 6 en 7 van de Aanwijzingen voor de regelgeving, die verlangen dat niet tot nieuwe regelingen wordt besloten dan nadat de noodzaak daarvan is komen vast te staan en nadat alternatieven voor wetgeving gewogen en te licht bevonden zijn, zijn een dode letter gebleken.

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2014
Trefwoorden Aanwijzingen voor de regelgeving, alternatieven voor wetgeving, regeldruk, wetgevingskwaliteit
Auteurs Mr. drs. A.G. van Dijk
SamenvattingAuteursinformatie

    Om de kwaliteit van de regelgeving hoog te houden en de omvang behapbaar is voortdurende aandacht nodig voor de vraag naar nut en noodzaak in de democratische rechtsstaat. Dat het niet eenvoudig is de regeldruk zowel wat betreft aantallen regels als wat betreft de lasten die voortvloeien uit die regels in de hand te houden, staat buiten kijf. Niet voor niets is al sinds 1981 het streven remmen aan te brengen om de regeldruk binnen de perken te houden. Ook kan het onder druk lastig zijn de eisen die de democratische rechtsstaat stelt, hoog te houden. Er zijn mogelijkheden de betekenis van de Aanwijzingen te vergroten. Zo zou het helpen als een regeerakkoord, voordat het tot stand komt, niet alleen wordt beoordeeld op financiële gevolgen, maar ook wordt bezien op de gevolgen voor de wetgeving (inclusief eisen van rechtsstatelijkheid, de gevolgen van het akkoord voor de regeldruk en of de wetgevingsvoornemens nodig zijn om de beoogde doelen te bereiken). Hoe dan ook is het belangrijk dat wetgevingsjuristen en beleidsmakers bij elk voornemen tot wetgeving kritisch blijven vragen welk doel precies wordt gediend met de voorgenomen regelgeving, hoe dat doel zich verhoudt tot andere doelen en of wel het juiste instrument wordt gekozen om het doel te bereiken. Daarvoor moeten ze ruimte nemen en krijgen. Ar 6 en 7 helpen daarbij. Net zoals een open houding naar bij de regelgeving betrokken partijen, een kritische Afdeling advisering van de Raad van State, een luisterend oor van bewindslieden, het debat in het parlement en de mogelijkheden die de rechter heeft om veel van de regelgeving in concrete gevallen te toetsen aan het rechtsstatelijke beginsel van proportionaliteit.


Mr. drs. A.G. van Dijk
Mr. drs. A.G. van Dijk is directeur van de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Mr. W.A.M. Hu-a-ng
Mw. mr. W.A.M. Hu-a-ng is adviseur bij het Secretariaat van de Raad van Advies van Curaçao. Dit artikel is echter geheel op eigen titel geschreven en reflecteert in geen geval de zienswijze van de Raad van Advies van Curaçao.
Artikel

Is er behoefte aan bestendige wetgeving?

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2014
Trefwoorden wetgevingsbeleid, bestendigheid, rechtszekerheid, normenhiërarchie, flexibele regelgeving
Auteurs Mr. G.J.M. Evers
SamenvattingAuteursinformatie

    Klachten over het gebrek aan bestendigheid van wetgeving zijn niet nieuw. De overheid wil steeds opnieuw door wetgeving uitvoering geven aan nieuw beleid. Hierbij wordt de noodzaak van verandering niet altijd onderbouwd en worden de effecten van nieuwe wetgeving niet altijd goed onderzocht. Bestendigheid van wetgeving is belangrijk. Het draagt bij aan de uitvoerbaarheid, de handhaafbaarheid, de eenvoud, duidelijkheid en toegankelijkheid en de effectiviteit en efficiëntie van wetgeving. Tegelijkertijd is ook van belang dat de wetgeving een bestendig kader kan bieden zonder te veel aan flexibiliteit in de weg te staan. Het is de uitdaging om een balans te vinden tussen daadkracht en continuïteit, flexibiliteit en rechtszekerheid en snelheid en zorgvuldigheid.


Mr. G.J.M. Evers
Mr. G.J.M. Evers is wetgevingsjurist bij de Afdeling advisering van de Raad van State en redacteur van RegelMaat.
Artikel

Wetgevingsbeleid springlevend!

