Zoekresultaat: 283 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Jaar 2013 x Rubriek Artikel x

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het beoordelingskader van de ‘onbelangrijk verzuim’-exceptie van artikel 2:248 lid 2 BW in het geval dat de publicatietermijn van artikel 2:394 lid 3 BW niet is nageleefd. Hierbij wordt onder meer ingegaan op de (recente) jurisprudentie hieromtrent en het in de literatuur regelmatig opgeworpen betoog dat niet-naleving van de publicatieplicht uit artikel 2:248 lid 2 BW dient te worden geschrapt.


Mr. J.M. Siegers
Mr. J.M. Siegers is advocaat bij Stibbe.
Artikel

Cryo-Save – de responstijd in de praktijk

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2013
Trefwoorden responstijd, agenderingsrecht, Cryo-Save, strategiewijziging, (B)AvA
Auteurs Mr. H.A. van Hulst en Mr. M.R.W. Boer
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreken de auteurs de uitspraak van het Hof Amsterdam (Ondernemingskamer) 6 september 2013, nr. 200.131.526/01 OK (Cryo-Save Group/Salveo Holding) betreffende de responstijd.


Mr. H.A. van Hulst
Mr. H.A. van Hulst is advocaat bij Clifford Chance.

Mr. M.R.W. Boer
Mr. M.R.W. Boer is advocaat bij Clifford Chance.
Artikel

De Nederlandse topholding bij internationale fusies

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 12 2013
Trefwoorden internationale fusie, Nederlandse topholding, merger of equals, Publicis Omnicom Group, Applied Materials – Tokyo Electron
Auteurs Mr. M.F. Noome
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur aan de hand van twee recente fusies het gebruik van een Nederlandse vennootschap als topholding bij internationale fusies.


Mr. M.F. Noome
Mr. M.F. Noome is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

Grensoverschrijdende fusie en omzetting sinds 10-10-’10

Tijdschrift Caribisch Juristenblad, Aflevering 4 2013
Trefwoorden Fusie, omzetting, grensoverschrijdend, Koninkrijk
Auteurs Mr. K. Frielink
SamenvattingAuteursinformatie

    De staatkundige herziening binnen het Koninkrijk der Nederlanden die op 10 oktober 2010 zijn beslag heeft gekregen, is ook van belang voor de grensoverschrijdende fusie en de grensoverschrijdende omzetting. De bestaande regelgeving maakt fusie en omzetting binnen het Koninkrijk nodeloos ingewikkeld. Daarom wordt voor harmonisatie gepleit.


Mr. K. Frielink
Mr. Karel Frielink is advocaat/partner bij Spigt Dutch Caribbean.

    De laatste jaren staat in Nederland definitieve geschilbeslechting door de bestuursrechter sterk in de aandacht. Het in de jurisprudentie van de hoogste Nederlandse bestuursrechtelijke colleges ontwikkelde uitgangspunt dat de bestuursrechter een besluit niet slechts op rechtmatigheid behoort te beoordelen maar ook zo veel mogelijk dient te bezien of het geven van een definitieve oplossing van het geschil mogelijk is, heeft daar geleid tot wetgeving met dezelfde strekking. De landsverordeningen administratieve rechtspraak van Aruba en de voormalige Nederlandse Antillen voorzien nog niet in die wettelijke verplichting en evenmin in een verruiming van de wettelijke bevoegdheden ter uitvoering van die taak. Uit recente jurisprudentie blijkt echter dat het Hof ook met gebruik van de bestaande bevoegdheden zeer wel in staat is geschillen definitief te beslechten. In het artikel worden die bevoegdheden aan de hand van de daarop betrekking hebbende jurisprudentie besproken. Voorts wordt stilgestaan bij de eisen die definitieve geschilbeslechting stelt aan procedure en opstelling van partijen.


Mr. J.Th. Drop
Mr. J.Th. Drop is lid van het Gemeenschappelijk Hof. Hij hoopt in mei 2014 te promoveren aan de UoC op een onderzoek naar de invloed van Nederlandse jurisprudentie op het Caribisch bestuursprocesrecht. Promotor is Prof. L.J.J. Rogier. Dit artikel is geschreven op persoonlijke titel en is een bewerking en uitbreiding van een lezing gehouden op het Symposium ‘Rollen van de overheidsjurist’, gehouden op Curaçao op 25 en 26 april 2013.
Artikel

Burgerparticipatie in het omgevingsrecht

Zet de regulering – nu en in de Omgevingswet – aan tot het instellen van bezwaar en beroep?

