Zoekresultaat: 50 artikelen

x
Jaar 2015 x
Artikel

Slachtoffers van onrecht: de psychologie van secundaire victimisatie (en positieve reacties voor slachtoffers)

Tijdschrift PROCES, Aflevering 2 2015
Trefwoorden slachtofferrechten, just-world theorie, negatieve reacties richting slachtoffers, steun richting slachtoffers
Auteurs Dr. Michèlle Bal
SamenvattingAuteursinformatie

    Victims play an increasingly more prominent role in the criminal justice process. While the consequences of victim participation in the judicial process have been criticized by researchers and practitioners alike, the possible negative consequences of secondary victimization has been largely neglected in this debate. From a social psychological perspective, I discuss research on just-world theory that can explain these negative reactions and give some insight into the processes that play a role in both negative and positive reactions toward victims. Implications for the law practitioners and scholars will be discussed.


Dr. Michèlle Bal
Dr. Michèlle Bal is universitair docent Criminologie aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie van de Universiteit Leiden.
Jurisprudentie

De Jonge - Scheper Ziekenhuis

HR 26 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2797

Tijdschrift Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, Aflevering 1 2015
Trefwoorden resultaatsafhankelijke beloning, letselschadebureau, no cure, no pay, buitengerechtelijke kosten, dubbele redelijkheidstoets
Auteurs Prof. dr. W.H. van Boom
Auteursinformatie

Prof. dr. W.H. van Boom
Prof. dr. W.H. van Boom is hoogleraar burgerlijk recht aan de Universiteit Leiden.
Casus

De Hoge Raad en externe bestuurdersaansprakelijkheid: duidelijkheid over Villa Mundo?

Over HR 5 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2628, JOR 2014/296 (Hezemans Air Inc. /J.J. van der Meer) en HR 5 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2627, JOR 2014/325 (RCI Financial Services BV/J.E. Kastrop)

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2015
Trefwoorden aansprakelijkheidsrecht, bestuurder, bestuurdersaansprakelijkheid
Auteurs C. de Groot
SamenvattingAuteursinformatie

    In de Villa Mundo-uitspraak van 23 november 2012 besliste de Hoge Raad dat iemand die bestuurder is van een rechtspersoon op grond van art. 6:162 BW aansprakelijk kan zijn tegenover een buitenstaander wanneer geen sprake is van een ernstig verwijt. Deze uitspraak leek in contrast te staan met de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, dat bestuurdersaansprakelijkheid pas intreedt als sprake is van een ernstig verwijt. De Villa Mundo-uitspraak is (dan ook) kritisch ontvangen. De Hoge Raad is in twee uitspraken van 5 september 2014, Tulip Air en Van Rossem Groep en MCD Groep, nogmaals op deze kwestie ingegaan. Uit deze uitspraken blijkt dat de Hoge Raad de weg van een al te gemakkelijk beroep op de Villa Mundo-norm heeft afgesloten. Maar ook na deze uitspraken is nog niet volledig duidelijk wanneer een bestuurder van een rechtspersoon wordt beschermd door de rechtsregel dat hij pas aansprakelijk is als hem een ernstig verwijt kan worden gemaakt, en wanneer iemand die – bijvoorbeeld als bestuurder – is betrokken bij een rechtspersoon tegenover een buitenstaander aansprakelijk kan zijn, ook zonder dat hem een ernstig verwijt treft.


C. de Groot
Mr. C. de Groot is universitair hoofddocent Ondernemingsrecht aan de Universiteit Leiden.
Casus

Vennootschapsrechtelijke werking van aandeelhoudersovereenkomsten: führt jeder Konsequenz zum Teufel?

Tijdschrift Onderneming en Financiering, Aflevering 1 2015
Trefwoorden doorwerking van aandeelhoudersovereenkomsten, art. 2:8 lid 2 BW
Auteurs W.J. Oostwouder en M. Wessel
SamenvattingAuteursinformatie

    Er zijn verschillende uitspraken gepubliceerd waarin doorwerking van aandeelhoudersovereenkomsten is aangenomen onder de specifieke omstandigheden van het geval. In dit artikel wordt door prof. mr. W.J. Oostwouder en mr. M. Wessel bezien in hoeverre aandeelhoudersovereenkomsten vennootschapsrechtelijke werking hebben. De auteurs zullen zich tevens richten op de principiële vraag in hoeverre de doorwerkingsjurisprudentie leidt tot de conclusie dat de aandeelhoudersovereenkomst bij besluitvorming van een vennootschapsorgaan prevaleert boven het bepaalde in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en de statuten. De auteurs signaleren verschillende aandachtspunten bij de beantwoording van deze vraag en dat er wel degelijk een goedaardige, maar niet-onbelangrijke ‘duivel’ om de hoek komt kijken, die dikwijls over het hoofd wordt gezien.


W.J. Oostwouder
Prof. mr. W.J. Oostwouder is verbonden aan de Universiteit van Utrecht als hoogleraar Bedrijfsfinancieel Recht en is advocaat te Amsterdam.

M. Wessel
Mr. M. Wessel is kandidaat-notaris te Amsterdam.

    Voorzienbaarheid. Voorwaarden concreet beleidsvoornemen.


Berthy van den Broek
Discussie

Forensische psychologie, neurobiologie en preventie: kritische reflectie op nieuwe ontwikkelingen

Tijdschrift Tijdschrift voor Criminologie, Aflevering 1 2015
Trefwoorden preventie, gedragsstoornis, Pro Justitia beoordeling, neurobiologie, Ethiek
Auteurs Dr. Dorothee Horstkötter, Dr. Carla van El, Dr. Thomas Rinne e.a.
Auteursinformatie

Dr. Dorothee Horstkötter
Dr. D. Horstkötter is onderzoeker bij de afdeling Health, Ethics and Society van de Universiteit Maastricht.