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2014
Trefwoorden wetgevingskwaliteitsbeleid, nota Vertrouwen in wetgeving, kwaliteit van wetgeving, wetgever, wetgevingsbeleid
Auteurs Drs. S.A.P.J. van Melis
SamenvattingAuteursinformatie

    De nota ‘Vertrouwen in wetgeving’ heeft gezorgd voor een koerswijziging in het wetgevingskwaliteitsbeleid. In de afgelopen tien jaren heeft dit veel concrete resultaten opgeleverd om de kwaliteit van wetgeving te verbeteren. Dit is in tegenspraak met de eerste stelling bij het proefschrift van M. Bokhorst, Bronnen van legitimiteit. Over de zoektocht van de wetgever naar zeggenschap en gezag, die stelt dat het wetgevingsbeleid anno 2014 op sterven na dood lijkt. Een terecht gebruik van het woord ‘lijkt’, want het wetgevingsbeleid is springlevend. Dit artikel beschrijft de koerswijziging in het wetgevingskwaliteitsbeleid en de bereikte resultaten. Met het oog op de toekomst worden enkele perspectieven voor het wetgevingsbeleid geschetst.


Drs. S.A.P.J. van Melis
Drs. S.A.P.J. van Melis is coördinerend raadadviseur bij de sector Wetgevingskwaliteitsbeleid, directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Het voorbereiden, toetsen en beoordelen van de Omgevingswet: een uitdaging voor regering, Afdeling advisering van de Raad van State en Tweede Kamer

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 03/04 2014
Trefwoorden Omgevingswet, Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Raad van State, Tweede Kamer, Interview
Auteurs Mr. T. Smolders
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt inzicht gegeven in de totstandkoming van de Omgevingswet. Naar aanleiding van gesprekken met enkele direct betrokkenen bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Raad van State en Tweede Kamer wordt inzicht gegeven in de wijze waarop deze partijen omgaan met de uitdaging die de Omgevingswet vormt.


Mr. T. Smolders
Mr. T. (Tom) Smolders, LLMgov is jurist bij de Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu en redactiesecretaris van het Tijdschrift voor Omgevingsrecht.
Artikel

Kanttekeningen bij het voorstel voor de Richtlijn bescherming bedrijfsgeheimen: wat brengt het ons (en wat niet)?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2014
Trefwoorden bedrijfsgeheimen, knowhow, ongeoorloofde mededinging, TRIPS, handhavingsrichtlijn
Auteurs Mr. J.J. Allen en Mr. E.A. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan. Een kritische beschouwing vanuit de Nederlandse praktijk.Richtlijn 2004/48EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de handhaving van intellectuele eigendomsrechten, Pb. EG 2004, L 195/16.


Mr. J.J. Allen
Mr. J.J. (John) Allen is advocaat te Amsterdam (NautaDutilh N.V.).

Mr. E.A. de Groot
Mr. E.A. (Emma) de Groot is advocaat te Amsterdam (NautaDutilh N.V.).
Artikel

Overvragende wetgever zet gezagsuitoefening van rechter onder druk

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2014
Trefwoorden judiciary, legislature, legitimacy, overburdening
Auteurs Meike Bokhorst
SamenvattingAuteursinformatie

    During the recent Senate debate about the constitutional state some senators expressed a concern about the tensions between the legislature and judiciary. The problems of overburdening, underfunding and instrumentalisation of the judiciary have a long history. The legislature has a tendency to overburden himself and the other powers of state, like the judiciary, notwithstanding the official policy to be reserved with regard to the responsibilities of government. The judiciary must adapt itself to an ever more prominent role in the constitutional state. The judiciary also has to generate its own legitimacy and cannot consider this to be a function of the legitimacy basis of the democratic legislator. The legislator for his part has all kinds of democratic wishes and expectations on how the judiciary can increase its own legitimacy basis by dealing quicker with more cases. In this context, the minister strongly adheres to the maxim that justice delayed is justice denied. The working methods of the judiciary have shown small and gradual steps in the direction of a more responsive and communicative procedure. However, the judiciary is not able to transform all its ideas into concrete initiatives and to transform successful initiatives into settled practices.


Meike Bokhorst
Meike Bokhorst is wetenschappelijk medewerker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in Den Haag. Onlangs promoveerde zij in Tilburg op het proefschrift ‘Bronnen van legitimiteit. Over de zoektocht van de wetgever naar zeggenschap en gezag.’ Hiervoor werkte ze als onderzoeker bij de Algemene Rekenkamer en als beleidsmedewerker bij het Ministerie van Justitie. Ze studeerde filosofie met journalistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen en politicologie aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Verzamelwetgeving: meer dan een opeenhoping van wijzigingsvoorstellen

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 6 2013
Trefwoorden verzamelwetgeving, voorstel van wet
Auteurs mr. W.A.E. Brüheim
SamenvattingAuteursinformatie

