Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 226 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Onderneming en Financiering x
Casus

Onrechtmatige verkoop van bv-aandelen door schending onderzoeksplicht: bestuurlijke tekortkoming of aandeelhoudersgedraging?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2015
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, aandeelhoudersaansprakelijkheid, onderzoeksplicht, verkoop bv, onrechtmatige daad
Auteurs Mr. V. van Vegchel
SamenvattingAuteursinformatie

    De verkoper van een bv riskeert onder omstandigheden persoonlijke aansprakelijkheid jegens crediteuren van die bv indien hij de verkoop doorzet zonder onderzoek te doen naar de koper en deze koper achteraf malafide blijkt te zijn. Verscheidene rechtbanken zien in het schenden van deze onderzoeksplicht een grondslag voor bestuurdersaansprakelijkheid van een verkopend dga. In dit artikel wordt geconstateerd dat deze grondslag onjuist is. Een aandelenoverdracht behelst immers een aandeelhoudersgedraging. Bovendien had de dga ook via de weg van aandeelhoudersaansprakelijkheid kunnen worden aangesproken. Verder komt aan bod wat de kenmerken zijn van de onderzoeksplicht en wanneer dit aansprakelijkheidsrisico zich kan verwezenlijken.


Mr. V. van Vegchel
Mr. V. van Vegchel is advocaat bij Freshfields Bruckhaus Deringer te Amsterdam.
Casus

Gerechtelijke toetsing bij herroeping van een ontbindingsbesluit van een rechtspersoon

Hoe de Hoge Raad zijn doel voorbijstreeft met onnodig complicerende voorwaarden

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2015
Trefwoorden herroeping ontbindingsbesluit rechtspersoon, gerechtelijke toetsing, Rifgat
Auteurs I. Groenland
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Rifgat-beschikking van 19 december 2014 (ECLI:NL:HR:2014:3677) heeft de Hoge Raad niet alleen bevestigd dat herroeping van een ontbindingsbesluit mogelijk is, maar ook de daarvoor geldende voorwaarden bepaald. De Hoge Raad geeft daarbij aan dat hij daarmee een leemte vult in de wetgeving en dat het eigenlijk aan de wetgever is om te voorzien in een afgewogen regeling. De door de Hoge Raad geformuleerde voorwaarden lijken echter niet aan te sluiten bij het beoogde doel. Daarnaast blijken deze bij toetsing aan het feitencomplex in de Rifgat-casus niet te leiden tot een redelijke uitkomst. Het verbinden van bijzondere voorwaarden aan herroeping van een ontbindingsbesluit is, gezien de ontwikkelingen in wetgeving, rechtspraak en literatuur, ook niet langer nodig. Een eenvoudige wettelijke regeling voor herroeping van besluiten is daarom, juist na deze Hoge Raad-beschikking, dringend gewenst.


I. Groenland
Mr. I. Groenland is kandidaat-notaris bij Loyens & Loeff.
Casus

De Hoge Raad en externe bestuurdersaansprakelijkheid: duidelijkheid over Villa Mundo?

Over HR 5 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2628, JOR 2014/296 (Hezemans Air Inc. /J.J. van der Meer) en HR 5 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2627, JOR 2014/325 (RCI Financial Services BV/J.E. Kastrop)

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2015
Trefwoorden aansprakelijkheidsrecht, bestuurder, bestuurdersaansprakelijkheid
Auteurs C. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Villa Mundo-uitspraak van 23 november 2012 besliste de Hoge Raad dat iemand die bestuurder is van een rechtspersoon op grond van art. 6:162 BW aansprakelijk kan zijn tegenover een buitenstaander wanneer geen sprake is van een ernstig verwijt. Deze uitspraak leek in contrast te staan met de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, dat bestuurdersaansprakelijkheid pas intreedt als sprake is van een ernstig verwijt. De Villa Mundo-uitspraak is (dan ook) kritisch ontvangen. De Hoge Raad is in twee uitspraken van 5 september 2014, Tulip Air en Van Rossem Groep en MCD Groep, nogmaals op deze kwestie ingegaan. Uit deze uitspraken blijkt dat de Hoge Raad de weg van een al te gemakkelijk beroep op de Villa Mundo-norm heeft afgesloten. Maar ook na deze uitspraken is nog niet volledig duidelijk wanneer een bestuurder van een rechtspersoon wordt beschermd door de rechtsregel dat hij pas aansprakelijk is als hem een ernstig verwijt kan worden gemaakt, en wanneer iemand die – bijvoorbeeld als bestuurder – is betrokken bij een rechtspersoon tegenover een buitenstaander aansprakelijk kan zijn, ook zonder dat hem een ernstig verwijt treft.


