Zoekresultaat: 270 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2011 x Rubriek Artikel x
Artikel

Eén jaar Wabo-jurisprudentie

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden Wabo, Jurisprudentie, één jaar, Knelpunten
Auteurs Mr. J.R. van Angeren en Mevr. mr. V.M.Y. van ‘t Lam
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is op dit moment iets meer dan een jaar in werking. Voor de auteurs vormde dat een reden om terug te blikken op één jaar ‘Wabo’-ervaring. Wat zijn tot nu toe de ervaringen met de Wabo; in het bijzonder wat zijn tot nu toe opvallende of van belang zijnde uitspraken over de Wabo? De conclusie is dat een jaar nadat de Wabo in werking is getreden er veel voorlopige voorzieningen zijn gewezen waarin de Wabo aan de orde is. Veel van die zaken gaan over het overgangsrecht en handhaving. Er zijn weinig uitspraken gewezen over omgevingsvergunningen die zien op verschillende van de in artikel 2.1 en 2.2 Wabo genoemde activiteiten, terwijl de doelstelling van de Wabo nu juist was dergelijke vergunningen mogelijk te maken. Er zijn over diverse onderwerpen uitspraken gewezen waarin bepaalde aspecten – bijvoorbeeld aspecten die voor de inwerkingtreding van de Wabo onduidelijk waren – nader worden uitgelegd. Ook zijn bepaalde in de literatuur genoemde knelpunten van de Wabo in jurisprudentie (al dan niet geheel) opgelost, zoals het belanghebbendebegrip en de vraag wat onder onlosmakelijke samenhang moet worden verstaan. Niet alle in de literatuur gesignaleerde knelpunten over de Wabo zijn in jurisprudentie opgelost, zoals de vraag hoe het begrip project moet worden uitgelegd. De auteurs wachten met spanning af op de contouren van de nieuwe Omgevingswet.


Mr. J.R. van Angeren
Mr. J.R. van Angeren is advocaat en partner bij Stibbe.

Mevr. mr. V.M.Y. van ‘t Lam
Mevr. mr. V.M.Y. van ’t Lam is advocaat bij Stibbe en lid van de redactie van TO.
Artikel

Hersteldimensies in de slachtofferzorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden victim policy, victim restoration, victim assistance, restorative justice
Auteurs Ivo Aertsen en Inge Vanfraechem
SamenvattingAuteursinformatie

    This article sketches some important tendencies in the attention for victims of crime, including in supranational regulation, with regard to the position of the offender and possibilities for restorative justice. The evaluation of victim policy in Belgium offers a view on this topic: victims have certain expectations towards the justice system and pose questions with regard to the offender. A third issue regards the place of restoration within the whole range of consequences of crime for victims: what is the meaning of ‘harm’ and what is the content of ‘restoration’ for victims? A last topic considers the openness of victim assistance programmes with regard to the offender dimension and possibilities of restorative justice. This article thus evaluates the possible link between victim assistance and restorative justice.


Ivo Aertsen
Prof. Dr. Ivo Aertsen is hoogleraar aan het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC), K.U.Leuven.

Inge Vanfraechem
Dr. Inge Vanfraechem is coördinator van het project ‘Victims and restorative justice’ bij het European Forum for Restorative Justice en het Leuvens Instituut voor Criminologie (LINC), K.U.Leuven.
Artikel

Slachtofferbewegingen en herstelrecht

Over het belang van de realiteit achter de stereotypes

Tijdschrift Tijdschrift voor Herstelrecht, Aflevering 4 2011
Trefwoorden victimology, victim movements, social movements, restorative justice
Auteurs Antony Pemberton
SamenvattingAuteursinformatie

