Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 219 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Onderneming en Financiering x
Praktijk

Regulering na Lehman

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2014
Trefwoorden kredietcrisis, toezichtregels, wijzigingen, ontwikkelingen, trends
Auteurs Mr. drs. C. Riekerk
SamenvattingAuteursinformatie

    Dit artikel bevat een overzicht van relevante regelgeving die tot stand is gekomen naar aanleiding van (de lessen uit) het faillissement van Lehman Brothers. Het overzicht kent een onderverdeling in vier categorieën. Te weten ‘toezicht en systeem’, ‘soliditeit’, ‘transparantie’ en ‘integriteit en kwaliteit’. Op basis van het overzicht wordt een aantal trends gesignaleerd met betrekking tot de beschreven regelgeving.


Mr. drs. C. Riekerk
Mr. drs. C. Riekerk is advocaat bij Finnius advocaten te Amsterdam.
Wetenschap

Het enquêterecht en het toetsen van besluiten in arbitrage

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Arbitrage, vernietigen, besluiten, enquêtegeschillen, beroepsrecht, art 2:16 BW, art 26 WOR, geschillenregeling, Groenselect, Erasmus/Harbour
Auteurs Mr. H.R. Pleiter
SamenvattingAuteursinformatie

    Het vernietigen van besluiten is evenals het enquêterecht vanwege de openbare orde non-arbitrabel. De erga omnes-werking van de uitspraak/voorzieningen staat aan de arbitrabiliteit in de weg. De auteur betoogt dat de praktijk baat kan hebben bij een geval-tot-gevalbenadering ten aanzien van arbitrabiliteit van enquêtegeschillen. Met het vernieuwde bv-recht is beoogd de betrokkenen ruimte te geven bij het regelen van de rechtsgevolgen binnen de vennootschap; de rechter moet dit respecteren. De auteur stelt dat met implementatie van het beroepsrecht van art. 26 WOR in Boek 2 BW de erga omnes-werking niet langer aan arbitrabiliteit van besluiten in de weg zal staan.


Mr. H.R. Pleiter
Mr. H.R. Pleiter heeft dit artikel geschreven volgend op zijn afstudeerscriptie. Het artikel is inhoudelijk afgerond in mei 2014.
Wetenschap

Instructiebevoegdheid en de aansprakelijkheid van de moedervennootschap als medebeleidsbepaler van haar dochter-bv op grond van art. 2:248 lid 7 BW: een kwestie van balans

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2014
Trefwoorden Aansprakelijkheid moedervennootschap, instructie bevoegdheid, medebeleidsbepaler, hechte concernverhoudingen, dochter BV, bestuursautonomie, beleidsbepaling
Auteurs Mw. mr. D. Mokhberolsafa
SamenvattingAuteursinformatie

    Het geven van concrete instructies kan de moedervennootschap eerder in de gevarenzone brengen om door de curator als medebeleidsbepaler van haar dochter-bv in de zin van art. 2:248 lid 7 BW aansprakelijk te worden gesteld. De aanwezigheid van een concrete instructie kan immers de feitelijke ondergeschiktheidspositie van het dochterbestuur aan de moedervennootschap in zoverre onderstrepen, dat de moedervennootschap eerder gezien kan worden als degene die feitelijk het bestuur uitoefent. Zodoende kan zij als medebeleidsbepaler worden gekwalificeerd en door de rechter aansprakelijk worden gehouden op grond van art. 2:248 lid 7 BW.


