Zoekresultaat: 102 artikelen

x
Artikel

Als de inspecteurs slapen

Mysteryshoppen door jongvolwassenen bij handhaving tabak- en alcoholwetgeving en de casus van overtredingen van het rookverbod in cafés in de avond en nacht

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3 2014
Trefwoorden rookverbod, horeca, naleving, mysteryshop, Nederland
Auteurs Dr. Gera Nagelhout, Prof. dr. Marc Willemsen, Dr. Joris van Hoof e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Mysteryshoppen is de standaard bij onderzoek naar naleving van tabak- en alcoholwetgeving. Vaak worden jongvolwassenen ingezet, zodat verkopers of eigenaren minder snel vermoeden dat een inspectie of observatie gaande is. In twee pilotstudies hebben we gebruikgemaakt van de mysteryshopmethode om te onderzoeken in hoeverre naleving van het rookverbod samenhangt met het tijdstip van het cafébezoek. Beide pilotstudies lieten zien dat het aantal overtredingen verdubbelde na 23.00 uur. Bij het gebruik van de mysteryshopmethode voor onderzoeks- of handhavingsdoeleinden moet daarom rekening gehouden worden met het feit dat de steekproef van bezoekmomenten bepalend kan zijn voor de uitkomsten.


Dr. Gera Nagelhout
Dr. G.E. Nagelhout is post-doc onderzoeker bij de Universiteit Maastricht (CAPHRI) en tevens werkzaam bij de Alliantie Nederland Rookvrij.

Prof. dr. Marc Willemsen
Prof. dr. M.C. Willemsen is hoogleraar tabaksontmoediging bij de Universiteit Maastricht (CAPHRI) en tevens werkzaam bij de Alliantie Nederland Rookvrij.

Dr. Joris van Hoof
Dr. J.J. van Hoof is universitair docent aan de Universiteit Twente, faculteit Gedragswetenschappen.

Dr. Marcel Pieterse
Dr. M.E. Pieterse is universitair hoofddocent aan de Universiteit Twente, faculteit Gedragswetenschappen.
Artikel

Als je merkt dat niemand het merkt

Over fraude in de wetenschap

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2014
Trefwoorden categories of science fraud, history of science fraud, causes of science fraud, publication pressure, supervision
Auteurs C.J.M. Schuyt
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article the author deals with some issues concerning fraud in science. First, he wonders if this is a new phenomenon. After exploring the definition of scientific fraud he sets the inquiry to the prevalence of this phenomenon. Various recent science fraud cases are discussed, as well as possible explanations for science fraud. Finally, the author formulates a criminological-oriented hypothetical explanation, which opposes frequently heard explanations dealing with contemporary problems in the universities, such as the publication pressure.


C.J.M. Schuyt
Prof. dr. mr. Kees Schuyt is lid van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen, voorzitter van het Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit en emeritus hoogleraar Sociologie aan de Universiteit van Amsterdam.
Discussie

Mooie woorden zijn nog geen mooie daden

Een kritische reflectie op het verband tussen legitimiteit en nalevingsgedrag

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 1 2014
Auteurs Ben van Velthoven en Bo Terpstra
Auteursinformatie

Ben van Velthoven
Ben van Velthoven is universitair hoofddocent rechtseconomie aan de Universiteit Leiden. Zijn onderzoek richt zich op aansprakelijkheidsvraagstukken, geschilbeslechting en rechtshandhaving.

Bo Terpstra
Bo Terpstra is als wetenschappelijk docent verbonden aan de Juridische Faculteit van de Universiteit Leiden.
Artikel

Het probleem van meetinvariantie bij het vergelijken van subgroepen op basis van somscores

Vermijdingsgedrag als casestudy

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2014
Trefwoorden measurement invariance, differential item functioning, fear of crime, avoidance behavior
Auteurs Arne De Boeck MSc, Prof. dr. Wim Hardyns en Prof. dr. Lieven Pauwels
SamenvattingAuteursinformatie

    Using summated scale scores to make group comparisons is only meaningful if one can assume that the scale measures attribute in the same way in each of the groups involved in the comparison. This assumption is called measurement invariance. This contribution discusses the use of modern statistical measurement models to test this assumption and to verify the consequences of a possible violation for the comparison of group means. In the empirical part of the contribution the authors illustrate their account by examining whether a scale assessing avoidance behavior – commonly used in fear of crime research – is invariant across gender and age groups.


