Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 80 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging x Rubriek Article x
Artikel

Beginnen met KEI

Procesinleiding en oproepingsbericht in de civiele vorderingsprocedure

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2018
Trefwoorden KEI, procesinleiding, oproepingsbericht, art. 113 Rv, art. 115 Rv
Auteurs Mr. J.H. Rutten
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage gaat over de procesinleiding en het daarmee samenhangende oproepingsbericht in de nieuwe civiele vorderingsprocedure onder KEI. Het is geschreven naar aanleiding van de eerste ervaringen met KEI. Het artikel geeft een praktische handleiding voor de inleiding van een civiele vorderingsprocedure onder KEI en het licht een aantal specifieke onderwerpen in dit verband uit. Onderwerpen die aan bod komen, zijn onder meer de procesinleiding, het oproepingsbericht in de verschillende verschijningsvormen, de modellen van de Rechtspraak van het oproepingsbericht in de 113-procedure, het omgaan met fouten in de procesinleiding of het oproepingsbericht en de betekening aan buitenlandse verweerders.


Mr. J.H. Rutten
Mr. J.H. Rutten is docent bij de Juridische deeltijdopleidingen van de Hogeschool Utrecht, onder andere voor de afstudeerrichting kandidaat-gerechtsdeurwaarder. Hij geeft onder meer les over de civiele procesinleiding en over internationale betekening. Tot 2016 was hij (toegevoegd) gerechtsdeurwaarder in Arnhem.
Artikel

Naar een moderner burgerlijk bewijsrecht?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Adviesrapport, Bewijs, Informatiegaring, Modernisering, KEI
Auteurs Mr. Y.A. Wehrmeijer en Mr. drs. E.M. Hoogervorst
SamenvattingAuteursinformatie

    Het in april 2017 verschenen adviesrapport ‘Modernisering burgerlijk bewijsrecht’ geeft aanleiding tot discussie. Kern van het advies is het verleggen van de aandacht van informatiegaring tijdens de procedure naar informatiegaring voorafgaand daaraan. Het rapport besteedt eveneens aandacht aan de exhibitieplicht en diverse bewijsverrichtingen. Na een overzicht van de voorstellen uit het adviesrapport geven de auteurs hun visie op de voorgestelde preprocessuele bewijsgaringsverplichtingen en de daarbij voorgestelde sancties. Het voorstel om de criteria van de exhibitieplicht en de voorlopige bewijsverrichtingen gelijk te trekken kan op hun steun rekenen. Suggesties met betrekking tot bewijsbeslag en (schriftelijk) getuigenbewijs passeren ook de revue.


Mr. Y.A. Wehrmeijer
Mr. Y.A. Wehrmeijer is advocaat bij Houthoff.

Mr. drs. E.M. Hoogervorst
Mr. drs. E.M. Hoogervorst is Professional Support Lawyer bij Houthoff.
Diversen

Naar een betere opbrengst van de deskundigeninbreng

Verslag van de voorjaarsvergadering 2017 van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2017
Auteurs Mr. J.J. Dammingh en Mr. L.M. van den Berg
Auteursinformatie

Mr. J.J. Dammingh
Mr. J.J. Dammingh is universitair hoofddocent burgerlijk (proces)recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en tevens advocaat te Nijmegen.

Mr. L.M. van den Berg
Mr. L.M. van den Berg is stafjurist in de Rechtbank Gelderland en tevens verbonden aan de sectie burgerlijk (proces)recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Schikken, of toch maar niet?

Een onderzoek naar het verschil in werking tussen een rechterlijke uitspraak en een schikking neergelegd in een proces-verbaal

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2017
Trefwoorden schikking, proces-verbaal, vaststellingsovereenkomst, rechterlijke uitspraak
Auteurs Mr. M.W. Knigge
SamenvattingAuteursinformatie

    Zowel een rechterlijke uitspraak als een schikking neergelegd in een proces-verbaal levert een executoriale titel op. Voor het overige bestaan echter grote verschillen in werking tussen beide. Een schikking neergelegd in een proces-verbaal is een overeenkomst, zodat de rechtsgevolgen worden bepaald door het overeenkomstenrecht. Meer specifiek is sprake van een vaststellingsovereenkomst. In dit artikel is een aantal knelpunten gesignaleerd dat voortvloeit uit dit verschil in werking en zijn suggesties gedaan om deze knelpunten te ondervangen.