C. de Groot
Mr. C. de Groot is universitair hoofddocent Ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.
Casus

Vennootschapsrechtelijke werking van aandeelhoudersovereenkomsten: führt jeder Konsequenz zum Teufel?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2015
Trefwoorden doorwerking van aandeelhoudersovereenkomsten, art. 2:8 lid 2 BW
Auteurs W.J. Oostwouder en M. Wessel
SamenvattingAuteursinformatie

    Er zijn verschillende uitspraken gepubliceerd waarin doorwerking van aandeelhoudersovereenkomsten is aangenomen onder de specifieke omstandigheden van het geval. In dit artikel wordt door prof. mr. W.J. Oostwouder en mr. M. Wessel bezien in hoeverre aandeelhoudersovereenkomsten vennootschapsrechtelijke werking hebben. De auteurs zullen zich tevens richten op de principiële vraag in hoeverre de doorwerkingsjurisprudentie leidt tot de conclusie dat de aandeelhoudersovereenkomst bij besluitvorming van een vennootschapsorgaan prevaleert boven het bepaalde in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en de statuten. De auteurs signaleren verschillende aandachtspunten bij de beantwoording van deze vraag en dat er wel degelijk een goedaardige, maar niet-onbelangrijke ‘duivel’ om de hoek komt kijken, die dikwijls over het hoofd wordt gezien.


W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. Oostwouder is verbonden aan de Universiteit van Utrecht als hoogleraar Bedrijfsfinancieel Recht en is advocaat te Amsterdam.

M. Wessel
Mr. M. Wessel is kandidaat-notaris te Amsterdam.
Casus

Tegenstrijdig belang: statuten en reglementen van beursvennootschappen onderzocht

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Tegenstrijdig belang, Beursvennootschap, Statuten, Reglement, Stemverbod, Corporate Governance Code
Auteurs Prof. mr. A.F.M. Dorresteijn
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage wordt verslag gedaan van een onderzoek naar de regeling van het tegenstrijdig belang van bestuurders en commissarissen in de statuten van beursvennootschappen. Aanleiding is de inwerkingtreding van de Wet bestuur en toezicht op 1 januari 2013 en de veronderstelling dat deze statuten intussen zijn aangepast. Dat blijkt maar ten dele het geval. In meer dan de helft van de onderzochte statuten figureren namelijk nog verouderde, op vertegenwoordiging betrekking hebbende bepalingen inzake het tegenstrijdig belang, soms zelfs in statuten die zijn gewijzigd na 1 januari 2013. De niet aangepaste statuten zijn misleidend als informatiebron over de te volgen handelwijze bij tegenstrijdig belang.
    Een andere bevinding is dat suggesties uit de vakliteratuur voor een adequate statutaire regeling van het tegenstrijdig belang nauwelijks zijn gevolgd.
    Ook de reglementen voor bestuurders en commissarissen van beursvennootschappen zijn onder de loep genomen. De reglementen blijken op het punt van tegenstrijdig belang doorgaans gemodelleerd te zijn naar de Corporate Governance Code. Niettemin bevat een zestal reglementen ook nog verouderde, misleidende bepalingen over het tegenstrijdig belang.


Prof. mr. A.F.M. Dorresteijn
Prof. mr. A.F.M. Dorresteijn is hoogleraar International Company Law aan de Universiteit en Utrecht en is verbonden aan AKD advocaten en notarissen
Praktijk

Gedrag in het prudentieel toezicht

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2014
Trefwoorden prudentieel toezicht, gedrag en cultuur, governance, Wet op het financieel toezicht
Auteurs Dr. A.E.H.M. Wijngaards en Mr. M.A.A. Khan
SamenvattingAuteursinformatie

    Het toezicht op gedrag is een onderdeel van het nieuwe, vooruitblikkende toezicht dat DNB sinds de financiële crisis heeft ingericht. Dit artikel bespreekt de rol van het toezicht op gedrag in het prudentieel toezicht van DNB, en de manier waarop DNB hier invulling aan geeft. Ook wordt de juridische basis voor het toezicht op gedrag in nationale en internationale wet- en regelgeving uitgewerkt. Het artikel besluit met een bespreking van de belangrijkste uitdagingen en toekomstige ontwikkelingen voor het toezicht op gedrag.


