Zoekresultaat: 122 artikelen

x
Jaar 2014 x
Artikel

Het Experiment resultaatgerelateerde beloning – verwachtingen over werking en doelbereiking

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2014
Trefwoorden no cure, no pay, honorariumafspraken, resultaatgerelateerde beloning, contingency fee, Verordening op de praktijkuitoefening
Auteurs Prof. mr. W.H. van Boom en mr. M. de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt verkend welke verwachtingen er onder advocaten, rechters en verzekeraars leven over de werking van het Experiment resultaatgerelateerde beloning en of dat experiment aan zijn doel zal beantwoorden. Het experiment staat onder voorwaarden toe dat een letselschadeadvocaat een ‘no cure, no pay’-afspraak met de benadeelde maakt. Het doel daarvan is het vergroten van de toegang tot het recht van letselschadeslachtoffers. Het is echter de vraag of er bij cliënten en advocaten een gedeelde behoefte bestaat om dergelijke afspraken te maken. Andere effecten zijn waarschijnlijker, zo voorspelt deze bijdrage.


Prof. mr. W.H. van Boom
Prof. mr. W.H. van Boom is hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit Leiden.

mr. M. de Jong
Mr. M. de Jong was studente master Aansprakelijkheid en Verzekering aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en is inmiddels schadebehandelaar bij Allianz Nederland Schadeverzekeringen. Zij schrijft op persoonlijke titel. De bijdrage werd afgesloten in augustus 2014 en bouwt voort op de resultaten van de afstudeerscriptie die de tweede auteur onder begeleiding van de eerste auteur schreef aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. De auteurs danken de twaalf respondenten die bereidwillig deelnamen aan de interviews en toestemming gaven voor het weergeven van hun antwoorden in deze bijdrage.
Jurisprudentie

Hoger beroep van deelgeschillen beperkt mogelijk via doorbrekingsjurisprudentie

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 3 2014
Trefwoorden hoger beroep deelgeschillen, doorbreking appèlverbod, toepasselijkheid doorbraakjurisprudentie, werkgeversaansprakelijkheid.
Auteurs mr. E. Pans
SamenvattingAuteursinformatie

    Al tijdens de parlementaire behandeling van de Wet deelgeschilprocedure werd duidelijk dat elke vraag die zich in een bodemprocedure kan voordoen in beginsel aan de deelgeschilrechter kan worden voorgelegd (mits de beslissing een vaststellingsovereenkomst over de gehele vordering naderbij kan brengen). Het is een gegeven dat ook complexe zaken of vorderingen met een groot belang aan de deelgeschilrechter kunnen worden voorgelegd en dat de deelgeschilrechter hierover ingrijpende uitspraken kan doen, zoals over de vestiging van aansprakelijkheid. Dit is in de rechtspraktijk ook al wel gebleken. Welke appèlmogelijkheden staan de in het ongelijk gestelde partij in dat geval tot haar beschikking, en zijn de in de rechtspraak ontwikkelde ‘doorbrekingsgronden’ van een wettelijk appèlverbod ook van toepassing op de deelgeschilprocedure? De Hoge Raad spreekt zich hierover uit in het hier besproken arrest van 18 april 2014 (ECLI:NL:HR:2014:943).


mr. E. Pans
Mr. E. Pans is advocaat bij Kennedy Van der Laan.
Artikel

Codificatie of zelfregulering in de franchisesector?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2014
Trefwoorden franchiseovereenkomst, codificatie, zelfregulering, precontractuele informatieplicht
Auteurs Mr. I.S.J. Houben, Mr. J. Sterk en Mr. J.A.J. Devilee
SamenvattingAuteursinformatie

    Over de vraag of de franchiseovereenkomst in Nederland alsnog een benoemde status dient te krijgen, wordt aanhoudend gediscussieerd in politiek, media en literatuur. Tot nu toe heeft de focus volgens de auteurs te eenzijdig gelegen op codificatie. In deze bijdrage bepleiten zij dat naast codificatie, mede naar aanleiding van kort rechtsvergelijkend onderzoek, ook zelfregulering een serieus te overwegen optie is.