Mr. M.W. Knigge
Mw. mr. M.W. Knigge is universitair docent Burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Griffierechten vanuit rechtseconomisch oogpunt

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2017
Trefwoorden griffierechten, rechtseconomie, gedragseconomie, toegang tot de rechter, ongefundeerde vorderingen
Auteurs Mr. drs. T. Vleeschhouwer
SamenvattingAuteursinformatie

    Griffierechten in civiele zaken vormen een bron van debat. Voorstanders wijzen erop dat griffierechten ongefundeerde vorderingen tegengaan. Tegenstanders vrezen ervoor dat de toegang tot de rechter belemmerd wordt. Dit artikel bespreekt de totstandkoming van het Nederlandse griffierechtensysteem en ontwikkelt daarnaast een rechtseconomisch model op basis van gedragseconomische inzichten om te beoordelen of griffierechten inderdaad de toegang tot de rechter beperken. Deze analyse laat zien dat het Nederlandse griffierechtenstelsel degressief is; bij vorderingen met een hogere geldwaarde wordt relatief minder griffierecht geheven. Het rechtseconomische model voorspelt juist dat een progressief stelsel, waarbij de griffierechten laag zijn bij lage vorderingen en relatief steeds hoger worden bij hogere vorderingen, de toegang tot de rechter het minst beperkt. Het verdient dan ook aanbeveling om het stelsel te heroverwegen.


Mr. drs. T. Vleeschhouwer
Mr. drs. T. Vleeschhouwer is advocaat-stagiair bij Houthoff te Rotterdam.
Artikel

Access_open Staatsimmuniteit van executie: beslagmogelijkheden voor crediteuren na de herfstarresten van de Hoge Raad (2016)

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Staatsimmuniteit, Executie, Beslag, Hoge Raad, Internationaal gewoonterecht
Auteurs Prof. dr. C.M.J. Ryngaert
SamenvattingAuteursinformatie

    In de herfst van 2016 heeft de Hoge Raad een aantal belangwekkende arresten inzake de staatsimmuniteit van executie gewezen, waarin hij met name het vermoeden bevestigt dat de vreemde staat immuniteit geniet in zowel executoriale als conservatoire beslagprocedures. De schuldeiser kan dit vermoeden weerleggen door te bewijzen dat de beoogde beslagobjecten gebruikt worden of bestemd zijn voor andere dan publieke doeleinden. Een en ander doet de vraag rijzen in hoeverre de schuldeiser de volgens de Hoge Raad op hem rustende stelplicht en bewijslast kan effectueren, en bijgevolg in hoeverre hij nog executiemaatregelen kan nemen ten aanzien van goederen van vreemde staten. Deze bijdrage situeert de arresten van de Hoge Raad in een internationaalrechtelijke context. Vervolgens wordt aangevoerd dat de Hoge Raad de op de schuldeiser rustende stelplicht praktisch werkbaar heeft willen houden teneinde de bescherming die de restrictieve immuniteitsleer aan de schuldeiser hoort te bieden niet illusoir te maken. De schuldeiser kan ermee volstaan aannemelijk te maken dat de onmiddellijke bestemming of het onmiddellijke gebruik van de opbrengsten uit de schuldvordering niet-publiek of niet-soeverein van aard zijn. Ten slotte wordt geargumenteerd dat de algemene gewoonterechtelijke regels inzake staatsimmuniteit niet onverkort gelden voor een bijzondere categorie van executieprocedures, namelijk deze die betrekking hebben op arbitrale vonnissen. Door met arbitrage in te stemmen wordt de betrokken vreemde staat geacht afstand te hebben gedaan van de immuniteit waarop hij eventueel recht heeft. De conclusie is dat de Hoge Raad de deur niet volledig heeft dichtgedaan voor schuldeisers die beogen beslag te leggen op goederen van vreemde staten,


Prof. dr. C.M.J. Ryngaert
Prof. dr. C.M.J. Ryngaert is hoogleraar internationaal publiekrecht aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Herstel van verzuim en strijd tegen tegenstrijdige beslissingen. Over de oproeping van derden ex artikel 118 Rv

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2017
Trefwoorden procesrecht, oproeping van derden, tegenstrijdige beslissingen, gedwongen (voeging en) tussenkomst, deformalisering
Auteurs Mr. J.A. Möhlmann
SamenvattingAuteursinformatie