Dr. A.E.H.M. Wijngaards
Dr. A.E.H.M. Wijngaards is beleidsadviseur governance bij DNB.

Mr. M.A.A. Khan
Mr. M.A.A. Khan is voormalig afdelingshoofd governance & accounting bij DNB, en is thans werkzaam als financial expert bij het IMF.
Casus

Bankenbelasting

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2014
Trefwoorden bankenbelasting, banken, resolutieheffing 2014, depositogarantiestelsel, bonuscultuur banken, Basel III
Auteurs Prof. dr. J.N. Bouwman
SamenvattingAuteursinformatie

    De kredietcrisis heeft in Nederland in 2012 geleid tot de invoering van een bankenbelasting. Deze belasting treft zogenoemde ongedekte schulden waarmee banken hun bedrijf financieren. Banken zijn bankenbelasting verschuldigd voor zover hun ongedekte schulden een doelmatigheidsvrijstelling overtreffen. De bankenbelasting wordt verhoogd indien aan het bestuur een bovenmatige bonus wordt toegekend. Andere landen hebben heffingen ingevoerd die vergelijkbaar zijn met de Nederlandse bankenbelasting. Om samenloop van deze heffingen tegen te gaan zijn maatregelen getroffen ter voorkoming van dubbele bankenbelasting. De techniek van de Nederlandse bankenbelasting en de voorkoming van dubbele bankenbelasting staan in deze bijdrage centraal.
    Aan de invoering van de bankenbelasting zijn in de parlementaire geschiedenis doelstellingen en randvoorwaarden verbonden. Deze worden ook in de bijdrage besproken. Betwijfeld kan worden of zij volledig zijn gerealiseerd met de invoering van de huidige bankenbelasting.


Prof. dr. J.N. Bouwman
Prof. dr. J.N. Bouwman is hoogleraar Belastingrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Praktijk

Regulering na Lehman

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2014
Trefwoorden kredietcrisis, toezichtregels, wijzigingen, ontwikkelingen, trends
Auteurs Mr. drs. C. Riekerk
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bevat een overzicht van relevante regelgeving die tot stand is gekomen naar aanleiding van (de lessen uit) het faillissement van Lehman Brothers. Het overzicht kent een onderverdeling in vier categorieën. Te weten ‘toezicht en systeem’, ‘soliditeit’, ‘transparantie’ en ‘integriteit en kwaliteit’. Op basis van het overzicht wordt een aantal trends gesignaleerd met betrekking tot de beschreven regelgeving.


Mr. drs. C. Riekerk
Mr. drs. C. Riekerk is advocaat bij Finnius advocaten te Amsterdam.
Wetenschap

Het enquêterecht en het toetsen van besluiten in arbitrage

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Arbitrage, vernietigen, besluiten, enquêtegeschillen, beroepsrecht, art 2:16 BW, art 26 WOR, geschillenregeling, Groenselect, Erasmus/Harbour
Auteurs Mr. H.R. Pleiter
SamenvattingAuteursinformatie

    Het vernietigen van besluiten is evenals het enquêterecht vanwege de openbare orde non-arbitrabel. De erga omnes-werking van de uitspraak/voorzieningen staat aan de arbitrabiliteit in de weg. De auteur betoogt dat de praktijk baat kan hebben bij een geval-tot-gevalbenadering ten aanzien van arbitrabiliteit van enquêtegeschillen. Met het vernieuwde bv-recht is beoogd de betrokkenen ruimte te geven bij het regelen van de rechtsgevolgen binnen de vennootschap; de rechter moet dit respecteren. De auteur stelt dat met implementatie van het beroepsrecht van art. 26 WOR in Boek 2 BW de erga omnes-werking niet langer aan arbitrabiliteit van besluiten in de weg zal staan.