    The position of victims of crime has shown marked improvement over the past 30 years. The rise of the victim has been associated with the growth of a unified ‘victim movement’; a social movement that strives to improve the position of victims of crime. However, it is questionable whether the victim movement should be viewed as a unitary phenomenon. Instead of one movement, there appear to be a number of victim movements. There are differences between the victim advocates in the United States, Victim Support in Europe, the violence against women movement and proponents of restorative justice.. In this article, reasons for these differences are sought in victim-endogenous factors: differences in victims’ characteristics and the idealtypes employed by the different movements are an important explanation for the divergent development in organisations representing victims interests, which in turn influences their policy preferences. It is argued that advocates of restorative justice would benefit from understanding both the reality and the distortion involved in the idealtypes, including their own. This would allow proponents of restorative justice to adapt their practices in a manner that is both suitable and convincing to the representative and target group of the different victim movements.


Antony Pemberton
Dr. Antony Pemberton is sociaalwetenschapper en universitair hoofddocent bij het International Victimology Institute Tilburg (INTERVICT) van de Universiteit van Tilburg.

    This contribution examines how the Directive 2008/52/EC of the European Parliament and of the Council of 21 May 2008 on certain aspects of mediation in civil and commercial matters is transposed in various member states of the European Union, or how the discussion about the transposition is conducted or is still ongoing in some countries. The following seven countries are examined: Belgium, the Netherlands, Luxemburg, England, France, Germany and Austria.


Herman Verbist
Prof. dr. mr. Herman Verbist is gastprofessor aan de Universiteit Gent, advocaat bij de balies te Gent en te Brussel, voormalig adviseur bij het Internationaal Hof van Arbitrage van de ICC, erkend bemiddelaar en voormalig plaatsvervangend lid van de Bijzondere Commissie voor Burgerlijke en Handelszaken van de Federale Bemiddelingscommissie in België.
Artikel

Access_open Islam en gedrag: naar een serieuze onderzoeksagenda voor een serieus vraagstuk?

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2011
Trefwoorden Islam, female circumcision, terrorism, academic research
Auteurs Marnix Croes
SamenvattingAuteursinformatie

    If one listens to what the authorities say about matters such as female circumcision and terrorism, Islam has nothing to do with it. These authorities are supported in this opinion by the work of many scientists. A cross section of the Dutch scientific literature on female circumcision and terrorism is discussed here. The upshot is that, regarding female circumcision, the literature is plagued with factual inaccuracies while the question of Islamic terrorism is dealt with in a one-sided and over-simplified way. The article concludes with an alternative research agenda that would help fill the gaps in our knowledge about the role of Islam in the behaviour of Islamic terrorists.


Marnix Croes
Dr. M.T. Croes werkt als onderzoeker bij het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het Minsterie van Veiligheid en Justitie.
Artikel

Access_open Lijfstraffen, godsdienst en opvoeding

Moet de pedagogische tik ook in Suriname als mishandeling worden beschouwd?

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2011
Trefwoorden corporal punishment, Suriname, parenting
Auteurs Monique Veira en Duncan Wielzen
SamenvattingAuteursinformatie

    One educational mean in parenting is corporal punishment. In Suriname it is still customary and accepted that parents use this as an educational tool. Although Surinamese society is structured differently and thinks differently about the use of corporal punishment than Dutch society does, Dutch rules in this regard have been copied into the draft Surinamese Civil Code. This article gives an overview of the sources of Surinamese law on the issue and the main arguments from the debate about whether or not corporal punishment should legally become a form of abuse. It also considers religiously and biblically inspired motives for applying corporal punishment in parenting. The authors argue that legislation on corporal punishment may not necessarily be at odds with public opinion. That may depend on the impact of religious and biblical sources on personal convictions regarding the upbringing of children. The authors also advocate in favor of a loving upbringing of children by their parents. They claim that legislation can promote such an objective, or at least serve as a deterrent to child abuse through corporal punishment on a symbolic level.