Mw. mr. D. Mokhberolsafa
Mw. mr. Mokhberolsafa heeft dit artikel geschreven in het kader van haar afstudeerscriptie. Dit artikel is inhoudelijk afgerond in mei 2014.
Artikel

De positie van minderheidsaandeelhouders en het openbaar bod

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2014
Trefwoorden bescherming, minderheidsaandeelhouders, openbaar bod, appraisal, stakeholders, governance
Auteurs Mr. W.B. Kuijpers en Mr. dr. A. van der Krans
SamenvattingAuteursinformatie

    Indien een aandeelhouder om hem moverende redenen niet ingaat op een uitgebracht openbaar bod verandert zijn situatie verstrekkend. De resterende aandeelhouder kan onder andere worden geconfronteerd met de komst van een meerderheidsaandeelhouder, afhankelijke commissarissen, een waardedaling of afname van liquiditeit en veelal uiteindelijk alsnog verlies van zijn aandelen. Al deze veranderingen kunnen behoorlijk nadelig uitpakken. Recente overnamebiedingen hebben de noodzaak voor extra bescherming van de positie van minderheidsaandeelhouders onderstreept. Hiertoe bespreken de auteurs vijf voorstellen, die alle kunnen bijdragen aan een betere bescherming van minderheidsaandeelhouders rondom een openbaar bod. Hun conclusie luidt dat deze voorstellen, ook in onderlinge samenhang, mogelijk een adequate verbetering van de bescherming van minderheidsaandeelhouders vormen.


Mr. W.B. Kuijpers
Mr. W.B. Kuijpers is Senior Legal Counsel bij Eumedion.

Mr. dr. A. van der Krans
Mr. dr. A. van der Krans is Senior Advisor Responsible Investment & Governance bij MN.
Artikel

Corporate governance en belangenconflicten van bestuurders bij openbare biedingen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2014
Trefwoorden tegenstrijdig belang, openbaar bod, corporate governance, claw back, Bruil, corporate event-regeling, afroomregeling
Auteurs Mr. K.L. Tienstra en Prof. mr. W.J. Oostwouder
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteurs bespreken de governanceaspecten van belangenconflicten waarmee bestuurders van een Nederlandse doelvennootschap geconfronteerd kunnen worden, in het kader van een vriendelijk openbaar bod. Na een korte uiteenzetting van de openbaarbodregeling wordt de bij de Wet bestuur en toezicht ingevoerde tegenstrijdigbelangregeling toegepast, waarbij tevens ingegaan wordt op relevante jurisprudentie. Daarna komen de Wft, het Bob en de Code aan de orde. Aan de hand van dit overzicht wordt het position statement van UNIT4 getoetst en slaan zij een brug naar de per 1 januari 2014 ingevoerde corporate event-regeling uit de Wet Claw back, om af te sluiten met een conclusie.


Mr. K.L. Tienstra
Mr. K.L. Tienstra is advocaat bij Loyens & Loeff N.V. in Amsterdam.

Prof. mr. W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. Oostwouder is hoogleraar Bedrijfsfinancieel recht aan de Universiteit Utrecht en advocaat bij Loyens & Loeff.
Artikel

Wat schuilt daar in het Riet? Bestuurders-aansprakelijkheid?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2013
Trefwoorden (externe) bestuurdersaansprakelijkheid, secundaire aansprakelijkheid, rechtstreekse aansprakelijkheid, rechtstreekse bestuurdersaansprakelijkheid, Van de Riet/Hoffman, Ponteecen/Stratex, Robu, zorgvuldigheidsnorm, ernstig verwijt
Auteurs Mr. G.R.G. Driessen en Mr. D. Engelen
SamenvattingAuteursinformatie

    In hun bijdrage bespreken de auteurs externe, rechtstreekse bestuurdersaansprakelijkheid in het licht van het arrest van de Hoge Raad van 23 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX5881 (Van de Riet/Hoffmann). Volgens de auteurs is er een zeker patroon waarneembaar tussen dit arrest en de arresten van de Hoge Raad van 12 mei 2000 (NJ 2000, 440, Robu) en 23 januari 2004 (ECLI:NL:HR:2004:AL7051, Ponteecen/Stratex). Uit die arresten kan volgens hen worden geconcludeerd dat dga’s en bestuurders van de ‘kleine(re) bv’s’ effectief gezien een verhoogde kans lopen een persoonlijke zorgvuldigheidsverplichting op zich te laden jegens derden met wie hun vennootschap zakendoet. Die bestuurders zijn immers juist degenen die de dagelijkse werkzaamheden (moeten) verrichten, zitten over het algemeen ‘dichter op het vuur’, en lopen daarmee een groter risico om hun ‘vingers te branden’. In dit artikel wordt deze visie nader uitgewerkt en toegelicht.


