Zoekresultaat: 72 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2016 x Rubriek Article x
Artikel

Delegatie van Regelgevingsbevoegdheid aan de Europese Commissie post-Lissabon

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2016
Trefwoorden delegatie, gedelegeerde handelingen, uitvoeringshandelingen
Auteurs Mr. A.P. van der Mei
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Verdrag van Lissabon heeft in het VWEU twee nieuwe artikelen opgenomen op grond waarvan de Europese Commissie de bevoegdheid kan worden toegekend gedelegeerde handelingen (art. 290 VWEU) of uitvoeringshandelingen (art. 291 VWEU) vast te stellen. De artikelen roepen tal van vragen op waarvan er twee in de in deze bijdrage te bespreken zaken aan het Hof van Justitie werden voorgelegd. De eerste, en de belangrijkste, betreft de scheidslijn tussen de artikelen 290 en 291 VWEU: wanneer dient er te worden gekozen voor een gedelegeerde handeling en wanneer voor een uitvoeringshandeling? De tweede vraag, die meer ziet op de techniek van wetgeving, betreft het in artikel 290 VWEU gemaakte onderscheid tussen het wijzigen en het aanvullen van een wetgevingshandeling.
    HvJ 16 Juli 2015, zaak C-88/14 Commissie/Parlement en Raad (Visa), ECLI:EU:C:2015:499 en HvJ 17 maart 2016, zaak C-286/14, Parlement/Commissie (Connecting Europe Facility), ECLI:EU:C:2016:183


Mr. A.P. van der Mei
Mr. A.P. (Anne Pieter) van der Mei is als universitair hoofddocent verbonden aan het Maastricht Center for European law (MCEL), Universiteit Maastricht. Met dank aan Ellen Vos voor haar commentaar op een eerdere versie van deze bijdrage.
Artikel

De Europese richtlijn onschuldpresumptie: bescheiden harmonisatie van een fundamenteel strafrechtelijk beginsel

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 5 2016
Trefwoorden strafrecht, procedurele rechten, onschuldpresumptie, harmonisatie, zwijgrecht
Auteurs Mr. dr. L.A. van Noorloos
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel schetst de totstandkoming en inhoud van Richtlijn (EU) 2016/343 inzake het onschuldvermoeden en het aanwezigheidsrecht bij strafprocedures. Waarom is deze richtlijn er gekomen en wat voor verplichtingen schept zij voor het strafprocesrecht van de lidstaten? Kan deze richtlijn op het eerste gezicht een adequate bijdrage leveren aan het garanderen van een eerlijk proces voor verdachten?
    Richtlijn (EU) 2016/343 van het Europees Parlement en de raad van 9 maart 2016 betreffende de versterking van bepaalde aspecten van het vermoeden van onschuld en van het recht om in strafprocedures bij de terechtzitting aanwezig te zijn, PbEU 2016, L 65/1-11


Mr. dr. L.A. van Noorloos
Mr. dr. (L.A.) Marloes van Noorloos is universitair docent Straf(proces)recht aan Tilburg University.
Artikel

Politie en beeldtechnologie: gebruik, opbrengsten en uitdagingen

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 3 2016
Trefwoorden CCTV, bodycams, ANPR, smart cameras, police
Auteurs Drs. S. Flight
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch National Police deploys video technology, for instance body-worn video camera (bodycams), drones, helicopters with cameras, and mobile units for surveillance. Four types of video technology are discussed: CCTV, bodycams, smart cameras and automatic number plate recognition (ANPR). These four types will be the most prominent applications of visual technology in the coming years, according to ‘Vision on sensing’, published in 2015 by the National Police. The potential benefits of video images for prosecution and in the courtroom are discussed in a separate paragraph, followed by a survey of recent changes in the laws regulating this technology.


