Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 457 artikelen

x
Jaar 2011 x
Artikel

Splitsing en de onbereikbare vrijstelling van een accountantsverklaring

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2011
Trefwoorden accountantsverklaring, vrijstelling, splitsing, inbreng, deskundige
Auteurs Mr. K. van Zundert
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt in deze bijdrage de vrijstelling van de accountantsverklaring als bedoeld in artikel 2:94a/94b lid 3 BW bij een juridische splitsing.


Mr. K. van Zundert
Mr. K. van Zundert is werkzaam als kandidaat-notaris bij Clifford Chance te Amsterdam.
Artikel

De strafrechter als executierechter in het kader van het strafvorderlijk kort geding (art. 43 Sv)

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2011
Trefwoorden executierechter, strafvorderlijk kort geding, voorwaardelijke invrijheidsstelling, elektronisch toezicht
Auteurs Mr. F.J.P. Lock
SamenvattingAuteursinformatie

    Over de vraag of artikel 43 Wetboek van Strafvordering (‘strafvorderlijk kort geding’) zich ook uitstrekte over de executiefase bestond discussie. Inmiddels is het vaste jurisprudentie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie dat deze vraag bevestigend moet worden beantwoord. In het artikel geeft de auteur, tot juli 2011 lid van het Hof, een overzicht van de rechtspraak van het Hof in procedures ex artikel 43 Sv over kwesties die de executie van vrijheidsstraffen betreffen. De vraag wordt behandeld welke kwesties de executie aangaande door het Hof wel en welke niet onder de reikwijdte van artikel 43 Sv worden gebracht. Met name wordt aandacht besteed aan beslissingen aangaande voorwaardelijke invrijheidsstelling en elektronisch toezicht en de toetsing daarvan door de rechter. Ook wordt (mogelijke) toekomstige wetgeving op dit terrein besproken. De auteur komt tot de conclusie dat thans een duidelijk toetsingskader voor beslissingen aangaande executie van vrijheidsstraffen ontbreekt. Het Hof heeft een zekere lijn ingezet. Veel beslissingen aangaande de executie kunnen via de weg van artikel 43 Sv aan de strafrechter worden voorgelegd. Een duidelijk criterium voor de beoordeling welke beslissingen daarvan zijn uitgesloten, is er (nog) niet. Ten aanzien van de beslissingen die wel kunnen worden voorgelegd lijkt het Hof (steeds meer) een marginale, administratiefrechtelijke toets aan te leggen. Ten aanzien van beslis- en beroepstermijnen ontbreekt de nodige duidelijkheid. Met het oog op de rechtsbescherming en de rechtszekerheid van de gedetineerde dient ook aan de resterende onduidelijkheid zoveel mogelijk een einde te worden gemaakt.


Mr. F.J.P. Lock
Mr. F.J.P. Lock was tot 1 augustus 2011 lid van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Thans is hij raadsheer in het Gerechtshof te Arnhem.


Prof. mr. L.J.J. Rogier
Prof. mr. L.J.J. Rogier is als hoogleraar Staats- en Bestuursrecht verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en als bijzonder hoogleraar Staats- en bestuursrecht verbonden aan de Universiteit van de Nederlandse Antillen.

Dr. H.J. van Kooten
Dr. H.J. van Kooten is lid van het Gemeenschappelijke Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

dr. G.C.C. Lewin
Dr. G.C.C. Lewin is raadsheer in het gerechtshof te Amsterdam.

Mr. P.E. de Kort
Mr. P.E. de Kort is lid van het Gemeenschappelijke Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel

Aanpassing van de overeenkomst bij onvoorziene omstandigheden: een kwestie van uitleg?

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2011
Trefwoorden onvoorziene omstandigheden, aanpassing overeenkomst, uitleg, redelijkheid en billijkheid, goede trouw
Auteurs Prof. mr. J.M. van Dunné
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur tracht in het artikel aan te tonen dat het leerstuk van de onvoorziene omstandigheden een kwestie van uitleg is, en dat uitleg al jaar en dag een kwestie van normatief uitleggen is, alias redelijke uitleg, uitleg te goeder trouw. Dat alles in het licht van het al omvattende beginsel van de redelijkheid en billijkheid.