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden participatie, Omgevingswet, Tracéwet, verkenning
Auteurs mr. drs. C. de Brauw, mr. dr. M. van Amstel-van Saane en Prof. dr. Tj. de Cock Buning
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs bespreken burgerparticipatie bij ruimtelijke besluitvorming. Daarbij wordt aandacht besteed aan de achtergrond van burgerparticipatie, de vorderingen die in recente wetgeving zijn gemaakt en de toekomst van burgerparticipatie in de Omgevingswet. Vanuit sociaalwetenschappelijk oogpunt wordt betoogd dat de wettelijke verankering in afdeling 3.4 Awb onvoldoende is. Burgerparticipatie is pas effectief als daadwerkelijk invloed ontstaat bij de participanten worden geactiveerd om deel te nemen en de mogelijkheid krijgen om het beslissingsproces te beïnvloeden.


mr. drs. C. de Brauw
Claar de Brauw is junior onderzoeker bij het Athena Instituut VU Amsterdam en advocaat bij Vos en Vennoten Advocaten te Haarlem.

mr. dr. M. van Amstel-van Saane
Mariette van Amstel-van Saane is assistent professor aan het Athena Instituut van de VU en tevens senior adviseur sociaal maatschappelijk ondernemen bij Schuttelaar en Partners in Den Haag.

Prof. dr. Tj. de Cock Buning
Tjard de Cock Buning is professor ethiek in de aard- en levenswetenschappen bij het Athena Instituut, VU.
Artikel

M.e.r.: Omgevingswetinstrument bij uitstek!

Tijdschrift Tijdschrift voor Omgevingsrecht, Aflevering 4 2013
Trefwoorden m.e.r., toetsversie Omgevingswet, toepassingsbereik, alternatieven
Auteurs mr. drs. G.A.J.M. Hoevenaars
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur bespreekt het hoofdstuk milieueffectenrapportage uit de toetsversie van de Omgevingswet. Daarbij wordt gereageerd op de bijdrage van Soppe, Gundelach en Witbreuk in TO 2, 2013. Volgens de auteur sluit de m.e.r. goed aan bij de beoogde integraliteit van de instrumenten in de Omgevingswet. Voor de flexibiliteit in instrumenten ligt dit mogelijk complexer. Verder worden het voorgestelde open toepassingsbereik van de regeling, de verplichting alternatieven te onderzoeken en de beoordeling voorafgaand aan de planm.e.r. besproken.


mr. drs. G.A.J.M. Hoevenaars
Gijs Hoevenaars is werkzaam als jurist/werkgroepsecretaris van de Commissie voor de m.e.r. Hij schrijft dit artikel op persoonlijke titel.
Artikel

Henry Stimson en het Neurenberg Tribunaal

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Nuremberg Tribunal, international criminal law, Morgenthau plan, summary execution of war criminals
Auteurs Alex Jettinghoff
SamenvattingAuteursinformatie

    When the Allied victory over the Axis powers is becoming certain, American officials start making plans for the occupation of Germany. In the aftermath of the invasion in 1944, some of these plans are brought to the attention of the Secretary of the Treasury in Roosevelt’s war cabinet, Henry Morgenthau. These plans infuriate him, because he considers them too lenient on Germany, which in his opinion should be reduced to an agrarian economy after its Nazi leadership has been summarily executed. The President at first agrees with this line of action as do most of the members of his cabinet. The only one opposing these ideas is the Secretary of War, Henry Stimson, suggesting economic reconstruction and an international tribunal instead. His opposition seems in vain, when Roosevelt and Churchill publicly agree to this course of action towards Germany during a meeting in Quebec. But the ‘Morgenthau plan’ unravels when it is leaked to the press and it causes an uproar. Roosevelt fears for his re-election chances and hastily retreats. But he makes no decision on the issue and Stimson has to wait for his opportunity. It comes in the person of a new President: Harry Truman. He agrees to Stimson’s proposal for an international tribunal and this brings the United States on board of an allied majority for what is later to become the Nuremberg Tribunal.


