Verfijn uw zoekresultaat

Zoekresultaat: 165 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving x
Artikel

Jurisprudentiële ontwikkelingen over het samenhangcriterium van de ‘b-grond’ in de Wet Bibob

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Wet Bibob, Bestuursstrafrecht, Samenhangcriterium, Bestuurlijke maatregel, Ondermijning
Auteurs Mr. dr. drs. B. van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    Uit de recente jurisprudentie over de Wet Bibob blijkt dat soms onduidelijkheid bestaat over de vraag wanneer strafbare feiten voldoende samenhang vertonen met activiteiten waarvoor de vergunning is aangevraagd of verleend. Uit jurisprudentie blijkt enerzijds dat sprake is van voldoende samenhang, indien de vergunning het plegen van strafbare feiten kan faciliteren. Anderzijds is het uitgangspunt van de Afdeling dat de horecabranche zeer kwetsbaar is voor (bepaalde) overtredingen, zodat zonder al te veel problemen – in de horecabranche – een samenhang wordt aangenomen tussen de strafbare feiten en de activiteiten waarvoor de vergunning is aangevraagd of is verleend.


Mr. dr. drs. B. van der Vorm
Mr. dr. drs. B. van der Vorm is universitair docent straf(proces)recht en is verbonden aan het Willem Pompe Instituut en het Montaigne Centrum voor Rechtspleging en Conflictoplossing van de Universiteit Utrecht en tevens redacteur van dit tijdschrift.
Redactioneel

Een konijn uit de hoge hoed: over de grondslagleer in het bijzondere strafrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Grondslagleer, Tenlastelegging, HR 6 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:308, Dode konijnen, Boksem
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers
SamenvattingAuteursinformatie

    Verlating grondslagleer naar aanleiding van HR 6 maart 2018.


Prof. mr. H.J.B. Sackers
Prof. mr. H.J.B. Sackers is hoogleraar bestuurlijk sanctierecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen en redacteur van dit tijdschrift.
Trending Topics

De rechtmatigheid van datamining door de politie

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2018
Trefwoorden datamining, politie, opsporing, surveillance, Privacy, Art. 3 Politiewet 2012, Art. 141 Sv, Wet politiegegevens
Auteurs Mr. dr. E. Gritter
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage staat de rechtsgrondslag van datamining door de politie centraal, voor zover die wordt ingezet als vorm van surveillance of monitoring teneinde de informatiepositie van de politie te versterken. Betoogd wordt dat het ongericht vergaren van informatie uit openbare internetbronnen als vorm van ‘repressieve controle’ moet worden gezien, die gebaseerd kan worden op art. 3 Politiewet 2012 en/of art. 141 Sv.


Mr. dr. E. Gritter
Mr. dr. E. (Erik) Gritter is als universitair docent straf(proces)recht verbonden aan de Rijkuniversiteit Groningen, en tevens redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Militair strafrecht en militair optreden in het ruimte- en informatiedomein

Nog sciencefiction of al realiteit?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2018
Trefwoorden militair, informatiedomein, ruimtedomein, cyber, Borghouts
Auteurs Mr. J.M. Stad, MA
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nederlandse krijgsmacht treedt behalve op land, ter zee en in de lucht steeds meer op in het ruimte- en informatiedomein. In het artikel wordt het belang voor de partijen in het militair strafproces verkend om voldoende kennis te vergaren over de aard van het militair optreden in deze twee nieuwe domeinen. Daartoe wordt kort beschreven wat de twee nieuwe domeinen inhouden en waar deze zijn geïncorporeerd in de organisatie van de krijgsmacht. Verder wordt de noodzaak om tot een ruimere interpretatie van aanbeveling 2 van de Commissie Borghouts te komen beschreven.


Mr. J.M. Stad, MA
Mr. J.M. Stad, MA is officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland. De auteur is gespecialiseerd in militair strafrecht en heeft een MA in War Studies, King’s College London. De auteur is als militair uitgezonden geweest naar Skopje/Macedonië, Basra/Irak en Uruzgan/Afghanistan.
Artikel

Ne bis in idem revisited. Over de lotgevallen van een beginsel

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Verbod van dubbele bestraffing, Ne bis in idem, Samenloop, Sanctiecumulatie, Alcoholslotprogramma
Auteurs Prof. mr. J.H. Crijns en Mr. dr. M.L. van Emmerik
SamenvattingAuteursinformatie