Mr. G.R.G. Driessen
Mr. G.R.G. Driessen is advocaat bij Holland Van Gijzen Advocaten en Notarissen.

Mr. D. Engelen
Mr. D. Engelen is advocaat bij Holland Van Gijzen Advocaten en Notarissen.
Artikel

Bestuur en toezicht: gevolgen voor de opiniepraktijk

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2013
Trefwoorden legal opinion, opiniepraktijk, Wet bestuur en toezicht, tegenstrijdig belang, Bibolini
Auteurs Mr. M. Batteram en Mr. J. Verbeek
SamenvattingAuteursinformatie

    Met de inwerkingtreding van het wetsvoorstel bestuur en toezicht is onder meer de tegenstrijdigbelangregeling voor bestuurders en commissarissen aanzienlijk gewijzigd. Deze wetswijziging heeft de aanleiding gevormd om de Nederlandse opiniepraktijk nader te belichten. In deze bijdrage komen onder meer de systematiek van de ‘legal opinion’ met betrekking tot de oude en nieuwe tegenstrijdigbelangregeling en de daarmee samenhangende vennootschappelijke besluitvorming aan de orde. Voorts wordt de betekenis van het Bibolini-arrest besproken vanuit het perspectief van een opiniegever. De bijdrage wordt afgesloten met enkele slotopmerkingen.


Mr. M. Batteram
Mr. M. Batteram is advocaat bij AKD te Amsterdam.

Mr. J. Verbeek
Mr. J. Verbeek is advocaat bij AKD te Amsterdam.
Discussie

Nogmaals, de vereenvoudigde vaststelling van de jaarrekening in het nieuwe bv-recht

Reactie op B. Verkerk, Verwarring over de vereenvoudigde vaststelling van de jaarrekening, O&F 2013-2, p. 68 e.v.

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2013
Auteurs Prof. mr. C.A. Schwarz en T. Verkade RA
Auteursinformatie

Prof. mr. C.A. Schwarz
Prof. mr. C.A. Schwarz is hoogleraar Ondernemingsrecht aan de Faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Maastricht en partner van Baker Tilly Berk.

T. Verkade RA
T. Verkade, RA is partner en bestuurslid van Baker Tilly Berk.
Discussie

Naschrift

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 4 2013
Auteurs Mr. B. Verkerk
Auteursinformatie

Mr. B. Verkerk
Mr. B. Verkerk is advocaat bij AKD en docent Ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

De bestuurder in jointventureverhoudingen

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2013
Trefwoorden partijgebonden benoeming en ontslag van de JV-bestuurder, instructiebevoegdheid van JV-partijen, dienstverband met de JV-bv of met een JV-partij, terugkeergaranties
Auteurs Prof. mr. L.G. Verburg
SamenvattingAuteursinformatie

    Deze bijdrage heeft als thema de bestuurder in joint venture verhoudingen (de JV-bestuurder). Het vizier is gericht op een joint venture (JV) waarbij twee of meer partijen ten aanzien van de juridische structuur van hun samenwerkingsverband voor de bv kozen. De bijdrage benadert het thema vanuit twee invalshoeken. De eerste invalshoek onderzoekt enige specifieke aan het karakter van een JV gerelateerde aspecten van de functionele band van de bestuurder met de bv. Dit eerste deel van de bijdrage gaat vooral in op de per 1 oktober 2012 op grond van de totstandkoming van de Flex-wet ingevoerde wijzigingen in Boek 2 BW. De tweede invalshoek bekijkt het thema vanuit arbeidsrechtelijk perspectief.


