Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 1417 artikelen

x
Artikel

Afdwingbaarheid van nakoming commerciële koopcontracten bezien vanuit een internationaal perspectief

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 10-11 2020
Trefwoorden civil law, common law, Weens koopverdrag, CISG, koopcontract
Auteurs Mr. dr. P.C.M. Kemp
SamenvattingAuteursinformatie

    In het internationale handelsverkeer wordt onvoldoende aandacht besteed aan de afdwingbaarheid van contractuele afspraken. Om de lezer meer inzicht te geven in deze problematiek wordt aandacht besteed aan de belangrijkste verschillen tussen de twee grootste rechtssystemen (hierna: ‘civil law’ en ‘common law’) en ‘interne’ afwijkingen.


Mr. dr. P.C.M. Kemp
Mr. dr. P.C.M. Kemp advocaat bij Banning Advocaten te ’s-Hertogenbosch en gastmedewerker aan de Universiteit Leiden.
Artikel

De huurprijsbetalingsverplichting van huurders van middenstandsbedrijfsruimte in coronatijd

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Coronacrisis, Huurprijsvermindering, Opschorting huur
Auteurs Mr. dr. M.V.R. Snel
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt onderzocht of en zo ja onder welke condities de huurder van middenstandsbedrijfsruimte bevoegd is zijn verplichting tot betaling van de huurprijs tijdelijk uit te stellen en/of vermindering van de huurprijs te vorderen indien de coronacrisis tot een verminderd gebruik van het gehuurde heeft geleid.


Mr. dr. M.V.R. Snel
Mr. dr. M.V.R. Snel is als wetenschappelijk hoofdmedewerker verbonden aan de University of Curaçao en als research fellow aan Tilburg University.
Artikel

Access_open Witwassen als bedrijfsmatige activiteit: de verborgen netwerken van witwassers

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2020
Trefwoorden money laundering, financial facilitators, networked criminology, organized crime
Auteurs Jo-Anne Kramer, Arjan Blokland en Melvin Soudijn
SamenvattingAuteursinformatie

    The Financial Action Task Force reported that money launderers may operate in professional money laundering networks. Whether such money laundering networks operate in the Netherlands is unclear. In this article the authors therefore explore whether professional money launderers collaborate in network structures and the business-like manner in which they offer their services. Business-like refers to their involvement in multiple cases, the amount of repeat customers, and excludes family relations. The research is based on Dutch police registrations of 236 professional money launderers. Our results suggest that professional money laundering networks are indeed active in the Netherlands and that money launderers in these networks offer their services in a business-like manner to a varying extent. An important caveat to the current findings is that the criminal cases analyzed predominantly pertain drug-related offenses, leaving the existence and professionalism of money laundering networks in other types of crime, like large-scale fraud, a question open for future research.


Jo-Anne Kramer
J. Kramer MSc is onderzoeker en docent Criminologie bij de Vrije Universiteit Amsterdam en was als junior onderzoeker verbonden aan het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam.

Arjan Blokland
Prof. dr. mr. A.A.J. Blokland is senior onderzoeker bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam en bijzonder hoogleraar Criminology & Criminal Justice bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.

Melvin Soudijn
Dr. M.R.J. Soudijn is research fellow bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) in Amsterdam en Operationeel Specialist bij de Nationale Politie.
Artikel

Een netwerkbenadering van de prostitutiesector in Noord-Nederland op basis van politie­registraties

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2020
Trefwoorden social network analysis, hidden population estimation, subgroup detection, key player problem, prostitution
Auteurs Johan Hiemstra, Gijs Huitsing en Jan Kornelis Dijkstra
SamenvattingAuteursinformatie

    The aim of this study was to investigate the scale and network structure of prostitution in the northern provinces of the Netherlands. This study tries to answer three research questions – using a social network analysis – about (1) the size of the prostitution network, (2) the formation of subgroups, and (3) key positions within the networks. The findings show that approximately two thirds of the researched prostitution networks is still unregistered, while there are indications that the outcome of the estimate is in line with the actual situation. Furthermore, results show that prostitutes have a tendency to form subgroups on the basis of the same nationality, which indicates that homophily plays a role in the formation of subgroups. The identification of the actors who occupy key positions in the network were based on the key player problem (KPP). A striking finding was that organizers of prostitution (such as pimps) did not have a central position in the networks. These findings provide insight into the way in which prostitution is registered, and provide points of departure for interventions to disrupt the network or, on the contrary, to strengthen it.