    Verzamelwetgeving lijkt met name in de Eerste Kamer een imagoprobleem te hebben. De bezwaren tegen dit type wetgeving hebben echter veelal slechts betrekking op een klein deel van de wetten die in de praktijk met dit begrip worden aangeduid. In deze bijdrage wordt daarom een scherpere definitie van het begrip verzamelwetgeving voorgesteld. Ook wordt ingegaan op een betrekkelijk recente nota waarin criteria worden gegeven om de opportuniteit te beoordelen van het opnemen van een onderwerp in een verzamelwetsvoorstel.


mr. W.A.E. Brüheim
mr. W.A.E. Brüheim is werkzaam als senior juridisch adviseur en coördinator internationale zaken bij de Kiesraad.
Diversen

Het publieke belang van professionele toezichthouders

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden WRR-rapport, toezichthouder, inspecteur, personeel, opleiding
Auteurs Ko de Ridder
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel bespreekt de auteur het WRR-rapport vanuit het perspectief van de toezichthouder. Hiermee doelt hij op de ‘toezichthoudende instantie’ maar meer nog op de ‘persoon van de inspecteur’


Ko de Ridder
Dr. J. de Ridder is hoogleraar bestuurskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Hoofdartikel

Uniform of gedifferentieerd arbeidsrecht

Een nationaal en rechtsvergelijkend onderzoek naar de rechtvaardiging en toekomst van bijzondere arbeidsverhoudingen

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2013
Trefwoorden bijzondere arbeidsverhoudingen, uniform, differentiatie, rechtsvergelijking, gelijkheidsbeginsel, kwalificatievraag
Auteurs Prof. mr. dr. A.R. Houweling en Mr. dr. G.W. van der Voet
SamenvattingAuteursinformatie

    In 1907 heeft de wetgever bewust gekozen voor een uniforme wettelijke regeling inzake de arbeidsovereenkomst. Een gedifferentieerd stelsel van afzonderlijke arbeidsrechtelijke regelingen voor bijzondere beroepsgroepen werd uitdrukkelijk van de hand gewezen. Zo’n stelsel zou namelijk slechts aanleiding geven tot afbakeningsproblemen en rechtsonzekerheid. Inmiddels heeft zich evenwel – niettegenstaande dit uitgangspunt − een ‘waaier’ aan bijzondere arbeidsverhoudingen ontwikkeld. Gezien de parlementaire geschiedenis van de huidige wettelijke regeling in titel 7.10 van het Burgerlijk Wetboek, zou men verwachten dat het creëren (of handhaven) van afwijkende regelingen voor bepaalde arbeidsverhoudingen uitdrukkelijk door de wetgever is/wordt gemotiveerd en dat aan de vormgeving van dergelijke bijzondere arbeidsverhoudingen bewuste keuzes en/of principes ten grondslag liggen. In dit artikel onderzoeken de auteurs welke bijzondere arbeidsverhoudingen er zijn en in hoeverre daarvoor een rechtvaardigingsgrond bestaat. In het tweede deel van dit onderzoek analyseren de auteurs de trends en ontwikkelingen van bijzondere arbeidsverhoudingen in de Europese Unie. De auteurs concluderen dat voor een groot aantal bijzondere arbeidsverhoudingen geen rechtvaardigingsgronden (meer) bestaan. Voorts concluderen de auteurs dat ook in het buitenland geen rechtvaardigingsgronden zijn aangetroffen voor onderscheidingen in arbeidsrechtelijke regelingen. Zij wijzen erop dat bepaalde ontwikkelingen in het buitenland – met name ingegeven vanuit het gelijkheidsbeginsel en EU-recht – laten zien dat eerder een verregaande uniformering in plaats van verdergaande differentiatie valt te verwachten. Het gebruik van open normen – zoals in Nederland het geval is – zal in deze ontwikkeling een belangrijke rol spelen.


Prof. mr. dr. A.R. Houweling
Prof. mr. dr. A.R. Houweling is hoogleraar arbeidsrecht aan de Erasmus School of Law.

Mr. dr. G.W. van der Voet
Mw. mr. dr. G.W. van der Voet is universitair docent aan de Erasmus School of Law en arbeidsrechtadvocaat bij AKD.
Casus

Kwaliteit van wetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 4 2013
Trefwoorden wetgevingskwaliteit, wetsvinding, methode, Europese regelgeving
Auteurs Prof. dr. R.A.J. van Gestel
SamenvattingAuteursinformatie

    Er is nauwelijks nog sprake van debat in Nederland over de kwaliteit van wetgeving, terwijl daar meer dan ooit reden voor is. Wetgeving is steeds meer een voertuig van beleid geworden, hetgeen inbreng van andere disciplines vergt om de kwaliteit te beoordelen. Verder zien we dat grenzen tussen wetgeving en andere vormen van governance, tussen publieke en private regulering en tussen Europese en nationale regels schimmiger zijn geworden. Dit vraagt om herijking van de maatstaven die worden gebruikt om regelgeving te toetsen, om doordenking van wie verantwoordelijk dient te zijn voor die toetsing en om welke maatregelen daarbij hebben te gelden.