    Artikel 118 Rv bevat processuele voorschriften voor de oproeping van derden in het geding. Een geldig opgeroepen derde is gebonden aan de tussen eiser en gedaagde te wijzen uitspraak. Over de mogelijkheden om dit artikel toe te passen bestaat veel onduidelijkheid. In de eerste plaats oordeelt de Hoge Raad met enige regelmaat, maar vaak zonder (duidelijke) motivering, dat de eiser in de gelegenheid moet worden gesteld een ten onrechte niet opgeroepen partij via artikel 118 Rv alsnog in het geding te betrekken. In de tweede plaats oordelen rechtbanken de afgelopen jaren tegenstrijdig over de vraag of artikel 118 Rv wel of niet mag worden toegepast om derden, op verzoek van de gedaagde, op te roepen met het doel een risico op tegenstrijdige beslissingen te voorkomen. Een nadere analyse van de wetsgeschiedenis en jurisprudentie van de Hoge Raad biedt duidelijkheid.


Mr. J.A. Möhlmann
Mr. J.A. Möhlmann is advocaat bij Van Benthem & Keulen te Utrecht.

    Het leerstuk van ambtshalve toetsing in consumentenzaken heeft zich ontwikkeld tot een gewichtige factor, waarbij een aantal nationale begrenzingen van het processueel debat in eerste aanleg en appel is losgelaten. Ambtshalve toetsing is gestoeld op de veronderstelling dat de consument zich tegenover zijn professionele wederpartij in een zwakke onderhandelingspositie bevindt en over minder informatie beschikt. Dit artikel gaat in op de vraag of er voldoende rechtvaardiging bestaat voor ambtshalve toetsing als de processuele belangen van een consument worden behartigd door een belangenorganisatie.


Mr. F.E. Vermeulen
Mr. F.E. Vermeulen is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.

Mr. T.L. Schasfoort
Mr. T.L. Schasfoort is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Procesfinanciering door derden: een oplossing of een probleem?

Verslag van de najaarsvergadering 2016 van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2017
Auteurs Mr. J.J. Dammingh en Mr. L.M. van den Berg
Auteursinformatie

Mr. J.J. Dammingh
Mr. J.J. Dammingh is universitair hoofddocent burgerlijk (proces)recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en tevens advocaat te Nijmegen.

Mr. L.M. van den Berg
Mr. L.M. van den Berg is stafjurist in de Rechtbank Gelderland en tevens verbonden aan de sectie burgerlijk (proces)recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Hart, handen & voeten: de mondelinge behandeling en de pleitnota na KEI

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 2 2017
Trefwoorden KEI, mondelinge behandeling, art. 22 Rv, art. 30k Rv, oral hearing
Auteurs Mr. C.J-A. Seinen
SamenvattingAuteursinformatie

    Na invoering van KEI zal de civiele rechter in veel zaken meteen na de mondelinge behandeling uitspraak doen; alle stukken en stellingen moeten voortaan vóór de zitting zijn ingediend, en rechters worden geacht vaker instructies geven om dit te bewerkstelligen. Nieuw is deze wens niet; wel nieuw is dat de wetgever haar in de wet heeft geëxpliciteerd en op de overtreding van enkele sleutelbepalingen concretere sancties stelt. Deze bijdrage onderzoekt of de wetgever met die wijzigingen de al decennia gewenste ‘cultuuromslag’ in het civiele proces eindelijk afdwingt; praktische vraag daarbij is of partijen nog wel een pleitnota mogen indienen.


Mr. C.J-A. Seinen
Mr. C.J-A. Seinen is cassatieadvocaat bij Ekelmans & Meijer Advocaten en gastonderzoeker bij het Amsterdam Centre for Comprehensive Law van de Vrije Universiteit.
Artikel

De herschikte EEX-Vo en derde landen: het formele toepassingsgebied van de Verordening nader bezien

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Formeel toepassingsgebied, Herschikte EEX-Vo, Derde landen, Forumkeuze, Exclusieve bevoegdheden
Auteurs Mr. dr. L.M. van Bochove
SamenvattingAuteursinformatie

    De vraag naar het toepassingsbereik van de Europese bevoegdheidsregels in civiele zaken die aanknopingspunten hebben met derde landen is al vele decennia punt van discussie. Deze bijdrage behandelt de wijzigingen die de herschikking van de EEX-Vo op dit punt heeft gebracht en besteedt tevens aandacht aan de resterende controverses. Betoogd wordt dat, wanneer de verweerder woonplaats heeft in een lidstaat, de rechter zijn bevoegdheid moet bepalen op basis van de Verordening. Omwille van de rechtszekerheid en partijautonomie dient hierop echter een uitzondering te worden gemaakt voor de forumkeuze ten gunste van het gerecht van een niet-lidstaat.