Johan Hiemstra
J.H.J. Hiemstra MSc is werkzaam als onderzoeker bij de afdeling Analyse en Onderzoek van de Dienst Regionale Informatieorganisatie (DRIO) binnen de eenheid Oost-Nederland van de Nationale Politie en is als PhD-student verbonden aan de vakgroep Sociologie van de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.

Gijs Huitsing
Dr. G. Huitsing is werkzaam als universitair docent bij de vakgroep Sociologie van de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.

Jan Kornelis Dijkstra
Dr. J.K. Dijkstra is werkzaam als senior analist bij het Regionaal Informatie en Expertise Centrum (RIEC) Noord-Nederland en als universitair hoofddocent bij de vakgroep Sociologie van de faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.
Kroniek

Plattelandscriminologie

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Rural criminology, Policing, Critical criminology, Cultural criminology, Environmental crime
Auteurs Toine Spapens
SamenvattingAuteursinformatie

    Criminology has traditionally focused on urban areas where crime visibly concentrates. However, since the 1990s, attention for ‘rural criminology’ has steadily increased. First, rural areas are confronted with partly different and less visible crime problems, such as environmental crimes. Second, public actors such as enforcement and other agencies are less present and ‘available’ in rural areas, and people on average trust the government less to provide support when necessary. This chronicle presents an overview of international and Dutch research in the context of rural criminology. The paper addresses cultural differences between urban and rural areas, high-volume crimes, gender-related violence, alcohol and drug abuse, environmental crime, and enforcement in rural areas.


Toine Spapens
Prof. dr. A.C.M. Spapens is hoogleraar criminologie aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Huurrecht en de coronacrisis

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2020
Trefwoorden gebrek, onvoorziene omstandigheden, bedrijfsruimte, woonruimte
Auteurs Mr. Z.H. Duijnstee-van Imhoff
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel beschrijft de gevolgen van de coronacrisis in het huurrecht bij bedrijfsruimte en bij woonruimte. Bij bedrijfsruimte zijn er juridische escapes voor de huurder, die worden gevonden in de gebrekenregeling, maar vooral in de onvoorziene omstandigheden. Huurders van woonruimte moeten het hebben van coulance en subsidies.


Mr. Z.H. Duijnstee-van Imhoff
Mr. Z.H. Duijnstee-van Imhoff is docent Privaatrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

De aanpak van kunstcriminaliteit in Nederland

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 4 2020
Trefwoorden art crime, Dutch police, history, size of art crime, forgery
Auteurs Richard Bronswijk en Fons van Gessel
SamenvattingAuteursinformatie

    This article provides insight into the approach of the Dutch police to the criminal trade in art, antiques and cultural goods. The authors begin with a brief historical sketch of the development of art crime, before examining the question of how the police in the Netherlands has organized itself in this field. The scope of art crime and how to determine it is also examined. Much information is available from various sources, but a thorough and adequate picture is lacking. Finally, a specific form of art crime is discussed, namely false art. Detecting false art is a tough process, because different parties involved often share the same interests, resulting in ‘walls of silence’.


Richard Bronswijk
R. Bronswijk is teamleider bij het Team Kunst en Antiek van de Landelijke Eenheid.

Fons van Gessel
F. van Gessel is senior beleidsadviseur aan kunst, antiek en cultuurgoederen gerelateerde zware criminaliteit bij het ministerie van Justitie en Veiligheid.
Artikel

Cultural criminology and narrative criminology’s shared interests

More than just criminological verstehen

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 3 2020
Trefwoorden verstehen, cultural criminology, media looping, narrative criminology, storytelling
Auteurs Dr. Avi Brisman
SamenvattingAuteursinformatie

    This article explores the intersection of two criminological perspectives—cultural criminology and narrative criminology. Taking inspiration from Mills and Fleetwood’s article, ‘Prepping and verstehen: A narrative criminological perspective’, where the authors contend that stories complement the pursuit of criminological verstehen, this article draws attention to other ways in which cultural criminology and narrative criminology are imbricated, taking notice of commonalities in cultural criminology’s analysis of media looping and narrative criminology’s identification of cycles of storytelling practice and lived experiences. A consideration of Donald Trump’s attempts to control narrative is used to develop an argument regarding cultural criminology’s and narrative criminology’s joint questioning of linear sequencing and mutual recognition of circulating fluidity