Prof. mr. L.G. Verburg
Prof. mr. L.G. Verburg is hoogleraar arbeidsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

De commanditaire vennootschap als jointventurevehikel: perikelen met het beheersverbod

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2013
Trefwoorden joint venture, commanditaire vennootschap, beheersverbod, bv/cv-structuur
Auteurs Mr. A.J.S.M. Tervoort
SamenvattingAuteursinformatie

    Onderzocht wordt in hoeverre de cv een passende rechtsvorm is voor een joint venture (JV). Daartoe wordt het verbod voor een commanditaire vennoot om daden van beheer te verrichten geanalyseerd. De conclusie is dat de reikwijdte van dit verbod zo onduidelijk is, dat een cv een minder geschikte rechtsvorm is voor een JV wanneer de partners joint control over hun samenwerkingsvehikel willen hebben zonder het risico te lopen op hoofdelijke verbondenheid voor diens schulden. Afgesloten wordt met een overzicht van enige structuurvarianten die beter bruikbaar lijken.


Mr. A.J.S.M. Tervoort
Mr. A.J.S.M. Tervoort is bedrijfsjurist en advocaat te Amsterdam en is als fellow verbonden aan het Zuidas Instituut voor Financieel Recht en Ondernemingsrecht te Amsterdam.
Artikel

Joint ventures: praktische aspecten in vogelvlucht

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 3 2013
Trefwoorden joint venture, samenwerking, noodzaakfinanciering, blocking votes
Auteurs Mr. K.A. de Vries, Mr. P.J.A.M. Nijnens en Mr. E.L. Gerretsen
SamenvattingAuteursinformatie

    Partijen die een joint venture (JV) willen aangaan, dienen diverse commerciële en juridische vragen te bespreken en op basis daarvan afspraken vast te leggen in een JV-overeenkomst. Omdat dergelijke overeenkomsten veelal voor langere termijn gelden, is het raadzaam om vooral ook aandacht te besteden aan de situatie dat onverhoopt de samenwerking tot een geschil leidt of dat additionele financiering door de JV-partners nodig is. In het artikel worden allereerst een aantal vragen besproken die in het voorjaartraject aan de orde komen. Vervolgens wordt specifiek aandacht besteed aan de initiële en mogelijke additionele financiering door JV-partners en hoe geschillen kunnen worden beslecht. Aan de orde komt dat JV-partners er rekening mee moeten houden dat in een situatie van ‘noodzaakfinanciering’ sommige afspraken door de Ondernemingskamer opzijgezet kunnen worden.


Mr. K.A. de Vries
Mr. K.A. de Vries is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.

Mr. P.J.A.M. Nijnens
Mr. P.J.A.M. Nijnens is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.

Mr. E.L. Gerretsen
Mr. E.L. Gerretsen is advocaat bij De Brauw Blackstone Westbroek te Amsterdam.
Artikel

Verwarring over de vereenvoudigde vaststelling van de jaarrekening

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2013
Trefwoorden jaarrekening, vaststelling, publicatie, publicatietermijn, accountantscontrole, decharge
Auteurs mr. B. Verkerk
SamenvattingAuteursinformatie

    Art. 2:210 lid 5 BW stelt bv’s waarvan alle aandeelhouders tevens bestuurder zijn, in staat op vereenvoudigde wijze de jaarrekening vast te stellen. Naar aanleiding van dit artikel zal in deze bijdrage worden ingegaan op de volgende vragen:

    1. Hoe zit het met de volgtijdelijkheid van het opmaken en vaststellen van de jaarrekening en afgifte van de accountantsverklaring?

    2. Leidt de vereenvoudigde vaststelling tot een verkorting van de termijn voor publicatie van de jaarrekening, met eventuele gevolgen voor bestuurdersaansprakelijkheid in geval van faillissement?