    Gegeven de toenemende mogelijkheden tot samenloop van punitieve procedures rijst de vraag of en in hoeverre een dergelijke samenloop opportuun of doelmatig kan worden geacht. Of anders en huiselijker geformuleerd: is dergelijke cumulatie van sancties niet wat te veel van het goede? In deze bijdrage wordt ingegaan op de recente ontwikkelingen in de nationale en de Europese jurisprudentie ten aanzien van het ne bis in idem-beginsel. Als startpunt van de beschrijving wordt gekozen voor het Alcoholslotprogramma-arrest waarin het verbod van dubbele bestraffing door de Hoge Raad tot een van de beginselen van een goede procesorde wordt gerekend.


Prof. mr. J.H. Crijns
Prof. mr. J.H. Crijns is hoogleraar straf- en strafprocesrecht aan de Universiteit Leiden en raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof Den Haag.

Mr. dr. M.L. van Emmerik
Mr. dr. M.L. van Emmerik is universitair hoofddocent staats- en bestuursrecht aan de Universiteit Leiden en rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Midden-Nederland.
Diversen

Paard en ei: over de criminalisering van sjoemelen met voedsel

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2018
Trefwoorden voedselfraude, witteboordencriminaliteit, Georganiseerde criminaliteit, Paardenvleesfraude, Fipronileieren
Auteurs Prof. dr. mr. W. Huisman
SamenvattingAuteursinformatie

    Sinds enkele jaren is er veel aandacht voor voedselfraude, onder andere vanwege de paardenvleesfraude, het melamineschandaal en de fipronileieren. In deze bijdrage wordt ingegaan op de aard en de ernst van voedselfraude. Tevens wordt ingegaan op de aanpak van voedselfraude en de betekenis daarvan voor het bijzonder strafrecht.


Prof. dr. mr. W. Huisman
Prof. dr. mr. W. Huisman is hoogleraar criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Jurisprudentie

Over de voorlegplicht en de cautie

Noot bij CBb 26 oktober 2017, ECLI:NL:CBB:2017:343

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Voorlegplicht, Handhaving, Cautie, Toezichthouder, Financieel toezicht
Auteurs Mr. C. de Rond en Mr. M. Altena
SamenvattingAuteursinformatie

    Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft met deze (tussen)uitspraak een beroep van appellant op schending van de toepassing van de ‘voorlegplicht’ zoals neergelegd in artikel 5:44, tweede en derde lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) afgedaan op het relativiteitsbeginsel. De annotatoren gaan in op de betekenis van de voorlegplicht en meer in het bijzonder de wijze waarop financieel toezichthouders in de praktijk toepassing geven aan de voorlegplicht. Daarnaast heeft het CBb overwegingen gewijd aan de cautie en de toepassing van de cautie, zoals neergelegd in artikel 5:10a Awb.
    Daarnaast menen de annotatoren dat het CBb geen nieuwe lijn hanteert inzake het geven van de cautie.


Mr. C. de Rond
Mr. C. de Rond is advocaat te Den Haag.

Mr. M. Altena
Mr. M. Altena is werkzaam als jurist bij de divisie Juridische Zaken van De Nederlandsche Bank.
Jurisprudentie

Artikel 225 Sr, het onjuiste aangiftebiljet en het pleitbare standpunt in het fiscale strafrecht

Noot bij HR 3 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2542

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Valsheid in geschrifte, Pleitbaar standpunt, Bij belastingwet voorziene aangifte, Opzet, Bewijsbestemming
Auteurs Dr. mr. M.M. Kors
SamenvattingAuteursinformatie

    De auteur becommentarieert een arrest van de strafkamer van de Hoge Raad van 3 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2542. In dit arrest heeft de strafkamer geoordeeld over de bewijsbestemming (in de zin van art. 225 Sr) van een bezwaarschrift tegen een belastingaanslag. Daarnaast citeert de strafkamer ten overvloede een aantal overwegingen over het pleitbare standpunt, afkomstig uit het zogenoemde Credit Suisse-arrest van de belastingkamer van de Hoge Raad.


Dr. mr. M.M. Kors
Dr. mr. M.M. Kors is contactambtenaar AWR bij de belastingdienst/Grote Ondernemingen. Vorig jaar heeft zij haar proefschrift over het pleitbare standpunt in het fiscale boete- en strafrecht verdedigd.
Jurisprudentie

Access_open Kroniek ondernemingsstrafrecht

Tweede helft 2017

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2018
Auteurs Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.), mr. A.A. Feenstra, prof. dr. R.C.P. Haentjens e.a.