Drs. S. Flight
Drs. Sander Flight is zelfstandig adviseur en onderzoeker op het terrein van veiligheid en criminaliteit.
Artikel

Triggerfactoren in het radicaliseringsproces

Tijdschrift Justitiële verkenningen, Aflevering 2 2016
Trefwoorden radicalization, trigger factors, cognitive opening, personal characteristics, types of motivation
Auteurs Dr. A.R. Feddes, Drs. L. Nickolson en Prof. dr. B. Doosje
SamenvattingAuteursinformatie

    In order to understand why people can turn to violence to achieve political or societal changes, it is important to examine factors that can trigger a process of radicalization. In this article the authors outline such a model of trigger factors. In this model they specify trigger factors at the micro level (individual level), meso level (group level), and macro level (societal level). In addition, the authors argue that it is important to take into account personal characteristics, such as age, gender, and the type of motivation, behind a radicalization process. With respect to these types of motivation, the authors distinguish between sensation seekers, justice seekers, identity seekers, and meaning seekers. This model enables to discern triggers in the radicalization process of specific people in specific contexts.


Dr. A.R. Feddes
Dr. Allard Feddes is als universitair docent verbonden aan de Afdeling Psychologie van de Universiteit van Amsterdam. www.uva.nl/over-de-uva/organisatie/medewerkers/content/f/e/a.r.feddes/a.r.feddes.html.

Drs. L. Nickolson
Drs. Lars Nickolson is als senior adviseur verbonden aan de Expertise-unit Sociale Stabiliteit van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Prof. dr. B. Doosje
Prof. dr. Bertjan Doosje is hoogleraar Radicalisering studies (Frank Buijs-leerstoel vanwege het Verwey-Jonker Instituut) aan de afdelingen Politicologie en Psychologie van de Universiteit van Amsterdam. www.uva.nl/over-de-uva/organisatie/medewerkers/content/d/o/e.j.doosje/e.j.doosje.html.
Artikel

Access_open Bekering als asielmotief

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Bekering, Asielzoeker, Vluchteling, Bekeerde christen
Auteurs Mr. Kezia Haar en Mr. Gieneke Douma
SamenvattingAuteursinformatie

    A foreign national can be granted asylum if he has made it plausible that he is persecuted in his country for reasons related to religion. In order to make his asylum motives plausible, an applicant must declare consistently and coherently. There cannot be any doubt as to his identity or his asylum motives. A claimed convert has to declare convincingly about his conversion and has to demonstrate a broad knowledge of his Faith. Often, pastors and churches write testimonies stating the conversion is genuine. These letters are important, but never a decisive factor.


Mr. Kezia Haar
Mr. K. Haar is in 2014 cum laude afgestudeerd in het Nederlands recht aan de Rijksuniversiteit Groningen en is thans werkzaam als procesvertegenwoordiger bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.

Mr. Gieneke Douma
Mr. G.J. Douma is in 1985 afgestudeerd in het Nederlands recht aan de Rijksuniversiteit Groningen en is thans werkzaam als senior procesvertegenwoordiger bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst.
Artikel

De zaak Accorinti: aansprakelijkheid van de ECB en implicaties voor het huidige onconventionele monetaire beleid

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 5 2016
Trefwoorden aansprakelijkheid Unie-instellingen, aansprakelijkheid Europese Centrale Bank, Griekse schuldencrisis, Accorinti-arrest, Gauweiler-arrest
Auteurs Mr. N.C. Voortman en Dr. C. Hopman
SamenvattingAuteursinformatie

    Aan de hand van de zaak Accorinti wordt in dit artikel het leerstuk van de aansprakelijkheid van Unie-instellingen en de ECB besproken en wordt nader ingegaan op de overwegingen van het GvEA in de zaak Accorinti. Bovendien wordt gekeken naar de betekenis van dit arrest voor het huidige onconventionele monetaire beleid van het Eurosysteem.


Mr. N.C. Voortman
Mr. N.C. Voortman en dr. C. Hopman zijn als jurist werkzaam bij de Divisie Juridische zaken van De Nederlandsche Bank.

Dr. C. Hopman
Artikel

Europees Depositoverzekeringsstelsel (EDIS). Institutionele en praktische perspectieven

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Bankenunie, EDIS, depositogarantie, resolutie, depositoverzekeringsstelsel
Auteurs Dr. G. ter Kuile en A. Veuskens LL.M, M.Sc
SamenvattingAuteursinformatie

    De bankenunie krijgt een derde pijler voor het verzekeren van deposito’s binnen de gehele Eurozone. Het voorstel hiertoe van de Europese Commissie, dat eind november 2015 werd gepubliceerd, wordt in dit artikel besproken. Aandacht wordt gegeven aan het concept van depositogarantie, de grondslag, de reikwijdte en de ratio, de interne governance (gelieerd aan die van het resolutiemechanisme), en aan het nieuwe depositofonds. Met enkele bespiegelingen over ‘vertrouwen’, de grondgedachte van de derde pijler, wordt het artikel besloten.

    • Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) 806/2014 met het oog op de instelling van een Europees depositoverzekeringsstelsel, van de Europese Commissie, Straatsburg 24.11.2015, COM(2015)586 final, 2015/0270(COD).

    • Verordening (EU) Nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010, PbEU 2014, L 225/1


Dr. G. ter Kuile
Dr. G. (Gijsbert) ter Kuile werkt als jurist bij het secretariaat van de Toezichtsraad (Supervisory Board) van de ECB.

A. Veuskens LL.M, M.Sc
A. (Anke) Veuskens, LL.M, M.Sc werkt als jurist bij het secretariaat van de Toezichtsraad (Supervisory Board) van de ECB. Anke Veuskens is gedetacheerd vanuit Juridische zaken (Afdeling internationaal & institutioneel) van De Nederlandsche Bank, waar ook medeauteur Gijsbert ter Kuile tot voor kort werkte. De auteurs schreven dit artikel op persoonlijke titel en hun opvattingen kunnen niet worden toegeschreven aan de ECB, DNB of het SSM.
Artikel

Bescherming van EU-burgers tegen niet voorzienbare strafrechtelijke vervolgingen in de Ruimte van Vrijheid, Veiligheid en Recht

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel, EU-burgers, onvoorzienbare rechtsmacht, legaliteit, Overleveringswet
Auteurs Mr. J.J.M. Graat
SamenvattingAuteursinformatie

    Een EU-burger die gebruikmaakt van zijn recht op vrijheid van verkeer strafrechtelijk vervolgd worden door een lidstaat waarvan hij de rechtsmacht niet had kunnen voorzien. Met de inwerkingtreding van het Kaderbesluit betreffende het Europees Aanhoudingsbevel kan een EU-burger in een dergelijk geval ook aan die lidstaat worden overgeleverd. In dit artikel wordt zowel deze keerzijde van het Kaderbesluit geanalyseerd als de mate waarin door het materiële legaliteitsbeginsel het Kaderbesluit zelf en de Overleveringswet bescherming wordt geboden. Op basis van deze analyses wordt vervolgens vastgesteld of er sprake is van een gebrek aan bescherming en worden enkele oplossingsrichtingen aangedragen.


Mr. J.J.M. Graat
Mr. J.J.M. (Joske) Graat is promovenda Europees Strafrecht bij de Universiteit Utrecht.
Artikel

Integratie kan woonplaatsplicht bij personen met subsidiaire bescherming rechtvaardigen

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Kwalificatierichtlijn asiel, Vluchtelingenverdrag, subsidiaire bescherming, onderscheid, huisvesting
Auteurs Mr. A. Pahladsingh
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie spreekt zich in het arrest Alo en Osso uit over de verhouding tussen het vrije verkeer van personen met de subsidiaire beschermingsstatus en de maatregelen ter bevordering van hun integratie. Een woonplaatsverplichting mag hun worden opgelegd wanneer zij meer met integratieproblemen worden geconfronteerd dan andere personen die geen burger van de Unie zijn en legaal verblijven op het grondgebied van de lidstaat die deze bescherming heeft verleend.
    HvJ 1 maart 2016, gevoegde zaken C-443/14 en C-444/14, Alo en Osso, ECLI:EU:C:2016:127


Mr. A. Pahladsingh
Mr. A. (Aniel) Pahladsingh is jurist bij de Raad van State en rechter-plaatsvervanger bij de Rechtbank Rotterdam.

