Zoekresultaat: 49 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2010 x Rubriek Artikel x
Artikel

De ovenbouwers van de Holocaust

Een casestudie van organisatiecriminaliteit

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2010
Trefwoorden Tweede Wereldoorlog, Holocaust, Organisatiecriminaliteit, Duitsland
Auteurs Prof. dr. Wim Huisman en BSc Annika van Baar
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, theories on organisational crime are applied to the involvement of the German corporation Topf & Söhne in the Holocaust. This corporation produced ovens for various concentration and destruction camps in Germany and Poland and contributed significantly to the execution of the Holocaust with their innovative products. The motivation to procure these ovens to the SS does not seem to stem from force, ideological agreement or maximisation of profit. Instead loss-minimisation and a ‘culture of perfection’ seem to form the explanation. Opportunity was provided by the Nazi-Germany regime and the knowledge and skills were already at hand within the organisation. Because of the close collaboration between these two parties, this case can be qualified as a form of state-corporate crime. Administrative, political and social control was absent and neutralisations only seem to have been formed after the Holocaust. The analysis shows how theories about ‘regular’ organisational criminality can form an explanation of the involvement of corporations in international crimes.


Prof. dr. Wim Huisman
Prof. dr. W. Huisman is hoogleraar Criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam, w.huisman@rechten.vu.nl.

BSc Annika van Baar
A. van Baar BSc. is student-assistent aan de Vrije Universiteit Amsterdam, a.vanbaar@rechten.vu.nl.
Artikel

De stilte rondom Madoff

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2010
Trefwoorden Fraude, Madoff, Oplichting, Verenigde Staten
Auteurs Prof. dr. Henk van de Bunt
SamenvattingAuteursinformatie

    This article focuses on the Madoff case which came to light at the end of 2008. Remarkable for this case is that Madoff could go on with his scam for a very long time. Failing supervision was not the only reason for this. Madoff’s qualities – disguising the illegal activities and his social stature – cannot explain the whole puzzle. The social network, a ‘secret society’ and the fact that people involved went on with it, even when knowing that ‘it was too good to be true’ are explained in this article.


Prof. dr. Henk van de Bunt
Henk van de Bunt is hoogleraar criminologie aan de Erasmusuniversiteit te Rotterdam, vandebunt@frg.eur.nl.
Artikel

Het beoordelen van risico’s: een subjectieve zaak

Tijdschrift Tijdschrift voor Veiligheid, Aflevering 1 2010
Trefwoorden Risicoperceptie, Heuristieken, Risicocommunicatie
Auteurs Jop Groeneweg
SamenvattingAuteursinformatie

    In measuring safety a difference appears to exist between ‘objectively measured safety’ and the subjective perception by the public. Objectively spoken the level of criminality in a neighbourhood may have gone down, but that doesn’t necessary mean that the people living there ‘feel equally safer’. Psychology gives a number of explanations for this phenomenon. For example, the knowledge, the differences in thinking styles and communication about safety with citizens play an important role. This should not be seen as a case of non-rational thinking, but rather of systematic irrationality. These people are not ‘dumb’, they have (sometimes hard-wired) ways of handling information about complex issues like safety that require them to take ‘mental shortcuts’ (heuristics) in order to estimate the risks they are exposed to. This paper will focus on some of the psychological laws that guide our risk perception and surprisingly enough, the ‘objective risk’ seems to be of relatively little importance if compared with other, more subjective factors. Many of the factors relate to the nature of information citizens are exposed to: a risk that this described in easy to imagine way leads to a different evaluation of that risk compared with a less conspicuous presentation. Also the level of expertise of the ‘receiving end’ must be taken into account. Lay-people have different ways to look at risks compared with experts in a certain domain. The discussion on how to improve safety is probably best served with a continuing debate between ‘rational, objective’ and ‘systematic irrational, subjective’ mental models, while recognising their respective strengths and weaknesses. These findings may assist policy makers in particular in the formulation of policy that, in addition to the security objective as such, also improves the perception of safety.