Prof. mr. H.J.B. Sackers (red.)

mr. A.A. Feenstra

prof. dr. R.C.P. Haentjens

mr. dr. I. Koopmans

mr. J. Boonstra-Verhaert

mr. dr. E. Sikkema

mr. A. Verbruggen

mr. dr. drs. B. van de Vorm

mr. dr. J.S. Nan
Redactioneel

Strafvervolging van een gemeente: een einde aan de spraakverwarring?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Immuniteit, Publiekrechtelijke rechtspersonen, vervolgbaarheid, overheid, Exclusieve bestuurstaak
Auteurs Mr. dr. E. Sikkema
SamenvattingAuteursinformatie

    De (gedeeltelijke) strafrechtelijke immuniteit van publiekrechtelijke rechtspersonen en de wijze waarop in dat verband het criterium van de exclusieve bestuurstaak moet worden toegepast zijn recent opnieuw ter discussie gesteld. Op 20 februari 2018 wees de Hoge Raad een arrest over dit onderwerp, nadat een vordering tot cassatie in het belang der wet was ingediend tegen het vonnis van de Rechtbank Utrecht in de strafzaak tegen de gemeente Stichtse Vecht. De auteur juicht toe dat de gemeente in deze zaak (deels) vervolgbaar wordt geacht en dat de vervolgbaarheid van lagere overheden niet (nog) verder aan banden wordt gelegd. Het arrest kan de onduidelijkheid over de betekenis en de reikwijdte van de exclusieve bestuurstaak echter niet wegnemen.


Mr. dr. E. Sikkema
Mr. dr. E. Sikkema is universitair docent aan de Unversiteit Utrecht.
Artikel

Access_open Witwassen en deelname aan een criminele organisatie als vangnet voor indirecte betrokkenheid van ondernemingen bij mensenrechtenschendingen

Een analyse van de aangifte tegen de Rabobank

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2018
Trefwoorden Rabobank, Mensenrechten, Witwassen, Criminele organisatie, Concernaansprakelijkheid
Auteurs Mr. dr. M.J. Hornman
SamenvattingAuteursinformatie

    Witwassen en deelname aan een criminele organisatie worden in de literatuur naar voren gebracht als mogelijke opties om indirecte betrokkenheid van Nederlandse ondernemingen bij ernstige mensenrechtenschendingen te redresseren. In deze bijdrage worden die mogelijkheden nader geanalyseerd aan de hand van een concrete casus: de vermeende betrokkenheid van de Rabobank bij witwasactiviteiten voor de Mexicaanse drugskartels in de VS. De aangifte die door SMX Collective is gedaan tegen de bank roept namelijk diverse juridisch interessante vragen op over toerekening in concernverhoudingen; een onderwerp dat tot op heden relatief onderbelicht is gebleven in literatuur en jurisprudentie en derhalve aandacht verdient.


Mr. dr. M.J. Hornman
Mr. dr. M.J. Hornman is universitair docent straf- en strafprocesrecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Jurisprudentie

Btw-fraude; verhouding EU-recht en nationale verjaringsregels; worsteling van het Hof met fundamentele mensenrechten

Noot bij HvJ 8 september 2015, ECLI:EU: 2015:555 (Tarrico e.a., prejudiciële beslissing)

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 1 2018
Trefwoorden strafrecht, EU-financiën, Verjaring, Grondrechten, Verhouding nationaal recht - EU-recht
Auteurs Prof. dr. R.C.P. Haentjens
SamenvattingAuteursinformatie

    Het HvJEU stelt voorop dat handhaving van normen ter bescherming van de financiën van de EU strafrechtelijk kan plaatsvinden met voorbijgaan aan de verjaringsregelingen van de desbetreffende staat, maar met inachtneming van grondrechten van de betrokkenen. Vervolg en uitwerking van deze beslissing in HvJEU 5 december 2017.