Arne De Boeck MSc
A. De Boeck, MSc is onderzoeker aan het Leuven Institute of Criminology (LINC) van de Universiteit van Leuven.

Prof. dr. Wim Hardyns
Prof. dr. W. Hardyns is postdoctoraal mandaathouder bij het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen (FWO) en verbonden aan de Onderzoeksgroep Sociale Veiligheidsanalyse van de Universiteit Gent en aan de Onderzoeksgroep Crime & Society van de Vrije Universiteit Brussel.

Prof. dr. Lieven Pauwels
Prof. dr. L.J.R. Pauwels is directeur van de Onderzoeksgroep Sociale Veiligheidsanalyse (SVA) binnen de vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Universiteit Gent.
Artikel

Het politiewerk en gendergerelateerde selectiviteit

Processen van waarnemen, interpreteren, beoordelen en toeschrijven van gender

Tijdschrift PROCES, Aflevering 1 2014
Trefwoorden politie, gender, selectiviteit, criminaliteit
Auteurs Dr. Martina Althoff
SamenvattingAuteursinformatie

    This article explores the ways in which the work of the police is influenced by ideas about gender. Even though there is a long tradition of doing research about selectivity of the control agencies of criminal law, criminology has hardly had any attention for this topic. The main purpose of this article is to find out the meaning of the theoretical concept of gender for the social control of crime by the police and to give some examples for illustration. First of all, the article takes into consideration any crucial aspects of the process of selectivity.


Dr. Martina Althoff
Dr. Martina Althoff is als universitair docent verbonden aan de vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Onlinegedragingen

Een risico voor hacken en persoonsgerichte cyberdelicten?

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2013
Trefwoorden cybercrime, victimization, hacking, cyber stalking, cyber threats
Auteurs Jurjen Jansen MSc, Rutger Leukfeldt MSc, Dr. Johan van Wilsem e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The number of Internet users who reported they have come into contact with cybercrime is substantial. This article examines three forms of cybercrime, namely: hacking, cyber stalking and cyber threats. Because cybercrime is relatively extensive in the life of Dutch citizens, it is important to gain insight into factors that influence victimization. By means of a secondary analysis of data from the first Dutch national cybercrime victim survey (N=9,161), it is assessed to which extend online behaviours affect victimization. In particular, online behaviours involving the use of communication applications affect victimization of the three aforementioned cybercrimes. The article provides suggestions for further research into cybercrime victimization.


Jurjen Jansen MSc
J. Jansen, MSc is als promovendus verbonden aan het lectoraat Cybersafety van NHL Hogeschool en de Politieacademie.

Rutger Leukfeldt MSc
E.R. Leukfeldt, MSc is als promovendus verbonden aan het lectoraat Cybersafety van NHL Hogeschool en de Politieacademie.

Dr. Johan van Wilsem
Dr. J.A. van Wilsem is universitair hoofddocent Criminologie aan de faculteit der rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.

Prof. dr. Wouter Stol
Prof. dr. W.Ph. Stol is lector Cybersafety aan NHL Hogeschool en de Politieacademie en bijzonder hoogleraar Politiestudies aan de Open Universiteit.
Artikel

Dader, slachtoffer, of beiden?

De samenhang tussen daderschap en slachtofferschap onderzocht

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2013
Trefwoorden victimization, offending, spuriousness, causal relationship
Auteurs Drs. Josja Rokven, Dr. Stijn Ruiter en Dr. Jochem Tolsma
SamenvattingAuteursinformatie

    This study addresses next to the question to what extent offenders become victims themselves also and for the first time in the Netherlands the degree in which victims become suspects of criminal investigations themselves. Furthermore, this study also examines whether this reciprocal relationship is in fact spurious, caused by socio-demographic characteristics of individuals. Annual victimization survey data combined with longitudinal police data show a positive reciprocal relationship, even after controlling for socio-demographic characteristics of individuals. Subgroups that score relatively low on offending and victimization show a stronger reciprocal relationship, while for subgroups with relatively high scores, the relationship is less strong or even negative.