Dr. Avi Brisman
Dr. Avi Brisman (MFA, JD, PhD) is professor in the School of Justice Studies at Eastern Kentucky University, Richmond, KY, USA.
Artikel

Toezicht en compliance

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2020
Trefwoorden Regulatoir toezicht, Financiële instellingen, Caribisch toezichtrecht, Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten, Centrale Bank van Aruba
Auteurs Mr. K. Frielink
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage over het toezicht op financiële instellingen wordt een overzicht gegeven van de ontwikkelingen op het terrein van wetgeving, rechtspraak en literatuur in de afgelopen 10 jaar.


Mr. K. Frielink
Mr. K. Frielink is advocaat te Curaçao en redacteur van het Caribisch Juristenblad.
Article

Access_open Can Non-discrimination Law Change Hearts and Minds?

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2020
Trefwoorden law and society, social change, discrimination, non-discrimination law, positive action
Auteurs Anita Böcker
SamenvattingAuteursinformatie

    A question that has preoccupied sociolegal scholars for ages is whether law can change ‘hearts and minds’. This article explores whether non-discrimination law can create social change, and, more particularly, whether it can change attitudes and beliefs as well as external behaviour. The first part examines how sociolegal scholars have theorised about the possibility and desirability of using law as an instrument of social change. The second part discusses the findings of empirical research on the social working of various types of non-discrimination law. What conclusions can be drawn about the ability of non-discrimination law to create social change? What factors influence this ability? And can non-discrimination law change people’s hearts and minds as well as their behaviour? The research literature does not provide an unequivocal answer to the latter question. However, the overall picture emerging from the sociolegal literature is that law is generally more likely to bring about changes in external behaviour and that it can influence attitudes and beliefs only indirectly, by altering the situations in which attitudes and opinions are formed.


Anita Böcker
Anita Böcker is associate professor of Sociology of Law at Radboud University, Nijmegen.

    The entry into force of the United Nations Convention on the Rights of Persons with Disabilities (CRPD) pushed state obligations to counter prejudice and stereotypes concerning people with disabilities to the forefront of international human rights law. The CRPD is underpinned by a model of inclusive equality, which views disability as a social construct that results from the interaction between persons with impairments and barriers, including attitudinal barriers, that hinder their participation in society. The recognition dimension of inclusive equality, together with the CRPD’s provisions on awareness raising, mandates that states parties target prejudice and stereotypes about the capabilities and contributions of persons with disabilities to society. Certain human rights treaty bodies, including the Committee on the Rights of Persons with Disabilities and, to a much lesser extent, the Committee on the Elimination of Discrimination against Women, require states to eradicate harmful stereotypes and prejudice about people with disabilities in various forms of interpersonal relationships. This trend is also reflected, to a certain extent, in the jurisprudence of the European Court of Human Rights. This article assesses the extent to which the aforementioned human rights bodies have elaborated positive obligations requiring states to endeavour to change ‘hearts and minds’ about the inherent capabilities and contributions of people with disabilities. It analyses whether these bodies have struck the right balance in elaborating positive obligations to eliminate prejudice and stereotypes in interpersonal relationships. Furthermore, it highlights the convergences or divergences that are evident in the bodies’ approaches to those obligations.


Andrea Broderick
Andrea Broderick is Assistant Professor at the Universiteit Maastricht, the Netherlands.
Artikel

De maatschappelijke onderneming en haar (nieuwe) juridische jas

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2020
Trefwoorden BVm, sociale onderneming, stakeholder, transparant, kapitaalklem
Auteurs Mr. M.J.L.A.M. Zillikens-Loos, Mr. Q.M.J.A. Crul en Mr. T.A. Schriemer
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Ministerie van EZK heeft onderzoek laten doen naar de maatschappelijke onderneming. Auteurs bespreken naar aanleiding daarvan de huidige toepassings- en herkenningsmogelijkheden van de maatschappelijke onderneming met een blik op het verwachte wetsvoorstel voor de BVm.