Prof. dr. R.C.P. Haentjens
Prof. dr. R.C.P. Haentjens is bijzonder hoogleraar financieel strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam.
Diversen

Codificatie van de lappendeken

Onderzoek aan een in beslag genomen smartphone: het labyrint van de (toekomstige) wetgeving en jurisprudentie

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Smartphone, Modernisering Wetboek, Privacy, Straf(proces)recht, Opsporingsbevoegdheid
Auteurs Mr. N. van der Voort
SamenvattingAuteursinformatie

    Mensen communiceren in de huidige samenleving volop digitaal. Het is dan ook niet verrassend dat hét mechanisme om tot de kern van iemands privéleven te komen tegenwoordig wordt bereikt door het onderzoek aan de smartphone. Het wettelijke kader betreffende dit onderzoek staat al enige tijd ter discussie. Waar de Hoge Raad een (op het eerste gezicht onwerkbaar) kader voor de (opsporing)praktijk heeft getracht te scheppen, is de modernisering van het Wetboek (mede) op dit punt in volle gang. Het is tijd dat de wetgever de spreekwoordelijke handschoen oppakt en zorg draagt voor een evenwichtige balans tussen privacy en effectieve opsporing.


Mr. N. van der Voort
Mr. N. van der Voort is associate bij Simmons & Simmons te Amsterdam (Crime, Fraud & Investigations).

    Bitcoin is mede vanwege zijn anonieme karakter een populair betaalmiddel van criminelen geworden. In opsporingsonderzoeken van de FIOD en de politie komen de aan bitcoin gerelateerde fenomenen ‘de bitcoinhandelaar’ en ‘de bitcoinmixer’ in relatie met witwassen voor. Deze fenomenen worden uitgelegd in dit artikel. Het artikel eindigt met de drie nieuwe, door de FIU gevalideerde witwastypologieën over de aan- en verkoop van virtuele betaalmiddelen.


Mr. S. Visser
Mr. S. Visser is accountmanager en projectleider witwasbestrijding bij het Anti Money Laundering Centre (AMLC) in De Bilt.
Artikel

Datamining in een veranderende wereld van opsporing en vervolging

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Strafprocesrecht, Strafrecht, Art. 3 Politiewet 2012, Datamining, Privacy
Auteurs Mr. dr. S. Brinkhoff
SamenvattingAuteursinformatie

    Datamining wordt meer en meer als opsporingsmethode ingezet. Onderzocht wordt of de huidige wettelijke grondslagen, mede gelet op jurisprudentie van het EHRM, wel voldoen voor de inzet van deze methode. Een handvat wordt geboden voor een wettelijke regeling.


Mr. dr. S. Brinkhoff
Mr. dr. S. Brinkhoff is als universitair docent straf(proces)recht verbonden aan de vaksectie Straf(proces)recht en Criminologie van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Het decryptiebevel aan de verdachte in het economisch strafrecht

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2017
Trefwoorden decryptiebevel, Economisch strafrecht, WED, Bevel tot uitlevering, verdachte
Auteurs Mr. dr. E. Gritter
SamenvattingAuteursinformatie

    In dit artikel wordt ingegaan op de mogelijkheden die de WED biedt om onder dwang een decryptiebevel aan de verdachte te richten. Na onderzoek van de wettelijke grondslag wordt ingegaan op de grenzen die het nemo tenetur-beginsel stelt aan het kunnen effectueren van dit bevel.


Mr. dr. E. Gritter
Mr. dr. E. Gritter is als universitair docent straf(proces)recht verbonden aan de Vakgroep Strafrecht en Criminologie van de Rijksuniversiteit Groningen en is tevens redacteur van dit tijdschrift.
Artikel

Het gebruik van Big Data voor opsporingsdoeleinden: tussen Strafvordering en Wet politiegegevens

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Big Data, opsporing, privacy, wet politiegegevens, modernisering strafvordering
Auteurs Mr. dr. B. W. Schermer
SamenvattingAuteursinformatie

    Het gebruik van grote hoeveelheden gegevens (Big Data) levert een steeds grotere bijdrage aan het succes van de opsporing. De toepassing van Big Data brengt echter ook (privacy)risico’s met zich mee. Door de gebrekkige samenhang tussen het Wetboek van Strafvordering en de Wet politiegegevens is het gebruik van Big Data momenteel niet goed gereguleerd. In dit artikel worden de belangrijkste risico’s voor de rechtsbescherming bij het gebruik van Big Data voor opsporingsdoeleinden besproken en wordt bekeken in hoeverre het huidige en toekomstige strafvorderlijke kader deze risico’s kan adresseren.