Drs. Josja Rokven
Drs. J.J. Rokven is promovenda aan de Radboud Universiteit Nijmegen en bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Dr. Stijn Ruiter
Dr. S. Ruiter is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Dr. Jochem Tolsma
Dr. J. Tolsma is universitair docent aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Dr. Ben Vollaard
Dr. B.A. Vollaard is als universitair docent verbonden aan onderzoeksinstituut TILEC van de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Langdurig extramuraal toezicht op zedendelinquenten

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2013
Trefwoorden community supervision, sex offenders, supervision legislation, electronic supervision, re-integration
Auteurs H.J.M. Schönberger
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch Ministry of Security and Justice intends to change legislation enabling long-term community supervision. Since it initially focused on sex offenders, the main focus of this article is on effectiveness of supervision programs and legislation for this group. Supervision programs that combine elements of control and treatment, guidance or social support are found to be the most effective in reducing reoffending. In addition, possible underlying mechanisms of effective supervision, such as social support, electronic supervision and treatment, are elaborated upon. Dutch initiatives are partially shaped by these elements, although up to this date their effects on reoffending have not yet been determined. The effects of legislation that enables supervision are more differentiated than expected, and their practical applicability is found to be crucial. In conclusion, aspects concerning (dynamic) risk assessment, balancing community and offender interests, and tailoring supervision to subgroups are discussed. Study results could be of use to further shape and refine upcoming legislation on long-term supervision.


H.J.M. Schönberger
Drs. Hanneke Schönberger was tot medio februari 2013 werkzaam bij het WODC als junior onderzoeker.
Artikel

Van stoornis naar neurocognitie in de behandeling van tbs-patiënten

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2013
Trefwoorden disordered offenders, neurocognition, DSM-V, risk taxation, Good Lives Model
Auteurs K. von Borries, E. Bulten en Th. Rinne
SamenvattingAuteursinformatie

    Psychology, psychiatry, criminology and sociology provide scientific knowledge for the forensic psychiatry about disorders, the behaviour of offenders, offenses and the influence of the environment. In recent decades the What Works principles (risk, need, responsivity) became theoretical cornerstones of forensic psychiatry. However, additional theories have gained popularity: models addressing protective factors and the well-being of the delinquent. As in general psychiatry neurobiological research about the relationship between the brain and behaviour is influencing forensic psychiatry more and more. The translation of these results into regular assessment and treatment seems a matter of time. The development of a comprehensive neuropsychological test battery is an attempt to bridge the gap between this basic neurobiological-neurocognitive research and forensic psychiatric practice. This article describes the influence of the neurocognitive, neuropsychological knowledge in general and in particular the construction of this battery and its usefulness in daily practice. Whether this development is the beginning of a fundamental paradigm shift or an addition to the current approach, remains to be seen.


K. von Borries
Drs. Katinka von Borries is verbonden aan de Pompestichting in Nijmegen.

E. Bulten
Dr. Erik Bulten is verbonden aan de Pompestichting in Nijmegen.

Th. Rinne
Dr. Thomas Rinne is werkzaam bij het Pieter Baan Centrum van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie in Utrecht.

Dr. Marleen Nagtegaal
Dr. M.H. Nagtegaal is onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Een meta-analyse van Nederlands recidiveonderzoek naar de effecten van strafrechtelijke interventies

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2013
Trefwoorden meta-analysis, penal interventions, effectiveness, recidivism, the Netherlands
Auteurs Dr. Bouke Wartna, Drs. Daphne Alberda en Suzan Verweij MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands penal interventions aimed at the reduction of recidivism are progressively executed according to the ‘what works’ approach, a research tradition that tries to articulate the conditions under which penal interventions can be effective in preventing offenders to relapse into crime. The ideas on ‘what works’ originate from international studies, but what about the Dutch research itself? Which interventions have proved to be successful in the Netherlands and which have had adverse results? The WODC has carried out a meta-analysis of all relevant studies that have been published in the Netherlands and the Dutch-speaking part of Belgium since the early seventies of the previous century. 141 evaluations were identified, 83 of which contained some sort of comparison with a control group. Results indicate that programmes aimed at adult offenders were more successful than interventions for youth and young adults. Programmes based on the idea of rehabilitation appeared to have been more successful than sanctions based on deterrence.