Monique Veira
Dr. M.A. Veira studeerde Rechtswetenschappen aan de Universiteit van Suriname, haalde haar onderwijsbevoegdheid aan het Instituut voor de Opleiding van Leraren in Suriname en promoveerde aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam. Momenteel is zij als lector verbonden aan de Universiteit van Suriname. Zij doet onder andere onderzoek naar de verschillende aspecten van de op handen zijn veranderingen in het Surinaamse familierecht.

Duncan Wielzen
Dr. D.R. Wielzen studeerde Theologie, Godsdienstwetenschappen en Onderwijskunde (Educational Studies) aan de Radboud Universiteit Nijmegen en aan de Katholieke Universiteit Leuven. Hij is momenteel werkzaam als pastoraal werker in Den Haag en is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de Katholieke Universiteit Leuven. Hij doet onderzoek op het gebied van de rituele studies en de volksreligiositeit.
Artikel

Access_open Soevereiniteit in eigen kring plooit pluriforme samenleving

Tijdschrift Tijdschrift voor Religie, Recht en Beleid, Aflevering 3 2011
Trefwoorden Principle of equality, discrimination, autonomy, constitutional rights, neutrality
Auteurs Henk Post
SamenvattingAuteursinformatie

    A fundamental principle of a just society is autonomy of societal or communal spheres. This principle contributes to a society in which people develop their own lifestyles according to their own personal convictions. The author argues that such plurality of society will be disrupted if the principle of equality becomes the dominant principle thereby undermining the sovereignty of the communal spheres.


Henk Post
Dr. H. Post is zelfstandig gevestigd als onderzoeker, adviseur en docent; zie: www.drhenkpost.nl.
Artikel

Staatssteun in de zorgsector

Een trage ontwikkeling naar een gelijk speelveld voor zorginstellingen?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2011
Trefwoorden staatssteun, zorgsector, Wmg, marktwerking, gezondheidszorg
Auteurs Mr. Y.A. Maasdam en Mr. P.A.M. Broers
SamenvattingAuteursinformatie

    De Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) vormt het sluitstuk van een reeks wetten die gezamenlijk het nieuwe zorgstelsel in Nederland vormgeven. Samen met het wetgevingspakket omtrent de modernisering van de AWBZ vormen zij de wettelijke basis voor de introductie van marktwerking in de zorg in Nederland. Met de introductie van marktwerking komen ook de staatssteunregels in beeld. Omdat de (meeste) activiteiten van zorginstellingen kwalificeren als economische activiteiten, zijn de staatssteunregels in beginsel van toepassing op steunverlening door de overheid aan die zorginstellingen. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste ontwikkelingen, de beschikkingspraktijk en de jurisprudentie op Europees en nationaal niveau wat betreft steunverlening in de zorgsector.


Mr. Y.A. Maasdam
Mr. Y.A. Maasdam is advocaat bij Maasdam Mededingingsadvocaten in Rijswijk.

Mr. P.A.M. Broers
Mr. P.A.M. Broers is advocaat bij Maasdam Mededingingsadvocaten in Rijswijk.
Artikel

Fusie zorgverzekeraars Achmea en De Friesland

Hoezo functioneel concentratietoezicht?

Tijdschrift Markt & Mededinging, Aflevering 5 2011
Trefwoorden zorgverzekeringsmarkt, zorgstelsel, functioneel concentratietoezicht, Achmea/De Friesland, Nma
Auteurs Mr. dr. E.M.H. Loozen, Prof. dr. F.T. Schut en Dr. M. Varkevisser
SamenvattingAuteursinformatie

    In de zorgsector is een belangrijke rol weggelegd voor concurrentie tussen verzekeraars. Het is daarom van groot belang dat fusies op de zorgverzekeringsmarkt niet tot een significante belemmering van de daadwerkelijke mededinging leiden. In dit artikel wordt uiteengezet dat – uitgaande van een functioneel concentratietoezicht – de NMa niet alleen bij een verbod, maar ook bij een goedkeuring naar economische maatstaven aannemelijk moet maken dat een fusie niet tot een significante belemmering van de daadwerkelijke mededinging zal leiden. In het besluit inzake de fusie van Achmea en De Friesland heeft de NMa dit onvoldoende gedaan.