Mr. dr. L.M. van Bochove
Mr. dr. L.M. van Bochove is universitair docent Internationaal Privaatrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

De dwingende bewijskracht van onderhandse akten en de leer van de verklaringsfictie

Het belang van art. 157 Rv nader beschouwd

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Dwingende bewijskracht, Akte, Verklaringsfictie, Bewijsverklaringsclausule, 157 Rv
Auteurs Mr. L.A. van Amsterdam
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn artikel bespreekt mr. L.A. van Amsterdam de dwingende bewijskracht die art. 157 Rv aan onderhandse akten toekent. Komt deze bewijskracht (ook) toe aan een bepaling in een ‘standaardakte’ dat bepaalde documentatie of informatie is verstrekt, of moet - zoals in de procespraktijk nog wel eens wordt betoogd - een dergelijke clausule als een ‘verklaringsfictie’ worden aangemerkt? Mr. Van Amsterdam gaat in op de achtergrond en het belang van art. 157 Rv, behandelt rechtspraak waarin de leer van de verklaringsfictie een rol speelt, en plaatst enkele kanttekeningen bij deze leer


Mr. L.A. van Amsterdam
Mr. L.A. van Amsterdam is advocaat bij NautaDutilh
Artikel

Access_open Termijnen voor oproeping en verschijnen onder KEI

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2016
Trefwoorden KEI, Oproeping, Dagvaarding, Termijnen, 6 EVRM
Auteurs Prof. dr. mr. T.F.E. Tjong Tjin Tai
SamenvattingAuteursinformatie

    De termijnenregeling onder het gewijzigde recht ingevolge KEI is gecompliceerd doch heeft weinig aandacht gekregen. In dit artikel wordt deze regeling geanalyseerd op basis van een vergelijking met de tot en met 2016 geldende regeling, en wordt daarnaast een dogmatisch kader opgezet aan de hand waarvan de verschillende functies van oproeping en verschillende soorten termijnen kunnen worden geplaatst. Daarnaast worden enkele onduidelijkheden en knelpunten gesignaleerd en oplossingen hiervoor gesuggereerd.


Prof. dr. mr. T.F.E. Tjong Tjin Tai
Prof. dr. mr. T.F.E. Tjong Tjin Tai is hoogleraar privaatrecht aan Tilburg University en onderzoeker bij het Tilburg Instituut voor Privaatrecht.
Artikel

Vindt de consumentenbescherming haar grens in het appelprocesrecht?

Gedachten naar aanleiding van HR 26 februari 2016

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Hoger beroep, Ambtshalve toetsing, Grenzen van de rechtsstrijd, Openbare orde
Auteurs Mr. M. Nieuwenhuijs en Mr. M.E.A. Möhring
SamenvattingAuteursinformatie

    De Hoge Raad heeft op 26 februari 2016 nader uitgewerkt in welke gevallen de appelrechter ambtshalve moet toetsen. In dit artikel wordt ingegaan op de begrippen “het door de grieven ontsloten gebied” en “de grenzen van de rechtsstrijd”. Daarnaast wordt nagegaan of de lijn van de Hoge Raad strookt met het EU-recht en of verbeteringen in het Nederlandse systeem mogelijk zijn.


Mr. M. Nieuwenhuijs
Mr. M. Nieuwenhuijs is senior juridisch medewerker bij team kanton van de rechtbank Amsterdam.

Mr. M.E.A. Möhring
Mr. M.E.A. Möhring is wetenschappelijk medewerker bij de Hoge Raad.
Diversen: Verslag

Rechtspraak en politiek: hoe leven die samen in het ene huis, dat democratische rechtsstaat heet?

Verslag van de voorjaarsvergadering 2016 van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2016
Auteurs Mr. J.J. Dammingh en Mr. L.M. van den Berg
Auteursinformatie

Mr. J.J. Dammingh
Mr. J.J. Dammingh is universitair hoofddocent burgerlijk (proces)recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mr. L.M. van den Berg
Mr. L.M. van den Berg is senior juridisch medewerker in de rechtbank Gelderland en tevens verbonden aan de sectie burgerlijk (proces)recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Access_open KEI en wat er (niet) verandert in het procesrecht in het civiele hoger beroep

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2016
Trefwoorden KEI, Hoger beroep, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Auteurs Mr. drs. F.J.P. Lock
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel beoogt in kaart te brengen wat er met de invoering van het programma Kwaliteit en Innovatie rechtspraak (KEI) en de daarbij horende wijzigingen in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvorderingen al dan niet verandert in het appelprocesrecht.