Alex Jettinghoff
Alex Jettinghoff is als fellow verbonden aan het Instituut voor Rechtssociologie van de Rechtenfaculteit van Radboud Universiteit Nijmegen. Hij schreef recentelijk over het procederen van bedrijven, rechterlijke specialisatie en de wording van het Unified Patent System van de Europese Unie.
Artikel

Beate Sirota en de gelijkstelling van mannen en vrouwen in artikel 24 van de Japanse Grondwet in 1947

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Japanese Constitution, Japanese Civil code, Women's rights, Beate Sirota
Auteurs Peter van den Berg
SamenvattingAuteursinformatie

    Beate Sirota has been described as the ‘heroine of Japanese women’s rights’, because she contributed considerably to the inclusion of a forceful provision on the rights of women in the new Constitution of Japan as a member of the Government Section of the Supreme Commander for the Allied Powers (SCAP), headed by General Douglas MacArthur. Her role was serendipitous, because at first the Americans were not planning such a thorough revision of the Meiji Constitution (1890). Sirota was not a constitutional scholar, let alone an expert on the rights of women. She was hired only because she had spent her youth in Japan and spoke Japanese fluently. But once she got involved in the drafting of a new Constitution, her intimate knowledge of the position of women in Japanese society proved very useful. She proposed elaborate and detailed provisions on women’s rights in order to counter the expected resistance. This strategy turned out to be successful. Although Sirota was not substantially involved in the implementation of article 24, she returned to the United States in 1947. Since its introduction the provision has been a firm anchor for proponents of the emancipation of women in Japan.


Peter van den Berg
Peter A.J. van den Berg is als universitair hoofddocent verbonden aan de juridische faculteit van de Rijksuniversiteit Groningen (Vakgroep Algemene Rechtswetenschap en Rechtsgeschiedenis). Hij publiceert onder meer over constitutionele geschiedenis, geschiedenis van het staatsburgerschap en codificatiegeschiedenis. In 2007 verscheen van zijn hand The politics of European codification. A history of the unification of law in France, Prussia, the Austrian Monarchy and the Netherlands. Hij is een van de leiders van het door NWO als onderdeel van het programma ‘Omstreden Democratie’ gefinancierde project ‘Contested Constitutions’.
Artikel

Voor en na Mabo. Rechtsontwikkeling in Australië

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Legal anthropology, legal culture, Australian indigenous people, Aboriginal law, High Court of Australia
Auteurs Agnes Schreiner
SamenvattingAuteursinformatie

    Important legal developments are often credited to court decisions. This contribution will firstly discuss the Australian High Court decision in the Mabo case as such. The legal implications of a decision are often emphasised, instead of the actual persons who started the case, as Dutch sociological research has shown. The article will secondly state that in the Mabo case the person Eddy Mabo and his Aboriginal companions were a lot more important. Not that one has to solely think of him and his clansmen as political activists who go to court to change the legal order. The analysis will show that Eddie Mabo c.s. represent a legal culture in its own right. That legal culture has a far much longer history than the two centuries of Anglo-Australian common law. Mabo came to the fore as someone who was entitled by Aboriginal law to bear witness of Aboriginal law. The fact that an Aboriginal actor as such is the pure actuality of law is hardly recognised by the Anglo-Australian legal culture.


Agnes Schreiner
Agnes Schreiner is als universitair docent werkzaam bij de Afdeling Algemene Rechtsleer, sectie Rechtssociologie, van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit van Amsterdam. Zij verzorgt onder meer het keuzevak Rechtsantropologie en het masterkeuzevak Anthropology of European Private Law. In 1990 promoveerde ze op Roem van het recht. Haar bijzondere belangstelling gaat uit naar recht & cultuur, recht & media, recht & ritueel, recht & semiotiek. Ze publiceerde onlangs eveneens over Australië: How Law Manifests Itself in Australian Aboriginal Art (2013).
Artikel

Raphael Lemkin en de misdaad zonder naam

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Genocide Convention, human rights, public international law, United Nations, international tribunals, jurisdiction, campaigning
Auteurs Reyer Baas
SamenvattingAuteursinformatie

    Could one imagine that up until the mid-1940s international treaties had been ratified on postal services, copyright protection, and whale hunting, but not on genocide? It was only after the Second World War that the deliberate and systematic destruction of groups was recognised as an international crime. There had not even been a name for this practice, which has existed since the beginning of humanity. The 1948 Genocide Convention, the first human rights treaty adopted by the United Nations, was a milestone in the international protection of human rights, although several tragedies have shown that mere law is not sufficient to relegate genocide to the scrapheap of history. The initiator of the Convention was not a very well-known man. This article is about the struggle of Raphael Lemkin, who had, with unflagging zeal, devoted his life to the elimination of genocide.