Mr. H.R. Pleiter
Mr. H.R. Pleiter heeft dit artikel geschreven volgend op zijn afstudeerscriptie. Het artikel is inhoudelijk afgerond in mei 2014.
Wetenschap

Instructiebevoegdheid en de aansprakelijkheid van de moedervennootschap als medebeleidsbepaler van haar dochter-bv op grond van art. 2:248 lid 7 BW: een kwestie van balans

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Aansprakelijkheid moedervennootschap, instructie bevoegdheid, medebeleidsbepaler, hechte concernverhoudingen, dochter BV, bestuursautonomie, beleidsbepaling
Auteurs Mw. mr. D. Mokhberolsafa
SamenvattingAuteursinformatie

    Het geven van concrete instructies kan de moedervennootschap eerder in de gevarenzone brengen om door de curator als medebeleidsbepaler van haar dochter-bv in de zin van art. 2:248 lid 7 BW aansprakelijk te worden gesteld. De aanwezigheid van een concrete instructie kan immers de feitelijke ondergeschiktheidspositie van het dochterbestuur aan de moedervennootschap in zoverre onderstrepen, dat de moedervennootschap eerder gezien kan worden als degene die feitelijk het bestuur uitoefent. Zodoende kan zij als medebeleidsbepaler worden gekwalificeerd en door de rechter aansprakelijk worden gehouden op grond van art. 2:248 lid 7 BW.


Mw. mr. D. Mokhberolsafa
Mw. mr. Mokhberolsafa heeft dit artikel geschreven in het kader van haar afstudeerscriptie. Dit artikel is inhoudelijk afgerond in mei 2014.
Artikel

De positie van minderheidsaandeelhouders en het openbaar bod

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2014
Trefwoorden bescherming, minderheidsaandeelhouders, openbaar bod, appraisal, stakeholders, governance
Auteurs Mr. W.B. Kuijpers en Mr. dr. A. van der Krans
SamenvattingAuteursinformatie

    Indien een aandeelhouder om hem moverende redenen niet ingaat op een uitgebracht openbaar bod verandert zijn situatie verstrekkend. De resterende aandeelhouder kan onder andere worden geconfronteerd met de komst van een meerderheidsaandeelhouder, afhankelijke commissarissen, een waardedaling of afname van liquiditeit en veelal uiteindelijk alsnog verlies van zijn aandelen. Al deze veranderingen kunnen behoorlijk nadelig uitpakken. Recente overnamebiedingen hebben de noodzaak voor extra bescherming van de positie van minderheidsaandeelhouders onderstreept. Hiertoe bespreken de auteurs vijf voorstellen, die alle kunnen bijdragen aan een betere bescherming van minderheidsaandeelhouders rondom een openbaar bod. Hun conclusie luidt dat deze voorstellen, ook in onderlinge samenhang, mogelijk een adequate verbetering van de bescherming van minderheidsaandeelhouders vormen.


Mr. W.B. Kuijpers
Mr. W.B. Kuijpers is Senior Legal Counsel bij Eumedion.

Mr. dr. A. van der Krans
Mr. dr. A. van der Krans is Senior Advisor Responsible Investment & Governance bij MN.
Artikel

Corporate governance en belangenconflicten van bestuurders bij openbare biedingen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2014
Trefwoorden tegenstrijdig belang, openbaar bod, corporate governance, claw back, Bruil, corporate event-regeling, afroomregeling
Auteurs Mr. K.L. Tienstra en Prof. mr. W.J. Oostwouder
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs bespreken de governanceaspecten van belangenconflicten waarmee bestuurders van een Nederlandse doelvennootschap geconfronteerd kunnen worden, in het kader van een vriendelijk openbaar bod. Na een korte uiteenzetting van de openbaarbodregeling wordt de bij de Wet bestuur en toezicht ingevoerde tegenstrijdigbelangregeling toegepast, waarbij tevens ingegaan wordt op relevante jurisprudentie. Daarna komen de Wft, het Bob en de Code aan de orde. Aan de hand van dit overzicht wordt het position statement van UNIT4 getoetst en slaan zij een brug naar de per 1 januari 2014 ingevoerde corporate event-regeling uit de Wet Claw back, om af te sluiten met een conclusie.