Dr. Bouke Wartna
Dr. B.S.J. Wartna is als senior onderzoeker werkzaam bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie en is programmamanager van de WODC-Recidivemonitor.

Drs. Daphne Alberda
Drs. D.L. Alberda is junior onderzoeker bij het WODC en werkt onder meer aan recidiveonderzoek voor de reclasseringsinstellingen.

Suzan Verweij MSc
S. Verweij, MSc is junior onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Zij draagt bij aan de ontwikkeling van een webportaal over de effectiviteit van sancties.
Discussie

De betere stuurlui roeien (ook) met de riemen die ze hebben

Nawoord

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2013
Auteurs Hilde Wermink MSc., Prof. dr. mr. Arjan Blokland, Prof. dr. Paul Nieuwbeerta e.a.
Auteursinformatie

Hilde Wermink MSc.
H.T. Wermink, MSc. is promovendus bij de afdeling Criminologie aan de Universiteit Leiden, faculteit Rechtsgeleerdheid, Instituut voor Strafrecht & Criminologie. Zij schrijft een proefschrift over straftoemeting in Nederland.

Prof. dr. mr. Arjan Blokland
Prof. dr. mr. A.A.J. Blokland is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en hoogleraar Criminology and Criminal Justice aan de Universiteit Leiden.

Prof. dr. Paul Nieuwbeerta
Prof. dr. P. Nieuwbeerta is hoogleraar Criminologie bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden en bijzonder hoogleraar sociologie aan de Universiteit Utrecht.

Drs. Nikolaj Tollenaar
Drs. N. Tollenaar is junior onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Kunst en/of criminaliteit

De ene graffiti is de andere niet

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 3 2012
Trefwoorden graffiti, perceptie, overlast, visuele methoden, verwijderingsbeleid
Auteurs Gabry Vanderveen en Funda Jelsma
SamenvattingAuteursinformatie

    Graffiti has been linked in empirical studies to disorder, fear of crime, avoidance behavior, vandalism and delinquency. In most of those studies, graffiti is treated as an abstract and uniform concept: no distinctions are made between one graffiti or another. Policies based on this assumption hold a zero tolerance approach, meaning all graffiti is deemed undesirable and is or should be removed. This has been criticized by several (theoretical) studies. On the other hand however, ethnographic studies present graffiti as a multifaceted phenomenon, serving as a means of communication, resistance and protest or as an art form. The current study investigates the assumption that graffiti is perceived as a homogeneous and undesirable environmental feature. This article examines whether graffiti is actually perceived uniformly by Dutch citizens, and if not how people distinguish between different graffiti; which types of graffiti are perceived as disorder and whether different types of people exist based on their attitudes towards graffiti. An extensive questionnaire was designed, based on a thorough analysis of the literature and empirical pilot studies. A nationally representative sample responded to general questions with respect to graffiti and judged eighteen specific examples of graffiti on a reliable scale that measured perceived disorder. Results indicate that people vary enormously in their ideas and attitudes. Also, not every graffiti is the same, meaning graffiti is not a homogeneous, uniform phenomenon. Both type of graffiti and the location on which the graffiti is situated relate to the degree of perceived disorder. For example, tags, small scribbles, were considered a public nuisance more than pieces, large colorful images. Also, graffiti on a house or car is perceived much more as disorder than graffiti in a skatepark. The diversity in views necessitates a normative


Gabry Vanderveen
Dr. G.N.G. (Gabry) Vanderveen is universitair docent criminologie aan de Universiteit Leiden, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Instituut voor Strafrecht & Criminologie. Postbus 9520, 2300 RA Leiden. E-mail: g.n.g.vanderveen@law.leidenuniv.nl