Mr. drs. F.J.P. Lock
Mr. drs. F.J.P. Lock is senior-raadsheer in gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en tevens als onderzoeker verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Personele eenheid van behandeling en uitspraak. Over HR 31 oktober 2014 (ECLI:NL:HR:2014:3076)

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2016
Trefwoorden procesrecht, recht op een mondelinge behandeling, personele eenheid van behandeling en uitspraak, procedure bij vervanging van rechter(s), rechterlijk overgangsrecht
Auteurs Mr. dr. J.P. de Haan en Mr. dr. M.R.T. Pauwels
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage analyseert het arrest HR 31 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3076. Dit arrest bevat de regel dat er personele eenheid van behandeling en uitspraak behoort te zijn, en geeft een stappenplan voor het geval na de mondelinge behandeling vervanging van de behandelend rechter noodzakelijk is. De auteurs concluderen dat het om een belangwekkend arrest gaat, niet alleen wegens het grote praktische belang voor de praktijk, maar ook omdat – op het niveau van procesrechtelijke beginselen – het belang van het procesrechtelijke beginsel van een recht op een mondelinge behandeling wordt onderstreept. De auteurs concluderen verder dat bij nadere beschouwing het arrest nog verscheidene vragen oproept, zoals welke soorten mondelinge behandelingen onder het arrest vallen, wanneer het stelsel van de Hoge Raad uitgewerkt is en wanneer tussentijdse vervanging van een rechter geoorloofd is. Ook de door de Hoge Raad gegeven regel van overgangsrecht wordt aan een beschouwing onderworpen.


Mr. dr. J.P. de Haan
Mr. dr. J.P. de Haan is raadsheer bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, afdeling civiel.

Mr. dr. M.R.T. Pauwels
Mr. dr. M.R.T. Pauwels is verbonden aan het Fiscaal Instituut Tilburg van Tilburg University en werkzaam als rechter bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant, team belastingrecht.
Artikel

Enkele inhoudelijke aspecten van KEI: waar gaat en waar moet het naartoe?

Verslag van de najaarsvergadering 2015 van de Nederlandse Vereniging voor Procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2016
Auteurs Mr. J.J. Dammingh en Mr. L.M. van den Berg
Auteursinformatie

Mr. J.J. Dammingh
Mr. J.J. Dammingh is universitair hoofddocent burgerlijk (proces)recht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mr. L.M. van den Berg
Mr. L.M. van den Berg is senior juridisch medewerker in de rechtbank Gelderland en tevens verbonden aan de sectie burgerlijk (proces)recht van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Beginselen van procesrecht en de hoogste rechter: mag, moet en gaat de Hoge Raad ooit in dialoog met het EHRM?

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 1 2016
Trefwoorden procesrecht, dialoog tussen rechterlijke instanties, zestiende protocol bij het EVRM
Auteurs Prof. mr. G. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Het procesrecht kent diverse instrumenten om de dialoog tussen rechterlijke instanties te bevorderen. De dialoog tussen nationale rechters enerzijds en HvJ EU en EHRM anderzijds is onder meer van belang voor effectieve grondrechtenbescherming in Nederland. Met het zestiende protocol bij het EVRM kan, als het voor Nederland in werking treedt, naar verwachting de dialoog tussen rechters in Nederland en het EHRM verder worden ontwikkeld.


Prof. mr. G. de Groot
Prof. mr. G. de Groot is raadsheer in de Hoge Raad tevens bijzonder hoogleraar Rechtspraak en conflictoplossing aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Het EVRM, Unierecht en de nationale rechter

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2015
Trefwoorden dialoog, EHRM, HvJ EU, Protocol 16, Bosphorus-vermoeden
Auteurs Mr. J. Silvis
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt ingegaan op de dialoog tussen nationale gerechten en het EHRM en op die tussen het EHRM en het Hof van Justitie. Voor de dialoog tussen de hoogste nationale gerechten en het EHRM is het optioneel Protocol 16 bij het EVRM van grote betekenis. De toetreding van de EU tot de mensenrechtenconventie staat onder druk, aangezien het Hof van Justitie in opinie 2/13 een reeks zwaarwegende problemen heeft gesignaleerd en negatief heeft geadviseerd op een concept-toetredingsakkoord.


Mr. J. Silvis
Mr. J. Silvis is rechter in het Europees Hof voor de Rechten van de Mens te Straatsburg.
Toont 41 - 60 van 80 gevonden teksten
1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.