Prof. mr. J.M. van Dunné
Prof. mr. J.M. van Dunné is emeritus hoogleraar burgerlijk recht, handelsrecht en burgerlijk procesrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Aanpassing en uitleg van de overeenkomst bij onvoorziene omstandigheden

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2011
Trefwoorden onvoorziene omstandigheden, aanpassing overeenkomst, uitleg, Haviltex
Auteurs Prof. mr. F.W. Grosheide
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage is een reactie op Van Dunné’s uiteenzetting hieraanvoorafgaand. De auteur richt zich in het bijzonder op één aspect van het door Van Dunné besprokene, namelijk de verbinding van wijziging en uitleg bij onvoorziene omstandigheden.


Prof. mr. F.W. Grosheide
Prof. mr. F.W. Grosheide is emeritus hoogleraar privaatrecht en hoogleraar intellectueel eigendomsrecht aan de Universiteit Utrecht en tevens advocaat bij Van Doorne.
Artikel

Normatieve uitleg: de constructie van een rechtsverhouding

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 4 2011
Trefwoorden objectieve uitleg, contextuele interpretatie, gezichtspunten, uitleg naar Engels recht, arbitrage
Auteurs Mr. dr. J.A.I. Wendt
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij het vaststellen van hetgeen partijen over en weer aan elkaar verplicht zijn dient niet slechts acht geslagen te worden op de bewoordingen van relevante contractuele bepalingen maar op het geheel van normen dat in de gegeven rechtsverhouding van toepassing is. Om dit dynamische begrip van uitleg aan te duiden is gekozen voor de aan het Engelse recht ontleende term ‘constructie’. Objectieve interpretatie houdt naar Engels recht in het vaststellen van de betekenis van bewoordingen zoals een reasonable (business) person deze opgevat zou hebben. Het gaat er bij uitleg om op zorgvuldige wijze te bewerkstellingen dat partijen hun beloften nakomen.


Mr. dr. J.A.I. Wendt
Mr. dr. J.A.I. Wendt is juridisch adviseur te Capelle aan den IJssel.
Artikel

Varia kartelschade

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2011
Trefwoorden schadevergoeding, mededingingsrecht, aansprakelijkheidsrecht, private handhaving
Auteurs Mr. R. Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt aandacht besteed aan enkele ontwikkelingen op het gebied van de privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht. In het bijzonder wordt ingegaan op collectief schadeverhaal, het kwantificeren van schade als gevolg van mededingingsinbreuken, de toegankelijkheid van clementiedocumenten in een schadeprocedure en de aansprakelijkheid van een moedervennootschap voor een kartelinbreuk begaan door haar dochtervennootschap.


Mr. R. Meijer
Mr. R. Meijer is advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Artikel

De onvermoede reikwijdte van de mededingingsrechtelijke nietigheid

HR 16 september 2011, LJN BQ2213, RvdW 2011, 1104 (Batavus/Vriend’s Tweewielercentrum)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 12 2011
Trefwoorden mededingingsrecht, distributierelaties, opzegging, nietigheidssanctie, merkbare beperking van de mededinging
Auteurs Mr. P.J. Kreijger
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze zaak staat de nietigheidssanctie van art. 6 lid 2 Mw centraal. Op grond daarvan zijn overeenkomsten die in strijd zijn met het kartelverbod nietig. De Hoge Raad heeft deze nietigheid op een afzonderlijke en eenzijdige rechtshandeling toegepast, in dit geval de opzegging door Batavus van een prijsvechtende distributeur. Die opzegging volgde op de druk die op Batavus werd uitgeoefend door haar andere distributeurs, nadat zij over hun prijsvechtende collega hadden geklaagd, en was daarmee volgens alle rechterlijke instanties in deze zaak het ‘sluitstuk’ van concurrentiebeperkend feitelijk onderling afgestemd gedrag van Batavus en haar distributeurs. Hoewel feitelijk gedrag niet voor nietigheid vatbaar lijkt, zag de Hoge Raad kennelijk geen probleem in toepassing van de nietigheidssanctie op een eenzijdige rechtshandeling die volgt uit feitelijk gedrag. De zaak illustreert nog eens het (mededingingsrechtelijk) lastige parket waarin leveranciers door hun distributeurs kunnen worden gebracht.