Mr. K.L. Tienstra
Mr. K.L. Tienstra is advocaat bij Loyens & Loeff N.V. in Amsterdam.

Prof. mr. W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. Oostwouder is hoogleraar Bedrijfsfinancieel recht aan de Universiteit Utrecht en advocaat bij Loyens & Loeff.
Artikel

Wat schuilt daar in het Riet? Bestuurders-aansprakelijkheid?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2013
Trefwoorden (externe) bestuurdersaansprakelijkheid, secundaire aansprakelijkheid, rechtstreekse aansprakelijkheid, rechtstreekse bestuurdersaansprakelijkheid, Van de Riet/Hoffman, Ponteecen/Stratex, Robu, zorgvuldigheidsnorm, ernstig verwijt
Auteurs Mr. G.R.G. Driessen en Mr. D. Engelen
SamenvattingAuteursinformatie

    In hun bijdrage bespreken de auteurs externe, rechtstreekse bestuurdersaansprakelijkheid in het licht van het arrest van de Hoge Raad van 23 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX5881 (Van de Riet/Hoffmann). Volgens de auteurs is er een zeker patroon waarneembaar tussen dit arrest en de arresten van de Hoge Raad van 12 mei 2000 (NJ 2000, 440, Robu) en 23 januari 2004 (ECLI:NL:HR:2004:AL7051, Ponteecen/Stratex). Uit die arresten kan volgens hen worden geconcludeerd dat dga’s en bestuurders van de ‘kleine(re) bv’s’ effectief gezien een verhoogde kans lopen een persoonlijke zorgvuldigheidsverplichting op zich te laden jegens derden met wie hun vennootschap zakendoet. Die bestuurders zijn immers juist degenen die de dagelijkse werkzaamheden (moeten) verrichten, zitten over het algemeen ‘dichter op het vuur’, en lopen daarmee een groter risico om hun ‘vingers te branden’. In dit artikel wordt deze visie nader uitgewerkt en toegelicht.


Mr. G.R.G. Driessen
Mr. G.R.G. Driessen is advocaat bij Holland Van Gijzen Advocaten en Notarissen.

Mr. D. Engelen
Mr. D. Engelen is advocaat bij Holland Van Gijzen Advocaten en Notarissen.
Artikel

Bestuur en toezicht: gevolgen voor de opiniepraktijk

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2013
Trefwoorden legal opinion, opiniepraktijk, Wet bestuur en toezicht, tegenstrijdig belang, Bibolini
Auteurs Mr. M. Batteram en Mr. J. Verbeek
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de inwerkingtreding van het wetsvoorstel bestuur en toezicht is onder meer de tegenstrijdigbelangregeling voor bestuurders en commissarissen aanzienlijk gewijzigd. Deze wetswijziging heeft de aanleiding gevormd om de Nederlandse opiniepraktijk nader te belichten. In deze bijdrage komen onder meer de systematiek van de ‘legal opinion’ met betrekking tot de oude en nieuwe tegenstrijdigbelangregeling en de daarmee samenhangende vennootschappelijke besluitvorming aan de orde. Voorts wordt de betekenis van het Bibolini-arrest besproken vanuit het perspectief van een opiniegever. De bijdrage wordt afgesloten met enkele slotopmerkingen.


Mr. M. Batteram
Mr. M. Batteram is advocaat bij AKD te Amsterdam.

Mr. J. Verbeek
Mr. J. Verbeek is advocaat bij AKD te Amsterdam.
Discussie

Nogmaals, de vereenvoudigde vaststelling van de jaarrekening in het nieuwe bv-recht

Reactie op B. Verkerk, Verwarring over de vereenvoudigde vaststelling van de jaarrekening, O&F 2013-2, p. 68 e.v.

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2013
Auteurs Prof. mr. C.A. Schwarz en T. Verkade RA
Auteursinformatie

Prof. mr. C.A. Schwarz
Prof. mr. C.A. Schwarz is hoogleraar Ondernemingsrecht aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Maastricht en partner van Baker Tilly Berk.