Reyer Baas
Reyer Baas is promovendus Rechtspleging aan de Radboud Universiteit Nijmegen en bereidt een proefschrift voor over rechterlijke besluitvorming. Tevens is hij docent Algemene rechtswetenschap. Hij publiceerde onder andere: R. Baas e.a., Rechtspraak: samen of alleen, Den Haag: Raad voor de rechtspraak 2010.
Artikel

Hugo Sinzheimer en de collectieve arbeidsovereenkomst

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Labour relations, collective agreement, Sinzheimer
Auteurs Robert Knegt
SamenvattingAuteursinformatie

    The German lawyer / labour law professor Hugo Sinzheimer (1875-1945) has, in the first two decades of the twentieth century, contributed significantly to the legal recognition of the ‘collective labour agreement’. The imperative character of CLA provisions, now widely accepted all over the world, required a paradigmatic turn in the dominant private law perspective on labour relations. The paper tries to specify what made him able and prone to do this, both by reconstructing the legal and political discussion in Germany and the Netherlands and by relating elements of the process to social-scientific theories of institutional and intellectual innovation. I argue that his combination of commitments in various fields (legal practice, science, politics) allowed him to span the gap between the fields of labour relations and state law and to contribute to the constitutionalisation of labour relations.


Robert Knegt
Robert Knegt is als directeur onderzoek verbonden aan het Hugo Sinzheimer Instituut, centrum voor onderzoek van ‘arbeid en recht’ aan de Universiteit van Amsterdam. Hij doet daar onderzoek naar de praktijk van arbeidsrechtelijke regelingen (ontslagrecht, flexwerk, arbeidstijden) en werkt aan een bij uitstek interdisciplinair project over ‘langetermijnontwikkelingen in de regulering van arbeid’. In 2008 verscheen The employment contract as an exclusionary device (Antwerp-Oxford-Portland: Intersentia).
Artikel

Henk Leenen: peetvader van het Nederlandse gezondheidsrecht

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Health law, agenda-setting, formal and informal position, self-determination
Auteurs Heleen Weyers
SamenvattingAuteursinformatie

    This article paints Henk Leenen as the godfather of Dutch health law. Godfather because Leenendesigned his own version of health law, a version that is characterized by an emphasis on autonomy of the patient. And godfather because Leenen was one of the founders of the Dutch Association of Health Law and for many years the editor of its periodical. He succeeded to bind almost all health law scholars to this organization and his way of seeing health law. The article illustrates Leenen’s influence by describing his reading of autonomy in health law, by outlining his informal and formal position in the health law landscape and by sketching the coming into being and the content of two important laws: the Law on medical contracts and the Law on physician assisted death (‘euthanasia’).


Heleen Weyers
Heleen Weyers is universitair docent bij de Vakgroep Rechtstheorie aan de Rijksuniversiteit van Groningen. Zij geeft onderwijs in rechtssociologie, politieke theorie en wetsevaluatie. In haar onderzoek richt ze zich op de totstandkoming van recht, de sociale werking van recht en de relatie tussen beide. Qua onderwerpen gaat het daarbij onder andere om de regulering van het medisch handelen aan het einde van het leven en het rookverbod in de horeca.
Artikel

Nabeschouwing: de actor als factor

Tijdschrift Recht der Werkelijkheid, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Kingdon, policy formation, policy entrepreneurs
Auteurs Alex Jettinghoff en Leny de Groot-van Leeuwen
SamenvattingAuteursinformatie

    With the help of a model of policy formation designed by John Kingdon, we seek to map the actors in the previous cases of legal change and to establish the way in which they performed their key role and what conditions allowed them to do that. It appears that only two of the actors are insiders, government officials. The rest are outsiders. According to Kingdon’s model, a particular kind of actors is most likely to play a key role in policy change. He calls them ‘policy entrepreneurs’ and they typically are experts in a particular field of policy, who spend time, energy and money to promote a proposal they favour. They spring into action when they seize an opportunity to push their proposal on the agenda of the decision-makers. In our small collection of actors, Lemkin, Sinzheimer and Leenen are prototypical ‘policy entrepreneurs’. The others do not fit this profile, but played an influential role nevertheless.


Alex Jettinghoff
Alex Jettinghoff is als fellow verbonden aan het Instituut voor Rechtssociologie van de Rechtenfaculteit van Radboud Universiteit Nijmegen. Hij schreef recentelijk over het procederen van bedrijven, rechterlijke specialisatie en de wording van het Unified Patent System van de Europese Unie.