Mr. M.J.L.A.M. Zillikens-Loos
Mr. M.J.L.A.M. Zillikens-Loos is kandidaat-notaris bij Pels Rijcken te Den Haag.

Mr. Q.M.J.A. Crul
Mr. Q.M.J.A. Crul is kandidaat-notaris bij Pels Rijcken te Den Haag.

Mr. T.A. Schriemer
Mr. T.A. Schriemer is kandidaat-notaris bij Pels Rijcken te Den Haag.
Article

Access_open The Promotion of Equality and Prevention of Unfair Discrimination Act 4 of 2000: Proposals for Legislative Reform to Promote Equality through Schools and the Education System

Tijdschrift Erasmus Law Review, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Transformative pedagogy, equality legislation, promotion of equality, law reform, using law to change hearts and minds
Auteurs Anton Kok, Lwando Xaso, Annalize Steenekamp e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, we focus on how the education system can be used to promote equality in the context of changing people’s hearts and minds – values, morals and mindsets. The duties contained in the Promotion of Equality and Prevention of Unfair Discrimination Act 4 of 2000 (‘Equality Act’) bind private and public schools, educators, learners, governing bodies and the state. The Equality Act calls on the state and all persons to promote substantive equality, but the relevant sections in the Equality Act have not been given effect yet, and are therefore currently not enforceable. We set out how the duty to promote equality should be concretised in the Equality Act to inter alia use the education system to promote equality in schools; in other words, how should an enforceable duty to promote equality in schools be fashioned in terms of the Equality Act. Should the relevant sections relating to the promotion of equality come into effect in their current form, enforcement of the promotion of equality will take the form of obliging schools to draft action plans and submit these to the South African Human Rights Commission. We deem this approach inadequate and therefore propose certain amendments to the Equality Act to allow for a more sensible monitoring of schools’ duty to promote equality. We explain how the duty to promote equality should then play out practically in the classroom to facilitate a change in learners’ hearts and minds.


Anton Kok
Anton Kok is Professor of Jurisprudence at the Faculty of Law of the University of Pretoria.

Lwando Xaso
Lwando Xaso is an independent lawyer, writer and historian.

Annalize Steenekamp
Annalize Steenekamp, LLM, is a Multidisciplinary Human Rights graduate from the University of Pretoria.

Michelle Oelofse
Michelle Oelofse is an Academic associate and LLM candidate at the University of Pretoria.
Artikel

Smallsteps versus Heiploeg: wat is de stand van zaken?

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 8-9 2020
Trefwoorden pre-pack, overgang van onderneming, Richtlijn 2001/23/EG, werknemersbescherming, voortzetting activiteiten
Auteurs Mr. V.M. van Erpers Roijaards
SamenvattingAuteursinformatie

    Na het Europese Hof in het Smallsteps-arrest heeft de Hoge Raad zich in de Heiploeg-zaak onlangs uitgesproken over de arbeidsrechtelijke gevolgen van een doorstart die is voorbereid middels een pre-pack. Opvallend is dat deze uitspraken uiteenlopen. Daarom legt de auteur in deze bijdrage het Heiploeg-arrest langs de meetlat van het Smallsteps-arrest en beziet zij wat de implicaties van het Heiploeg-arrest zijn.


Mr. V.M. van Erpers Roijaards
Mr. V.M. van Erpers Roijaards is recent afgestudeerd aan Universiteit Utrecht en sinds 1 september 2020 werkzaam als advocaat bij Houthoff te Amsterdam.
Artikel

Macht(eloos)

Normalisering van seksueel grensoverschrijdend gedrag in de (top)sport

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2020
Trefwoorden sexually transgressive behavior, normalization, topsport culture, grooming, coach
Auteurs Dr. mr. Anton van Wijk en Prof. mr. Marjan Olfers
SamenvattingAuteursinformatie

    Sexually transgressive behavior occurs in all sections of society, including sports. That includes behavior from making sexual comments to rape. A risk factor is the culture that can prevail in sports, also known as a disruptive culture. There is normalization of deviant behavior. The top sport culture is particularly vulnerable to unacceptable behavior. In this article we will consider the phenomenon of grooming by the coach – the conscious and movement that induce the minor to engage in sexual contact. Within top sport, the opportunity for (sexually) transgressive behavior will be the determining factor. While grooming in recreational or recreational sport is often by isolating (vulnerable) children from the group, grooming can occur in top sport because of the intensity of the relationship, which is in any case of a more closed nature and can be strengthened by the strong performance-oriented top sport culture. In both cases, an alert, open environment is necessary to create a safe sports climate.