    Van onafhankelijke toezichthouders wordt verwacht dat zij verantwoording afleggen. De gedachte is dat hoe onafhankelijker zij zijn, hoe meer verantwoording ze moeten afleggen om balans te houden in het systeem van checks and balances. Toezichthouders leggen via verschillende partijen verantwoording af, maar ook over een veelheid aan criteria. Is de toezichthouder binnen zijn wettelijke mandaat gebleven? Hoe heeft hij de aan hem ter beschikking staande middelen aangewend? Vooral in het financieel toezicht hebben zich op deze terreinen de laatste jaren ontwikkelingen voorgedaan. Deze ontwikkelingen roepen vragen op ten aanzien van de verantwoording door de toezichthouder. In dit artikel worden deze ontwikkelingen vanuit een juridisch perspectief bekeken en in relatie gezet tot het vertrouwen van het publiek in de toezichthouder.


Prof. mr. dr. Femke de Vries
Prof. mr. dr. F. de Vries is bijzonder hoogleraar Toezicht aan de Rijksuniversiteit Groningen en tevens lid van het bestuur van de AFM.

Mr. dr. Margot Aelen
mr. dr. M. Aelen is toezichthouderspecialist bij DNB.
Artikel

Europees asielbeleid: van onderling wantrouwen naar een gedeelde verantwoordelijkheid

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Solidariteitsbeginsel, Europees asiel- en migratierecht, Dublin Verordening, Schengengrenscode, Gemeenschappelijk Europees Asiel Systeem
Auteurs Dr. mr. E.R. Brouwer
SamenvattingAuteursinformatie

    Hoewel in het kader van de Europese Unie verschillende instrumenten zijn aangenomen ter verwezenlijking van een geharmoniseerd asielsysteem, lijken deze onvoldoende voor een gezamenlijke aanpak van het huidige vluchtelingenvraagstuk, laat staan een evenredige opvang van asielzoekers in Europa. Veel lidstaten kiezen voor unilaterale en restrictieve maatregelen, zoals aanscherping van migratiewetgeving en herinvoering van binnengrenscontroles, en bestaande EU-asielwetgeving wordt niet of onvolledig nageleefd. In deze bijdrage bespreek ik mede aan de hand van bestaande EU-wetgeving en de maatregelen die in 2015 door de Europese Commissie zijn voorgesteld, de vraag welke maatregelen (verder) nodig zijn voor een solidair, effectief en humanitair asiel- en migratiebeleid.


Dr. mr. E.R. Brouwer
Dr. mr. E.R. (Evelien) Brouwer is werkzaam als senior onderzoeker aan de sectie migratierecht, Vrije Universiteit Amsterdam. Brouwer is tevens lid van de Adviescommissie Vreemdelingenzaken (ACVZ). In die functie heeft zij meegewerkt aan het advies ‘Delen in verantwoordelijkheid. Voorstel voor een solidair Europees asielsysteem’, december 2015, gepubliceerd op www.acvz.org. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven, al zal zij naar verschillende voorstellen uit dit advies verwijzen.
Artikel

Finaliteit, representativiteit en kwaliteitsborging door de rechter

De sleutelbegrippen van het collectief actierecht

Tijdschrift Maandblad voor Ondernemingsrecht, Aflevering 4 2016
Trefwoorden 305a-organisatie, massaschade, WCAM, gezag van gewijsde, finaliteit
Auteurs Mr. drs. T.M.C. Arons
SamenvattingAuteursinformatie

    De sleutelbegrippen bij massaschade(geschilbeslechting): representativiteit, finaliteit en kwaliteitsborging door de rechter. De schadevergoedingeisende organisatie moet representatief zijn ter waarborging van de belangen van de achterban. Finaliteit betekent binding van deze achterban. Het gezag van gewijsde en het EVRM vereisen een opt-inmodel.


Mr. drs. T.M.C. Arons
Mr. drs. T.M.C. Arons is universitair docent Financieel Recht bij het Instituut voor Financieel Recht (IFR), onderdeel van het Onderzoek­cen‍trum Onderneming & Recht (OO&R) aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De ‘nieuwe generatie’ Associatieovereenkomst tussen de EU en Oekraïne en zijn constitutionele context