Prof. dr. R.A.J. van Gestel
Prof. dr. R.A.J. van Gestel is hoogleraar theorie en methode van wetgeving aan de Universiteit van Tilburg en redacteur van RegelMaat. r.a.j.vangestel@uvt.nl
Artikel

Het proportionaliteitsbeginsel in het wetgevingsbeleid

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 3 2013
Trefwoorden proportionaliteit, wetgevingsbeleid, rechtsbeginselen, afwegingskader, wetgevingskwaliteit
Auteurs Mr. M.Tj. Bouwes
SamenvattingAuteursinformatie

    Proportionaliteit van wetgeving omvat zowel de rechtvaardiging van overheidsinterventie als de keuze van het middel ter bereiking van het doel en de effectiviteit van de maatregel. De bijdrage plaatst de proportionaliteitsvraag in de sleutel van de rechtsstaat en de bescherming van burgerlijke vrijheden. Beperken van vrijheidsrechten en ingrijpen in wezenlijke elementen van de maatschappelijke ordening mogen niet verder gaan dan noodzakelijk ter bereiking van een legitiem doel. Het proportionaliteitsbeginsel als toetssteen voor wetgeving is evenwel problematisch omdat maatschappelijke en politieke oordelen over de wenselijkheid van wetgevend optreden evenzeer meespelen en legitiem zijn. In deze bijdrage wordt uiteengezet dat desondanks proportionaliteit en daarmee ook politieke afwegingen over noodzaak en inhoud van een wettelijke maatregel door de rechter kunnen worden getoetst.


Mr. M.Tj. Bouwes
Mr. M.Tj. Bouwes is hoofd van de sector wetgevingskwaliteitsbeleid van de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Veiligheid en Justitie. m.tj.bouwes@minvenj.nl
Jurisprudentie

2013/20 Vzr. Rechtbank Zeeland–West-Brabant 14 maart 2013 (m.nt. mr. drs. K.D. Meersma en mr. drs. B.A. van Schelven)

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden Zorgverzekeraar, niet-gecontracteerde zorg, artikel 13 Zvw, schending hinderpaalcriterium
Artikel

Maatschappelijke visitaties en woningcorporaties

De relatie tussen maatschappelijke prestaties van woningcorporaties en de kwaliteit van de governance-structuur

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 1 2013
Trefwoorden woningcorporaties, visitaties, governance, intern toezicht
Auteurs Drs. R.M. Renes
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat over de resultaten van onderzoek naar visitaties van woningcorporaties in de afgelopen vijf jaar. Onderzocht is de relatie tussen maatschappelijke prestaties van woningcorporaties en de kwaliteit van de governance-structuur. Het visitatiesysteem is primair bedoeld om voor de ‘maatschappij’ zichtbaar te maken wat de woningcorporatie heeft gepresteerd op vier prestatievelden: Presteren naar Ambities, Presteren naar Opgaven, Presteren volgens Belanghebbenden en Presteren naar Vermogen. In het onderzoek zijn 164 visitatiedocumenten van vijf verschillende visitatiebureaus opgenomen die zijn afgegeven in 2010 en 2011. Het onderzoek laat zien dat de kwaliteit van de governance-structuur en de maatschappelijke performance van woningcorporaties significant met elkaar samenhangen. Toezichthouders spelen zelf actief een rol en bepalen mede de kwaliteit van de governance: de kwaliteit van het bestuur en van het toezicht en de mate waarin met externe belanghebbenden rekening wordt gehouden. Toezichthouders hebben derhalve invloed op de maatschappelijke performance in brede zin. Met het wettelijk verplicht stellen van visitaties krijgen toezichthouders nu periodiek de beschikking over een rijke bron van aanbevelingen als vast onderdeel in de governance van woningcorporaties.


Drs. R.M. Renes
Drs. Remko M. Renes RA is universitair docent en vakgroepvoorzitter corporate governance bij Nyenrode Business Universiteit.
Artikel

Een beter Bkmw door een gesimuleerde rechtszaak?