Dr. mr. Anton van Wijk
Dr. mr. Anton van Wijk is criminoloog en directeur van Bureau Beke en Verinorm.

Prof. mr. Marjan Olfers
Prof. mr. Marjan Olfers is hoogleraar sport en recht aan de VU, tevens directeur van Verinorm.
Artikel

De ‘criminele sponsor’ van het lokale amateurvoetbal

Tijdschrift Tijdschrift over Cultuur & Criminaliteit, Aflevering 2 2020
Trefwoorden georganiseerde misdaad, organisatiecriminaliteit, voetbal, witwassen, filantropie
Auteurs Professor Toine Spapens
SamenvattingAuteursinformatie

    The social role of criminals in local communities has so far received relatively little systematic academic attention. This applies more specifically to their involvement in philanthropic activities. This paper describes and analyses the role of dubious sponsors particularly in Dutch amateur football. Although it is difficult to estimate the scope of the problem, results indicate that criminal sponsorship is not incidental. It mainly concerns corporate criminals, persons involved in drug crimes and outlaw motorcycle gangs. The main goal is to enhance their public image. In most cases, their involvement in crimes or regulatory offenses is difficult to assess without a doubt, which complicates preventative measures. Our analysis shows several interacting factors which increase clubs’ vulnerability to criminal infiltration: setting overambitious sportive goals; dependence on volunteers and a lack of formal integrity policies and internal compliance mechanisms; financial problems; and external pressures associated with the club’s role as the ‘pride’ of the city, the village or the neighbourhood.


Professor Toine Spapens
Professor Toine Spapens is hoogleraar criminologie aan Tilburg University.
Titel

Innovatie en betere regelgeving

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2020
Trefwoorden Experimenteerregelgeving, Toekomstbestendigheid, Innovatiebeginsel, Innovatiebeleid
Auteurs Prof. mr. dr. S.H. Ranchordas
SamenvattingAuteursinformatie

    Het innovatiebeginsel is tegenwoordig onderdeel van de geïntegreerde aanpak van de Europese Commissie voor betere regelgeving. Het innovatiebeginsel waarborgt dat bij de ontwikkeling van beleid en wetgeving de gevolgen voor innovatie volledig worden beoordeeld. De impact van nieuwe regels op innovatie wordt ook in Nederland geanalyseerd in het IAK en in het kader van de mkb-toets. Toch blijft de betekenis van het innovatiebeginsel ondoorgrondelijk. De literatuur is tevens terughoudend ten opzichte van de invoering van innovatie als een rechtsbeginsel. Dit artikel geeft aan de hand van interdisciplinaire literatuur een genuanceerd beeld van innovatievriendelijke regelgeving en het innovatiebeginsel. Het gaat in op de juiste interpretatie van het innovatiebeginsel en hoe dit principe kan bijdragen aan het realiseren van betere regelgeving.


Prof. mr. dr. S.H. Ranchordas
Prof. mr. dr. S.H. (Sofia) Ranchordas is adjunct-hoogleraar Europees en vergelijkend publiekrecht en Rosalind Franklin Fellow, Faculteit Rechtsgeleerdheid, Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Access_open Interactie tussen EU-instellingen: het Europees Parlement, de Raad en het wetgevingsbeleid van de Europese Commissie

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 5 2020
Trefwoorden Impact assessment, Wetsevaluaties, Wetgevingscyclus, betere regelgeving, Koppeling
Auteurs Mr. dr. T.J.A. van Golen MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Met het verschijnen van de Better Regulation Agenda in 2015 presenteert de Europese Commissie één samenhangend wetgevingsbeleid, dat voorheen versnipperd was over verschillende domeinen en documenten. In het nieuwe beleidsdocument wordt bovendien de nadruk gelegd op het feit dat wetgevingstrajecten niet lineair zijn, maar juist cyclisch verlopen. Hierdoor is de koppeling tussen impact assessments vooraf en wetsevaluaties achteraf nog belangrijker geworden. In dit artikel wordt bezien wat de stand van zaken is van dit wetgevingsbeleid, met de nadruk op de koppeling van de beleidsinstrumenten. Specifieke aandacht is er voor de samenwerking tussen de drie EU-instellingen op dit gebied.