Funda Jelsma
Funda Jelsma MSc is als docent-onderzoeker verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Crimineel gedrag in de jongvolwassenheid

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2012
Trefwoorden developmental and life course criminology, emerging adulthood, criminal careers
Auteurs Prof. dr. mr. Arjan Blokland, Dr. Hanneke Palmen en Dr. Marion van San
SamenvattingAuteursinformatie

    Much of developmental and life course criminological research addresses either the onset and escalation of antisocial behavior in childhood and adolescence, or the desistance from crime during the adult years. Far less attention has been paid to the years in which adolescents first make the transition to adulthood. Over the last 50 years due to increased educational demands this transition period has become prolonged and increasingly deinstitutionalized, resulting in a new life stage denoted as the emerging adult period. This introductory paper describes the ways in which this newly formed life stage between ages 18 and 28 is relevant for criminology, questions our knowledge on criminal career development during this period and explores new research avenues that may contribute to a full-fledged criminology of the emerging adulthood.


Prof. dr. mr. Arjan Blokland
Prof. dr. mr. A.A.J. Blokland is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en hoogleraar Criminology and Criminal Justice aan de Universiteit Leiden.

Dr. Hanneke Palmen
Dr. H. Palmen is postdoc bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Dr. Marion van San
Dr. M. van San is senior onderzoeker bij RISBO (Erasmus Universiteit) en wetenschappelijk docent aan de faculteit der sociale wetenschappen van de Erasmus Universiteit.
Artikel

Werk, werkkenmerken en delinquentie

Een longitudinaal onderzoek naar de invloed van het hebben van een baan op delinquent gedrag onder jongvolwassenen

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2012
Trefwoorden delinquency, work, emerging adulthood, work commitment, future possibilities
Auteurs MSc. Maaike Wensveen, Dr. Hanneke Palmen, Prof. dr. mr. Arjan Blokland e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The link between being employed and delinquent behaviour is complex. This article examines to what extent having a job, the commitment to that job and the future prospects of that job are related to delinquency. We use data from the Utrecht Study of Adolescent Development (USAD), a six-year, three-wave longitudinal study, pertaining to a general population sample of 669 young adults between the ages of 18 and 28. Having a job is associated with an increase in delinquency for 18 and 19 year old males. The results for subsequent ages show a trend towards a delinquency decreasing effect at subsequent ages. The effect of work characteristics – commitment, future prospects – is less clear.


MSc. Maaike Wensveen
M. Wensveen, MSc. was ten tijde van het schrijven van dit artikel masterstudent bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Dr. Hanneke Palmen
Dr. H. Palmen is postdoc bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).

Prof. dr. mr. Arjan Blokland
Prof. dr. mr. A.A.J. Blokland is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en hoogleraar Criminology and Criminal Justice aan de Universiteit Leiden.

Prof. dr. Wim Meeus
Prof. dr. W.H.J. Meeus is hoogleraar Ontwikkeling in de Adolescentie, departement Pedagogische en Onderwijskundige Wetenschappen aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Jongvolwassen delinquenten en justitiële reacties

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 2 2012
Trefwoorden crime, criminal law, adolescents, young adults
Auteurs Prof. dr. Peter van der Laan, Dr. André van der Laan, Dr. Machteld Hoeve e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Over the last 60 years, attention has been drawn periodically to offenders in different age categories, such as young children, adolescents and young adults, and tor services and programmes that should be available for these groups. In 2011, the State Secretary of Security and Justice proposed a penal law for adolescents and young adults aged 15 to 23. Such a proposal requires a (empirical) view of young adult offenders (aged 18 to 24) and the penal sanctions they receive in comparison with adolescent (aged 12 to 17) offenders and adults (aged 25 to 30). Crime statistics show that prevalence, type and seriousness of crime committed by young adults are different from that of adolescents and adults. Self-report studies show fewer and smaller differences, but this may be explained in part by the more serious nature of offences committed by young adults, which are usually not addressed in self-reports. Outcomes support the idea that a separate approach and specific interventions for young adults are needed. Similarities with adolescents with regard to neurobiological development justify a focus on a more pedagogical and behavioral approach, which is also a key feature of penal justice for juveniles.