Mr. P.J. Kreijger
Mr. P.J. Kreijger is advocaat bij Linklaters LLP te Amsterdam.
Artikel

Regres in internationaal verband

Een bespreking van het leerstuk van regres in het internationale privaatrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 4 2011
Trefwoorden regres, subrogatie, internationaal privaatrecht, Tijdelijke Regeling Verhaalsrechten
Auteurs Mevrouw mr. F.M. Ruitenbeek-Bart
SamenvattingAuteursinformatie

    Als zich in een regressituatie internationale aanknopingspunten voordoen, rijzen vragen omtrent internationale rechtsmacht en toepasselijk recht. Aan de hand van enkele praktijkvoorbeelden worden in deze bijdrage de op subrogatie en wettelijk verhaal van toepassing zijnde regels van internationaal privaatrecht besproken. Het antwoord de vraag welk recht van toepassing is verschilt per deelaspect van de regressituatie. De rechtsgeldigheid van subrogatie wordt bijvoorbeeld beheerst door het recht op de verzekeringsovereenkomst van toepassing is, maar de omvang van de schade wordt bepaald door het recht dat op de onrechtmatige daad van toepassing is. Oplettendheid is dus geboden.


Mevrouw mr. F.M. Ruitenbeek-Bart
Mevrouw mr. F.M. Ruitenbeek-Bart is cassatieadvocaat en tevens medewerkster van het Bureau Kennis & Innovatie bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn.
Artikel

Socio-legal Studies in a Transnational World

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2011
Auteurs Jaap Van der Kloet, Betty De Hart en Tetty Havinga
SamenvattingAuteursinformatie

    The concept of transnationalism refers to border-crossing activities and social relations, such as family relations, migration, international trade and international organisations. It is argued that transnationalism is an important topic in the sociology of law for three reasons: the transnationalisation of law (laws travel across borders), the law under transnationalism (transnational processes affect law) and classic socio-legal themes may gain a new and exciting lease of life when used in a transnational context. Transnationalism touches on the core of the sociology of law: studying the relation between law and society and the social working of law. Socio-legal scholars should look beyond the national borders, include non-state actors in their analysis and take notice of how rules are used in different localities.


Jaap Van der Kloet
Jaap Van der Kloet is a PhD candidate at the Institute for Sociology of Law of the Radboud University Nijmegen, the Netherlands. His PhD research focuses on comparing the social working of transnational private food safety standards between local farmers in the Netherlands and Kenya. He has a Master’s degree in International Development Studies. He worked as junior researcher at the Ministry of Foreign Affairs and as project leader at the Dutch NGO Fairfood.

Betty De Hart
Betty De Hart is associate professor at the Institute for Sociology of Law and the Centre for Migration Law of the Radboud University Nijmegen. She gained her PhD in 2003 with a socio-legal study of Dutch nationals with a migrant partner. She has published widely on family law, migration law and nationality law. Her interest is in the meaning of law in everyday life and in gender, ethnicity and diversity issues. In 2008, she received a personal VIDI grant for excellent researchers from the Netherlands Organisation for Scientific Research (NWO) for the international comparative research programme ‘Transnational Families between Dutch and Islamic Family Law’.

Tetty Havinga
Tetty Havinga is associate professor of sociology of law at the Radboud University Nijmegen. She publishes on the regulation of food safety, policy implementation and law enforcement, experiences of large companies with specialised courts, equal opportunities law, and migration. She is particularly interested in relations between industry and law related to the public interest.

    In this feature authors review recently published books on subjects of interest to readers of Recht der Werkelijkheid.


Adriaan Bedner
Adriaan Bedner is a senior lecturer at the Van Vollenhoven Institute for Law, Governance and Development of Leiden University. Most of his research has been on law in Indonesia, with a particular focus on access to justice, dispute resolution and the judiciary. He has also done work of a more theoretical and comparative nature, notable on rule of law and access to justice.