    3. Hoe te handelen wanneer niet gewenst is dat vaststelling van de jaarrekening tot decharge leidt?


mr. B. Verkerk
Mr. B. Verkerk is advocaat bij AKD en docent Ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.
Artikel

Private equity – wat is het en hoe is het gereguleerd in Nederland?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2013
Trefwoorden private equity, werkwijze, regelgeving, Nederland, AIFM-richtlijn
Auteurs Mr. C.D. Spetter
SamenvattingAuteursinformatie

    Private equity richt zich op het werven van fondsen en het verkrijgen van veel vreemd vermogen (leverage) om daarmee investeringen te doen in portfolio-ondernemingen. Na de nodige bedrijfsverbeteringen, vindt de exit plaats met als doel hier een zo hoog mogelijk rendement op te halen. Hoewel de regelgeving voor private equity-partijen momenteel beperkt is in Nederland, zal hier verandering in komen met de komst van de AIFM-richtlijn; naast een vergunningplicht brengt deze richtlijn meerdere doorlopende informatieverplichtingen met zich mee.


Mr. C.D. Spetter
Mevrouw Spetter heeft dit artikel geschreven naar aanleiding van haar afstudeerscriptie.
Artikel

De wenselijkheid van een algemene zorgplicht in de Wft

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 2 2013
Trefwoorden Wijzigingswet financiële markten 2014, Wet op het financieel toezicht, Autoriteit Financiële Markten, zorgplicht, financiëledienstverleners
Auteurs mr. N.A. van Opbergen
SamenvattingAuteursinformatie

    In het wetsvoorstel Wijzigingswet financiële markten 2014 wordt voorgesteld een algemene zorgplicht voor financiëledienstverleners vast te leggen in de Wet op het financieel toezicht (art. 4:24a nieuw). Belangrijkste argument daarvoor is informatiescheefheid tussen financiëledienstverleners en klanten. Belangrijkste argument daartegen is rechtsonzekerheid voor financiëledienstverleners, omdat onduidelijk zou zijn wanneer de zorgplicht wordt overtreden. Voor een succesvolle handhaving van de algemene zorgplicht is vereist dat de AFM dit alleen doet in evidente gevallen. Het voorgestelde artikel moet deels worden gewijzigd.


mr. N.A. van Opbergen
Mevrouw Van Opbergen heeft dit artikel geschreven naar aanleiding van haar afstudeerscriptie.
Artikel

Maakt de Hoge Raad het vennootschapsrecht opnieuw nodeloos ingewikkeld?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2013
Trefwoorden bestuurdersaansprakelijkheid, ernstige verwijtbaarheid, art. 6:162 BW, LJN BX5881
Auteurs Prof. mr. J.B. Huizink
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur aan de hand van het recente door de Hoge Raad gewezen arrest van 23 november 2012 (LJN BX5881) de problematiek die ziet op de bestuurdersaansprakelijkheid. In dit arrest heeft de Hoge Raad bepaald dat als een bestuurder van een vennootschap door een derde aansprakelijk wordt gesteld en de grondslag van de vordering niet bestaat uit een tekortschietende of onbehoorlijke taakuitoefening als bestuurder, maar berust op een daarvan losstaande zorgvuldigheidsnorm, de gewone regels van de onrechtmatige daad gelden. In het bijzonder is dan niet vereist dat de bestuurder een ernstig verwijt van zijn handelen kan worden gemaakt. Aan de hand van bespreking van de vereisten voor aansprakelijkheid bij primair of secundair daderschap en een uitleg van de Beklamel- en Oosterhof-normen komt de auteur tot de conclusie dat het arrest niet tot meer bestuurdersaansprakelijkheid leidt.