Mr. dr. T.J.A. van Golen MSc
Mr. dr. T.J.A. (Thomas) van Golen MSc is wetgevingsjurist bij de afdeling Financiële Stabiliteit van het ministerie van Financiën.
Artikel

Is datagedreven risicogebaseerd toezicht op termijn effectief?

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden data, risicogebaseerd toezicht,, sciencedatagedreven toezicht, agentgebaseerd modelleren, inspecteurs
Auteurs Haiko van der Voort, Ivo Sedee, Tom Booijink e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Welke effecten kunnen we op termijn verwachten als inspecteurs op basis van data risicogebaseerd gaan werken? We hebben een agentgebaseerd model ontwikkeld waarmee we verschillende scenario’s kunnen testen. Het model bevestigt het potentieel van datagedreven toezicht op de effectiviteit voor inspecties. Maar het waarschuwt ook voor bias, omdat met datagedreven toezicht alleen data van risicovolle bedrijven worden verkregen. Een beperkt aantal willekeurige inspecties kan de datakwaliteit al fors doen toenemen. Daarmee waarschuwen we voor te veel optimisme over de efficiëntie van datagedreven risicogebaseerd toezicht. Bovendien reiken we een model aan waarmee een optimum tussen datagedreven en willekeurige inspecties te bepalen is.


Haiko van der Voort
Dr. H.G. van der Voort is universitair docent Organisatie & Governance aan de TU Delft, Faculteit Techniek, Bestuur en Management.

Ivo Sedee
I.R. Sedee Msc is junior adviseur bij Antea Group.

Tom Booijink
Ir. T.J.P. Booijink is coördinator van het data science cluster bij de NVWA.

Elske van der Vaart
Dr. E.E. van der Vaart is data scientist bij de NVWA.
Artikel

Hoe het toezicht rekening kan houden met de context van een zorgaanbieder

Context matters

Tijdschrift Tijdschrift voor Toezicht, Aflevering 3-4 2020
Trefwoorden context, contextfactoren, vertrouwen, afwegingskader, gezondheidszorg
Auteurs Corry Ketelaars, Sandra Spronk en Ian Leistikow
SamenvattingAuteursinformatie

    De context van een zorgaanbieder speelt een rol bij de afweging of de IGJ vertrouwen heeft in een zorgaanbieder. Afhankelijk van het vertrouwen kiest de inspectie voor een meer op leren gerichte, dan wel een meer disciplinerende interventie. In de praktijk is de uitdaging voor inspecteurs te expliciteren wat die context is en hoe die te wegen in het bepalen van de interventie om daarmee toezicht op maat te kunnen leveren. Dit onderzoek beantwoordt de vraag: ‘Wat zijn de belangrijkste contextfactoren die de kwaliteit van de zorg van een zorgaanbieder kunnen beïnvloeden?’. Het onderzoek had een kwalitatieve opzet en was een combinatie van conceptanalyse, literatuuronderzoek, interviews met experts, focusgroepdiscussies en toetsing van contextfactoren door inspecteurs en onderzoek van inspectierapporten. Het resultaat hiervan is het kader ‘Context van een zorgaanbieder’ met vier categorieën: Toezichtgeschiedenis, Organisatorische context, Bestuurlijke context en Maatschappelijke context.
    Het kader ‘Context van een zorgaanbieder’ is geïntegreerd in het Afwegingskader Vertrouwen van de IGJ. Dit geeft de inspecteur handvatten om af te wegen of en hoe de context invloed heeft op het vertrouwen in de zorgaanbieder en een toezichtinterventie in te zetten die het beste bijdraagt aan het doel, namelijk het verbeteren van de kwaliteit van zorg.


Corry Ketelaars
Dr. C.A.J. Ketelaars is senior adviseur bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.

Sandra Spronk
Dr. S. Spronk is coördinerend inspecteur sector gehandicaptenzorg bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.

Ian Leistikow
Prof. dr. I.P. Leistikow is hoogleraar aan de Erasmus School of Health Policy & Management van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Toont 41 - 60 van 1417 gevonden teksten
1 3 5 6 7 8 9 49 50
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.