    This paper presents a reflection on the theoretical work on the social working of law of the past two decades. It is argued that early assumptions, that legal models were becoming increasingly globalised, creating an increasingly uniform body of law, have not come true. The global spread of neo-capitalism has not only given rise to de-juridification, it has also engendered juridification in which ever more sectors of social life, from small scale to global, are being colonised by law. This development is initiated from above and below in equal measure, and concerns not only the law of nation states, but also law created by other actors, including religious law of various provenance. The paper argues that great progress has been made in understanding how transnational law is generated and how law is transnationalised, but that the ways in which these processes work when actors actually use this transnationalised law in contexts of legal pluralism are not yet adequately understood. The paper presents a perspective on transnationalisation of law that is grounded in space, a perspective that may aid our understanding of the social working of law in transnational contexts. The first section provides a brief survey of some of the main academic approaches to processes of transnationalisation. The second section addresses the issue of location and considers what happens in settings where actors use transnationalising law. The conclusions discuss the value of transnational space and transnational legal space as concepts for the analysis of transnationalising law.


Keebet von Benda-Beckmann
Keebet von Benda-Beckmann is head of the Project Group Legal Pluralism at the Max Planck Institute for Social Anthropology in Halle. She also holds honorary chairs in social anthropology and legal pluralism at the Universities of Leipzig and Halle. She has carried out research on dispute management, social security, natural resources in West Sumatra, the Moluccas, and in the Netherlands. She has been conducting field research on the effects of decentralisation and reforms of local government in West Sumatra since the fall of the Suharto regime. She has widely published on dispute management, resources, social security, and on theoretical issues of legal pluralism.
Jurisprudentie

Luchtkwaliteit in de jurisprudentie

Programmasystematiek blijft haar waarde bewijzen

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit, fijn stof, stikstofdioxide, NEC-richtlijn
Auteurs Mr. dr. C.N. van der Sluis
SamenvattingAuteursinformatie

    In het jaar 2010 en 2011 heeft het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) zijn waarde bewezen in de rechtszaal. Ondanks tegenvallende ontwikkelingen of maatregelen die niet of anders werden uitgevoerd, blijft het NSL, aldus de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, een plan dat gericht is op het bereiken van de grenswaarden. Daarmee vormt het dus een onderbouwing voor individuele projecten. Deze rapportageperiode bleek ook dat aan de grenswaarde voor PM2,5 nog geen toetsing plaatsvindt. Het toepasbaarheidsbeginsel – kort gezegd: daar waar geen mensen verblijven, wordt de luchtkwaliteit niet beoordeeld – wordt strikt toegepast en beoordeeld. De uitspraak van het Hof van Justitie van de EG over de NEC-richtlijn geeft aan dat uit de(ze) Europese richtlijn geen directe koppeling voortvloeit, waaruit zou volgen dat het mogelijk niet voldoen aan een nationaal emissieplafond een rol kan spelen bij individuele besluitvorming.


Mr. dr. C.N. van der Sluis
Mr. dr. C.N. van der Sluis is advocaat bestuurs- en omgevingsrecht bij Ploum Lodder Princen en lid van de redactie van TO.
Artikel

Eén jaar Wabo-jurisprudentie

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden Wabo, Jurisprudentie, één jaar, Knelpunten
Auteurs Mr. J.R. van Angeren en Mevr. mr. V.M.Y. van ‘t Lam
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is op dit moment iets meer dan een jaar in werking. Voor de auteurs vormde dat een reden om terug te blikken op één jaar ‘Wabo’-ervaring. Wat zijn tot nu toe de ervaringen met de Wabo; in het bijzonder wat zijn tot nu toe opvallende of van belang zijnde uitspraken over de Wabo? De conclusie is dat een jaar nadat de Wabo in werking is getreden er veel voorlopige voorzieningen zijn gewezen waarin de Wabo aan de orde is. Veel van die zaken gaan over het overgangsrecht en handhaving. Er zijn weinig uitspraken gewezen over omgevingsvergunningen die zien op verschillende van de in artikel 2.1 en 2.2 Wabo genoemde activiteiten, terwijl de doelstelling van de Wabo nu juist was dergelijke vergunningen mogelijk te maken. Er zijn over diverse onderwerpen uitspraken gewezen waarin bepaalde aspecten – bijvoorbeeld aspecten die voor de inwerkingtreding van de Wabo onduidelijk waren – nader worden uitgelegd. Ook zijn bepaalde in de literatuur genoemde knelpunten van de Wabo in jurisprudentie (al dan niet geheel) opgelost, zoals het belanghebbendebegrip en de vraag wat onder onlosmakelijke samenhang moet worden verstaan. Niet alle in de literatuur gesignaleerde knelpunten over de Wabo zijn in jurisprudentie opgelost, zoals de vraag hoe het begrip project moet worden uitgelegd. De auteurs wachten met spanning af op de contouren van de nieuwe Omgevingswet.