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden associatieovereenkomst, nabuurschapbeleid, bevoegdheidsverdeling, gemengd verdrag, referendum
Auteurs Dr. N.F. Idriz en Prof. mr. L.A.J. Senden
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage worden de bredere context, doelstelling en inhoud van de Associatieovereenkomst tussen de EU en Oekraïne (hierna: AO) geschetst, en wat deze bijzonder maakt ten opzichte van andere associatieovereenkomsten. In het bijzonder gaan we ook in op die juridische aspecten die democratische controle via een referendum bemoeilijken. Daarbij besteden we specifiek aandacht aan de constitutionele perikelen die ontstaan voor de Nederlandse regering alsook voor de EU, ingeval een meerderheid zich tegen de goedkeuringswet uitspreekt en het Nederlandse parlement vervolgens zou besluiten de goedkeuringswet in te trekken.
    PbEU 2014, L 161/3


Dr. N.F. Idriz
Dr. N.F. (Narin) Idriz is universitair docent Europees recht aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het RENFORCE onderzoekscentrum.

Prof. mr. L.A.J. Senden
Prof. mr. L.A.J. (Linda) Senden is hoogleraar Europees recht aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het RENFORCE onderzoekscentrum. Ook is zij redactielid van NTER.
Artikel

De uitbreidende betekenis van het collectief ontslag

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden collectief ontslag, eenzijdige wijziging, opzegging door werknemer
Auteurs Dr. J. Doomen
SamenvattingAuteursinformatie

    De bescherming van werknemers bij collectief ontslag is sterk toegenomen. Richtlijn 98/59/EG is de opvolger van Richtlijnen 75/129/EEG en 92/56/EEG. De groep werknemers die wordt meegeteld om te kunnen spreken van een collectief ontslag is uitgebreid (door voor de berekening van het aantal ontslagen niet alleen de ontslagen in strikte zin mee te tellen) en de verplichtingen met betrekking tot de informatieverstrekking naar werknemersvertegenwoordigingen zijn toegenomen. In de onderhavige zaak (HvJ 11 november 2015, zaak C-422/14) wordt de kwestie welke werknemers in de procedure moeten worden meegeteld nader gespecificeerd. Het Hof van Justitie draagt met deze uitspraak bij aan de ontwikkeling dat de regeling van het collectief ontslag op een steeds groter aantal werknemers betrekking heeft.
    HvJ 11 november 2015, zaak C-422/14, Pujante Rivera, ECLI:EU:C:2015:743


Dr. J. Doomen
Dr. J. (Jasper) Doomen is als universitair docent Arbeidsrecht en Sociaal Beleid verbonden aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Europese harmonisatie van online en op afstand verkoop van zaken en de levering van digitale inhoud (I)

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Online en op afstand verkoop van zaken, Levering van digitale inhoud
Auteurs Prof. dr. M.B.M. Loos
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 9 december 2015 heeft de Europese Commissie onder meer een voorstel ingediend voor een richtlijn voor online of anderszins op afstand gesloten overeenkomsten tot levering van zaken. In dit artikel wordt aandacht besteed aan het toepassingsgebied van de richtlijn, de conformiteit van op afstand gekochte zaken en de remedies bij non-conformiteit. Daarnaast wordt ingegaan op de vraag of de invoering van nog een regeling voor het kooprecht wel werkbaar is voor de rechtspraktijk.
    - Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de online-verkoop en andere verkoop op afstand van goederen, COM(2015)635 final
    - Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud, COM(2015)634 final


Prof. dr. M.B.M. Loos
Prof. dr. M.B.M. (Marco) Loos is hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder Europees consumentenrechten, bij het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam, lid van het Bestuur van de Onderzoeksschool Ius Commune en medewerker van dit blad. Dit artikel is mede gebaseerd op presentaties tijdens de Workshop Digital Single Market: Stakeholders’ Perspective on proposed new Contract Rules, georganiseerd door het Centre for the Study of European Contract Law van de Universiteit van Amsterdam en de ministeries van Economische Zaken en van Veiligheid en Justitie in het kader van het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie op 4 februari 2016, en tijdens de op 18 februari 2016 in Brussel gehouden Conference New EU Rules for digital contracts, georganiseerd door ERA.
Artikel

Unitrading Revisited. Oncontroleerbaar bewijs tussen eerlijk proces en doeltreffendheid

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden doeltreffende rechtsbescherming, doeltreffendheid, procedurele autonomie, eerlijk proces, oncontroleerbaar bewijs
Auteurs Prof. mr. R.J.G.M. Widdershoven
SamenvattingAuteursinformatie