Leny de Groot-van Leeuwen
Leny de Groot-van Leeuwen is hoogleraar Rechtspleging en voorzitter van het gelijknamige onderzoeksprogramma van het onderzoekscentrum Staat en Recht van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit Nijmegen. Zij publiceerde in boeken en tijdschriften over de juridische beroepen en de legitimiteit van rechtspraak.
Artikel

Een inzicht in de praktijk van conflictbemiddeling op het werk in Vlaanderen

Tijdschrift Nederlands-Vlaams tijdschrift voor mediation en conflictmanagement, Aflevering 4 2013
Trefwoorden Flanders, Social mediation, Barometer van de bemiddeling 2012, Pasas
Auteurs Anne Van Langendonck, Saskia Szepansky en Pascal Van Loo
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2005 the Mediation Act came into force in Belgium. This act makes it possible starting a procedural and legal mediation procedure, besides the usual legal measures. This article starts with a short introduction to the legal measures and continues with some notable results of an inquiry to the social mediation field by B-Mediation in cooperation with the Federal Mediation Commission. The results of the inquiry are collected in the report Barometer van de bemiddeling 2012. The authors end with confronting the results with their own experiences and an explanation of their own model for practice, and the description of a recent case.


Anne Van Langendonck
Anne Van Langendonck kijkt als advocaat in arbeidsrecht en sociale zekerheidsrecht bij HAMAIDE & Vennoten kritisch naar haar eigen vakgebied. Ze is erkend bemiddelaar in sociale zaken en in handels- en burgerlijke zaken. Zij sloot zich aan bij het collectief Pasas sinds 2011.

Saskia Szepansky
Saskia Szepansky, stichter van Pasas, kijkt vanuit ontwikkelingsgericht perspectief. Ze werkt al geruime tijd als procesfacilitator en coach en is erkend bemiddelaar. Tevens werkt ze als zelfstandig psychotherapeut.

Pascal Van Loo
Pascal Van Loo is stichter van Pasas en werkt al meer dan twintig jaar als onafhankelijk organisatiepsycholoog met een veelheid aan verschillende klanten. Als organisatiepsycholoog ligt zijn passie in het creatief designen van leren, veranderings- en transitiemanagement. De gepaste interventie op het juiste moment is zijn leuze. Hij is erkend bemiddelaar.
Artikel

Een herstelgerichte benadering van delinquenten met een psychische stoornis

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2013
Trefwoorden resocialisatie, psychisch gestoorde delinquenten, herstelrecht, actieve verantwoordelijkheid
Auteurs Prof. dr. Frans Koenraadt en Mr. dr. Renée Kool
SamenvattingAuteursinformatie

    Today’s risk based criminal justice policy leaves but little room to tune sentencing decisions to the individual offender’s mental capacities. As a result, sanctioning has become one-sided, being directed towards retribution. However, in the long run such a non-reciprocal concept of sanctioning, implying a denial of the need to facilitate rehabilitation, weakens the social fabric. Moreover, it holds a denial of citizenship towards (mentally ill) offenders. For the past decades, restorative justice has offered alternative solutions to deal with delinquency. Using informal procedures, taking into account peculiarities of the case, including the offender’s mental capacities, offenders are invited to take accountability for wrongful acts. A similar approach has been introduced within the field of mental health services, including the sector of the forensic mental health care. In response to the popular social biological model, a model of restorative treatment has been introduced, implying treatment to be directed towards reintegration, requiring active participation of the patient/offender. Bearing in mind the communalities between both models, we explore the potential of such a restorative citizenship based approach to better the integration of mentally disturbed offenders.


Prof. dr. Frans Koenraadt
Prof. dr. Frans Koenraadt is hoogleraar Forensische psychologie en psychiatrie aan de Universiteit Utrecht en wetenschappelijk adviseur in het Pieter Baan Centrum (NIFP) te Utrecht en bij de FPK te Assen.

Mr. dr. Renée Kool
Mr. dr. Renée Kool is universitair hoofddocent bij het Willem Pompe Instituut, Universiteit Utrecht.
Artikel

Het slachtoffer centraal?