Mr. dr. B. W. Schermer
Mr. dr. B.W. Schermer is universitair hoofddocent bij het Centrum voor Recht en Digitale Technologie van de Universiteit Leiden (eLaw@Leiden) en partner bij juridisch adviesbureau Considerati. Hij is lid van de Commissie modernisering opsporingsonderzoek in het digitale tijdperk (Commissie Koops) en de expertgroep van het Kenniscentrum Cybercrime van het Hof Den Haag.
Artikel

De bevoegdheid van de politie om computers binnen te treden: tijd voor een grondrecht op de bescherming van informatie-technische systemen?

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2017
Trefwoorden hackbevoegdheid politie, botnets, nieuw grondrecht, integriteit communicatieapparaten, Computercriminaliteit III
Auteurs Dr. B. van der Sloot
SamenvattingAuteursinformatie

    Het wetsvoorstel computercriminaliteit III is bijna aangenomen en legt een aantal nieuwe bevoegdheden voor de politie neer, waaronder de mogelijkheid om computers van burgers binnen te treden. Niet alleen kan de politie zodoende onderzoek doen, ook mag zij gegevens kopiëren en aanpassingen doen aan de computer, bijvoorbeeld om bepaalde malware te verwijderen. Commentatoren hebben erop gewezen dat dit een zware inmenging is in de privésfeer van burgers. Het zou dan ook tijd zijn voor een nieuw grondrecht op de integriteit van digitale gegevensdragers. Dit artikel bespreekt de nieuwe bevoegdheid van de politie en de introductie van een mogelijk nieuw grondrecht.


Dr. B. van der Sloot
Dr. B. van der Sloot is senior researcher aan het Tilburg Institute for Law, Technology, and Society (TILT), Tilburg University.
Artikel

Cumulerende procedures en dubbele bestraffing

De invloed van Europa op het ne bis in idem-beginsel in Nederland

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2017
Trefwoorden ne bis in idem-beginsel, EVRM, Europese Unie, dubbele bestraffing, criminal charge
Auteurs Mr. A.C.M. Klaasse en Mr. J.N. de Boer
SamenvattingAuteursinformatie

    Het ne bis in idem-beginsel is geregeld in respectievelijk artikel 68 Sr en artikel 5:43 Awb. Ook in procedures die buiten het strafrecht of bestuurlijke boeterecht vallen, kan het Europese verbod op dubbele bestraffing doorwerken in Nederland. De Hoge Raad heeft erkend dat de algemene beginselen van een behoorlijke procesorde bescherming bieden in het kader van het ne bis in idem-beginsel. Bovendien is artikel 50 van het Handvest van de EU van toepassing indien EU-recht ten uitvoer wordt gelegd. Op deze wijze is jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU en het EHRM ook van belang voor Nederland.


Mr. A.C.M. Klaasse
Mr. A.C.M. Klaasse is juridisch medewerker bij Hertoghs advocaten in Rotterdam.

Mr. J.N. de Boer
Mr. J.N. de Boer is advocaat bij Hertoghs advocaten in Amsterdam.
Artikel

Over de houdbaarheid van de parlementaire immuniteit voor (gemeentelijke) volksvertegenwoordigers

Tijdschrift Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, Aflevering 4 2017
Trefwoorden Parlementaire immuniteit, Vrijheid van meningsuiting, Volksvertegenwoordigers, Vervolgingsrecht, Uitingsdelicten
Auteurs Mr. dr. drs. B. van der Vorm
SamenvattingAuteursinformatie

    Volksvertegenwoordigers die zich binnen een officiële vergadering beledigend uitlaten tegenover andere parlementariërs kunnen hiervoor niet worden vervolgd of civielrechtelijk worden aangesproken. Hetzelfde geldt voor andere delicten, zoals de schending van de geheimhoudingsplicht en het aanzetten tot haat. Het Openbaar Ministerie komt in dergelijke gevallen geen vervolgingsrecht toe. De voorzitter is bevoegd om sanctionerend op te treden. In het huidige regime lijkt de toegevoegde waarde van deze parlementaire immuniteit voor volksvertegenwoordigers achterhaald te zijn, vanwege een ruime uitleg van de vrijheid van meningsuiting voor politici.


Mr. dr. drs. B. van der Vorm
Mr. dr. drs. B. van der Vorm is universitair docent straf(proces)recht en verbonden aan het Willem Pompe Instituut en het Montaigne Centrum voor Rechtspleging en Conflictoplossing van de Universiteit Utrecht en tevens redacteur van dit tijdschrift.
Toont 41 - 60 van 165 gevonden teksten
1 3 5 6 7 8 9
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.