T. Verkade RA
T. Verkade, RA is partner en bestuurslid van Baker Tilly Berk.
Discussie

Naschrift

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2013
Auteurs Mr. B. Verkerk
Auteursinformatie

Mr. B. Verkerk
Mr. B. Verkerk is advocaat bij AKD en docent Ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

De bestuurder in jointventureverhoudingen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2013
Trefwoorden partijgebonden benoeming en ontslag van de JV-bestuurder, instructiebevoegdheid van JV-partijen, dienstverband met de JV-bv of met een JV-partij, terugkeergaranties
Auteurs Prof. mr. L.G. Verburg
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage heeft als thema de bestuurder in joint venture verhoudingen (de JV-bestuurder). Het vizier is gericht op een joint venture (JV) waarbij twee of meer partijen ten aanzien van de juridische structuur van hun samenwerkingsverband voor de bv kozen. De bijdrage benadert het thema vanuit twee invalshoeken. De eerste invalshoek onderzoekt enige specifieke aan het karakter van een JV gerelateerde aspecten van de functionele band van de bestuurder met de bv. Dit eerste deel van de bijdrage gaat vooral in op de per 1 oktober 2012 op grond van de totstandkoming van de Flex-wet ingevoerde wijzigingen in Boek 2 BW. De tweede invalshoek bekijkt het thema vanuit arbeidsrechtelijk perspectief.


Prof. mr. L.G. Verburg
Prof. mr. L.G. Verburg is hoogleraar arbeidsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De commanditaire vennootschap als jointventurevehikel: perikelen met het beheersverbod

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2013
Trefwoorden joint venture, commanditaire vennootschap, beheersverbod, bv/cv-structuur
Auteurs Mr. A.J.S.M. Tervoort
SamenvattingAuteursinformatie

    Onderzocht wordt in hoeverre de cv een passende rechtsvorm is voor een joint venture (JV). Daartoe wordt het verbod voor een commanditaire vennoot om daden van beheer te verrichten geanalyseerd. De conclusie is dat de reikwijdte van dit verbod zo onduidelijk is, dat een cv een minder geschikte rechtsvorm is voor een JV wanneer de partners joint control over hun samenwerkingsvehikel willen hebben zonder het risico te lopen op hoofdelijke verbondenheid voor diens schulden. Afgesloten wordt met een overzicht van enige structuurvarianten die beter bruikbaar lijken.


Mr. A.J.S.M. Tervoort
Mr. A.J.S.M. Tervoort is bedrijfsjurist en advocaat te Amsterdam en is als fellow verbonden aan het Zuidas Instituut voor Financieel Recht en Ondernemingsrecht te Amsterdam.
Artikel

Joint ventures: praktische aspecten in vogelvlucht

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2013
Trefwoorden joint venture, samenwerking, noodzaakfinanciering, blocking votes
Auteurs Mr. K.A. de Vries, Mr. P.J.A.M. Nijnens en Mr. E.L. Gerretsen
SamenvattingAuteursinformatie

    Partijen die een joint venture (JV) willen aangaan, dienen diverse commerciële en juridische vragen te bespreken en op basis daarvan afspraken vast te leggen in een JV-overeenkomst. Omdat dergelijke overeenkomsten veelal voor langere termijn gelden, is het raadzaam om vooral ook aandacht te besteden aan de situatie dat onverhoopt de samenwerking tot een geschil leidt of dat additionele financiering door de JV-partners nodig is. In het artikel worden allereerst een aantal vragen besproken die in het voorjaartraject aan de orde komen. Vervolgens wordt specifiek aandacht besteed aan de initiële en mogelijke additionele financiering door JV-partners en hoe geschillen kunnen worden beslecht. Aan de orde komt dat JV-partners er rekening mee moeten houden dat in een situatie van ‘noodzaakfinanciering’ sommige afspraken door de Ondernemingskamer opzijgezet kunnen worden.


Mr. K.A. de Vries
Mr. K.A. de Vries is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.

Mr. P.J.A.M. Nijnens
Mr. P.J.A.M. Nijnens is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.

Mr. E.L. Gerretsen
Mr. E.L. Gerretsen is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Toont 41 - 60 van 226 gevonden teksten
1 3 5 6 7 8 9 10 11 12
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.