Ervaringen met een nieuw toetsingsinstrument bij wetgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2013
Trefwoorden Kaderrichtlijn Water, Bkmw, wetgevingskwaliteit, toetsing, simulatie
Auteurs Dr. C.G. Le Blansch en Drs. M.S. Thijssen
SamenvattingAuteursinformatie

    Om de houdbaarheid en werkbaarheid te toetsen van juridische implementatie van de Kaderrichtlijn Water door middel van het Bkmw vond op initiatief van het ministerie van VROM een gesimuleerde rechtszaak plaats. Nieuw hieraan was dat nog vóórdat sprake was van vigerende wetgeving een gesimuleerde rechterlijke toets werd gevraagd met het oog op het voorkomen van onbedoelde effecten. Evaluatie van de ervaringen leert dat het instrument van de gesimuleerde rechtszaak duidelijk potentie heeft, zowel qua verbetering van de wetgeving en het voorkomen van misinterpretaties en dure reparatiewetgeving als qua toegenomen vertrouwen tussen maatschappelijke partijen. Ook zijn aandachts- en verbeterpunten gesignaleerd voor een – door de auteurs aanbevolen – verdere inzet van het instrument.


Dr. C.G. Le Blansch
Dr. C.G. Le Blansch is directeur van Bureau KLB, Onderzoek Advies Proces. klb@bureauklb.nl

Drs. M.S. Thijssen
Drs. M.S. Thijssen is werkzaam bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu en was als projectleider betrokken bij de implementatie van de Kaderrichtlijn Water. martijn.thijssen@minienm.nl
Artikel

De Nederlandse privaatrechtswetenschap en de wetgever (1992-2012)

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2012
Trefwoorden Burgerlijk Wetboek, horizontale codificatie, sectorale wetgeving, privaatrecht, burgerlijk procesrecht
Auteurs Prof. dr. W.H. van Boom
SamenvattingAuteursinformatie

    In 1992 werd het nieuwe vermogensrecht gecodificeerd in het nieuwe BW. Dat was een hoogtijdag in de verhouding tussen wetgever en privaatrechtswetenschappers. Maar hoe is het daarna gegaan? Hebben academici een rol van betekenis behouden in het wetgevingsproces? Het beeld is gemengd, zo is de indruk van de auteur. Het privaatrecht is om verschillende redenen een minder belangrijk object van wetgeving geworden. Zo is een aantal rechtsgebieden functioneel afgescheiden geraakt en veelal gereguleerd in sectorale regelingen. Bovendien is de rol van academici in het wetgevingsproces wisselend gebleken – dat heeft te maken met de dynamiek van wetgeving, maar ook met de ambivalenties van het wetenschapsbedrijf. De invloed van de privaatrechtswetenschap op het huidige wetgevingsgebeuren is veelal zeer indirect, zeker waar het grootse academische vergezichten en voorstellen voor radicale veranderingen betreft.


Prof. dr. W.H. van Boom
Prof. dr. W.H. van Boom is hoogleraar privaatrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en hoogleraar recht aan de Durham Law School in Engeland.
Artikel

Een nationaal mensenrechteninstituut: door de bomen het bos weer zien?

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 6 2012
Trefwoorden Netherlands Human Rights Institute, protection of human rights, Equal Treatment Commission, civil society organisations, legislation
Auteurs P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
SamenvattingAuteursinformatie

    At October the 2nd, the Netherlands Human Rights Institute (NHRI) opened its doors in Utrecht. The NHRI has been established by law, which entered into force October the 1st. The object of the Institute is to protect human rights in the Netherlands and promote the observance of such rights. In order to achieve this goal, the Institute has many tasks and competences, such as advising on legislation and regulations, draft legislation and policy, conducting inquiries and investigations, reporting and making recommendations. It will also encourage the ratification, implementation and observance of treaties, guidelines and recommendations. In addition, the NHRI will collaborate with national, European and international institutions and civil society organisations engaged in the protection of one or more human rights and increase awareness and knowledge of human rights through information, teaching and publicity. Finally, the Institute will take over the present duties of the Equal Treatment Commission, namely investigating whether discrimination as referred to in the equal treatment legislation has taken or is taking place and publishing its findings on this. This will be the responsibility of a separate division of the Institute. This article describes the background of the establishment of the NHRI, elaborates the different tasks and considers what is necessary for the NHRI’s effectiveness.


P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt
Mr. Paul van Sasse van Ysselt, BA is werkzaam bij de directie Constitutionele Zaken en Wetgeving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en is gastdocent/-onderzoeker grondrechten aan de VU Amsterdam.
Toont 41 - 60 van 111 gevonden teksten
1 3 5 6
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.