    Eind 2015 wees de Hoge Raad arrest in de zaak Unitrading. In lijn met de uitspraak van het Hof van Justitie in die zaak beoordeelt de Hoge Raad de toelaatbaarheid als bewijs van de voor partijen en rechter oncontroleerbare onderzoeksresultaten van een Amerikaans laboratorium niet in het licht van artikel 47 Handvest, maar op basis van het nationale bewijsrecht en het Unierechtelijke beginsel van doeltreffendheid. Deze beoordeling leidt tot vernietiging van de bestreden uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam, omdat het gerechtshof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het de bevindingen van het Amerikaans laboratorium betrouwbaar heeft geacht. In deze bijdrage wordt ingegaan op de uitspraak van het Hof van Justitie in Unitrading en het arrest van de Hoge Raad, en wordt de problematiek van toelaatbaarheid van oncontroleerbaar bewijs in een breder kader geplaatst. Is dat een kwestie van doeltreffendheid van het Unierecht of toch van een eerlijk proces?
    HR 4 december 2015, 12/02876, AB 2016/112, m.nt. Y.E. Schuurmans, ECLI:NL:HR:2015:3467 (Unitrading Ltd./Staatssecretaris van Financiën).


Prof. mr. R.J.G.M. Widdershoven
Prof. mr. R.J.G.M. (Rob) Widdershoven is als hoogleraar Europees bestuursrecht verbonden aan het Centrum voor Regulering en Rechtshandhaving van EU-recht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Europese gegevensbescherming: van richtlijn naar verordening

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden persoonsgegevens, Algemene Verordening, Gegevensbescherming, privacybescherming, datalekken
Auteurs Mr. I.P.V. van Schelven en Mr. P.C. van Schelven
SamenvattingAuteursinformatie

    De Algemene Verordening Gegevensbescherming voorziet in een integraal nieuw stelsel van Europese rechtsregels inzake de verwerking en bescherming van persoonsgegevens. Ter versterking van de dataprotectie introduceert de verordening tal van nieuwe verplichtingen voor bedrijven en organisaties. De handhaving binnen de Europese Unie is meer geüniformeerd en het regime van sancties is aanzienlijk verzwaard. Dit artikel geeft een beknopt overzicht van de belangrijkste vernieuwingen.


Mr. I.P.V. van Schelven

Mr. P.C. van Schelven
Mr. P.C. (Peter) van Schelven is zelfstandig IT-jurist. Mr. I.P.V. (Ivo) van Schelven is bedrijfsjurist bij RES Software te ’s-Hertogenbosch. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel.
Artikel

Het Schrems/Facebook-arrest en de gevolgen voor internationale doorgifte

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 3 2016
Trefwoorden persoonsgegevens, internationale doorgifte, Safe Harbour, artikel 8 Handvest, Privacy Shield
Auteurs Mr. O.L. van Daalen
SamenvattingAuteursinformatie

    De overdracht van persoonsgegevens naar de Verenigde Staten vond tot voor kort plaats op basis van de zogenoemde Safe Harbour-beschikking. Het Hof heeft die beschikking een paar maanden geleden ongeldig verklaard. Dit is een uitspraak met serieuze gevolgen voor de doorgifte van persoonsgegevens buiten Europa en voor privacybescherming in het algemeen. Wat is de redenering van het Hof van Justitie en wat zijn de gevolgen?
    HvJ 6 oktober 2015, zaak C-362/14, Facebook/Schrems, ECLI:EU:C:2015:650


Mr. O.L. van Daalen
Mr. O.L. (Ot) van Daalen is onderzoeker bij het Instituut voor Informatierecht van de Universiteit van Amsterdam en advocaat te Amsterdam.
Artikel

Kroniek Arbeidsrecht

Tijdschrift Advocatenblad, Aflevering 4 2016
Auteurs Karol Hillebrandt en Christiaan Oberman

Karol Hillebrandt

Christiaan Oberman

Halime Celik
Halime Celik is advocaat bij Boumans & Partners Advocaten in Maastricht en advocaat-redactielid van het Advocatenblad.
Toont 41 - 60 van 72 gevonden teksten
1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.