Mr. I.S.J. Houben
Mr. I.S.J. Houben is universitair hoofddocent burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.

Mr. J. Sterk
Mr. J. Sterk is advocaat-partner bij Ludwig & Van Dam advocaten te Rotterdam.

Mr. J.A.J. Devilee
Mr. J.A.J. Devilee is student-stagiaire bij Ludwig & Van Dam advocaten te Rotterdam.

Mr. T.H.M. van Wechem
Mr. dr. T.H.M. van Wechem is verbonden aan Baker & McKenzie advocaten, notarissen en belastingadviseurs, raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof Den Bosch en directeur van Law@Work B.V.

    SER-ladder. Relativiteitsbeginsel.

    Geen strijd met artikel 8 EVRM. Rechtbank voorziet zelf in de zaak door vergunningvoorschrift op te nemen ter voorkoming van verspreiding van zoönosen.

    Exploitatieplan. Inbrengwaarde. Berekening groottes van percelen. Basisregistratie. Kadasterwet.


Tonny Nijmeijer

    SER-ladder. Belanghebbende. Relativiteitsvereiste. Haalbaarheid alternatieve locatie voor herstructurering.

    Toepassing Barro. Functiewijziging omliggende gronden. Doorwerking. Relativiteitsbeginsel.

    Bezwaar van supermarkt. Detailhandelsbeleid. Leegstand. Relativiteitsbeginsel.

Praktijk

Voor niets gaat de zon op!

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Koop op afbetaling, Consumentenkrediet, Wet op het financieel toezicht, Consumentenrecht
Auteurs Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
SamenvattingAuteursinformatie

    In zijn arrest van 13 juni 2014 betreffende de prejudiciële vraag over de aanschaf van een mobiele telefoon heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de ‘gratis’ verstrekking van een mobiele telefoon bij een telefoonabonnement kwalificeert als koop op afbetaling en consumentenkrediet. Dit kan ook toepasselijkheid van de wetgeving over consumentenkrediet en financieel toezicht met zich meebrengen. In deze bijdrage wordt het arrest besproken en worden de gevolgen van het arrest belicht.


Mr. drs. J.H.M. Spanjaard
Mr. drs. J.H.M. Spanjaard is advocaat bij La Gro Advocaten in Alphen aan den Rijn.
Artikel

De relatieve zwaarte van wederzijdse verantwoordelijkheid voor teleurstellende effectenleaseresultaten

Over schadedeling wegens eigen schuld in effectenleasezaken

Tijdschrift Contracteren, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Effectenlease, eigen schuld, artikel 6:101 BW, Verdelingsmaatstaf, Veroorzakingswaarschijnlijkheid, (pre)contractuele zorgplicht, Onderzoeksplicht
Auteurs Prof. mr. A.L.M. Keirse en Mr. A. Van Onna
SamenvattingAuteursinformatie

    Avonturen in de effectenlease liepen slecht af als gevolg van een samenloop van omstandigheden, waaronder een te gretig winstoogmerk aan de zijde van de financiële aanbieder en een te grote lichtvaardigheid aan de zijde van de afnemende consument. In deze bijdrage wordt de (inmiddels gestandaardiseerde) schadedeling onder de loep genomen die in de rechtspraak is gevolgd op de erkenning van de wederzijdse verantwoordelijkheid in dezen.


Prof. mr. A.L.M. Keirse
Prof. mr. A.L.M. Keirse is hoogleraar privaatrecht bij het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit Utrecht en in dit verband verbonden aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law, alsook aan het Utrecht Centre for Regulation and Enforcement in Europe. Zij is tevens parttime raadsheer bij het Gerechtshof te Amsterdam. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.