Mr. dr. E.M.H. Loozen
Mr. dr. E.M.H. Loozen is verbonden aan het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. dr. F.T. Schut
Prof. dr. F.T. Schut is verbonden aan het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Dr. M. Varkevisser
Dr. M. Varkevisser is verbonden aan het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

L’Oréal/eBay-arrest, genoeg voer voor nieuwe merk-jurisprudentie en aansprakelijkheid voor ISPs een stap dichterbij?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2011
Trefwoorden merk, gebruik merk in het economisch verkeer, wezenlijke werking merk, aansprakelijkheid tussenpersonen, e-commerce richtlijn, hosting
Auteurs Mr. M.J. Heerma van Voss en Mr. V.A. Zwaan
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Hof van Justitie heeft zich onlangs uitgelaten over bepaalde aspecten van het aanbieden van de online veilingsite eBay. De Engelse rechter heeft een aantal prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie voorgelegd met betrekking tot het gebruik van merken van derden door adverteerders en aanbieders van online marktplaatsen in advertenties op hun sites en als key word voor Adwords-campagnes op sites van zoekmachines. Ook de vraag in hoeverre eBay aansprakelijk is voor merkinbreuk door adverteerders.


Mr. M.J. Heerma van Voss
Mr. M.J. Heerma van Voss is advocaat bij SOLV te Amsterdam.

Mr. V.A. Zwaan
Mr. V.A. Zwaan is advocaat bij SOLV te Amsterdam.
Artikel

Afgewogen vrijheid

Over randvoorwaarden voor de Europese vestigingsvrijheid van grote winkelbedrijven

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2011
Trefwoorden vrijheid van vestiging, grote winkelbedrijven, economische overwegingen, bewijs en procesvoering, lex silencio negativo, niet-nakoming
Auteurs Mr. dr. H.J. van Harten
SamenvattingAuteursinformatie

    Een lidstaat mag de vestiging van grote winkelbedrijven niet afhankelijk stellen van economische overwegingen zoals het effect van de vestiging op de bestaande handel of het marktaandeel van de betrokken onderneming. Dit blijkt uit het arrest Commissie/Spanje waarin het reguleringskader voor de vestiging van grote winkelbedrijven in Catalonië in het licht van de vestigingsvrijheid wordt geplaatst. Het arrest toont een genuanceerde, afgewogen beoordeling van vestigingsregulering. Het zwaartepunt ligt bij de evenredigheidstoetsing. De uitspraak illustreert het praktische belang van bewijs en procesvoering daarin.


Mr. dr. H.J. van Harten
Mr. dr. H.J. van Harten is als universitair docent verbonden aan het Europa Instituut, Universiteit Utrecht.
Artikel

Het poldermodel van de publiek-private samenwerking in mededingingsland

Een analyse van de zaak Pfleiderer

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2011
Trefwoorden decentrale toepassing, private handhaving, publieke handhaving, clementie, procedurele autonomie
Auteurs M.J. Frese LLM
SamenvattingAuteursinformatie

    Na een reeks van uitspraken waarmee het Hof van de Justitie de rechtstreekse werking van het EU-mededingingsrecht heeft ondersteund, keert het zich met Pfleiderer tegen een orthodoxe benadering van private handhaving: het primaat bij het verzekeren van de naleving van de artikelen 101 en 102 VWEU ligt niet bij het individu. Subjectieve rechten genieten weliswaar de bescherming van het Hof van Justitie, civic empowerment legt het af tegen public enforcement indien de vrije mededinging hiermee is gediend. Deze bijdrage bespreekt de implicaties van Pfleiderer voor de autonomie van de lidstaten ten aanzien van publiekrechtelijke clementieregelingen en privaatrechtelijke schadevergoedingsprocedures.