Prof. mr. J.B. Huizink
Prof. mr. J.B. Huizink is hoogleraar Ondernemingsrecht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en verbonden aan het Zuidas Instituut voor Financieel recht en Ondernemingsrecht (ZIFO).
Artikel

Het enquêterecht voor banken

Annotatie bij Hof Amsterdam (OK) 29 oktober 2012 (Nijl Aircraft Docking)

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2013
Trefwoorden enquêterecht, pandrecht aandelen, noodzaakfinanciering, onmiddellijke voorzieningen, Ondernemingskamer
Auteurs Mr. Ph.W. Schreurs
SamenvattingAuteursinformatie

    In recente literatuur is gewezen op de mogelijkheden die een pandhouder van aandelen heeft om een enquêteverzoek in te dienen en de voordelen die daaraan zijn verbonden. Op 29 oktober 2012 heeft de Ondernemingskamer voor het eerst een verzoek van een pandhoudende bank toegewezen om bij wijze van onmiddellijke voorziening een bestuurder die een herstructurering verhinderde, te schorsen en te vervangen door een onafhankelijke bestuurder. In deze bijdrage wordt dieper ingegaan op het enquêterecht voor de verschaffers van vreemd vermogen en op deze eerste uitspraak. Het lijkt aannemelijk dat banken deze mogelijkheid vaker zullen gaan aangrijpen.


Mr. Ph.W. Schreurs
Mr. Ph.W. Schreurs is advocaat bij Boels Zanders Advocaten te Eindhoven.
Artikel

Drie opmerkingen bij de ‘Wet bestuur en toezicht’

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2013
Trefwoorden Wet bestuur en toezicht, one tier-organisatiestructuur, two tier-organisatiestructuur, taakverdeling bestuurders, besluitvorming, aansprakelijkheidsrisico bestuurders
Auteurs Mr. C. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 januari 2013 is de ‘Wet bestuur en toezicht’ (samen met de ‘Reparatiewet bestuur en toezicht’) in werking getreden. Deze bijdrage gaat in op drie onderdelen van de wet. Ten eerste de vraag of in een naamloze en besloten vennootschap met een dualistische organisatiestructuur nadere taakverdelingen die worden aangebracht in de onderlinge verhouding tussen de uitvoerende bestuurders en de niet-uitvoerende bestuurders noodzakelijk bij of krachtens de statuten moeten worden vastgelegd, of ook zonder zo’n statutaire basis mogelijk zijn. De parlementaire geschiedenis wijst die mogelijkheid – in overeenstemming met art. 2:9 BW – af, maar staat in andere gevallen wel zulke nadere taakverdelingen toe. Dit roept de vraag op waarom de parlementaire geschiedenis op het ene punt terughoudender is dan op het andere punt. Ten tweede geeft art. 2:129a lid 3/239a lid 3 BW aan naamloze en besloten vennootschappen met een monistisch model de mogelijkheid te bepalen dat bestuursbesluiten door één of meer bestuurders kunnen worden genomen, waardoor besluitvorming op die punten door het gehele bestuur niet nodig is. Een uitzondering hierop zijn besluiten in de zin van art. 2:164/274 BW die een vergaande strekking hebben. De auteur verdedigt de stelling dat er meer besluiten zijn die buiten het toepassingsgebied van art. 2:129a lid 3/239a lid 3 moeten blijven: het gaat dan om alle besluiten (en feitelijke beslissingen) die een strategisch karakter hebben. Ten derde bespreekt de auteur het aansprakelijkheidsrisico dat niet-uitvoerende bestuurders lopen in vergelijking met het aansprakelijkheidsrisico dat commissarissen in een dualistisch model lopen. De conclusie is dat de collectieve verantwoordelijkheid voor de bestuurstaak die in een monistisch model op alle, dat wil zeggen op zowel de uitvoerende als de niet-uitvoerende, bestuurders rust, leidt tot een vergroot aansprakelijkheidsrisico van de niet-uitvoerende bestuurders. Dat kan een argument zijn om niet te kiezen voor een monistisch model.


Mr. C. de Groot
Mr. C. de Groot is universitair hoofddocent Ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.
Toont 41 - 60 van 219 gevonden teksten
1 3 5 6 7 8 9 10 11
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.