Mr. A. Van Onna
Mr. A. van Onna is advocaat bij Holland van Gijzen Advocaten en Notarissen te Utrecht. Deze bijdrage is op persoonlijke titel geschreven.
Artikel

Codificatie of zelfregulering in de franchisesector?

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 9 2014
Trefwoorden franchiseovereenkomst, codificatie, zelfregulering, precontractuele informatieplicht
Auteurs Mr. I.S.J. Houben, Mr. J. Sterk en Mr. J.A.J. Devilee
SamenvattingAuteursinformatie

    Over de vraag of de franchiseovereenkomst in Nederland alsnog een benoemde status dient te krijgen, wordt aanhoudend gediscussieerd in politiek, media en literatuur. Tot nu toe heeft de focus volgens de auteurs te eenzijdig gelegen op codificatie. In deze bijdrage bepleiten zij dat naast codificatie, mede naar aanleiding van kort rechtsvergelijkend onderzoek, ook zelfregulering een serieus te overwegen optie is.


Mr. I.S.J. Houben
Mr. I.S.J. Houben is universitair hoofddocent burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.

Mr. J. Sterk
Mr. J. Sterk is advocaat-partner bij Ludwig & Van Dam advocaten te Rotterdam.

Mr. J.A.J. Devilee
Mr. J.A.J. Devilee is student-stagiaire bij Ludwig & Van Dam advocaten te Rotterdam.
Artikel

De aanvulling en verbetering van uitspraken – een onderzoek naar het toepassingsbereik van art. 31 en 32 Rv

Tijdschrift Tijdschrift voor Civiele Rechtspleging, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Procesrecht, Aanvulling, Verbetering, Apparaatsfout, Deformalisering
Auteurs mr. drs. P.A. Fruytier en mr. L.V. van Gardingen
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel zoeken de auteurs aan de hand van de systematiek van art. 31 en 32 Rv en de daaraan ten grondslag liggende beginselen naar de grenzen van deze bepalingen. Zij gaan vervolgens in op een aantal grensgevallen: (a) reparatie van apparaatsfouten, (b) verbetering van eigen rechtsoverwegingen door de Hoge Raad en (c) aanvulling door de rechter van gemiste gronden en weren. Voor fatale apparaatsfouten pleiten de auteurs voor aanvaarding van een termijn van veertien dagen na de uitspraak waarbinnen partijen de rechter op de fout kunnen wijzen. De andere grensgevallen kunnen volgens hen deels onder de werking van art. 31 Rv en/of art. 32 Rv gebracht worden.


mr. drs. P.A. Fruytier
Philip Fruytier is advocaat bij Houthoff Buruma en maakt deel uit van het cassatieteam.

mr. L.V. van Gardingen
Laura van Gardingen is advocaat bij Houthoff Buruma en maakt deel uit van het cassatieteam.
Praktijk

Kroniek rechtspraak Scheidsgerecht Gezondheidszorg

Tijdschrift Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Aflevering 6 2014
Trefwoorden ontbinding, opzegging, Scheidsgerecht Gezondheidszorg, toelatingsovereenkomt, beheersmodel
Auteurs Mr. T.A.M. van den Ende en mr. F. Lijffijt
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze kroniek worden de belangrijkste uitspraken van het Scheidsgerecht Gezondheidszorg in de periode januari 2012 – mei 2014 behandeld. Het gaat dan om uitspraken in het kader van geschillen over de arbeidsovereenkomst, de toelatingsovereenkomst, vernietigingsperikelen en tot slot procesrechtelijke aspecten.


Mr. T.A.M. van den Ende

mr. F. Lijffijt
Tessa van den Ende en Fiona Lijffijt zijn als advocaat werkzaam bij Nysingh advocaten-notarissen N.V. te Zwolle.