Mr. J.R. van Angeren
Mr. J.R. van Angeren is advocaat en partner bij Stibbe.

Mevr. mr. V.M.Y. van ‘t Lam
Mevr. mr. V.M.Y. van ’t Lam is advocaat bij Stibbe en lid van de redactie van TO.
Boekbespreking

Restorative Justice Realities

Empirical Research in a European Context

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2011
Auteurs Birgit Vanderstraeten
Auteursinformatie

Birgit Vanderstraeten
Birgit Vanderstraeten is doctoraatsstudente aan het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC), K.U.Leuven
Artikel

Hersteldimensies in de slachtofferzorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden victim policy, victim restoration, victim assistance, restorative justice
Auteurs Ivo Aertsen en Inge Vanfraechem
SamenvattingAuteursinformatie

    This article sketches some important tendencies in the attention for victims of crime, including in supranational regulation, with regard to the position of the offender and possibilities for restorative justice. The evaluation of victim policy in Belgium offers a view on this topic: victims have certain expectations towards the justice system and pose questions with regard to the offender. A third issue regards the place of restoration within the whole range of consequences of crime for victims: what is the meaning of ‘harm’ and what is the content of ‘restoration’ for victims? A last topic considers the openness of victim assistance programmes with regard to the offender dimension and possibilities of restorative justice. This article thus evaluates the possible link between victim assistance and restorative justice.


Ivo Aertsen
Prof. Dr. Ivo Aertsen is hoogleraar aan het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC), K.U.Leuven.

Inge Vanfraechem
Dr. Inge Vanfraechem is coördinator van het project ‘Victims and restorative justice’ bij het European Forum for Restorative Justice en het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC), K.U.Leuven.
Artikel

Slachtofferbewegingen en herstelrecht

Over het belang van de realiteit achter de stereotypes

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden victimology, victim movements, social movements, restorative justice
Auteurs Antony Pemberton
SamenvattingAuteursinformatie

    The position of victims of crime has shown marked improvement over the past 30 years. The rise of the victim has been associated with the growth of a unified ‘victim movement’; a social movement that strives to improve the position of victims of crime. However, it is questionable whether the victim movement should be viewed as a unitary phenomenon. Instead of one movement, there appear to be a number of victim movements. There are differences between the victim advocates in the United States, Victim Support in Europe, the violence against women movement and proponents of restorative justice.. In this article, reasons for these differences are sought in victim-endogenous factors: differences in victims’ characteristics and the idealtypes employed by the different movements are an important explanation for the divergent development in organisations representing victims interests, which in turn influences their policy preferences. It is argued that advocates of restorative justice would benefit from understanding both the reality and the distortion involved in the idealtypes, including their own. This would allow proponents of restorative justice to adapt their practices in a manner that is both suitable and convincing to the representative and target group of the different victim movements.


Antony Pemberton
Dr. Antony Pemberton is sociaalwetenschapper en universitair hoofddocent bij het International Victimology Institute Tilburg (INTERVICT) van de Universiteit van Tilburg.

Emese von Bóné
Emese von Bóné is verbonden aan de sectie rechtsgeschiedenis Erasmus School of Law, Erasmus Universiteit Rotterdam.
Toont 41 - 60 van 457 gevonden teksten
1 3 5 6 7 8 9 22 23
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.