Opinie ten aanzien van slachtofferrechten in Nederland

Tijdschrift PROCES, Aflevering 5 2013
Trefwoorden opinie over slachtofferrechten, slachtofferrechten in Nederland, attitudes, willingness to pay
Auteurs Dr. Karlijn F. Kuijpers, Sanne van Parera en Lieke Popelier
SamenvattingAuteursinformatie

    The aim of the current study is to provide insight in the support for victim rights among Dutch citizens. Although it is generally assumed that the Dutch public supports these rights, empirical research into this topic appears to be scarce. The opinion with regard to four victim rights was established in two ways. Firstly, respondents were asked about their attitudes and, secondly, about their willingness to pay extra taxes for those rights. Respondents’ attitudes concerning the victim rights in this study appear to be positive; their willingness to pay, however, is low. Findings indicate the importance of combining conventional attitude questions with alternative methods (such as questions about willingness to pay) when studying public preferences and opinions.


Dr. Karlijn F. Kuijpers
Dr. Karlijn Kuijpers is universitair docent Criminologie bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden

Sanne van Parera
Sanne van Parera was ten tijde van het onderzoek bachelorstudent Criminologie aan de Universiteit Leiden.

Lieke Popelier
Lieke Popelier was ten tijde van het onderzoek bachelorstudent Criminologie aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Een beperkte mate van zekerheid

Over de betekenis van accountantsrapporten in de civiele procedure

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2013
Trefwoorden accountant, accountantsverklaring, bewijs
Auteurs Mr. H. de Hek
SamenvattingAuteursinformatie

    In de civiele procedure leggen partijen geregeld ter onderbouwing van hun stellingen een rapport van een accountant over. In dit artikel wordt ingegaan op de vraag wat de waarde, de bewijskracht van een dergelijk rapport is. Aan de hand van de voor accountants geldende gedragsregels en de tuchtrechtelijke jurisprudentie wordt beschreven aan welke vereisten accountantsrapporten die in een civiele procedure worden ingebracht, dienen te voldoen. Duidelijk is dat niet elk accountantsrapport dezelfde waarde heeft. Het artikel bevat enkele vragen die de civiele rechter zich kan stellen wanneer hij wordt geconfronteerd met een accountantsrapport. Beantwoording van deze vragen helpt de rechter bij de waardering van het rapport.


Mr. H. de Hek
Mr. H. de Hek is senior raadsheer in het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (locatie Leeuwarden, afdeling civiel) en plaatsvervangend rechterlijk lid van de Accountantskamer.
Artikel

Remission in de nieuwe arbitragewet

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 4 2013
Trefwoorden Remission, Terugverwijzing, Vernietiging, Herroeping, Arbitrage
Auteurs Mr. N. Peters en Mr. B. van Zelst
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel gaan de auteurs in op de voorgestelde mogelijkheid van remission in de nieuwe arbitragewet. Daarbij signaleren zij een aantal mogelijke onduidelijkheden en discussiepunten. Zij trachten daar antwoorden op te geven en stellen een aantal oplossingen voor. De auteurs concluderen dat de mogelijkheid van remission bijdraagt aan een efficiënte(re) procesvoering. Daarom valt zij toe te juichen.


Mr. N. Peters
Mr. N. Peters is advocaat bij Banning N.V. alsmede docent en buitenpromovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Mr. B. van Zelst
Mr. Van Zelst is docent aan de Radboud Universiteit.
Artikel

Verstrekking van patiëntgegevens door zorgaanbieders aan zorgverzekeraars

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 8 2013
Trefwoorden gegevensverstrekking, persoonsgegevens, beroepsgeheim, zorgverzekeraar, geheimhoudingsplicht
Auteurs Mr. drs. J.M.E. Citteur en mr. drs. J.J. Rijken
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt de gegevensverstrekking door zorgaanbieders aan zorgverzekeraars onderzocht. Daartoe wordt allereerst de wettelijke basis voor die gegevensverstrekking beschreven en vervolgens nagegaan hoe de regeling in een drietal casusposities wordt toegepast. Het blijkt dat het antwoord op de vraag of patiëntgegevens al dan niet mogen worden verstrekt, staat of valt met het antwoord op de vraag of een wettelijke verplichting tot die gegevensverstrekking bestaat. Indien dat het geval is, vindt een belangenafweging plaats. Daarbij wordt, mede in het kader van artikel 8 EVRM, onder meer gekeken naar de proportionaliteit en subsidiariteit van de gegevensverstrekking.


Mr. drs. J.M.E. Citteur
Juliette Citteur is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V. te Den Haag.

mr. drs. J.J. Rijken
Joris Rijken is advocaat bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V. te Den Haag.
Toont 41 - 60 van 283 gevonden teksten
1 3 5 6 7 8 9 14 15
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.