Jop Groeneweg
Jop Groeneweg is Projectleider Menselijk falen bij de Werkgroep Veiligheid, Universiteit Leiden, Postbus 9555, 2300 RB Leiden. E-mail: groeneweg@fsw.leidenuniv.nl.
Artikel

Bijdrage van ratingbureaus aan ontstaan kredietcrisis onderzocht

Doet de verordening inzake ratingbureaus genoeg om een nieuwe zeperd te voorkomen?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2010
Trefwoorden credit rating agencies, CRA Verordening, mortgage-backed securities, kredietbeoordelaars, securitisatie
Auteurs Mr. B.A. Boersma
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt stilgestaan bij de opkomst van kredietbeoordelaars in Europa en hun belangrijkste werkzaamheden. In dit kader wordt ingegaan op de redenen voor het overschatten van de kredietwaardigheid van gestructureerde financieringsinstrumenten door ratingbureaus en de negatieve bijdrage die dat heeft geleverd aan het ontstaan van de kredietcrisis. Tevens wordt de CRA Verordening besproken en wordt gekeken of ratingbureaus in Nederland aansprakelijk kunnen worden gehouden voor gebrekkige kredietbeoordelingen. Het artikel wordt afgesloten met een bespreking van een mogelijke aanvulling op de CRA Verordening, te weten het oprichten van een communautair ratingbureau voor het beoordelen van gestructureerde financieringsinstrumenten.


Mr. B.A. Boersma
Mr. B.A. Boersma is advocaat bij Loyens & Loeff te Amsterdam.
Artikel

Handhaving van IFRS, er is nog ruimte voor verbetering

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2010
Trefwoorden IAS-Verordening, IAS, financiële verslaggeving, verslaggevingsregels
Auteurs Mr. drs. H.K.O. Reimers
SamenvattingAuteursinformatie

    Per 2005 is de toepassing van IAS/IFRS verplicht voor de geconsolideerde jaarrekening van effectenuitgevende instellingen in de EU . De grondslag hiervoor ligt in de IAS-Verordening 1606/2002/EG. De doelstellingen van de IAS-Verordening zijn verbetering van de vergelijkbaarheid en transparantie van financiële verslaggeving. Om dit te bereiken, worden in de literatuur drie voorwaarden genoemd: (1) kwalitatief hoogwaardige standaarden, (2) dwingende regelgeving en (3) effectief toezicht. In deze bijdrage worden deze drie voorwaarden besproken. Daarnaast wordt stilgestaan bij de vraag of de doelstellingen van de IAS-Verordening zijn bereikt en op welke punten verbetering gewenst is.


Mr. drs. H.K.O. Reimers
Mr. drs. H.K.O. Reimers AA CPA is advocaat bij Nauta Dutilh N.V. te Rotterdam en bestuurslid van de NOvAA.

    In oktober 2009 heeft het Hof van Justitie uitspraak gedaan in de zaken Wolzenburg en ČEZ; beide in een grote kamer. Deze zaken waren overigens niet gevoegd en betreffen materieelrechtelijk totaal verschillende regimes: het Europees Aanhoudingsbevel, respectievelijk het Euratom-Verdrag. Desalniettemin kwam in beide zaken de vraag aan de orde in hoeverre nationale wetgeving kon worden getoetst aan het verbod op discriminatie naar nationaliteit van artikel 12 EG-Verdrag (thans art. 18 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna: VWEU). Artikel 12 EG-Verdrag is alleen van toepassing binnen de werkingssfeer van het EG-Verdrag, terwijl beide zaken niet het EG-Verdrag betroffen, maar een kaderbesluit op grond van de (voormalige derde pijler) van het EU-Verdrag, respectievelijk het Euratom-Verdrag. Volgens het Hof in de zaak Wolzenburg kunnen uitvoeringsmaatregelen van een (derde pijler) kaderbesluit direct worden getoetst aan artikel 12 EG-Verdrag (thans art. 18 VWEU). In de zaak ČEZ concludeerde het Hof daarentegen dat een zaak die binnen de reikwijdte van het Euratom-Verdrag valt niet (rechtstreeks) kan worden getoetst aan artikel 12 EG-Verdrag (thans art. 18 VWEU), maar dat dat slechts kon via de band van het algemene gelijkheidsbeginsel. Twee verschillende oplossingen, met hetzelfde resultaat. Deze oplossingen zijn mijns inziens overigens in lijn met het Verdrag van Lissabon en het lijkt erop dat het Hof daarmee alvast een voorschot neemt op de nieuwe (systematiek van de) verdragen.


Mr. W.W. Geursen
Mr. W.W Geursen is promovendus aan de Vrije Universiteit, Amsterdam.
Artikel

Access_open A letter of comfort: does it offer any comfort?