M.J. Frese LLM
M.J. Frese LLM is promovendus Amsterdam Centre for European Law and Governance/Amsterdam Center for Law & Economics aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Het Europees burgerinitiatief

Symboolwetgeving of daadwerkelijke democratische versterking van de Unie?

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 9 2011
Trefwoorden Europees burgerinitiatief, unieburgerschap, directe democratie, legitimiteit, verdrag van Lissabon
Auteurs Prof. mr. L.A.J. Senden
SamenvattingAuteursinformatie

    Het Europees burgerinitiatief (EBI) is een noviteit in het EU-recht, ingevoerd door het Verdrag van Lissabon. In deze bijdrage wordt de potentiële bijdrage van het EBI aan de democratische fundamenten van de Unie besproken, in het licht van de nadere uitwerking en vormgeving daarvan in Verordening (EU) nr. 211/2011. Krachtens deze Verordening zullen burgerinitiatieven kunnen worden ingediend vanaf 1 april 2012.


Prof. mr. L.A.J. Senden
Prof. mr. L.A.J. Senden is hoogleraar Europees recht aan het Europa Instituut van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Art. 7:69 BW: stille cessie afgeschaft en verrekening verruimd?

Een beschouwing over art. 7:69 BW (consumentenkredietovereenkomst)

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2011
Trefwoorden art. 7:69 BW, consumentenkredietovereenkomst, stille cessie, verweermiddelen, verrekening
Auteurs Mr. A.H. Scheltema
SamenvattingAuteursinformatie

    Art. 7:69 lid 2 BW lijkt de stille cessie weer gedeeltelijk af te schaffen voor consumentenkredietvorderingen. Welke beperkingen gelden er en wat zijn de gevolgen voor zowel consumenten als de financieringspraktijk? Daarnaast wordt ingegaan op de vraag of de regeling voor verweermiddelen van de consument van art. 7:69 lid 1 BW een wijziging inhoudt ten opzichte van het algemene vermogensrecht.


Mr. A.H. Scheltema
Mr. A.H. Scheltema is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Reparatiewet limitering bestuurs- en toezichtfuncties bij grote stichtingen

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 11 2011
Trefwoorden stichting, commissaris, bestuurder, raad van toezicht
Auteurs Mr. E.H.F. Haantjes
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage gaat de auteur in op het wetsvoorstel tot wijziging van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek ter verduidelijking van de artikelen 297a en 297b (32 873). Dit is een reparatiewet op het wetsvoorstel tot aanpassing van regels over bestuur en toezicht in naamloze en besloten vennootschappen (31 763). Het betreft een aanpassing van de artikelen 2:297a en 2:297b BW met betrekking tot de limitering van het aantal bestuursfuncties en commissariaten bij grote besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, naamloze vennootschappen en stichtingen.


Mr. E.H.F. Haantjes
Mr. E.H.F. Haantjes is werkzaam als Professional Support Lawyer Notariaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Brusselse niet-bindende richtsnoeren bij de begroting van schade wegens schendingen van het mededingingsrecht

Een praktisch hulpmiddel voor de rechter en procespartijen?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 11 2011
Trefwoorden niet-bindende richtsnoeren, schadebegroting, mededingingsrecht, mededingingsschade, privaatrechtelijke handhaving
Auteurs Mr. S.J. The en Mr. E.-J. Zippro
SamenvattingAuteursinformatie

    Het voornemen van de Commissie om een kader aan te reiken met pragmatische, niet-bindende aanwijzingen ter begroting van mededingingsschade heeft geresulteerd in een Ontwerp-Beleidsnota. In deze bijdrage geven wij een overzicht van de in de Ontwerp-Beleidsnota aangereikte technieken ter begroting van mededingingsschade. Daarnaast bespreken wij de vraag of de praktijk daadwerkelijk iets heeft aan deze Brusselse niet-bindende richtsnoeren.