Prof. dr. Peter van der Laan
Prof. dr. P.H. van der Laan is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en bijzonder hoogleraar reclassering aan de Vrije Universiteit.

Dr. André van der Laan
Dr. A.M. van der laan is senior onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Dr. Machteld Hoeve
Dr. M. Hoeve is universitair docent bij de afdeling Forensische Orthopedagogiek van de Universiteit van Amsterdam.

Drs. Martine Blom
Drs. M. Blom is junior onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

MSc Willemijn Lamet
W. Lamet, MSc, is promovenda bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR).
Artikel

Agenten volgen via Twitter bevordert positieve beeldvorming, stimuleert de meldingsbereidheid en verandert de veiligheidsbeleving

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 2 2012
Trefwoorden Twitter, community policing, transparency, perception, willingness to report
Auteurs Leon Veltman, Marianne Junger en Roy Johannink
SamenvattingAuteursinformatie

    Since November 2009, the regional police of Groningen facilitated their community officers with Twitter. According to the principles of community policing, they are enabled to shorten the distance between the police and citizens by giving them a direct connection. Such a connection should stimulate interaction, while at the same time it should make people feel more safe. In addition, Twitter also creates possibilities for the police to be transparent. Sharing of information should alter citizens’ perception towards the police.
    A comparison has been made, by using an online questionnaire, between followers and two kinds of non-followers. The effects of following twittering community officers have been demonstrated by using statistical analyses, taking into account relevant control variables. On the basis of these analyses it has been demonstrated that following a twittering community officer did not positively or negatively alter the perception of safety of their followers. However, an enhanced information position has made followers much more aware of local disorder and crime. Thanks to shared information about police actions to sustain and improve local safety and livability, followers’ perception of safety has not been altered negatively.
    Followers’ perception towards the police organization has been positively altered, thanks to the twittering community officers. Especially the sharing of information and involving citizens into local policing helps the police to alter the perception of citizens towards their organization. In addition, it has been shown that followers’ willingness to report has been improved. Thanks to the ease of use of Twitter and the shortened distance between the police and citizens, followers do frequently contact the police or a community officer to share some information, or to report some crime or disorder. However, it has been shown that Twitter should just be presented as complementary to existing ways to contact the police.


Leon Veltman
L. (Leon) Veltman MSc is adviseur beleid en onderzoek bij VDMMP Focus op veiligheid. E-mail: veltman@vdmmp.nl

Marianne Junger
Prof.dr. M. (Marianne) Junger is Professor Social Safety Studies aan de Universiteit Twente. E-mail: m.junger@utwente.nl

Roy Johannink
Drs. R. (Roy) Johannink MCDm is senior adviseur beleid en onderzoek bij VDMMP Focus.
Artikel

Gedetineerden met een licht verstandelijke beperking

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2011
Trefwoorden intellectual disability, prisoners
Auteurs Dr. Hendrien Kaal
SamenvattingAuteursinformatie

    Signs that a more or less substantial group of people in Dutch prison experience problems as a result of an intellectual disability, suggest that it makes sense to track this group and subsequently offer them the support they need. The reason this does not happen in practice is a lack of knowledge on various fronts. As it is, it is not clear how large the group of people with an intellectual disability in Dutch prisons is, what problems they face, and what could aid them. This article highlights what we do know and what we do not know with regards to this group.


Dr. Hendrien Kaal
Dr. H.L. Kaal is als onderzoeker en docent verbonden aan de afdeling Toegepaste Psychologie van de Hogeschool Leiden.
Diversen

In memoriam Josine Junger-Tas

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 3 2011
Trefwoorden In memoriam, Josine Junger-Tas
Auteurs Prof.dr. Peter van der Laan
SamenvattingAuteursinformatie


Prof.dr. Peter van der Laan
Prof.dr. P.H. van der Laan is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en bijzonder hoogleraar reclassering aan de faculteit der rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam, pvanderlaan@nscr.nl.
Toont 41 - 60 van 102 gevonden teksten
1 3 5 6
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.