Dr. Carla van El
Dr. C.G. van El is onderzoeker bij de Sectie Community Genetics, Afdeling Klinische Genetica en het EMGO Instituut voor onderzoek naar gezondheid en zorg van het VU medisch centrum .

Dr. Thomas Rinne
Dr. T. Rinne is wetenschappelijk directeur van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychologie en Psychiatrie (NIFP).

Prof. dr. Guido de Wert
Prof. dr. G.M.W.R. de Wert is hoogleraar Biomedische Ethiek bij de afdeling Health, Ethics and Society van de Universiteit Maastricht.

Prof. dr. Toine Pieters
Prof. dr. A.H.L.M. Pieters is directeur van het Freudenthal Institute van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Europese bankenresolutie (SRM). Institutionele perspectieven

Tijdschrift Nederlands tijdschrift voor Europees recht, Aflevering 1 2015
Trefwoorden bankenunie, afwikkeling, resolutie, SRM, SSM
Auteurs G. ter Kuile LLM Dr.
SamenvattingAuteursinformatie

    ‘Too Big to Fail’ banken waren een kostbaar probleem tijdens de crisis die in 2007 uitbrak. Een speciaal soort afwikkelingsrecht voor banken – ‘resolutierecht’ – bleek nodig om belastingbetalers voortaan te sparen. Met het oprichten van een gemeenschappelijk resolutiemechanisme stonden de EU-lidstaten voor een nieuwe uitdaging. Gemeenschappelijke regels, procedures en instellingen werden bij richtlijn en verordening geïntroduceerd, terwijl het resolutiefonds met een intergouvernementele overeenkomst werd bestendigd. Dit artikel bespreekt resolutie als concept, de verdragsgrondslag van de regelingen, de Single Resolution Board als agentschap en de Meroni-discussie, gedeelde bevoegdheden en significantiecriterium, interne en externe governance, het Resolutiefonds en ‘mutualisatie’, en rechtsbescherming. De hoop is uiteraard dat met een effectief Europees bankentoezicht het daadwerkelijk overgaan tot resolutie niet nodig is. Maar de voorbereiding op eventuele resoluties blijft vereist.
    Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1093/2010 (SRM-Verordening of SRMR).
    Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012, van het Europees Parlement en de Raad (BRRD-richtlijn of BRRD).
    Overeenkomst betreffende de overdracht en mutualisatie van de bijdragen aan het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds, Brussel, 21 mei 2014, (8457/14), Trb. 2014, 146


G. ter Kuile LLM Dr.
Dr. G. (Gijsbert) ter Kuile, LLM, werkt als jurist bij De Nederlandsche Bank N.V. en schrijft dit artikel op persoonlijke titel. Zijn opvattingen kunnen niet worden toegeschreven aan DNB of het Europees Stelsel van Centrale Banken.
Artikel

Herroeping van ontbindingsbesluiten in beginsel mogelijk

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 1 2015
Trefwoorden ontbinding, besluit, herroeping, derde, rechtszekerheid
Auteurs Mr. K. van der Graaf
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur de beschikking van de Hoge Raad van 19 december 2014, waarin de vraag centraal staat of herroeping van een ontbindingsbesluit van een rechtspersoon mogelijk is, en zo ja, onder welke omstandigheden en tegen welke voorwaarden.


Mr. K. van der Graaf
Mr. K. van der Graaf is advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam.
Artikel

De maatstaf voor rechtsgeldige beëindiging van een kredietfaciliteit

Tijdschrift Vennootschap & Onderneming, Aflevering 1 2015
Trefwoorden beëindiging kredietovereenkomst, kredietopzegging, artikel 6:248 lid 2 BW
Auteurs Mr. M.E. Schuilwerve
SamenvattingAuteursinformatie

    In deze bijdrage bespreekt de auteur het arrest van de Hoge Raad van 10 oktober 2014, waarin duidelijkheid wordt gecreëerd over de maatstaf die dient te worden gehanteerd bij de beoordeling of een kredietovereenkomst rechtsgeldig is opgezegd.


Mr. M.E. Schuilwerve
Mr. M.E. Schuilwerve is advocaat bij Stibbe te Amsterdam.

    This article sets out to contribute to the special issue devoted to multi-disciplinary legal research by discussing first the limits of purely doctrinal legal research in relation to a particular topic and second the relevant considerations in devising research that (inter alia) draws on non-legal, auxiliary disciplines to ‘fill in’ and guide the legal framework. The topic concerned is the (analysis of the) fundamental rights of minorities.
    The article starts with a long account of the flaws in the current legal analysis of the European Court of Human Rights regarding minorities’ rights, particularly the reduction in its analysis and the related failure to properly identify and weigh all relevant interests and variables. This ‘prelude’ provides crucial insights in the causes of the flaws in the Court’s jurisprudence: lack of knowledge (about the relevant interests and variables) and concerns with the Court’s political legitimacy.
    The article goes on to argue for the need for multi-disciplinary legal research to tackle the lack of knowledge: more particularly by drawing on sociology (and related social sciences) and political philosophy as auxiliary disciplines to identify additional interests and variables for the rights analysis. The ensuing new analytical framework for the analysis of minorities’ rights would benefit international courts (adjudicating on human rights) generally. To operationalise and refine the new analytical framework, the research should furthermore have regard to the practice of (a selection of) international courts and national case studies.


Kristin Henrard
Professor of minorities and fundamental rights at the Erasmus School of Law.
Toont 41 - 50 van 50 gevonden teksten
1 3 »
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.