Mr. S.J. The
Mr. S.J. The is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V. te Amsterdam.

Mr. E.-J. Zippro
Mr. E.-J. Zippro is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek N.V. te Amsterdam.
Artikel

De Eumedion ‘Best practices voor betrokken aandeelhouderschap’ voor institutionele beleggers

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 11 2011
Trefwoorden Eumedion, Stewardship, institutionele, belegger, betrokken
Auteurs Mr. F.P.R. Schreuder
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de ‘Best practices voor betrokken aandeelhouderschap’. Tevens wordt ter vergelijking de UK Stewardship Code besproken.


Mr. F.P.R. Schreuder
Mr. F.P.R. Schreuder is als advocaat werkzaam bij Clifford Chance te Amsterdam.
Artikel

De rechtspersoon als enquêtegerechtigde

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 11 2011
Trefwoorden wetsvoorstel tot aanpassing van het enquêterecht, toegang tot enquêteprocedure, rechtspersoon, vennootschap, enquêtegerechtigden
Auteurs Mr. S.C. van Gendt
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het wetsvoorstel tot aanpassing van het enquêterecht dat op 8 september 2011 naar de Tweede Kamer is gestuurd. Er wordt met name ingegaan op de uitbreiding van de kring van enquêtegerechtigden met de rechtspersoon zelf. De auteur plaatst enkele kanttekeningen bij het wetsvoorstel.


Mr. S.C. van Gendt
Mr. S.C. van Gendt is werkzaam als advocaat bij Allen & Overy te Amsterdam.
Artikel

Vreemdelingenbetekening: van goed tot beter

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2011
Trefwoorden kantoorbetekening, dagvaardingstermijn, controle status, adres advocaat
Auteurs Mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt
SamenvattingAuteursinformatie

    Naar aanleiding van de NJ 2010, 111 en NJ 2011, 368 en 369 zijn de belangrijke consequenties bestudeerd voor de betekeningspraktijk. In grensoverschrijdende zaken volstaat kantoorbetekening (art. 63 Rv) voor het aanwenden van een rechtsmiddel. De gewone dagvaardingstermijn van 1 week is voldoende (art. 114 Rv.). Wel kan de praktijk van de kantoorbetekening tot uitvoeringsperikelen leiden, met mogelijk onaangename verrassingen.


Mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt
Mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt is advocaat bij Houthoff Buruma te Den Haag.
Artikel

De erkenning en tenuitvoerlegging van Europese beslissingen in het licht van de Europese beginselen van procesrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2011
Trefwoorden wederzijds vertrouwen, erkenning, tenuitvoerlegging, art. 6 EVRM, art. 47 EU-Handvest, exequaturprocedure
Auteurs Mr. M. Freudenthal
SamenvattingAuteursinformatie

    Gebaseerd op het beginsel van ‘wederzijds vertrouwen’ dat EU-staten in elkaars rechtspraak geacht worden te hebben, wordt de grensoverschrijdende erkenning en tenuitvoerlegging van civiele beslissingen binnen de EU gaandeweg vereenvoudigd, dat deze beslissingen geen exequaturprocedure behoeven. Ter bescherming van de (niet verschenen) gedaagde dienen de procesrechtelijke beginselen van art. 6 EVRM en art. 47 EU-Handvest hierbij ijkpunt te zijn. Centraal staat het beginsel van ‘hoor en wederhoor’ dat in de EET-Vo gewaarborgd is o.m. door aan de betekening minimumvereisten te verbinden. In deze bijdrage wordt nagegaan of de balans tussen deze vereenvoudiging en de waarborgen die opgenomen zijn ter bescherming van de gedaagde evenwichtig is.


Mr. M. Freudenthal
Mr. M. Freudenthal is honorair hoofdonderzoeker aan het Molengraaff Instituut te Utrecht.
Toont 41 - 60 van 270 gevonden teksten
1 3 5 6 7 8 9 13 14
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.