Een beschouwing over de letter of comfort naar Nederlands recht met een blik over de grens

Tijdschrift Vermogensrechtelijke Analyses, Aflevering 1 2010
Trefwoorden letter of comfort, patronaatsverklaring, uitleg, toepasselijk recht
Auteurs Mr. dr. S.A. Kruisinga en Mr. L. Leber
SamenvattingAuteursinformatie

    Een letter of comfort, ook wel patronaatsverklaring genoemd, is een verklaring die door een moedermaatschappij kan worden afgegeven als onderdeel van de zekerheidsstelling in het kader van kredietverstrekking aan haar dochter. De bedoeling van een dergelijke verklaring is de kredietverstrekker gerust te stellen terzake de terugbetaling van het krediet door de dochter. Een comfort letter kan ook door de moedermaatschappij worden afgegeven als going concern verklaring in verband met de waardering van de bezittingen en schulden van de dochter. Gezien het huidig economisch klimaat is de verwachting gewettigd dat accountants vaker een dergelijke verklaring van de moedermaatschappij zullen vragen alvorens een goedkeurende verklaring te kunnen afgeven. De inhoud van comfort letters is echter niet vastomlijnd. De positie van de letter of comfort in het Nederlandse recht staat in deze bijdrage centraal.


Mr. dr. S.A. Kruisinga
Mw. mr. dr. S.A. Kruisinga is verbonden aan het Molengraaff Instituut voor privaatrecht van de Universiteit Utrecht.

Mr. L. Leber
Mw. mr. L. Leber is verbonden aan het Molengraaff Instituut voor privaatrecht van de Universiteit Utrecht.
Artikel

De rechter als regelgever

Over rechtersregelingen en rechtsvorming door de (bestuurs)rechter

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2010
Trefwoorden rechtersregeling, rechtsvorming, rechterlijk beleid, beleidsruimte, interpretatieruimte
Auteurs Mr. dr. J.C.A. de Poorter
SamenvattingAuteursinformatie

    De rechter voert in zekere zin beleid wanneer hij het recht bedrijft. Dit beleid is vaak neergelegd in niet als zodanig voor de rechtsgemeenschap kenbare, richtinggevende afspraken. De rechtsgemeenschap komt die slechts op het spoor door het bestuderen van de jurisprudentie. In andere gevallen neemt het beleid echter de vorm aan van in voor de rechtsgemeenschap kenbare beleidsregels, neergelegde afspraken. Vanuit rechtsstatelijke optiek zijn dergelijke rechtersregelingen niet zonder meer problematisch. Zeker niet waar de rechter enige beleidsruimte wordt gelaten. Wel vergt het openbaar maken van rechtersregelingen telkens een afweging van belangen van rechtszekerheid en rechtsgelijkheid tegenover het belang van de individuele rechtsbedeling. Wanneer de rechter niet over beleidsruimte, maar over enige mate van interpretatieruimte beschikt, lijkt een rechtersregeling minder aangewezen. De rechter spreekt in dergelijke gevallen door middel van zijn uitspraken.


Mr. dr. J.C.A. de Poorter
Mr. dr. J.C.A. de Poorter is raadadviseur bij de Raad van State. J.dePoorter@RaadvanState.nl
Artikel

De rechter als wetgever: uniforme rechtstoepassing in rechtersregelingen vanuit staatsrechtelijk perspectief

Tijdschrift RegelMaat, Aflevering 1 2010
Trefwoorden rechtseenheid, uniforme rechtstoepassing, rechtspraak, rechterlijke organisatie
Auteurs Prof. mr. P.P.T. Bovend’Eert
SamenvattingAuteursinformatie

    De totstandkoming van de nieuwe kantonrechtersformule in 2008 riep de vraag op of de rechter deze regeling inzake de hoogte van ontslagvergoedingen niet beter aan de wetgever kan laten. Rechtersregelingen zijn nog altijd omstreden vanuit een constitutioneel perspectief bezien. Onduidelijk is of het positieve (constitutionele) recht voldoende grondslag biedt voor dit optreden van de rechter als quasiwetgever. Daarnaast is het de vraag wie rechtersregelingen mogen vaststellen, in hoeverre zij bindend zijn en op welke onderwerpen zij betrekking kunnen hebben. Op deze vragen wordt in deze bijdrage nader ingegaan.


Prof. mr. P.P.T. Bovend’Eert
Prof. mr. P.P.T. Bovend’Eert is hoogleraar Staatsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen. P.BovendEert@jur.ru.nl
Toont 41 - 49 van 49 gevonden teksten
1 3 »
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.