    Tariefbeschikkingen NZa; beroep tegen ongegrondverklaring van het bezwaar; rechtstreeks beroep; zorg op afroep van de patiënt; huisartsenzorg; te onderscheiden prestatie; beroep ongegrond

Annotatie

De uitleg van de Ragetlie-regel door de Hoge Raad: better safe than sorry of Klukklukiaans?

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Ontslagtoets, Ragetlie, bepaalde tijd, opvolgend werkgeverschap, rechtsgeldige opzegging
Auteurs Prof. R.M. Beltzer
SamenvattingAuteursinformatie

    De werknemer die zelf de arbeidsovereenkomst opzegt, wordt volgens de Hoge Raad beschermd door de Ragetlie-regel van artikel 7:667 lid 4 BW. De A-G kwam, met eenzelfde beroep op de wetsgeschiedenis, tot een tegenovergesteld standpunt. De auteur is kritisch over de uitkomst van en de redeneringen in het arrest en de gevolgde methode van rechtsvinding. Parlementaire geschiedenis biedt immers zelden een doorslaggevend aanknopingspunt.


Prof. R.M. Beltzer
Prof. R.M. Beltzer is hoogleraar Arbeid en Onderneming aan de Universiteit van Amsterdam.
Hoofdartikel

Schikken in het nieuwe ontslagrecht: bedenk eer ge begint

Tijdschrift Arbeidsrechtelijke Annotaties, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Opzegging met instemming, beëindigingsovereenkomst, bedenktermijn, antistapelingsbepaling, pro forma ontbinding
Auteurs Prof. L.G. Verburg
SamenvattingAuteursinformatie

    De in de Wwz neergelegde regeling van de bedenktermijn heeft grote invloed op het schikken van ontslagzaken. De Wwz maakt een niet uitlegbaar onderscheid tussen de beëindigingsovereenkomst en de opzegging met instemming. Het verschil ziet op de betaling van een transitievergoeding. Dit verschil kan makkelijk tot ongelukken aanleiding geven. Mogelijk zien we bovendien de terugkeer van de pro-forma-ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Niet meer voor WW-doeleinden, maar met het oog op het bekorten van de periode van de bedenktermijn. Deze bijdrage behandelt de in dat kader te bewandelen weg en noemt ook een alternatief voor de formele ontbinding. Dit alternatief maakt gebruik van de antistapelingsbepaling in de regeling van de bedenktermijn en voorziet in een soort ‘tweetrapsraket’. Voor een succesvolle aanpak zal tussen beide trappen wel denkruimte voor de werknemer moeten zitten. Het bij ontslagzaken aansturen op een vertrekregeling wordt eens te meer een zaak voor juristen.


Prof. L.G. Verburg
Prof. L.G. Verburg is hoogleraar Arbeidsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen (Onderzoekcentrum Onderneming & Recht).
Artikel

Verboden rechtshandelingen in het financiële bestuursrecht in civielrechtelijk perspectief

Tijdschrift Maandblad voor Vermogensrecht, Aflevering 7-8 2014
Trefwoorden Wet op het financieel toezicht, verboden rechtshandeling, weigeringsplicht, overkreditering, advies- en bemiddelingsvergoeding
Auteurs Prof. dr. O.O. Cherednychenko
SamenvattingAuteursinformatie

    Het bestuursrecht beheerst in toenemende mate private verhoudingen in de financiële sector. Deze bijdrage biedt een verkennende analyse van de civielrechtelijke gevolgen van schending van de drie Wft-verbodsbepalingen: het contracteerverbod in geval van een dekkingstekort bij effectenhandel, het verbod op overkreditering en het verbod op kennelijk onredelijke advies- en bemiddelingsvergoedingen.


Prof. dr. O.O. Cherednychenko
Prof. dr. O.O. Cherednychenko is adjunct hoogleraar Europees privaatrecht en rechtsvergelijking aan de Rijksuniversiteit Groningen.


Toont 41 - 60 van 122 gevonden teksten
1 3 5 6 7
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.